Treinincident…

Hoewel het al in augustus jl plaatsvond neem ik er nu pas de tijd voor om er hier op mijn blog even over te berichten. Een fiks incident in de trein die ons vervoerde van Zwolle naar Amsterdam met een tussenstop in Lelystad. Nadat wij die polderstad even verkenden (vergeefse moeite gezien de enorme leegstand van het winkel/horeca-aanbod daar..) stapten we opnieuw in de gele rups die ons volgens planning in een minuut of 25 terug naar de hoofdstad zou vervoeren. Boven in de dubbeldeks uitgevoerde Intercity namen we een vrij plekje in en zagen al snel dat er wat consternatie was op het perron als ook in de wagon. Oorzaak een tweetal duidelijk niet echt uit ons land stammende jonge lieden die het de vrouwelijke conducteur nogal lastig hadden gemaakt onderweg vanuit Zwolle. Zij sprak daarop twee spoorwegpolitie-mensen aan die even binnen kwamen kijken waarom in het bijzonder een van de twee jonge en donker gekleurde lieden zich gedroeg zoals hij deed. Die had intussen bedacht dat zij maar Frans tegen hem moesten spreken, want elke andere taal ‘kende hij niet’. Hij weigerde categorisch om een id-bewijs o.i.d. te showen en ook een vervoersbewijs wilde hij niet overleggen.

Na veel soebatten waarbij de politiemensen zich keurig en geduldig gedroegen, werd de jongeman aangehouden. De andere man liep gedwee achter het hele gedoe aan. Opmerkelijk genoeg kwam de aangehouden persoon even later de wagon weer ingelopen. Nu hoorden we toch dat hij wel wat Nederlandse woorden bleek te kennen, een paar daarvan wilden wij zelf liever niet kennen. De politiemannen ook niet want die kwamen nu de wagon echt binnengestormd en begonnen weer op de nu best wel opgewonden man in te praten. Waarom hij zich zo gedroeg, waarom hij mensen uitschold en zo meer. Het tamelijk magere type waarmee die discussie als hoofdpersoon liep maakte duidelijk dat hij niets met die orde-handhavers op had en gewoon zijn reis wilde voortzetten. Kaartje of niet. En dus werd het allemaal gewelddadig. Opnieuw werd de man en nu stevig beetgepakt. Dat ging niet zonder slag of stoot. De jonge man wenste bij gebrek aan respect(..)niet beetgepakt te worden en verzette zich hevig.

Maar tegen twee stevig gebouwde politiemensen was weinig in te brengen. En zo werd hij alsnog uit de wagon gesleurd. Zou je denken dat het nu toch wel over was en zo. Maar nee hoor….toen de trein echt zou vertrekken en de signalen daartoe klonken, glipte de jongeman opnieuw los en de trein weer in. Waarvan de deuren nu centraal werden gesloten. En daar stonden de orde-handhavers…… Passagiers bekeken dit allemaal met gemengde gevoelens. Waarom deed die jongen zo ingewikkeld? Waarom werd hij niet gewoon aangehouden? Hij had al een bekeuring gekregen van de conductrice maar die kennelijk niet geaccepteerd. Vandaar het hele gedoe. Maar het maakt allemaal een akelige indruk. Kennelijk zijn er mensen die maling hebben aan de duidelijke regels, illegaal reizen en dan ook nog een grote bek opzetten als ze worden aangesproken op dat gedrag. Overigens bleef de trein uiteindelijk extra lang staan om dat jongmens uit de trein te verwijderen. Hoe het verder is gegaan weet ik niet. Wel dat het op deze lijn het tweede incident was met een ‘zwartrijder’. En in beide gevallen waren er overeenkomsten qua dadersoort en aanpak. Blijft toch bijzonder dat je tijdens een gewoon treinreisje dit soort zaken moet meemaken. En ik benijd de conducteurs niet die met dit volk dagelijks te maken hebben. Dat je dan wel eens wilt staken snap ik nu weer even des te meer….(Beelden: Yellowbird Foto/archief)

Hoorn – historisch genoegen!

Ik neem de lezer op mijn blog weer eens mee op trip. Naar Hoorn. Leuke stad, om meerdere redenen voorzien van grote historische banden met Amsterdam, VOC, koopvaart en zo meer. Een stad waar een prachtig historisch centrum wordt gekoppeld aan de nodige havens waar bruine, witte en nieuwgeldvloten naast elkaar aangemeerd worden. Een stad ook met heel wat fraaie kerken waarvan een deel niet meer als zodanig wordt benut. Ook hier sloeg de ontkerkelijking toe. De stad kent een paar musea. Zoals het Noord-Hollandse, maar zeker ook het Museum van de Twintigste Eeuw dat elke keer dat we er komen weer meer te bieden lijkt te hebben. Feest van herkenning. Ook voor de Soester vriendjes met wie we deze keer het Hoornse bezochten. Op een vrij kille junidag, waarop je zag dat veel van die boten worden bemand door Mooiweer vaarders. Want ze bleven voor de wal.

De echte schippers voeren uit, hezen de zeilen en gingen er met gezwinde spoed voor de wind vandoor. Hoorn heeft ook de nodige leuke winkels te bieden. De ooit wat oubollige V&D hier is net als elders verdwenen en het pand maakte niet de indruk dat men nu al nieuwe huurders had gevonden of dat Hudson Bay ook hier gaat proberen om ons te overtuigen van hun gelijk op onze markt te penetreren. Nee, de oude V & D is in verval. Wonderlijk genoeg helemaal niet passend bij Hoornse panden uit de oudheid. Want zelfs 16e -eeuwse pandjes staan hier, zij het scheef, nog aardig overeind. Dat Hoorn is in de jaren zestig en daarna toevluchtsoord geworden voor veel Amsterdammers die in hun stad geen redelijk huis in een veilige buurt vonden en derhalve maar uitweken naar wat toen de ‘kop van Noord-Holland’ was. Het deed de nieuwe woonstad bepaald geen kwaad. Overigens begreep ik later dat het V&D pand wordt gesloopt en plaats gaat maken voor nieuwbouw. Prima plan!

De economie floreert in Hoorn en dat zie je ook in de uitgestrekte wijken aan de rand en het stevige van grote winkels voorziene industrieterrein. Van autodealers tot meubelzaken, het is hier allemaal. Je hoeft dus niet speciaal naar Amsterdam om te kunnen winkelen. Daarbij is Hoorn goed bereikbaar, een behoorlijk lokaal wegennet sluit aan op het landelijke, er is een goed functionerend spoortraject, waarvan wij deze keer gebruik maakten, en voor de liefhebbers is er hier heel wat te fietsen. Kortom een erg aardige combinatie. Een leuke stad die o.a. trots is op dat elders zo vaak door nieuwe Nederlanders verguisde verleden. Jan Ptzn Coen wordt hier nog geëerd en dat hoort ook zo.

Ik bekijk dingen op dit punt toch met een blik in dat verleden zoals wij dat kennen. Dat er wel eens iets fout zal zijn gegaan, zeker! Maar was dat omgekeerd niet zo?! Daarbij, we kunnen nog wel even een discussie voeren over hoe de dingen door de tijd heen zijn veranderd qua denken bij sommigen. Maar in Hoorn heeft men daar minder last van. Misschien wel bewust!

Van de horeca maakten we gebruik toen de zon de temperaturen opstuwde en we ontdekten dat betaalbaarheid en kwaliteit hier ook nog eens redelijk samengaan. Hoorn is een erg aardige stad. Ik raad het echt aan om er eens een kijkje te nemen. Vergeet dan niet om je camera mee te nemen en bedenk ook maar dat een paar eeuwen terug de VOC-schepen hier voor anker lagen om hun lading over te hevelen op kleine boten die dan verder voeren naar Amsterdam. Een deel van de lading bleef in Hoorn. En diende dan weer als ruilhandel voor andere zaken die men hier deed. En dat is goed terug te zien aan de grandeur van sommige huizen en straten. Wij genoten weer! Hoop dat anderen dit ook kunnen doen in die aardige stad aan het IJsselmeer.

De luxe van Pullman

Wie wel eens in een trein heeft gezeten anno onze nieuwe eeuw zal weten dat met name de tweede klasse uitblinkt door simpelheid, redelijk comfort en nogal vaak vuil op de vloer en overvolle prullenbakken. De eerste klasse is een treetje hoger in te schalen en biedt nog wat meer rust. Maar het haalt het niet bij de luxe die eerste-klasse reizigers pakweg een eeuw geleden mochten verwachten. En die luxe was slechts voor hen betaalbaar. Veel van die stijl en inrichting van de treinen in die jaren dankten we aan een Amerikaans bedrijf. Pullman Palace Car Company heette dat bedrijf en die naam is synoniem gebleven met ultra luxe en comfort. Niet voor niets associeren wij dat in onze tijd nog steeds met die begrippen al vertalen we dit dan eerder naar een ulta-comfortabele boxspring of auto’s met een vergelijkbare uitmonstering. Pullman was en is voor de rijken. Die rijtuigen waren zo luxe dat zelfs het Britse koningshuis de opdracht gaf om haar koninklijke treinen als zodanig uit te voeren. Wonderlijk genoeg had oprichter George Pullman in feite de indertijd welvarende Amerikaanse middenklasse op het oog bij zijn treinwagons.

Ook de restauratiewagens waren voor Pullman uitingen van pure luxe en welvaart en de reizigers doften zich ook echt op voor elke maaltijd die een dag aan boord van zo’n trein van toen met zich mee bracht. Voor hen die een tweede of zelfs derde-klasse ticket betaalden was deze luxe overigens niet aanwezig. Verre van dat zelfs! Houten banken kwamen eerst en rechtop zittend slapen de norm. Niet zo bij Pullman-reizigers. Die kregen stewards aangeboden die hen verzorgden met alles wat ze thuis gewend waren. Het ontwerp van die wagens was in pure art-deco-stijl, veel bruin, leder, maar ook elektrische lampen en tafelkleden. Via een Britse dochteronderneming van de Amerikaanse onderneming bereikte het concept in 1884 ook Europa. En al snel werden afspiegelingen van dit denken doorgevoerd bij de grotere treinbedrijven. Later overgenomen door de eerste luchtvaartbedrijven die het gemis aan comfort door de primitieve eerste vliegtuigen compenseerden met allerlei luxe zaken die passagiers van toen verwenden en afleidden van wat ze zoal meemaakten aan boord onderweg.

Fauteuils in plaats van stoelen, warm en vers bereid eten, maar ook krantjes, drankjes, en hotels met veel luxe als ergens een tussenlanding moest worden gemaakt. De reizigers van toen uiteraard veelal van rijke komaf, de gewone burger had in een vliegtuig nog niets te zoeken. Ook bij autobouwers was dit luxe denken op enig moment in zwang. Elke zichzelf serieus nemende fabrikant had wel een reeks modellen in huis die gericht waren op Pullman-klanten. Een chauffeur voorin, vaak in de open lucht, en de reizigers in alle luxe achterin. Zie je nog steeds. Vaak bij verlengde limousines, waarbij de chauffeur weliswaar nu ook enig comfort ervaart, maar de passagiers zich omringd weten met alles wat hij/ziij maar wensen kunnen. Het mag iets kosten en zij willen niet in eerste de beste leasesloep worden vervoerd. Luxe moet het zijn. Net zoals George Pullman het in de 19e eeuw al bedacht. De kleuren en stijl veranderden door de jaren heen, maar het verlangen naar die verwennerij zeker niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw verdwenen de Pullman-rijtuigen pas bij de meeste spoorbedrijven. De jumbojets maakten vliegreizen democratisch en een beetje compacte middenklasser heeft ook al zoveel luxe aan boord dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar het Pullman-denken blijft toch voorbehouden aan de bovendanen en nieuw-rijken van deze wereld. Want verschil moet er zijn. En dat was zelfs in de communistische heilstaten zo. Wie dat niet gelooft moet maar eens kijken naar de treinen, vliegtuigen en auto’s waarmee de leiders in die landen werden vervoerd. Confronterend!

Meetingpoints..

Onlangs waren we voor de twee keer dit jaar onderweg met de gele rupsen. AH was de leverancier van onze dagtripkaartjes en omdat je daarvoor een bepaalde prijs betaalt is het handig om dan niet te dichtbij in de buurt van de hoofdstad een bestemming te kiezen. Vaak, zoals nu, stappen we dan in een trein die ‘ergens’ heen gaat en besluiten onderweg wat te doen. We kunnen overstappen in Utrecht, maar ook doorreizen naar Venlo, of,of, of. Het werd Den Bosch. Vaker geweest, maar altijd gezellig en daarnaast voorzien van een paar aantrekkelijkheden. Zoals de bijster fraaie St.Jan-kathedraal of de geweldige horeca. Mijn ooit zo favoriete modelwinkel Ottens nog even bezocht, maar die sla ik voortaan over. Weinig over van het geweldige aanbod van vroeger en een zeer chagrijnige verkoopster ontnamen de lust daar Euro’s te besteden. Deden we wel op een terrasje aan de Markt.

Met een drankje en de onvermijdelijke Bossche Bol van Jan de Groot. Wie niet weet wat dat is, moet maar even Googlen op de naam van deze landelijk bekende banketbakker. Waar altijd mensen in de rij staan (soms tot ver buiten de winkel) om iets van hun lekkere-trek-gading te vinden. Opvallend bij die bezoekjes en dat even zitten is dat je uit heel Nederland mensen tegenkomt die hetzelfde doen als wij, een ‘dagje Den Bosch’. Maastrichtenaren en Groningers. Allemaal op zoek naar die gezelligheid. En wie zoekt zal dat vinden. Wij maakten een wandelronde, en togen toen weer naar het station voor vervolg van onze reis. Dat werd (eerste trein die vertrok) Nijmegen. Een fraaie nieuwe Sprintertrein.

Die wel 12 keer of zo stopte onderweg, maar veel goed maakt met een fraai interieur, uitschuifbare treeplanken, een oplaadpunt onder je zetel voor mobiele telefoon etcetc. Nijmegen is een stad die rondom het station bijna onherkenbaar is veranderd. Alles is nieuwbouw daar en dat oogt niet onprettig moet ik zeggen. Het centrum is nog steeds zoals ik het me van een paar jaar geleden herinner. Mix van modern en historisch. De verloedering van voorheen aardig stopgezet en de stad opgewaardeerd. Lekker eten deden we bij Pinot in het centrum aan de Grote Markt. In het zonnetje tussen veel (jonge) gezellige mensen maakte de maaltijd extra goed te verteren.

Ook in deze stad aan het water maakten we weer een wandelrondje en liepen toen weer heuvelaf richting station. Met die kortingkaartjes moet je voor 4 uur inchecken, of anders wachten tot half 7 en dat vonden we toch wat laat. Dus weer op weg naar huis. Via Arnhem en Utrecht, die trein deed dat in 1,5 uur. Prima tripje, twee leuke steden gezien, nodige beelden geschoten en weer even genoeg voor deze periode van het jaar. Treinen is leuk maar ook vermoeiend….Maar wat een leuke mensen ontmoet je op zo’n dag….

Dagtripje; Dordrecht!

We hadden weer eens een paar kaartjes gekocht voor een dagtripje, de lente leek in zicht en de behoefte om weer eens iets aardigs te ondernemen verdrong de weerstand om weg te gaan. Dus togen we na enig overleg naar Dordrecht. Een stad die we al een paar maal eerder bezochten, maar nu eens uitgebreid wilden verkennen. De trein die ons bracht reed via een stuk of wat tussenstops (het was een Intercity, maar leek wel een Sprinter…) binnen 1,5 uur naar de Dordtse eilanden. Waar het gezellig druk bleek te zijn. Mooi weer, maar flink frisse wind. De ligging aan het vele water zorgde voor kilte. Nam niet weg dat we al snel een leuk ogend koffietentje vonden. Maar het bleef bij ogen. Zelden zo’n chaos in de bediening meegemaakt (en vooral ook gehoord).

En de prijs/kwaliteitsverhouding was daarbij compleet zoek. Ach, kniesoor. Lopen maar weer, rondkijken, de prachtige oude panden bekijken, de grachtjes, en de verrekte aardige winkeltjes waarvan veel gevuld met ‘antiek’ of spullen die daarop lijken. Dordrecht barst trouwens ook van de horeca. En anders dan die eerste indruk was het daar in tweede termijn prima toeven. Waar dat ook zo was, het Museum van Dordrecht, waar men een reeks aardige collecties onder dak heeft en waar je daardoor best een paar uur kunt doorbrengen. Het was er gezellig druk. Prachtige tuin trouwens en een goed gevuld restaurant. Aanrader als je daar een keer bent. Wij liepen verder.

Wilden wat zien van de havens. Want die heeft Dordrecht. De ligging aan het water maakt dat de stad niet alleen kwetsbaar is voor storm en hoge waterstanden, maar ook dat je daar schepen en boten ziet in alle soorten en maten. Het befaamde stoomfestival geeft die haven extra aantrekkingskracht. En van die oude schepen liggen er een stel in de fraaie havenkommen waar omheen de nodige oude panden de sfeer geven van eeuwen terug. Kwekkkerdekwek met inwoners is ook simpel.

En voor de liefhebbers zijn er bij die haven ook nog wat aardige kringloperige winkels te vinden. Wij vonden er niks van onze gading, maar dat kwam ook doordat we ons zelf wat discipline oplegden voor we vertrokken. Met een anker lopen slepen voor in de tuin is onhandig als je nog terug moet in zo’n gele rups. Wat we uiteindelijk na flink wat gewandel in de loop van de middag deden. We wilden voor de spits zou beginnen thuis zijn.

Daarbij hebben die kortingkaartjes ook wat beperkingen t.a.v. reistijden. Voor vieren en anders wachten tot na half 7. En dat werd ons te laat. Maar laten we wel zijn, dat Dordrecht is een aardige plek om te vertoeven. Het mist maar weinig van de aantrekkelijkheden die andere steden zoveel mensen doen trekken. Deze parel lijkt nog niet ontdekt. Ook al ligt het nog zo dicht bij Rotterdam. Voor de sfeer is dat maar goed ook denk ik. We komen er zeker nog eens terug!

Onze auto-vakanties…

Wellicht kunnen lezers zich nog herinneren hoe ze zelf vroeger op vakantie gingen, in mijn geval was dat steevast met de auto. Er was vroeger altijd wel een of ander vervoermiddel beschikbaar en dan togen we, ik schreef het al eerder, meestal richting Zuid-Limburg om daar een een paar dagen in zekere luxe door te brengen. Later, ik werd zelf volwassen, waren de eerste tripjes, per trein of bus. Een auto had ik nog niet, dat kwam later pas. Maar toen we die eenmaal bezaten was het hek van de dam. Duitsland, Belgie, Frankrijk, we reden er heen of het niks was. Voor wat verdere bestemmingen namen we het vliegtuig. Dat was verreweg het meest comfortabel en je was er tenminste snel.  In latere fasen van mijn werkende leven werd de auto voor bijpassende trips het standaardvervoer als we een paar dagen ergens heen moesten. Zo reed ik ooit naar Praag op en neer, was Frankfurt goed 4,5 uur rijden en kwam je met zo’n vierwieler ook snel genoeg in cursusplaatsen als Mainz of voor onderhandelingen met de toen relevante fabrikant in Branchweig.

De zakelijke rest werd gevlogen. Ik had heel wat punten staan op mijn frequent-flyer-passen bij een paar van die airlines. En voor mijn liefhebberij die met de vliegerij van doen had was het een interessante periode. Nu hoef ik niet meer zo nodig. Als ik ergens heen ga is het met de auto. En blijkt dat ik in goed gezelschap verkeer. Wij Nederlanders gaan meer en meer op vakantie en nemen daarbij de auto als favoriete vervoermiddel. Maar liefst bijna 10 miljoen vakantietrips met die auto als cijfer over 2016. Dat is ruim 30% meer dan we gewend waren te doen in 1992. Het vliegtuig loopt qua populariteit wel snel in. Daarmee gingen maar liefst 6,8 miljoen mensen op stap (in 1992 nog maar 2,1 miljoen). Grootste daler is de touringcar. Nog maar 700.000 boeken een vakantie die met de bus verloopt. Comfort, gedoe, vermoeidheid, veiligheid, het zijn allemaal factoren die spelen bij die keuze.

De auto is bij alle vakanties nu voor 54% het meest geliefde vervoermiddel. Waarbij je wel moet aantekenen dat dit wordt gedaan met auto’s die rijden op benzine, diesel of gas. Elektrische auto’s zijn niet zo geschikt voor dit werk, dus die tellen nauwelijks tot niet mee. Dat kan nog wat worden in 2030 als 50% van het wegennet moet zijn volgeplempt met die elektrische wagens. Alleen al om dat gedrag van normale mensen zou je moeten vrezen dat die omschakeling niet zo snel zal gaan als de grachtengordelelite meent te kunnen voorspellen. Hoe dan ook, we gaan binnenkort weer met voorjaarsvakantie. En naar het zich laat aanzien doen we dat massaal met onze auto. Ik wens je nu alvast veel plezier. Ik ga pas als iedereen geweest is. Het iets ouder worden kent zo haar voordelen….

De treinbestuurder…

Langzaam maar ook meteen secuur strikte hij zijn das. Zijn uniform zat hem verder als gegoten. En zo hoorde het ook in zijn eigen beleving. Daarna stapte hij in zijn cabine. Aaide over alle besturingsmiddelen met grote liefde. Drukte op de knoppen om alle meters te laten bewegen. Stak de verlichting aan, dempte die ook meteen om zijn uitzicht niet te bederven. Voor hem lag het traject waarover hij zijn trein met alle inzittenden zou gaan laten rijden. Hij keek op zijn klokje.  Nog een halve minuut. Schema’s waren er niet voor niets. Hij had dat wel van zijn vader geleerd die ook bij het spoor had gewerkt. Die liefde voor dat spul kwam dus niet uit het niets in zijn geval. Via de achteruitcamera’s kon hij zien dat passagiers instapten en de conducteur controleerde of iedereen dat wel op de juiste wijze deed. Hij checkte nog even of zijn trein wel helemaal in orde was. Ging toen goed in zijn stoel zitten, schakelde daarna de extra lucht en stroom in die alle wagons qua remmen en verlichting met elkaar verbond. Daar hoorde hij het fluitje van de conducteur en wist dat hij weg kon rijden. Bij het sein op groen was hij er klaar voor. Langzaam drukte hij de hendel naar voren die de trein zou doen bewegen. En het uitzicht om hem heen vertelde dat hij ook daadwerkelijk reed. Eerst nog even rustig aan. Hij moest nog op het juiste spoor komen. Naar Utrecht. Via het Amstel Station, maar als je dan een wissel verkeerd nam stond je voor je het wist in Weesp.

Met beperkte snelheid rijden dus, en al klikklakkend over al die wissels en rails de seinen in de gaten houden. Buiten stonden die voor hem op de juiste stand. Binnen deden alle apparaten wat ze moesten doen. Toeters en belsignalen gaven aan waar de veiligheidssystemen hem van blok naar blok loodsten. Uiteindelijk reed hij nu met 80km/u over de spoordijk langs Amsterdam-Oost, passeerde links het Muiderpoortstation en zette koers naar het Amstel Station. Daar moest hij volgens schema over precies een minuut aankomen. Ging lukken. Alle seinen op groen. Bij de Tugelaweg nam hij snelheid terug. Langzaamaan. Want schokkend rijden was niet aangenaam voor de reizigers. Hij keek op zijn dashboard. Alles volgens schema. Alles onder controle. Langs het perron van het station stonden heel wat reizigers op hem te wachten. Jonge mensen vaak. Deze lijn was een drukke. Daarom hield hij er zo van. Hij stopte precies op tijd en wachtte tot alle passagiers waren in- of soms uitgestapt. Net toen hij het signaal hoorde snerpen van zijn conducteur ging er een rood licht branden boven zijn hoofd. ‘He….net nu, ik ben net zo lekker bezig’. Maar hij wist wel hoe laat het was. Zijn vrouw had de koffie klaar en verwachtte dat hij naar beneden kwam. En dus zette hij zuchtend zijn apparatuur af, stapt vanuit zijn zetel de zelfgebouwde cabine uit en sjokte de trap af. Hij moest straks maar zien dat hij het programma in zijn simulator even terugstelde op de tijd waarin hij wilde rijden naar Utrecht. Nu even pauze. Zijn vrouw wachtte hem op. Met een stukje cake en een warm kopje koffie. Het leven was goed. Zeker als gepensioneerde marineman met een passie voor treinen….

Groene dromen en nachtmerries…

Met name linkse en groene fracties in onze samenleving laten niet af om alles wat modern is en neigt naar wat zij zien als uitstoot te veroordelen en het liefst in de ban te doen. Denk maar eens aan de auto, het vliegtuig, schepen, onze Cv-ketels, open haarden, scooters, vrachtwagens etc. Men denkt in die kringen vaak in termen als windmolens, duurzaamheid, milieu, belasting etc. Zonder daarbij enig inzicht te hebben in feiten en cijfers. Nou ja, men produceert vaak eigen cijfers. Men luistert naar de mening van mensen die menen dat ze ergens last van hebben, men zoekt trouble-spots op en gaat er dan vanuit dat dit voor de hele wereld zo geldt. Ik heb er al vaker op gewezen, met belastingmaatregelen verduurzaam je onze samenleving niet. Je kunt wel denken dat elektrische auto’s de oplossing zijn van het uitstootprobleem, maar dan moet je ook zorgen dat straks 8 miljoen van die dingen zonder dat ze aan het stroomnet hangen als nu bestaat, het milieu niet vervuilen. Wat ze natuurlijk wel doen.

Windmolens (het land staat er intussen vol mee) doen maar voor net 10% mee aan de opwekking van groene stroom. Leuk bedacht, maar in de praktijk een onhaalbare situatie. Daarbij die dingen rijden op accu’s waarvan de grondstofproductie op zijn minst van twijfelachtig allooi is. Om het over de verwerking van afgedankte exemplaren maar niet te hebben. En dan benoem ik nog niet eens de praktische invulling van de dagelijkse ritten. Want veel verder dan 250km kom je niet op een acculading, hoe enthousiast sommige gebruikers en verkopers ook zijn. Elektrische auto’s zijn nog geen oplossing van de problemen. Voor zover die al bestaan. In de realiteit van alle dag blijkt dat de uitstoot van CO2 en NOX jaar na jaar sterk is afgenomen. De grootste vervuilers zijn niet te vinden in het vervoer, maar bij de agrarische sector, de industrie en onze huishoudens. Open haarden zijn idd een bron van vervuiling, hoe gezellig ook. Net als de BBQ in de zomer.

Maar dat willen ‘we’ liever niet zien kennelijk. We wijzen naar sectoren waar we van denken dat ze enorm vervuilen. Zoals de luchtvaart. Want die grote toestellen, dat moet wel enorm veel uitstoten. Dat klopt als je er bij de start recht achter staat uiteraard. Maar in de totale uitstoot voor ons land gaat het om peanuts. Een vliegtuig vliegt namelijk, en dus is dat spul wat ze uitstoten ook snel op andere hoogten verwaaid of het land uit. En dat grensoverschrijdende geldt ook voor veel van die andere meetwaarden. Het waait ons land gewoon binnen. Of we dat nu leuk vinden of niet. Zelfs als we 100% op schone energie zouden kunnen omschakelen hier, de landbouw beteugelen, de industrie uitbannen, vliegtuigen vervangen door zeilschepen en de trekschuit het werk van de autobussen weer laten doen, komt er nog steeds uitstoot voor. Het groene ideaal is in de praktijk dus volkomen onbereikbaar. Echt, dat komt nooit meer goed. Ook niet via milieubelastingen. Die trouwens in de praktijk zelden worden gebruikt voor verbetering van dat milieu. Net zoals de autobelastingen niet worden gebruikt voor verbetering van het wegennet. Nee, die gelden gaan naar het openbaar vervoer, de trein, windmolens etc. Symboolpolitiek dus. Laten we vooral verduurzamen waar het nodig of handig is. Maar stop nu eens met die flauwekul en bezorg ons Nederlanders niet constant een schuldgevoel. Dat is onterecht en volstrekt onnodig. Of geef het goede voorbeeld. Kom te paard naar je werk, gekleed in linnen of berenvel, zonder make-up, en ga wonen in een hutje op de heide. Zonder verwarming uiteraard. Pas dan ben je oprecht en eerlijk. Nu niet!

 

Onveilig..

Wij mensen zijn wonderlijk optimistisch en wat weinig realistisch als het er op aankomt. Zo hebben we jarenlang gedacht dat ellende en narigheid zich in onze streken niet zou kunnen afspelen. Ach..er ging wel eens een bom af in Londen of Noord-Ierland, we zagen beelden uit het Midden-Oosten van dood en verderf, er waren allerlei akelige regimes aanwezig in Midden- en Zuid-Amerika, maar bij ons kwam dat niet voorbij. We gingen met een gerust hart op citytrips, of lieten ons per kameel door de Egyptische woestijn vervoeren dan wel door het qua veiligheid levensgevaarlijke Turkse verkeer. Sinds een jaar of 25 is alles veranderd. Oorlog bleef niet ver weg, het kwam heel dichtbij. Denk maar eens aan de Balkanoorlogen die op een uurtje of 1,5 vliegen van onze thuisbasis plaatsvonden en waarbij duizenden doden vielen. Begin deze eeuw zaten we hoe New York door de barbaren werd getroffen, daarna Madrid, Londen, en tegenwoordig weten we dat heel Europa in de onveilige zone is terechtgekomen door de terreur van de haat.

Los van de barbaarse moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh hielden wij het in ons land nog redelijk veilig, maar sinds we zien dat terreur ook met vrachtwagens of zelfs SUV’s kan worden uitgeoefend weten we dat ook Londen en Berlijn behoren tot de primaire doelen van het uitvoerende schorem. Intussen zien we ook dat de wereldreizigers door hebben dat bepaalde landen minder veilig zijn geworden. Dat andere landen juist meer zorgen voor een gevoel zoals we dat voor de terreurjaren kenden. Onlangs verscheen een onderzoek rond de mening van zakenreizigers over dit onderwerp. Washington zag men als veilige stad om heen te reizen, net als Los Angeles. Londen stond voor de aanslag met die SUV van onlangs ook nog wel als veilig, net als het op 9/11 zo heftig getroffen New York. Ook Munchen wordt nog als veilig ervaren.

Amsterdam komt niet op het lijstje voor. Zegt wel iets over het verschil van inzicht over hoe wij en anderen veiligheid ervaren. Onveilig zien zakenreizigers momenteel vooral Turkije, Mexico, Lagos, Brazilie en Jakarta. Met die keuzen kan ik mij wel vinden. Daar wil je niet heen en als je er heen moet omdat het niet anders kan, bereidt jij je er goed op voor. Drie van die bestemmingen zijn moslim-gerelateerd, hoewel als je het in-corrupte Lagos mee zou moeten tellen, zijn het er zelfs vier. Het zegt toch wel iets dat er door relatief veel reizende en ervaren zakenmensen zo tegen deze bestemmingen aan wordt gekeken. En voor de goede orde, Aziaten in het algemeen zijn zodanig minder overtuigd van de veiligheid van Europese hoofdsteden, ik kan me daar iets bij voorstellen, dat men deze bestemmingen massaal de rug toe keert. Met alle gevolgen van dien. De angst regeert ook daar en in die zin heeft de terreur toch enige zin gehad. Het is nu aan ons om te bewijzen dat al die kritische meningen onterecht zijn. Door eindelijk die veiligheid nu eens te garanderen en ons te richten op de daders en voorkoming van hun waanzinnige aanvallen op onze vrijheden en democratie. De gevolgen zijn ons nu wel bekend. Al vrees ik dat men de economische kant daarvan nog wel eens onderschat.

De Fundatie

wp_20161115_008Vrouwlief wilde er graag een keer heen. Het Zwolse Museum De Fundatie. Aan de buitenkant van het centrum gelegen, niet ver van het station daar. Direct herkenbaar aan de ‘tulband’ die dient als bovenste deel van een verder prachtig en stijlvol gebouw. Regionaal museum voor kunst en cultuur. Vol kamers en zalen en in die tulband bij mooi weer een aardig uitzicht over de oude provinciehoofdstad Zwolle. Onlangs waren we daar dus, de trein bracht ons er in een uurtje reistijd. Het was heel erg nat buiten, het zicht beperkt tot pakweg 100 meter en dat niet zozeer door mist maar door een constant vallende motregen. Zwolle glom, niet van trots. Wel van de nattigheid. Het museum bood uiteindelijk warm onderdak. Er liep een expositie rond het ‘Zie de mens – 100 jaar, 100 gezichten’ thema. Op zich interessant, maar uiteindelijk niet zo aan ons besteed. Het was mij zeker te somber allemaal en wat ik zag van beroemde kunstenaarsnamen deed me huiveren bij het idee dat daar door liefhebbers en musea grof geld was betaald.

wp_20161115_022Ik zou het niet in de kamer willen hebben staan of hangen. Het was er ondanks dat aardig druk. Leek wel of half (bejaard) Zwolle was uitgelopen voor deze expositie. Even de bordjes lezen bij de verschillende objecten bleek vrijwel onmogelijk. Nou ja, het zorgde wat ons betreft voor een snelle rondgang. We beklommen de vele trappen in het museum om boven in die tulband nog even te zien wat daar zoal was uitgestald. Het was vrij modern allemaal en zeker qua onderwerpen onherkenbaar. Leuk voor de liefhebber, maar wederom niet voor mij of vrouwlief. Omdat ook het uitzicht op de stad door de regen werd verpest, namen we al snel het besluit om het museum maar te verlaten. We hebben het nu tenminste gezien. We weten waar het ligt en wat je in die tulband kunt bekijken. Niet echt onze smaak. Gelukkig was het centrum vlakbij en vermaakten we ons nog even in de schitterende boekhandel Wanders en bij de bekende banketbakker van Orsouw aan de Grote Markt. Daarna namen we de trein en reden terug naar het westen. Waar het nog net zo nat en grauw was als in Zwolle. Geen weer om in te lijsten. Maar ja, herfst!