Proost! Of toch niet??

Medio april dit jaar verscheen een voor velen verontrustend wetenschappelijk onderbouwd rapport waarin werd aangegeven dat zelfs het nuttigen van een enkel glas alcoholica kon leiden tot eerdere sterfte van de consumenten die dat spul tot zich nemen. De impact van die conclusie was groot. Behalve bij hen die meenden dat het zo’n vaart niet zou lopen. Immers, een krat bier per week moest kunnen en was ook nog gezellig…toch? Anderen werden nerveus en zagen de handen al gaan trillen bij het idee te moeten afkicken. Alcohol als tikkende tijdbom. En veel experts die zich ineens uitspraken tegen het gebruik van dat spul. Na het roken, de koffie, thee, hashj, zout, suiker, vet, etc nu ook de alcohol in de ban. Het mocht wat. Alcohol is per definitie niet goed voor ons. Het spul zorgt voor een lekker gevoel, ook als je er niet zo goed tegenkunt, we durven daarna ook veel meer en dat is voor mensen met remmingen best een voordeel. Maar alcohol zorgt ook voor verhoogde bloeddruk en als je dat maar lang genoeg hebt gaat je lijf vanzelf over in een ziekmakende modus. Daarbij is overmatig gebruik van alcohol buitengewoon schadelijk voor je lever, de geest en zijn die fikse hoofdpijn veroorzakende katers toch ook niet alles.

Voldoende voorbeelden van mensen die zich letterlijk dood hebben gedronken toch? Maar dat ene glaasje wijn? Dat glaasje likeur bij de koffie in het weekend? Dat biertje met collega’s op de vrijdagmiddag. Allemaal laten staan?! Of schouders ophalen en gewoon doorgaan?! Jonge mensen zullen dat laatste zeker hebben bedacht. Die glanzen nog van zichzelf, voelen zich onkwetsbaar en ‘later’ is ongrijpbaar. Voor de echte ouderen onder ons is het ook geen thema. Die zijn al op leeftijd en voelen zich wellicht net lekker door dat ene glaasje spiritueel vocht. Nee, juist die tussengroepen, waartoe ook ik behoor werden er nerveus van. Mocht dit nu ook al niet meer?! Wat blijft er dan nog over in deze #Metoo en #antizwartepiet tijden?! Wordt ons dan echt alles ontnomen? Het lijkt er wel op. Nu ben ik zelf geen echte drinker hoor. Ik vind een glaasje op zijn tijd best lekker, vooral in het weekend, maar zelden of nooit doordeweeks en al helemaal niet als ik nog moet rijden.

Kortom een rechte rug. Niet verslaafd! En dat laatste was mij bepaald niet met de paplepel ingegeven moet ik zeggen. De voorbeelden waren echt niet geweldig indertijd. Maar ik verzette me met klem tegen die verslavingen als roken en drinken. Uit dat principe dronk ik daarom tot en met 1978 eigenlijk nooit van dat spul. Vond het ook niet lekker. Pas in de Urquell-brouwerij die ik in dat jaar bezocht in het fraaie land Tsjecho-Slowakije ontdekte ik de geneugten van het echte Pilsener bier. Ook al ben ik van bier in het algemeen ook nooit een ware liefhebber geworden. Dus daar ligt het niet aan. Maar als het je wordt ontzegd!? Kijk, ik zelf geloof ook niet meer in Sinterklaas, maar van de traditie moeten al die betweters en namaakkenners wel afblijven natuurlijk. Gelukkig bleek enkele dagen later dat de dunne alcoholische soep niet zo heet werd gedronken en dat het ene glaasje per dag (statistisch gezien) wel mocht. Mits het geen hele emmers werden. Nou, daar valt mee te leven toch!? Ik neem mijn glaasje likeur gewoon weer in het weekend. En wat drink jij lieve lezer(es)??? Proost in ieder geval…..geniet er van.

Struikloerders…

Mijn nog altijd zeer actieve schoonmama heeft langzaam aan door de gevorderde leeftijd wel wat last van haar benen gekregen. Een rollator is haar handige metgezel als ze zelfstandig haar dagelijkse boodschappen gaat halen. Blijken handige dingen, die vierwielige wandelstokken, al zijn ze lastig op te bergen in de kofferbak van een compacte auto als de mijne als er ook nog een paar personen en boodschappen mee moeten. Dit gesteld hebbend kom ik even op een gerelateerd onderwerp. Van die handhavers die menen dat bekeuren hun godgegeven taak is, maar aanhouden niet. Die in struiken liggen te loeren tot iemand iets verkeerds doet en hen dan per post de boete laten toekomen. Want de moed om je tegen te houden en aan te spreken op evt. wangedrag hebben ze niet. Vandaar dat je ziet dat vandalen en pakweg stoepfietsers gewoon door mogen gaan als ze behoren bij een inwonersgroep die wellicht wat al te veel vrienden heeft dan wel uit de kluiten gewassen. Dan maar kiezen voor het wat laffe noteren van kentekens.

Ik kom hierop omdat mij onlangs voor de deur van schoonmama weer eens een bekeuring werd verstrekt. Nou ja, hij kwam 3 weken later per post binnen. Wat wil namelijk het geval. Het flatgebouw waar zij woont kent in de directe omgeving een grote lagere school. Een school waarvan de verwende kinderen door de ouders massaal per auto, bakfiets of anderssoortig vervoer worden gebracht en gehaald. Op zich is dat soms vervelend, maar het was nooit aanleiding tot grote crises. Tot de gemeente waartoe deze buurt behoort, besloot dat naast die school (op de plek van een eerder afgebroken ouder gebouw) een nieuwbouwproject moest worden neergezet. De bouwers verbreedden na aanvang van de werkzaamheden hun werkterrein daarbij tot op de langs lopende straat. Inclusief trottoir en fietspad. Alles moest daardoor nu door een smalle corridor en omdat die afhalers en wegbrengers nu eenmaal niet bezig zijn met de rest van de wereld maar alleen met hun eigen kroost, werd het al snel chaotisch bij die school.

De Gemeente besloot dus tot een drastische maatregel. Eenrichtingsverkeer! Prima plan. Alleen deed men dit onaangekondigd van de ene op de andere dag vanaf een plek die pakweg 300meter afligt van de bouwput. En daardoor dus ook maakte dat even met de auto voor de deur komen van schoonmama ineens schier onmogelijk bleek. Of je moest er een omrit van 1,5 kilometers voor over hebben. Eerder paste men dit principe ook toe bij het parkeren voor het zelfde flatgebouw. Om die kriskras parkerende ouders af te schrikken was daar ineens een parkeerverbod. Bingo, de gene die de eerste bekeuring opliep was ik! Niets van doen met die school, wel een prent. En zo ging het ook twee dagen nadat men de nieuwe regeling had ingesteld voor de rijrichting. Ik zou schoonmama even ter wille zijn opdat ze met rollator in de auto kon komen. Borden heb ik daarbij oprecht niet opgemerkt, ik reed pakweg 50 meter zoals altijd van parkeerplek naar instapplek. Buiten de waard gerekend. De handhavers lagen op de loer. We zullen ze leren! En dus rolde de bekeuring drie weken later in de bus. E.149,00!!! Dankuwel gemeente Ouder-Amstel! Het lijkt niet mogelijk zaken goed op te lossen voor mensen zoals ik die niet uit die hoek afkomstig zijn, en ineens worden geconfronteerd met andere regels. Dit is de tweede keer dat ik nu een prent krijg voor een bezoekje aan mijn geliefde en oudere familielid daar. Je zou er een hekel door kunnen krijgen aan het arme mens en die gemeente. Terwijl het er op zich zo leuk wonen is. Maar dan wel zonder die lafbekken die staan te loeren wie ze nu weer kunnen voorzien van een prent. Ik hoop er geen tegen te komen bij verjaardagen of andere gezelligheid. Kon wel eens heftig worden. Want ik ben wel eerlijk en rechtdoorzee namelijk. En heb een hekel aan gluiperds…

Gekoesterde vriendschappen…

Echte vriendschappen zijn het best maar uitgebreid te koesteren. Telkens weer blijkt dat je dit in feite te weinig deed als je beseft of ontdekt dat je iemand zo maar uit je eigen kringetje verliest. Dat hoeft niet eens te komen door dramatische gebeurtenissen, soms is een verhuizing naar een of ander ver buitenland al genoeg om dit soort emotionele zaken te doen verwateren. Dat is jammer, en soms blijft ergens in je ziel een beschadigd en wat pijnlijk plekje zitten. Toch doen we zelf soms te weinig aan het goed onderhouden van vriendschapsbanden met hen die redelijk nabij zijn. Er is natuurlijk altijd een reden voor te bedenken dan. ‘Geen zin’, ‘geen tijd’, ‘mijn werk’, ‘de verbouwing’, ‘de kinderen’, ‘mijn gezondheid’ enz. Altijd is er wel een keer een excuus aan te halen rond het waarom je ‘even geen zin hebt in anderen dan je geliefden of wellicht quality-time voor en met jezelf’.

Toch heb je echte vrienden hard nodig. Een mens kan nu eenmaal niet zonder warmte, een aai over de bol (of meer), een luisterend oor, of gewoon even een middag of avond onbegrensde lol. Vrienden zijn er in voor- en tegenspoed. Over en weer. Komt het niet van beide kanten is het vaak oppervlakkiger en spreek je eerder van goede kennissen. Naarmate de leeftijd vordert ontdek je ook dat er steeds minder echte vrienden overblijven. Dat komt zeker ook doordat sommige mensen je letterlijk ontvallen. Vaak veel te jong meestal, want naarmate je zelf ouder wordt, zijn leeftijdgenoten ‘veel te jong’ natuurlijk. En als die leeftijd stijgt komen de fysieke en geestelijke kwetsbaarheden nog wel eens sneller dan gewesnt naar boven.

Ook in de vriendenkring. Men begint wat te mankeren, je moet ineens gaan relativeren. Dromen en verlangens worden weggeschoven en maken plaats voor een meer berustend accepteren. De heftigheid gaat er af, de verwijten verdwijnen, wat blijft is puurder dan voorheen en staat open voor een warm gevoel van bij elkaar willen zijn. Elkaar beschermen tegen die boze wereld met al zijn vervelende kantjes. Noem het bijna een liefdesgevoel. Emotioneel mens als deze Mokummer nu eenmaal is voel ik dat bij veel van onze vrienden. Wil niet dat ze iets overkomt, wil ze omarmen, er zijn als het nodig is. Wellicht zijn we daarin wat naïef, hebben een te roze bril op, maar vriendschappen moet je koesteren. De echte dan! En die zijn toch een beetje uniek…… Wie er anders over denkt mag dat uiteraard hier bij mij nu uiten….:) Maar o wee als me de commentaren niet bevallen. Je bent zo ontvriend natuurlijk…

Zieleroerselen…

Het was toen ik het verhaal schreef over die man die zijn geest kon verplaatsen en uiteindelijk op de foute plek terecht kwam, dat ik eigenlijk wat dieper na ging denken over de scheiding van lichaam en geest. De ziel die eeuwig doorleeft, het lichaam dat tot stof zal vergaan. Het vroegere katholieke geloof heeft ook bij mij haar sporen nagelaten. Gelovigen neigen er zonder twijfel toe uit te mogen gaan van die scheiding. Je verwisselt het aardse voor het hemelse en als je niet braaf was, de hel. Zo wordt het je als gelovig opgevoed kind allemaal bijgebracht en er bestaan hele handleiding in de vorm van de Bijbel en zo meer, hoe dat proces zal verlopen. Omdat wij mensen maar niet kunnen uitgaan van die definitieve dood. Nee, de mens leeft eeuwig door. Over hoe dat dan zal gebeuren maken we ons hooguit illusies, maar de wetenschap is er nog nooit in geslaagd te bewijzen dat er iets onstoffelijks bestaat als een ziel.

Wat wel bijzonder blijft, mensen zijn in staat na te denken, te communiceren, we ontwerpen van alles, we maken muziek, reizen in de Ruimte. Er zijn geen diersoorten bekend waar die evolutie ook plaats heeft gevonden. Dat denkvermogen maakt ook dat we over de zin van ons bestaan zelfstandig kunnen nadenken. Al weet ik niet zeker of mieren dat wellicht ook doen, maar kunnen wij dat denkproces helemaal niet opvangen. Mensen zijn dus vreemde wezens. Vanaf de eerste momenten dat wij rechtop zijn gaan lopen en ons vestigden in holen en later plaggenhutten denken we ook bewust na. Over alles. Het geloof vindt zijn oorsprong in die oerbewoners die elke boom, vulkaan, zon of planeet aanzagen voor ‘goden’ die boven hen werden geplaatst. Over de hele wereld was het eigenlijk nergens anders.

Of je nu naar het klassieke China kijkt, de Zuid-Amerikaanse Indianen bestudeert of het houdt bij de ons meer bekende volken in het Midden-Oosten, aanbeden werd er. En dat moet toch ergens vandaan komen. Dat duidt op een sterk zelfbewustzijn en een gevoel dat dit er niet voor niets is. Dieren vreten elkaar op in de natuur na de dood. Wij begraven. Voortgekomen uit de gedachte dat we ooit zullen opstaan uit diezelfde dood als de ‘Verlosser’ voorbijkomt en ons weer verenigt met ons oude stoffelijke lichaam. Wellicht dat gecremeerden dan ook weer uit hun eigen stof ontstaan, maar dat is mogelijk een brug te ver. Spirituele en niet meteen gelovige mensen, denken dat we na de dood als ziel weer worden geplant in het lichaam van een nieuw leven. Kan een kat zijn, een ezel of een ander mens. Voor sommigen is dat een wens, anderen zien dat toch als angstdroom. Een violist die terug moet komen in het lijf van een slang krijgt het heel erg lastig. Maar er zijn vast mannen die wel eens vrouw willen zijn en omgekeerd. En die elkaar dan in dat nieuwe leven weer tegen het lijf lopen en datgene doen wat ze in hun eerdere leven ook deden, maar dan van de andere kant benaderen. Wie weet hoe leuk dat is. Mits je natuurlijk terug mag komen in een land als het onze waar we nog in vrijheid leven. Je zult maar worden onderdrukt en je eigen karakter hebben meegenomen uit dat Hollandse boerenkoollandje. Krijg je toch problemen. Kortom, veel om over na te denken. Overigens was ik nog niet van plan die splitsing van lichaam en geest nu al door te voeren hoor. Maar er over nadenken kan geen kwaad toch? Hoe denk jij als lezer over deze kwestie. Laat eens weten of ik me alleen de kop zit te breken over dit onderwerp….

Oude Kerk

Als wij met onze Soester vrienden onderweg zijn in Amsterdam is het niet alleen maar leut en gezelligheid. Cultuur hoort daar ook bij en zo kwamen en komen we nogal eens in museale gebouwen waarvan we de inhoud of het speciaal uitgestalde dan met veel plezier tot ons nemen. Zo ging dat ook aan het begin van deze novembermaand toen we weer zo’n culturele dag hadden afgesproken voor consumptie door ons viertal. Bij toeval had medeblogster Therese net een dag of twee eerder een verhaaltje neergezet over haar bezoek aan de hoofdstedelijke Oude Kerk, dus dat bleek een prima bestemming om eens in de plannen op te nemen. Immers, wij, geboren Mokummers, hadden dat gebouw nog nooit eerder van binnen bekeken. Mooie gelegenheid en met de Museum Jaarkaart mag je gratis naar binnen. En dat naar binnengaan is de moeite waard. Het is het oudste gebouw van Amsterdam, behoort tot de top 100 van Nederlandse Rijksmonumenten en stamt al uit 1308.

De kerk werd neergezet als tweede kerk naast die van het nu veel kleinere Ouderkerk aan de Amstel en viel qua kerkelijke verantwoording dan ook onder die gemeente. Het gebouw is intussen dus 711 jaar oud en dat is bouwkundig gezien best een hele tijd. De Oude Kerk bleef tot de reformatie Rooms Katholiek. Hij heette toen nog de Sint Nicolaaskerk, wat voor de toenmalige zeelieden de patrooon was van de schepelingen. Helaas kwam de Oude Kerk niet ongeschonden door de beeldenstorm. Fanatici en cultuurbesef gaan zelden samen. Nadat men alle katholieke ornamenten had vernield of verwijderd kreeg de kerk een protestantse bestemming. Maar al snel konden kooplieden er ook hun waren exposeren. Want ook voor de protestanten was handel, geld verdienen!

De eerste tentoonstellingsruimte van de stad was hiermee ook een feit. Opvallend is het gegeven dat de kerk op unieke wijze is gebouwd. Omdat men indertijd in deze omgeving niet kon heien tot de gewenste diepten bereikt werden die een dergelijk grote kerk nodig zou hebben, werd de constructie van het gebouw licht en is de hele plafondconstructie van hout gemaakt. Alsof je naar een oud en omgekeerd Koggeschip kijkt. Ook de houten steunbalken wijzen op die techniek. Het ziet er spectaculair uit. Het gebouw is groot in verhouding tot de hoogte. De enorme toren werd door de eeuwen heen verder ontwikkeld. Het eerste torentje was veel lager en heel simpel van constructie. Ergens in 1951 bleek bij onderzoek dat de fundering van het gebouw niet meer deugde en instorting dreigde voor delen van de kerk. Men heeft daarna 24 jaar lang gewerkt om dat probleem uit de weg te ruimen.

Intussen is de kerk op zondag weer een gebedshuis, doordeweeks een expositieruimte. Daarnaast liggen er de nodige bekende mensen uit hun tijd begraven. Je ziet oude burgemeestersgraven, maar ook Saskia (van Rembrandt) ligt er en telgen uit de familie Hooft. Maar ook admiraals, schilders, schrijvers en handelaren mochten in de kerk een groot of wat kleiner graf voor zich reserveren. Als je kijkt naar de gebrandschilderde ramen, de orgels, preekstoelen, en zo meer, vergeet je bijna dat men er ook die exposities houdt. Wat we daarvan zagen ging eigenlijk volledig verloren in de schoonheid van dat historische gebouw. Waar ik dus al die jaren nooit de moeite voor deed er eens binnen te kijken. Nou, dat is nu voorbij. Het is een schitterende kerk. Gaan we vast nog eens heen. Al was het maar om het ook andere geinteresseerden te showen. En als er dan een expositie wordt gehouden nemen we dat en-passant gewoon mee….

Van krekels en mieren…

Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in  mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.

Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.

Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder.  Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…

Ethisch nageslacht..

Stel nu eens dat we als mens vooraf zouden weten dat ons eventueel nageslacht zou worden geboren met aangeboren defecten op fysiek of psychisch gebied. Zouden we dan nog zo enthousiast zijn om onze kinderen daarmee op te schepen als ik nog wel eens zie? Hopen we wellicht op een voortschrijdend wetenschappelijk inzicht om zo de ergste ellende in de toekomst weg te nemen? Best een lastige vraag niet? Toch moeten sommige stellen zich die vraag stellen als ze weten dat in hun familielijnen van vaders of moeders kant een erfelijke aandoening wordt meegegeven als ongewild cadeau. Nu is dat relatief simpel te ontdekken door wat onderzoek vooraf. Als blijkt dat in jouw familie bijvoorbeeld jongens worden geboren met een blauwe Smurfachtige huid dan valt daar wel iets mee te doen. Anders ligt het als het gaat om aandoeningen die verborgen blijven tot op een zekere leeftijd. En die daarna het leven van een mens aardig kunnen verzieken. Waarmee je ook in de medische molens terecht komt die aardig prijzig zijn met dank aan het semi-liberale beleid van de afgelopen regeringen.

Maar bij fysieke erfenissen is er nog wel een medisch touw aan vast te knopen. Hoe ligt dit echter bij geestelijke problemen?! Denk maar eens aan depressiviteit. Veelal aanwijsbaar in een familie aanwezig. Geef je dit bewust door? Of doe je dat toch maar niet. Heel lastige vragen die raken aan alles waar wij mensen voor kunnen komen te staan. Vroeger, toen ik zelf nog jong was, dacht ik hier overigens ook niet echt over na. Je vond een liefde voor het leven en bedacht je dat met elkaar drie (of meer)kinderen wilde. Allemaal voorzien van de een of andere leuke afspiegeling van wie wij zelf waren. Ik zag blonde haren voor ogen, liefst met een wat andere structuur dan mijn eigen melkboerenhondenhaardos, en ook blauwe ogen. Stevig gebouwd, lang, en min of meer Hollands glorie. Niet eens nagedacht over wat wij in de genen verpakten bij die verwekking van dat zo gewenste nageslacht. We waren immers gezond en ook geestelijk redelijk op orde. Toch??

En zo redeneren vast de meeste mensen en die doen geen onderzoek en laten het verder voor wat het is. En zo kan het voor komen dat je soms ziet dat afwijkingen door de generaties heen worden doorgegeven en het niet eenvoudiger maakt om goed en fijn te leven. Zo graag willen wij voor eeuwig leven dat we dit onze kinderen ook gunnen. Maar moet je die ook eventuele kwalen gunnen? Ellende? Narigheid? Ethische kwesties die ook de diverse godsdiensten aardig bezig weten te houden. Ik wijs niet met een vinger hoor. Of claim het ethisch gelijk. Ik pleit alleen voor het nemen van verantwoording op dit punt. Als je weet dat……weeg dan goed af wat de kwaliteit van leven is voor dat wurm dat je op de wereld zet. Zonder aanmatigend over te willen komen. Het geluk van die kleintjes voor ogen houdend. Want dat is primair toch het doel van ons mens zijn. Gelukkig worden. Vooral ook op Aarde, veel alternatieven zijn er niet.

 

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!

Werk en vriendschap

Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.

De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.

Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….

Popi cijfers…

populair-1Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.

populair-2De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt.   Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.

loser-at-13Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.

63-jaar-oude-dame-die-er-nog-goed-uit-zietHet heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)