Over bruggen vliegen…

Mijn leasevader was een bijzonder mens. Hij had meerdere karaktertrekken die je nu toch het beste als te negatief of wellicht speels zou kunnen omschrijven dan dat je er veel baat van had als hij trachtte ‘wijze levenslessen’ over te brengen aan ons zijn beide ‘’stiefzonen’. Hij kwam uit een gezin waar men in ‘goeden doen’ was toen hij het huis uit trok. De grootouders van die kant waren woonachtig in een chic huis aan de Amsterdamse Amsteldijk en hadden naast een auto ook een eigen boot. Overgehouden aan een ondernemend leven in beide vervoersvormen. Mijn stiefpa was dus van huis uit een automens. Ik heb het elders al eens vermeld, maar dit keer wil ik het vooral hebben over zijn uiterst bijzondere rijstijl. Gedurfd is een zwakke uitdrukking, sportief ook. Hij reed zonder te remmen bij ons de straat uit, immers hij kwam ‘van rechts’ en nam dan ook zijn voorrang als hem dat paste. Hij reed in of op alles wat maar gemotoriseerd was. Een fiets heb ik heb nooit zien gebruiken. Nee, motoren, auto’s, vrachtwagens, alles wat een motor had en een stuur werd door hem benut. Vanaf de prille jeugd herinner ik me die wagens ook. En als hij tussen door weleens bij een bedrijf werkte met een ‘vloot’ nam hij altijd een auto mee naar huis voor zijn eigen of gezinsbehoeften. Excuus was dat er even iets ‘getest’ moest worden.

Nu was dat bij luxewagens nog niet zo erg, het werd pas link als hij een truckje meenam. Zoals daar waren indertijd de Ford Thames Traders, Renault Gallions of een Commer of Leyland. Hij kon overigens echt goed rijden, al wilde hij nog wel eens onvoorzichtig zijn als het weer eens gezellig (..) was geweest in de buurtkroeg waar hij vaak zijn klantjes zocht en vond voor zijn ook al goed lopende autohandeltje.  Toen ik mijn huidige partner en echtgenote leerde kennen kwam die als jong meisje af en toe op bezoek bij ons thuis. Na ‘aangenaam verpozen’ wat in die tijd echt niet zoveel inhield hoor, was stiefpa dan wel bereid om haar even thuis te brengen in de auto. Zou je nu niet meer doen bij gebrek aan parkeerruimte in de van vergunningen en betaalpalen wemelende hoofdstad, maar toen kon dat nog. En dan stapten we met zijn drieën in de Renault, Ford of wat ook en lieten ons vervoeren. Steevast koos hij dan voor de route langs de Amstel die in dat oude centrum liep richting haar woonadres via een viertal erg hoge bruggen over dwarsliggende grachten.

En dan wisten we na enige tijd dat wat we ook vroegen of zeiden niet zou leiden tot een rustige rijstijl. Nee plankgas die brug op en dan bovenop de bolling ontdekken dat er twee voorwielen loskwamen. Hij gierde het dan uit van de pret en vond ons maar chagrijnen dat wij de lol er niet zo van in zagen. In een tijdperk zonder riemen op de stoelen van die wagens was het ook niet meteen groot vermaak voor ons. Nee, eerder angstwekkend. Toch leerde ik wel nadenken voor ik zelf kon rijden. Zo moest het dus niet. En dat heb ik wel altijd goed nageleefd zonder al te tuttig of voorzichtig te zijn geworden hoor. Ook ‘leuk’ was zijn avonturenzucht in Limburg. Weggentjes oprijden die normaal alleen met een beetje tractor te bereiken waren en dan maar zien hoever de Skoda, DKW of Hansa kwamen als je gewoon over het weiland van de boeren daar door bleef klimmen tegen hellingen van 10-15%…Tot de banden op de steile hellingen doorsloegen en we teruggleden naar het uitgangspunt. Mijn moeder vond het niks, maar sloeg stom van ellende als hij dat weer eens uitvrat. Ging het altijd goed? Nee natuurlijk. Heel wat schade was ons deel. En soms de werkgevers… Die er niet zo om konden lachen als hij zelf wel deed. Soms als ik weleens terugkijk in een oud album van toen zie ik zijn grijns en de blik die mij verwijt dat ik het niet zo snapte. Had ie gelijk in. We hadden duidelijk niet dezelfde genen…Maar daarover later nog eens meer. (Foto’s: Internet/Model-car-world.uk/Yellowbird)

Van paarden en kolenboeren…

Mensen van mijn leeftijdscategorie hebben heel soms de neiging om terug te kijken naar een tijd waarin de wereld nog simpel was en ongecompliceerd. Zo ook ik. Onlangs had ik met iemand een gesprek over paarden. Paarden? Jij? Ja…paarden! Niet omdat ik nu per definitie zo houd van die beesten, maar wel omdat in mijn jeugd paarden nog gewoon dienstdeden als voor karren met lading lopende dieren die daarna in een loods werden opgeborgen die gewoon in onze woonstraat te vinden was. Schillenboeren waren er gek op, net als de lokale voddenman. Vandaar ook dat we in onze straat een echte smid hadden zitten. Waar men nog ouderwets (toen al) hoefijzers op de benen van die hardwerkende dieren aanbracht. Het rook heel specifiek en ik weet nog dat die smid en zijn maatje ook in zijn loods rond lopende ratten op wrede wijze te lijf ging. Hij sloeg ze tot moes met zijn gereedschap. Paarden en ratten, het hoort sindsdien voor mij bij elkaar.

Onze woonstraat was een heel normale straat en dus had je in die jaren op verschillende plekken middenstanders zitten die hun nering nog aardig wisten uit te nutten. Van snoep tot melk, van sigaretten tot serviezen. Alles wat je nodig had als gezin was om je heen gevestigd. Een van die ondernemers zetelde in een kelder onder de woonhuizen en deed in kolen. In wat? (Jonge generatie heeft geen idee meer..). Ja in kolen. Steenkolen. Uit Limburg! En dat spul stookten we vrijwel zonder uitzondering in de huizen en winkels van die periode. Meestal bunkerden we van tevoren een paar mud van dat spul in voorraad. Steevast in een kolenhok dat op de etage waar we leefden naast de ingang naar de kamer was gelegen. En als je echt veel geld en ruimte had, kwam er een hele berg op zolder te liggen. Maar dan moest je wel steeds met je kolenkit naar boven om de voor de warmte van de dag benodigde voorraad te halen.

Die kolen gingen er bij (toen nog vaak voorkomende) strenge winters snel doorheen. En dan moest je soms voorraad bijhalen. En daar was dan die ‘kolenboer’ goed voor. In zijn kelder verkocht die niet alleen jute zakken vol van dat goed brandende spul, maar ook kleinere papieren zakken. Die waren meer voor het kleinverbruik, maar daarom niet minder zwaar. Mijn lease pa tilde drie van die zakken op zijn schouder en liep dan terug naar huis, ik kon er met twee uit de voeten en dat was voor een puberaal jong best trots makend. De kachel moest roken, en dat deed zo’n ding ook. Mits steeds bijgevuld en opgepookt.  Vooral als hij door onoplettendheid was uitgedoofd en je dus uit je altijd koude slaapkamer kwam in een huis waar de ijspegels zowat aan de ramen hingen. Een hele kunst om de boel dan weer brandend te krijgen. Maar eenmaal gewend lukte dat binnen een kwartier. En dan maar even bijkomen voor je naar school ging. De kolenboer hield het nog redelijk lang vol. Tot ook in die oudere woonbuurt olie en gas gingen zorgen voor een heel ander soort verwarming en kolen uit het dagelijks leven verdwenen. Net als al die andere spullen die je toen bij al die winkeliertjes kon kopen. Nu is diezelfde straat gewoon een woonstraat. Met een enkele uitzondering zijn alle bedrijven verdwenen. Net als de paarden. Als er al eens een door die straat rijdt is het er een van de politie. Maar verder?

Bomenjacht

kerstboom-1In onze wijk zijn een paar jaar geleden van die ondergrondse vuilcontainers geplaatst. Beetje graafwerk en hup. Nieuw systeem, werkt prima. Maar ik ontdekte onlangs ook dat de bewoners ergens na de jaarwisseling hun oude kerstbomen van de ‘afvallende naaldensoort’ keurig naast die containers plaatsen. Niet de bedoeling, maar toch. Overigens worden die containers vaak ook oneigenlijk gebruikt. Een van de aannemertjes uit onze buurt wil nog wel eens een halve aanhanger spullen in dat ding dumpen, kennelijk om zich een ritje grofvuil-stortplaats te besparen of zo. Hoe dan ook, die kerstbomen deden me ineens terugdenken aan een heel andere tijd. Dik vijftig jaar geleden. In de huizen uit mijn jeugd stonden ook bomen. Niet van die Nordmannen of andere dure soorten, maar gewoon kerstbomen. Die dingen stonden er van pakweg een week voor de kerst tot een dag of tien later. Mooi opgemaakt met engelenhaar en ballen. Maar omdat we vrijwel allemaal met kolen stookten (olie en gas moesten nog worden uitgevonden..) werden die bomen kurkdroog en lieten al snel hun prikkende naalden vallen. Reden om ze direct na de kerst de deur uit te mikken. Die enkele uitzondering daar gelaten. En daar op straat was een cultureel evenement aan de gang dat je tegenwoordig niet meer zo ziet.

kerstboom-2De zgn. kerstbomenjacht. Jongelui, ik ook, stroopten de straten af voor de afgedankte bomen, verzamelden en bewaakten ze daarna. Want dat oude groen ging dienen als brandstof voor het oudejaarsvuur dat in veel van die buurten gewoon midden in de straat werd ontstoken om 12.00 middernacht tijdens de Oudejaarsviering. Spannende dagen, want je moest bijna militair denken rond die bomenjacht. Je werd benoemd door de grotere jongens als ‘jager’ of als ‘bewaker’. En dat was nodig ook, want in belendende straten en buurten deed men precies hetzelfde en wie de grootste berg bomen bezat had ook het grootste vuur. Er wilde nog wel eens een knokpartijtje uit voort komen. Gelukkig was het een fenomeen dat iedereen in onze straat aansprak, dus de jonge lieden die als automonteur of smid in de buurt actief waren wilden wel een handje bijsteken als het op vechten aan kwam. En dat maakte veel verschil.

kerstbomen-3Net als de pluimpjespistolen en geweren die we bij de bewaking van die bomen gebruikten. Dwong respect af. Als ik het nu terughaal voor dit blog denk ik wel eens, jeminee, wat een risico voor die verrekte bomen…. Maar een fenomeen was het en als ik nu wel eens kijk op Google of Wikipedia zie ik dat het ook in andere steden en dorpen in die jaren heel normaal was. Toen ik die straat verliet om elders te gaan wonen was ik ook niet meer op de hoogte van hoe men dat met de kerst allemaal regelde. In de nieuwe woonbuurt kwam het niet voor, daar woonden geen jongelieden die er mee bezig waren. Ik hoorde het nog wel eens van mijn ouders. Die woonden in die periode na een verhuizing juist op dat punt in die straat waar wij vroeger de vuren stookten. En dat maakte soms nerveus, zo’n groot vuur voor de deur. Intussen is het ondenkbaar geworden. Overal staan auto’s en scooters, de huizen zijn allemaal gekocht door mensen met een andere mentaliteit of afkomst. Nee, geen bomen meer en al helemaal geen vuren. Men zet ze gewoon bij de vuilcontainer. En niemand die er naar omkijkt. Er is veel veranderd in de loop van al die jaren….

Goed gesprek op een bankje…

WP_001362Het bankje waar wij even wilden zitten in de zon, was gevestigd tegen de muur van het museum dat wij zojuist hadden bezocht. We zouden er met ons groepje van vier mensen met wat inschikken van billen of heupen net aan kunnen zitten, als dit bankje niet was ingenomen door een dame die haar bezittingen om zich heen had uitgestald. Nadat de vrouwen uit ons gezelschap naast haar neerploften trok zij wat van haar spullen naar zich toe en begon te praten over het weer. Nu was het lekker zonnig, uit de wind was het heerlijk. Zij zat met haar gezicht omhoog een volkomen donkere zonnebril bedekte haar ogen. Toen ze zag dat wij mannen moesten blijven staan zette ze haar tassen op de grond en schoof nog een stukje verder opzij. Ze trok haar lederen jack nog wat strakker om zich heen en maakte duidelijk dat ik best naast haar ‘mocht’ zitten. Dat deed ik. En dat was wellicht niet zo’n slimme zet. Ze keek me met haar donkere bril aan en zag kennelijk een soort biechtvader in mij. Nu ben ik veel, maar voor dat ambt van vergevingsgezinde priester ben ik minder in de wieg gelegd. Neemt niet weg dat ze op zachte maar goed hoorbare toon haar verhaal afdraaide. Ze woonde in Amsterdam-Oost, tussen de junks, de buitenlanders en ander schorem, dat haar het leven zuur maakte. Ze was overspannen, had tot vijf weken geleden nog gedronken als een ketter, was gestopt met roken, dus ook met haar stickies. Ze leefde nu gezond, maar het werd haar niet gegund om een leuk leven te leiden. Ze wilde graag verhuizen maar kreeg geen kans. De Gemeente werkte niet mee, en haar sociaal werkster had haar vanuit een onbewoonbaar verklaarde benedenetage weg gehaald en in die gribus gebracht waar ze nu nog woonde. Waar die junks haar belaagden, haar adres gebruikten om pakjes etc. naar toe te laten komen en haar dan te laten betalen, waar ze niks tegen kon doen, en de politie niet eens aangifte voor wilde opnemen. Haar verhaal rolde over me heen als een sneltrein die niet te stoppen leek. Mijn gezelschap naast me at intussen een boterham en dronk wat, ik durfde dat niet. Het verhaal van de vrouw deed me iets, aan de andere kant weet ik als Mokumer dat van dit soort verhalen elke dag tientallen keren worden verteld. Gemiste kansen, verkeerde beslissingen, verloren in de drank en geen steun waar hulp dringend nodig is. De vrouw vroeg mij op enig moment waar ik zelf woonde. Ik hield het wat op de vlakte. Gaf een indicatie. ‘O, daar zou ik ook graag willen wonen, in alle rust…’. Ik snapte dat. Maar het begon me nu toch wat te kriebelen. Verhalen zijn leuk, medelijden ook, maar het moest niet in de buurt komen. Met wat diplomatieke drukmiddelen richting mijn eigen gezelschap kon ik hen bewegen in de benen te komen. Ik nam afscheid van de dame met haar problemen. Zij bedankte me voor het ‘fijne gesprek’. Zwaaide nog eens, en zette toen haar tassen weer op de plek waar ik had gezeten. Haar hoofd richtte ze weer op de zon. Haar dag was toch weer een stukje fijner dan daarvoor en ik had weer een stukje Amsterdams klein leed mogen aanhoren. Later, op een mooi terras op het Rembrandtplein hoorde ik heel andere verhalen. Over ‘versieren’ en hoe snel een Porsche wel niet reed. Zo heeft ieder zijn eigen sores…..

Ergernissen….

Zuiderkerk met poortje P2170242_editedJe loopt te wandelen in je eigen stad. Natuurlijk is daar de samenleving veranderd. Het centrum is maanden lang domein voor toeristen, maar ook junks en ander tuig schuimt de straten af. Vaak is dat met elkaar verbonden. Voor de geboren en getogen Mokummer is dat een kwelling soms. Al snapt zelfs de meest kritische van hen wel dat het goed is voor de economie en werkgelegenheid. Toeristen brengen geld in het laatje, maar dat geld wordt dan bijvoorbeeld weer niet uitgegeven aan schoonmaken van straten en pleinen. Je schaamt je soms over de toestand van al die befaamde plekken als je ziet wat een zwerfvuil en hondenshit er overal ligt. Stadsdelen zijn verantwoordelijk, en die geven hun geld liever uit aan de eigen organisatie dan aan het schoonhouden van waar ze verantwoordelijk voor zijn. Ongekend is ook het constante openbreken van straten, grachten en pleinen. Geen Nederlandse stad waar dit zo consequent en lang kan worden vol gehouden als de onze. Ik weet niet beter dan dat er juist in de zomermaanden altijd wordt gebroken en gegraven. Alsof er iemand op een (deel)gemeentehuis zit met een sadistische inslag. ‘We zullen ze krijgen die toeristen!’.

Amsterdam - fiets.opAls dat bestuur dan ook nog eens links georienteerd is, ik heb het al vaker gehad over zgn. progressieve provincialen die zo nodig een grote stad moeten omvormen tot een kopie van hun eigen dorpen, blijkt na de vele verbouwingen dat straten ineens halve fietspaden zijn geworden en wederom een deel van de openbare parkeerplekken voor auto’s zijn verdwenen. Waarom men dan niet echt door pakt en die stad in het centrum gewoon autovrij maakt is mij een raadsel. Wellicht omdat die zelfde stad dan gedwongen zou zijn echte en voldoende parkeergarages aan te leggen? Hoe dan ook, als er dan fietspaden liggen worden die toch niet benut. De gemiddelde Amsterdammer (of wat daar voor door gaat…) heeft een kennelijke hekel aan gebaande paden. Die ‘milieubewuste’ Mokummer wordt pas echt recalcitrant als hij of zij op de fiets het eigen transport gaat verzorgen. Dan gelden verbodsborden niet meer, zijn de trottoirs prima vervangende rijwegen en al die daar lopende lieden mooie chicanes. En als ze niet snel genoeg opzij gaan wordt er het een en ander aan verbaal geweld uitgewisseld dat niet in het Grote Van Dale Woordenboek te vinden valt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De fiets als alternatief vervoermiddel voor de hoofdstad in dit land? GroenLInkse utopie…

Nee, de Amsterdamse fietsers behoren niet tot de meest sociale soort. En dat is vreemd omdat ze bij hun politieke keuze vaak juist in die hoek te vinden zijn. Zou het een dan toch met het ander van doen hebben? Is progressief zijn meteen ook aanleiding voor asociaal gedrag? Ik zou me er niet over verbazen.  Bij onze meest recente wandeling, werden we zo wat plat gereden door een over de stoepen fietsende postbode van een jaar of 45-50 met een gebit waarin hij zijn eigen fiets aardig onderdak kon bieden. Hij remde nauwelijks, ramde met zijn fiets plus tassen onder het uitroepen van ‘Excuse me!!!’ tussen ons en wat Amerikaanse toeristen door. Kennelijk te veel moeite om even op straat over een van die fraaie rood geschilderde fietsroutes zijn werkweg te vervolgen. Meteen mijn stelling onderschrijvend dat Amsterdam in veel opzichten is blijven steken in de jaren zestig. Toen de revolutie werd uitgeroepen en anti-autoritair  gedrag de norm werd. Ook toen al lagen de straten maanden lang open, was de boel vervuild en ontworstelden sommigen zich aan het gezag van de overheid. Zou die postbode dat ook nog hebben meegemaakt? Wellicht heeft hij er iets over gehoord van zijn ouders en was dit zijn bijdrage aan het omverwerpen van wat we de gevestigde orde noemen? In ieder geval bewees hij ook dat al die ombouwplannen met die fietspaden slechts voor de buhne worden doorgedramd. Doekjes voor het bloeden, meer niet. En dus kan dat beleid wel meteen de prullenbak in. Zoals zoveel van dat semilinkse geneuzel.

Bewijs geleverd……

Ma in Studebaker Mail0009Tijdens mijn voorbereidingen op het nog uit te brengen boek over mijn leven met en voor het automerk met ‘de Vliegende pijl’ in het logo zocht ik heel wat oude albums af naar plaatjes die mijn jeugdjaren en de stempels die deze zetten op mijn latere keuzes voor dat merk met die pijl konden onderbouwen. Zo was er ooit lang geleden een Studebaker in gebruik bij mijn leasepa. Een witte met rode bekleding, die ik me nog goed kon herinneren. Maar in de foto-albums die in de familie bestaan was het bewijs voor dat Amerkaanse rijgenot niet terug te vinden. En het was toch echt geen fantasie, maar werkelijkheid. Die kwam deels doordat broerlief en ik vaak anekdotes ophaalden uit de tijd dat onze moeder met bontjas en mooiste jurk aan op vrijdagavond in de (voor zijn tijd) enorme slee stapte om zich in stijl te laten vervoeren naar het hier toen nog bekende etablissement Slotania in het Amsterdamse Slotermeer. Daar wil je nu niet meer gezien worden, gevaarlijke hoek van de stad, maar toen echt creme-de-la-creme voor een hapje en drankje. Mijn ondernemende oom Frits woonde daar om de hoek in een chique flat en die schoof dan met zijn gezin aan om de week uit te luiden en een vorkje bij te steken.

2228592991_c1f97f4206_mDe Studebaker was een best grote auto naast de toch ook best imposante Opel Kapitan van Oom Frits. Maar waarom werd die Studebaker indertijd niet op de gevoelige plaat gezet? Ik bleef zitten met raadsels. Wel plaatjes van vele Skoda’s, IFA, Hansa, DKW etc., maar geen Studebaker. Was het wellicht omdat mijn moeder liever een Pontiac had gehad voor de deur? Of omdat de vette Yank er na enige tijd motorisch de brui aan gaf en aan een stevige motorrevisie moest. Feit is dat ik me die ritjes met dit luxe auto zelf ook nog goed kon herinneren. Al was het maar omdat mijn straatvrienden met bewondering keken naar die wekelijkse uitjes waarbij ik in mijn beste kleding mee mocht op de achterbank. Geen groter genoegen dan vol gas de straat uitrijden.

Studebaker Starliner wit 279548713_a7457fd55b_mWellicht was dat later de reden voor die motorschade? Onlangs zat ik op visite bij broerlief en we scharrelden door een blikken trommel vol oude plaatjes die nog kwamen uit de nalatenschap van ons beider moeder. Die is al een tijdje geleden gaan hemelen, maar die foto’s waren nooit echt boven water gekomen. Nu dus wel, en tussen alle bekende en onbekende mensen zagen we ineens dat ene bewijs voor het bestaan van die Studebaker uit onze jeugd. Ons moeder centraal in beeld. Met een guitige blik, achter het stuur van de enorme auto, terwijl ze zelf helemaal niet kon rijden. Maar wel ook in een bosomgeving, ergens in Nederland. Favoriet uitje van mijn moeder die gek was op de natuur. En zo werd een oude herinnering bevestigd en kwam een stukje historie terug uit een periode waar we als ‘kinderen’ best met een dubbel gevoel aan terugdenken. Maar dat is niet de schuld van die schitterende Studebaker. Meer van de toenmalige inzittenden…

Kerstbomenjacht

WP_20150104_003Ik moest er ineens aan denken toen ik onlangs aan het begin van deze nieuwe maand langs een ondergrondse vuilcontainer in onze buurt liep en daar een vijftal kerstbomen zag liggen. Afgedankt, weggedaan, opgebruikt. Los van het feit dat die groene afvalhoop daar niet hoorde te liggen, de vrachtwagens die deze containers legen zijn niet ingericht voor het weghalen van dit soort groen afval, bedacht ik me dat de wereld van de jeugd wel erg is veranderd sinds ik zelf daar niet meer toe behoor. Immers, in onze jeugd was een afgedankte kerstboom ‘buit’. In onze straten woedde namelijk in de dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw een ware slachtpartij over die oude bomen. Die werden in de meeste straten bij het wisselen van de jaren op een stapel gemikt en in de brand gestoken. En wie de meeste bomen had, maakte het fraaiste vuur. Dan kwamen mensen uit de hele straat bij elkaar en wensten elkaar een gelukkig nieuwjaar. De volgende ochtend om 8 uur smeulde dat vuur nog. Die jachtpartijen deden we in georganiseerde vorm. Net als een militaire operatie. Bewapend met stokken en ander wapentuig dat paste bij de leeftijd. En we waren wel zo vrij om in belendende straten ook te zien of we wat door concurrerende groepen verzamelde en soms bewaakte bomen konden roven. De kerstbomenjacht was er een ‘op leven en dood’ en daarbij vielen nog wel eens slachtoffers.

WP_005744Meer dan een bloedneus of blauw oog hielden de strijders er overigens niet aan over, maar toch…. Soms hadden wij het spannend. Dan kwamen er ook bij ons groepen uit andere buurten langs en wilden de door ons verzamelde bomen net zo weghalen als wij bij de ‘buurstraten’ deden. Gelukkig was onze groep in aantal redelijk groot, maar ik herinner me nog een jaar waarin ineens lui uit Amsterdam-Oost onze woonbuurt doortrokken. Getalsmatig waren ze flink groter dan wij en ook de leeftijd van de jonge mannen die daarin meeliepen overtrof die bij ons gemiddeld ook flink. Gelukkig waren de automonteurs van de in onze straat gelegen garage graag bereid om een handje te helpen en werd de situatie met veel gedreig over en weer afgesloten. Het vuur op oudejaarsavond was er des te leuker door. Dat zelfde garagebedrijf verzorgde ook vaak wat extra’s voor op het vuur. Oude houten pallets, maar ook lege vaten en soms zelfs accu’s gingen op het enorme vuur dat op een pleintje in onze straat traditioneel werd aangestoken. Geen wonder dat die vlammen pas doofden als wij al lang en breed in bed lagen.

willibrorduskerk-amsterdam-4-sloopToen ik zelf niet meer in die straat of buurt woonde ging die kerstbomenjacht nog lang door. Al was het door de geparkeerde auto’s lastiger geworden om dat vuur zo te maken als vroeger gebruikelijk was. Een jaar is er zelfs een VW verbrand naar ik hoorde. En tegenwoordig is de traditie in die oude buurt die zo vernieuwd werd en voorzien van heel andere bewoners, volkomen verdwenen. En worden kerstbomen bij het grofvuil gelegd, bij de vuilcontainer en kijkt er niemand mee naar om. Zou het met Zwarte Piet op termijn ook zo gaan? Als die dan maar niet op de brandstapel eindigt…

Vertel eens opa?!

537872343_605968587f_mIk herinner mij nog goed dat ik als jong mens me altijd trachtte voor te stellen hoe het moest zijn voor hen die indertijd al ouder waren dan mijn huidige leeftijd aangeeft te zijn en dat die mensen niet alleen de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, maar daarvoor ook nog eens de komst van het vliegtuig, de opkomst van de auto, de introductie van de telefoon en voor wie de eerste moderne elektronica uit die jaren waarover ik spreek, bepaald de nodige geheimen kende. Ze hadden de grote zeppelins nog gezien en dat vonden wij als jeugdigen vaak allemaal buitengewoon spannend al moest ‘opa’ niet al te lang blijven doorpraten over die dingen, want de moderne tijd was snel en er was nog zoveel meer waarover je het kon hebben dan alleen die oude geschiedenis. Laten we wel zijn, de kleurentelevisie kwam er voor ons aan, straalvliegtuigen namen het over van oude propellerkisten en op het spoor was stoom vervangen door elektrische treinen. We leefden in een tijd waarin de vele medewerkers van de kantoren waar ook ik werkte, vervangen werden door de meest wonderlijke apparaten die we indertijd nog ‘Hollerit-machines’ noemden maar die in feite niet veel meer waren dan kamer grote computers.

GVB - Lijn 13 Westermarkt 1955 Later zagen we de eerste spelcomputers komen, we gingen per raket de ruimte in en vlogen zelfs naar de Maan. Reizen deed je nog per groot schip. Een auto bleek voor  vrijwel iedereen bereikbaar, een huis ook, al moest je dan vaak wel verhuizen naar een of andere gemeente die wat verder van de bekende grote steden vandaan lagen. Je fotografeerde met een camera waarin je met een beetje geluk 36 opnamen kon maken en waar datzelfde geluk je overviel als de ontwikkelcentrale die opnamen niet wist te verpesten. Nederland kende weliswaar gastarbeiders, maar die kwamen, werkten hard en vertrokken weer. En we gingen deels nog naar de diverse kerken, die in hun eigen omroepen op de radio en tv zenders duidelijk gescheiden van elkaar weg zochten voor hun  boodschappen. De faxmachine kwam, wat een uitvinding, de elektrische schrijfmachine. (Ja jongen, dat was een soort computer maar dan met hamerende toetsen die het werk deden wat je nu met een laptop en printer kunt) De telex werd overbodig, net als de telegraaf.

AND06 - Amsterdam - Kloveniersburgwal 250891 Scan10053Post werd nog bezorgd door de PTT, maar dan ook elke dag en die mannen zagen er ook nog keurig uit. Je had kaartjes nodig voor de tram en met een beetje geluk stapte je binnen 3 kwartier over van de ene lijn op de andere zonder bij te hoeven betalen bij de conducteurs. Wie wilde werken vond altijd een baan en je afkomst maakte vaak welke opleiding je kon volgen. Voetballers waren nog niet over het paard getild en kregen niks betaald. Net zoals Ard en Keessie….. Deze overwegingen maak ik nu ook wel eens. Probeer je kleinkinderen nu maar eens te interesseren voor zoiets als de zaken die ik hiervoor noemde. Men ziet het als zoiets wat wij vroeger de Middeleeuwen noemden. Goh…stoomtreinen, het zal wat. En dat vindt men ook van de zaken die hiervoor zijn beschreven. En zo zucht opa en gaat zijn eigen weg. Mijmert over die oude treinen, schepen, vliegtuigen en vindt die moderne tijd best snel gaan. Want opa is een dagje ouder. En had nooit gedacht dat hij dat ooit zou constateren. Opa wil graag jong blijven, maar is dat vooral in zijn hoofd…..

Naief

Aankopen Heinsberg 2010 resized 8138408402_032bc58f9b_mOnlangs was in het nieuws te horen hoe een zesjarig meisje in de speeltuin zat met een tablet. Roze gekleurd, vermoedelijk gekregen voor haar verjaardag. Op haar zesde! Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om kinderen aan de computer te helpen, dat leek de strekking van het verhaal. Maar die werd snel anders. Twee opgeschoten jongelui bleken die tablet wel interessant te vinden voor hun eigen handel en wandel en dus stelden ze de kleine meid voor om he tding te ruilen voor een zak snoepjes. Als zesjarig ben je zeer gevoelig voor de juiste argumenten (..) en dus kwam de ruil tot stand. Leg dat thuis maar uit. Moeder ging door het plafond en de muren tegelijk en startte op Facebook een actie om de daders te achterhalen. Wordt een moeizame missie vrees ik. Naief zal de kleine meid vermoedeljjk nooit meer zijn vrees ik. Al weet je het nooit. Er zijn best voorbeelden van misbruikslachtoffers die hun hele leven toch (willen)blijven geloven in het beste bij andere mensen. Ze willen geloven dat ergens iemand leeft die hen niet wil misbruiken voor eigen gewin of genot. En dus ontstaat vaak een spoor van ellende en verdriet. Net zoals je bij veel politiek gekleurde stromingen ziet die maar blijven geloven in het positieve en het negatieve zelfs niet willen benoemen.

FRI-440729 - Kuifje - Cokes HPIM7135_editedZijn vast zelf vaak ook beduveld in hun jeugd of wellicht zeer beschermd opgegroeid. Werd je door afkomst of woonomgeving nooit geconfronteerd met pesten, straatterreur of andere negatieve invloeden is het logisch dat je er in je naiviteit vanuit gaat dat dit dan wel voor het hele land, sterker nog, de hele wereld zal gelden. Ze zien geen dictaturen, nou ja, enkele en dan vooral die waarvan het maar de vraag is of het echte dictaturen zijn, maar verder een roze omgeving waar het goed toeven is. Ooit, mijn broer was toen al een handelaar in de dop, ruilde die zijn Dinky Toys die zeker in die tijd een behoorlijke waarde vertegenwoordigden om voor een stapel stripboeken waar hij zijn zinnen op had gezet. Toen onze ouders daar achter kwamen werden ze loeiend. Maar terugdraaien van die ruil was ook zo wat. In de toenmalige woonomgeving had je dan meteen een stevige rel te pakken.

WP_000784Nee, er werd gepraat met de ouders van de jongens die er flink wijzer van waren geworden. Die bleken onwrikbaar in hun standpunt. Ruilen was handelen en handelen definitief. Mijn ouders losten dat op door nooit meer een stap in de winkel van die ouders te zetten die in onze straat een radio/tv-winkel exploiteerden. En reken maar dat mijn vader en moeder goed waren in het verspreiden van het negatieve nieuws. Of de verhuizing van die winkel aan het begin van de jaren zestig daarmee te maken had weet ik niet. Maar die Dinky Toys kwamen nooit meer terug. En broerlief deed nooit meer zoiets stoms. Naiviteit is een levensles die je hebt gemist. Ik leerde veel van die ene fout op dit punt die hij maakte. Van ruilen komt huilen. Wie dus iets wil zal moeten betalen. Of een faire ruil afspreken. Waarbij allebei de partijen wel varen. Kijk, dan zijn er zaken te doen…..

Twee landen voor de prijs van een…

WP_005609Een plek waar we tijdens onze meerdaagse trip door het grensgebied van Nederland en België onlangs ook even uitstapten was Baarle-Nassau. Een wonderlijke samenleving die bestaat op Nederlands grondgebied, maar wel met tientallen enclaves van Belgisch grondgebied waardoor deze mensen samenleven op een manier die het EU-bestuur voor ons allen als meest optimale model ziet. Grenzen lopen (vooral symbolisch) dwars over straten, door winkels en gewone huizen. Je loopt op een 60-tal plekken constant van het ene land in het andere. Dus zijn er kroegen te zien die helemaal Belgisch zijn uitgedost qua nationale kleuren (het WK liet haar sporen na..) terwijl even verderop oranje de boventoon voerde. Zoek je wat ketenwinkels als de Hema en Kruidvat kom je hier wel aan je trekken, echte Belgische winkels zoek je tevergeefs al zijn er wat bonbonzaken.

Voor devotie kan je hier ook terecht. Men heeft een aantal kerkgebouwen, een groot deel  daarvan uit katholieke hoek en die zaten in een enkel geval (wij wilden binnen even kijken…) vol. WP_005604Kom daar maar eens om in onze streken. Het Nederlands-Belgische plaatsje is goed voorzien van horeca, kennelijk trekt men van heinde en verre hierheen om zich te verpozen en dat maakt de keuze groot. Maar je kunt er ook terecht voor iets lekkers bij de koffie zonder dat je meteen een twee hypotheek moet aanvragen. Zeer betaalbaar dus. En erg vriendelijke mensen overal. Men zegt je hier nog vrij consequent goeiedag en dat is best bijzonder voor een nuchtere noorderling uit de grote stad. Maar Baarle-Nassau kent ook een negatief puntje. Het plaatsje ligt aan een kruispunt van wegen dan dat zorgt er voor dat er enorm veel verkeer doorheen dendert. Letterlijk en figuurlijk. Van trucks met opleggers tot kiepwagens, van combines tot campers, het perst zich allemaal door de smalle straten van het plaatsje en dat maakt een verpozen op het terras daar best minder comfortabel.

Je zit er letterlijk in de stank van al die uitlaatgassen. WP_005614Een verbod op dat zware verkeer (of een rondweg) zou veel helpen. Maar het parkeren was midden in het centrum gratis, en je bent eens ergens geweest waar je normaal nooit naartoe rijdt voor alleen het fenomeen grensovergang. In Baarle-Nassau is dit overal aanwezig en ook op de fiets is het een plezierige omgeving om rond te reizen begreep ik. Hoe dan ook, als je iets bijzonders wilt meemaken en je bent in de buurt? Toch eens bezoeken dan….