Wandelen…

Wandelen…

Een ventje was hij nog, toen hij lang geleden dat ene meisje tegenkwam dat hem kennelijk als een van de weinigen die hij kende, begreep. Hij vond haar aantrekkelijk ook al was zijn ervaring op dat punt dan nog wat beperkt. Zij gaf hem de erkenning die hij zocht, de rust, en ook de vrijheid te doen waar hij zin in had als dat in relatie stond met zijn hobby’s. De vlucht uit huis begreep ze als geen ander. De gesprekken die vaak volgden op onstuimig gedrag waren diepgaand. Filosofisch, warm, en ook een zoektocht naar een toekomst die totaal anders zou verlopen dan die afgelopen jaren. Hij werkte hard, studeerde, net als zij, in de avonduren. Samen deden ze dingen in de weekends. Veel speelde zich af rond zijn interessewereld, maar altijd was er die basis waarop het respect en de vriendschap veranderde in liefde en vertrouwen. Samen besloten ze dat het leven delen toch de beste oplossing zou zijn voor hun beider toekomst. Aan een kant van de relatie stonden ouders open voor het idee, aan de andere veel minder. Ingewikkelde familiestructuren moesten overwonnen worden, net als vooroordelen en roddels over de noodzaak van hun op enig moment al vroeg voorgenomen huwelijk. Eenmaal zover werd op gepaste wijze gevierd en de onafhankelijkheid gekoesterd. Werken nog steeds een grote basis, voor hem ook zijn andere interesses. Zij was er voor hem, ving hem op als hij weer half bevroren van zijn brommer stapte na een late werkopdracht op dat vliegveld vlakbij de stad. Zij koesterden wat ze bereikt hadden, genoten van hun vrijheid in de ruimte die ze voor zichzelf hadden bevochten. En zo ging het verder. Nu, 54 jaar later, officieel nog steeds een stel. Vallen en opstaan, maar altijd snappende wat de ander voelt of meemaakt, er zijn voor die ander, en nog best tevreden terugkijkend naar die beslissing van toen. Dat jonge ventje met zijn werkdrang en hobby’s en dat meisje dat uiteraard uitgroeide tot een vrouw met overzicht en een sterk karakter. De trouwdag in gepaste bescheidenheid gevierd. Samen sterk. En zo hoort dat. Waarbij wandelen van hot naar her en van hier naar daar nog steeds een basis is om gesprekken te voeren die anderen zo graag weglaten. Uitgaande van wat n u het gemiddelde is zou dat over al die jaren zo maar een keer of anderhalf rond de Aarde zijn geweest wat ze samen al kwekkend aflegden. Nou als dat geen bewijs van liefdevolle teamsport is, dan niks toch??

Fransje is niet meer…

Wij leerden haar redelijk recent (althans zo voelt dat) in 1982 kennen. In Almere, toen we daar net als zij waren gaan wonen in een nieuwbouwwijk waar het zand nog door de straten werd geblazen en de net aangekomen bewoners vrijwel allemaal uit Amsterdam afkomstig. Fransje en Wim, met hun twee kinderen Esther en Harrie. Echte Mokummers, enorme vriendenkring, mensen van de sport, soms zelfs bij Ajax bekend, maar altijd feest en gezelligheid. Ook voor de directe omgeving. De buren, overburen, waar wij nog wat terughoudend waren bij het openstellen van onze deuren, voor Frans en Wim was het nooit druk genoeg. Fransje altijd druk, en vaak gierend van de pret. Een sigaret en pilsje veelal samen bijdragend aan extra genot. Altijd open huis op Oudejaarsavonden. Met visschotels en drank. De kinderen brachten dan weer een hele rij vrienden en bekenden mee en samen met de buren werd het dan een jaarwisseling om nooit te vergeten. Maar Almere bleek voor ons uiteindelijk een brug te ver. Letterlijk. Gek van de files heen en weer naar de werkplek besloten wij op enig moment het oude land weer op te zoeken en verlieten de indertijd zo geliefde pionierswijk. Frans en Wim deden kort daarna hetzelfde. Wij naar de zuidkant van de stad, zij gingen naar Noord. Weer een nieuwbouwproject maar ook voor hen geen echte files meer. Wim tevreden, Fransje ook omdat de kinderen weer in de buurt woonden na hun uitvliegen van het ouderlijk nest. Een paar jaar later verloor Frans haar geliefde Wim. Ik heb hem hier al eens beschreven een paar jaar terug. En helaas verloor Frans daarna de spirit om door te gaan. Ze had er ineens geen zin meer in. Uiteraard bezochten wij haar een aantal malen. Als altijd zat ze dan weer vol verhalen, foto’s kwamen op tafel, maar ook haar zelf gebakken lekkernijen. Want de gastvrijheid bleef. Vaak sprak ze over Amsterdam, over de kinderen, de kleinkinderen. En zeker ook over de hond van nu en die van vroeger. Ze was actief op Facebook, deelde mee in de door mij opgezette Amsterdamse groep daar. Maar ook dat stopte op enig moment. Ze had geen zin in ‘negatieve commentaren van zure en uitgedroogde mensen’. De laatste periode van haar leven hield ze het voor gezien. Haar hondje, de omgeving, de kinderen. Maar verder niks meer. Verenigd wilde ze worden met haar Wim. En wij hopen oprecht dat dit nu heeft plaatsgevonden. Fransje is niet meer. Een icoon uit ons persoonlijke leven en verleden vond hopelijk haar zo verlangde echte rust. En zal vast in haar geliefde stad worden begraven. We missen haar nu al…..En wensen haar nabestaanden alle sterkte die hoort bij dit enorme verlies!

Fort Abcoude

Fort Abcoude

Een tijdje terug besteedde ik al eens aandacht aan de zogeheten Stelling van Amsterdam die ooit in de 19e eeuw werd aangelegd rondom de hoofdstad.

Die Stelling bestond indertijd uit een keten van zwaar bewapende fortificaties, vaak wat verborgen in het landschap, die op seinafstand van elkaar en met kruiselings opgestelde kanonnen, de mogelijke vijand moest kunnen weerhouden een aanval op onze Hoofdstad te ondernemen. Van Pampus tot Hoofddorp, overal zijn die forten te vinden. Opvallend is ook dat toen het concept helemaal was uitgebouwd en de stad Amsterdam buitengewoon goed beschermd leek, de eerste Wereldoorlog duidelijk maakte dat modernere wapens als brisantgranaten en vooral vliegtuigen die forten redelijk verouderd deden zijn.

Het best prijzige fortenstelsel werd dus min of meer aan het lot overgelaten al werden ze vaak nog wel gebruikt voor de opslag van materialen voor defensie. Het oudste landfort uit de keten ligt bij het kleine plaatsje Abcoude. Je moet wel drie keer kijken om het te zien. Totaal overwoekerd door de natuur liggen hier met elkaar verbonden 19e eeuwse bunkers met uitkijkposten op sommige hoge plekken. Het hele complex werd gebouwd tussen 1884-87 en bestaat uit een combinatie van bakstenen en brikkenbeton, toen een modern bouwmateriaal. In dit complex werden na oplevering nog wel militairen ondergebracht, maar na WO1 was dat afgelopen.

Om het hele fort heen ligt een stevige en brede gracht, te paard en met een zwaard in de hand was het een lastig te nemen vesting. De deuren op de enige toegangspoort met brug minstens 25cm dik. In het hoofdgebouw ligt een kruitmagazijn, een waterkelder en slaapvertrekken voor de bemanning. Aan de buitenkant van een enkel gebouw zie je de restanten van wat ooit de plee was. Het toiletbezoek ongewild een sociaal gebeuren in die dagen. De buitenmuren van het complex zijn 1.80mtr dik. Daar was je wel veilig tegen de eventueel afgeschoten projectielen uit die dagen. Maar zoals geschreven, de later ontwikkelde granaten gevuld met brandbaar materiaal of zelfs gifgas hadden een andere uitwerking. Daarbij bleek het lastig om de dekking te garanderen die men in het oorspronkelijke plan had bedacht door het eigen geschut kruiselings te laten afschieten in geval van een aanval.

Kortom…De Stelling van Amsterdam was een duur plan voor een achterhaalde oorlogsvoering. De nodige van deze forten in de omgeving verloederden al snel. Enkele werden opgeknapt en onderhouden, dan wel voorzien van een nieuwe bestemming. Het Fort Abcoude werd op enig moment overgedragen aan Natuurmonumenten, vandaar dat men het groen zijn gang liet gaan. Sommige delen van het Fort zijn beperkt toegankelijk, en er is zelfs een natuurwandeling mogelijk tussen dit fort in Abcoude en het nabij (10km)gelegen soortgelijke fort van Nigtevecht. Een bezoekje meer dan waard dus. Wat wij zagen was dat op het terrein ook een schaatsvereniging onderdak vond net als een sportvissersclub voor gehandicapten. Kreeg ook dit fort een mooi tweede leven. Het Fort van Abcoude vindt je net buiten het centrum van dat stadje, is ook gelegen aan de Angstel en is op loopafstand (20mnt) van het gelijknamige spoorstation te bereiken. (Beelden: eigen foto’s)

Art Zuid 2021

Art Zuid 2021

Al eerder heb ik in mijn blogserie in het verleden aandacht gegeven aan de erg interessante Amsterdamse kunstroute-expositie Art Zuid.

Eenmaal per twee jaar gehouden dekt dit de chique lanen van Amsterdam-Zuid aardig af tijdens de drie zomermaanden juli-augustus en september. Dit jaar wederom en dus afgelopen maand even bezocht. Als altijd startten wij bij het Amsterdamse WTC en liepen zo de Minervalaan af richting de hoofdroute die o.a. langs de Apollolaan te vinden is. Kunst is altijd een kwestie van tot je laten komen, op je in laten werken en je dan afvragen wat iemand bezielde om iets wat lastig te vatten is toch in materiaal om te zetten. De een slaagt daar wat beter in dan de ander, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Zelf vind ik het altijd aardig als er een beetje herkenning in te zien valt.

Of humor. Wat dat betreft moet je niet zijn bij die in ons land nog best bekende en gewaardeerde beeldhouwer Armando. Aan mij gaan klonten zwart graniet die een genummerd menselijk figuur moeten voorstellen compleet voorbij. Maar gelukkig zijn er veel mij verder meer onbekende lieden die er toch nog iets aardigs van weten te bakken. Dit jaar gaat het om figuratieve kunst en dat is natuurlijk multi-cultureel en dito interpretabel. Een vrijheidsbeeld zoals in New York neergezet, maar dan weergegeven als zwarte vrouw past wel weer in het woke-denken van 2021 onder een klein deel van de bevolking.

Het wekt dan nog wel een glimlach op. Spiegelende objecten die als een selfiemagneet werken kunnen er ook goed doorheen. Maar het was allemaal wel een stuk serieuzer dan in vorige edities. Gevolg van de corona-ellende waarin wij zaten in de afgelopen periode? Het zou zo maar kunnen. Zelf vind ik het wel weer leuk om door dat echt chique Zuid heen te sjouwen waar elke vierkante meter woonoppervlak zoveel geld kost dat je daar soms elders een heel bosperceel voor aanschaft. Ook de architectuur is vaak prachtig, dat is de bonus die hangt aan het bezoek van deze expositie. Prima initiatief en voor herhaling vatbaar zou ik denken. En ach…beetje route…zo 10.000 stappen verder. Ook goed voor de conditie. Mits je daarna niet een van de leuke horecatentjes bezoekt die wij zo goed kennen van en in dat Zuid, want dan is het een ware kunst om niet van een der heerlijke lekkernijen te proeven die men met verve aanbiedt. Art Zuid 2021 loopt nog tot en met 17 oktober a.s.

U bereikt het met het OV door in te zoomen op Station Zuid/WTC. Goed bereikbaar per trein en metro, maar ook zijn er tramverbindingen met Amstelveen en busverbindingen met andere delen van de stad. Kost niks die expositie…dus wat let je?? Voor de goede orde; van de tientallen opgestelde stukken pikte ik er voor de leesbaarheid slechts een paar uit. Er is uiteraard veel meer te zien. (Beelden: Yellowbird)

Kasteel aan de Angstel…

Kasteel aan de Angstel…

Bij een toevallige rit via via naar onze thuisbasis onlangs, ontdekten we onderweg ineens een kasteel waarvan wij het bestaan al die jaren nooit eerder hadden ontdekt.

OK, het ligt wat verscholen, het kent geen grote militaire geschiedenis wellicht zoals die meestal in de vaderlandse boeken op dat gebied werd opgetekend, maar toch de moeite van het vermelden waard. Kasteel Loenersloot gaat dit blog over. Prachtig gelegen aan de op dat punt vrij smalle Angstel, de verbinding tussen Amstel en Vecht, werd dat kasteel al in de 13e eeuw op de kaart van onze historie ingetekend. In eerste instantie bouwde men slechts een verdedigingstoren, in de loop van de eeuwen die volgden werden diverse families eigenaar van die toren en bijbehorende gebouwen, maar pas in de 19e eeuw voorzag men de toren van kantelen en werd het aanpalende kasteel tot wat het nu is. Met de bossen er omheen werd het geheel een prachtige buitenplaats waar je als bezoeker ook deels in mag wandelen.

De adelijke familie die het kasteel ooit als laatste bewoonde droeg het in 1985 over aan een Stichting die het beheer van slot en omgeving op zich zou nemen. Sinds 2011 is het beheer van dat hele spulletje in handen van de Stichting Utrechts Landschap welke haar taken gezien de staat waarin alles verkeert zeer serieus neemt. Zo is het Kasteel intussen een beschermd monument en mag je er op gezette tijden even een kijkje nemen, uiteraard met een gids als begeleiding. Over de eventuele militaire geschiedenis van het Kasteel kon ik niet zoveel vinden. Het lag ooit aan die toch best belangrijke vaarweg tussen Amsterdam en Utrecht, als je nu in de omgeving kijkt zie je alleen maar provinciale en snelwegen in de omgeving.

Het Kasteel ligt ook op steenworp afstand van de spoorlijn tussen die twee grote steden en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt op ongeveer dezelfde afstand ten oosten van het landgoed. Juist dat maakt het Kasteel dat wij nu ontdekten tot zoiets bijzonders. Omsloten door bomen en struiken is het in de zomer vrijwel niet te zien vanaf de weg of het water, al hebben de bootbezitters die de Angstel afvaren (niet te grote plezierscheepjes kunnen met passen en meten onder de voor het kasteel gelegen ophaalbruggetje door) wellicht een net even beter zicht op het perceel. Hoe dan ook, een mij tot recent onbekend Kasteel dat ik met veel plezier bekeek en daarna in een blogverslagje hier neerzette. Het ligt aan de Rijksstraatweg in Loenersloot, niet te ver van de Provinciale Weg N201 Hilversum-Haarlem. (beelden: eigen archief)

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Tax..

Tax..

En nee dit blogverhaal gaat niet over opnieuw een door de linkse elite aan ons opgelegde extra belasting omdat we het wagen om te leven zoals we doen, het gaat over een artiest met die naam, Wally Tax.

Aanleiding was de toevallige confrontatie met zijn graf op de fraaie Oosterbegraafplaats in Amsterdam. En het besef dat voor de meer bekende Herman Brood onze stad nog een ander fenomeen kende met een stevige rock en roll imago. Tax was de zoon van een Nederlandse vader en Oekrainse moeder. Hij werd geboren in 1948 en werd voor het eerst bekend met zijn band de Outsiders. Daarbij viel op dat de Engelse teksten een wat duidelijke Mokumse tongval meekregen van de al snel langharige Wally Tax. Overigens was Wladimir zijn officiele doopnaam, maar ja, Amsterdammer, dan heb je al snel een bijnaam. En die adopteerde hij zelf ook maar. De band waarmee hij optrad, De Outsiders, maakte hun hoogtijdperiode mee in de jaren 60 en scoorden ook heel wat hits. Vaak had men dan een behoorlijke kwaliteit ingebouwd voor de achtergrondmuziek en akoestiek. Aan het einde van de jaren zestig zakten de successen in en stapte Tax over op een ander project. Een nieuwe band werd opgezet, Taxfree, die zelfs nog een plaat op kon nemen bij Jimi Hendrix. Maar dat nummer werd nauwelijks verkocht. De band viel al snel uit elkaar en Tax ging alleen verder

Een typisch fenomeen uit de jaren zestig. Leven als God in Frankrijk, maar ook zoekend naar vastigheid. Die meende hij te vinden in een partner. Dat pakte ongelukkig uit toen die dame door invloeden van buitenaf en een zware ziekte op relatief jonge leeftijd overleed. Wally Tax zocht zijn heil toen steeds meer in drugs en drank. Zijn grote frustratie dat een deel van de natie hem domweg niet meer herkende. Dat gedrag maakte ook dat een reunie die men in de jaren 90 opzette met de andere leden van de oude band The Outsiders, op niets uitdraaide. Er verscheen nog een biografie over hem, gemaakt voor zijn 50e verjaardag, waarin hij zinspeelde op vriendschappen met de groten der aarde. Elvis, Janis Joplin en zo meer. Of dat allemaal waar was?

Kan ook branie gecombineerd met frustratie over uitblijvende erkenning zijn. Volgens sommigen maakten een getraumatiseerde jeugd dat Tax het leven maar moeilijk aan kon bij tegenslagen. Afkicken van de heroine kon en wilde hij niet. In 2002 verscheen de laatste CD van Tax, gitaarrock waarmee hij ooit was begonnen. Het werd niks. Zijn naam was weg, zijn imago intussen verwoest. Op 10 april 2005 overleed hij. In Amsterdam, waar hij zoals ik al schreef, ook werd begraven. Zelf zo arm als een kerkrat werd zijn fraaie grafsteen met bij elkaar gesprokkeld geld van vrienden en collega’s neergezet op de plek waar ik het zag staan. Een Amsterdams fenomeen met veel minder naam en faam dan zijn later zo bekend geworden collega Herman Brood. Beiden verslaafd, maar de een toch lichtmoediger dan de wat zwaar op de hand zijnde Wally Tax. Ik ken hem nog wel van ‘ontmoetingen’ in de stad waar hij nog wel eens door het centrum zwierf. Op zoek naar mogelijkheden om weer een shot te scoren. Maar ook een man die schreeuwde om erkenning. Een typisch mens uit de jaren zestig. Kortom uit de periode van voor de vertrutting waarin we nu verkeren. (beelden: Internet)

Weesper moppen…

Weesper moppen…

Een lekkernij, vast, maar in overdrachtelijke zin toch even iets anders.

Als het niet zo wrang zou zijn. Weesp is een buurgemeente van Amsterdam, ligt op pakweg 12 km van het centrum van de hoofdstad achter het Amsterdam-Rijnkanaal en heeft sinds een paar jaar besloten onderdeel te willen worden van de socialistische buurgemeente. Dat op zich is nog wel te snappen, net aan de overkant van het kanaal ligt o.a. Driemond en dat is al onderdeel van Amsterdam, dus de aansluiting is gevoelsmatig zo gemaakt. Nu moet ik wel even toelichten dat Weesp voor ons een bestemming is waar we al jarenlang met graagte vertoeven.

Het stadje is een beetje Amsterdam in het klein, ligt aan de Vecht, heeft via kanalen een directe verbinding met de grote buurman, maar er wonen ook de nodige oud-Amsterdammers die wel de sfeer niet de nadelen van de hoofdstad willen meemaken in hun leefomgeving. Wij komen er al meer dan 40 jaar met graagte en genieten van de kleinere winkels, de sfeer langs het water en evenementen als de Sluis- en Bruggenfeesten. Helaas is ook Weesp tegenwoordig zo duur qua woningaanbod dat een evt. verhuizing onmogelijk lijkt. Maar daar komt nu toch een groot nadeel bij, men nam de parkeergekte van de hoofdstad over en doet dat zonder enige aankondiging of duidelijke bebording. Van het ene op ander moment voerde men dat betaalde parkeren in en ging net als in Amsterdam het geval is over tot een meer dan strikte handhaving. De automobilisten die parkeerden waar het alleen nog maar betaald mocht hadden domme pech. Een dikke boete het gevolg. En ja hoor, het overkwam ons ook. Gewoon de auto neergezet aan de rand van het centrum waar we al die jaren al parkeerden en waar wij de meters niet hadden opgemerkt omdat die ergens verscholen aan het einde van de straat waren geplaatst.

Gewoon niet mee bezig. Weet je ook veel als buitenstaander. Nou dat kostte geld, want toen we een week later weer hier kwamen en de auto wilden neerzetten werden we door omstanders gewezen op dat betaald parkeren. En dat deden we dan maar, verrast, maar toch. Weesp trok te veel om dan maar over te slaan. Maar die week eerder was het bingo. Of we maar even ruim 6 tientjes naheffing (uurtarief E.1,20 en ik had volgens de beschrijving E.1,50 hebben moeten betalen..) wilde overboeken. Tuurlijk niet. Bezwaar maken en met reden. Uit de lokaal verschijnende krant bleek dat vele boetes waren kwijtgescholden omdat sommige mensen diverse bekeuringen hadden gekregen, net als wij onwetend van dit typisch Amsterdamse onheil dat ook Weesp heeft bereikt. Of we gelijk krijgen van de gemeente is de vraag, op moment van dit blogverhaal is de uitslag nog niet duidelijk. Onwetendheid als excuus?? Zal vast niet kunnen. Amsterdam is autovijandig geworden door de linkse doctrine die daar nu het stadhuis heeft ingenomen. Weesp zal die ellende wel overnemen. Als dat zo is zal het inhouden dat we het stadje aan de Vecht minder zo niet helemaal nooit meer zullen aandoen. Ondanks de aantrekkelijkheden. Maar dit beleid is niet klantvriendelijk en zonder echt veel uitleg te snel ingevoerd. Een mop kan ik het niet noemen. En door die boete kunnen we het gelijknamige snoepgoed ook niet meer betalen (..). Het kan verkeren…

Huizen…

Huizen…

Terwijl het elastiek me zoals eerder al eens beschreven aardig weet te binden aan wat ik belangrijk vind in mijn leven, is er toch nieuwsgierigheid.

De moderne tijd maakt dat we soms verder kijken dan de eigen veste om onze woonomgeving van een mogelijk alternatief voor wat nu ons thuis is te voorzien. Dat thuisgevoel gaf me ook inspiratie voor een verhaal. Voor velen van ons was het huis uit de jeugd ons echte thuis. Ik bekijk dat toch anders. Zeker toen broerlief onlangs overleed kreeg ik veel oude herinneringen gratis in de nachten die rond die gebeurtenis werden opgebroken. En bedacht ik me dat die eerste periode van het leven niet meteen rozengeur en maneschijn meebrachten.

Het huis waar ik in de vroege jeugd woonde was een voor die tijd overigens nog redelijk ruim huis, etagewoning, straat in het Amsterdamse Zuid, relatief lage huur. Er waren mensen die met minder toe moesten dan met vier (bescheiden)kamers en een keuken, plus een later voor de hobby’s benutte zolderkamer. Maar luxe was het bepaald niet. Pas in mijn pubertijd verscheen er zo een douche in die keukenhoek, de huisbaas pakte uit. Later, ik trouwde en trok in bij de schoonouders, woonden we in een historisch pand aan de Amstel in hartje stad. Een piepkleine etage ons eigen domein, een luik dekte onze leefomgeving af van de rest van het huis. Zo verging het veel mensen in die tijd.

Woningen voor starters waren er ook toen al niet. En wat men bouwde was onbetaalbaar. Ook toen al een probleem dus. Toch maakten wij die stap. In 1970, de nieuwe woonwijk Bijlmermeer bood ons een geweldig luxe driekamerflat in een voor het gevoel gigantisch flatgebouw van toen en tien etages hoog. Een paar jaar later verhuisden we in datzelfde gebouw weer door naar een vijfkamerflat met extra bergkamers binnen en buiten de flat. Het waren bijna koninklijke tijden. Al werd de woonomgeving er na 1975 bepaald niet vrolijker op. Ik heb de oorzaken daarvan al eens beschreven. De Bijlmermeer van droom tot nachtmerrie. Afvalputje voor de Amsterdamse samenleving. Begin jaren tachtig was het genoeg. Terug naar de stad kon niet, de regelgeving van de centrale stad maakte dat onmogelijk. Dus na lang rondkijken een eengezinshuis met garage in het toen splinternieuw gebouwde Almere-Stad. Grote woning, zes kamers, zolder, schuur met twee verdiepingen en die eigen garage. En veilig qua woonomgeving. Huis werd thuis opnieuw. Twaalf jaar later waren de omstandigheden zodanig veranderd qua werk en prive-situatie dat de files die van/naar Almere voerden een grote handicap bleken en de stress dagelijks te veel verhoogde. We verhuisden alsnog terug naar het oude land. Amsterdam weer in beeld. Nu kon het wel. Mits we kochten. Wat we deden. En dit huis werd ons zoveelste thuis. Voelde vanaf moment een goed. En nog. Van een etagewoning via flats naar eengezinshuizen. Volgende stap….appartement?? Wie weet. We kijken nog eens goed rond. En misschien besluiten we wel dat we dat thuisgevoel niet kwijt willen raken. Who knows…. Hoe zit het met jullie medebloggers en lezers? Zelfde soort ontwikkeling meegemaakt?? Een thuisgevoel van vroeger en nu herkenbaar?? Ben benieuwd naar jullie reacties….. (Beelden: archief)

Elastiek…

Elastiek…

En ja, ik ben op veel plekken geweest. Voor werk en plezier, heb de nodige oorden in binnen- of buitenland bekeken en ben van sommigen daarvan gaan houden. Maar die ene plek waar mijn wiegie stond blijft me als een magneet vasthouden op de plaats waar ik nu vertoef. Amsterdam! Bijna 800 jaar oud, een relatief klein deel daarvan maakte ik deel uit van haar burgerij. Maar wat is het een heerlijke stad vaak. De historie druipt er vanaf en de elk decennium doorgevoerde vernieuwingen houden de stad levendig. Ik romantiseer de boel niet hoor, want er is ook veel af te dingen op wat er de afgelopen 50 jaar zoal veranderde. De bevolking sterk veranderd, de oorspronkelijke Mokummers vaak verhuisd naar omliggende steden of dorpen. Al was het maar omdat de stad niet in staat bleek soelaas te bieden op woninggebied.

Sommige Amsterdammers gemangeld tussen oud en nieuw, tussen arm en rijk, en geen enkele kans om te kunnen of mogen wonen waar men graag zou willen. Wachtlijsten voor een huis nog steeds ellenlang, de invloed van migratie steeds vaker voelbaar als het ging om kansen op een betaalbaar huis. Werk genoeg al verplaatste zich dat steeds meer naar de periferie. De Amsterdammers verlangen naar hun stad. Naar de sfeer, de muziek die zo eigen is, en soms zelfs de buren uit de vroegere woonstraten. Ik zelf heb minder met die oude woonomgeving van toen. Overigens voor een belangrijk deel afgebroken en vernieuwd dus geen wortels meer. Mijn tweede woonhuis midden in het centrum intussen omgetoverd tot een appartementenhotel, dus ook dat is alleen nog maar in herinneringen en foto’s terug te halen.

Het derde huis, de Bijlmermeer toen nieuw en comfortabel, ook niet meer in de vroegere vorm terug te halen. De afstand tot het centrum letterlijk en figuurlijk al erg groot toen. De Metro maakte veel goed. Toch, na 1975, op zoek naar de volgende stap. Weer verder van huis. Almere. Waar veel Amsterdammers hun wortels in de grond stopten en een soort voorstad van Mokum vormden. Maar zonder de bijbehorende sfeer. Maar daar hoorde je meer ‘accent’ uit de stad dan in Amsterdam zelf waar Arabisch en Turks naast Surinaams en nog 32 andere talen langzaam aan dominant werden en intussen zijn.

De echte Amsterdammer vol heimwee zijn tuintje wiedend in de polder. Genietend van rust en ruimte, maar o wee, wat trok dat elastiek. Bij mij hard genoeg om me terug te halen naar de periferie. Centrum weer om de hoek en als ik de klanken van de Wester wil horen is dat een kwestie van wat OV en wandelen. En dan geniet ik weer. Kijk dwars door de veranderingen heen en geniet. Want dat elastiek blijkt best stevig. Wellicht is de Amsterdammer uit Mokum weg te halen door verhuizingen of wat ook, Mokum gaat nooit uit de echte Amsterdammer! En dat onderscheidt ons dan toch van al die dorpelingen die hier zijn komen wonen en weinig snappen van de grootscheepse cultuur en die knoeperharde humor of tot het botte rechtlijnigheid. Kom nooit aan de stad…..Wie dat wel doet krijgt met ons, echte Amsterdammers, te maken…..:) (Beelden: Archief)