Lekker eten en gevallen bestek…

We aten onlangs met lieve vrienden weer eens op een bijzondere locatie. Voldoende bijzonder om er even een verhaaltje aan op te hangen. Niet zo maar een horecagevalletje voor een standaard recensie maar in dit geval een school waar men jonge mensen het schone vak van restaurateur, hotelier of manager in een soortgelijk bedrijf bijbrengt. Op VMBO-niveau, maar wel zodanig dat men kan doorstromen naar het HBO op dit gebied. Het instituut achter die school heet Hubertus & Berkhoff en zetelt in een fraai nieuwbouwpand in een straat tegenover het RAI-complex in Amsterdam-Zuid. Een plek waar je in een tot restaurant (met bar) omgetoverde ruimte van de school wordt ontvangen alsof je bij een veel-sterren-zaak gaat eten. Uiteraard hadden we ver van te voren gereserveerd, het loopt hier niet onverwacht, storm! De ons toegewezen tafel werd bediend door een jonge dame die in de derde klas van haar opleiding zat en dit jaar richting eindexamen zou gaan. Deze avond was een vuurproef voor haar en dan meteen vier van die ‘oudjes’ aan tafel die nog lastige vragen stelden ook.

Over extra water, welke wijn ze te bieden had en zo meer. Ze had haar lesje echt wel ingestudeerd, maar die extra dingen brachten haar van het stuk. Net zoals de ‘pulletjes’ die andere tafels bedienden. De een met een veel beter verhaal dan de ander, soms een leemte in de kennis invullend met een fraaie uitleg. Die overigens nergens op sloeg, maar dit terzijde. De een heeft het in zich, de ander niet. Hoe dan ook, men bekwaamt zich hier ook in het koken en jongelui die later in de keuken de gevestigde orde van sterrenkoks concurrentie willen aan doen hadden een fraaie opdracht om een viergangendiner voor te schotelen dat ook nog lekker was. En….dat was het. Van een amuse die bestond uit een Komkommer yoghurtsoepje met een crostini met eiersalade, tot een voorgerecht waar we knolselderijsalade met Ardennerham, gerookte kip en longhaas geserveerd kregen.

Hoofdgerecht was geroosterde vis van de dag met pasta en knolselderijpuree, groenten en wat zelf gesneden frietjes. Als dessert gepaneerde chocolade bavaroise met mousse van witte chololade, yoghurt en rood fruit. Buitengewoon smakelijk allemaal en de uiteindelijk gekozen wijnen van uitstekende kwaliteit. Onze hostess had het lastig. Een wijnfles viel om, gelukkig nog niet van kurk ontdaan, ze liet bestek vallen, gooide een glas om, maar loste alles keurig op. Rust is vaak een goede raadgever. We aten lekker, vonden de ambiance prima, het gezelschap was meer dan plezierig en de service goed. Voor 20 Euro per couvert (incl. fooi) was dit een koopje. Als ze weer zoiets bieden gaan we opnieuw kijken of we kunnen reserveren. Een echte aanrader. En bij die jongelui komt het in een aantal gevallen zeker goed. Mits ze dat examen hebben gehaald natuurlijk.

Lekker maar duur; Ron’s Gastrobar!

wp_20161121_001We waren zeer benieuwd hoe het eten er zou zijn en zeker ook de vaak door andere bezoekers geroemde ambiance. Ron Gastrobar in Ouderkerk a.d. Amstel is een van de vestigingen van deze door meesterkok en prima ondernemer Ron Blauw opgezette keten. Befaamd om de goede keuken, in dit geval een Indonesische. Meester Ron Blauw zelf was tijdens ons bezoek aan deze vestiging niet te vinden in het restaurant. Het wordt gedreven door een team van zijn gespecialiseerde chefs. Deze zaak is te vinden aan de Amstelveense en zuidelijke kant van Ouderkerk, vlak bij het vermaarde Groot Paardenburg en Loetje. De entree doet niet vermoeden dat hier een redelijk ruim restaurant achter ligt. Dat is in een soort T-vorm opgezet, waarbij de bovenste streep van de T aan de achterkant te vinden is. Mooi ingericht dat restaurant, weinig mis mee. Dat geldt ook voor de menukaart, al is dat meer een folder dan een echte kaart. De gerechten zijn interessant, maar de prijzen ‘stijf’. De grote rijsttafel die wij bestelden was nog wel te doen, maar alles wat je extra bestelde kostte geld. Een fles water (zonder bubbels) zelfs 6 euro. De wijn, van behoorlijke kwaliteit, 22 Euro. Toetjes zijn allemaal 9 Euro. Dat zijn geen budgetprijzen.

Overigens was het eten verfijnd lekker. Je overeet je er overigens niet aan, ons van oudsher bekende Indische restaurant Djago in Amsterdam-Zuid biedt domweg grotere porties, maar de smaak was zeker op hoog niveau. Dat gold niet voor de bediening. Die was (gestoken in uniform van een of ander cateringbedrijf) netjes, efficient, maar weinig persoonlijk. En het geluidsniveau in het restaurant is domweg te hoog. We konden aan de toegewezen tafel met goed fatsoen niet met elkaar praten zonder de stem stevig te verheffen. Dat is in goed gezelschap best een nadeel. Er was door de vriendin uit ons gezelschap die ons had geintroduceerd in het restaurant vooraf bij reserveren aangegeven dat we een jarige in ons midden hadden. ‘Daar zou men iets leuks voor doen’. Nou? Niks! Gewoon niet geregeld. En als je dat dan bij elkaar optelt zie je dat het rapportcijfer niet hoger komt dan 7.5. En dat ligt echt niet aan het eten. Dat was top. Maar er is meer nodig om je een leuke avond in een goed restaurant te bezorgen. En helaas was dat  nu net de zwakke schakel hier.

Muzikale bediening bij Humphreys

wp_20161027_092Onze vriendjes hadden de reservering gedaan zodat we na onze hoofdstedelijke museale tocht en de altijd leuke wandelingen door de binnenstad van Mokum, hongerig en wel zeker zouden kunnen aanschuiven. En dat voor een betaalbare prijs. Hun keuze was op basis van een eerdere goede ervaring Humphreys aan de Amsterdamse Spuistraat. Waar je voor nog geen drie tientjes p.p. een drie-gangen-keuzemenu krijgt dat echt genoemd mag worden. Dat geldt ook voor de drukte en de bediening. Humphreys heeft kennelijk een goede naam, het restaurant zat tijdens ons bezoek in de vroege avonduren tot de nok toe vol. Dat zijn, neem van mij maar aan, heel veel tafeltjes, en dito aantallen gasten. Een gekakel van jewelste is het gevolg en je moet soms even inschikken om anderen ook stoelschuif- en zitruimte te geven. Maar wij zaten op een prima plek en werden bediend door een jonge dame die drie avonden in de week hier werkte en verder studeerde aan de Frank Sanders-musicalacademie. En die we daarna meteen in de harten sloten waardoor de sfeer werd er alleen nog maar beter door werd. De gerechten zijn zonder meer lekker en verzorgd te noemen.  Voldoende keuze ook per gang. En de extra frietjes die wij bestelden werden zonder probleem gratis verstrekt. Zo zie je het graag in een restaurant. De wijn van het huis was van de zachte soort. Paste overal bij, een allemansvriend. Maar dat is precies wat wij zochten. Net als die grote karaf water die op tafel kwam. Over alles is nagedacht. De toiletruimte was onder in de kelder. Lastig voor ouderen die slecht ter been zijn, maar verder keurig verzorgd. Alles bij elkaar opgeteld verdient Humphreys voor de prijs/kwaliteitsverhouding en die geweldige bediening wat mij betreft een dikke 9! Zij hebben ook vestigingen in Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden, Nijmegen, Rotterdam (2x), Uden, Utrecht en Zwolle. Aanbevelenswaardige keten!

 

Chagrijn bij Limburgse Toekan

wp_20160917_008Was ik onlangs niet zo heel enthousiast ten aanzien van de Toekanvestiging in Vught, over de Heerlense vestiging waar we tijdens ons Duitse tripje in September overnachtten hebben we ook wisselende meningen. De Vander Valk vestiging in deze Limburgse plaats ligt een beetje verscholen aan de buitenkant van de stad. De eerste indruk is er een van verbijstering. Men had al gewaarschuwd voor ‘verbouwingen’ maar wat we hier zagen was pure sloop. De helft van het gebouw is verdwenen, een kale muur is je eerste indruk van het hotel. ‘Zijn we hier wel goed?’ de tweede. Maar dat bleek toch het geval en het hotel was drukbezet. De parkeerplaatsen voor de deur aardig gevuld. De ontvangst in de receptie was professioneel. Snel ingecheckt, kamer op de begane grond, trappetje af, en die was zeer ruim bemeten. Prachtige badkamer, met een apart toilet (ook echt apart), een grote doucheruimte en een gigantisch bad, dat van de slaapkamer gescheiden werd door een glaswand met een vernuftig blinderingssysteem. wp_20160917_003

Nooit eerder gezien, maar heel chique. De bedden van de boxspringsoort, lekker hard, de verlichting in de kamer en bij het bed dik in orde, zelfs met apart ingebouwde leeslampjes naast je kussen. Prachtig gedaan. Het uitzicht was even minder. Door de verbouwing gedwongen heeft men een noodonderkomen gebouwd voor de horeca-kant van het hotel. In een zwart gekleurd gebouw dat een paar jaar dienst moet doen. Maar dat was meteen ook ons uitzicht.  En dat niet alleen. Het horecagebouw kende ook een aantal lawaaiige afvoerpijpen voor keukenluchtjes en de airco. Precies aan de kant van onze hotelkamers. Het terras achter onze kamer, waar keurig twee stoeltjes waren opgesteld, was daardoor geen echt genoegen om gebruik van te maken. Beetje onzorgvuldig bedacht.

wp_20160917_007Maar die kamer op zich is een cijfers 8,5 waardig. Het uitzicht vanaf het bordes en zo een 6-. Komen we tot normaal een van de hoogtepunten van ons verblijf, het ontbijt. Dat moet je overigens tegenwoordig bij die Toekans apart betalen met de reservering. Men rekent er 15 euro p.p. voor, geen kattendrek. Was dat in Vught dan weer op en top verzorgd, in Heerlen kon het er mee door. Het geïmproviseerde gebouw kende nog wel wat sfeer, maar dat was niet te danken aan het personeel. Hoe anders dan in Brabant was het in Limburg afzien met dat personeel. Men was collectief chagrijnig en dat is toch een bijzondere ervaring voor de gasten. Was er een arbeidsconflict of zo aan de gang? De gezichten waren lang en een glimlach konden wij niet ontdekken. Ook dat maakt dat het rapportcijfer voor dit onderdeel van ons verblijf de 6+ niet overstijgt. Jammer, want gemiste kansen. Als je dan al iets moet compenseren voor die verbouwingen, dan toch door een team dat snapt waartoe al die gasten dienen. De Wifi is gratis in Heerlen en functioneerde redelijk. Er is voor de liefhebber ook een zwembad en sauna. Kortom men heeft hier veel te bieden, maar het mag allemaal wel iets vriendelijker. Nu wordt het eindcijfer een 7.0 en dat dankt men vooral aan de zeer comfortabele kamers en die geweldige badkamer.

Van der Valk Vught – op details slordig!

WP_20160810_005Ik verleg de verhalen over ervaringen met (horeca)bedrijven en instanties vanuit mijn Belgische schaduwblog voorlopig maar even naar dit intussen redelijk gewortelde mening blog. Dat scheelt me dubbel werk en ik denk dat de lezersgroep er ook wat groter mee is of wordt. Onlangs waren we te gast bij een van de vestigingen van de Toekanketen. In Vught deze keer. Ik kende deze vestiging nog niet, hij lag wat verscholen aan de lokale wegen rond Den Bosch, maar strategisch ten opzichte van de omgeving die we wilden verkennen. Zie daarvoor de eerdere blogjes over de St.Jan en Heusden. Zoals alles bij Van der Valk was de incheck efficiënt. Het hotelgebouw maakt een qua indeling ‘Britse’ indruk. Dat wil zeggen ‘rommelig’, je moet echt je weg zoeken.

WP_20160810_004Men gebruikt diverse gebouwen die met elkaar verbonden zijn via loopbruggen en trappen. Er zijn liften, maar ook die moet je ook zoeken. Op het tijdstip dat wij arriveerden, net iets te vroeg, kregen we zonder probleem de kamers toegewezen die we hadden geboekt. Ze lagen in een tweede gebouw op de begane grond. De auto kon er via de achterkant voor de deur worden gezet. Scheelt veel sjouwen als je de nodige bagage bij je hebt. Het bordes dat daartoe diende was overigens van de simpele soort. Grondplaten van grind, geen afscheiding tussen de kamers onderling, en bij de ene kamer wel een paar tuinstoelen, bij de andere niet. Opmerkelijk. Dat gold ook voor de kamer die ons was toegewezen.

WP_20160810_006Ik ben kritisch, zeker, maar voor de prijs van het gebodene wil ik ook wel een kamer die voor mekaar is. Nou dat viel iets tegen. Zo vonden we een enorme vlek in een van de geleverde fauteuils. Ook lag de kap van de grote schemerlamp op de grond. Die was ook stuk. Dat constateerden we meteen. Melding gemaakt bij de receptie (eindje lopen door die gangen en trappen). Dat zou men direct oplossen. Bij terugkomst op de kamer na een ronde door Den Bosch bleek dat ook het geval. Nieuwe kap op de lamp. Vlek nog in de stoel en de lamp zelf deed het niet. Had men dat niet even kunnen controleren? Een ander opmerkelijk aspect was dat het ligbad aan de lage kant was. In andere hotels met de toekan voor de deur zijn die vaak hoger. Dat is comfortabeler.

WP_20160811_001Dat geldt zeker ook voor de in die badkamer gebruikte ornamenten. Niet rond, maar hoekig, hypermodern wellicht, maar goed voor veel blauwe plekken, maar erger nog, door de positie t.o.v. de gebruiker, gevaarlijk heet. Zowel vrouwlief als ik kwamen er met ons linkerdijbeen akelig mee in aanraking. Hier keek men niet naar de menselijke maat. Bedden kregen van ons overigens een heel hoog cijfer. Heerlijk hard, genoeg stevige kussens, rustige omgeving, we sliepen als een roos. Het ontbijt (in een echt ongekend omvangrijke zaal) was van grote klasse. Bedenk het en men bood het aan. Kost wat, maar je krijgt ook echt iets. Zo wil je het en dit was een compliment waardig. Daar heeft men aandacht voor. Meer dan voor die kamers. En dat is jammer. Anders had men in Vught van ons een hoger cijfer gekregen dan het nu wat magere cijfer 7. House-keeping moet hier echt nog eens leren hoe het hoort. Wellicht in de leer gaan bij die mensen van het restaurant. Want die snappen het wel!

Aviodrome – revisited!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was al een tijdje geleden dat we er op bezoek waren geweest, dus tijd om weer eens een dagje in te plannen om het nationale luchtvaartmuseum Aviodrome te bekijken. Dat heet tegenwoordig ‘Luchtvaart-themapark Aviodrome’. Het museum dat met veel verve werd gestart aan het begin van deze eeuw volgde in Lelystad het oude van Schiphol bekende Aviodome op. In Lelystad had men de ruimte en zou men historie en moderne tijd kunnen combineren. Nieuwe managers, sponsoren en medewerkers, waarvan een deel vrijwillig, zetten een groots museum neer. Met een eigen platform voor de deur waar naar gelang de behoefte de nodige museale vliegende kisten konden worden opgevangen en afgehandeld. Dat ging goed tot de crisisjaren na 2008. De sponsoren haakten voor een belangrijk deel af. Het Aviodrome nam weliswaar gas terug, maar men redeneerde toen toch meer vanuit het bewaren van leuke items voor het nageslacht en de voorlichting, dan vanuit een echt zakelijk inzicht.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het ging dus goed fout, en de boel werd failliet verklaard. Daardoor verdween o.a. de Dutch Dakota Association uit de hangaar en moest het oude management het veld ruimen. Na enige onzekerheid kwam er toch een investeerder. Bedrijf uit de pretparkensector dat minder had met al die museale gedachten, maar wel wist hoe men gezinnen met kinderen moest vermaken. Het kost wat, maar dan krijgt je kind er ook iets voor terug. En dat is precies wat je nu op die locatie aantreft. Speeltuigen, kleine paadjes, films, afleiding, een restaurant vol friet en ander lekkers, terrasjes, zithoekjes, gras, kortom een ongedwongen kindvriendelijke sfeer. Dat is leuk. Maar wat je ook ziet is dat de zorg voor die oude vliegtuigen duidelijk achterblijft. Dat zie je binnen in het flink grote gebouw van het Aviodrome nog niet zo zeer terug, maar de buiten opgestelde toestellen lijden echt onder de invloed van het weer en gebrek aan onderhoudsliefde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De blauwe KLM-kleuren op de toch unieke Boeing 747 en Fokker 100 zijn aan het verbleken, en een oude DC-4 verloedert net als de aloude Antonov An-2 waar je zelf achter de stuuknuppel kunt zitten . Ook de Neptune en de oudste Grumman Tracker beginnen aardig te versloffen. De straaljagers die nu buiten staan, een Saab Viggen en Mig 21, lopen grote risico’s er over niet al te lange tijd uit te zien als de al tijden in slechte staat verkerende Gloster Meteor. In de onderhoudshangaar T2 zie je nog wel wat vrijwilligers werken aan het Nederlandse erfgoed. De DC-2 PH-AJU, een Trompenburg tweedekker, een Noorduyn Norseman. Daar ook staan wat kwetsbare toestellen gelukkig onder dak. Maar men laat de kosten voor wat ze zijn en dat is goed te zien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leuk voor de kinderen, voor de luchtvaartliefhebber wordt het wat afzien. Niet dat je hier nu niet naar toe zou moeten gaan hoor. Integendeel. De binnen-exposities zijn fraai, de vrijwillige gidsen aardig en deels aardig op de hoogte. Nadeel is wel de tamelijke hoge toegangsprijs (17,50 p.p.) het parkeertarief (6,00 per auto) en de relatief dure horeca. Een kopje (nee, bekertje) thee kost je 2,25. Dus pretparkprijzen wat zich ook doortrekt naar de al jaren aanwezige museumwinkel. Voor de liefhebber van een leerzaam dagje uit een aanrader. Voor de echte luchtvaartgek iets om gezien te moeten hebben. Voor ouders met kinderen zeker leuk. Maar de verloedering moet men hier wel goed in de gaten gaan houden. Roest ligt op de loer en dat is een slecht teken.

Meneer L en de nieuwe Sgoda…

Folder S-105 serie 1983 Scan10151Het boek waar ik nu aan werk, soms duurt zo´n schrijfproject langer dan je van tevoren kunt inschatten, vertelt het verhaal over mijn overstap van de luchtvaartsector waar ik een jaartje of 12-13 had rondgelopen naar die van de auto´s. Dat hield direct in dat je van b/to/b naar b/to/c ging, oftewel, van de zakelijke verkoop van service aan bedrijven naar directe verkoop aan particulieren. Ook dat heb ik een jaar of 13 gedaan. En met de merken die wij als dealer voerden in dat Amsterdamse garagebedrijf waar ik voor werkte kregen we heel wat klanten binnen die vielen in het hoofdstuk ‘bijzonder’. Ook al waren sommige heel aardig en leuk, er zaten er toch ook tussen die je liever kwijt dan rijk was. Dat zat soms in karakter, of de manier waarop mensen omgingen met ons als verkopers of onze werkplaatsmedewerkers. Tot de eerste categorie behoorde een zeer oude heer die zich ergens halverwege de jaren tachtig meldde voor een nieuwe telg uit ons gamma Tsjechische modellen. Ik vond het al een wonder dat de man nog liep, hij bleek later 91 jaar oud te zijn en was naar eigen zeggen ‘belangrijk geweest bij de organisatie van de World Press Photo tentoonstellingen’. Hij kwam van oorsprong uit Oostenrijk en had daardoor wel iets met de auto’s uit dat hedendaagse ‘zusterland’ Tsjecho-Slowakije, dat vroeger immers onderdeel was geweest van het Astro-Hongaarse Keizerrijk.

Skoda 105 S wit Heto 1985 Scan10586Het bleek een beminnelijk mens, al nam hij heel veel tijd in beslag. Zijn verhalen waren buitengewoon breed en wij hadden omwille van de tijd beschikbaar en de andere klanten die zich ook nog wel eens in onze showroom oriënteerden, een beperkt gevoel van geduld. Een deal sloot je normaal in 20-30 minuten was het credo. Dat ging bij de Heer L. niet lukken. Zijn vrouw, lieve oude dame, hemelde haar man uitgebreid op. Hoe belangrijk hij was geweest en hoeveel kilometers ervaring hij wel niet had. Nu was dat laatste meestal een reden om geen proefrit aan te bieden in het beoogde model, vaak was het juist die ‘uitgebreide ervaring’ die zorgde voor de meest stressvolle proefritten. Toch wilde meneer L wel even voelen hoe die ‘Sgoda’s’ reden. En dus werd er een demowagen voor de deur gezet en reed ik zelf even met de familie richting het Amsterdamse bos om daar in alle rust even wat rondjes te draaien. Dat beviel de man goed. Hij reed ronduit beroerd, de voet op de koppeling wilde maar niet omhoog komen en zijn gasvoet ging veel te zwaar omlaag. De arme demonstratieauto loeide en kreunde. Maar Meneer L en zijn vrouw waren overtuigd.

MB04Dit was een leuke auto voor ze en toen we weer terugkwamen in de showroom kocht hij uiteindelijk een nieuwe auto in de kleur lever-beige die Skoda indertijd in het gamma had maar vrijwel niemand wilde hebben. Een paar weken later kwam de heer L zijn nieuwe vervoer ophalen. Weer werd het een langdurige toestand. Afleveringen werden door ons uitgebreid gedaan, we legden graag uit waar de verlichting zat, we schonken koffie en zetten er een bloemetje bij voor de partner. Nadat de oude auto was ingenomen, een echt half overleden Austin Allegro uit het jaar kruik, kwam het moment dat de heer L met al zijn rijervaring vertrok. Gillend zette de nieuwe Skoda zich in beweging. We roken buiten staand zowat de koppelingsplaten. Hielpen hem de uitrit van de altijd drukke weg waar langs we gevestigd waren, veilig te nemen. Zwaaiden nog even en stapten weer naar binnen. De volgende aflevering wachtte. Slechts een minuut later hoorden we de klap. ‘Nee he’ spotten we nog. Maar het bleek ja. De heer L had ergens halverwege de weg waar hij op was gereden, besloten om te keren. Nerveus, natuurlijk. Maar daar kon je niet keren. Toen hij het toch deed kon een busje dat aan kwam snellen hem niet meer ontwijken. En dat was einde oefening. De mensen kwamen er goed uit, de Skoda was zodanig beschadigd dat die niet meer gerepareerd kon worden. Voor de werkplaats was dat jammer, weer een klant minder erbij. Maar voor de heer L was ook net zo jammer. Zijn rijbewijs werd ingenomen. Hij mocht niet meer autorijden. Wij hebben hem nooit meer gezien. Bijzondere klanten, net wat ik zeg….

In memoriam; oude digitale camera!

WP_20151010_002Onlangs probeerde ik het nog eens. Ik was de afgelopen zomermaanden weliswaar actief met fotograferen, maar nam daarvoor de smartphone mee of de compacte Japanner die me intussen al weer enige tijd vergezelt. Voor het Schipholwerk heb ik een grote Japanner met wissellenzen. Kortom, de Amerikaanse HP-Camera die ik nu een jaar of tien in mijn bezit heb deed vooral dienst als binnencamera. Voor de collecties en zo. Prima ding dat ik indertijd kreeg als alternatief voor een goedkopere HP die het na een sessie al liet afweten. De HP850 was een fijne compact camera, met nog slechts 4,5 MP, wat indertijd een enorme stap vooruit was vanuit de eerdere 1,5 camera’s die ik toen benutte. De HP had vier batterijen die redelijk lang meegingen, maar vooral een goede lens, een snelle processor en dat leverde goede kwaliteit op aan digitale foto’s. Ik liep er nog wel eens de stad mee rond om als een toerist overal plaatjes te schieten. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel waren die 4,5 MP’s toch wat beperkt en wilde ik meer. De Olympus camera’s die ik kocht als opvolgers hadden resp. 8,5 en 14 MP, de huidige smartphone passeert de 20MP al en heeft een geweldige lens om alles op te nemen.

WP_20151009_010De HP ging naar de secundaire fotosessies. Op een statief en dan maar foto’s maken. In totaal ruim 10.000 of meer. Lekker was dat je met een simpele druk op een knopje scherp kon stellen op 30cm afstand. Bij modelfotografie van groot belang. Maar juist daar ging het op enig moment verkeerd. Dat schakelaartje deed het op een bepaald moment meer niet dan wel. Ook raakte hij soms de datum kwijt in zijn geheugen. Maar het einde kwam sneller dan gedacht toen ook nog het dekseltje van de batterijhouder plotseling uit elkaar barstte. Het grendeltje compleet afgebroken. Natuurlijk nog even door geklooid met plakband en een elastiekje, maar alles bij mekaar opgeteld werd het toch een manier van werken die niet langer zo kon doorgaan. Afgelopen week was het afgelopen. Elke keer als ik een foto wilde maken schoot hij in een modus dat hij alles opnieuw wilde opstarten. Daar wordt je echt mesjogge van. Dus einde oefening. De HP gaat naar het grof vuil, onherstelbaar versleten. Ik doe hem met enig verdriet weg. Maar gelukkig lag er nog een Olympus met 8,5 MP, klein en handzaam en volledig van metaal. Nu eens zien of ik daarmee net zulke lekkere foto’s kan schieten als met de HP. Want een ding is zeker, kwalitatief kon die HP er wat van. Vandaar dit in Memoriam.

Schilders…

WP_20150521_002De laatste keer dat hier het huis werd geschilderd aan de buitenkant was ergens in 2007. En het op het oog professionele bedrijf uit onze woonbuurt dat indertijd de klus mocht doen deed dat achteraf bezien niet met de zorg en aandacht die je er van mocht verwachten. Ik heb in 2007 nog eens een blogverhaal aan de man besteed die het werk voor zijn baas deed. Een van de oudgedienden bij dat bedrijf, maar ook een met een handleiding, en die hadden wij vooraf niet gelezen. Men deed indertijd wat werd gevraagd, maar ook geen streek meer. En dat merkten we in de jaren daarna. Al snel verschenen er wat slechte plekken in het houtwerk, de verf verdween spontaan op andere plaatsen. Maar ja, wat moet je dan. Als houtwerk slecht wordt, moet je dan vervangen, is het te repareren? Ik neem voor die zaken graag de tijd tot ik aanloop tegen een of andere klusjesman die me even kan  adviseren en assisteren. Een ding doe ik in ieder geval niet meer, op de ladder gaan staan en zelf weer aan het schilderen slaan. De wereld is veel te ver weg als je op 4 meter staat en de klap als je naar beneden kiepert in mijn geval vermoedelijk dodelijk. Toeval wilde dat bij een lieve vriendin in de woonplaats waar wij ook nog eens een aantal jaren bivakkeerden onlangs een paar schilders aan de slag waren.

WP_20150523_006Ook die vriendin wil de boel graag bijhouden maar kan dat zelf door allerlei fysieke beperkingen echt niet meer. Al snel was een afspraak met de heren gemaakt. Marokkaanse Nederlanders, maar wel met een eigen klus/schilderbedrijfje. Ze kwamen, keken, offreerden. Goeie prijs en alle slechte plekken hadden ze zelf al heel snel te pakken. ‘Zullen we de schuur meteen meenemen? Die kan ook wel een verfje gebruiken’. Tuurlijk, graag. In de dagen voor het Pinksterweekend kwamen ze. Stipt op tijd. Drie dagen later waren ze klaar. Binnen het schema. Veel werk extra gedaan, maar alles binnen de grenzen van het financiele redelijke. Alles overlegd, elke manier van repareren werd even uitgebreid verteld, ik kreeg zelfs een cursus (..) op het gebied van twee-componenten-vulmiddel en de beste verf die Akzo-Novel leverde. Tijdens de koffiepauzes spraken we over wereldzaken, ik snap nu wat van het verschil tussen een Soenniet een Shiiet, en daarna ruimden we op. Trots met een huis dat er tenminste aan de buitenkant uit ziet alsof het gisteren is opgeleverd.

WP_20150523_003Andere kleur ramen en deuren, veel aandacht voor detail. Zo werden de ramen ook nog eens extra gekit, wat vochtinwerking tegengaat. Kleine details, maar in de praktijk extra degelijk voor het bijhouden van… Ik ben er dik tevreden over. Kijk, dat is nog eens schilderen. Dat je drie dagen lang twee vreemde kerels over de vloer hebt is wel weer een hoop ‘gedoe’. Op Pinksterzondag was het onze eigen taak om alles schoon te maken, want er komt toch stof vrij en spetjes op de ramen krijg je er gratis bijgeleverd. Maar ja, het is het grote resultaat dat telt. En dat is zeer fraai…al zeg ik het zelf. Net alsof ik het zelf heb gedaan….Maar ja, dat laatste gelooft intussen niemand meer….

Action, zegen of virus?

Lidl winkels kom je door heel Europe tegenZoals er pakweg tien jaar geleden nog mensen waren die stellig waren in hun afwijzing van de Lidl of Aldi, velen doen van alles om hun zelf bedachte imago hoog te houden, zo zijn er ook mensen die niet bij de Actionketen willen kopen. Nu moet iedereen dat zelf weten hoor, niemand is iets verplicht in dit land. Voor wie het niet weet, Action is een supermarktketen die van alles en nog wat verkoopt waar je vaak helemaal niet op zit te wachten, maar wat wel heel nuttig is als je het eenmaal hebt en waarvan de prijzen ongeveer 30-50% lager zijn dan bij de concurrentie. Niet voor niets heeft de keten intussen 1000 filialen of zo en zitten ze nu ook al in de landen om ons heen. Het is een bedrijf met een grote expansiedrift en een magneetwerking op koopjesjagers of mensen die slimmer zijn dan hun buren, vrienden of familieleden. Niet alleen is de prijs laag, veel van wat men biedt kan de toets der kritiek goed doorstaan. Kijk maar eens naar het aanbod aan verf, de auto-accessoires en onderhoudsartikelen of zoiets simpels als knoflookbrood voor bij de soep. Dat laatst spul kost je per zak E. 0,89. Bij de Sligro, toch een groothandel voor de horeca, kost een zak E. 1,00, maar dan wel exclusief BTW.

Action ZuidKortom, Action gaat voor de prijs en dan moet je bepaalde aspecten op de koop toe nemen. Is het een foute keten? Wat mij betreft zeker niet. Ik beleef er vaak erg aardige momenten, zoals onlangs toen ze een serie Russische automodellen verkochten van het bekende uitgeversmerk d’Agostini. Voor nog geen Euro per stuk, waar die modellen ooit 15 euro kostten in combinatie met een of ander magazine. Het zal duidelijk zijn dat de verzamelaars zich verenigden en de boel leeg kochten. Voor sommigen was dat de eerste keer dat ze er kwamen, maar zeker niet de laatste. Maar die Action kent ook wel wat nadelen. Zoals ik onlangs las in een artikel van een econoom die ons Nederlanders waarschuwde voor de verloedering die op de loer ligt als wij maar door blijven gaan met onze budgetaankopen. (Hij noemde in dit verband ook Primark). Want veel van dat verkochte spul komt uit China en trekt alleen daardoor al werkgelegenheid weg uit Europa en ons land. Daarnaast zorgen dit soort ketens er volgens de auteur voor dat andere winkeliers er onder door gaan en moeten stoppen met ondernemen.

Action AlmereZe kunnen domweg niet tegen de prijzen op die door ketens als de Action worden geboden. Het ultieme gevolg, onze samenleving valt uit elkaar omdat we niet meer op kwaliteit maar vooral op bezit zouden winkelen. Ik heb er over nagedacht en kan me er wel iets bij voorstellen. Maar ja, dat geldt dan ook voor aankopen bij andere goedkope ketens en moeten we die vanuit die economische theorie ook maar gaan mijden dan? Net zoals goedkopere kleine auto’s, zelftankstations en telefoonaanbieders met abonnementen van een tientje per maand of zo? Ik denk dat het wel meevalt. Zoals het ook deed in de jaren zestig van de vorige eeuw toen we massaal overstapten op aankopen bij De Gruyter, Simon de Wit en Albert Heyn. En de aloude ambachtelijke kruideniers en melkhandelaren lieten zitten met hun waren. Ben benieuwd hoe jullie hier tegen aan kijken en wie er principieel niet naar een keten als de Action gaat voor wat aankopen. Is dat dan omdat je geen filiaal in de buurt kent, teveel geld bezit of omdat je je schaamt slim te zijn en niet te veel geld uit te willen geven? Ben benieuwd! (Action foto’s komen van het www.)