Leven met de vliegende pijl – 22 – Daihatsu

De relatie met de Skoda-importeur was er intussen een van haat/liefde geworden. Wij waren landelijk gezien het meest succesvolle dealerbedrijf van dat moment als het ging om het aantal verkochte auto’s en dat wilden we weten ook. We zochten naar kansen om meer marge te verkrijgen, wilden de nieuwste modellen of kleuren als eersten in de showroom hebben staan en zo meer. Omdat we aan de andere kant op basis van de winst op die verkopen van de toenmalige Skoda’s nog niet echt in staat waren om onze huisvesting te vernieuwen, bleven de uitstraling van het pand dat al stamde uit 1932 en onze verdere marktaanpak wat beperkt. Dat leidde er toe dat men bij De Binckhorst besloot nieuwe dealers aan te stellen in ‘ons’ rayon om nog meer omzet te genereren. Dat zette veel kwaad bloed aan onze kant en kon op weinig begrip rekenen in onze managementskring. Dat leidde er mede toe dat we ingingen op een advertentie voor een nieuw merk. Of eigenlijk een oude bekende; Dacia! De Roemenen waren in zee gegaan met een Brabantse Alfa-dealer die wel iets zag in het onzekere maar qua presentatie belangrijke nieuwe leven als importeur. Daarbij de kansen voor de nieuwe Roemeense wagens hoger inschattende dan in het verleden wel eens het geval was geweest.

Daarbij kwam dat wij als dealerbedrijf nog wel eens wat auto’s verhuurden voor de periode van een jaar of wat, een situatie die zorgde dat we altijd druk waren in de werkplaats om juist die wagens (vaak Fords of Renaults) mobiel te houden. Skoda’s waren daarbij overigens niet in te zetten, het merk had nog geen zakelijke uitstraling indertijd maar ook geen stationcars, en wellicht dat we wel iets met die nieuwe Dacia’s konden. De Roemeense Renaults hadden in een paar jaar tijd een betere uitmonstering gekregen, wat zwaardere motoren en frisse kleuren. Maar belangrijker, er zat een stationcar in het gamma en een fraaie, praktische maar ook stoere Pick-up. En….volgens nieuwe importeur Primacar uit Prinsenbeek waren die Dacia’s nu ‘kwalitatief heel andere auto’s’ dan de vroeger door Englebert geïmporteerde en door ons toen zo verfoeide exemplaren. Omdat er in ons dealerbedrijf veel tweespalt heerste binnen de leiding over de uitbreiding van het gamma met wederom die Roemeense wagens van twijfelachtig allooi, besloten we om als MT samen een bezoek te brengen aan Prinsenbeek en die import en het nieuwe gamma met eigen ogen te aanschouwen. Dat werd een leuk en overtuigend gesprek. Met twee stemmen voor en een tegen binnen ons MT werd besloten alsnog Dacia te gaan voeren, maar dan ‘low-profile’.

We overlegden e.e.a. vooraf wel met De Binckhorst en dat werd een aardige teleurstelling. ‘Baas Iserief’ zag er niks in, die Dacia’s waren rechtstreekse concurrenten voor de nieuwe Skoda’s. We moesten kiezen of kabelen. We deden geen van tweeën en bestelden voor onze leaseafdeling een paar van die Dacia stationcars. Al snel stonden ze bij ons op het erf en ging er meteen een onder contract rijden bij een aannemingsbedrijf waar voorheen een Renault 18 Combi had gereden. Een tweede Dacia Break leverde ik aan een goede vriend op Schiphol waar de wagen op het platform van de luchthaven dienst zou doen als bedrijfsvervoer voor een Libanese luchtvaartmaatschappij en daarbij een 15 jaar oude Nissan moest opvolgen. Het werden drama’s. Zowel de ene als de andere wagen bleken zo vol te zitten met problemen dat we er mallotig van werden. De garantieafwikkeling van importeur Primacar was overigens keurig, daar niet van, maar veel vertrouwen gaf het niet. Dacia was nog steeds een rampenplan, zo leek het. En dan de druk vanuit Voorschoten om er vooral vanaf te blijven…… We moesten een nieuwe list verzinnen. En die werd ons op enig moment op een presenteerblaadje aangeboden. Nadat we eerste de Subaru-importeur op bezoek hadden gehad die ons een dealerschap voor dat merk aanbod, waar we op zich weinig inzagen kregen we contact met een tweede merk voor dit doel. Het Japanse merk Daihatsu meldde zich. Daar wilde men ook al expanderen, marktaandeel bevechten aan de vooravond van een modellenwisseling die voor het kleine dochtermerk van Toyota enorm belangrijk zou worden. Nieuwe dealers werden gezocht en o.a. ons toch wel succesvolle Skoda-dealerbedrijf gevonden.

Overleg met die lui was indertijd constructief, tijdrovend, maar ook erg professioneel. Anders dan vaak bij De Binckhorst het geval was, bleek men bij de Nederlandse Daihatsu-importeur alles behalve bescheiden in de eisen en verlangens naar dealers toe. En men verdeelde de stad Amsterdam ook meteen nog eens in twee gedeelten (rayons). Noord ging naar ene Jo v.d. Weide, een vroegere Nissan-dealer die van wanten wist en waar we nog heel wat mee te stellen zouden krijgen. Voor Daihatsu zouden we als onderdeel van de plannen ook moeten gaan bouwen. Nieuwbouw op de plek van de oude uit 1977 stammende barakken. Financiering bleek daarbij niet echt een groot probleem, het businessplan werd intensief bestudeerd door adviseurs van binnen en buiten ons bedrijf en bijgesteld waar nodig waarna begin 1985 de eerste spaden de grond in gingen. De Binckhorst ging ook akkoord met ons plan, mits Skoda daar nog steeds een belangrijke rol in zou spelen. Dat beloofden we. Helaas bleek dat de toenmalige aandeelhouders van het dealerbedrijf intussen al heel andere plannen hadden, waarvan ik toen nog niet op de hoogte was. Anders was ik wellicht niet zo enthousiast geweest over het binnenhalen van dat overigens aardige en kwalitatief hoogwaardige Japanse merk. Wordt vervolgd! (Beelden: Daihatsu/Internet)

 

Leven met de vliegende pijl – 21 – Bouwen in communistische planeconomie..

Het is wellicht goed om halverwege mijn dealerjaren in het vervolgverhaal nog even inzicht of begrip te vragen voor wat er indertijd zoal in het door communisten gedomineerde Centraal- en Oost-Europa plaatsvond op het gebied van de automobiel-industrie en ontwikkeling. Begrip ook om als lezer wellicht te kunnen snappen waarom het imago van wagens uit die hoek soms wat onder druk kwam te staan. Los van alle vijandige ondergronden voor de publiciteit bij ons in het westen en Nederland in het bijzonder, had dit ook van doen met de wijze waarop men die auto-industrie indertijd in het Oosten van Europa inrichtte. Dit had natuurlijk alles te maken met de manier waarop het communisme in elkaar stak of steekt. De Sovjet-knoet kwam met de bevrijding (..) door het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog over alle landen heen te liggen waar de Russen het voor het zeggen hadden. En die Stalinistische doctrine was direct duidelijk. Elk particulier inititiatief de grond in boren, nationaliseren van de industrie en handel en intellectuelen of creatieve geesten daar opbergen waar ze voor het regime geen kwaad konden. Dit had zijn effecten op de producten van de in de getroffen landen tot dan vaak zo succesvolle en actieve industrie.

Oost-Duitsland was voorheen vaak een bakermat geweest van ontwikkelingen die Duitsland als land groot hadden gemaakt. Toen de Russen dat deel van het land bezetten haalden ze vrijwel alles weg wat als compensatie voor de ‘geleden oorlogsschade’ kon dienen. Ook de autofabrieken haalde men leeg. En zo zaten Auto-Union, Horch, BMW, Opel en dergelijke merken ineens in een heel ander land met andere gewoonten maar ook zonder productie-faciliteiten. In Tsjecho-Slowakije werd de bevolking min of meer gedwongen de communistische leer over te nemen en moest het grote Skoda-concern ook leren leven met veel minder middelen dan men voorheen gewend was. Zware industrie was belangrijker dan de productie van consumptiegoederen zoals personenwagens. Daarbij zag je dat de eigen munteenheden van die landen in waarde daalden tot het niveau van de papierwaarde per kilo.

In het buitenland goede en relatief dure materialen kopen was daardoor dus lastiger dan ooit. Bij de Oost-Duitsers leidde dat tot een groot gebrek aan staal. Een reden om op enig moment het inventieve Duraplast in te voeren als bouwmateriaal voor o.a. IFA’s en Trabant’s. Geperst katoen versterkt met kunststofhars dat weer ontstond als bijproduct van de alles verwoestende bruinkolenmijnen. Keihard, sterk, roestvrij, maar niet meteen aansprekend. De geleide staatseconomie was daarnaast ook een ramp. De communistische planners haalden elk initiatief weg door de langzaam weer op orde gebrachte auto-industrie in te delen in groepen fabrieken die een eigen taak moesten vervullen. Zo mocht je dan als fabrikant soms nog wel personenwagens bouwen, maar geen bestelwagens of trucks. Die werden na zo’n besluit weer door andere staatsbedrijven gebouwd. Vooral om de werkgelegenheid in de breedte op orde te brengen.

En om het daar over te hebben, in het communistische systeem had je altijd werk. Mits je de partij trouw was. Dat zorgde voor enorme demotivatie. Immers, je had als ‘kameraad’ weliswaar gegaranderd werk maar je kon er verder niks mee bereiken. Als je al geld verdiende vaak ook niets kopen wat de moeite waard was en als je zelf een auto wilde bemachtigen mocht je na lang sparen een jaar of 15 wachten op je nieuwe bezit. Men benutte daarom oude auto’s tot op het bot. Die economie had nog een probleem. Men gaf bijvoorbeeld op basis van de in het communistische systeem gebruikelijke vijfjarenplannen de verfindustrie opdracht om een x-aantal autolakken te maken die dan door de loop van jaren konden worden gebruikt door de eigen of bevriende auto-industrie. Een afwijkende kleur was dan best een opgave. Dat kreeg je niet zo maar gedaan. En dat gold ook voor andere takken van dienst in die industrie. Daarbij was het vrijwel onmogelijk om iets te doen zonder dat de regeringen afstemden met Moskou hoe te handelen. Toen men in de Sovjet-Unie de oude productielijn van Fiat voor de 124 overnam en in een nieuwe fabriek monteerde om zo vanaf 1972 de bij ons als Lada bekend geworden modellen te fabriceren was het niet de bedoeling dat de auto-industrie van de Tsjechen, Oost-Duitsers of Polen deze wagens zouden beconcurreren. Daar moest men dus met andere wagens komen om een eigen plekje op de wereldmarkten te veroveren.

Zeker op de exportmarkten waar men harde valuta kon verdienen die dan weer de eigen economie hielpen te blijven draaien. En dus zag je dat die merken daar vandaan het vaak lastig hadden met evt. nieuwe ontwikkelingen. Men kon na de eerste jaren van uitbenen zeker wel iets aardigs bedenken, bouwen, leveren, als de communistische leiders maar waren meegegaan met die wensen. Maar die lui wilden vooral dat het eigen volk uberhaupt zou kunnen rijden en het maakte niet uit waarin. Daarbij was er de verplichte ruilhandel met ‘bevriende’ staten. Waardoor auto’s werden gezien als betaalmiddel. Zo gingen er heel wat Oostblok-modellen richting landen als Cuba, waar men dan weer betaalde met sigaren en suiker. Pas tegen het einde van jaren tachtig zag je wat beweging ontstaan. En kwamen er moderner typen uit die landen vandaan. Na de Wende liet een paar merken zien (denk aan Skoda) waartoe men in staat was. Op basis van de oude tradities, maar met nieuw elan. En anderen gingen vrijwel meteen onderuit. Te lang onder het juk van het communisme ook in staatsbescherming kunnen draaien. Maar dat is een eigen en ander verhaal…Wellicht dat de lezer enig idee heeft van de situatie waarin o.a. het ooit zo machtige Skoda-concern moest zien te overleven in die jaren. Gelukkig is dat uiteindelijk prima uitgepakt.  Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)

2030

Praat met iemand die naar eigen idee twee eigenschappen bezit die er voor hem/haar zelf toe doen en je komt al snel terecht op onderwerpen die kunnen leiden tot een scherpe scheiding der geesten. Een van die eigenschappen van deze mensensoort is ‘geloof in een milieuvriendelijke toekomst’ en de tweede ‘het eeuwige gelijk’. Als je deze eigenschappen aantreft bij dit soort mensen ontdek je vanzelf en al snel dat ze vaak te vinden zijn in de hoek van de GroenLinkse of D66 sprookjespartijen. Daar heeft men ook maar een credo; alles wat anderen doen (i.e. zij!) is fout. ‘Zij vervuilen de wereld, zij stoken tegen de klippen op, ze douchen te lang, ze rijden met vervuilende auto’s, stoken op houtblokken, gaan ook nog eens op vakantie en willen geen windmolens in hun achtertuin’. Het zal duidelijk zijn dat ik nu even net zo chargeer als de mensen die ik beschrijf. Waar deze lieden het ook vaak over eens zijn; in 2030 rijden we allemaal elektrisch! Nou…neem van mij maar aan; dat is zeker niet zo.

Daarvoor is een paar redenen te noemen. Allereerst….die elektrische auto’s zijn domweg te duur! Veel te duur. Ook al schermen die voorstanders dan met allerlei kilometer/kostprijsberekeningen, men houdt daarbij angstvallig de prijs van accu-pakketten buiten beeld. Als je die moet vervangen ben je zo een paar duizend Euri verder. Ook wordt je nooit verteld dat de actieradius (over het algemeen al met dik 40% overdreven) met 50% afneemt als het een beetje koud is buiten en je de kachel, verlichting, navigatie en ruitenwissers moet gebruiken. Daarbij is de oplaad-infrastructuur nog nauwelijks van de grond gekomen. Wil je dus in 2030 (12 jaar na nu) alle benzine/diesel/gasauto’s hebben vervangen dient een kapitaalslag te worden gemaakt die zijn weerga niet kent. De voorstanders, veelal zelf rijdend in leaseautos van een of andere organisatie die milieutechnisch welwillend doet wat haar personeel vraagt, zien die nadelen niet. Als wij nu maar uit onze ‘ouderwetse’ auto’s stappen en die massaal onder de grond laten begraven komt het goed met de wereld. Nou vergeet het maar!

We rijden momenteel alleen in ons landje al met 8,5 miljoen traditionele (om de term maar eens te gebruikten) maar zeer efficiente voertuigen rond. Het aandeel van de elektrische auto is ook na alle jaren propaganda uit de linkse hoek, plus de staatssubsidies op het gebruik, niet meer dan 1% van het jaarlijkse totaal aan verkopen. En van die 1% zit een groot deel in de zakelijke hoek i.c. de taxiwereld. Een deel van deze wagens verdwijnt na een paar jaar gebruik richting buitenland. In ons land zijn die wagen ook tweedehands nauwelijks gevraagd. Het resultaat is een lagere restwaarde dan vooraf bedacht. Vraag en aanbod en zo meer. Dan gebruikt met ook graag het argument dat de uitstoot van CO2 en dat soort stoffen enorm wordt teruggebracht als we elektrisch gaan rijden. Vergeten wordt dan dat van alle uitstoot 16% aan het totale verkeer kan worden toegeschreven. De rest is industrie, landbouw, veeteelt, huishoudelijk gebruik. Maar de symboolwerking is voor de actievoerende voorstanders van groter belang dan de feiten.

Grensoverschrijdende vervuiling bijvoorbeeld. Blijkt veel groter dan men dacht, maar die feiten worden weggepoetst. Net als de productie van accu’s, of de afvoer van de gebruikte exemplaren. Kortom, als we elektrisch gaan rijden komt er in de marge verbetering van die situatie. En niet veel meer. Leuke groene hobby dus, geen oplossing! En intussen kijk ik naar de vertegenwoordiger van zo’n groene partij die bij mij in de straat woont. En waar drie normale benzineauto’s binnen het gezin in gebruik zijn die regelmatig worden gebruikt. Het gezin heeft wel zonnecellen op het dak. Kennelijk om het geweten te sussen?! Intussen ben ik blij met mijn compacte benzineauto die me heen en weer naar Aken bracht met vier man en bagage. Zonder dat ik met de zenuwen hoefde te zitten over mijn actieradius. Nee, ik ben er nog niet aan toe. Eerst maar eens betaalbaar maken die dingen, een bruikbare actieradius bieden, een goede restwaarde, een laadinfrastructuur die vergelijkbaar is met die van normale tankstations en een oplaadtijd die niet in uren maar minuten wordt uitgedrukt. Pas dan zou ik eventueel ook enig enthousiasme kunnen voelen bij het idee dat we in 2030 allemaal elektrische zouden kunnen rijden. Vraag is wel of ik het tegen die tijd nog wel zou willen…… De leeftijd en zo meer…..:)

Rustig aan!

Exc.1Het is weer eens december en dat is traditioneel niet mijn beste maand. Afsluiten van een jaar brengt normaal vaak allerlei verplichtingen met zich mee. Dit jaar nog wat meer dan gebruikelijk. Er moeten dingen worden geregeld die ik eerder wellicht overwoog maar nog niet echt deed. Een daarvan is dat ik het vanaf 1 januari a.s. echt rustiger aan ga doen. Het is na 54 jaar hard werken mooi geweest. Maar dit geldt ook voor het van mij bekende blogwerk. In de loop van het afgelopen jaar stopte ik al met het actief vullen van gespecialiseerde blogs die ik een paar jaar lang heb onderhouden. Maar dit is nu met uitzondering van het meer professionele autoblog afgelopen. In 2016 gaan de stekkers er definitief uit. Dat scheelt veel tijd en raakt niet direct de lezers hier. Die zullen wel ontdekken dat ik na tien jaar de frequentie van schrijven op mijn Mening blog ook wat ga verlagen.

Russian tanks in Moscow 0514 BnL8v2lCEAAXj-wIk heb in die afgelopen blogjaren heel wat onderwerpen de revue laten passeren, menig discussie gevoerd en waar mogelijk  mensen de spiegel voor gehouden of op de kast gejaagd. Het was nuttig, leuk en interessant soms, al zeg ik het zelf. Maar de laatste tijd merk ik dat het me soms zwaar valt om ook hier de actualiteit te laten voor wat hij is en te oreren over alledaagse zaken. Hoe vreemd dat wellicht klinkt, dat valt me echt zwaar. Mijn mening geven over bepaalde onderwerpen was de basis van dit blog en daarom ben ik een keer of drie door omstandigheden gedwongen vaak, opnieuw begonnen. Maar ik zie ook wel dat het aantal even actieve bloggers in die tien jaren is afgenomen met een niet meer plezierig percentage.

WP_20151202_031De grote verschuiving zit voor mij toch vooral in de sociale media waaraan ook dit blog is gekoppeld en hun eigen lezerskringen of dynamiek kennen. Werden vroeger de nodige reacties geplaatst op dit blog zelf, nu zie ik dit gebeuren op met name Facebook of in wat mindere mate Twitter. Nog een reden om de frequentie van schrijven iets te verlagen is dat ik juist op die genoemde media bijna per seconde kan reageren op wat er zoal in de wereld om ons heen plaatsvindt. Voor zover nodig natuurlijk. Maar het is wel leuk om daar mee bezig te zijn als de tijd me niet mankeert.  En dat laatste is een extra reden om hier wat minder tijd door te brengen dan voorheen gebruikelijk.

Mijn boek! Het derde in de lijn van verhalen over interessante onderwerpen. Ik ben er in 2013 mee gestart, in 2014 flink opgeschoten, maar zit nog steeds op 85% van wat nodig is om het verhaal echt in boekvorm uit te brengen.  Wil ik dat verhaal echt nog eens op de markt kunnen brengen moet ik daar nu eens een einde aan breien. En dat vraagt ook tijd. Tijd die ik mijzelf moet gunnen. En daarom zal ik andere activiteiten moeten minimaliseren. Het zal voor velen niet komen als een verrassing, voor sommigen wellicht als een opluchting. Mocht dat het geval zijn weet ik een ding zeker; ik heb iets bereikt met mijn schrijfsels. In het komende jaar valt hier naar ik vertrouw nog voldoende te lezen, maar het zal geen echt werken worden voor de trouwe lezers. En die trouwe collegae bloggers zal ik zelf uiteraard blijven volgen. Zoals ik ook altijd doe op de sociale media met mensen die me interesseren. Soms dubbelop! Jaja, een mening gever heeft ook zijn goede kanten….. Ik wens iedereen nu alvast heel fijne feestdagen en een goed begin van het nieuwe jaar. Ik ga intussen aan die stekkers trekken……

Bucketlist

217625 - EHTX - 160587 - Dove G-ARDE 0 parked Scan10346Onlangs hoorde ik op de radio een DJ vertellen over zijn a.s. verjaardag. Hij werd 40! En in het kader daarvan ontvouwde hij zijn zogeheten ‘bucketlist’. Dat is tegenwoordig een soort verlanglijstje van dingen die je gedaan moet hebben of zaken die je moet hebben aangeschaft. Kennelijk moet de moderne mens van alles en nog wat hebben gedaan voor hij op een bepaalde leeftijd is aangekomen. Of wellicht voor hij/zij er niet meer is. We vinden ons zelf zo belangrijk dat we daar dus sterk mee bezig zijn. Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik langer moet terugkijken dan dat er tijd is om naar uit te zien, maar ik kan wel aangeven dat als ik ooit zo’n lijstje had gemaakt, het behoorlijk is ingevuld of opgevolgd. Veel van waar ik als jochie van pakweg 14 van droomde heb ik kunnen waarmaken. Al stond dit dan niet op een modieus lijstje. Indertijd was het al heel wat als je door studeren en hard werken kon zorgen dat je het structureel beter kreeg dan jouw ouders.

ANW-05 - Praag 090996 - Voorplein regeringscentrum Scan10272Onze hele generatie werkte daar aan, een enkele uitzondering daar gelaten. Je wilde ook weg uit je oude woonbuurt, je wilde carrière maken, en wist dat je daartoe het nodige moest inleveren. Nu viel dat in mijn geval nog wel mee. Mijn leer- en nieuwsgierigheid zorgde voor veel reisjes en trips en ook de keuze voor wat meer avontuur in de jobs die ik deed. Het ambtenarenbestaan trok me nooit. Daar beleefde je vast niks spannends. Dat kan ik met de hand op het hart verklaren, is me in mijn leventje aardig gelukt. Nog steeds zoek ik het niet achter de geraniums en doe mijn best om creativiteit te koppelen aan advies of mijn leerproces te vervolmaken. Want alles wat je doet in je leven geeft een stukje extra kennis of ervaring. En niemand is te oud om te leren. Wel te lui misschien. Waar ik blij om ben is het aantal reizen dat ik heb gemaakt. Veel gezien, meegemaakt en dat meteen gekoppeld aan mijn vliegpassie die ik na een eerste rondvlucht boven Amsterdam, nooit meer ben kwijtgeraakt. Al is de opwinding van een vluchtje in een modern vliegtuig minder groot als het indertijd nog was toen ik voor het eerst in een vliegtuig stapte of later in een helikopter of een straalvliegtuig.

Leo op muntDe eerste keer in Londen was ook spannender dan pakweg de tiende en dat gold voor veel van die trips. Oost-Europa in de tijden van de communisten was buitengewoon interessant, een rondreis door Turkije of Florida ook. Het is al weer lang geleden, de wereld veranderde sterk. Maar je kunt er toch op terugkijken. Net als op die eerste keer op Facebook, of mijn blogverleden. Bladen maken, voor mijzelf beginnen, bedenk het en het waren indertijd grote avonturen. Intussen reden we in kilometers met onze kleine flitser die net twee jaar oud is, precies een keer de aarde rond. Geeft aan dat we nog steeds veel onderweg zijn. En daar gebruiken we dan geen enkele bucketlist voor. Wel vaak de TomTom. Blijkt een stuk handiger….

Bosdagen

Kort. networking employees-togetherHoorde ik onlangs dat onze regering samen kwam op een of ander kasteel in de provincie om zich tijdens een zgn. ‘bosdag’ informeel bezig te houden met het wel en wee van onze natie. Men doet dit dan in half formaat, spijkerbroek, shirtje en stropdasloos overheersen. De glimlach ligt de dames en heren op de lippen. Informeel is leuk en de toekomst van ons land en volk kennelijk een gebeuren om in bijna feestelijke omstandigheden met elkaar te vieren. De vakanties zijn achter de rug en men heeft een deel van het toch heftige wereldnieuws wat naast zich neergelegd. Wil je dit land treffen moet je dat tijdens het zomerreces doen, grote kans dat je dan stuit op weinig daadkracht en al helemaal niet op veel weerstand. Het fenomeen Bosdag houdt in dat je in die informele sfeer met elkaar komt tot het uitwerken van een strategie of in dit geval beleidslijn waarover iedereen het dan eens is. Om die drie weken later volkomen overboord te smijten als gedoogpartner D66 met een nieuw eisenpakket komt waarmee de boel weer eens gechanteerd kan worden.

Imago van autoverkopers moet beter Gedogen kost pijn, zo weten we nu, alleen is die pijn veel kleiner als die uit de hoek van Pechtold en c.s. komt dan wanneer je met iemand uit de hoek van CDA en/of PVV moet regeren. Kwestie van morele keuzes. Hoe dan ook, in mijn actieve managementdagen heetten die bosdagen toog- of heidedagen. Insteek was gelijk. Maar de uitkomsten ook. Informeel met elkaar praten over wat je zou kunnen doen en bereiken. Maar als je dan weer terug was op kantoor in de gang der dagen, bleek dat veel wat we hadden afgesproken vervloog als rook uit de mond van een kettingroker. Leuk, maar weinig zinvol en voor mij nooit een eerste keuze. Maar dat was gedogen ook niet. Ik ben er niet van. Je gaat ergens voor of niet, en dan is het jammer als de koppies niet dezelfde kant op staan. Het doel moet bereikt, de visie gehandhaafd en de omzet behaald toch? Nou zo zou het ook in de politiek moeten gaan. We hebben te maken met grote uitdagingen in de wereld om ons heen, maar zeker ook in eigen land.

afpakfun01f22Malloten maken hier ongeremd reclame voor terroristische organisaties, antisemitisme steekt de kop op, je hebt maar vijf ebolah-slachtoffers nodig om het land in dood en verderf te storten en we missen nog steeds een flink aantal overblijfselen van slachtoffers van de ramp met MH17. Als je dit allemaal optelt bij de oorlogen die het Midden-Oosten teisteren lijkt mij de economische agenda toch van een mindere soort. Ons land verkeert in lastig, noem het maar woelig, vaarwater. Daarbij passen stevige woorden en dito maatregelen. En daarvoor ga je niet op de hei zitten of in een bos. Als kabinet moet je zorgen dat je duidelijk bent. En je moet vermijden dat je een heel volk niet datzelfde bos instuurt met halfzachte frasen en politiek correct gekozen woorden. Maar ik vrees dat we dat wel kunnen vergeten. Want als wij het bos in moeten kost dat eigen geld. En die spijkerbroek, die moeten we zelf maar aanschaffen dan. Kringloop en Voedselbanken zijn er goed voor….