Het was aan een lieve vriendin te danken dat we met een stukje korting konden gaan dineren bij dit erg aardig gelegen restaurant in het Amsterdamse Centraal Station. Waar vroeger vermoedelijk de eerste klas treinreizigers aan de sherry zaten voor ze vertrokken heeft een exploitant nu een sfeervol en uitgebreide horeca-gelegenheid ingericht, naast het hoofdspoor van Amsterdam naar Utrecht en verder. Omdat we die dag in de stad een belangrijk dokument hadden ondertekend met een feestelijk randje, de aanleiding beschreef ik al eerder, besloten we om dit cadeau gegeven stukje korting om te zetten in eetbare waar. In dat restaurant met die veel zeggende naam 1e Klas. Zoals beschreven is de lokatie de naam meer dan waard.
Al is de akoestiek wel een dingetje. Met veel gasten, en die zaten er op die bewuste dinsdagmiddag in juni jl., was er flink veel geluid te horen en een gesprek op bij de naam van de lokatie behorend niveau nauwelijks mogelijk. Daardoor was het lastig met de man te spreken die ons aan tafel bediende. Een wat oudere heer die ook nog een niet Nederlandse achtergrond had. Soms moesten wel wel even vragen wat hij zei, maar het ging gereserveerd vriendelijk toe in die communicatie. De bestelde huiswijn, Italiaans, smaakte zeer goed. Net als de voorgerechten. Het is niet al te goedkoop allemaal, maar je krijgt er wel een stukje kwaliteit voor terug. Dat gold ook voor het hoofdgerecht. Zalig, warm en niet voorspelbaar met een bak friet als garnering.
Nee, hier kookt men echt op een 1e klasse-niveau. Wel jammer dat salades als toevoeging er toch uitzien alsof ze van heel ver per trein zijn aangevoerd. En met heel weinig fantasie bereid. Dat doen ze bijvoorbeeld in Duitsland in een eerste de beste schnitzeltent nog beter. Maar goed. We aten op ons gemakje tussen alle andere gasten en keken rond naar hoe er werd gewerkt door de staf om het alle gasten naar de zin te maken. Af en toe komen er hele groepen toeristen binnen die vooraf gereserveerd hebben en in hoog tempo worden bediend. Meer dan efficient. Verdient een pluim. Dat verdiende onze tafelheer wat minder.
De wijn en het lekkere eten maakten ons gewillig voor een leuke fooi. Maar een dankjewel kon er niet vanaf. Of wellicht mompelde hij dat in de ruimte en konden we het niet verstaan. Hoe dan ook, een cijfer 9 heeft 1e Klas wel verdiend. En dat komt dan vooral door outillage, geweldig eten, prachtige wijn, de dames en heren die ons de gerechten of drankjes brachten. Niet de vaste tafelober, of die salade. Zou men dat voor elkaar brengen was er een 10 uitgerold. Ondanks het geluidsvolume. Sfeervolle zaak. Aanrader! En met zo’n kortingvoucher nog te betalen ook. (Beelden: Yellowbird)


De ‘grote baas’ van Skoda, Herr Detlef Wittig, was op de stand van Skoda Deutschland aanwezig, samen met zijn vele managers en we moesten daar stevig mee aan de bak. We zouden dan ook een paar dagen blijven. En dat hield in dat we er ook moesten overnachten. Een paar dagen zelfs. Maar dat viel niet mee in het altijd overvolle Frankfurt rond die IAA. Dus boekte onze ‘directiesecretaresse’ een hotelkamer voor mij en mijn toenmalige verkoopcollega Wim. ‘In een plaatsje vlakbij Frankfurt’ had ze ons nog voor vertrek met de KLM bezworen. We hadden meteen moeten weten dat zij van dat soort zaken echt geen verstand had, maar omdat ze het vertrouwen had van haar directe chef Hoekstra staken we de reservering in onze koffers en gingen onderweg. Eenmaal geland in Frankfurt ook meteen aan de slag.
Toen we de avondsessies hadden overleefd, vaak werd er lekker gegeten en gedronken met de vele mensen die we hadden leren kennen, bedachten we dat we maar even met de taxi naar ‘dat hotel’ moesten rijden. Wel zo handig. We stapten in, pakten het adres van het hotel en gaven dit door aan de chauffeur.
‘Wo wollen Sie hin?’ vroeg de man terwijl hij de motor van zijn Mercedes even afzette en zich naar ons omdraaide. ‘Worms?’. Ja, dat stond op die hotelbevestiging, dus daar wilden we heen. Het was al laat, we wilden slapen. De man zuchtte, startte zijn sterrenbak en reed weg. En bleef meer dan een uur rijden. Ver buiten Frankfurt, snelwegen, uiteindelijk naar Worms. Los van de lange rit waren wij er een enorm bedrag aan kwijt voor de chauffeur. Het hotel bleek ook nog eens gelegen aan een spoorwegemplacement waar dag en nacht werd gerangeerd. Gebroken stapten we ’s-morgens onder de douche, we moesten weer vroeg op weg naar Frankfurt.

Maar wat is dood als je nog glanst van schoonheid en denkt dat je nog 80-100 jaar te gaan hebt. Nu krijg je van ouders of schepper geen enkele garantie mee dat je die leeftijden mag gaan halen, toch zien we als jonge mensen nergens bedreigingen op ons pad. Zeker niet in de eigen leeftijdskringen. Was ik vroeger anders? Tuurlijk niet. Een paar voorbeelden van dat wonderlijke gedrag vertoonde ik ook hoor. Alleen was ik niet van de drugs en al helemaal niet van het roken. Dus aan mijn lijf geen polonaise. Maar een echte polonaise was dan wel weer leuk. Feestje, dansen, wat flirten, lol maken. Je ziet er nog goed uit en al die anderen die je tegenkomt, ook of nog veel meer. Onlangs was ik in gesprek met een jonge vent die me een dilemma uitlegde. Of hij nu wel of niet die BMW Sportcoupe moest kopen van een tweedehands handelaar in de buurt van Den Haag.
‘Tuurlijk niet…’ was mijn pragmatische antwoord en ik gaf hem diverse redenen waarom dat in zijn situatie zo’n slecht idee was. Maar het was tegen dovemansoren. Hij somde achter elkaar wel 20 minuten lang argumenten op die hem naar de juiste kant van de schaal moesten leiden. Ook zijn vader had hem de BMW afgeraden, maar dat was denk ik nu net reden om die auto wel te kopen. Gruwelend vertelde ik nog wat verhalen over wat ik zoal met tweedehands wagens van dit merk had meegemaakt. Het kwam niet binnen. Hij stak daarbij de ene sigaret na de andere op. Ik legde hem uit hoe ik daar naar keek. Hij keek me meewarig aan. Ik was een oude man die vooral zeurde. Zijn gezondheid was nog goed en hij kende een opa die 91 was geworden maar zijn leven lang had gerookt. Tja….die ene man zal zeker geen voorbeeld zijn voor…maar toch!
Zijn logica was vooral bedoeld om zijn eigen gedrag te verbloemen. Immers, hij was onkwetsbaar en wilde genieten. Het leven was al zo lastig. Toch??? Ik knikte maar eens. Was het niet met hem eens, maar wat maakte dat nog uit. Ik dacht terug naar de eigen jeugd…naar de dingen die mijn ouders niet zo handig vonden. En zuchtte. Wat ging het allemaal toch vlug en is die kwetsbaarheid er snel als je niet goed oplet. En juist dat laatste doe je niet als je jong bent. Het is van alle generaties. Toch??? (Beelden: Internet)
Ik stam nog uit de tijd dat wanneer je als jong spottertje naar Schiphol ging en het vliegverkeer van toen bekeek je bijna uit elk land wel een eigen product of type voorbij zag komen. Niks Airbus, niks Embraer, nee gewoon Franse vliegtuigen, Britse, Zweedse, Italiaanse, Russische, Amerikaanse, Nederlandse en zo meer. Die eigen industrie bouwde dan ook veelal voor de lokale markt. Met name bij de Britten en Fransen speelde dit een grote rol. En door dit denken bleven de verkopen dan vaak buitengewoon beperkt tot belachelijk laag. Het totaal aantal verkochte vlieguigen was dan net zo groot als het aantal prototypen dat een moderne vliegtuigfabriek inzet om anno 2019 haar nieuwe typen te testen. Een voorbeeld van dit nationale denken is de vrijwel onbekend gebleven Sud-Est SE-2010 Armagnac. Een toestel dat net na WO2 door de Fransen werd ontwikkeld als groot verkeervliegtuig voor de lange afstanden en de Britten en Amerikanen concurrentie moest aandoen. De machine was inderdaad groot, indrukwekkend zelfs, maar bleef zeldzaam oneconomisch.
Het vloog voor het eerst in april 1949 en al snel werden er vier gebouwd voor de toenmalige maatschappij TAI, die later opging in UTA en weer later Air France. De Armagnac had weliswaar vier enorm krachtige Amerikaanse zuigermotoren van het type Pratt & Whitney R4360 die elk 3500pk leverden, het was een relatief langzaam toestel dat op de markt kwam toen de Britten hun eerste Comet straalverkeersvliegtuigen verkochten. TAI was er doodongelukkig mee. En na korte tijd werden de Armagnac’s uit de dienst genomen. Later kreeg een nieuwe maatschappij, SAGETA, er zeven in de vloot die werden ingezet tussen Toulouse en Saigon. Dit in verband met de oorlog in Z.O.Azie die de Fransen toen nog voerden. Deze toestellen konden in het meest optimale geval wel al 160 passagiers vervoeren, maar die zaten dan wel opgepropt.
En de machine kon ook niet zo heel ver vliegen door de beperkte actieradius. Moest dus veel tussenlanden en dat was bij vergelijkbare Amerikaanse en Britse toestellen toch een heel stuk minder het geval. Naar verluid zouden er precies 9 Armagnacs zijn gebouwd en die hebben maar relatief kort gevlogen. Een mislukt avontuur. Latere typen van deze fabriek waren o.a. de Bretagne die minder groot was maar wel meer ‘succes’ kende. Door o.a. de eerder genoemde oorlog in Z.O. Azie mocht Sud-Est er 45 van bouwen en leveren aan diverse gebruikers. De Armagnac was toen al vergeten. En heel eerlijk, ik kende het type slechts vaag. Tot ik onlangs van iemand een foto te zien kreeg op Facebook waarbij zo’n kist op Schiphol stond afgebeeld aan het einde van de jaren veertig. Dat was mij dan weer niet bekend. En reden om aan deze wonderlijke machines ook hier eens aandacht te schenken..(Beelden: Internet)
Ergens in de jaren voorafgaand aan de introductie van de Fabia had ik zelf een managementdag bijgewoond die indertijd werd georganiseerd vanuit Pon Holdings. Daar liet men door diverse sprekers, waaronder Maurice d’ Hond, de loftrompet steken over het gebruik van het internet. Maar Pon had op dat moment nog vrijwel geen aanwezigheid op het internet, en Skoda al helemaal niet. Dus had ik in mijn als altijd aanwezige enthousiasme samen met mijn toenmalige assistent Marcel heel snel een opvallende en goed functionerende website op poten gezet waarmee we binnen Pon ongeveer de eerste divisie waren. Deze website mocht zich verheugen in de belangstelling kopers, maar ook van Skoda en Alfred Rieck.
Daar zette men zwaar in op dat zelfde internet en veel importeurs liepen, zo bleek, flink op ons achter. Sommigen moesten zelfs aan dat avontuur nog beginnen, wij hadden al een soort verkoopactie op poten gezet voor de Fabia, waarbij we zonder al te veel problemen op voorhand een stuk of honderd auto’s via het www hadden verkocht. Er werd internationaal met belangstelling naar gekeken, maar intern bij het importeursbedrijf ook met afgunst zo ik later zou begrijpen. Want binnen de nieuwe Pon Mobiel-gelederen bleek dat er bepaalde mensen vat wilden krijgen op die website om het toe te kunnen voegen aan de eigen portefeuille. Hoe meer je te doen had, hoe beter het was, zo leek het wel eens.
Maar ik had het verhaal vanuit het eigen initiatief en marketingbudget op poten gezet en in Frankfurt of Mlada Boleslav begrepen dat het internet primair thuis hoorde bij Marketing & PR en niet bij een andere afdeling. Dat gaf problemen. Grote! Toen onze financial controller aangaf dat hij dus met die website aan de gang wilde en dat ik die aan hem moest overdragen weigerde ik dat categorisch. Daarop stelde de man dat hij hoe dan ook die website in handen zou krijgen. Hij kreeg gelijk. Hoekstra koos er nadat hij van de discussie hoorde voor om een van zijn sympies in het gelijk te stellen en meteen aan te kondigen dat hij genoeg had van de samenwerking met mij als man van het eerste uur.
Het zou nog een paar jaar duren voor ik hem open en eerlijk kon uitleggen dat hij daarbij echt een beoordelingsfout maakte. Maar toen was het al te laat en werkte hij zelf al niet meer voor de importeur. Het besluit van Hoekstra kwam niet alleen bij mij stevig binnen, ook bij de Skoda-fabrieken waren ze verbijsterd. Het hart op de juiste plek en groen bloed in de aderen, men snapte het niet en het werd zeker niet op prijs gesteld. Al wilde men op dat moment rechtstreeks niet echt directe invloed uitoefenen op wat er binnen het M.T. van Pon Mobiel gebeurde. Hoekstra kreeg overigens meteen gelijk van die meneer R* die nog even herinnererde aan de affaire met de Service-wagens van een paar jaar geleden. ‘Die vent met zijn Skoda-hart was veel te lastig!’ Men deed aan politiek en keek niet naar kennis en loyaliteit. Duidelijk was wel dat de nieuwe eeuw voor mij qua carriere voor en bij mijn favoriete merk niet zo goed was begonnen. Toch ben ik tot het laatst wel aan de gang gebleven om de ontwikkelingen van Skoda in ons land positief te benaderen en vooruit te helpen. Na mij de zondvloed paste me niet en daarom was een goed overleg over hoe nu verder zinvol mijn job te kunnen doen. Dat zou leiden tot een andere insteek richting Skoda in ons land maar wel een die nu nog helpt zoden aan de dijk te krijgen…Wordt vervolgd (Beelden: Skoda/Yellowbird)
Mooie serie bij Netflix, Dead to me, die zeker indruk maakt als je er even voor gaat zitten. Gaat over twee vrouwen die door een zeer ongelukkig toeval met elkaar van doen krijgen en waarbij een van de twee een groot geheim met zich draagt dat ze om zeer duidelijke redenen niet kan delen met de ander. De echte hoofdrol van de reeks is voor Christina Applegate. Een Amerikaanse actrice die op het moment dat ik dit schrijf 48 jaar oud is en al een hele reeks acteerprestaties achter zich heeft gelaten maar ook in haar privéleven bepaald niet alleen maar roze dromen mocht beleven. Zij werd bij ons het meest bekend door haar rol als Kelly Bundy, de drellerige dochter van de Bundy-familie in ‘Married—with children’, waarin ze 259 afleveringen lang mee deed. Daarna speelde ze in talloze series en speelfilms en kreeg ook de nodige prijzen voor haar acteerwerk. Haar privéleven kende een enorme dip toen zij erfelijk belast bleek met borstkanker en in 2008 haar beide borsten moest laten amputeren. Opvallend was daarbij dat zij daarna vrijwel meteen kankervrij bleek te zijn en dat gelukkig voor haar zelf en ons, toeschouwers, ook bleef.
Dat zij zich inzet voor vroegtijdig kankeronderzoek bij vrouwen spreekt in dat kader voor zich. Daarnaast is ze ook fervent fan van de organisatie die opkomt voor dierenrechten, PETA. Ik vertel dit verhaal omdat in haar gezicht de groeven van dat zware besluit in 2008 goed te zien zijn. Het vrolijke sexy meisje uit de Bundy-familie is wat verdwenen, een volwassen vrouw met een stevige levenservaring is nu de actrice die de rol speelt van Jen Harding uit de door mij genoemde Netflix-serie. We keken er soms wel twee of drie afleveringen achter mekaar van af. Haar acteerwerk altijd overtuigend, en haar schoonheid niet aangedikt, maar natuurlijk. Mooie actrice die dus daarom alleen al even aandacht kreeg van de oude Meninggever..(Beelden: Internet/Wiki)
Met onze Soester vriendjes waren we onlangs weer eens op stap. In de hoofdstad, mijn stad! Hoewel wij zelf veel wandelen in die stad is het zoeken van een locatie waar voor bezoekers aan onze stad iets te beleven valt, soms best lastig. We deden in het verleden alle grote musea al eens met hen aan en nog wat andere dingen die niet voor de hand lagen of liggen. Dit keer kozen we op aanraden van derden voor de Nieuwe Kerk op de Dam waar op dat moment een expositie van World Press Photo gehouden werd. Nou dat was geen vrolijke toestand. Goed nieuws, blij nieuws, vrolijk makend nieuws, nee dat is niets voor de moderne pers. Ellende en narigheid moet het zijn en vooral leed van mensen die het ‘lastig hebben’. Dus veel conflictgebieden, slachtoffers, vluchtelingen (of wat daarvoor door gaat tegenwoordig), dierenleed, bedenk het en het wordt in foto’s vastgelegd.
Het maakte ons niet vrolijker. Integendeel. Dat deed wel het praalgraf van onze zeeheld Michiel de Ruyter in die aardig grote kerk. Met een enorm standbeeld plus grafmonument aan de ene kant en blik op zijn kist aan de andere. Een zeeheld die de Britten in de pan hakte indertijd en heel wat zilver en goud onze kant op wist te halen. In deze tijden van mallotige geschiedvervalsing door LTB’ers die alles wat maar riekt naar vaderlandsliefde meteen veroordelen en het liefst vervangen door tragische beelden van onderdrukten in die geschiedenis, een verademing. Ik werd er plaatsvervangend trots door.
Want laten we wel zijn, hadden we deze zeeheldensoort niet gekend spraken we hier vermoedelijk Engels, Spaans, Frans, Duits of wellicht zelfs Arabisch of Turks. Want al dat volk deed pogingen onze Europese streken aan de Noordzee onder de knoet te krijgen. De grote Admiraals van onze geschiedenis staken daar een roeispaan voor en daarom zongen wij op die mooie lentedag even in stilte het Wilhelmus. Om in stijl te blijven staken we daarna het IJ over richting oude NDSM werven in Amsterdam-Noord. Vrijplaats, museum, ontwikkelingsgebied. Alles is er te vinden voor een gezellig dag uit.
Van leuke terrasjes tot kunst. Men bouwt daar in hoog tempo appartementengebouwen en bedrijfshallen. Er komen supermarkten en zo meer. Een nieuwe leefwijk van de stad op een plek waar vroeger de grote zeeschepen van de Nederlandse handelsvaart werden gebouwd. Amsterdam pakt hier echt door en als je langs de oevers van het IJ staat en naar de overkant kijkt zie je dat ook daar nieuwe woonwijken uit de grond worden gestampt die hun weerga niet kennen.
Zelfs onder GroenLinks juk kan een stad zuchten en toch ruimhartig expanderen. Ook al bouwt men dan meestal voor lieden die nu nog niet in Amsterdam wonen maar er graag neerstrijken om daarna te mekkeren over de drukte en het lawaai. Hoe dan ook, we zagen en beleefden veel. Werden geïnterviewd door drie jonge dames die een schoolopdracht moesten maken over Amsterdam-Noord. Het compliment over mijn uiterlijk en lager geschatte leeftijd maakte mijn hele dag nog beter dan goed. Op wolkjes liepen we naar het centrum terug, zegen neer op een terras en genoten (..) van de steedse herrie. Blijft leuk dat Amsterdam, jammer dat er van die rare types wonen soms…die ook nog eens de stad besturen. Maar het blijft de mooiste stad van het land. Doen die groenen niks aan af…(Beelden: Yellowbird archief)
Het hypermoderne en onder architectuur ontworpen nieuwe gebouw voor Pon Mobiel kwam geen moment te vroeg. Het was als project min of meer het kindje van Cees Hoekstra en die had om budgettaire redenen tijdens de bouw wel flink wat consessies moeten doen. Het geplande maar peperdure klimaatbeheersingssysteem werd bijvoorbeeld uit de verlanglijst geschrapt en voor zonwering was volgens de architect geen plek. Een vol glazen gebouw kent zo haar feilen, zeker als je dat ook nog vol in de zon bouwt. Maar dat was iets voor later. We waren dolblij met deze behuizing, die vol stond met luxe zaken. We hadden een prachtige showroom op de begane grond waar we wat exclusievere modellen uitstalden zodat sommige dealers daar dan met klanten konden komen kijken, vergelijkbaar met hoe VW en Audi dat in Leusden ook deden voor hun relaties. En ook zoals we dat in het oude hoofkwartier te Voorschoten gewend waren geweest. Verder had het gebouw een centrale receptie, een kitchenette, en twee etages vol kantoorruimten die door het open karakter zorgden dat iedereen met elkaar van doen kreeg. Maar diezelfde etages maakten dat er een directe communicatiebreuk ontstond tussen het marketing/pr-blok en de Verkoop/after-sales, waar men op enig moment zelfs besloot om zonder echte afstemming met mijn afdeling eigen marketing-activiteiten te ontwikkelen. De situatie die daardoor ontstond zou symbolisch worden voor wat later gebeurde. Het openingsfeest was overigens nog echt geweldig. Internationale gasten, waaronder het management van Skoda, maar ook de heer Mijndert Pon, men kwam op het feestje van Cees Hoekstra en zijn team. Met acrobaten en vuurwerk, maar zeker ook een glaasje champagne werd alles afgesloten. Het nieuwe gebouw was een opvallend geheel. Als je het vergeleek met de vierkante doos van Seat leek het Skoda-gebouw wel een UFO die was neergestreken op het grasveld tussen dat Spaanse merk en het ook best fraaie gebouw van Porsche.
Skoda werd er extra volwassen door en het gaf de al wat langer voor Skoda actieve mensen bij Pon Mobiel, zoals ik, een gevoel er nu na negen jaar hard werken pas echt bij te horen. Door de indeling van het gebouw bleek al snel dat er weer nieuwe mensen bij moesten komen om het team te versterken. Receptionistes bijvoorbeeld, maar er zat al een aardig aantal medewerkers vond ik zelf. En heb dit ook een paar maal bij Hoekstra neergelegd. Door de omvang van dat team werd het ook ineens nodig elkaar op de hoogte te brengen van waar je mee bezig was. Eenzijdigheid bleek daarbij soms meer schering dan inslag. Er ontstonden combinaties van collega’s die het door vooroordeel of een zoektocht naar de eigen carriere goed konden vinden en zich afzetten tegen anderen. Pon Mobiel was daarmee naar mijn mening ineens een ‘volwassen afdeling van Pon’s Automobielhandel’ geworden. Daarbij was het gebouw zelf in de zomer bloedheet en nauwelijks te koelen, in de winter aardig fris en pas na uren stoken comfortabel warm. Warm werd het ook als het ging om wie nu verantwoordelijk was voor wat. De oude scheidingslijnen tussen de afdelingen werden steeds vager. Door dat gezoek naar ‘belangen’ en het gebrek aan onpartijdige of actieve leiding kon het gebeuren dat twee afdelingen ineens met hetzelfde werk bezig waren. Dat was lastig want zo kreeg je dus geen echt inzicht in een eenduidig bewerken van het merkimago of de markt. Het begon mij persoonlijk in ieder geval aardig te storen. Temeer omdat ik wist dat baas Hoekstra zo zijn anti’s en sympies had en ik mij om een of andere reden niet in zijn voorkeur mocht verheugen. Kwam ook wel omdat ik omgekeerd vond (en ook wel uitte) dat hij soms wel erg eenvoudig redeneerde en van Skoda’s vermarkten echt geen kaas had gegeten. Daarbij had hij mijn leeftijd en was seniority dus best een dingetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird/Skoda/internet)
Net als veel mensen bezit ik ook een OV-chipkaart. De vervanger voor de door sommigen geliefde en door anderen verguisde strippenkaarten. Met die Ov-Kaart betaal je in het OV door middel van in- en uitchecken (afrekening voor- of achteraf) en gemak dient de mens. Eenmaal aan gewend loop je zo langs alle barrières die de aan die kaarten gekoppelde vervoersbedrijven voor je opwerpen voordat je überhaupt gebruik mag maken van hun diensten. Kaart op naam, met foto. Maar ook met een bepaalde geldigheidsduur. Het waarom daarvan is me niet geheel duidelijk, maar laten we zeggen dat men om misbruik te voorkomen wil dat je die kaarten eens in de zoveel tijd vernieuwt. Je krijg er vooraf keurig een mail over en dan moet je zien dat je als klant zonder kleerscheuren door het aangewezen computerprogramma heen geworsteld raakt. Want als altijd bij de (semi)overheden, het aantal voetangels en klemmen is digitaal flink breed voor je opgesteld. De website vinden waar je die kaart moet vernieuwen wordt nog wel netjes aangeduid.
Maar eenmaal in die website begint de ellende. Want welke gebruikersnaam en welke wachtwoord stelde je ook alweer x-aantal jaren geleden in? Ik wist het niet meer. Dus moet je je opnieuw aanmelden. Lukte overigens prima. Daarna begon de volgende ellende. Ik had voor de vernieuwing van mijn kaart een koppelcode nodig! Een wat? Tja, geen idee, maar die had ik dus ook niet (meer). Opnieuw aangevraagd. Na twee dagen per brief in huis. Keurig. Weer inloggen, dwars door het menu heen. Om daar dan op enig moment mijn bankgegevens te vermelden. Immers, die OV-kaart werkt met een automatisch opladend saldo, maar wel ten laste van onze bankrekening. Nou ja, dat ging ook nog relatief probleemloos. Net als de nieuwe foto voor op het pasje. Toch even een foto uitgezocht waarop ik niet te veel lach. Zo’n lol geeft het nu ook niet in die bussen en metro’s of trams. Daarna bleek dat er nog een handeling te verrichten viel. Betalen voor die nieuwe kaart. Wat?? Ja, administratiekosten omdat ik zelf die kaart had aangevraagd. E.7,50!! En dat moest meteen overgeboekt worden. Nou… simpel dacht ik nog, haal je toch van die opgegeven incassorekening af?
No way! Weer opnieuw! Het lukte. Maar ik was intussen wel een tijdje verder. Ik zou een mail krijgen ter bevestiging. Op een mailadres wat niet meer in gebruik is en ik bij de verlenging van de kaart had gewijzigd. Nou ja, we nemen maar aan dat die kaart er wel komt. Enig vertrouwen moet je organisaties soms wel gunnen…toch? Maar kan iemand die lui ook uitleggen dat deze handelingen zeker 50% efficiënter kunnen worden opgelost? Of is dat niet de bedoeling?! Dan snap ik wel dat men geen concurrentie op het spoor wil. Want een ding is heel vervelend van ook dit systeem, prijsverhogingen kan men ongezien doorvoeren. Pas bij uitchecken ontdek je dan dat op een bepaald traject de prijs weer met 10 cent of zo is gestegen. Deed je vroeger toch een stripje minder om dat te compenseren. Lukt niet meer in het digitale tijdperk. Maar goed. We kunnen er weer mee reizen. Met dank aan het geduld van uw meninggever. Niet aan de logica van de OV Chipkaart-organisatie. Zeker niet! (Beelden: Yellowbird archief)
Tuurlijk, het ligt aan mij. Mijn observaties zijn uiteraard puur persoonlijk en vol van fantasie. Ik deelde al eerder in de afgelopen blogjaren wat ik zoal om me heen zie en welke conclusies mijn (soms verdorven)geest dan daarbij maakt. Ik zie vaak matig communicerende paren, chagrijnige uitstraling tentoonspreidende mannen en vrouwen, ouders die hun kinderen niet in bedwang houden en zo meer. Ook zie ik soms heel liefdevolle taferelen waarvan ik al doordenkend hoop dat die ergens op een verborgen plekje vervolg krijgen. Mensen zijn een zeer interessante en vooral onuitputtelijke voedingsbodem voor mijn blogfantasie. Ik kijk, zie, maar bedenk toch iets anders. Niet zo lang geleden, we zaten ergens op een leuk en warm terras aan het water, stopten er twee mensen van een jaar of 45, om hetzelfde te doen.
Ze reden op de fiets, waarbij de man de indruk maakte dat hij was voorbereid op een plotselinge sneeuwbui, de vrouw liet zien dat zij nog behoorde bij de aantrekkelijken dezer Aarde. Ik observeerde haar kledingkeuze, de designer-zonnebril, de strakke broek. Zag er als totaalpakket goed uit, mede doordat haar kapsel zat alsof ze zo van de kapper was gekomen. En dat terwijl ze vast een stuk hadden gefietst. Ze streken naast ons neer. De lichte parfumgeur van haar combineerde met een wat vreemde zweetgeur van zijn kant. Alles aan de man was naar mijn idee saai en grauw. Ook zijn gezicht toonde weinig aantrekkelijks. Toch waren ze al snel innig in gesprek, ze dronken een wijntje, keken naar dat wat zich afspeelde rond het terras en spraken zacht tegen elkaar als twee jonge geliefden. Ik snapte het niet. Ik zag de klik niet, de smaak van de vrouw voor een toch wat ‘bijzondere’ man. Omgekeerd prees ik hem in mijn gedachten wel om zijn smaak. Mooie vrouw, aantrekkelijk en dartel pratend. Sophisticated. Zou dat met geld van doen hebben? Moest wel. De fietsen waren van de wat duurdere soort, een goed bekend Nederlands merk met echt alles er op en aan. Het mocht wat kosten. Vermoedelijk reed hij normaal in een lease-Mercedes, zij in een leuke Mini of zo. Maar nu op de fiets. Toen wij vertrokken van dat terras zaten zij er nog. Hand in hand, genietend van de zon en elkaar. Zeer gegund. Maar niet begrepen…Uw meninggever moest er even over nadenken…… En schreef daarom dit blogje….Kan iemand het me uitleggen wat de een in de ander ziet en waarom??? Ben benieuwd naar de reacties…(Beelden: Internet/archief)