Schnitzel aan de Rijn..

Altijd als we even in die buurt vertoeven trachten we ook een typisch Duitse schnitzel tot ons te nemen in de soorten en maten die dat land nu eenmaal haar bekwame eters voorschotelt. Dat doen we dus ook in Kleve/Emmerich, waar we best wel eens voorbij komen. Liefst op een terras aan de Rijnboulevard waar we dan dat schitterende uitzicht op de voorbij varende schepen er bij krijgen. Zeker bij zonnig weer een bonusplekje. En we hebben op die lokatie onze vaste adresjes. De keren dat we eens iets anders tegenkomen en daar dan neerploffen valt het veelal toch tegen. Maar onlangs kregen we bij Himmer’s Bistro 852 een schnitzel geserveerd die zijn weerga niet kende.

Niet alleen door de malsheid, maar ook omdat het ding zelf zat volgestopt met ham en kaas als een Gordon Blue. Daarbij heerlijke verse frietjes en wat salade als dressing. Het was niet alleen ‘werken’ om dat enorme stuk vlees weg te werken, zonder ook maar iets af te doen aan de kwaliteit trouwens, je wilt ook niet dat de boel koud wordt. Nou, dat werd het niet. Bloedheet, zoals het hoort en gewoon genieten van alles om je heen. Die Rijnboulevard in Emmerich is veelal rustig, en de enige passanten die er passeren zijn vaak Nederlandse of Duitse dagjestoeristen op de fiets. Er wonen volgens mij vooral pensionado’s in de appartementen en flats aan die boulevard en die wandelen er ook wat op en neer.

Die gemoedelijke sfeer is goed voor de spijsvertering en dat maakte de Schnitzel Gordon Blue extra smakelijk. Men bediende op het terras ook met een vriendelijke glimlach, efficient, en ook nog eens betaalbaar. Want met alles er op en aan, inclusief fooitje, waren we drie tientjes kwijt voor ons twee. Waarbij vrouwlief dan een andere variant op het schnitzelthema had uitgekozen. En ook nog eens de helft daarvan mee moest nemen naar huis i.v.m. de omvang van dat stuk vlees. Himmer’s Bistro 852 krijgt een dikke 9.0 van uw meninggever. Meer dan verdiend. Aanrader!

Mozes

Hittegolf-temperaturen zijn vaak lastig om mee om te gaan. Zeker als je onderweg bent van punt A naar B en onderweg een plek wilt vinden om het gezelschap op te splitsen dat een paar dagen intensief met elkaar rond trok door Brabant en Belgie. Maar op enig moment jammer genoeg toch de eigen weg huiswaarts weer moet aanvaarden. Onze keuze viel dit keer op het plaatsje Goirle dat net ten noorden van de Belgische grens gelegen is en vlak onder Tilburg op de landkaart staat. Aardig plaatsje met de nodige voorzieningen en een aardig aanbod in horeca. Maar dan moet je niet zoals wij dat wilden, iets ‘kleins’ willen eten en vooral het nodige drinken om de vochtreserves aan te vullen bij een tropische temperatuur van 35 graden. Het bleek lastig. En in Goirle zijn sommige zaken op dit gebied echt aan de prijs. Een nieuwe trend in  de horeca is om prijzen op de kaart te zetten in enkele cijfers. Dus niet E. 6,99 of zelfs E. 7,00, maar gewoon 7! Het blijft bijzonder.

Na wat rondlopen en proberen op andere terrassen (druk, weinig schaduw, geen plek) kozen we voor Mozes. Meteen al leuk doordat men er aan de Bergstraat een kei voor de deur heeft staan die wordt vastgehouden door twee metalen staanders. Leuker was natuurlijk een opengemaakte zee of zo, maar daar zal men geen vergunning voor hebben gekregen. Die steen staat vermoedelijk voor het Stenen verbond uit de Bijbel of die ene steen die uiteindelijk de tien geboden bevatte volgens dat heilige boek. Hoe dan ook, het terras lag aan de westkant van het pand en daar was nog wat plek. Ondergaande zon, beetje wind, gezellige sfeer.

Het was er goed uit te houden. De drankjes stonden snel op tafel, net als het in potten opgediende ijs, maar de bestelde snacks kwamen niet. Was men vergeten! Dat viel wat tegen, want verder had men de zaken aardig voor mekaar met leuke meiden die hard werkten in dat warme weer en die fraaie ambiance. Toiletruimte was hier bescheiden maar netjes. Kortom, Mozes verdiende uiteindelijk een rapportcijfer 8.0! Keurige zaak, goede keuze als je hier in de buurt bent.

De Toekan in Eindhoven

Als we samen met onze Zuid-Hollandse vriendjes ons jaarlijkse tweedaagse uitje plannen is ManGoud meestal degene die de planning doet op het gebied van waar we voor een relatief lage prijs kunnen verblijven in een hotel met het nodige comfort. Ik ben dan weer altijd degene die aandringt op dat comfort. Bad, wifi, airco en vrij parkeren zijn toch wel de zaken die er toe doen stel ik dan. En het lukt hem vrijwel altijd om aan die wensen te voldoen. We hebben dan wel middels dat wensenpakket door de jaren heen op allerlei wonderlijke plekken gelogeerd, maar nooit met spijt achteraf of zo. Dit jaar kwamen we terecht in Van der Valk Eindhoven. Een groot hotel met de toekan op het dak, vlakbij de doorgaande snelwegen richting Duitsland, Limburg of het noorden. Ik kende het hotel van vroegere zakelijke ontmoetingen of een kopje koffie met een vriend(in) na een leuke trip. Maar echt gelogeerd? Nee! Nou dat was bepaald een gemis. Zo bleek wel bij ons recente verblijf daar..

Want dit hotel is door- en door comfortabel. Het personeel buitengewooon gastvrij en aardig en de kamers tip-top op orde. Gewoon veel ruimte voor het bedrag wat men vraagt. Tijdens de bloedhitte die ons land trof in de tweede helft van de maand juli was de airco goed in staat om de kamer tot een oase te maken en het geluid van dit systeem zodanig op de achtergrond dat ik zowaar nog lekker sliep ook. En dat is iets wat me bepaald niet overal lukt. De grootste verrassing was echter het ontbijt. Echt, ik ken mijn plekjes op dit gebied en zelfs bij andere Toekan-vestigingen werd ik altijd overweldigd door het aanbod, deze keer sloeg echter alles. Ik heb zelden zo’n assortiment aan brood, fruit en drankjes of hapjes gezien en daarnaast biedt men ook nog een kok aan die allerlei zaken vers voor je klaarmaakt terwijl je wacht.

Het maakt ontbijten hier tot een feest. En dat feestje vierden we ten volle. Het was een geweldig verblijf. Wellicht dat je een aanmerking kunt maken op het feit dat koffie en thee hier uit automaten moet worden gehaald, maar dat is kniesorenwerk. Het hotel kent bij de hoofdingang een geweldig leuke visvijver waar je met een bruggetje overheen wordt geleid. Er is een zwembad (niet benut dit keer) en er zijn leeshoeken en kleine convienience-shops in de lobby. Positieve indrukken die door een enkel klein feitje een half punt aftrek zouden verdienen. Vanaf de hoofdingang loopt een zebrapad (prima!) naar de parkeerplekken voor het hotel. Alleen heeft men een ondoordringbare heg neergezet tussen de twee grote onderdelen van die parkeerplaatsen. Gek genoeg loopt die zebra aan de andere kant door. Maar die heg moet dus daar gewoon weg. Nu moesten we met bagage een aardig eindje in de hitte over de rijbanen lopen om weer bij de auto te komen. Maar goed, dat maakt ons zeer positieve rapportcijfer dan 9,5 ipv 10. Verder is dit een heerlijk hotel om te verblijven als je in deze omgeving wilt of moet verkeren…(Beelden: Internet/v.d.Valk)

Overdekt terras; Harrels Lelystad!

De provinciehoofdstad van Flevoland is nog altijd Lelystad. En dat is niet meteen een garantie voor grote aantrekkingskracht. Maar als je er in de buurt bent omdat het Aviodrome (zie blog 31-07 jl)je lokt en je ook nog even een rondje kringlopers deed om links en rechts nog wat aardigs te scoren voor je collectie, krijgt de trek in iets eten of drinken je vanzelf te pakken. In het voor ons nieuwe overdekte winkelcentrum Lelycentre zochten en vonden we een plek om even onderuit te zakken. Dat kon goed bij Harrels daar. Gevestigd naast de Kik-winkel en tegenover een Bijbelse boekhandel zit je er op de gemakje en wordt er geweldig bediend. Aardige dame, dito kok. Gerechten heet en lekker, net als de thee. Ik kan over thee serveren een hele verhandeling houden maar heb een paar opmerkingen daaromtrent even opgenomen in dit verslagje. Bij veel tentjes waar je neerstrijkt serveert men soms de meest wonderlijke theesoorten, maar gewone normale ontbijtthee lijkt wel op de bon soms. Earl Grey is dan het meest in de buurt komende alternatief.

En dat is best klantonvriendelijk als je voor een bakkie thee gemiddeld toch al snel 2 euro of meer betaalt. Bij Harrels geen thema, gewoon lekkere thee die men zelf al in een zeefje in de thee stopt waardoor je al snel ziet dat het water verkleurt. Top geregeld. Een tweede voorwaarde, en dat heeft met dat verkleuren van doen, is dat het water heet genoeg is om de thee te doen trekken. Ook daarover vaak klachten, maar niet hier. Deze Lelysteedse horeca-ondernemer heeft zijn/haar zaakjes voor elkaar. Geldt ook voor de  uit de prachtig verzorgde menukaart bestelde hapjes. Helemaal top en goed betaalbaar. Daarbij zit je hier prima in een rustige ambiance. Voor de prijs/kwaliteitsverhouding moet je het zeker niet laten. Je moet er even naar zoeken wellicht, wij kenden dit centrum helemaal niet, wel het andere dichtbij het station van Lelystad. Maar hier in Lelycentre heeft men naast de nodige aardige winkels ook deze goede diensten aanbiedende horecazaak. Aanrader met een rapportcijfer 9.0!! Zeer verdiend.

Leven met de vliegende pijl – 7 – De reis als prijs…

In 1977 maakte ik ook al snel maar tevens voor het eerst kennis met de wereld van de bonussen die autodealers krijgen als ze een goede prestatie neerzetten. Ik was zelf zo enthousiast over die nieuwe wereld waarin ik was terechtgekomen en de uitdagingen die ik tegenkwam dat wij al snel opstoomden naar een hoge positie op de dealerranglijst. Ongekend voor een bedrijf dat een jaar eerder nog ergens onderaan had gebungeld. In Amsterdam zaten nog twee Skoda-dealers die de rol van het aloude en eerder genoemde dealerbedrijf van Brouwer, hadden overgenomen. Een er van was dat rommelige garagebedrijf waar ik omwille van de chaos binnen niet had willen kopen in 1973, de andere zat ergens aan de rand van de Jordaan en zo bleek later, al vele jaren dealer van het Tsjechische merk te zijn, zonder dat ik die echt van naam of lokatie kende. De competitie was dus niet mis in die periode, maar wij hadden aan de die Amstelveenseweg intussen een fatsoenlijke showroom, een redelijk goede organisatie en wij hadden ‘mij’….. Englebert hield een wedstrijd en als hoofdprijs kregen we een reis aangeboden naar Turkije. Ongekend natuurlijk, maar we wonnen ook nog. En de importeur zette mij op de lijst van genodigden, samen met mijn echtgenote. (Foto: Mijn Skoda 120L in de toenmalige uitmonstering die hem best stoer maakten. Op deze parkeerplek ontmoetten we trouwens vrienden voor het leven…) 

Zure gezichten bij de relatief nieuwe collega’s, maar er was niets aan te doen. De importeur wilde geen technische mensen meenemen. Dus vloog ik naar Istanbul en maakte daar samen met wat collegadealers een fraaie rondreis in dat mooie land. Waarbij het de bedoeling was ook de Turkse (licentie)Skodafabrikant te bezoeken die zich vooral bezig hield met bedrijfswagens. We zagen veel, zelfs die lokaal geproduceerde Skoda’s, maar de fabriek bleek gesloten toen we met een bus vol dealers voor de deur stonden. Het was het begin van een druk reisschema. Englebert wilde in die jaren vooral overtuigen. Want als je de fabrieken zou zien waar de verkochte auto’s vandaan kwamen zouden we vanzelf nog gepassioneerder ons werk doen. En dat werkte voor mij goed moet ik zeggen. Een jaar later moesten we daartoe naar Praag en Mlada Boleslav. In een Skoda! Voor veel dealer-eigenaren even wennen, want die reden per definitie niet in een auto van het eigen merk. Ik wel, dus mocht ik die trip maken. Met mijn toen bijna nieuwe S-120L, intussen uitgemonsterd met zwart vinyl dak, brede lichtmetalen velgen, Michelin banden en Koni dempers. Voor de auto was het niet zo’n probleem, voor de inzittenden wel, want op hoge snelheden waren die wagens echt nog wel wat lawaaiig. Maar we reden in een keer door naar Beieren voor de ontmoetingsplek met de andere uitverkoren dealers en de importeur. Om dan gezamenlijk de toen nog hermetisch afgesloten Tsjechische grens bij Waidhaus/Rozvatov over te steken. (Foto: De Skoda-dealers tijdens een laatste pauze voor de grens tussen de CSSR en Duitsland) 

Het bleek een zeer enerverende toestand. Controles, wachten, weer controles, en grenswachten die niet snapten dat wij met Skoda’s naar hun land toe kwamen. Wij waren trotser op het merk dan zij, dat bleek al snel. Onderweg waren we trouwens tijdens een ‘plaspauze’ een ander echtpaar in een Nederlandse Skoda tegen gekomen. Leuke lieden, afkomstig uit Soest en werkzaam bij de toenmalige dealer, Alblas, uit die plaats. We zouden samen met hen de leuke dagen in Tsjecho-Slowakije omzetten in een vriendschap voor het leven. Die bestaat nu nog, al is de man van het stel helaas in 2000 overleden. Veel te jong, totaal onverwacht. Maar goed, dat vriendschapsgevoel werd op een begroeide heuvel langs de Beierse snelwegen toch maar mooi gekweekt. (Foto: Een Skoda Pickup zoals deze in Turkije werden gebouwd anno 1977 voor de gesloten fabriek waar ze in elkaar werden gezet) 

De importeur en fabrikant hadden voor ons een mooi programma in elkaar gezet. We logeerden in het Praagse Parkhotel, werden naar de fabriek gebracht in een bus, we bezochten een historische tentoonstelling over de geschiedenis van het Tsjechische Land, Slot Karlstejn, en het naast de fabriek gelegen Skoda Museum. In die jaren niet veel meer dan een lelijk gebouw met oude Skoda’s achter ramen met gordijnen uit het jaar kruik. Maar wat er stond was voor Skoda-liefhebbers zoals ik om van te watertanden. Aan de productieband van de nieuwe Skoda’s zagen we wel waarom bepaalde zaken goed of verkeerd gingen bij de producten die we verkochten. Het was er in die periode niet al te schoon, mensen aan de lopende banden leken weinig geïnspireerd door het werk dat ze deden, en de onderdelen die zij in de nieuwe auto’s monteerden moesten wij meestal na een maand gebruik alweer vervangen. Toch zagen we ook heel positieve dingen hoor. Zoals de antiroestbehandeling die de S-105/120’s ondergingen. Combinaties van zinkprimers en afdichtingmiddel, dat hielp al veel om de roestgevoeligheid van de vorige modellen tegen te gaan. Omdat wij in ons land ook nog eens uitgebreid tectyleerden kon je op een dergelijke Skoda gemakkelijk tien jaar garantie tegen roesten geven. Echte roest zag je vrijwel nooit op die wagens in die jaren. (Foto: Ben je in het toenmalige Skoda-Museum vol schitterende modellen uit het verleden, laat de flits op de camera het afweten…Overigens kwam die camera uit de DDR..) 

Dat rijden op en neer naar en van Tsjecho-Slowakije leerde me in die tijd ook veel over hoe goed zo’n wagen ook kon en moest zijn. Voor een promotor van het ware geloof en verkoper met een verhaal toch een belangrijke steun in de rug. Op een stevige kruissnelheid haalde je er 1 op 14 mee, mooie waarden voor een auto die toch best zwaar was en met zijn vierbak hoge toerentallen liep. De stoelen zaten prima, alle bagage konden we moeiteloos kwijt in de grote kofferbak voorin en dat hielp ook weer extra bij het rechtuit rijden. Want over die wegligging van die eerste exemplaren van deze serie was intussen veel te doen geweest en dat zou leiden tot een complete onderstelaanpassing bij de fabricage van de auto’s. Maar uiteindelijk ook tot het faillissement van de toenmalige importeur. Wordt vervolgd (Beelden: Auteur! Alle teksten zijn ook eigendom van de auteur) 

 

Leven met de vliegende pijl – 6 – Polen en Roemenen!

Terwijl de dealerorganisatie van Skoda toch wat zuchtte en steunde onder de technische problemen die de nieuwe Skoda’s S-105/120 van dat eerste bouwjaar opleverden, besloot importeur Englebert dat men het merkengamma maar eens wat verder moest uitbreiden. Het Poolse Polski-Fiat werd in die jaren los gekoppeld van de toenmalige Fiat-importeur Leonard Lang, en nu separaat geïmporteerd. Die Polski’s waren op het oog noeste uitvoeringen van de aloude Italiaanse Fiat 125 uit de jaren zestig. Door de Polen gebouwd was het een ruime en luxe auto, die wel ongelooflijk zwaar stuurde, en achteraf bezien echt uitermate beroerd in elkaar stak. Reed je er niet te hard mee bleef de brandstofconsumptie nog wel binnen de grenzen van het toenmalige redelijke, maar veel zuiniger dan een op tien werd het vaak niet. Voor veel van de dealers uit die periode was het echter wel een aardige aanvulling op het Skoda-gamma. Niet elke koper wilde meer in een auto met de motor achterin rijden, en zo’n Polski kreeg je nauwelijks door een bocht gestuurd, laat staan dat het ding zijwindgevoelig was. Daarbij kon je er ook stationcars van bestellen en die waren echt gigantisch groot. Zeker als je keek naar de niet al te hoge prijzen die de Polen er voor vroegen.

Slim als men was bij de toenmalige Skoda-importeur, werden dealers min of meer opgezadeld met een dwangcombinatie van dealerschappen. Wilde je Skoda blijven verkopen moest je die Poolse Fiat’s er bij gaan doen. Het was bij ons intern direct een fikse discussie waard. En die werd ook gevoerd. Maar uiteindelijk besloten we met de deal in zee te gaan. Het zou ons nog veel meer grijze haren opleveren dan normaal al op de toen nog relatief jonge bol zouden kunnen of mogen verschijnen. Maar het kon nog erger. Importeur Englebert zocht en vond in Oost-Europa nog een merk dat hier toen nog volstrekt onbekend was, Dacia! Een Roemeense kloon van de aloude Renault 12. Een auto met voorwielaandrijving, een fatsoenlijke wegligging en aardige prijs. Wisten wij veel. ‘Doe die Dacia ook maar’, besloten we naïef als we waren en door de dalende omzetten van Skoda na een jaar ook wel iets gedwongen. En zo waren we binnen een jaar nadat ik dienst was gekomen bij het Mokumse dealerbedrijf, ineens dealer voor maarf liefst drie Oost-Europese merken.

Het werden avontuurlijke tijden. Waren die Dacia’s slechte auto’s, er viel van alles van af wat bij een originele Renault gewoon vast bleef zitten, die Polski’s waren echte rampen op wielen. En neem van mij aan, we waren wat gewend geraakt met die Skoda’s uit het eerste bouwjaar van het toen nieuwe type. Bij de Poolse Fiat’s waren het vooral lagers die zorgden voor veel en ernstige problemen. Maar ook de elektrische installatie was een drama. Importeur Englebert geloofde er echter in en bleef onze garantieclaims ook keurig belonen. Dat ik soms zelfs moest bijspringen om al die claims te ordenen en in te dienen bij de importeur deed er niet toe. Ik denk dat 45% van alle werkplaatsomzetten indertijd van doen hadden met al dat garantiewerk. Skoda had bij haar nieuwe modellen als eerder gesteld, gekozen voor een constructie waarbij de aloude techniek van de S100/110 gelepeld was in de koets van een auto die volgens mij ooit bedoeld was voor iets heel anders. Het bleek in die eerste periode technisch een soort van wangedrocht. Men had o.a. de koelvin voorin de neus van de auto gezet, die via een pijpen- en slangenstelsel moest zorgen voor binnen grenzen houden van de motortemperatuur.

Zou hebben kunnen werken, als er geen bochten en andere obstakels in dat koelsysteem hadden gezeten. Luchtbellen waren vaak het gevolg en die zorgden voor heel veel koelproblemen en soms zelfs vastgelopen motoren. Daarbij hielp ook niet mee dat de zelfdenkende vin voorin het nu net niet deed op het moment dat die het hardste nodig bleek. De startmotor van fabrikant Pal gaf nog net zoveel problemen als bij de vorige modellen en de wegligging was er beslist niet beter op geworden. Dat kon je trouwens simpelweg oplossen door er brede sloffen onder te hangen met goede banden van Michelin of zo en die dan te combineren met Koni-schokdempers. Als zodanig werd mijn eigen Skoda 120L uitgerust die ik in 1978 in gebruik nam. Een knalrode weer, die van een klant werd ingeruild die toch maar in een Dacia ging rijden. De nieuwe Skoda voor mijn privégebruik had nog geen 9000 km gereden. Een buitenkansje. En verder moest Skoda vooral veel doen aan wegwerken van de kinderziekten. Dat lukte de Tsjechen een stuk beter en sneller dan de Polen en Roemenen. Het was intussen 1978 geworden! Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief/internet – Alle teksten zijn eigendom van de auteur) 

 

Ridderikhof Hoorn – Lekker eten voor relatief weinig geld….

Onze eerder beschreven trip met de Soester vriendjes naar Hoorn bracht ons traditiegetrouw ook weer een gezamenlijk dinertje, dat wij dit keer haalden bij Restaurant-café Ridderikhoff aan de Roode Steen in Hoorn. Recht tegenover het al eerdergenoemde Noord-Hollands-Museum en het beeld van JP Coen, exploiteert dit bedrijf een behoorlijk terras. Tafels en stoelen staan relatief dicht op elkaar, je moet dus even passen en meten om er met vier man te kunnen eten zonder anderen aan te stoten. Maar ja, de bediening maakte veel goed. Men werkt hier deels met mensen die een geestelijke achterstand bezitten, maar de servicegraad is zodanig dat je dit helemaal niet merkt. Men is domweg aardig, efficiënt, en het eten is prettig van prijs en buitengewoon van kwaliteit. Op deze dag waren de hoofdgerechten in de aanbieding. Prima prijsje, en wat we geserveerd kregen was lekker.

Minder plezierig is dat je weliswaar bij enkele gerechten salade meegeleverd krijgt, maar die mag wat smeuïger van samenstelling zijn. Nu voelde ik me toch teveel een soort van konijn. Dat je volgens de kaart ook geen echte salade apart kunt bestellen blijft vreemd. Maar de friet die men serveerde was weer pure klasse en kwam in een soort ijzeren rekje op tafel. Aardige gimmick. We aten drie soorten (gekozen) gerechten en de kwaliteit en smaak waren prima. Een rapportcijfer 7,5 is op zijn plek voor het geheel. De jonge man die ons bediende krijgt daar echt een halve punt extra bij. Die snapte zijn werk beter dan sommigen die dit werk doen om hun studie te betalen of zo. Mocht je dat bezoekje aan Hoorn brengen, dit restaurant heeft veel te bieden!!

Budgetkleding – een waar genoegen….

Laat ik voorop stellen, ik ben geen liefhebber van shoppen voor kleding. Een echte man, hier wijken mijn al dan niet bestaande vrouwelijke karaktertrekken voor mijn ware macho-aard. Kleding is noodzakelijk om je te beschermen tegen koude of hitte, maar echt een genoegen vond of vind ik dat nooit. Alleen al het passen in een veel te klein hokje zonder haakjes of redelijke belichting is een crime. Maar goed, ik ben al heel wat jaartjes keurig getrouwd en dan is de wederhelft nog wel eens geneigd mij mee te nemen voor haar eigen shopsessies. Al was het maar om mijn mening af te lezen van mijn gezicht als ik weer eens voor zo’n paskamer geparkeerd sta of zit en het beoogde kledingstuk moet aanschouwen. Van de meegenomen artikelen gaat 90% weer terug naar het rek. Er is een reden voor. Veel van die kledingzaken maken het echt lastig om goed te kiezen. En die pashokjes zijn in veel gevallen een drama. Zelfs een groot warenhuis op dit gebied als C&A heeft nog nooit gehoord van redelijke haken in die hokjes. Ik snap wel dat het voor dames (of wat daar voor door moet gaan…….) lastig is om kleding uit te trekken en dan weer aan. Voor mij als observant valt altijd weer op wat een geklungel dat met zich meebrengt.

Het kan heel anders. Paar keer gezien dat bijvoorbeeld de winkels van Marlies Dekkkers (Lingerie) mensen in dienst hebben met verstand van zaken en daarbij de klant ook nog juist adviseren. Een maatje anders kan veel verschil maken in draagcomfort. Maar het meest ultieme op het gebied van winkelgenoegens brengt toch wel de in ons land nog redelijk nieuwe Primark-keten met zich mee. Wil je weten hoe graaien er uit ziet? Hup naar de Primark! Leuk en fris ingerichte zaken met een afgedwongen looproute van en naar de roltrappen, enorm veel laag geprijsd spul en met wat geluk ook nog aanbiedingen die je afvragen of er een bodem is qua prijsniveau. Wie daar in de buurt zit met een op eigen smaak gebaseerd modewinkeltje kan de WW nu al vast beter regelen. Primark heeft alles voor de modebewuste (jongere) man of vrouw. Wil je daarin mee? Stap daar dan zeker binnen. Ook ik val voor de charmes van dat bedrijf. Ooit kocht ik er een jeansbroek die ik echt jarenlang heb afgedragen. Onverslijtbaar. En voor dat geld? Ook shirts, shorts, boxers, sokken, een das voor winters gebruik, ik ga er voor. En nee, ik vraag me dan niet af waar het vandaan komt en wat het ooit kostte.

Omdat ik ook wel snap dat een T-shirt met opschrift Amsterdam dat voor 2 euro in die winkel hangt bij productie hooguit 20 centen heeft gekost. Maar ja, er is markt voor en mensen die werken in die slavenateliers hoeven op de steun van Sylvana Simons niet te rekenen. Die kijkt alleen maar terug in de tijd in de hoop op een vergoeding die haar frustraties een beetje kunnen dempen. Nee, die moderne loonslaven krijgen van weinig organisaties steun. En reken maar dat ze voor alle grote ketenwinkels in binnen- en buitenland aan de slag zijn. Zoals wij ook best weten dat iPhones gemaakt worden door pessimistische loonslaven in China of zoiets. Neemt me toch niet weg dat ik die Primark een erg aardige winkel vind en dat ook de mensen die er werken een compliment verdienen. Ik moet de eerste nog tegenkomen die klantonvriendelijk gedrag vertoont. En dat is bij andere zaken met duurdere artikelen vaak heel anders. Net als die pashokjes. Sluitpost denk ik bij veel winkels. Wellicht toch eens wat meer tijd besteden aan kijken hoe de succesvolle concurrent het doet. Want laten we wel zijn…ook een keten als de Action bewijst dat goedkoop niet meteen hoeft in te houden dat je in een soort akelig verlichte budgetwinkel je inkopen doet. En daar schort het elders nogal eens aan. En ik constateer slechts…

Huizenprijzen

Ooit legde de toenmalige directeur van de Nederlandse Bank ons bij een bezoek aan zijn kantoor uit dat een belangrijk deel van onze economische groei te danken was aan de indertijd alsmaar stijgende prijzen voor onroerend goed. Dat was nog voor de economische crisis. Toen die toesloeg in de VS en de bankenwereld vooral bleek te bestaan uit blaaskaken en over het paard getilde figuren die van modder goud probeerden te maken stortte die prijzen voor onroerend goed in en daarmee ook de economie. Een crisis die heel wat schade aan richtte en waarvan de gevolgen nu nog steeds zichtbaar zijn. Maar intussen zijn we weer een paar jaar verder en wat blijkt, juist die huizenprijzen schieten weer door het plafond. Deels omdat het ons allen weer wat beter gaat, maar ook omdat de vraag naar huizen het aanbod al decennia overschaduwt. Nieuwbouwprojecten worden wel opgezet, maar je kunt toch lastig elk weiland in ons druk bevolkte stukje Nederland vol zetten met bewoonbare huizen van beton en stenen. De milieufanatici zien je komen.

Nee, het moet anders. Maar hoe? Geen idee. Dus doen we weinig tot niets, de druppels op de gloeiende plaat verdampen en de prijzen voor bestaande bouw vliegen de pan uit. Qua niveau zijn die prijzen weer terug op dat van september 2008 toen we ook meenden als burgers min of mer miljonair te zijn. Alleen al in april dit jaar gingen die prijzen voor bestaande bouw met bijna 9% omhoog t.o.v. vorig jaar. Gestage stijgingen dus en dat is best goed nieuws voor hen die in de lastige tijden de schuld hoger zagen stijging dan de waarde van hun huis. Wie toen verkocht hield er een aardige extra schuld aan over en moet hard werken om dat terug te verdienen. Al die waarden zijn natuurlijk ook gemetselde luchtbellen.  Maar neemt niet weg dat wederom onze economie die het volgens de overheid zo goed doet vooral wordt voorgesleept door die onroerend-goed-sector. Waarbij de gekste prijzen worden gevraagd voor een ‘hok’ van pakweg 30m2 in de grote steden. Wie houdt van vibraties in het leven kan nog betaalbaar terecht in Groningen, maar elders is het oververhitting wat de klok slaat. En dat is geen goed nieuws voor starters. Of voor doorgroeiers zoals ik.

Een betaalbaar appartement vinden op enig niveau in een even leuke omgeving als ik nu tot de mijne reken is een illusie aan het worden. Onlangs bekeek ik een website waarop men dit soort woningen aanbood in een buurgemeente. Het was een moooi project, moet nog gebouwd worden, oppervlakten van 85-125m2. De goedkoopste uitvoering kostte ‘slechts’ 495.000 Euro. De grotere kwamen al snel 2 ton hoger uit. Ben je dus opnieuw miljonair. Nou ja, omgerekend in de goede oude guldens dan. Het kan verkeren..Overigens is het einde van de hausse nog niet in zicht, al vlakken de prijzen in Amsterdam momenteel wat af. Er ontstaat een gat tussen vraag en aanbod. Het wordt te duur. En dus vertrekken potentiele kopers richting Haarlem of Almere. En dat zal Amsterdam niet helpen aan een verbetering van haar inwonerniveau. Van alleen sociale woningbouw kan een stad ook niet leven. Maar wie het wel kan betalen blijft uiteraard graag hier wonen. Al was het maar om de voorzieningen en de gezelligheid…. (Afbeeldingen: CBS, Yellowbird)

Zuidelijke horeca…

Alweer een tijdje terug dat ik een review kon schrijven over ervaringen in de vaderlandse horeca. Komt toch vooral omdat we er relatief weinig gebruik van maken en ook omdat we een deel van die bezoekjes dan niet vermelden omdat we terugvallen op bekende adressen. Wat bevalt moet je koesteren. Maar eenmaal onderweg, zoals hiervoor beschreven in mijn verhaaltje over Den Bosch en Nijmegen, strijken we op de gok neer bij een lokale uitbater om daar dan te ondergaan wat gastvrijheid of kwaliteit/prijs-verhoudingen zoal doen met onze meninggever. Zo ook in Den Bosch waar we dus aan de Markt bij ’t Opkikkertje plaats namen op het in de zon gelegen en met leuke planten ingerichte terras.

De parasols waren bij onze komst nog niet uitgeklapt maar er stond voldoende ochtendwind om het in de zon vol te kunnen houden. De gastvrouw was vriendelijk en efficient, de cappuccino (tweede kop gratis..) werd geserveerd in wel erg kleine kopjes. De thee bood een tea-for-one pot, met een uitleg over hoe je met de aangeboden Earl Grey (waarom is Breakfast tea vaak zo lastig te bestellen…?!) thee moest omgaan. De Jan de Groot Bossche Bol was vers en kwam met bestek. Kijk, zo hoort het. Dat geldt ook voor het toilet. Is dat schoon moet je constateren dat men proper is van zichzelf, zo niet…opletten in de keuken. Maar bij ’t Opkikkertje was alles voor mekaar. Binnen is het een klein zaakje, voral waar de kassa staat is ook meteen een trappenhuis gesitueerd en komen mensen elkaar ongewild nog wel eens tegen. Afrekenen bracht wel aan het licht dat men hier weet dat er veel toeristen komen. Maar goed, het terras was geweldig, de service goed en de sfeer vriendelijk/gezellig. Rapportcijfer: 8.0

Onderweg in Nijmegen vielen we ook zonder echt na te denken neer op het fraai opgestelde terras van Wijncafe Pinot aan de Grote Markt in die stad aan de Waal. Om ons heen wat zitjes en alles voorzien van kussens. Ook hier weer in de zon, en vriendelijke gastvrouw die ondanks de drukte oog had voor haar klantjes. De lunch die we bestelden (met oerbrood) was buitengewoon smakelijk en mooi opgemaakt. Dit keer dronken we een glaasje wijn en wat bier, en zaten we echt een uurtje heerlijk te genieten. Dat terras ligt aan een drukke wandelroute, maar ook komen alle stadsbussen van Nijmegen er voorbij. Opmerkelijk beslissing in en stad die zo links wordt bestuurd. Maar het restaurant kan daar niks aan doen. Ook hier weinig kritiekpunten. Alles netjes, smakelijk en voor elkaar. Rapportcijfer: 8.0