En dan was er die introductie van de Fabia die door de Tsjechen alle wijsheid van toen besloten werd in Portugal te houden. Een heel gebeuren waarbij het merk uitpakte om het de uitgenodigde journalisten naar de zin te maken. Maar wij moesten als importeurs wel zorgen voor het invliegen van die lui naar de plaats van handeling. Omdat wij daarvoor de rekening betaalden bepaalde ik als verantwoordelijke voor PR & Marketing dus voor ons land met welke maatschappij en vliegtuig gevlogen zou gaan worden. Een van mijn passies is naast Skoda toch ook die luchtvaart en ik heb daar tenslotte eveneens wat jaartjes professioneel werken liggen, dus een vliegtuigtype dat goed zou passen bij het aantal gasten was naar mijn mening de toen moderne Fokker 50. Die kon je voor een redelijke prijs huren van de toen nog bestaande Vlaamse VLM. Kreeg je een comfortabel vliegtuig voor met 50 zitplekken, lederen stoelen en goede catering. Op verzoek van het Tsjechische organisatiecommite en de journalisten nam ik ook de toenmalige Miss Nederland mee, laten we wel zijn, toch een aardige geste van ons Nederlandse team, maar ook omdat de Tsjechen wilden dat ieder land iets bijzonders uit eigen land zou presenteren. Alles leek goed te gaan tot we de uitnodigingen hadden verstuurd aan de vaderlandse pers. Het bleek dat er paar lieden tussen zat die het kennelijk een schande vonden dat we die Fokker 50 hadden gehuurd. Men had kennelijk tenminste een zakenjet of de Concorde verwacht.

Even snel op neer naar Faro en de volgende dag weer iets anders. Zo zat het programma van Skoda echter niet in elkaar, dat was tweedaags, dus die Fokker bleef! En daarop haakten er wat lieden af. Boos! Bij Pon-zuster Seat huurden ze immers wel meestal een Boeing 737 in in soortgelijke gevallen. Ik vond dat bespottelijk! De vlucht zelf, we hadden 30 mensen aan boord, verliep top. Miss Nederland viel door haar charme en schoonheid in de smaak, de avond-presentatie was geweldig, net als de testritten over de fraaie en gladde wegen van Zuid-Portugal. Maar met die afhakers bij de Nederlandse pers zou ik nooit meer een goede band kunnen opbouwen. Wat een verwende figuren…. Overigens liet de Belgische importeur de journalisten gewoon per lijnvlucht afreizen naar Faro en kwamen de Oostenrijkers dan weer wel met twee zakenjets. Ieder land deed het dus op zijn typisch eigen wijze en ik was in dat opzicht best eigenwijs. De trouwe Fokker vloog een dag later een enthousiast gezelschap terug naar Rotterdam. We hadden genoten van hetgeen Skoda en de collegae-importeurs te bieden hadden en Miss Nederland was met ongeveer elke aanwezige deelnemer daar op de foto gegaan. Ook die had een exposure van jewelste. Ook leuk was een trip naar Mlada Boleslav met de crew van het indertijd goed bekeken auto-programma ‘Stapel op Auto’s’ van toen nog, de TROS. Een productie/camera team en presentator Huub Stapel vlogen samen met mijn toenmalige rechterhand Marcel en uw meninggever als manager naar Praag om een paar dagen opnamen te maken in de fabriek voor de Octavia en ook die auto zelf nog eens extra aan de tand te voelen.
Het was een bewogen trip. Eerst bleek dat het statief van de cameraman op Schiphol niet in het vliegtuig was geladen. Maar we werden keurig naar Mlada Boleslav gereden voor de eerste opnamen. Die verliepen met dank aan het team van, jawel, Frank Farsky prima. Frank was vanuit zijn positie op Marketing op enig moment terechtgekomen bij de PR-afdeling van Skoda en was daar ineens een en al vriendelijkheid. We maakten overal en nergens opnamen en het leidde ook tot een interview met mijzelf boven de productieband van de Octavia. Werd bij de TROS uitgezonden en ik moet zeggen, ik deed het best goed. Geen script, gewoon uit de bol en losse pols. Later, in het ons bekende Hotel in het tiende district van Praag, haalde ik mijn Tsjechische tegenvoeter Ivan nog even bij het gezelschap en werd het bijzonder gezellig. De sfeer zat er goed in en die werd nog beter toen we de volgende dag nog even op jacht gingen naar mooie film- en winkelplekken. Huub Stabel bleek een verzamelaar van horloges en ook van blikken speelgoed, het bracht ons alleen daardoor al extra dicht bij elkaar…. En de uitzending was een succes. Promotie van de juiste soort op de landelijke televisie. Het was een paar jaar eerder ondenkbaar geweest. Die promotie werd deels natuurlijk verooorzaakt doordat de Tsjechen en Duitsers ineens begrepen dat je met die pers op een bepaalde manier om moest gaan. Zeker met de positieven onder hen. En dat werden daardoor alleen al erg aardige trips op soms heel aparte lokaties. Ik heb ook daarvan bijzonder genoten moet ik zeggen. Al bleven er bijzondere types tussen te zitten soms…(Beelden: Yellowbird archief/Sloda/internet )







Een jaar later aan de Nederlandse kust, mijn broer en schoonzus waren indertijd uitbaters van een strandtent en wij waren in de buurt, zag ik precies hetzelfde beeld. Scheppen en voetjes in de zee. Om daar nu dat hele eind voor te vliegen…. Toch heb ik wel mooie herinneringen aan gemaakte reizen hoor! Zoals een rondreis door West-Turkije om maar iets te noemen. Prachtig! Een trip door Florida! Geweldig! Onze reizen naar en door Schotland, de al eens eerder genoemde trip over Gran Canaria per bus om zo aan de bakover in het zuiden te ontsnappen. Geweldig was ook de trip naar Barcelona, paar jaar terug. Heerlijke stad. En natuurlijk de vele, vele, vele keren dat ik in Praag te vinden was. Met de auto of per vliegtuig.
We zagen veel, we aten vaak heerlijk en dronken over het algemeen in goede sfeer een lekker drankje. Snoven vaak de cultuur van zo’n land of stad! Maar dat gevlieg, beter, het gereis in het algemeen staat me nu steeds meer tegen. Rijden is ook zoiets. Ik vind het nu nog wel mooi om een uur of vier achter mekaar door te moeten rijden. Maar langer niet. Toch reden we vroeger in een klap naar Parijs, Praag, Frankfurt. Deden daar ons ding en reden weer terug. Moet er nu niet aan denken. Plezier heb ik aan korte stedentrips. Met onze lieve vriendjes links en rechts. Kerstmarkten in diverse steden, gewoon toeristische tripjes in NL en B. Je ziet of beleeft soms zaken die je nooit eerder had bedacht.
Onbekend maakt onbemind. Oud spreekwoord met een grote kern van waarheid. Gold zeker voor de relatie die Skoda indertijd had met de auto-journalisten in ons land. Volgens veel van die lui was alles wat van achter het toenmalige IJzeren Gordijn (>1989)vandaan kwam maar ’niks’ en van een eventuele rijke geschiedenis wilde men ook al niks weten. Ik merkte dat indertijd zelf al aan den lijve toen ik als Skoda-rijder nog eens in conflict kwam met de redactie van AutoVisie die de nieuwe Skoda’s van 1977 tijdens een rijtest tot de bodem afbrandde. Naar later bleek mede omdat de importeur van toen, Englebert, niet in het blad bij die test wilde adverteren, maar dit terzijde. Met de modellen waarvan de motor achterin gemonteerd zat was vrijwel niks positiefs te bereiken bij het toenmalige ego-gerichte journaille.
Er werd vaak graag wat lacherig over gedaan, men schreef veelal maar wat en dacht dat het allemaal geen kwaad kon. Bij de Favorit vond men die auto op zich nog wel redelijk, maar de prijs weer niet, vervolgens was de Felicia ‘eigenlijk een verkapte Favorit’ (wat hij zeker niet was..). Altijd wist men het beter dan de echte professionals die met het merk werkten zoals ik. Dat heeft soms heel bijzondere gesprekken opgeleverd. Ik was niet zo van het gelijk erkennen van lieden die wellicht nog wel aardig konden schrijven over auto’s maar met Skoda of haar geschiedenis weinig op hadden. En zich ook niet echt verdiepten in de rijke geschiedenis van het merk of haar land van herkomst.
Elke Opel of Alfa werd bijvoorbeeld al snel de hemel ingeprezen, een Skoda moest wel heel erg goed zijn wilde men er positief over berichten. De uitzonderingen daar gelaten. Later las ik in een boekwerkje van journalist Ted Sluymer hoe die zaken achter de schermen gingen of gaan. Welke dingen meespelen en waar je op moet letten bij de omgang met auto-journalisten. Het was wel even slikken toen ik dat las. Natuurlijk lazen journalisten zelf liever niet wat Ted Sluymer schreef, maar hij had vast geen o n gelijk! Wij hadden er wel degelijk mee te maken bij Skoda, elke keer weer.
Maar met de komst van die andere modellen na de toevoeging van Skoda aan de VW-Groep pasten ook de journalisten zich aan. Men werd minder kritisch. Gek genoeg was dat in andere landen soms ook zo, maar er waren ook voorbeelden te vinden waar men veel positiever berichtte over ons merk. Het zat in dat typisch Nederlandse ’beter weten’ en het gebrek aan binding met Nederland als merk. Hoe dan ook je moest er mee leren leven. Toen de wereld van Skoda en Pon veranderd was, zag je dus die houding van de heren (vrijwel geen dame te vinden in dat wereldje op een enkele na) zich aanpassen bij de realiteit van de dag. Men wilde ineens graag mee naar de fabriek om te zien hoe die wagens werden gebouwd.
We vlogen dan met groepen journalisten naar Praag. Gevlogen werd indertijd met KLM of CSA, Economy-Class, want voor meer was op dat moment in de tijd geen budget. Soms werd voor een speciale gelegenheid een toestel gehuurd, zoals het eerder aangehaalde Pon-vliegtuig. Ik ben er voor de verkiezing van de Auto van het Jaar waaraan de Fabia zou meedoen nog wel eens voor naar Praag gevlogen met een journalistieke delegatie van vijf man. Het was een utopie te denken dat de Fabia ook maar een minieme kans maakte op winnen van die titel, maar je deed je best. Andere merken deden meer, veel meer soms. Dat smeerde het mechaniek van de stemming vrees ik. Ook daarover berichtte Ted Sluymer indertijd! Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)-Toegevoegd…1e druk boekjeTedSluymer.,..
Het is weer de periode van het jaar dat we op het terras of balcon gebruik maken van de omstandigheden om buiten te genieten van zon, temperatuur, sfeer en lekker eten plus drinken. Lekker eten is dan vaak betrekkelijk. Want ik ben er door mijn iets hogere leeftijd door de jaren heen wel achter gekomen dat wat de een lekker vindt voor de ander een gruwel kan zijn. En dat zal ongetwijfeld voor velen gelden. Mijn smaakgevoel is verfijnd. Nou ja, waar het mijn voorkeuren betreft. Niet geplaagd door enige culinaire kennis ben ik wel een gewaardeerde consument. Mits je me voorzet wat ik als ‘echt eten’ beschouw. En dat zijn niet zo zeer liflafjes, gefrituurde brandnetelpuree met slakkensaus of verbrande koteletjes. Ik ben van herkenbaarheid. Nederlands, Italiaans, Grieks, Indisch, Thais, allemaal goed, maar wel herkenbaar graag. En met die herkenbaarheid is soms echt iets mis. De sociale media zoals Facebook maken me duidelijk dat veel mensen voor zichzelf lekker koken.
Naar eigen smaak. Moeten ze vooral doen of zelf weten. Maar als je iemand anders uitnodigt bedenk dan dat die wellicht een andere smaak heeft. En kook dan iets op die smaak ingesteld. Al eerder gaf ik aan dat je voor mij bepaalde groenten niet hoeft neer te zetten. Meestal zijn dat groenten waaraan een barre of boze herinnering kleeft. Dingen die uit de jeugd stammen vaak. Mijn moeder kon aardig koken, ze deed het zelden en richtte zich vooral op de smaak van haar partner, onze lease-pa. En die lustte zaken waar wij van gruwden. Groenten waar we als kinderen echt een hekel aan hadden of kregen. Bloemkool, spruitjes, tuinbonen, raapstelen, rauwe lof, broccoli of de doorgekookte worteltjes die behoorden bij het vrijdagse maal dat uit visproducten moest bestaan omdat je dan geen vlees mocht eten volgens de katholieke leer van toen. Andijvie was er ook zo een, net als spinazie. Maar dat heb ik later goed leren eten.
Want ik had het geluk een vrouw te trouwen die wel kon koken, smakelijk, en met de nodige fantasie. Daardoor leerde ik gerechten waarderen die ik vroeger ook op mijn lijstje van ‘do not’ had gezet. Het kon dus wel. Maar andere groenten zijn nog steeds taboe. Ik heb ook asperges nooit leren waarderen. Maar gun ze mensen die houden van het Hollandse goud hoor. Als ik een keertje in afzondering verkeer, vrouwlief gaat jaarlijks lekker citytrippen en dan moet ik voor mezelf zorgen, doe ik dat wat ik lekker vind. Ik gebruik mijn zelf bedachte receptjes. KISS (Keep it stupid simple). Ik neem een paar grote aardappelen, snij die tot schijfjes of blokjes, kook ze gewoon in de pan tot ze half gekookt zijn en mik dat spul dan in de AirFryer. Daar laat ik ze dan stomen en drogen tot ze krokant zijn. Aanvullen met doperwten, bruine bonen of wat ook, stukje vlees of vegan-vleesvervanger er bij en hup. Zalig maal. Houd ik het dagen mee vol. En geef mijzelf een pluim om zoveel kookkunst. Ik heb het nog niet aangedurft om er anderen mee op te zadelen. Je weet maar nooit. Voor je het weet zegt iemand ‘Getver’ en dat risico wil ik niet lopen. Tegen de rest zeg ik…eet smakelijk. Maar niet voordat je even reageert met wat jij, beste/lieve lezer(es) echt niet lust….ook niet bij anderen….(Beelden: Archief/internet)
Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.
Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…
Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.
Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)
Pon Holdings kende een stuk of wat heel bijzondere dochters. Soms waren dat bedrijven die een activiteit ontplooiden waarvan je als normale medewerker niet wist dat die bestonden. Zo was er het Pon-schip. Een groot platbodemtype dat in verschillende Nederlandse havens zijn thuisbasis kende en beschikbaar was voor eigenaar Mijndert Pon, maar ook voor het top management van het bedrijf. Nu was het niet zo dat die lieden zoveel tijd over hadden dat ze elke dag met die boot rondjes voeren over het IJsselmeer, integendeel, en dus had men bedacht dat alle andere Pon-bedrijven die boot ‘mochten’ huren. Verplicht overigens, en liefst zelfs twee keer per jaar. Uiteraard tegen betaling vanuit het eigen budget. De bemanning bestond uit een schipper en een steward(ess). Die laatste zorgde er voor dat de inwendige mens van de huurders goed werd voorzien van eten en drinken. Met een vaak schier onuitputtelijk lijkende voorraad lekkers. De eerste hield over het algemeen het roer recht en voer over Friese Meren of als je dat wilde over het IJsselmeer naar plekken als Enkhuizen of Hoorn. Wie daar meer over wil lezen moet mijn samen met Jaap van Rij geschreven boekje over het Ponbedrijf maar eens bestellen….
Ook wij huurden die schuit, met de fraaie naam ’Koopmans Welvaren’ dus voor relationele doeleinden. Soms ging het management-team inclusief dames lekker varen om zo wat beter met elkaar te leren omgaan. In andere gevallen namen we dealers mee (voordeel…ze konden er niet vanaf als we met ze wilden praten over de toekomst of een nieuw te bestellen model…) of mensen van de fabriek. In alle gevallen bleek dat schip prima te werken. Gek genoeg werd hij in de toch wat zuiniger tijden onder Jaap van Rij meer ingezet dan door de meer geld verkwistende Cees Hoekstra. Die had niet zo veel met dat schip denk ik. Als illustratie gebruik ik een beeld van de Engelstalige cover voor het boek zoals door Jaap van Rij en mij in 2013 uitgebracht waarbij we dat Pon-schip op ‘volle zee’ afbeeldden.
Nederlanders zijn wonderlijke lieden. Ze pretenderen vaak dat alles bespreekbaar is en ze zijn niet bang om bepaalde zaken met elkaar te delen. Zoals waar ze nu weer lekker aten, hoe hun haar zit na een winderige stranddag of in welk pretpark ze nu weer een ‘BN-er’ tegen kwamen met wie ze zo’n leuke selfie maakten. Het wordt al een stuk minder als we mensen vragen hoe hun financiele situatie in elkaar steekt. Of hoe het hun kinderen nu echt gaat. Dan gaat bij een (groot) deel van de Nederlanders de rem er aardig op. En natuurlijk zijn we zeer terughoudend met het weggeven van onze pincode. ‘Je mag alles van me weten, maar dat niet!’. Alles?? Nou dat dacht ik niet. Want vraag iemand naar zijn toiletgang of liefdesleven en vermoedelijk slaat het gesprek direct dicht. Terwijl we als mens daar elke dag mee bezig zijn.
En die slaagde. De geur verdween en we konden weer adem halen op kantoor. Hadden we dat als taboe gehouden was de lucht niet gezuiverd. Taboes zie je ook in de wereld van de politiek. Er zijn stromingen die geloven in de ondergang van de wereld. Omdat wij in Nederland plastic zakken gebruiken of omdat we teveel in de auto rijden. Buhne-praat, ik wees er al vaker op. Het klimaat verandert, het warmt op. En 70 geleerden over de hele wereld zijn het met mekaar eens. De wereld stort in als we in Nederland geen drastische maatregelen nemen. Van financiele aard, uiteraard! Zij die daar tegen in gaan worden weggezet als mensen die een taboe doorbreken. Je mag daar niet tegen in gaan, ook al hebben 1430 andere geleerden verklaard dat er niet zoveel bewijzen zijn voor die stellingen over dat vergaan van de wereld. De discussie is taboe.
Voorop gesteld, ik veroordeel niemand die een drankje neemt voor de gezelligheid hoor. Echt niet. Maar als je een beetje stevig door drinkt en ontdekt dat je er eigenlijk ook niet buiten kunt ontstaan er vaak wel wat problemen. Ten eerste, je bent eigenlijk niet meer jezelf omdat je kennelijk die roes of verdoving nodig hebt om als mens te functioneren. Ten tweede, drank is per definitie niet goed voor je. Zeker als het gaat om wat meer drank dan de gemiddelde mens tot zich neemt. Wonderlijk verschijnsel, juist hoger opgeleiden drinken bovenmatig veel. Vermoedelijk doordat ze meer inkomen hebben en daardoor een grotere keuze aan drankjes. Maar ook 65-plussers spuwen er gemiddeld genomen niet in. Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat al die drank weliswaar verdovend werkt, dat vrouwen minder remmingen ervaren in hun seksleven na een paar drankjes, maar dat die drank, meer speciaal de alcohol, helemaal niet goed is voor ons mensen.
Bloeddruk stijgt er door, we worden er dikker van en ons brein wordt er langzaam maar zeker door aangetast. Ook slapen we minder goed, al denken we zelf van niet, voelen ons minder fit (al was het maar door de katers), de lever wordt er door aangetast, we krijgen mannen met niet alleen erectieproblemen maar ook een veel lagere spermaproductie en er is een verhoogd risico op kanker. Zet dat eens af tegen dat leuke en lekkere van drank en we zien hetzelfde beeld als we bij roken tegenkomen. We weten het allemaal wel, maar drinken vrolijk door. De hoger opgeleiden vaak wat sterkere drankjes of wijn, de lager opgeleiden vooral bier. Want hoe vreemd ook, bier wordt er in gegoten als water. Zeker bij jongeren. Zelf bekijk ik dat altijd met enig ontzag of noem het verbazing. Want hoe je in vredesnaam 10-20 biertjes achter mekaar naar binnen kunt werken is mij een raadsel. Al dat vocht. Je zou er lek van raken. Ik ben overigens in mijn leven heel wat mensen tegen gekomen die drank toch tot een probleem maakten.
Waar overmatig drinken een bijna dagelijkse conditie werd en waar beslissingen nauwelijks meer op redelijke of rationele gronden genomen werden. Soms lag er een oorzaak in de jeugd, dan weer in een overmatig gevoel van zelfmedelijden of frustratie. Denk maar eens aan de eenzame huisvrouwen die liters sherry of witte wijn nemen om een dag door te komen en het nog een beetje plezierig te hebben. In landen als Duitsland of Tsjechie (om er maar een paar te noemen) drinken mannen gemiddeld honderden liters alcohol houdende drankjes per jaar. Veelal bier. Maar honderden liters! En neem van mij aan, ik kwam en kom er nog vaak, men drinkt geen ‘fluitjes’ maar pullen vol van dat spul. En na een kroes of wat van dat straffe bier of erger weet je als niet zo ervaren drinken echt niet meer hoe je heet. Welk een lol. En toch laten we onze jeugdigen zijn/haar gang gaan en zich letterlijk klem zuipen. Elk weekend weer. Verkeerd signaal. Want echt dronken jongens of meisjes lopen ook nog eens drie/vier keer zoveel risico op misbruik of diefstal. Geen idee wie ze onheus bejegende, immers…’ik was dronken’. Nee, we zouden ons toch eens moeten afvragen waarom we wel zo meegaand zijn als het om drank gaat en zo weinig waar het drugs betreft. Het effect is vaak gelijk. Ik heb het daarbij nog niet eens over rijden onder invloed. Ernstig misdrijf vind ik dat. Meteen rijbewijs kwijt de sanctie. Maar ja, al zolang ik leef is daarvan bij hoogst uitzonderlijke situaties sprake. Moet anders kunnen. Dus….drinken we of drinken we niet (meer)?? U mag het zeggen. Ik zal het nuchter beoordelen… (Foto’s: Yellowbird archief/internet)
Toch had ik bij de Marketing Round Tables ook wel eens een klein zakelijk meningsverschil uit te vechten met die slimme Alfred Rieck. Want bij de Fabia was niet alles alleen maar Hossanah in de Hoge. De Tsjechen bedachten ook een erg lelijke variant op het thema, de sedan. Gewoon een Fabia Hatchback, die om een of andere reden een vrij lelijke ‘kont’ opgeplakt kreeg. Kennelijk omdat er in Finland, Griekenland of verre deelstaten van Rusland belangstelling voor bestond. Om de kosten te drukken moesten ook de West-Europese markten mee doen om die wagens te verkopen. Toen mij tijdens een MRT in Frankfurt werd gevraagd hoeveel van die sedans ik wilde bestellen voor onze markt, gaf ik aan: ‘nul’. Het was voor het eerst dat Alfred Rieck me boos aankeek. Wij hadden nooit echt ruzie, maar over deze auto en diens verkoopkansen waren we het niet eens. En wat mij betreft tot nu toe nog steeds terecht. Sedans waren (en zijn) geen handel in ons land. Het marktaandeel van soortgelijke Volkswagens (de Polo kende in Nederland ook een weinig succesvolle sedanversie) was bijster klein, met Skoda moesten we dus rekenen op flink wat winkeldochters als we zo door zouden gaan.
Hij had weliswaar veel mee, maar ook best wat zaken tegen. Toch gaf ook deze auto weer extra veel hoop voor de toekomst. Het gamma werd breder en breder en we zouden als merk straks een steeds groter deel van de markt kunnen bedienen. De introductie van de nieuwe auto, later aangeduid als de Superb, werd gezien voor 2001. In de periode daar aan voorafgaande werd internationaal tijdens die marketingbijeenkomsten veel gepraat over de kansen en mogelijkheden. Als ik achteraf terug kijk naar wat voor auto dit in feite was geworden moet ik stellen dat de verwachtingen heel wat hoger waren dan de uitkomsten. Ook al was het een meer dan puike en zeer comfortabele auto, die het platform deelde met een in China verlengde VW Passat-bodemplaat en rijkelijk mocht worden gewinkeld in de schappen van zowel VW als Audi voor de motoren. Voor veel dealers was het een ultieme demonstratiewagen. Ook dat was wel iets waard. Ze schaamden zich niet meer voor hun eigen merk en gingen zelfs met hun caravan er achter in de grote Skoda op vakantie. Wordt vervolgd! (beelden: Yellowbird archief/Skoda)