Leven met de Vliegende Pijl – 38 – Voorbereiding omslag….nieuwe modellen…

Wat met de Favorit tot dan in ons land niet voldoende lukte moest diens opvolger wel kunnen. Grotere omzetten maken. Meer integratie van VW-technieken en ook door vormgeving en kwaliteit een afstand creëren tot de vroegere communistische jaren. Bij Skoda heette dat ineens en met een mooie uitdrukking; de ‘Grosse Produkt Aufwertung’ (Afgekort GPA), wat zoveel inhield als een soort super-facelift voor de Favorits. De auto die men in die jaren aan ons liet zien bij het Tsjechische ontwikkelingscentrum was wel meer dan dat. De GPA-1 prototypen hadden een compleet andere lijnvoering dan de toen nog volop gebouwde Favorit. Alles wat aan die toenmalige Tsjechische auto’s hoekig was werd bij diens opvolger rond en door toepassing van een ander soort vooras en subframe kreeg Skoda de kans om ook VW-motoren in te bouwen. Waaronder uit de Golf afkomstige diesels. Daarbij was die GPA ook een auto die bij botsproeven enorm goed scoorde. Naar zeggen van de Tsjechische ontwikkelaars beter zelfs dan de toenmalige Golf. Dat feit werd door de VW-directie niet meteen geapprecieerd, er moest dus worden afgespekt, waarbij ook het prijsniveau van de nieuwe auto een rol zou spelen. Voor de GPA gold dat hij net als de Favorit zou worden geleverd met een tweetal eigen motoren van Skoda, maar dat die verder waren verfijnd en voorzien van MPI(Multi Point Injectie)-systemen. Al snel werd bij de fabriek de naam Felicia geïntroduceerd. Voor Skoda-liefhebbers, en ik ben er zelf een van, niet echt een naam om vrolijk van te worden. Immers, die Felicia was voorheen een mooi ontworpen cabriolet geweest en niet de minste van alle historische Skoda’s.

En met alle respect voor de nieuweling uit Mlada Boleslav, dit was gewoon een keurig nette hatchback. Hoe dan ook, de nieuwe Felicia kwam er aan en wij moesten vooruitlopend op dat gegeven in ons land volop aan de slag. De druk van de Duitse en Tsjechische managers bij de fabriek werd groter om het Nederlandse volume nu eens echt op orde te brengen. Immers, als er VW-technieken bij kwamen wilde men niet meer verkopen vanuit de nog steeds gebruikte ‘verbouwde varkens- of kippenschuren‘. Ik herinner me in dat kader een rel bij de introductie van de bij de nieuwe auto behorende huisstijl en kwaliteitsprogramma’s. Een van de Duitse MT-leden die deze intro deed werd onderbroken door de Ierse importeurscollega. Die gaf aan dat in zijn land eigenlijk geen enkele dealer een fatsoenlijke Skoda-showroom te bieden had en hoe dit dan op korte termijn verder moest. De Duitser die ons allen de maat nam maakte nog even kort en bondig zichtbaar wat zijn herkomst was. Hij viel publiekelijk en op tamelijk botte wijze uit naar de Ier en maakte duidelijk dat als deze niet binnen een jaar orde op zaken had gesteld er geen verlenging van het importeurscontract meer zou plaatsvinden.

De zaal vol onthutste importeurs deed er verder het zwijgen maar toe. Maar ook wij wisten wel dat we geen gemakkelijke boodschap zouden moeten brengen. Want ook in Nederland was anno 1994 nog steeds veel werk te verrichten. Hoe dan ook, de Felicia kwam er aan en we moesten heel hard werken om van de introductie een feest en een succes te maken. Je kunt een première maar een keer goed doen. Intussen waren we er wel in geslaagd om op basis van de voorinformatie die rond de Felicia werd gegenereerd, nieuwe dealers te interesseren voor het agentschap. Vooral op lege plekken, waar al jaren geen dealer meer te vinden was geweest, zoals in Nijmegen, vonden we ondernemers die er wel iets in zagen en de stap durfden nemen. Immers, wij verkondigden een evangelie van hoop en geloof in een betere toekomst. Dat deden andere en met name Aziatische merken intussen ook, maar Skoda had gelukkig in dealerland nog steeds een goede naam. De gouden tijden waren nog maar een jaar of tien daarvoor actueel geweest, ‘met VW op de achtergrond moest het in de komende jaren beter gaan’. En zo zaten we ergens in dat jaar 1994 samen met de hele organisatie op een raderboot in de Waal bij Nijmegen waar we een geweldige introductie hielden van een paar uur lang. Hoogtepunt was het voor veel aanwezigen toen de eerste Felicia onder applaus en met echt vuurwerk uit de ‘vloer’ omhoog werd gehaald en aan alle dealers getoond. Door goed te kijken wie er wel en wie niet positief reageerden wisten we meteen met wie we al dan niet door zouden gaan. De cynici moesten nu echt plaats maken voor hen die de toekomst met Skoda zonnig in zouden zien. De Felicia moest en zou het keerpunt worden. Voor die introductie moesten we trouwens via onze Praagse relaties wel een truc uithalen. Met 15 aan ons land  toegewezen auto’s deed je niet veel, dus wisten we een 100-tal Duitse Felicia’s naar ons land door te sluizen. Anders waren veel dealers zonder demowagen aan de Felicia begonnen. Dat we die 100 Felicia’s weer aan de Duitsers moesten teruggeven via de later door ons bestelde exemplaren spreekt voor zich. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird/Skoda)

 

Pannenkoekenhuis Hop in Ermelo – Blijven oefenen!

Wij waren voor een afspraak op een vooraf vastgelegde tijd in het Veluwse plaatsje Ermelo. En ontdekten dat daar in het centrum naast een hele reeks bekende ketenwinkels ook de nodige horeca-gelegenheden te vinden zijn. Niet dat we dit niet (meer)wisten, want bij vorige bezoeken een paar jaar geleden maakten we daar ook al eens gebruik van. Opvallend alleen, er wordt in dat centrum momenteel flink gesloopt en sommige oude adressen hadden daar onder te lijden gehad. Hoe dan ook, met een uurtje reservetijd op de klok namen we de gelegenheid te baat om even ‘iets kleins’ te eten bij het naar we later begrepen recent geopende pannenkoekenrestaurant Hop. Anders dan de naam doet vermoeden had men veel meer in de aanbieding. En het was daardoor best aardig gevuld. Maar nu ook weer niet zo dat je dit met meer dan een persoon in de bediening en nog een achter de counter nauwelijks zou kunnen verwerken. Het interieur van deze industrieel modern ingerichte zaak oogt overigens bij de tijd, men heeft links en rechts sfeervolle zitjes aangebracht en de temperatuur was er op de gure januari-dag dat wij hen bezochten goed op orde. Wat toch minder funtioneerde was de bediening. Het ging allemaal met horten en stoten en als ik dat als mens met een scherpe blik op efficiency en klantvriendelijkheid bekeek mankeerde er links en rechts wel iets aan. De man, later bleek de ondernemer die de tent runt, kwam weliswaar onze bestelling opnemen voor de drankjes, maar de gevraagde menukaart liet op zich wachten. Die kwam pas na een tweede verzoek aan een ook rond lopende jonge dame. Die nam ook onze bestelling op. Wij hoopten dat ze het snel kon regelen allemaal. Gelukkig lukte dat. De ondernemer was intussen bij een ‘bekende’ neergestreken en keek niet meer op of om. De bestelde tosti’s waren van een goede kwaliteit, mooi aangevuld met een tritsje chips en wat groenvoer. Ook een soort zelf gemaakte tomatensaus voor de dip. Best een aardig hapje en een leuk opgemaakt bord. De thee was van de biologisch verantwoorde soort. Wat er toch mis is met gewone ontbijtthee is mij een raadsel. In veel horecazaken krijg je ongevraagd hele vrachten theeverpakkingen voor je neus, zo ook hier, maar niet het bestelde. Uiteindelijk na lang zoeken toch gevonden. Kan allemaal beter…. Ik keek ook mee naar wat er zich aan de counter afspeelde. ‘Inefficient’ was mijn beeld. En dat viel me toch wat tegen. Want men heeft hier veel zo niet alles in huis om er een succes van te maken. Mits iets meer aandacht voor de klanten en wat minder voor organisatorische zaken als kassa opmaken o.i.d. Aan de geleverde spullen ligt het niet. Wel aan de training van de medewerkers. En toch..en toch…ik zou het hier best nog een keer proberen als ik in Ermelo te gast zou zijn. Maar wel een jaartje wachten. Tot men getraind is geraakt. Daardoor alleen al een iets lager rapportcijfer van 7,5. Met wat moeite en aandacht had dit een 9.0 kunnen zijn. (Beelden: Hop Pannenkoekenrestaurant/internet)

Leven met de Vliegende Pijl – 29 – De Favorit komt er aan…

In al die jaren dat we naar onze mening qua verkoopinspanningen toch wat martelden met die wagens waarvan de motor achterin zat en de concurrentie ons links en rechts passeerde met moderner technieken, zat men in het Skoda-thuisland gelukkig niet echt stil. Men had zelf ook wel door dat er eigenlijk te lang was gewerkt op basis van het principe dat met de 1000MB in 1964 was begonnen en in feite onder politieke druk in 1976 was doorgezet met de derde generatie modellen volgens dit al wat achterhaalde principe. Begin jaren tachtig was men daarom gestart met de ontwikkeling van een opvolger die meteen moest voldoen aan de laatste normen op het gebied van wegligging, veiligheid, interieurruimte, en zo meer. Van begin af aan werd duidelijk dat zo’n auto dan tenminste voorwielaandrijving moest krijgen en een dwars voorin geplaatst motorblok. Door deze ruimte besparende constructie ontstond ook een grote mate van interieurruimte voor inzittenden, een ruime kofferbak en het idee dat daar dan een grote klep boven moest worden aangebracht. Voor het concept ging men niet verder met in eigen huis bedachte oplossingen maar zocht die in Italië. Bij Bertone.

Dat befaamde ontwerphuis maakte van die nieuwe Skoda een erg aardig en goed uitziend model dat in een klap een eind zou maken aan de vermeende oubolligheid van het merk met die volgens sommigen, vreemde wagens waar de motor achterin zat. Bertone tekende een scherpe carrosserielijn, met wat vouwranden in de flanken, smalle koplampen en redelijk grote achterlichten. Omdat Skoda zocht naar een model dat mogelijkheden zou geven om net als vroeger ook bedrijfswagens en stationwagens aan te kunnen bieden aan een breed publiek, zat dat al in het ontwerp verwerkt. Schetsen van die eerste Bertone-modellen geven aan dat de nieuwe auto een groot succes was toebedacht. In een vrije Westerse markt was dat ook zeker zo gegaan.

Maar niet in een nog door communisten bestuurd land. Daar moest, vanwege de kosten en de werkgelegenheid, liefst alles in eigen Tsjecho-Slowaaks beheer worden gefabriceerd en slechts als het niet anders kon elders ingekocht. En zo werd het oorspronkelijke concept van Bertone in de loop van de ontwikkelingsjaren richting productie steeds meer aangepast aan de mogelijkheden van de eigen industrie. De kleine koplampen maakten plaats voor redelijk grote units die door het Tsjechische PAL werden gefabriceerd. En zo ging dat met een hele reeks van onderdelen die de nieuwe auto zouden maken tot wat hij later werd. Een van de meest belangrijke keuzes was het vasthouden aan de aloude lichtmetalen motoren uit de bestaande reeks modellen, aangepast voor de nieuweling, die intussen de fabrieksaanduiding 136L had gekregen.

Er moest veel worden gedaan om dat bekende blok aan te passen aan de moderne auto die hij moest voortstuwen. Maar een nieuwe carburateur van het Duitse merk Pierburg en wat pas en meetwerk door de firma Porsche voor de versnellingsbak verfijnden de nieuwe auto verder. Medio 1986 had men de eerste prototypen gereed en was men zo ver dat de eerste beelden konden worden verstrekt aan de lokale pers. Voor velen een verrassing, maar meteen ook bijna een doodklap voor de verkoop van de oude modellen in het westen. Om de motivatie op dat punt bij importeurs en dealers omhoog te houden werden al in december 1987, ver voor de actuele introductie, dealerreizen naar Praag gemaakt waar men de eerste prototypen in een groot hotel uitstalde. Ook ik vloog er heen en bekeek die eerste auto. Aangeduid als de Favorit stond daar een auto die wat leek op een Talbot Horizon of VW Golf, maar verder herkenbaar Skoda bleek te zijn. Een totaal andere aanpak, al was er op de afwerking van die eerste prototypen nog best wel iets aan te merken. Het gaf in ieder geval wel het gevoel dat we een grote toekomst tegemoet zouden gaan. En dat wij als dealer keuzes zouden moeten gaan maken als die Favorit echt zo succesvol zou worden als de mensen van het Tsjechische exportbedrijf Motokov en de Nederlandse importeur zelf inschatten. Terug thuis op het honk werd intern veel gepraat over hoe we om zouden gaan met die nieuwe Skoda. Immers, ook bij Daihatsu kwamen nieuwe modellen op ons af, en ons bedrijf stond door alle verbreding naar andere vestigingen en de noodzaak van nieuwe demo- en voorraadauto’s financieel opnieuw aardig onder druk. Omdat ik intussen binnen het MT duidelijk de enige voorstander was van een volwaardig toekomstig Skoda-dealerschap ontstond er in de gelederen van het bedrijf best wat gedoe over al deze beslissingen. De familie die de aandelen in handen had meende dat we beter alle kaarten op het Japanse merk konden zetten en Skoda na bijna dertig jaar agentschap buiten de deur moesten mikken. Mijn lobby was erop gericht om juist de best veeleisende Japanners minder toe te geven en met die nieuwe Skoda een andere koers te gaan varen. Het zou een strijd worden die nog tot eind 1989 zou gaan duren. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)

Queen!

Het is bijna eind december en we maken ons niet alleen op voor feestdagen of een nieuw jaar, maar ook voor de Top2000 van Radio 2. Althans, een paar miljoen luisteraars in ons land doen dat. En de ultieme nummer 1 op die lijst, nu al vele jaren, is Bohemian Rhapsody van Queen. Terecht! Als iets deze periode mooi afsluit en ons naar een nieuw jaar over doet gaan is het wel dit nummer van Queen. Ik hoorde het voor het eerst in 1975/6. Op het toenmalige Schipholse kantoor. Was indertijd nog een beetje aan het zoeken naar wat ik er van vond. Maar toen ik het een paar maal had gehoord wist ik dat dit een klassieker voor de toekomst zou worden. En die band die het gemaakt had…..de best ever! Je hoeft maar naar ooit geregistreerde live-concerten te kijken en je weet hoe goede pop/rockmuziek moet klinken. Freddy Mercury, zo tragisch overleden aan Aids toen er nog niets tegen die ziekte te doen viel, een ongekend fenomeen. Wat een stem, wat een uitstraling. De gitaarsolo’s van Brian May, het trekt sporen in je plafond maar ook de ziel.

Heerlijk! Nu nog steeds iets om echt voor te gaan zitten. Deden we in de afgelopen maanden een paar maal. Documentaires en concerten. Op beelddragers, die je af en toe als de stemming er naar is uit het archief haalt en afdraait. Prachtig. En wat klopten die composities! Ik heb uiteraard wel meer artiesten en bands waar ik wat bij voel, maar Queen steekt boven allemaal uit. En dan denk ik o.a. aan dat schitterende (over-the-top) nummer Barcelona met die Spaanse onlangs overleden operazangeres. Die me dan weer doet denken aan Bianca Castafiori uit de Kuifje-stripboekenreeks. Radia Gaga, Bycicle etc etc. Bij die concerten kom je ook nummers tegen die je helemaal niet kent. Geen succes geworden, maar uitgevoerd met dezelfde passie als al die hits. En die stem van die Freddy Mercury…Alles op topvolume. Kom daar maar eens om nu in een tijdperk waarin riedeltjeszangers/ressen worden gezien als ultiem.

Waarin tekstbeheersing helemaal niet meer nodig lijkt, net als goed op toon zingen. Het lijkt wel of we ook op dat punt de smaak volledig zijn kwijtgeraakt. Nee, voor mij is Queen wel het summum. De nummer 1 band. Ook al zal er een hele generatie lezers bestaan die nu denken: ‘Waar heb je het over?’. Zoals ik vroeger had als mijn ouders oreerden over Mario Lanza of Rudolph Shock. Een band uit een periode ver voor hun eigen bestaan….’ouwe meuk’. Maar wel meuk met kwaliteit. Geen sleet, geen roest, geen braampje. Alles loepzuiver en dynamisch. Dynamiek is zo belangrijk in de muziek. Maar ja, ik ben al wat ouder en de jaren zeventig liggen ver achter ons. We gaan op weg naar 2019. Maar bij de overgang naar dat jaar moet Bohemian Rhapsody zijn doel dienen. De ultieme oudejaarssong. Ik zing hem luidkeels mee…Proost….op Freddy!!! En o ja, er is een film verschenen over het fenomeen Mercury en Queen. Draait nu in ons land en trok al heel wat fans!  (Beelden: Internet)

Huizenprijzen

Ooit legde de toenmalige directeur van de Nederlandse Bank ons bij een bezoek aan zijn kantoor uit dat een belangrijk deel van onze economische groei te danken was aan de indertijd alsmaar stijgende prijzen voor onroerend goed. Dat was nog voor de economische crisis. Toen die toesloeg in de VS en de bankenwereld vooral bleek te bestaan uit blaaskaken en over het paard getilde figuren die van modder goud probeerden te maken stortte die prijzen voor onroerend goed in en daarmee ook de economie. Een crisis die heel wat schade aan richtte en waarvan de gevolgen nu nog steeds zichtbaar zijn. Maar intussen zijn we weer een paar jaar verder en wat blijkt, juist die huizenprijzen schieten weer door het plafond. Deels omdat het ons allen weer wat beter gaat, maar ook omdat de vraag naar huizen het aanbod al decennia overschaduwt. Nieuwbouwprojecten worden wel opgezet, maar je kunt toch lastig elk weiland in ons druk bevolkte stukje Nederland vol zetten met bewoonbare huizen van beton en stenen. De milieufanatici zien je komen.

Nee, het moet anders. Maar hoe? Geen idee. Dus doen we weinig tot niets, de druppels op de gloeiende plaat verdampen en de prijzen voor bestaande bouw vliegen de pan uit. Qua niveau zijn die prijzen weer terug op dat van september 2008 toen we ook meenden als burgers min of mer miljonair te zijn. Alleen al in april dit jaar gingen die prijzen voor bestaande bouw met bijna 9% omhoog t.o.v. vorig jaar. Gestage stijgingen dus en dat is best goed nieuws voor hen die in de lastige tijden de schuld hoger zagen stijging dan de waarde van hun huis. Wie toen verkocht hield er een aardige extra schuld aan over en moet hard werken om dat terug te verdienen. Al die waarden zijn natuurlijk ook gemetselde luchtbellen.  Maar neemt niet weg dat wederom onze economie die het volgens de overheid zo goed doet vooral wordt voorgesleept door die onroerend-goed-sector. Waarbij de gekste prijzen worden gevraagd voor een ‘hok’ van pakweg 30m2 in de grote steden. Wie houdt van vibraties in het leven kan nog betaalbaar terecht in Groningen, maar elders is het oververhitting wat de klok slaat. En dat is geen goed nieuws voor starters. Of voor doorgroeiers zoals ik.

Een betaalbaar appartement vinden op enig niveau in een even leuke omgeving als ik nu tot de mijne reken is een illusie aan het worden. Onlangs bekeek ik een website waarop men dit soort woningen aanbood in een buurgemeente. Het was een moooi project, moet nog gebouwd worden, oppervlakten van 85-125m2. De goedkoopste uitvoering kostte ‘slechts’ 495.000 Euro. De grotere kwamen al snel 2 ton hoger uit. Ben je dus opnieuw miljonair. Nou ja, omgerekend in de goede oude guldens dan. Het kan verkeren..Overigens is het einde van de hausse nog niet in zicht, al vlakken de prijzen in Amsterdam momenteel wat af. Er ontstaat een gat tussen vraag en aanbod. Het wordt te duur. En dus vertrekken potentiele kopers richting Haarlem of Almere. En dat zal Amsterdam niet helpen aan een verbetering van haar inwonerniveau. Van alleen sociale woningbouw kan een stad ook niet leven. Maar wie het wel kan betalen blijft uiteraard graag hier wonen. Al was het maar om de voorzieningen en de gezelligheid…. (Afbeeldingen: CBS, Yellowbird)

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!

Werk en vriendschap

Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.

De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.

Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….

Tand plakken….

img_0632Mijn oude tandarts is er mee gestopt. Ik heb haar tot voor kort, 24 jaar lang laten frunniken aan mijn op zich sterke gebit. Meestal zonder al te veel gedoe, soms was het een vrij pijnlijke oefening. Maar ergens in 2015 ging er iets mis in haar persoonlijke leven. Ze werd ziek, en niet een beetje ook. Dat kwam uiteindelijk wel weer goed hoor. In 2016 was ze er weer en hielp me nog even van een pijnlijke plek in een boventand af door middel van wat geboor en gewroet, gevolgd door een verdovende vulling. Altijd naar de zin, vriendelijk, service with a smile. Maar in november vorig jaar ineens een brief. ‘Ik stop er mee!’. En de verwijzing dat je als ‘client’ naar een drietal collega’s van haar toe kon voor verdere behandeling. Ik heb haar uiteraard een bedankbriefje geschreven en de hoop uitgesproken dat het haar verder goed zou blijven gaan. Mijn leeftijd, stoppen doet dan feitelijk pijn, maar als er verder niks loos is valt er een nog goed leven op te bouwen in relatieve stilte.

img_0634De nieuwe tandarts die ik koos zetelt in hetzelfde gebouw als waar de huisarts en de eerder genoemde familie van Dracula zetelen. Gemakkelijk, want vlak bij mijn woonadres, en bij aanmelden een professionele organisatie waar je in de computer wordt opgenomen en de oude tandartsdossier worden gedigitaliseerd. ‘In Mei krijgt u een mail voor een afspraak’ was de toezegging. En zo kwam er weer rust in de tent. Want laten we wel zijn, de tandarts is leuk voor het onderhoud van je gebit en de evt. oplossingen van pijnlijke problemen, maar een echte innige relatie bouw je er zelden mee op. Ik ben er overigens niet bang voor, gek genoeg, maar zoek het ook niet onnodig op. Tot…begin januari. We aten een beetje soep met een crackertje, en verdraaid, juist dat laatste ding zorgde voor een afgebroken hoektand.

img_0633Knak, krak, halve tand in de hand. Nu was die bewuste tand al lang geleden voorzien van een nieuw kunstmatig gevormd stuk, gevolg van een vervelend ongelukje in 2000 toen ik een metalen balk met Luxaflex op mijn gezicht kreeg. Precies toen ik net begonnen was met mijn bedrijfskantoor in eigen huis. De oude tandarts repareerde mijn zichtbare boventanden die allemaal waren afgebroken. Kennelijk is er nu een zwakke plek ontstaan. En moest ik bellen voor een afspraak. Na twee dagen kon ik terecht. “Het was te druk’. Oei, dat werd afzien. En niet te veel (glim)lachen. Rot gezicht. Als u dit leest is de boel weer professioneel gerepareerd en weet ik zeker dat ook met de nieuwe tandarts een goede relatie zal ontstaan. Aardige dames, professionele aanpak, goed werk. Maar wat een ellendige behandelstoel zeg…ik lag zowat op mijn kop. Maar goed, alles moet wennen….

Kerst…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was bijna Kerstmis. De eerste keer dat hij dat feest alleen zou moeten vieren. Begin van dit jaar was hij gescheiden van zijn vrouw met wie hij een paar decennia in redelijke rust zijn leven had geleefd. Maar de laatste jaren was het stuk gelopen tussen hen. Ze waren beiden ongelukkig en van liefde of warmte was geen sprake meer geweest. Zijn kinderen hadden al een paar maal aangegeven dat scheiding wellicht een optie was. Zijn vrouw had ingestemd, die was hem meer dan zat en in bed was het vuur al meer dan tien jaar geleden uitgedoofd. Het hoefde voor haar niet meer. En uiteindelijk voor hem ook niet. Ze leefden langs elkaar heen, spraken nauwelijks meer en de scheidingsbeslissing voelde op enig moment als een opluchting. En toen was hij uit huis getrokken. Met de paar spullen die hij van belang had gevonden om mee te nemen. En een van de katten. De grote grijze die altijd op zijn schoot sliep als hij thuis in zijn stoel zat. ‘Zijn kat..’ en dus meegenomen. Hij kon een klein flatje regelen in een plaats die zeker 120km van zijn oude woonomgeving af was gelegen. Een plaats aan de Rijn, de afstand naar de rivier goed te wandelen. Zat hij nog weleens op een bankje met uitzicht te mijmeren. Over wat hij vroeger had gedroomd, wat hij wilde en hoe hij toch in deze situatie was terechtgekomen.

Hij had altijd zo hard gewerkt, haar alles gegeven wat hij had of verdiende, en nooit was ze echt tevreden geweest met haar leven. Nou ja, leuke kinderen gekregen samen, die hij nu zelden meer zag overigens, aardige vriendenkring (ook nooit meer gezien), maar verder…? Met zijn boodschappen voor de Kerst liep hij naar huis. Zijn nieuwe huis. Zijn flatje, waar poes Grijsje op hem wachtte. Als enige. Hij kreeg tranen in zijn ogen. Kwam vast door die rot wind die over het vlakke land waaide. Het zou gaan sneeuwen en de voorafgaande koude had het land bereikt. Wie weet werd het een witte Kerst, zou leuk zijn. Toen hij bij de flat aankwam waar zijn woninkje te vinden was keek hij nog even in de hal naar zijn postvak. Er lag behalve wat reclame niets in. Nee, vrijwel niemand wist dat hij hier woonden tenslotte, en kaarten kwamen er al helemaal niet. Hij moest zijn eigen feestje vieren. Gek genoeg had hij er nog zin in ook. Geen verantwoording hoeven afleggen, niet meedoen met de meute. Hij drukte op het knopje van de lift. Net toen hij wilde instappen kwam er een vrouw de hal in lopen. Ook al met een tas vol boodschappen in haar handen. Hij glimlachte naar haar en zij lachte terug. Ze was een leuk type, zo’n vrouw waar hij vroeger van droomde. Blond, blauwe ogen en min of meer van zijn leeftijd. Hij hield de liftdeur voor haar open, drukte op het knopje voor zijn verdieping en vroeg aan haar waar zij heen wilde. ‘Ach, maakt me niet uit, als het maar gezellig wordt’ was haar antwoord. Ze bleef hem aankijken. En hij voelde zijn hart sneller kloppen. ‘Nou, kom dan maar mee met me, dan zet ik een lekker bakkie, of wil je wellicht een glas Glühwein? Net gekocht bij de super’. ‘Top!’ zei ze en liep achter hem aan. Thuis gekomen liep Grijsje meteen naar de vrouw, gaf kopjes en knorde. Die had haar al geaccepteerd. Hij zelf pakte haar jas aan en wees haar een stoel om te gaan zitten. Nu maar hopen dat hij niet zou tegenvallen voor haar….. Want al die jaren huwelijk hadden hem aardig van zijn zelfrespect beroofd. Toen hij haar met de kat op schoot zag zitten wist hij dat het wel goed zou komen. Hij had zin in de Kerst…….

130 jaar auto

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

1e Daimler automobiel

Het zal de meesten van jullie wellicht een worst zijn, maar volgend jaar bestaat de auto zoals we die tot op de dag van vandaag kennen, 130 jaar. Best een leeftijd! En ook al hebben door alle jaren heen heel wat lieden om welke reden ook getracht om die auto van onze straten weg te krijgen, het individuele vervoer heeft zo’n enorme vlucht genomen dat we nog wel even te maken zullen hebben met het fenomeen. Die auto heeft de samenleving stevig veranderd. Mensen kregen er een stukje vrijheid door, ontdekten dat de wereld groter is dan hun eigen straat of erf en zo kwam ook de migratie van hele volksstammen op gang. De wereld werd deels met dank aan de auto ontgonnen. Ik ben, net als veel mensen van mijn en latere generaties, opgegroeid met de auto. Er was altijd wel een auto beschikbaar in mijn jeugd, ‘leenpa deed er in’ dus we reden elk weekend wel ergens heen. Fraaie merken als Chevrolet, Ford, IFA, Skoda, Hansa of Volkswagen passeerden daarbij de revue. De beste vrienden van mijn ouders reden in een Citroen Traction Avant, en ook daarmee werd half Nederland afgereden.

DKW 1000S Coupe 1959Later, toen de gezinnen letterlijk en figuurlijk uitgroeiden reden we achter elkaar aan, twee auto’s vol genietende stadsmensen. Neem van mij aan dat rijden in de jaren vijftig en zestig nog niet zoiets comfortabels was als nu het geval is. Een dagtripje naar de Veluwe was echt een avontuur en als we vakantie vierden in het fraaie Limburgse landschap rond Valkenburg, waren we een dag onderweg om er te komen. De gemiddelde gezinsauto uit die tijd haalde met pijn en moeite 100km/u en de wegen waren bepaald niet van het snelwegtype. Je passeerde onderweg ongeveer elke stad of dorp, maar leerde daardoor ook aardig hoe het land in elkaar stak. Mijn ouders waren gek op avonturen als ze eenmaal buiten de stad verkeerden en dus wilden we nog wel eens illegaal de grens over rijden. Bij Verviers of Eupen. Het mocht niet, niemand had een paspoort, maar toch. Toen pa dat zelfde kunstje eens uithaalde bij de Belgische grens achter Breda werden we op de terugweg naar Nederland in onze DKW Meisterklasse aangehouden. Geen papieren, niets.

Jangled Nerves GmbH, Stuttgart

Skoda Museum…..

Dat was dus een illegale grensoverschrijding, indertijd een aardig vergrijp. Daar kletste pa zich niet zomaar uit. Hoe dan ook, altijd waren er auto’s. Maar in onze hoofdstedelijke woonbuurt was het bezit van een auto nog pure luxe. Brommers en scooters waren al heel wat, een vierwieler alleen iets om van te dromen. En dus werd er heel wat afgehuurd voor in het weekend. Bij ons aan de overkant zat een groot autoverhuurbedrijf met regionale bekendheid. Ik leerde al snel het verschil tussen een Opel van 1955 en een van een jaar later. Dat ging allemaal vanzelf. Zeker omdat de zoon van de eigenaar mijn grote vriend indertijd was. En we zien elkaar nog steeds, ouder, wijzer en nog steeds met een soort van passie voor de auto. Later ben ik er zelfs in gaan werken, van dealer tot importeur, van adviseur tot journalist.

WP_20140906_001En dan te bedenken dat dit allemaal niet had plaatsgevonden als Meneer Daimler op een dag er niet in was geslaagd om een levensgevaarlijk gedrocht te bedenken met een eencilinder benzinemotor die efficiënter moest zijn dan een paard met koets. Nu alweer 130 jaar geleden. En oh ja, nog even een aardig extra weetje, ruim 100 jaar geleden reden de eerste elektrische auto’s al. Ook toen al om dezelfde redenen als nu. Maar ook met hetzelfde probleem. De accu’s waren niet in staat langere ritten mogelijk te maken. Dat is in een eeuw tijd dus helemaal niets veranderd. De rest van de wereld om ons heen wel!