Dinky’s en buitenspelen..

Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.

Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…

Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.

Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)

Speelgoed in Oosterhout

WP_005634Het was echt stom toevallig dat we aanliepen tegen een van de leukste speelgoedmusea die ik in Nederland ooit heb bezocht. En ga er maar vanuit dat ik er een paar heb gezien. Met als oermodel en voorbeeld het London Toy and Model Museum dat ik ooit een paar maal bezocht in het Londense Kensington en waar ik echt naar adem hapte over al die uitgestalde leuke waren voor een liefhebber. Maar in Nederland kom je ook dit soort uitstallingen tegen. Vaak aan de bescheiden kant, soms zonder dat er echt thema’s te vinden zijn en in andere gevallen weer een beetje als noodzakelijk kwaad. Terwijl je toch best iets kunt maken van een speelgoedcollectie. De geschiedenis van dat spul en de speelwaarde in de toekomst, maken dat je met wat aandacht en een beetje ruimte veel kunt uitstallen waar bezoekers iets mee kunnen. Nou, dat vond ik dus in Oosterhout. Het zgn. Speelgoed en carnavals Museum Op Stelten aan de Zandheuvel 51, in die Brabantse stad (km. Of 20 van Breda) is een aanrader van jewelste. WP_005670

Men zetelt sinds niet al te lang (alles oogt fris en nieuw) in een oud schoolgebouw en elk voormalig lokaal is ingericht met een thema. En juist dat maakt het zo aantrekkelijk. Van poppen tot Meccano, van trapauto’s tot sleetjes, van kijkdozen tot Dinky Toys of vliegtuigen. En alles wat kan werken functioneert ook. Je voelt je als volwassene voor even kind en als verzamelaar van veel van die spullen kom je herkenbare stukken tegen. Er lopen mensen rond die waar nodig het een en ander te vertellen hebben over onderdelen van de collecties. Wat ik zelf erg leuk vond en vind, grote kasten waar je achter deurtjes en in laatjes weer wordt verrast door uitgestalde deelcollecties of muziek- en lichtshows. Een prima manier van exposeren en een voorbeeld voor menig speelgoedmuseum met ‘naam’ of ‘faam’. Er is ook een zaal ingericht voor het fenomeen carnaval. Heb je er niks mee? Toch even doorheen lopen want je wordt opgevrolijkt door de klanken uit de diverse luidsprekers en snapt na wat leeswerk iets meer van deze wonderlijke katholieke traditie in het zuiden van ons land.

Loop je uiteindelijk naar de uitgang is die slim gezeteld in een nieuw gebouwde horeca-afdeling waar je tegen schappelijke prijzen iets kunt nuttigen. Er is ook een miniatuur shopje, maar daar is het aanbod buitengewoon mager. Aardiger is de zaal met zgn. wisselende exposities.WP_005672 Dit keer ingericht door een particuliere verzamelaar van K-MEXX constructiespeelgoed. De man bouwde er enorme kermisattracties van die je individueel via een druk op de knop kunt laten functioneren. Zeer indrukwekkend. De toegang tot het museum kostte ons 5,50 per persoon, boven de 65 jaar krijg je een euro p.p. korting en kinderen krijgen zelfs nog meer korting. Mocht je in de buurt zijn, toch eens langs gaan mensen. Een straatje verderop ligt ook nog een bakkersmuseum. Niet door ons bezocht vanwege de tijd, maar deze combi is alleen al een reden om een keer naar Oosterhout af te reizen.