Spoorlijnen in de Haarlemmermeer en verder…

Wie met de auto rondrijdt in het gebied ten zuiden van Amsterdam moet de ogen wel dicht houden wil men niet zien dat in het landschap bijzondere gebouwen te vinden zijn die wel erg lijken op compacte spoorstations. En ook de contouren van oude spoorbanen zijn voor wie goed op let nog wel te vinden. Soms zelfs omgevormd tot vrije busbaan. De moderne tijd en zo. Maar die gebouwen en banen liggen of staan er niet voor niets. Ruim een eeuw geleden werd het regionale verkeer rond de hoofdstad verzorgd door heel wat kleine spoorweg- of trambedrijven die een prima aanvulling vormden op de hoofdlijnen van wat later de Nederlandse Spoorwegen zou gaan heten. Vanuit Amsterdam kon je via Amstelveen naar Aalsmeer, Haarlem, Hoofddorp, Leimuiden, Leiden, Uithoorn, Bovenkerk, Alphen aan de Rijn en Nieuwveen of Ter Aar. Die lijnen werden gereden met kleine treintjes die we nu als trams zouden omschrijven, getrokken door trouwe stoomlokjes. Ondanks dat de exploitant in dit specifieke gebied het plan had om al die lijnen elektrisch te maken, het zat ook in de naam van de firma (Hollandsche Elektrische Spoorweg Maatschappij), kwam dit er nooit van. De eerste lijnen werden trouwens een halve eeuw later dan gepland geopend in het jaar 1912.

In eerste instantie nog met een beperkt lijnennet, maar na een paar jaar werd het hele routenet gereden en men deed dit met zowel passagierstreinen als met goederenwagons. Toch duuurde dit avontuur niet zo lang. Door de economische crisis in de wereld was het rond 1930 voor een groot deel al weer voorbij. Wat bleef was de verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen-Uithoorn  en verder door naar Nieuwersluis aan de Vecht. In 1950 was het ook hier over en uit en werden de lijnen ontmanteld. In 1972 brak men de boel definitief af, maar met dien verstande dat korte stukjes open bleven voor goederenvervoer, al dan niet ten bate van bouwprojecten elders. Het eerste stuk vanuit Amsterdam, werd omgebouwd en elektrisch gemaakt ten behoeve van de Stichting Museum Tramlijnen die er o.a. met normaal GVB-materieel op en neer rijdt naar station Bovenkerk in Amstelveen. Wat overbleef waren die bijzondere stationsgebouwen waarvan de bestemming door de loop van de jaren werd gewijzigd.

Het ene gebouw wordt nu bewoond, het station van Uithoorn is een restaurant geworden en het station van Aalsmeer Oosteinde een fietsenhandel. Het hoofdstation van Aalsmeer kreeg een makelaarskantoor onder dak en men zette er een oude diesellok voor de sfeer bij neer, maar die deden indertijd uiteraard geen dienst op deze lijn. Ook bij het oude station in Uithoorn zien we zo’n oud lokje staan. In datzelfde Uithoorn is de oude spoorbrug inmiddels omgebouwd voor de vrije buslijnen die het dorp verbinden op soortgelijke wijze als dat railvervoer uit die vorige eeuw. Het lijnennet van deze regiovervoerder was best fijnmazig en werd door de passagiers in die jaren zeer gewaardeerd. Later kwamen op al die trajecten bussen rijden. Efficient, warm en zo meer. Maar met veel minder sfeer. Al was het maar door die toch unieke stations die deze tramlijnen zo bepalend maakten in het veenlandschap aan de zuidkant van Amsterdam. En wie in Amsterdam zelf op zoek wil naar sporen uit het verleden. Bezoek dan eens het Haarlemmermeerstation. Begin- en eindpount voor deze tramlijnen in de hoofdstad en nu de thuisbasis voor die museumtrams.  (Wikipedia/Yellowbird)

Oase

Bosplan - trimbaan fotoserie 150907 div. 007Aan de zuidkant van de grote stad waar ik woon, werk en leef, bevindt zich een paar enorm uitgebreide groene zones die bij mensen van buiten onze stad nauwelijks bekend zijn. Zoals het Amsterdamse Bos dat in basis werd opgezet om niet alleen bleekneusjes uit de grote stad van de jaren twintig/dertig in de vorige eeuw van wat frisse lucht te voorzien, maar ook om de massale werkloosheid die toen heerste te helpen onderdrukken. Ergens in 1932 werd het project in fase 1 afgerond, daarna kwamen er nog wat stukken bij en zelfs na de oorlog legde men een nieuw deel aan ten zuidwesten van de toenmalige verbindingsweg tussen Amstelveen en Schiphol. Het Amsterdamse Bos is intussen verworden tot een flink groot woud vol spontane of aangestuurde natuur. Er zijn vennen en grote waterplassen te vinden, strandjes, wandelpaden en fietswegen, je kunt er via de zgn. Bosbaanweg met de auto in en wij zijn er dan ook al vele jaren lang regelmatig te vinden. Heerlijk wandelen bij het geluid van de vogels, het ritselen van de bladeren en het geblaf van de altijd in dubbele zin van het begrip uitgelaten honden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onze eigen Purdy was er ooit ook zo verzot op. Rennen en scharrelen, en als het even kon zwemmen in een van de poeltjes. Zij gilde het dan uit van plezier en zwom als een vis. Lijkt alweer zo lang geleden allemaal. Ik heb er persoonlijk nog wel wat meer herinneringen liggen. Maar die zijn meer voor een andere keer. Het Amsterdamse Bos werd bij de Amsterdammer bekend als het Bosplan. Naar het gemeentelijke plan dat tot dit bos zou leiden. En wat was dat plan eigenlijk goed. In de omgeving van toen lagen indertijd wat landerijen,  de nodige moerasachtige gebieden en verder wat ‘rommelgrond’. Men bouwde eind jaren twintig in het midden van het gebied een aanzienlijke heuvel van afval, wat goedkoop bouwmateriaal was, en stortte daarover heen aarde en plantte er bomen en struiken op. Het terrein werd zo wat glooiend en golvend. Het bos ruikt vooral in de zomer heerlijk. Zoals een bos hoort te ruiken. Heerlijk voor iedereen die zoekt naar wat rust.

WP_20160125_003En wie houdt van dynamiek, kom dan bij stevige westenwind eens langs, dan landen de vliegtuigen op de zgn. Buitenveldertbaan en dan lijkt het wel of ze midden in het bos de landing willen inzetten. Ik kijk er als liefhebber altijd met veel plezier naar. Stukje verderop, aan de rand van de chique wijk Buitenveldert en begrenst door de Amstel ligt nog een prachtig gebied. Ik beschreef het al eens eerder. Het Amstelpark. Ooit onderdeel van de opzet voor de begin jaren zeventig gehouden Floriade-expositie. Die tentoonstelling verdween, het park bleef. Prachtig, rustig en interessant. Voor hen die er oog voor hebben. Beide groengebieden zijn voor ons simpel te bereiken. Met de auto, fiets of als het moet lopend. Je kunt er heerlijk vertoeven en waant je zeker niet in de grote stad. En wellicht maakt dat Amsterdam wel extra zo’n aantrekkelijke stad om in te wonen. Of voor toeristen om te bezoeken. Niet allemaal komen ze voor de Wallen, musea of Coffeeshops. Als ik de talen hoor die hier in die bos- en parkgebieden worden gesproken heeft het nieuws over al dat groen ook mensen van elders bereikt. En dat is goed. In de winter is het allemaal weer voor de Amsterdammers. En voor hen is het natuurlijk ooit bedoeld geweest. Als Oase in de drukke omgeving van een enorme stad. De hoofdstad!