Leven met de Vliegende Pijl – deel 48 – Onderzoek en resultaat!

Die Octavia had dus heel veel voeten in de aarde gehad. En dan te bedenken dat wij er in 1997 maar een handjevol exemplaren van kregen geleverd. Als stoutste jongetje uit de importeursklas, immers, we hadden die dealerorganisatie na al het gedoe eind 1996 bepaald niet op orde en verkochten mede daardoor veel te weinig Felicia’s, werden we achteraan gezet bij de uitlevering van de toch al schaarse voorrraadwagens. Maar uiteindelijk kregen we na stevig onderhandelen toch voldoende auto’s om elke serieuze dealer van een demowagen en een enkele op voorraad te kunnen voorzien en konden er ook nog wat Octavia’s in de persvloot worden ondergebracht. Vooronderzoek had uitgewezen dat veel mensen die geen Skoda reden of daarmee ervaring hadden, met een schuin oog keken naar die mogelijke nieuwe middenklasser Octavia. Zij verwachtten zeker geen auto als de Octavia uiteindelijk bleek te zijn. Eigenlijk had men in vooronderzoeken laten blijken dat men bij het woord Skoda eerder dacht een door VW ter beschikking gestelde oude Passat die tegen een budgetprijs zou worden aangeboden. De voorgaande modellen van Skoda waren meestal onbekend of werden wat lacherig benaderd. Duidelijk was dat die Octavia voor het imago nog een hele zware oefening was of werd. Klanten vinden voor een auto als deze zonder dat je vanuit je andere modellen een logische doorstroming kon verwezenlijken was best een uitdaging.

De Felicia, hoe goed ook, was ook al geen grote magneet gebleken voor nieuwe klanten, alles leek af te gaan hangen van die nieuwe middenklasser die Skoda bouwde in die spiksplinternieuwe fabriek in Mlada Boleslav, ver weg van de oude productielijnen die men had overgenomen uit de Favorit-tijd. Toch, hoe je het wendde of keerde, de Felicia moest, volgens de filosofie van de Duitse managers, voor 75% van de omzet zorgen en de Octavia de rest doen. Dat viel nog niet mee. Gelukkig bleken er wat zaken mogelijk. We manoeuvreerden tussen hoop en vrees, zochten voorzichtig onze weg, bouwden de interne organisatie uit tot een meer professionele en zetten een nieuw dealernetwerk op dat ook op langere termijn soelaas zou bieden. En intussen bleven de leveringen aan ons land op een relatief laag pitje. Terwijl de publicitaire molens wel driftig maalden, de autopers (eindelijk) laaiend enthousiast was over die nieuwe Skoda en de links naar Volkswagen en haar technieken niet onder stoelen of banken stak. We kozen met het door Skoda internatonaal aangewezen nieuwe reclamebureau (Grey International) voor een vrij heftige reclamecampagne. Maakten ons daarmee los van de oudere modellen die Skoda ooit bouwde en in ons land leverde en maakten bijna ons excuus voor die wagens uit die oude tijd, om in een weerspannige markt ruimte te kunnen scheppen voor de veel hoger te positioneren Octavia.

Het werkte fantastisch, de campagne sloeg enorm aan, we wonnen er verschillende prijzen mee, maar vervreemdden ons meteen ook van de oude puur op prijs kopende klantenkring. Toch moest dat gebeuren, anders waren we nooit gekomen tot het volume dat werd nagestreefd door de steeds zelfverzekerder fabrikant en zouden nieuwe klanten de deuren van de Skoda-dealers massaal zijn blijven voorbij gaan. Die campagnes vielen overigens ook minder goed in Tsjechië. Prijswinnend? Effectief? Het mocht wat. Maar we haalden wel hun ‘grootse geschiedenis’ onderuit. Het leverde veel ingewikkelde gesprekken op in Tsjechië. Dreigend werd ons soms te verstaan gegeven dat dit echt niet kon. Maar in mijn karakter zit ook iets van een rebel. Zeg me dat iets niet mag en ik ga er juist voor om het tegendeel te bewijzen. En die campagne deed meer dan zijn werk. Grey en Pon Mobiel hadden dus gewoon gelijk! Dat werd ons later door de gang der dingen ook bewezen. Iets verder in de tijd haalden we samen met Grey nog een geintje uit waarop men in Tsjechie grote kritiek had. Dat had van doen met de situatie dat men ons min of meer ongevraagd een stuk of wat gele Felicia’s leverde in de LX-uitvoering. Wagens die vermoedelijk bestemd waren geweest voor de Tsjechische PTT of zo, want die kleur was net niet ‘helemaal lekker‘. Toen ik de auto’s zag bedacht ik opnieuw een list. We zouden er een speciaal actiemodel van maken, aangeduid als ‘Yellix’ en die dan heel bewust richten op vrouwelijke klanten. Immers, leuke geel gerande mattenset, striping, wat tierelantijntjes en een campagne die zou inslaan als een bom.

Die campagne met een grote knipoog ging er vanuit dat je als vrouw na aankoop van zo’n auto kans maakte op een weekend weg met een hunk. Eens iets anders dan een bos bloemen of zo. Voor het doel van de campagne lieten we de huisfotograaf, Don v.d. Vaart, zijn gang gaan en die drapeerde een bruin gebrande en van het Scheveningse strand opgepikte spierbundel over de motorkap van zo’n Yellix heen, waarbij het model in een gele strakke zwemslip duidelijk liet zien wat hij te bieden had. De campagne werkte. Er werden flink wat van die Yellixen verkocht en een van de Felicia kopende dames won uiteraard een weekend met zo’n man. Hoe dat verder gegaan is vertelt het verhaal niet of ik heb het verdrongen. Maar feit is dat we zo aardig vlot van die gele Felicia’s af waren. De campagne trok wederom de aandacht van Frank Farsky in Praag. Of die nu spionnen bezat in ons land, ik weet het niet, maar telkens wist hij eerder van onze campagnes dan sommige van onze dealers. Hoe dan ook, ik stond weer op de kaart en bij hem op de figuurlijke Praagse mat. De omzet die ik genereerde interesseerde hem minder. Hij vond dat we gewoon met de normale campagnes van Skoda moesten werken en niet zoveel creativiteit aan de dag moesten leggen. Pfff. Farsky, de man die ons in Tsjechië zo fel bekritiseerde werd gelukkig uiteindelijk zelf opzij gezet, men nam daarvoor in de plaats een in mijn ogen geweldenaar in dienst, Alfred Rieck, die binnen de kortste keren schoon schip maakte met veel oude lijnen binnen de internationale Skoda-organisatie. Een man ook die van Nederlandse geboorte was en snapte hoe wij Hollanders reclame maken. Dat scheelde uiteindelijk veel gedoe en wij werden gezien als lichtend voorbeeld voor veel andere landen. Dat was echt een heerlijke periode. Intensief overleg, steun, en op gang komende leveringen. Niemand had meer iets te mekkeren, Skoda lag nu ook in Nederland op koers! Althans deels in theorie! Wordt vervolgd (Beelden: Skoda/Yellowbird archief)

 

Uitgevers; waarheen leidt de weg….

OLYMPUS DIGITAL CAMERABoeken lezen is nog steeds een van de meest favoriete bezigheden van ons allen. Dat blijkt telkens weer uit allerlei relevante onderzoeken. Maar we kopen die boeken steeds vaker tegen woekerlage prijzen bij discounters of kringlopers. Daarmee komt de verkoop van nieuwe boeken steeds meer onder druk te staan en is het al bijzonder oude businessmodel voor de meeste uitgeverijen soms zonder dat ze het zelf weten achterhaald. Ze verdienen niets meer aan uitgaven van boeken, of het moet gaan om echt zeer populaire auteurs. De totale uitgeverijenbranche verloor vorig jaar 6% aan omzet en het einde is nog lang niet in zicht. Slechts wat specialisten houden het vol. En voor er meteen weer een slimme broeder roept dat we ‘allemaal over gaan op digitaal lezen’, dat blijkt niet uit de cijfers. Het aantal e-booklezers groeit weliswaar, maar is nog lang geen compensatie voor het verlies aan de kant van de papieren uitgaven. Door deze situatie zie je ook steeds meer terughoudendheid bij uitgeverijen. Een auteur die men niet kent kan het schudden, als men niet zeker weet dat er niet meteen 10.000 boeken over de plank gaan van een titel moet je zelf maar zien hoe je aan de omzet komt. Al eerder schreef ik over het fenomeen ‘Printing on demand’. Dat is min of meer hetzelfde als een boek in eigen beheer uitgeven en alle risico’s voor inkoop/verkoop en distributie zelf dragen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAVoor veel auteurs die menen een door God zelf geschonken talent voor het schrijven te bezitten is dit echt een brug te ver. Dat verkopen en alle gedoe eromheen is teveel gevraagd. Hun teksten zijn geniaal, de aanpak niet. Hetzelfde zie je bij die uitgeverijen. Men heeft ‘het altijd al zo gedaan’ en wil eigenlijk niet af van de plat getreden paden die momenteel zijn overwoekerd door onkruid. Hetzelfde zien we bij de bladenhandel. Waren grote bladen als Panorama, Revue of Playboy voorheen nog onaantastbaar, momenteel is men blij als men de verliezen aan abonnementen en lezers wat kan beperken. Ook de krantenwereld kent momenteel soortgelijke problemen. Er is echt geen een titel die het zonder verlies redt, alleen het wat aparte Financiele Dagblad won vorig jaar in het derde kwartaal iets aan omzet. De rest is puur in het verlies gestort. Het ergste verlies zit hem bij de zgn. ‘kwaliteitskranten’. NRC Next moest in een kwartaal afscheid nemen van 21% van haar lezende abonnee’s. Men knijpt bij de grote kranten momenteel natuurlijk aan de kostenkant en gaat zelf over tot tabloidformaat. Een van de laatsten die daarvoor kiest is de Telegraaf. Wordt wennen. Buitenlandse modellen geven aan dat dit slechts kort zal zorgen voor een rem op het verlies aan omzet. Zo ontdekte de Guardian dat een overstap naar een ander formaat even zorgde voor een opleving van het aantal abonnee’s maar dat daarna de vrije val doorzette tot deze krant niet veel meer is dan een schim van wat het ooit was. Kortom, die printmedia hebben het moeilijk en wij mensen lijken te gaan voor het grote niets.

FRI-440835 - 50 jaar Martinair Scan10529We lezen minder op papier, maar compenseren dat bepaald niet met digitale boeken of bladen. Wellicht zoeken we elders naar culturele inhoud, maar dat is uit de mij beschikbare cijfers niet terug te vinden. Boeken moeten blijven naar mijn mening, al was het maar omdat ik erg hard werk aan mijn derde werkje op dit gebied. Papier, desnoods POD, maar wel omdat ik vind dat een goed verhaal uitgebracht dient te worden. Wat een geluk dat ik ook nog een beetje kan verkopen. Wie nu al nieuwsgierig is naar dat boek, gewoon aanmelden bij me hoor. Digitaal dat spreekt, al mag u ook een gewone briefkaart sturen. Liefst met een auto of vliegtuig als foto-onderwerp aan de voorkant…..