Leven met de Vliegende Pijl – 59 – LEX!

In de jaren dat we ons hadden geconfirmeerd met de wensen en verlangens van het Skoda-management was een (eerder al eens besproken) programma aan ons als importeur opgelegd waar we uiteindelijk in de hele organisatie veel baat bij hadden. LEX! Bedoeld om de Skoda-organisatie in elk land naar een flink professioneel niveau te brengen en de uitstraling van de dealerbedrijven stevig op te poetsen. Het programma werd bij ons geintroduceerd door een contractpartner van Skoda uit Mainz, Intercom geheten, waar ook de VW-organisatie veel baat bij had gehad. De mensen die verantwoordelijk werden voor implementatie van dat geheel, zoals ik, moesten bij die Duitse organisatie in de leer.

Certificering moest behaald, en dat lukte mij relatief simpel. Klantgericht denken zit me kennelijk redelijk in de genen dus dit LEX-denken, in feite stelde dat de klant centraal in het denken van de professionele organisaties, vroeg niet te veel omschakeling. Wel moest je Duits Grundlich omgaan met de organisatie in eigen land. De dealers werden gescreend, kregen een ‘Ist’(nul)-beoordeling en daarna een rapportage waarin werd aangegeven wat ze allemaal zouden moeten doen om de LEX-normering te behalen. Hadden ze LEX-1, bleven ze in de organisatie, zij die het niet haalden mochten alsnog omkijken naar een ander merk.

We startten het programma in 1999 op en gingen er vol tegen aan. Waar mogelijk deed ik mijn taak als verantwoordelijk manager voor dat geheel, in het veld hadden we een specialist ingehuurd, Hans Bovee, die als een terrier aan de slag ging om het LEX-denken aan de dealers over te brengen. Dat had heel wat voeten in de aarde, want de dealers ‘werden (naar eigen zeggen)al zo onder druk gezet‘. Ze moesten investeren, pro-actief marktbewerken, automatiseren en nu ook nog eens professionaliseren‘.

We hadden intussen het kwaliteitsprogramma al snel goed op poten, inclusief een compleet eigen lijn handboeken, stickers, en andere materialen, waarmee een dealer zijn zaak aardig kon oppoetsen. Net als indertijd toen we de Quality Standards voor de Nineties toepasten, bleek een klantentoilet een erg lastige optie te zijn. Het omdenken van dealer-ondernemers was een tweede.

Liefst stelden zij zich zelf centraal bij de benadering van hun klanten en er waren er bij die meenden dat zij voor de eigen bedrijven de zaakjes aardig voor de bakker hadden, terwijl ‘die klanten behoorlijk in de weg liepen‘. Met behulp van de Duitsers kregen we echter met LEX toch voet aan de grond en groeide het vertrouwen dat we als de grote Superb er eenmaal was een veel betere, schonere en professionelere organisatie zouden hebben om ook een ander soort klanten te kunnen bedienen. Vanuit de verkoop was dit ook nodig. Skoda vond steeds meer klanten in de fleetsales- en leasewereld en die rijders waren echt heel kritisch. Een rommelige dealer paste hen niet en vuile overalls of dito stofjassen waren deze lieden een doorn in het oog. Door het overleg met de Duitsers, kwamen we dus ook veel in Mainz, over het algemeen per auto, vaak reden Hans Bovee en ik ‘even op en neer’. Soms gingen ook andere leden van het MT even mee om zich door de Duitsers te laten overtuigen dat LEX geen secondair programma was, maar een primair onderdeel van de nieuwe organisatie in een land. Ik moet zeggen dat we bij het LEX-programma ook intern veel steun kregen. Tot….we op basis van wat we zoal inventariseerden bij de audits bij/met dealers te horen kregen dat Pon Mobiel zelf ook best eens wat aan LEX kon gaan doen. Veel vooral nieuwe medewerkers waren volgens de dealers niet klantvriendelijk genoeg en konden wel een coaching gebruiken. Dus toen we binnen het MT over een interne LEX-programmering begonnen waren de Duitsers over-enthousiast, we waren immers de eerste importeur die zo ver wilde gaan, maar een deel van het MT bij Pon Mobiel ging direct dwars liggen. Niks LEX voor de importeur, het moest niet overdreven worden! Principes kenden zo hun grenzen in die jaren. En dus ging dat eigen LEX-denken bij Pon Mobiel snel overboord. Wordt vervolgd! (Beelden: Skoda/Yellowbird/internet)

 

Leven met de Vliegende Pijl – 58 – Wo wollen Sie hin??

Omdat het werk ondanks de persoonlijke crisis intussen gewoon doorging, werden de bezoeken aan de ‘fabriek’ en de diverse locaties voor de Marketing Round Tables gewoon voortgezet. Mijn gevoel bij het merk bleven uiteraard uiterst positief en aan mijn professionalisme hoefde ook niemand bij fabrikant of importeur te twijfelen. Een van die bezoeken bracht ons weer eens naar Frankfurt. Voor onderhandelingen tijdens de IAA. Dat is zo’n beetje de meest belangrijke autotentoonstelling aan deze kant van de wereld en vrijwel elke zichzelf respecterende autofabrikant stelt daar de nodige zaken tentoon die je op de gemiddelde en toen nog gehouden RAI-autotentoonstelling niet zou of zult zien. In dat jaar moesten we weer eens stevig aan de bak over de Skoda-plannen bij Pon voor de komende jaren. Nog steeds was men niet echt tevreden over de bereikte resultaten al vertoonden die duidelijk een stijgende lijn nu we naast de goed lopende Octavia ook de Fabia in huis hadden en de Superb op het punt stond te arriveren.

De ‘grote baas’ van Skoda, Herr Detlef Wittig, was op de stand van Skoda Deutschland aanwezig, samen met zijn vele managers en we moesten daar stevig mee aan de bak. We zouden dan ook een paar dagen blijven. En dat hield in dat we er ook moesten overnachten. Een paar dagen zelfs. Maar dat viel niet mee in het altijd overvolle Frankfurt rond die IAA. Dus boekte onze ‘directiesecretaresse’ een hotelkamer voor mij en mijn toenmalige verkoopcollega Wim. ‘In een plaatsje vlakbij Frankfurt’ had ze ons nog voor vertrek met de KLM bezworen. We hadden meteen moeten weten dat zij van dat soort zaken echt geen verstand had, maar omdat ze het vertrouwen had van haar directe chef Hoekstra staken we de reservering in onze koffers en gingen onderweg.  Eenmaal geland in Frankfurt ook meteen aan de slag. Toen we de avondsessies hadden overleefd, vaak werd er lekker gegeten en gedronken met de vele mensen die we hadden leren kennen, bedachten we dat we maar even met de taxi naar ‘dat hotel’ moesten rijden. Wel zo handig. We stapten in, pakten het adres van het hotel en gaven dit door aan de chauffeur.

‘Wo wollen Sie hin?’ vroeg de man terwijl hij de motor van zijn Mercedes even afzette en zich naar ons omdraaide. ‘Worms?’. Ja, dat stond op die hotelbevestiging, dus daar wilden we heen. Het was al laat, we wilden slapen. De man zuchtte, startte zijn sterrenbak en reed weg. En bleef meer dan een uur rijden. Ver buiten Frankfurt, snelwegen, uiteindelijk naar Worms. Los van de lange rit waren wij er een enorm bedrag aan kwijt voor de chauffeur. Het hotel bleek ook nog eens gelegen aan een spoorwegemplacement waar dag en nacht werd gerangeerd. Gebroken stapten we ’s-morgens onder de douche, we moesten weer vroeg op weg naar Frankfurt.

Kochten ons een kaartje in de lokale boemeltrein en reden terug naar Frankfurt. Weer een dik uur reistijd. Wat een dom mens die collega-secretaresse! Dat moest anders! Dus de volgende avond, mijn collega Wim stapte intussen op het vliegtuig terug naar huis, ik moest nog even verder in verband met een MRT onder leiding van Alfred Rieck, op zoek naar een hotel. Vanuit Nederland te regelen, de secretaresse zou haar best doen alles te corrigeren. Ik kreeg daarop een telefoontje dat ‘alles in kannen en kruiken was’. Dus kreeg ik een naam van een hotelketen die ‘in Frankfurt’ gevestigd was en waar ik een kamer zou krijgen voor die volgende nacht. Skoda organiseerde intussen voor haar importeurs een shuttle-service met een bus. Mensen die naar hotels moesten worden gebracht stapten in, anderen moesten terug naar huis vliegen en dus werden al die lui in een keer vervoerd. De buschauffeur bleek een Griek of Spanjaard. Hij bakte van de route naar al die adressen niks. In mijn geval werd ik om een uur of half een in de nacht eindelijk afgezet bij ‘mijn hotel’. Vlak bij het vliegveld van Frankfurt. Jammer alleen dat ze daar niets wisten van mijn reservering. Nee, ik was duidelijk in het verkeerde hotel afgezet. Dus…in een taxi, en naar het volgende adres, aan de rand van het centrum van Frankfurt. Om een uur of twee lag ik in bed. En de volgende ochtend moest ik er weer vroeg uit….Het kon verkeren als je voor die nieuwe Pon-organisatie werkte. Gelukkig behield ik ondanks alles mijn enthousiasme voor het merk. Maar er werd ook veel gegromd over zoveel incompetentie bij mensen die meenden alles beter te weten. En daar waren er intussen heel wat van in dienst gekomen. En had men mij uitgezweten als al te grote realist. Wordt vervolgd! (Beelden: Skoda/internet/Yellowbird)

 

Leven met de Vliegende Pijl – 57 – Internetruzie!

Ergens in de jaren voorafgaand aan de introductie van de Fabia had ik zelf een managementdag bijgewoond die indertijd werd georganiseerd vanuit Pon Holdings. Daar liet men door diverse sprekers, waaronder Maurice d’ Hond, de loftrompet steken over het gebruik van het internet. Maar Pon had op dat moment nog vrijwel geen aanwezigheid op het internet, en Skoda al helemaal niet. Dus had ik in mijn als altijd aanwezige enthousiasme samen met mijn toenmalige assistent Marcel heel snel een opvallende en goed functionerende website op poten gezet waarmee we binnen Pon ongeveer de eerste divisie waren. Deze website mocht zich verheugen in de belangstelling kopers, maar ook van Skoda en Alfred Rieck.

Daar zette men zwaar in op dat zelfde internet en veel importeurs liepen, zo bleek, flink op ons achter. Sommigen moesten zelfs aan dat avontuur nog beginnen, wij hadden al een soort verkoopactie op poten gezet voor de Fabia, waarbij we zonder al te veel problemen op voorhand een stuk of honderd auto’s via het www hadden verkocht. Er werd internationaal met belangstelling naar gekeken, maar intern bij het importeursbedrijf ook met afgunst zo ik later zou begrijpen. Want binnen de nieuwe Pon Mobiel-gelederen bleek dat er bepaalde mensen vat wilden krijgen op die website om het toe te kunnen voegen aan de eigen portefeuille. Hoe meer je te doen had, hoe beter het was, zo leek het wel eens.

Maar ik had het verhaal vanuit het eigen initiatief en marketingbudget op poten gezet en in Frankfurt of Mlada Boleslav begrepen dat het internet primair thuis hoorde bij Marketing & PR en niet bij een andere afdeling. Dat gaf problemen. Grote! Toen onze financial controller aangaf dat hij dus met die website aan de gang wilde en dat ik die aan hem moest overdragen weigerde ik dat categorisch. Daarop stelde de man dat hij hoe dan ook die website in handen zou krijgen. Hij kreeg gelijk. Hoekstra koos er nadat hij van de discussie hoorde voor om een van zijn sympies in het gelijk te stellen en meteen aan te kondigen dat hij genoeg had van de samenwerking met mij als man van het eerste uur.

Het zou nog een paar jaar duren voor ik hem open en eerlijk kon uitleggen dat hij daarbij echt een beoordelingsfout maakte. Maar toen was het al te laat en werkte hij zelf al niet meer voor de importeur. Het besluit van Hoekstra kwam niet alleen bij mij stevig binnen, ook bij de Skoda-fabrieken waren ze verbijsterd. Het hart op de juiste plek en groen bloed in de aderen, men snapte het niet en het werd zeker niet op prijs gesteld. Al wilde men op dat moment rechtstreeks niet echt directe invloed uitoefenen op wat er binnen het M.T. van Pon Mobiel gebeurde. Hoekstra kreeg overigens meteen gelijk van die meneer R* die nog even herinnererde aan de affaire met de Service-wagens van een paar jaar geleden. ‘Die vent met zijn Skoda-hart was veel te lastig!’ Men deed aan politiek en keek niet naar kennis en loyaliteit. Duidelijk was wel dat de nieuwe eeuw voor mij qua carriere voor en bij mijn favoriete merk niet zo goed was begonnen. Toch ben ik tot het laatst wel aan de gang gebleven om de ontwikkelingen van Skoda in ons land positief te benaderen en vooruit te helpen. Na mij de zondvloed paste me niet en daarom was een goed overleg over hoe nu verder zinvol mijn job te kunnen doen. Dat zou leiden tot een andere insteek richting Skoda in ons land maar wel een die nu nog helpt zoden aan de dijk te krijgen…Wordt vervolgd (Beelden: Skoda/Yellowbird)

Leven met de Vliegende Pijl – 56 – Nieuwbouw

Het hypermoderne en onder architectuur ontworpen nieuwe gebouw voor Pon Mobiel kwam geen moment te vroeg. Het was als project min of meer het kindje van Cees Hoekstra en die had om budgettaire redenen tijdens de bouw wel flink wat consessies moeten doen. Het geplande maar peperdure klimaatbeheersingssysteem werd bijvoorbeeld uit de verlanglijst geschrapt en voor zonwering was volgens de architect geen plek. Een vol glazen gebouw kent zo haar feilen, zeker als je dat ook nog vol in de zon bouwt. Maar dat was iets voor later. We waren dolblij met deze behuizing, die vol stond met luxe zaken. We hadden een prachtige showroom op de begane grond waar we wat exclusievere modellen uitstalden zodat sommige dealers daar dan met klanten konden komen kijken, vergelijkbaar met hoe VW en Audi dat in Leusden ook deden voor hun relaties. En ook zoals we dat in het oude hoofkwartier te Voorschoten gewend waren geweest. Verder had het gebouw een centrale receptie, een kitchenette, en twee etages vol kantoorruimten die door het open karakter zorgden dat iedereen met elkaar van doen kreeg. Maar diezelfde etages maakten dat er een directe communicatiebreuk ontstond tussen het marketing/pr-blok en de Verkoop/after-sales, waar men op enig moment zelfs besloot om zonder echte afstemming met mijn afdeling eigen marketing-activiteiten te ontwikkelen. De situatie die daardoor ontstond zou symbolisch worden voor wat later gebeurde. Het openingsfeest was overigens nog echt geweldig. Internationale gasten, waaronder het management van Skoda, maar ook de heer Mijndert Pon, men kwam op het feestje van Cees Hoekstra en zijn team. Met acrobaten en vuurwerk, maar zeker ook een glaasje champagne werd alles afgesloten. Het nieuwe gebouw was een opvallend geheel. Als je het vergeleek met de vierkante doos van Seat leek het Skoda-gebouw wel een UFO die was neergestreken op het grasveld tussen dat Spaanse merk en het ook best fraaie gebouw van Porsche.

Skoda werd er extra volwassen door en het gaf de al wat langer voor Skoda actieve mensen bij Pon Mobiel, zoals ik, een gevoel er nu na negen jaar hard werken pas echt bij te horen. Door de indeling van het gebouw bleek al snel dat er weer nieuwe mensen bij moesten komen om het team te versterken. Receptionistes bijvoorbeeld, maar er zat al een aardig aantal medewerkers vond ik zelf. En heb dit ook een paar maal bij Hoekstra neergelegd. Door de omvang van dat team werd het ook ineens nodig elkaar op de hoogte te brengen van waar je mee bezig was. Eenzijdigheid bleek daarbij soms meer schering dan inslag. Er ontstonden combinaties van collega’s die het door vooroordeel of een zoektocht naar de eigen carriere goed konden vinden en zich afzetten tegen anderen. Pon Mobiel was daarmee naar mijn mening ineens een ‘volwassen afdeling van Pon’s Automobielhandel’ geworden. Daarbij was het gebouw zelf in de zomer bloedheet en nauwelijks te koelen, in de winter aardig fris en pas na uren stoken comfortabel warm. Warm werd het ook als het ging om wie nu verantwoordelijk was voor wat. De oude scheidingslijnen tussen de afdelingen werden steeds vager. Door dat gezoek naar ‘belangen’ en het gebrek aan onpartijdige of actieve leiding kon het gebeuren dat twee afdelingen ineens met hetzelfde werk bezig waren. Dat was lastig want zo kreeg je dus geen echt inzicht in een eenduidig bewerken van het merkimago of de markt. Het begon mij persoonlijk in ieder geval aardig te storen. Temeer omdat ik wist dat baas Hoekstra zo zijn anti’s en sympies had en ik mij om een of andere reden niet in zijn voorkeur mocht verheugen. Kwam ook wel omdat ik omgekeerd vond (en ook wel uitte) dat hij soms wel erg eenvoudig redeneerde en van Skoda’s vermarkten echt geen kaas had gegeten. Daarbij had hij mijn leeftijd en was seniority dus best een dingetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird/Skoda/internet)

 

Leven met de Vliegende Pijl – 55 – Relatie met de autopers – 2

En dan was er die introductie van de Fabia die door de Tsjechen alle wijsheid van toen besloten werd in Portugal te houden. Een heel gebeuren waarbij het merk uitpakte om het de uitgenodigde journalisten naar de zin te maken. Maar wij moesten als importeurs wel zorgen voor het invliegen van die lui naar de plaats van handeling. Omdat wij daarvoor de rekening betaalden bepaalde ik als verantwoordelijke voor PR & Marketing dus voor ons land met welke maatschappij en vliegtuig gevlogen zou gaan worden. Een van mijn passies is naast Skoda toch ook die luchtvaart en ik heb daar tenslotte eveneens wat jaartjes professioneel werken liggen, dus een vliegtuigtype dat goed zou passen bij het aantal gasten was naar mijn mening de toen moderne Fokker 50. Die kon je voor een redelijke prijs huren van de toen nog bestaande Vlaamse VLM. Kreeg je een comfortabel vliegtuig voor met 50 zitplekken, lederen stoelen en goede catering. Op verzoek van het Tsjechische organisatiecommite en de journalisten nam ik ook de toenmalige Miss Nederland mee, laten we wel zijn, toch een aardige geste van ons Nederlandse team, maar ook omdat de Tsjechen wilden dat ieder land iets bijzonders uit eigen land zou presenteren. Alles leek goed te gaan tot we de uitnodigingen hadden verstuurd aan de vaderlandse pers. Het bleek dat er paar lieden tussen zat die het kennelijk een schande vonden dat we die Fokker 50 hadden gehuurd. Men had kennelijk tenminste een zakenjet of de Concorde verwacht.

Even snel op neer naar Faro en de volgende dag weer iets anders. Zo zat het programma van Skoda echter niet in elkaar, dat was tweedaags, dus die Fokker bleef! En daarop haakten er wat lieden af. Boos! Bij Pon-zuster Seat huurden ze immers wel meestal een Boeing 737 in in soortgelijke gevallen. Ik vond dat bespottelijk! De vlucht zelf, we hadden 30 mensen aan boord, verliep top. Miss Nederland viel door haar charme en schoonheid in de smaak, de avond-presentatie was geweldig, net als de testritten over de fraaie en gladde wegen van Zuid-Portugal. Maar met die afhakers bij de Nederlandse pers zou ik nooit meer een goede band kunnen opbouwen. Wat een verwende figuren…. Overigens liet de Belgische importeur de journalisten gewoon per lijnvlucht afreizen naar Faro en kwamen de Oostenrijkers dan weer wel met twee zakenjets. Ieder land deed het dus op zijn typisch eigen wijze en ik was in dat opzicht best eigenwijs. De trouwe Fokker vloog een dag later een enthousiast gezelschap terug naar Rotterdam. We hadden genoten van hetgeen Skoda en de collegae-importeurs te bieden hadden en Miss Nederland was met ongeveer elke aanwezige deelnemer daar op de foto gegaan. Ook die had een exposure van jewelste. Ook leuk was een trip naar Mlada Boleslav met de crew van het indertijd goed bekeken auto-programma ‘Stapel op Auto’s’ van toen nog, de TROS. Een productie/camera team en presentator Huub Stapel vlogen samen met mijn toenmalige rechterhand Marcel en uw meninggever als manager naar Praag om een paar dagen opnamen te maken in de fabriek voor de Octavia en ook die auto zelf nog eens extra aan de tand te voelen.

Het was een bewogen trip. Eerst bleek dat het statief van de cameraman op Schiphol niet in het vliegtuig was geladen. Maar we werden keurig naar Mlada Boleslav gereden voor de eerste opnamen. Die verliepen met dank aan het team van, jawel, Frank Farsky prima. Frank was vanuit zijn positie op Marketing op enig moment terechtgekomen bij de PR-afdeling van Skoda en was daar ineens een en al vriendelijkheid. We maakten overal en nergens opnamen en het leidde ook tot een interview met mijzelf boven de productieband van de Octavia. Werd bij de TROS uitgezonden en ik moet zeggen, ik deed het best goed. Geen script, gewoon uit de bol en losse pols. Later, in het ons bekende Hotel in het tiende district van Praag, haalde ik mijn Tsjechische tegenvoeter Ivan nog even bij het gezelschap en werd het bijzonder gezellig. De sfeer zat er goed in en die werd nog beter toen we de volgende dag nog even op jacht gingen naar mooie film- en winkelplekken. Huub Stabel bleek een verzamelaar van horloges en ook van blikken speelgoed, het bracht ons alleen daardoor al extra dicht bij elkaar…. En de uitzending was een succes. Promotie van de juiste soort op de landelijke televisie. Het was een paar jaar eerder ondenkbaar geweest. Die promotie werd deels natuurlijk verooorzaakt doordat de Tsjechen en Duitsers ineens begrepen dat je met die pers op een bepaalde manier om moest gaan. Zeker met de positieven onder hen. En dat werden daardoor alleen al erg aardige trips op soms heel aparte lokaties. Ik heb ook daarvan bijzonder genoten moet ik zeggen. Al bleven er bijzondere types tussen te zitten soms…(Beelden: Yellowbird archief/Sloda/internet )

 

Leven met de vliegende pijl – hoofdstuk 54 – Relatie met de autojournalistiek..

Onbekend maakt onbemind. Oud spreekwoord met een grote kern van waarheid. Gold zeker voor de relatie die Skoda indertijd had met de auto-journalisten in ons land. Volgens veel van die lui was alles wat van achter het toenmalige IJzeren Gordijn (>1989)vandaan kwam maar ’niks’ en van een eventuele rijke geschiedenis wilde men ook al niks weten. Ik merkte dat indertijd zelf al aan den lijve toen ik als Skoda-rijder nog eens in conflict kwam met de redactie van AutoVisie die de nieuwe Skoda’s van 1977 tijdens een rijtest tot de bodem afbrandde. Naar later bleek mede omdat de importeur van toen, Englebert, niet in het blad bij die test wilde adverteren, maar dit terzijde. Met de modellen waarvan de motor achterin gemonteerd zat was vrijwel niks positiefs te bereiken bij het toenmalige ego-gerichte journaille.

Er werd vaak graag wat lacherig over gedaan, men schreef veelal maar wat en dacht dat het allemaal geen kwaad kon. Bij de Favorit vond men die auto op zich nog wel redelijk, maar de prijs weer niet, vervolgens was de Felicia ‘eigenlijk een verkapte Favorit’ (wat hij zeker niet was..). Altijd wist men het beter dan de echte professionals die met het merk werkten zoals ik. Dat heeft soms heel bijzondere gesprekken opgeleverd. Ik was niet zo van het gelijk erkennen van lieden die wellicht nog wel aardig konden schrijven over auto’s maar met Skoda of haar geschiedenis weinig op hadden. En zich ook niet echt verdiepten in de rijke geschiedenis van het merk of haar land van herkomst.

Elke Opel of Alfa werd bijvoorbeeld al snel de hemel ingeprezen, een Skoda moest wel heel erg goed zijn wilde men er positief over berichten. De uitzonderingen daar gelaten. Later las ik in een boekwerkje van journalist Ted Sluymer hoe die zaken achter de schermen gingen of gaan. Welke dingen meespelen en waar je op moet letten bij de omgang met auto-journalisten. Het was wel even slikken toen ik dat las. Natuurlijk lazen journalisten zelf liever niet wat Ted Sluymer schreef, maar hij had vast geen o n gelijk! Wij hadden er wel degelijk mee te maken bij Skoda, elke keer weer.

Maar met de komst van die andere modellen na de toevoeging van Skoda aan de VW-Groep pasten ook de journalisten zich aan. Men werd minder kritisch. Gek genoeg was dat in andere landen soms ook zo, maar er waren ook voorbeelden te vinden waar men veel positiever berichtte over ons merk. Het zat in dat typisch Nederlandse ’beter weten’ en het gebrek aan binding met Nederland als merk. Hoe dan ook je moest er mee leren leven. Toen de wereld van Skoda en Pon veranderd was, zag je dus die houding van de heren (vrijwel geen dame te vinden in dat wereldje op een enkele na) zich aanpassen bij de realiteit van de dag. Men wilde ineens graag mee naar de fabriek om te zien hoe die wagens werden gebouwd.

We vlogen dan met groepen journalisten naar Praag. Gevlogen werd indertijd met KLM of CSA, Economy-Class, want voor meer was op dat moment in de tijd geen budget. Soms werd voor een speciale gelegenheid een toestel gehuurd, zoals het eerder aangehaalde Pon-vliegtuig. Ik ben er voor de verkiezing van de Auto van het Jaar waaraan de Fabia zou meedoen nog wel eens voor naar Praag gevlogen met een journalistieke delegatie van vijf man. Het was een utopie te denken dat de Fabia ook maar een minieme kans maakte op winnen van die titel, maar je deed je best. Andere merken deden meer, veel meer soms. Dat smeerde het mechaniek van de stemming vrees ik. Ook daarover berichtte Ted Sluymer indertijd! Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)-Toegevoegd…1e druk boekjeTedSluymer.,..

Leven met de Vliegende Pijl – Hoofdstuk 53 – Pon als verhuurder van boot en vliegtuig..

Pon Holdings kende een stuk of wat heel bijzondere dochters. Soms waren dat bedrijven die een activiteit ontplooiden waarvan je als normale medewerker niet wist dat die bestonden. Zo was er het Pon-schip. Een groot platbodemtype dat in verschillende Nederlandse havens zijn thuisbasis kende en beschikbaar was voor eigenaar Mijndert Pon, maar ook voor het top management van het bedrijf. Nu was het niet zo dat die lieden zoveel tijd over hadden dat ze elke dag met die boot rondjes voeren over het IJsselmeer, integendeel, en dus had men bedacht dat alle andere Pon-bedrijven die boot ‘mochten’ huren. Verplicht overigens, en liefst zelfs twee keer per jaar. Uiteraard tegen betaling vanuit het eigen budget. De bemanning bestond uit een schipper en een steward(ess). Die laatste zorgde er voor dat de inwendige mens van de huurders goed werd voorzien van eten en drinken. Met een vaak schier onuitputtelijk lijkende voorraad lekkers. De eerste hield over het algemeen het roer recht en voer over Friese Meren of als je dat wilde over het IJsselmeer naar plekken als Enkhuizen of Hoorn. Wie daar meer over wil lezen moet mijn samen met Jaap van Rij geschreven boekje over het Ponbedrijf maar eens bestellen….

Ook wij huurden die schuit, met de fraaie naam ’Koopmans Welvaren’ dus voor relationele doeleinden. Soms ging het management-team inclusief dames lekker varen om zo wat beter met elkaar te leren omgaan. In andere gevallen namen we dealers mee (voordeel…ze konden er niet vanaf als we met ze wilden praten over de toekomst of een nieuw te bestellen model…) of mensen van de fabriek. In alle gevallen bleek dat schip prima te werken. Gek genoeg werd hij in de toch wat zuiniger tijden onder Jaap van Rij meer ingezet dan door de meer geld verkwistende Cees Hoekstra. Die had niet zo veel met dat schip denk ik. Als illustratie gebruik ik een beeld van de Engelstalige cover voor het boek zoals door Jaap van Rij en mij in 2013 uitgebracht waarbij we dat Pon-schip op ‘volle zee’ afbeeldden.
Een ander fenomeen was het Pon Vliegtuig. Ik wist tot 1997 niet eens dat er zoiets bestond als een eigen Pon-vliegtuig, maar dat was dus wel het geval. Een professioneel ding ook. Beechcraft Super King Air met alles er op en aan en als het toestel ergens heen ging wat op enige afstand gelegen was, voorzien van twee vliegers. Je kon er met een man of zeven in, een toilet was er niet, maar je hield het meestal wel een uurtje vol. Ook in dat vliegtuig was catering geen enkel probleem en het was allemaal bijzonder comfortabel omdat het toestel vanaf Vliegveld Lelystad opereerde wat heel veel vertragingen voorkwam. Omdat wij zo vaak naar Praag moesten reizen indertijd nam Cees Hoekstra het besluit dat als we met meerdere mensen gingen we dan maar in het schema van dit Pon-vliegtuig moesten reizen. Dat bleek een onverwacht wijs besluit. Het vliegtuig deed er qua vliegtijd een kwartier langer over dan een CSA of KLM-jet, maar je had een veel kortere inchecktijd en werd met een speciaal busje op het vliegveld van Praag vervoerd van of naar het toestel. We maakten er dus regelmatig gebruik van. Ook met journalisten vloog ik nog wel eens op en neer met dat toestel. De PH-VMP (Van Mijndert Pon) was de registratie. Maar ik geloof dat hij na het jaar 2000 is verkocht. Hadden wij er tot dan toch maar mooi gebruik van kunnen maken. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Pon/Internet)

 

Leven met de Vliegende Pijl – Hoofdstuk 52 – Fabia en meer…

Toch had ik bij de Marketing Round Tables ook wel eens een klein zakelijk meningsverschil uit te vechten met die slimme Alfred Rieck. Want bij de Fabia was niet alles alleen maar Hossanah in de Hoge. De Tsjechen bedachten ook een erg lelijke variant op het thema, de sedan. Gewoon een Fabia Hatchback, die om een of andere reden een vrij lelijke ‘kont’ opgeplakt kreeg. Kennelijk omdat er in Finland, Griekenland of verre deelstaten van Rusland belangstelling voor bestond. Om de kosten te drukken moesten ook de West-Europese markten mee doen om die wagens te verkopen. Toen mij tijdens een MRT in Frankfurt werd gevraagd hoeveel van die sedans ik wilde bestellen voor onze markt, gaf ik aan: ‘nul’. Het was voor het eerst dat Alfred Rieck me boos aankeek. Wij hadden nooit echt ruzie, maar over deze auto en diens verkoopkansen waren we het niet eens. En wat mij betreft tot nu toe nog steeds terecht. Sedans waren (en zijn) geen handel in ons land. Het marktaandeel van soortgelijke Volkswagens (de Polo kende in Nederland ook een weinig succesvolle sedanversie) was bijster klein, met Skoda moesten we dus rekenen op flink wat winkeldochters als we zo door zouden gaan.

Vanaf ‘maximaal 50’ onderhandelde Skoda via Cees Hoekstra en mijn verkoopcollega naar 200 stuks van deze foeilelijke Fabia-versie en ik kan gerust stellen dat ik volkomen gelijk kreeg v.w.b. de vermarkting. Niet te verkopen die dingen. Maar toen was het al te laat. Intussen gingen de Marketing-gesprekken al weer over andere modellen na de Fabia. Skoda had grootse plannen. Wilde komen met een ‘Uber-Octavia’ die vooral in het segment van de bovenste middenklasse een rol van betekenis zou kunnen spelen. Als ik de specificaties van die eerste ontwerpen bekeek moesten we denken aan een tegenhanger voor de Audi A6, of Mercedes E-Klasse, maar dan tegen een veel lagere prijs. Gezien het net wat opgevijzelde imago voor het merk zou het naar mijn idee nog een hele kluif worden om deze wagen goed in de markt te zetten.

Hij had weliswaar veel mee, maar ook best wat zaken tegen. Toch gaf ook deze auto weer extra veel hoop voor de toekomst. Het gamma werd breder en breder en we zouden als merk straks een steeds groter deel van de markt kunnen bedienen. De introductie van de nieuwe auto, later aangeduid als de Superb, werd gezien voor 2001. In de periode daar aan voorafgaande werd internationaal tijdens die marketingbijeenkomsten veel gepraat over de kansen en mogelijkheden. Als ik achteraf terug kijk naar wat voor auto dit in feite was geworden moet ik stellen dat de verwachtingen heel wat hoger waren dan de uitkomsten. Ook al was het een meer dan puike en zeer comfortabele auto, die het platform deelde met een in China verlengde VW Passat-bodemplaat en rijkelijk mocht worden gewinkeld in de schappen van zowel VW als Audi voor de motoren. Voor veel dealers was het een ultieme demonstratiewagen. Ook dat was wel iets waard. Ze schaamden zich niet meer voor hun eigen merk en gingen zelfs met hun caravan er achter in de grote Skoda op vakantie. Wordt vervolgd! (beelden: Yellowbird archief/Skoda)

 

Leven met de vliegende Pijl – Hoofdstuk 51 – Fabia – breekpunt op vele vlakken…

Terwijl de Octavia qua aantallen bijna niet viel aan te slepen was het met de Felicia nog steeds wat tobben. De auto had toch iets te veel een ‘Tsjechisch stempel’ en het grote publiek zag de auto, ondanks alle VW-elementen, en in strijd met de waarheid, nog te vaak als een overblijfsel uit de oude communistische tijden. Dat besefte men in Tsjechie zelf ook wel en daar werd intussen hard gewerkt aan de opvolger, die men consequent AO4 noemde. Die wagen zou worden gebouwd op het nieuwe platform waarop ook de nieuwe VW Polo uit die tijd en de Audi A2 zouden komen te staan. Door de wat hogere positionering werd door Skoda voor het eerst gewerkt aan een centralisering van de introductiecampagnes. Internationaal marketingchef Alfred Rieck was de man die dat traject moest aansturen en dat deed hij met verve. Elke maand was er overleg met vrijwel iedere importeur, die dan in groepen van 5 of 6 mensen naar een of andere Europese plek moesten komen voor overleg. Deze zgn. Marketing Round Tables vonden plaats in een van de landen waar de deelnemers vandaan kwamen en de desbetreffende importeur had dan de organisatie voor dat geheel in zijn pakket (en budget).

Daarmee verdeelde Rieck de kosten ook wat en binnen Europa was het best goed om bij elkaar af en toe in de keuken te kijken. Om een of andere reden zagen de Duitstalige collega-importeurs mij graag en werd ik ondanks mijn Rudy Carell-achtige Duitse taal uitspraak bij hen ingedeeld. En zo zat ik dus elke maand ergens in Europa te babbelen over hoe we nu moesten kijken naar die nieuwe AO4 die zoveel beter beloofde te zijn dan de concurrentie uit die dagen. Bij elke productvergelijking nam men uiteraard de VW Polo niet mee, dat zou iets teveel van het goede zijn geweest Al bleek al snel dat de nieuwe auto die Skoda op dat geweldige VW-platform zou zetten aardig in staat was om kopers weg te trekken bij haar eigen concerngenoot. Medio 1999 kwam de Fabia op de markt.

Een naam die de auto kreeg door een verkiezing in Tsjechie zelf. Een auto die dus geen oude historisch herkenbare naam meekreeg, maar een totaal nieuwe. Dat gaf extra lucht. Mensen die voorheen de compactere Skoda-modellen als Favorit en Felicia nog met enige afkeer bekeken, bleken massaal te vallen voor de nieuwe Fabia. En die kreeg er al snel een zusje bij dat het nog beter zou doen in onze streken, de zeer elegante en buitengewoon ruime Combi. Meteen ook een hele range aan motoren leverbaar, veelal een combinatie van door Skoda zelf ontwikkelde blokken en VW-aggregaten, waaronder de fantastische 1.9ltr grote TDi, was dit een snelloper van jewelste. Voor de tweede keer (na de Octavia) was ik bij een introductie van een nieuwe model persoonlijk weer eens heel erg enthousiast.

Net als ik had gehad bij de Octavia-introductie voor importeurs in 1996, kreeg ik ook bij de Fabia Combi weer een soort huivering over de rug. Dit was een auto waar je meteen smoor verliefd op kon worden. Maar ja, we moesten wel zakelijk blijven. Het gevoel heeft me echter niet meer verlaten. Zou ik later nog veel plezier van hebben. De Fabia kwam ook bij de dealers goed aan. Die zaten al een tijdje met een groep klanten in de maag die wel een Skoda zouden willen kopen maar de Felicia niet zagen zitten en de Octavia domweg niet konden betalen. De Fabia zou dat gat met verve vullen. Dat de auto daarbij, net als de Octavia, volverzinkt werd geleverd, roest dus iets was voor de zeer verre toekomst, zorgde voor extra aantrekkingskracht. Voor veel dealers brak ergens in die periode het breekpunt aan. Wilden ze mee met Skoda naar de toekomst moesten ze nu toch echt wel gaan investeren in hun pand of organisatie. Sommigen (twee-merken-dealers) moesten keuzes maken, anderen zagen wel in dat met hun eigen technische insteek, het nieuwe Skoda aan hen voorbij zou gaan. Fabia scheidde definitief het kaf van het koren. Pon Mobiel had op dat punt haar doel bereikt, de interne organisatie was op orde en het Management Team had veel werk verzet, maar haar taak ook meteen goed uitgevoerd. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)

Leven met de Vliegende Pijl – hoofdstuk 50 – Goede Tijden….

Alsof het zo moest zijn kregen we na de Miss-Nederland organisatie ook ineens BN-ers in ons bestand. Dit had ook wat te maken met het feit dat het toen zeer sterk aan de weg timmerende Koreaanse merk Daewoo zo ongeveer elke ‘bekende’ of nog niet zo bekende Nederlander een van haar rijdende en oude Opel-klonen aanbood. Daar mochten die lui dan een jaartje in rijden en een aantal contracten daartoe liep intussen af. En dan gingen die toch wat uit de media bekende mensen zoeken naar een alternatief. Dat alternatief hadden wij met de Octavia meer dan in huis. Een Octavia was een luxe slee I.v.m. die wonderlijke Koreaanse Opelmodellen van een decennium eerder. Zo was onze mening in ieder geval toen zeker. En zo zaten we al snel met een aantal mensen aan tafel die we zelf toch ook vooral kenden van radio en/of tv. Zo was Baantjer (en nu Flikken)-acteur Victor Reinier een uitdaging. Een jonge vent, met een geweldige uitstraling en stopten we die in een zwarte Skoda Octavia SLX. Dat zou gaan werken, en we sloten hem om meerdere redenen graag in het hart. Het bleek een prima ambassadeur voor ons merk en hij was ook oprecht enthousiast over de kwaliteiten van zijn zwarte Tsjechische middenklasser.

Daarna kregen we de charmante en erg aardige actrice Renee Soutendijk in een Octavia Automaat, de vrolijke zangeres en buhne-actrice Jenny Arean in een Hatchback met Tdi-motor, lieten we presentatrice Paulien Huizinga wat later kennis maken met een Skoda Fabia, net als de intussen zo tragisch overleden Ariane Spier en mocht de Zeehondenopvang in Pieterburen een Felicia Fun Pickup komen halen. Intussen reed de verkozen Miss Nederland in een Felicia van de meest luxe soort. Al die BN-ers maakten dat we steeds weer positief in het nieuws kwamen en dat het gerucht dat wij vrijgevig omgingen met sponsorauto’s ook in het sterrenwereldje rond ging als een goede roddel. Acteurs bij ‘Goede tijden – Slechte tijden’ meldden zich. Niet allemaal waren ze overigens voor ons promotioneel doel geschikt. Je wilt als merk ook iets bepaalds uitstralen.

Maar we namen wel presentatrice Maya Eksteen op in de vloot, al was het maar omdat die dame zo vreselijk lief bleek in de omgang. Later nam ze die auto gewoon zelf over, de Skoda Octavia had haar oprecht door zijn kwaliteiten bekoord! Maar ik was zelf overigens niet afkerig van voorkeur of vooroordeel. Zo waren er echt ‘BN-ers’ die ik niet voor het merk zag zitten, maar die in gedrag ook echt zodanig wonderlijk waren in hun benadering dat we geen overeenkomst met hen sloten. Daar zaten zeker ook mensen bij uit GTST, maar ook iemand als voormalig zangeres Jerney Kaagman, de dame die ooit in Earth and Fire had gezongen en later bij Idols zo’n belangrijke rol zou spelen als jurylid. Zo’n vreemd gesprek met haar gehad dat ik domweg niet kon besluiten haar met een Skoda te laten rijden als ze zelf telkens een enorme voorkeur uitsprak voor het merk Citroen!

Overigens gingen niet alle gesprekken even gemakkelijk hoor. Soms bemoeiden zich ineens ‘managers’ met de onderhandelingen en dan ging het al snel fout. Ons de wet voorschrijven rond hoe men om wenste te gaan met promotionele zaken was mij al snel te gortig. Het was graag of niet, die Skoda Octavia kostte indertijd ook al een best bedrag en men hoefde een jaar lang slechts benzine of diesel in de tank te mikken in ruil voor de nodige PR-momentjes. Toch bleek dat de meeste van deze ’BN-ers’ tijdens het vervolgtraject gewoon heel plezierig waren in de omgang en eerder met dit bijltje hadden gehakt. Skoda bleek een merk met allure geworden en dat vertaalde zich in een grotere lijst aanmelders dan wij budgettair konden verantwoorden. En waar het service en onderhoud betreft bleken die wagens bij veel dealers met graagte te worden geholpen, het gaf de dealers ook een stukje extra bekendheid natuurlijk. Net als bij Daewoo eerder in die jaren was gebeurd, sloten ook wij op enig moment uiteindelijk de poort voor dat gesponsorde rijden. Al was het maar omdat we door de positieve publiciteit en als gevolg van de enorme reorganisatie van modellengamma en dealerkorps niet meer hoefden te klagen over prospectkopers. Elk nieuw model stond meteen in grote belangstelling en dat zou niet minder worden met de nieuwe generatie Skoda’s die volgde op de Octavia. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief)