Prutsen…

Prutsen…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 1995-boeing-737-200-aer-lingus.jpg

Noemen sommige mensen zonder verstand van zaken hetgeen ik al sinds mijn pakweg 12e levensjaar doe. Het in elkaar zetten van schaalmodellen. Indertijd was dat een hobby voor vrienden onder elkaar. Had de een net een nieuwe Spitfire van Airfix gekocht, dan haalde de ander een tweemotorige Bristol Beaufighter van het zelfde merk of pakweg een Messerschmitt om later luchtgevechten onder elkaar mee uit te knokken. Moest er wel eerst gebouwd en gelijmd worden, en waar mogelijk, geschilderd. Ik had het geluk dat ik af en toe kon putten uit de voorraad autolakken die in ons huis altijd beschikbaar stond aan de handelsbehoefte van leasepa.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: airfixmodel-bagged-bristol-bulldog.jpg

Die wilde nog wel eens een voorraadauto doen voorzien van een nieuwe laklaag en dan bleef er altijd verf over. Groen, beige, bruin…net de juiste kleuren voor camouflage-patronen op die schaalmodellen. En die autolak bleek harder dan de normale (en dure) modelbouwlaksoorten. Hoe dan ook, mijn generatie groeide op met dit fenomeen. Niet in de laatste plaats door de Britse modelbouwindustrie die toen nog volledig dominant was op dit terrein. Het al genoemde merk Airfix was een producent die voor weinig geld modellen in plastic zakjes verpakte en dan de bouwtekening en voorbeeld van het ‘echt vliegende model’ omgevouwen vastniette aan de bovenkant van die plastic verpakking. Men leerde zo niet alleen vliegtuigen op schaal kennen maar ook tanks, schepen en auto’s. Later zou het merk net als de Amerikaanse concurrentie doosjes als verpakking gebruiken waarbij ze ook opschaalden naar grotere modellen. Het had meteen ook effecten voor de prijs….

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: drag-1.jpg

Het merk is nog steeds een belangrijke en de meeste mensen hebben er wel eens van gehoord. Ook een grote naam was Revell, dat nog steeds bestaat, nu volledig in Duitse handen is, maar ooit puur Amerikaans was. Loop een beetje speelgoedwinkel binnen en Revell staat op je te wachten. Waren dat vroeger betaalbare modellen, tegenwoordig ben je zo tussen de 70-100 euro per doos kwijt. En dan moet je nog beginnen. Alleen al aan verf komt er dan al snel 10-20 euro achteraan en een tubetje lijm is ook zo 5 euro. De kosten stijgen maar gelukkig groeit de nieuwe groep modelbouwers ook. Het in elkaar zetten van zo’n model is overigens geen kinderspel meer.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: vickers-vanguard-kit-old-airfix.jpg

Het vraagt inzicht, geduld, wat technisch vernuft en ook een stukje referentiemateriaal v.w.b. kleurenschema’s etc om zo een representabel model neer te zetten. Mij leerde het ook om geduld te hebben bij de bouw. En als je dat niet meteen als eerste karaktereigenschap bezit is het zelfs therapeutisch. Hoe dan ook, modelbouw is tegenwoordig net zo min kinderwerk als pakweg het in elkaar zetten van ingewikkelde Lego-constructies. Nog los van de vergelijkbare kosten. Want wie denkt dat Lego iets is voor kinderen….helemaal mis. De meeste dozen vol van dat Deense spul zijn in handen van volwassen kerels en een enkele vrouw. Die met veel geduld dagen aan het bouwen zijn…..Ik herken dat wel. Maar legpuzzels leggen….? Nee, daat heb ik het geduld dan weer niet voor….. (Beelden: archief)

Vliegtuigjes…

Vliegtuigjes…

Zo omschrijven veel mensen van volwassen leeftijd zonder al te veel eigen liefhebberijen de gedachte dat je met een doosje plastic onderdelen en een tekening iets in elkaar gaat zetten dat moet gaan lijken op een vliegtuig, maar dan op schaal. En vul voor dat woord vliegtuigje maar in; autootje, treintje, bootje, huisje of wat ook. Want de plastic modelbouw wereld is veel groter dan sommigen zich realiseren.

En voor de goede orde, was dit ooit een meer dan betaalbare hobby, tegenwoordig moet je flink diep in de eigen zakken of budgetten tasten om je een aardig model te veroorloven. Kijk maar eens in het eldorado voor grote en kleine liefhebbers van het vliegende spul, de Aviation Megastore in de Zuidwesthoek van Schiphol, aan de rand van de Ringvaart en de oude N201. Wat je daar aantreft aan keuze en schalen is onvoorstelbaar, maar dat geldt ook voor het geld dat op de kassa achterblijft als je iets van de gading hebt gevonden.

Die modelbouwindustrie bestaat niet alleen meer in Engeland of Amerika. Tegenwoordig zijn Chinese, Japanse, Tsjechische of Poolse bedrijven wereldwijd dominant en wat zij aan detaillering en potentiele bouwkwaliteit bieden is ongekend. Je betaalt iets, maar dan krijg je ook wat. Een beetje modelbouwer bedient zich ook van het juiste referentiemateriaal, verf, lijm, gereedschap en zo meer. Alles bij elkaar best een kostbare geschiedenis.

Hoe anders was dit toen ik nog een klein ventje was en met zeer weinig zakgeld mijn eerste modellen aankocht. Dat waren in de meeste gevallen kits van Airfix. Een Brits bedrijf dat al sinds 1939 bestond en na een paar jaar andere speelgoederen te hebben geproduceerd in 1949 kwam met de plastic kits die het zo beroemd zouden maken. Met veel pijn en moeite en geleend geld kreeg men de productie van deze simpel te bouwen kits voor mekaar en deed men de slimme zet door die kits te verpakken in plastic zakjes die werden afgesloten via een omgevouwen papieren bouwtekening met aan de buitenkant een fraai getekend actiebeeld van het te bouwen vliegtuig.

Voor weinig geld te koop en elk jaar weer een paar nieuwe. Via de lokale speelgoedwinkels te vinden. Later voegde men auto’s, tanks, boten en zo meer toe aan het gamma. En door het toen recente verleden, de twee wereldoorlogen waren maar relatief kort geleden afgelopen, had men geen enkele moeite met voorbeelden vinden die jonge bouwvakkers van deze kits konden aanspreken.

Latere kits groeiden in omvang, kregen kartonnen verpakkingen, hogere prijzen maar ook een sterk verbeterde vormgeving en kwaliteit. Burgervliegtuigen werden toegevoegd en zo kon een jeugdige modelbouwer doorgroeien naar een aardige expert op dit gebied. Ik werd er daar een van. Heel wat Airfixkits sier(d)en mijn collectie. Helaas had mijn moeder vroeger de ellendige gewoonte om nu net in mijn uitgestalde collectie te gaan stoffen…Heel wat schade was het gevolg. Airfix bracht later ook dozen vol ‘soldaatjes’ die je kon inzetten bij zelf gebouwde kopie-veldslagen. Je kon er het ‘Wilde Westen’ mee invullen of een of andere Brits koningshuis met gevolg van eeuwen her in het zonnetje zetten.

Alle bijbehorende mannetjes schilderen was best een dingetje. Voor mij zelf waren de grote bommenwerpers uit WO2 meer van de gading. Grote kits, veel werkende onderdelen, de beschilderingen, en als ze dan klaar waren een parkeerplek vinden. Het was een ware uitdaging. En terwijl ik me netjes hield aan de bekende schaalgrootte 1:72 ging Airfix ook over naar 1:48 of zelfs 1:24 en dan kreeg je enorme kits voor je handen waarin men zelfs een elektromotor verwerkte waarmee je propellers kon laten draaien…. Intussen is die modelbouw toch iets meer voor de specialist geworden. Jongelui willen dat niet meer, die zitten op hun kamer met digitale games en hun smartphone. De ware liefhebber toch een slag ouder en professioneler. Maar wat heb ik er nog mooie herinneringen aan. Airfix bestaat nog steeds. Net als ik. Soms vergrijp ik me nog wel eens aan een opgeslagen kit van de bergzolder. En heb weer net zo veel plezier als vroeger….. Kinderhanden zijn snel gevuld…en als je jong van geest bent geldt dat ook nog steeds….. (beelden: Yellowbird archief)

Modelbouwer…

Modelbouwer…

Toen ik onlangs, rond 20 december vorig jaar, meldde dat ik alweer 60 jaar bezig ben met mijn verzamelingen, gaf ik niet meteen aan waar die hobby’s ooit mee startten.

Met name plastic modelbouw speelde daarbij toch een cruciale rol. Mede doordat mijn oudere broer nog wel eens in de weekenden werkte aan een oorlogsschip of een of ander vliegtuigtype werd ik geinspireerd om daar ook eens iets mee te doen. Nu kostten die eerste plastic modellen niet zo veel. De Engelse firma Airfix leverde indertijd plastic zakjes met een bouwtekening opgevouwen als afsluiter. Vouwde je die uit kon je als jong iemand al snel een Spitfire of Stuka bouwen. Maar ze hadden ook auto’s en boten in de aanbieding en dat spul kostte niet de wereld.

Met wat zakgeld kon je er mee aan de slag. Naast kant-en-klaar gekochte modellen op een wat kleinere schaal, kocht ik de meeste van die kits als puber in schaal 1:72. En schilderde dan met zgn. Humbrolverf de hele reeks in mijn eigen camouflagekleuren. Later kwamen er grotere modellen bij. Zoals dat ging in die tijd waren de meeste kits weergaven van toestellen die nog maar kort daarvoor actie hadden gezien tijden W.O. 2. En zo leerde ik ook het nodige over al die toestellen die toen elkaar bevochten. De wonderlijke Duitse toestellen, of die lichte Japanse jagers. Maar ik had natuurlijk het meeste op met de Amerikanen en Engelsen.

Aan Russen dacht ik toen nog niet. Modelbouwen werd een passie en soms kon ik er wel drie per week in elkaar zetten toen de inkomsten dat toelieten. De collectie groeide en al snel maakte ik van oudere modellen weer nieuwe door ze samen te voegen of qua beschildering te verbeteren. Was ik op school een van de slechtste leerlingen op handenarbeid-gebied, dit ging me goed af. Door de jaren heen kwamen er van overal en nergens nieuwe modellen op me af. Een echte modelbouwer heeft altijd voorraad staan en komt nooit tekort. Wat wel akelig is, op de schalen waar ik bouwde, waren die kant en klare modellen soms wel sta in de weg’s. Want een Spitfire in 1:72 is wel iets anders dan een B29, of een (latere) Tupolev 114 verkeerskist die ooit het grootste verkeersvliegtuig ter wereld was.

Op schaal steekt zo’n ding al snel een centimeter of 80 uit. Dus dat werd scharrelen om al die kisten op te slaan. En anders dan veel bouwgenoten gooide ik ze niet weg na een bepaalde periode. Nee, ik koesterde. Want er zat soms erg veel werk in en vertegenwoordigden toch een bepaalde waarde. Ik werd lid van een wereldwijde club van modelbouwers, zelfs voorzitter van de Amsterdamse afdeling van die club, maar dat was uiteindelijk toch niks voor mij. Andere mensen, vreemde mentaliteit en veel afgunst. Het duurde een paar jaar, toen was ik weer gewoon zelfstandig modelbouwer. Later heb ik ook nog wel eens auto’s gebouwd.

Dat ging prima, maar beviel me toch minder. Wat ik wel erg leuk ben gaan vinden is om oude en afgeragde automodellen weer te restaureren en ze dan als bijna nieuw weer uit te stallen. Ik combineer niet bij elkaar horende modellen die anderen weg gooiden weer tot iets aardigs. Restaureerde mijn oude Dinky Toys en geniet weer van hun glans en uitstraling. Zeker in tijden van lockdowns en erger zijn dit liefhebberijen die me bezig kunnen houden. Velen zal die lol wel voorbijgaan. Mij niet. En dan die jacht op speciale zaken. In de hele wereld gedaan. Zelfs de buitenlandse relaties moesten er soms aan geloven. Voor geplande tentoonstellingen een speciale kit mee laten nemen naar Nederland, in ontvangst nemen (na betaling), snel bouwen en schilderen en dan uitstallen. Het is me vaak gelukt. En de Tsjechen wisten het ook al. Als die malloot uit Nederland kwam moest hij ook langs bepaalde winkels….. Zij soms lachen, ik ook, van geluk. Als ik weer iets nieuws kon toevoegen wat hier niet te vinden viel. Kortom….Leuke hobby….en tijdloos, dan wel niet leeftijdgebonden. Zelf ook een hobby die al in de jeugd begon?? Ben benieuwd! (Beelden: Yellowbird collectie)

Speelgoed in Oosterhout

WP_005634Het was echt stom toevallig dat we aanliepen tegen een van de leukste speelgoedmusea die ik in Nederland ooit heb bezocht. En ga er maar vanuit dat ik er een paar heb gezien. Met als oermodel en voorbeeld het London Toy and Model Museum dat ik ooit een paar maal bezocht in het Londense Kensington en waar ik echt naar adem hapte over al die uitgestalde leuke waren voor een liefhebber. Maar in Nederland kom je ook dit soort uitstallingen tegen. Vaak aan de bescheiden kant, soms zonder dat er echt thema’s te vinden zijn en in andere gevallen weer een beetje als noodzakelijk kwaad. Terwijl je toch best iets kunt maken van een speelgoedcollectie. De geschiedenis van dat spul en de speelwaarde in de toekomst, maken dat je met wat aandacht en een beetje ruimte veel kunt uitstallen waar bezoekers iets mee kunnen. Nou, dat vond ik dus in Oosterhout. Het zgn. Speelgoed en carnavals Museum Op Stelten aan de Zandheuvel 51, in die Brabantse stad (km. Of 20 van Breda) is een aanrader van jewelste. WP_005670

Men zetelt sinds niet al te lang (alles oogt fris en nieuw) in een oud schoolgebouw en elk voormalig lokaal is ingericht met een thema. En juist dat maakt het zo aantrekkelijk. Van poppen tot Meccano, van trapauto’s tot sleetjes, van kijkdozen tot Dinky Toys of vliegtuigen. En alles wat kan werken functioneert ook. Je voelt je als volwassene voor even kind en als verzamelaar van veel van die spullen kom je herkenbare stukken tegen. Er lopen mensen rond die waar nodig het een en ander te vertellen hebben over onderdelen van de collecties. Wat ik zelf erg leuk vond en vind, grote kasten waar je achter deurtjes en in laatjes weer wordt verrast door uitgestalde deelcollecties of muziek- en lichtshows. Een prima manier van exposeren en een voorbeeld voor menig speelgoedmuseum met ‘naam’ of ‘faam’. Er is ook een zaal ingericht voor het fenomeen carnaval. Heb je er niks mee? Toch even doorheen lopen want je wordt opgevrolijkt door de klanken uit de diverse luidsprekers en snapt na wat leeswerk iets meer van deze wonderlijke katholieke traditie in het zuiden van ons land.

Loop je uiteindelijk naar de uitgang is die slim gezeteld in een nieuw gebouwde horeca-afdeling waar je tegen schappelijke prijzen iets kunt nuttigen. Er is ook een miniatuur shopje, maar daar is het aanbod buitengewoon mager. Aardiger is de zaal met zgn. wisselende exposities.WP_005672 Dit keer ingericht door een particuliere verzamelaar van K-MEXX constructiespeelgoed. De man bouwde er enorme kermisattracties van die je individueel via een druk op de knop kunt laten functioneren. Zeer indrukwekkend. De toegang tot het museum kostte ons 5,50 per persoon, boven de 65 jaar krijg je een euro p.p. korting en kinderen krijgen zelfs nog meer korting. Mocht je in de buurt zijn, toch eens langs gaan mensen. Een straatje verderop ligt ook nog een bakkersmuseum. Niet door ons bezocht vanwege de tijd, maar deze combi is alleen al een reden om een keer naar Oosterhout af te reizen.