Waar mijn persoonlijke mening wordt geventileerd…Alle teksten en beelden vallen onder mijn persoonlijk copyright en mogen nooit worden benut, gekopieerd of gebruikt door derden zonder mijn specifieke toestemming. Ook de gebruikte afbeeldingen vallen (mits anders vermeld) onder deze standaardregel.
Nou die vraag stelde ik me ook toen ik uit de oude inventaris van schoonmama die deels werd verdeeld over de nakomelingen en ook voor een ander deel richting de kringloop verdween, een kanarie op batterijen vond. Het ding was stuk, hij zat op een plastic stammetje toen zij hem nieuw had gekocht, maar door de jaren heen is hij daar vanaf gevallen en was een van zijn pootjes gebroken. De lol van het ding was ook dat hij via een sensor beweging detecteerde en dan begon te zingen en met zijn robotkopje schudde. Zij vond het ooit prachtig en telkens als we op bezoek kwamen liet ze het ding zien. Maar eenmaal stuk keek ze er niet meer naar om. Na haar verscheiden vond ik het als modelbouwer wel een uitdaging om de constructie weer te herstellen. Dat lukte met behulp van de juiste lijmsoorten prima. Maar hij zweeg ook daarna in alle talen. Dus batterijhouder open gemaakt en de ongetwijfeld lege exemplaren (kleine knoopjes) vervangen door nieuwe. Het resultaat….hij piepte een keer en schudde met zijn kopje. Daarna werd en bleef het stil. Toch structureel stuk?? Ik was het ding bijna vergeten tot ik onlangs langs de boekenplank liep waar hij na die reparaties geparkeerd werd en het ding in volle heftigheid ineens begin te zingen en met zijn kopje schudden. Huh??? En sindsdien wordt ik in mijn mancave telkens verwelkomd door dat robotdiertje en moet ik altijd denken aan hoeveel lol zij had met dit soort aankopen. Want ze kocht wat van die elektronische spullen. Altijd gefascineerd door wat zo’n ding kon of hoe leuk het was dat het digitale klokje wat ze ooit kocht automatisch op winter/zomertijd sprong omdat dit op afstand via een of andere zender werd gedaan. Ze had er een stuk of vijf.. Maar dat kanarie-vogeltje is by far de leukste. Het minst nuttig wellicht, maar goed voor de glimlach. Zeker als hij na drie maanden ineens tot leven komt…. (Beeld:Prive)
Noemen sommige mensen zonder verstand van zaken hetgeen ik al sinds mijn pakweg 12e levensjaar doe. Het in elkaar zetten van schaalmodellen. Indertijd was dat een hobby voor vrienden onder elkaar. Had de een net een nieuwe Spitfire van Airfix gekocht, dan haalde de ander een tweemotorige Bristol Beaufighter van het zelfde merk of pakweg een Messerschmitt om later luchtgevechten onder elkaar mee uit te knokken. Moest er wel eerst gebouwd en gelijmd worden, en waar mogelijk, geschilderd. Ik had het geluk dat ik af en toe kon putten uit de voorraad autolakken die in ons huis altijd beschikbaar stond aan de handelsbehoefte van leasepa.
Die wilde nog wel eens een voorraadauto doen voorzien van een nieuwe laklaag en dan bleef er altijd verf over. Groen, beige, bruin…net de juiste kleuren voor camouflage-patronen op die schaalmodellen. En die autolak bleek harder dan de normale (en dure) modelbouwlaksoorten. Hoe dan ook, mijn generatie groeide op met dit fenomeen. Niet in de laatste plaats door de Britse modelbouwindustrie die toen nog volledig dominant was op dit terrein. Het al genoemde merk Airfix was een producent die voor weinig geld modellen in plastic zakjes verpakte en dan de bouwtekening en voorbeeld van het ‘echt vliegende model’ omgevouwen vastniette aan de bovenkant van die plastic verpakking. Men leerde zo niet alleen vliegtuigen op schaal kennen maar ook tanks, schepen en auto’s. Later zou het merk net als de Amerikaanse concurrentie doosjes als verpakking gebruiken waarbij ze ook opschaalden naar grotere modellen. Het had meteen ook effecten voor de prijs….
Het merk is nog steeds een belangrijke en de meeste mensen hebben er wel eens van gehoord. Ook een grote naam was Revell, dat nog steeds bestaat, nu volledig in Duitse handen is, maar ooit puur Amerikaans was. Loop een beetje speelgoedwinkel binnen en Revell staat op je te wachten. Waren dat vroeger betaalbare modellen, tegenwoordig ben je zo tussen de 70-100 euro per doos kwijt. En dan moet je nog beginnen. Alleen al aan verf komt er dan al snel 10-20 euro achteraan en een tubetje lijm is ook zo 5 euro. De kosten stijgen maar gelukkig groeit de nieuwe groep modelbouwers ook. Het in elkaar zetten van zo’n model is overigens geen kinderspel meer.
Het vraagt inzicht, geduld, wat technisch vernuft en ook een stukje referentiemateriaal v.w.b. kleurenschema’s etc om zo een representabel model neer te zetten. Mij leerde het ook om geduld te hebben bij de bouw. En als je dat niet meteen als eerste karaktereigenschap bezit is het zelfs therapeutisch. Hoe dan ook, modelbouw is tegenwoordig net zo min kinderwerk als pakweg het in elkaar zetten van ingewikkelde Lego-constructies. Nog los van de vergelijkbare kosten. Want wie denkt dat Lego iets is voor kinderen….helemaal mis. De meeste dozen vol van dat Deense spul zijn in handen van volwassen kerels en een enkele vrouw. Die met veel geduld dagen aan het bouwen zijn…..Ik herken dat wel. Maar legpuzzels leggen….? Nee, daat heb ik het geduld dan weer niet voor….. (Beelden: archief)
Zo omschrijven veel mensen van volwassen leeftijd zonder al te veel eigen liefhebberijen de gedachte dat je met een doosje plastic onderdelen en een tekening iets in elkaar gaat zetten dat moet gaan lijken op een vliegtuig, maar dan op schaal. En vul voor dat woord vliegtuigje maar in; autootje, treintje, bootje, huisje of wat ook. Want de plastic modelbouw wereld is veel groter dan sommigen zich realiseren.
En voor de goede orde, was dit ooit een meer dan betaalbare hobby, tegenwoordig moet je flink diep in de eigen zakken of budgetten tasten om je een aardig model te veroorloven. Kijk maar eens in het eldorado voor grote en kleine liefhebbers van het vliegende spul, de Aviation Megastore in de Zuidwesthoek van Schiphol, aan de rand van de Ringvaart en de oude N201. Wat je daar aantreft aan keuze en schalen is onvoorstelbaar, maar dat geldt ook voor het geld dat op de kassa achterblijft als je iets van de gading hebt gevonden.
Die modelbouwindustrie bestaat niet alleen meer in Engeland of Amerika. Tegenwoordig zijn Chinese, Japanse, Tsjechische of Poolse bedrijven wereldwijd dominant en wat zij aan detaillering en potentiele bouwkwaliteit bieden is ongekend. Je betaalt iets, maar dan krijg je ook wat. Een beetje modelbouwer bedient zich ook van het juiste referentiemateriaal, verf, lijm, gereedschap en zo meer. Alles bij elkaar best een kostbare geschiedenis.
Hoe anders was dit toen ik nog een klein ventje was en met zeer weinig zakgeld mijn eerste modellen aankocht. Dat waren in de meeste gevallen kits van Airfix. Een Brits bedrijf dat al sinds 1939 bestond en na een paar jaar andere speelgoederen te hebben geproduceerd in 1949 kwam met de plastic kits die het zo beroemd zouden maken. Met veel pijn en moeite en geleend geld kreeg men de productie van deze simpel te bouwen kits voor mekaar en deed men de slimme zet door die kits te verpakken in plastic zakjes die werden afgesloten via een omgevouwen papieren bouwtekening met aan de buitenkant een fraai getekend actiebeeld van het te bouwen vliegtuig.
Voor weinig geld te koop en elk jaar weer een paar nieuwe. Via de lokale speelgoedwinkels te vinden. Later voegde men auto’s, tanks, boten en zo meer toe aan het gamma. En door het toen recente verleden, de twee wereldoorlogen waren maar relatief kort geleden afgelopen, had men geen enkele moeite met voorbeelden vinden die jonge bouwvakkers van deze kits konden aanspreken.
Latere kits groeiden in omvang, kregen kartonnen verpakkingen, hogere prijzen maar ook een sterk verbeterde vormgeving en kwaliteit. Burgervliegtuigen werden toegevoegd en zo kon een jeugdige modelbouwer doorgroeien naar een aardige expert op dit gebied. Ik werd er daar een van. Heel wat Airfixkits sier(d)en mijn collectie. Helaas had mijn moeder vroeger de ellendige gewoonte om nu net in mijn uitgestalde collectie te gaan stoffen…Heel wat schade was het gevolg. Airfix bracht later ook dozen vol ‘soldaatjes’ die je kon inzetten bij zelf gebouwde kopie-veldslagen. Je kon er het ‘Wilde Westen’ mee invullen of een of andere Brits koningshuis met gevolg van eeuwen her in het zonnetje zetten.
Alle bijbehorende mannetjes schilderen was best een dingetje. Voor mij zelf waren de grote bommenwerpers uit WO2 meer van de gading. Grote kits, veel werkende onderdelen, de beschilderingen, en als ze dan klaar waren een parkeerplek vinden. Het was een ware uitdaging. En terwijl ik me netjes hield aan de bekende schaalgrootte 1:72 ging Airfix ook over naar 1:48 of zelfs 1:24 en dan kreeg je enorme kits voor je handen waarin men zelfs een elektromotor verwerkte waarmee je propellers kon laten draaien…. Intussen is die modelbouw toch iets meer voor de specialist geworden. Jongelui willen dat niet meer, die zitten op hun kamer met digitale games en hun smartphone. De ware liefhebber toch een slag ouder en professioneler. Maar wat heb ik er nog mooie herinneringen aan. Airfix bestaat nog steeds. Net als ik. Soms vergrijp ik me nog wel eens aan een opgeslagen kit van de bergzolder. En heb weer net zo veel plezier als vroeger….. Kinderhanden zijn snel gevuld…en als je jong van geest bent geldt dat ook nog steeds….. (beelden: Yellowbird archief)
Als je dan al wat ouder wordt krijg je bijna zonder dat je het beseft ineens gevoelens die nog het beste omschreven kunnen worden als nostalgie. Gebeurtenissen uit het verleden, eten, plekken waar je te gast was, of namen die best een grote betekenis hadden. Een daarvan is onlangs om allerlei redenen aan zijn einde gekomen. Fleischmann, bekende fabrikant van elektrische treinen en aanverwanten. 125 jaar oud al en een jaar of 40/50 geleden behorend tot de kern van de hobbywereld van treinengekken. Ik was er niet zo mee bezig al had ik uiteraard wel een elektrische trein en was die ook van Fleischmann afkomstig. Een familielid van ons had een uitgebreid emplacement met dat spul en de hoofdrolspeler in die zelf gemaakte wereld ging regelmatig naar Duitsland voor weer een nieuwe aanwinst. Een stoomloc, wagons, een zware diesel-elektrische locomotief of wat ook. Gestaag groeide zijn collectie en af en toe werd de baan opgezet voor gebruik en genoten we er als familie net zo van als hij zelf.
Na zijn verscheiden werd de treinenbaan aan ons geschonken. Zoonlief speelde er nog een tijdje mee, maar deed dat niet met veel respect. Dus verkochten we de boel, met uitzondering van die ene stoomloc met tender en de dieselloc die ooit met veel trots uit Duitsland waren opgehaald. Fleischmann, met alle denkbare extra’s van toen. Zoals verlichting. Ze staan hier bij mij in het hobbymuseum. Al jaren. Of ze nog kunnen rijden weet ik niet, wellicht te stoffig geworden? Al smeerde ik de boel wel regelmatig. Waarom ging dat merk ondersteboven? Of waarom overkwam dat andere grote modeltreinmerken van vroeger ook al eerder? De markt is weg. Treinen zijn uit, de nieuwe generaties zitten liever achter een spelcomputer of zoiets en die rond rijdende treinen interesseert de jonge garde niet of nauwelijks meer. Een trein is geen wonder der techniek meer, het is een vervoermiddel en het uiterlijk van die dingen is ook niet aansprekend genoeg.
Een beetje stoomloc had ook voor mij iets wat ik ook altijd terugvond bij oude propellervliegtuigen. Avontuur lonkte als je er naar keek en dat avontuur op schaal naspelen was een echte hobby. In de koude wintermaanden lekker bouwen aan de entourage voor die treinen? Wie doet dat nog? De hele modelbouwsector heeft het lastig. Veel namen verdwenen, ook oudere. En dat zie je terug in de schappen van de nog overgebleven speelgoedketens. Je moet je best doen om nog een stukje ‘ouderwets’ speelgoed te vinden. Niks treinen, vliegtuigen, auto’s of modelbouwdozen. Elektronica moet het zijn en meuk uit China. Daar kon Fleischmann dus ook niet meer tegen. Het bedrijf slankte af en af, werd mager als een kerkrat en moest uiteindelijk het faillissement aanvragen. Er is een kansje dat ze nog terugkomen, maar dan moeten de enorme schulden en pensioenlasten voor oudere werknemers verdwijnen. Of de omzet van het bedrijf na herstart weer zal groeien zal de tijd leren, maar ik betwijfel het. En koester intussen die twee oude locs uit een ander tijdperk. Want je wordt toch ouder pappa….