Zinloze forten…

Ooit besloot men om de vijand van toen buiten de poort te houden van de hoofdstad. Toen en nu toch het financieel en zakelijk centrum van ons land. En in die periode (19e eeuw)begon men net te experimenteren met een nieuw bouwmateriaal; beton! De nieuwe waterlinie moest worden opgebouwd. Kostte een paar miljoen maar dan kreeg je ook wat. En zo bouwde men 42 forten en 4 geschut batterijen rondom Amsterdam, allemaal op schootsafstand gelegen (15-20km) en baserend op de oudere Hollandse Waterlinie. Die forten zijn nu nog terug te vinden in de omgeving van Amsterdam. Sommige in gebruik als museum of restaurant, anderen overwoekerd en niet meer in beste staat.

Een van de bekendste daarvan is Forteiland Pampus. Maar echt, de ring van die gebouwen en constructies rondom Amsterdam is op diverse plekken terug te vinden. Vaak gebouwd van dat nieuwe beton. Twee meter dik, met alles in huis om het voor de mensen die daar dienstdeden of zouden moeten schuilen voor de vijand een half jaar op eigen houtje vol te houden gedurende een conflict of belegering. Boven dat beton een laag van 1,5 meter duinzand en wat begroeiing. 10,5cm geschut zodanig gericht dat men kruisvuur kon geven tussen twee forten waardoor de vijand van alle kanten werd bestookt.

En in die bouwperiode was het landschap vlak en leeg en kon je met andere forten via vlaggen communiceren. Dijken en grachten om de forten heen, vele nog te zien, sluizen om het omliggende land onder water te zetten. Voor voetvolk niet te nemen die linie. Maar ja, toen dat miljoenen verslindende project klaar was en de soldaten gelegerd (1914-1918 tijdens WO1) bleek dat men met de toen net ontwikkelde vliegtuigen zo over die dingen heen vloog. Forten waardeloos geworden en alleen nog maar dienend als eventuele verdediging tegen grondtroepen. Maar die kwamen niet gelukkig. Dus bleven het monumenten. In 1940-45 door de Duitsers gebruikt om luchtafweergeschut op te monteren waarmee men vaak succesvol geallieerde toestellen uit de lucht schoot.

Daarna verlaten en vaak verloederd geraakt. Tijdens de ‘moderne jaren’ 60/70 leeggehaald voor alle kostbare materialen als metaal en zo meer. Gelukkig nu weer in gebruik of onder restauratie. Grote ruimten, ideaal voor restaurants of lokale scouting. Onlangs bezochten we het (ons vooraf verder niet bekende) Kunstfort bij Vijfhuizen.

Een prachtig ding vol rond lopende gangen, met kunstzinnige uitingen binnen of buiten, en voetpaden gemaakt van grafzerken (van geruimde graven) om aan te geven dat hergebruik ook hiervan goed mogelijk is. En opnieuw een voorbeeld van hoe je ook kunt omgaan met ons cultureel erfgoed. Vijfhuizen is een plaats ten Noordwesten van Hoofddorp en niet ver van de Ringvaart rond de Haarlemmermeer. In de buurt? Toch eens gaan kijken. En op dat restaurant daar kom ik later nog even terug…(beelden: Meninggever)

Echt Chinees eten…

Als we met de Soester vriendjes in Amsterdam rondhobbelen is het aan het einde van zo’n dag samen altijd een genoegen om ergens in onze stad een culinaire plek te vinden die past bij die dag. We hebben daarbij van alles al eens geprobeerd. Van Indonesisch tot Thais, van Grieks tot Nederlands. Dit keer kozen we voor het Amsterdamse ‘China Town’, grofweg het gebied tussen de Wallen en de Oude Schans. Het barst daar van de Chinese winkels en restaurants. Vrouwlief heeft Hong Kong nog in de reisherinnering en herkent op de menukaart van die zaken daardoor vaak op voorhand wat ze daar ver weg at en wat typisch Chinees is.

En dan bedoel ik niet de op Nederlandse klanten ingerichte Chinese restaurantmenu’s als in ‘op Nederlandse smaak ingestelde’ maar die echte… En dat vonden we. Aan de Zeedijk. Si-Chuan China heette de gezellig verlichte zaak en de drukte in het best ruime restaurant vertelde ons al een deel van het verhaal. De ontvangst was zeer prettig, tweetalig, en gastvrij. Een leuke tafel was al snel voor ons leeg geruimd en de gastvrouwen en enkele heer maakten het ons zeer gemakkelijk. Bij het prachtig uitgevoerde menu, geen blaadje met opgesomde gerechten, maar een heel boekwerk met kleurenfoto’s en uitgebreide beschrijving van wat je kon gaan kiezen als eten en hoe pittig het zou worden. Daarnaast kregen we van de gastvrouwen en een Engels sprekende Chinese heer het advies vooral met elkaar te delen opdat je zo de smaken kon mengen. Dat deden we. En het bleek een bijzondere smaakervaring.

Zalige gerechten, lekker en goed warm klaargemaakt, mooi opgediend. Rijst er bij in kommen, (extra 1 Euro per kom) en eten maar. Het was oprecht een geweldige ervaring. Origineel Chinees eten toch iets anders dan dat wat ik op zijn tijd ook best prettig vind. Niks Nassi en Bami dit keer, niks kroepoek of Babi Pangang, dat laten de echte Chinezen aan de op Indonesische gerechten ingestelde landslieden. Vrouwlief genoot, want herkende veel. Zo had ze ‘daar’ ook gegeten. Wij ervoeren het voor het eerst en aten vol smaak de lekkerste opgediende gerechten.

Bij afrekening bleek al dat lekkers ook meer dan betaalbaar. Voor een complete hoofdmaaltijd inclusief drankjes betaal je hier 20 euro de mens. Probeer het maar eens bij een gemiddeld restaurant.  Geen nadelen dan Meninggever? Tuurlijk wel! Het toilet voor ‘het’ (je mag tegenwoordig niet meer spreken van mannen en vrouwen..) was boven en is te bereiken via een reeks af- en opstapjes. Eenmaal boven bleek dat toilet er niet een van de meest schone soort. Kennelijk zijn de Aziatische ‘Het’s’ niet in staat datgene te richten op de plek waar ze hun afvoerwater zouden moeten doen kletteren. De vloer was dus nat en vies. De wastafels deel je met de andere ‘het’s’ en dat is best bijzonder. Zou men hier wat meer aandacht voor hebben is dit een 9,5 rapportcijfer meer dan waard. Maar dat toilet geeft een punt aftrek. Het blijft echter een geweldige aanrader. Vlakbij het CS, en als je op tijd bent, altijd een plekje. Doen! (c)Yellowbird collectie.

 

Rondvaart…

In mijn herinnering lijkt het iets van honderd jaar geleden dat ik in een reguliere rondvaartboot een tochtje over de Amsterdamse grachten maakte. Niet echt waar natuurlijk want in 1998 nog maar nam ik Tsjechische en Duitse zakenrelaties juist daarvoor mee aan boord van zo’n boot, inclusief hapje en drankje. Maar hoe dan ook, het was er weer eens tijd voor en dus togen we met onze Zuid-Hollandse vriendjes naar de wateren voor het Centraal Station alwaar we aan boord stapten van een boot van Rederij Lovers voor een alleszins de moeite waard zijnde rondvaart. Prachtig om te zien hoe je vanaf het water de fraaie panden kunt bekijken, de schitterende Westertoren, de Jordaan, de woonschepen, kortom, alles waar Amsterdam zo rijk aan is.

In die boot tegenwoordig een audiosysteem met bijgeleverde oordopjes waarmee je een digitale gids aangeboden krijgt die in alle denkbare talen (denk aan Jiddisch, Chinees, Japans, Afghaans etc) maar ook in het Nederlands uitleg geeft rond wat je zoal ziet. Dat mijn lieve polderzus Thamara liever naar die digitale stem dan naar de mijne, toch geboren en getogen in deze stad, luisterde nam ik op de koop toe. Net als de regen die af en toe ons deel was. Jammer wel dat fotograferen in een dichte rondvaarboot door de logistiek van banken en tafels een beetje lastig is.

Wil je echt goede plaatjes schieten moet je naar het open achterdek, maar dat hadden veel van de internationale passagiers ook al bedacht. Kortom, dat was lastiger dan verwacht. Neemt niet weg dat het een waar genoegen was. Een uur lang over grachten en IJ varen en nog een keer onderbouwd krijgen waarom Amsterdam zo’n mooie stad is. Wat je wel ziet is dat ook op het water liberalisering van de rondvaartmarkt heeft toegeslagen. Er varen diverse grote bedrijven met de meer normale grote boten, maar verder stikt het ook van de open of half gesloten sloepen met mensen, maar ook salonbootjes en zo meer. Allemaal gericht op tochten met toeristen die grif de vaartprijs van 15-25 p.p. euro betalen. En dan genieten van wat ze zien. Je snapt wel dat deze mensen hier willen varen. Het was in ieder geval een heerlijk tochtje en de sfeer lijkt op het water zelfs nog positiever dan op straat. Kortom, ben je in Amsterdam, pak eens zo’n boot en geniet. Ga niet te laat aan boord, want juist in de middag is het extra druk. (c)Beelden Meninggever!

Glimmende rijkdom…

Stel je een land voor waar de vorst en zijn familie plus de omringende adel zo krankzinnig rijk zijn dat men het geld, goud en de juwelen bij wijze van spreken over de plinten van de koninklijke verblijven ziet klotsen. En aan de andere kant een bevolking die zo arm is dat men veelal sterft van de honger en ellende. Nederland? Nou….net niet. Ook al is ook hier een elite bezig de bevolking uit te melken en worden de lasten voor veel mensen zo hoog dat men de armoedegrens naar de negatieve kant zeker zal gaan oversteken, dit verhaal gaat over het Tsaristische Rusland. Waar de vorsten paleizen lieten bouwen die qua inrichting en uitmonstering alles wat wij in West-Europa (met uitzondering van Versailles) konden neerzetten in de schaduw stelde.

De hofhouding zo rijk dat goud en juwelen zelfs bij de (denkbeeldige) afwas gedragen konden worden, en men voor de versiering van de bezemkasten nog Hollandse Meesters kon aanschaffen. Welkom in de wereld van de Romanovs! De Hermitage in Amsterdam licht een tipje van de rijkdomssluier op. Met de expositie ‘Juwelen’. Een overdadige wereld van glimmende objecten als gedragen door de vorstelijke Russische families van toen. Jurken, nachtgewaden, uniformen, alles wat men maar kon bedenken om mee te pronken ligt nu uitgestald. Prachtig natuurlijk als je houdt van glimmerdjes en zo meer. Ik bekijk het meer vanuit historisch perspectief. En zie de vergelijkingen met onze tijd.

Waarin sommigen zich kleden in de duurste gewaden of kostuums, horloges kopen van tienduizenden euro’s en auto’s van vele tonnen. En anderen blij zijn dat de voedselbanken ze nog kunnen helpen aan eten voor de komende twee dagen. Ongelijkheid die toen ook in ons land voor kwam. Al hadden wij dan nog een middengroep van burgers met een zeker inkomen en waren de vorsten over het algemeen nog van de bescheiden soort. Het protestantisme hield ze enigermate zuinig. Hoe dan ook, de Russische Romanov’s hielden wel van wat geglimmer en dat haalden ze dan ook bij de beste vaklieden op dit gebied in binnen- of buitenland.

Meesters op dit terrein mochten de meest fraaie en soms kitscherige stukken maken. Opgebouwd uit de duurste edelstenen, het fraaiste edelmetaal en vaak lekker in het oog springend. De dames versierden de uiterst fraaie robes er mee, de heren hun fancy-uniformen uit die tijd. Je kunt je voorstellen wat er ontstond toen de volksopstanden die leidden tot de communistische revoluties van begin vorige eeuw toegang gaven tot deze pracht en praal. Om de nieuwe proletarische staat van Lenin en consorten te financieren werden veel van die juwelen verkocht.

Met dat geld bouwde men het ‘arbeidersparadijs’ op wat later de Sovjet-Unie werd. Waar overigens verrijking ook heel normaal was, maar dat zit in de aard van het beestje. Ook in ons land nog wel eens op links zichtbaar. Maar goed, een prachtige collectie van al dat fraais is tot de lente van volgend jaar te zien in de Amsterdamse Hermitage. Een aanrader. Met je Museum Jaarkaart moet je een toeslag betalen van E.2,50 p.p. Maar dat doet niets af aan de kunst en de rijke cultuur. (de expositie ‘Juwelen’ loopt nog tot en met 15 maart 2020 in de Hermitage aan de Amstel) (Beelden: Meninggever)

Amsterdam – Mijn stad!

Wat dat toch is, het gevoel dat je echt bij een stad hoort? Geen idee. Maar veel echte en geboren Amsterdammers verliezen dat gevoel nooit. Zelfs niet als ze in pakweg Denemarken wonen of Nieuw-Zeeland. Het gevoel dat je krijgt van verhalen of liedjes die over jouw stad gaan, het maakt ons Mokummers al snel week en gevoelig voor tranen. Westertoren, Dam, de grachten, de Jordaan, de vroegere haven. De geschiedenis van de stad is oud. Het verhaal over de Tweede Wereldoorlog die deze stad zo hard trof. Je krijgt het mee vanuit de ouders, de genen, maar ook je eigen ervaringen doen er natuurlijk toe. Een stad is geen dorp en een dorp wordt zelden een stad. Al is dat in het geval van veel grote steden ooit wel eens zo geweest. Meestal niet veel meer dan ooit een vestiging van wat handlieden of boeren aan een rivier, kust of twee huizen langs een doorgaande weg.

Zo verging het Amsterdam ook. Men dankte de ontstaansgeschiedenis aan vissers die vanuit het iets verderop aan de rivier de Amstel gelegen dorpje Ouderkerk afzakten tot de toen nog aardig in het Noord-Hollandse landschap spoelende Zuiderzee. Daarna bleven vissen en soms iets agrarisch opstartten. Zo ontstond een veelal gelovige gemeenschap die telkens verder uitbouwde. De waterwegen bleken prima geschikt voor vervoer van handel en personen en al snel bouwde de gemeenschap die nu Amsterdam heet zich uit. Tot de stad die het nu is. Bijna 1 miljoen zielen groot, met een geweldig vliegveld om de hoek, een aardige industrie en haven, werk voor velen en ooit benoemd tot hoofdstad. Zeer terecht overigens. Amsterdam speelde in de geschiedenis een belangrijke rol. Veel bestuurders en chique zakenmensen kwamen uit deze hoek vandaan. Maar Amsterdam is ook een stad van anarchisme en oproer.

In het verleden diverse malen bewezen dat de bevolking niet houdt van knechting of onderdrukking. Dan komt men in opstand en dat ging of gaat er vaak heftig aan toe. In de recente geschiedenis zijn o.a. de studentenopstand uit 1968 bekend, maar ook de latere krakersopstanden. De relletjes die door linkse lieden werden opgebouwd tot een stedelijke revolutie rond de kroning van Beatrix, het was allemaal mogelijk in Amsterdam. Ook de ontruiming van op zichzelf prima woningen voor de metro-aanleg in de jaren zeventig leidde tot zware inzet van politie en andere overheidsdienaren toen de bevolking zich niet liet weghalen uit die huizen. Amsterdam is daardoor alleen al een bastion van zelfverzekerdheid. Daar doet geen Groenlinkse egalisatie of Dedain66-achtige bestuurslaag iets aan. Al is een deel van de oorspronkelijke bevolking dan intussen verdwenen. Verhuisd naar plaatsen rondom de hoofdstad, als Purmerend, Almere, Hoofddorp.

Men moest wel. Betaalbare woningen zijn schaars in Amsterdam en men lijkt slechts te bouwen voor de bovenlaag van de bevolking en de vaak snel verpauperde nieuwe inwoners. Voor middengroepen is geen plek meer. Dus die mensen verhuisden. Maar namen wel hun gevoel voor de stad mee. Net zoals het mij verging. Van het centrum naar de buitenkant, maar nog steeds aan de oever van die prachtig slingerende Amstel.

Ooit een zijtak van de Rijn, later gekanaliseerd tot niet veel meer dan een belangrijke maar niet meer echt stromende waterpartij. Maar o jee, als je langs die oevers loopt of fietst overvalt je als Amsterdammer al snel de nostalgie. Wat een fijne stad. Wat een schitterende historie. Maar wat is er door de jaren heen ook veel verpest door bestuurders die er weer een dorp van trachtten te maken. Tijd voor een nieuwe opstand. Zoals het Amsterdammers betaamt…..Inmiddels heb ik ene eigen Facebookgroep opgezet die sinds juni jl draait met dezelfde naam als dit verhaal. Genieten! (Beelden: Eigen archief)

Geweldig eten; 1e Klas CS Amsterdam!

Het was aan een lieve vriendin te danken dat we met een stukje korting konden gaan dineren bij dit erg aardig gelegen restaurant in het Amsterdamse Centraal Station. Waar vroeger vermoedelijk de eerste klas treinreizigers aan de sherry zaten voor ze vertrokken heeft een exploitant nu een sfeervol en uitgebreide horeca-gelegenheid ingericht, naast het hoofdspoor van Amsterdam naar Utrecht en verder. Omdat we die dag in de stad een belangrijk dokument hadden ondertekend met een feestelijk randje, de aanleiding beschreef ik al eerder, besloten we om dit cadeau gegeven stukje korting om te zetten in eetbare waar. In dat restaurant met die veel zeggende naam 1e Klas. Zoals beschreven is de lokatie de naam meer dan waard.

Al is de akoestiek wel een dingetje. Met veel gasten, en die zaten er op die bewuste dinsdagmiddag in juni jl., was er flink veel geluid te horen en een gesprek op bij de naam van de lokatie behorend niveau nauwelijks mogelijk. Daardoor was het lastig met de man te spreken die ons aan tafel bediende. Een wat oudere heer die ook nog een niet Nederlandse achtergrond had. Soms moesten wel wel even vragen wat hij zei, maar het ging gereserveerd vriendelijk toe in die communicatie. De bestelde huiswijn, Italiaans, smaakte zeer goed. Net als de voorgerechten. Het is niet al te goedkoop allemaal, maar je krijgt er wel een stukje kwaliteit voor terug. Dat gold ook voor het hoofdgerecht. Zalig, warm en niet voorspelbaar met een bak friet als garnering.

Nee, hier kookt men echt op een 1e klasse-niveau. Wel jammer dat salades als toevoeging er toch uitzien alsof ze van heel ver per trein zijn aangevoerd. En met heel weinig fantasie bereid. Dat doen ze bijvoorbeeld in Duitsland in een eerste de beste schnitzeltent nog beter. Maar goed. We aten op ons gemakje tussen alle andere gasten en keken rond naar hoe er werd gewerkt door de staf om het alle gasten naar de zin te maken. Af en toe komen er hele groepen toeristen binnen die vooraf gereserveerd hebben en in hoog tempo worden bediend. Meer dan efficient. Verdient een pluim. Dat verdiende onze tafelheer wat minder.

De wijn en het lekkere eten maakten ons gewillig voor een leuke fooi. Maar een dankjewel kon er niet vanaf. Of wellicht mompelde hij dat in de ruimte en konden we het niet verstaan. Hoe dan ook, een cijfer 9 heeft 1e Klas wel verdiend. En dat komt dan vooral door outillage, geweldig eten, prachtige wijn, de dames en heren die ons de gerechten of drankjes brachten. Niet de vaste tafelober, of die salade. Zou men dat voor elkaar brengen was er een 10 uitgerold. Ondanks het geluidsvolume. Sfeervolle zaak. Aanrader! En met zo’n kortingvoucher nog te betalen ook. (Beelden: Yellowbird)

Dinky’s en buitenspelen..

Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.

Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…

Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.

Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)

Van rijlessen en SUV’s….

Terwijl ik dus in mijn straatje nog steeds plezierig woon zijn er wel wat kanttekeningen te maken rond de ontwikkelingen in de buurt. Toen wij hier kwamen wonen, nu alweer zo’n 25 jaar geleden, leefden hier vooral wat oudere lieden. Rust was kenmerk. Is dat veranderd? Nou…wel een beetje. Verjonging vond in die jaren plaats, veel yuppen kwamen onze wijk in en dat zie je niet alleen aan de huizen (je moet zoeken naar originele ramen en deuren bijboorbeeld) maar zeker ook aan de gebruikte auto’s. Veel van die nieuwkomers houden er een kleine vloot voertuigen op na. Soms heeft men twee of drie auto’s en ook nog een reeks scooters. Het moderne leven vraagt er kennelijk om. En het succes van de hoofdbewoners maakt ook dat de eerste auto van zo’n gezin meteen groot en stevig moet zijn. Ik heb de strekkende meters in lengte, breedte en hoogte flink zien  groeien door de jaren heen. Een SUV moet het zijn of een crossover. Wagens die natuurlijk veel ruimte bieden, maar zeker ook niet te zuinig zijn en qua MRB en BPM het nodige mogen kosten. Kennelijk maakt het allemaal niks uit.

Opvallend, veel van die auto’s staan soms dagen stil op dezelfde plek omdat men voor het werk per (prima) Openbaar Vervoer forenst. Of het moet zo zijn dat men met die grote ‘bak’ niet durft te rijden. Want als ik zie hoe er soms mee wordt ingeparkeerd….treurig! Gebrek aan goede rijopleidingen of gewoon geen talent om met zo’n enorme mastodont te rijden? Er zijn altijd uitzonderingen. Expats vinden deze buurt ook leuk en een gezin dat tot die groep behoort rijdt in een enorme Toyota. Echt een soort Hummer. De vrouw van het gezin komt als ze tegenover me staat wellicht tot mijn borstniveau als zij zelf naaldhakken draagt.

Maar die pittige tante klimt in die enorme Japanner van haar en rijdt er mee of ze een dwergformaat Daewoo Matiz bestuurt. Aan de andere kant van de straat het tegenovergestelde. Mensen die zo nodig een soort rijdende zeecontainer moesten kopen, in de vorm van een Zweedse SUV waar je zowat met een ladder in moet stappen. Man en vrouw rijden er bepaald niet behendig mee en inparkeren lukt slechts als er banden of wielen op de trottoirs terecht komen. Hun buren kochten een enorme Ford (voorheen een meer bescheiden Skoda Fabia) en daar hetzelfde beeld. Als ze al met die bak onderweg gaan is in/uitparkeren voor zowel man als vrouw kennelijk een probleem. Het liefst hebben ze 30 meter ruimte om zich heen voor ze die auto netjes van of op zijn plek krijgen. Kortom, er wordt hier wat afgeleden in de buurt met die ego-auto’s. Gelukkig hebben ze allemaal de fiets (al dan niet van het bakfietsmodel) of de scooter. Waarmee steevast tegen de richting van de eenkantopstraat wordt gereden. Dat het altijd goed is gegaan is mij een raadsel. Nou ja, ik heb weer even een beeld gegeven van onze woonstraat. Waar het heel leuk leven is, maar waar je soms ook met vraagtekens gedrag van anderen opneemt…Want lachen om het kleine leed van die anderen ben ik nog niet verleerd…… (Foto’s: Yellowbird archief)

Dilemma

Het begon allemaal met een slaapkamerraam dat in een van de winterse stormen begin dit jaar, open waaide en daardoor schade op liep. Grote barst dwars door het glas. ‘Ach, dat laat ik even fiksen door een glasheld uit de buurt’..was mijn eerste gedachte. Mooi niet. Nee hoor, dat soort werk moet u wezen bij……. Al snel waren we drie adressen verder en stapten binnen bij een bedrijf dat als glashandel voor de regio bekend staat. En even snel wisten we dat het nu nog aanwezige glas ouderwets en te dun was en we beter HR++ glas konden laten zetten. OK, doe dan maar meteen een offerte voor de rest van die etage, zijn we meteen op Klaver en c.s. voorbereid was ons antwoord. Drie weken later was er pas een offerte. Uitstekende prijs, daar niet van, maar de monteur die voor die offerte langs was gekomen om in te meten twijfelde wat aan de staat van de kozijnen. Want hout, en hoewel drie jaar geleden nog maar helemaal bijgewerkt en professioneel geschilderd, kon het wel eens tot schade komen als men die dikkere ramen zou plaatsen.

Het zette ons aan het denken. Net als we tien jaar geleden deden toen we een algehele make-over voor het huis overwogen. De toen opgemaakte begroting was zo hoog dat we daar in de situatie van toen ‘slechts’ 50% van konden uitvoeren. Zelfstandig ondernemerschap komt met risico’s en echt een enorm risico wilde ik nog niet nemen toen. Dus sloegen we kunststof kozijnen met dubbel glas indertijd af en deden de rest. Scheelde veel geld en het resultaat maakte ons toen alsnog best vrolijk. Nog elke dag genieten we van de fraaie keuken, de uitgebreide elektrische installatie, de elektronische CV ketel en mijn flink grote museumruimte/kantoor. Maar die ramen op de eerste etage….tja. Dus…maak maar een offerte voor kunststof dan met HR++ glas. En dat bracht ons in een totaal andere wereld. Een wereld van technieken die we niet kenden, mogelijkheden, mode, uitvoering en vooral prijzen. Voor je het weet zit je in het grote geld. Zo groot dat we een advies kregen van diverse kanten om dan maar beter te verhuizen.

De getaxeerde waarde van het huis in deze buurt bij Amsterdam was zodanig dat we dan ‘elders’ iets aardigs konden kopen. Nou die optie liepen we de afgelopen maanden uitgebreid af. In de polder, terug naar waar we ooit woonden al zag ik daar persoonlijk weinig in, maar ook elders in het land. Waarbij de plek me dan soms kramp om het hart gaf omdat het zo ver van mijn stad en Schiphol af lag. Open huis dagen gaven inzicht in hoe huizen er bij stonden die voor best veel geld in de aanbieding waren. Kortom, we deden veel stof op voor discussie en overleg. Uiteindelijk telden we onze zegeningen, analiseerden nog eens hoe we nu woonden en waar, met welke buren en zo dicht bij de Westertoren en besloten de investering in eigen huis te doen. Kost wat, maar krijg je ook wat. De beste aanbieder van de drie (een, die eerste, liet uberhaupt niets meer van zich horen overigens, wat toch bijzonder blijft..) die ons ook een stuk vertrouwen gaf in het hele proces van de uitvoering, mag de klus gaan doen als alles volgens planning verloopt. Dit najaar nemen we afscheid van al het hout in de gevels en gaan we over op onderhoudsvrij en milieuvriendelijk. Opdat de linkse gemeente trots op ons is. Niet dat ik me daar iets van aantrek, immers meebetalen is bij links nooit voorhanden, maar goed, dan maar voor het comfort. Het huis is al vele jaren ons thuis en ruim genoeg om het nog even uit te zitten. En als we het niet volhouden dan weet u het, dit huis is bijna klaar voor de milieuvriendelijke toekomst. Nu nog even die stadsverwarming afwachten….En wat doen jullie op dit gebied? Bereiden jullie je voor op de energietransitie? Al geisoleerd of een warmtepomp besteld??? (Beelden: Yellowbird collectie)

Notabele voorvader…

Jaja, uw meninggever is voorzien van een voorvader die echt iets in de melk te brokkelen had. Een man (1816-1900)die notabel was, burgemeester zelfs van twee Nederlandse steden, en zorgde dat zijn nakomelingen door hun uitzwerven in ons land o.a. veroorzaakten dat ik het levenslicht zag. Hoe ik aan deze wijsheid kwam? Nou simpel, door vroegere medeblogster Pia die van genealogie een bijna professionele passie heeft gemaakt. Via Facebook doet zij vaak verslag van de meest ingewikkelde zoektochten naar mensen uit haar eigen familiegeschiedenis en elk lijntje dat zij tegenkomt zoekt zij dan nauwgezet uit. Bij mij is de zoektocht een stuk ingewikkelder. Allereerst omdat ik geen geduld bezit om allerlei archieven uit te pluizen als je nauwelijks weet wat of waar je moet zoeken. Mijn familiegeschiedenis in de generatie boven mij is al verstoord door scheiding en andere perikelen. Ik liep al snel vast toen ik het wel eens probeerde. Kwam voor mijn familienaam in een joodse lijn terecht of een van de Mormonen. Maar dat zijn echt de verkeerde verbindingen. Wist ik zeker.

Ik schatte ook de leeftijd van mijn natuurlijke vader wat verkeerd in. Wist wel ongeveer zijn overlijdensdatum, maar niet die van zijn geboorte. Thuis werd er niet zoveel over de man gepraat en door omstandigheden als….dan…negatief. Kortom een lastige zoektocht. Van mijn moeders kant was de situatie niet zoveel positiever. Ook daar een vervelende scheiding bij de grootouders, ver voor de oorlog. Wel wist ik dat er aan die familiekant lijnen liepen naar Hoofddorp en Scheveningen. Maar verder? Ik legde het onlangs weer eens neer bij Pia. ‘Hoe doe jij dat toch? Ik snap er geen moer van….’. Zij beloofde eens voor mij te zoeken als ik wel wat basisinformatie had. Die kon ik net aan leveren. En dus…..Twee dagen later was ze al zes generaties boven mij uitgekomen. En keek ik naar een overzicht waarbij die burgemeester passeerde maar ook de man die onze familie in Nederland zijn naam gaf, een uit Duitsland afkomstige huursoldaat die zich ooit (1765) in Nijmegen vestigde. En dat uit dat geslacht (met een Duitse H tussen de naamletters) ook een Groningse tak ontstond. Dus verre familie. Ik werd er helemaal blij en opgewonden van. Immers in onze huidige generatie en die voor of na ons, ligt Duitsland (en Tsjechie) na aan het hart. Dat bleek ook te gelden voor mijn vader en grootvader.

We vinden kennelijk het land fijn, het eten, de mensen. Nooit echt geweten waar het vandaan kwam. Nu wel….stukje familieband. En dat stemt toch in zekere mate vrolijk. Pia vertelde me nog waar ik op moest letten, dat bepaalde huizen uit die tijd nog bestaan en te bezoeken, en dat je bij allerlei archieven terecht kunt voor nog meer informatie. Nou, ik heb er weer een hobby bij. En vrouwlief wil uiteraard ook dat ik voor haar ga zoeken. Want opmerkelijk genoeg kent die vanuit een van haar grootouders net als ik een even onbekende maar wel vastgelegde link naar Nijmegen. Straks waren onze voorouders ook al met elkaar verbonden. Verborgen verledens…..Het blijft leuk allemaal! Zelf ook wel eens op zoek geweest? En? Gevonden??? (Beelden: Yellowbird archief/Zelhem/Wiki)