Klein leed; veel te vroeg afscheid van onze Punkie…

Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht.  Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.

Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden.  Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.

Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.

Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.

Verhuizen

Onlangs maakte ik weer een verhuisproces mee bij een naaste en diens lief. Ondanks alles wat vooraf gepland werd bleek toch hoe stressvol zo’n verhuizing eigenlijk is. Dingen gaan altijd net even anders, je bent een tijdlang je spullen maar vooral je ritme kwijt en ook huisdieren raken er aardig door van de leg. Mijn eigen eerste verhuizing was indertijd nogal simpel. Ik kon zaken per brommer vervoeren naar het huis van mijn aanstaande. Mijn broer haalde verder de zaken op die er toe deden en we vervoerden dat met een bakfiets. Binnen deze stad een nu nog veel gebruikt vervoermiddel al wordt de term dan tegenwoordig vaak toegeschreven aan van die children-movers op twee wielen. Omdat ik indertijd naar het hartje van het centrum verhuisde kwamen we onderweg nogal wat bruggen over grachten tegen en dat was best een uitdaging. Maar het lukte. De volgende verhuizing was van ons eerste eigen woonadres naar een nieuwe flat in de toen net gebouwde wijk de Bijlmermeer. Met wat geleende voertuigen van onze werkgevers kwam dat allemaal in relatief korte tijd voor elkaar.

Twee huizen tegelijk leeg halen en de boel overbrengen. Het was zwaar maar uiteindelijk goed te doen. Liften waren een luxe tenslotte. De volgende verhuizing speelde zich af van onze eerste flat naar een veel grotere in hetzelfde gebouw. Veel lopen en sjouwen, maar doordat het in dat gebouw bleef was het ook goed te doen. Dat werd heel anders toen we die zelfde flat zeven jaar later verlieten en ook de stad achter ons min of meer naar de achtergrond werd verdrongen. Dat werd een verhuizing met hindernissen en ook een die weken vroeg. Naar het nieuwe land, een splinternieuw huis, groter en met een garage voor de deur. Dat scheelde veel bij het tijdelijk opslaan van spullen. Ik kreeg een week of twee een VW-busje als mijn bedrijfsvoertuig mee en kon zo elke dag een keer of twee op en neer. De grote meubels gingen in een nog wat grotere bus en zo vertrokken we uit die buurt waar we toch een jaar of twaalf hadden doorgebracht. Wat je hier ook meteen terugleest is dat een mens door de loop van de jaren steeds meer zaken om zich heen verzamelt. Wij zeker!

Lezers als we zijn, liefhebbers van echt verzamelen, houders van huisdieren. Dan loopt het snel op. En natuurlijk gezinsuitbreiding waar ook het nodige voor moest worden geregeld. Twaalf jaar bleven we in die polder wonen. In een ruime jas, het huis groot, dus onze woonstek werd goed benut. Toen ik indertijd i.v.m. werk weg ging daar en terug verhuisde naar het oude land, de hoofdstad weer in beeld kreeg, was de verhuizing een hele toer. Twee grote en twee kleine verhuiswagens kwamen er aan te pas, en ik reed elke dag weer op weg naar het werk met een stationwagen vol zaken die buiten de echte verhuizing om naar het nieuwe woonadres moesten. We wonen hier intussen alweer een jaar of 23. En als ik dan bedenk dat we weer eens moeten verhuizen krijg ik op voorhand koortsige stress. Want dan is het ook een zaak van weg mikken, verkopen, afvoeren van spullen die nu nog belangrijk zijn voor de dagelijkse genoegens in dit huis dat zo mijn thuis is geworden. Bij het ouder worden daalt vaak het aantal vierkante meters woongenot. Ik krijg er op voorhand al de kriebels bij. Nou, voorlopig dus maar niet. We zingen het nog even uit. Oude bomen moet je niet verplanten. Een beter excuus heb ik vooralsnog niet. Hoe zit het met mijn lezers?? Verhuisfreaks of zijn jullie honkvast? Laat eens weten als je wilt… Dank bij voorbaat…

De W van werken…

In de periode waarin ik nog kind was en opgroeide naar jonge volwassenheid was werken iets wat voor de meesten van mijn generatie gewoon in het verschiet lag. Wanneer je dat ging doen werd niet bepaald door het aanbod vanuit werkgevers, nee het zat meer in de wijze waarop jij je studie had geregeld. Nou ja ‘jij’. In de meeste gevallen werd dat gedaan door de school waar je op zat. Aan de hand van criteria als inzet, vlijt, slimheid, maar ook afkomst en mogelijke ervaringen met eerdere kinderen uit hetzelfde gezin. Wie door wilde leren had de toestemming nodig van het schoolhoofd en dat kreeg je maar bij hoge uitzondering. De rest ging als het een beetje mee zat richting ulo of lts. Gelukkig bleef dat laatste me bespaard. Het gebrek aan kluskracht bleek al snel uit mijn cijfers voor handenarbeid. Echt een voldoende haalde ik zelden. Maar ik had voor taal, rekenen, geschiedenis en dat soort dingen altijd bovengemiddelde cijfers. Dat gaf wel een beeld. Nu was er indertijd ook nog zoiets als avondonderwijs.

Een vorm van extra zware belasting voor hen die al vroeg aan het werk gingen. Het inkomen van kinderen speelde indertijd een grote rol in de gezinnen die na de oorlog werkten aan heropbouw en een beetje comfort. Mijn geluk werd bepaald door een meneer van een bankinstelling die actief jongelieden ging werven om toch vooral naar de bancaire wereld over te stappen. Mits je bereid was jarenlang in die avonduren te gaan studeren. Ik was er zo een. Samen met nog wat mensen met wie ik klas of school deelde. En zo kon het gebeuren dat mijn eerste werkkring vooral werd bevolkt door mensen van katholieken huize die elkaar ook nog eens kenden van school. Het bleek een goede greep. Ik kreeg meer gevoel voor discipline dan ik al had gehad voordien, ontdekte hoe leuk werken is, zag ineens voor me welk carrierepad ik zou kiezen en wat ik daarvoor zou moeten doen.

Het werk werd relatief slecht betaald, maar je had wel een echt inkomen. Waarvan ik een deel gebruikte om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen, maar ook om alvast wat sparen voor ‘later’. Zo was dat in die jaren. Daarnaast bleek na een jaar of twee dat we niet meer op zaterdagochtend hoefden te werken. Er bleef wat vrije tijd over en die werd weer besteed aan een bijbaan links en rechts. O.a. in de brommerhandel van een bevriende relatie van mijn ‘pa’ waardoor ik weer wat extra geld kreeg dat natuurlijk werd besteed aan zaken die me mobiel hielden of bij de tijd. Het kon allemaal en je deed daarnaast dus ook nog de studie in de avonduren, het huiswerk dat niet mis was en je had zelfs ook nog tijd voor andere zaken. Toch was die bank niet zo mijn ding. Het avontuur miste ik, het was allemaal te veel geregeld, te ambtenaar achtig.

En net toen ik besloot om te vertrekken richting mijn toenmalige passie, Schiphol, kwamen bij de bank grote ‘Hollerit-machines’ in gebruik. Voorlopers van de latere computers. Het zorgde voor veel opwinding, maar ook voor afbouw van banen. Van de afdeling waar ik ooit begon (groot 65 mensen) bleek na enige tijd weinig meer over. De mechanisatie van de arbeidsplekken was volop in ontwikkeling. Maar toen werkte ik al weer in een andere job, bij een totaal ander bedrijf en leerde ik iets over vele zaken die ik gewoon leuk vond. Nederlandse taal, in al haar facetten. Of hoe je een vliegtuig moest afhandelen als het grondpersoneel dat niet voor mekaar kreeg. Kwam het toch nog goed met die bromnozem die zijn blikken altijd op de toekomst richtte. Doe ik nog steeds, maar niet meer voor het werk. Dat is nu wel voorbij. Mogen anderen intussen doen.

Van krekels en mieren…

Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in  mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.

Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.

Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder.  Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…

Ethisch nageslacht..

Stel nu eens dat we als mens vooraf zouden weten dat ons eventueel nageslacht zou worden geboren met aangeboren defecten op fysiek of psychisch gebied. Zouden we dan nog zo enthousiast zijn om onze kinderen daarmee op te schepen als ik nog wel eens zie? Hopen we wellicht op een voortschrijdend wetenschappelijk inzicht om zo de ergste ellende in de toekomst weg te nemen? Best een lastige vraag niet? Toch moeten sommige stellen zich die vraag stellen als ze weten dat in hun familielijnen van vaders of moeders kant een erfelijke aandoening wordt meegegeven als ongewild cadeau. Nu is dat relatief simpel te ontdekken door wat onderzoek vooraf. Als blijkt dat in jouw familie bijvoorbeeld jongens worden geboren met een blauwe Smurfachtige huid dan valt daar wel iets mee te doen. Anders ligt het als het gaat om aandoeningen die verborgen blijven tot op een zekere leeftijd. En die daarna het leven van een mens aardig kunnen verzieken. Waarmee je ook in de medische molens terecht komt die aardig prijzig zijn met dank aan het semi-liberale beleid van de afgelopen regeringen.

Maar bij fysieke erfenissen is er nog wel een medisch touw aan vast te knopen. Hoe ligt dit echter bij geestelijke problemen?! Denk maar eens aan depressiviteit. Veelal aanwijsbaar in een familie aanwezig. Geef je dit bewust door? Of doe je dat toch maar niet. Heel lastige vragen die raken aan alles waar wij mensen voor kunnen komen te staan. Vroeger, toen ik zelf nog jong was, dacht ik hier overigens ook niet echt over na. Je vond een liefde voor het leven en bedacht je dat met elkaar drie (of meer)kinderen wilde. Allemaal voorzien van de een of andere leuke afspiegeling van wie wij zelf waren. Ik zag blonde haren voor ogen, liefst met een wat andere structuur dan mijn eigen melkboerenhondenhaardos, en ook blauwe ogen. Stevig gebouwd, lang, en min of meer Hollands glorie. Niet eens nagedacht over wat wij in de genen verpakten bij die verwekking van dat zo gewenste nageslacht. We waren immers gezond en ook geestelijk redelijk op orde. Toch??

En zo redeneren vast de meeste mensen en die doen geen onderzoek en laten het verder voor wat het is. En zo kan het voor komen dat je soms ziet dat afwijkingen door de generaties heen worden doorgegeven en het niet eenvoudiger maakt om goed en fijn te leven. Zo graag willen wij voor eeuwig leven dat we dit onze kinderen ook gunnen. Maar moet je die ook eventuele kwalen gunnen? Ellende? Narigheid? Ethische kwesties die ook de diverse godsdiensten aardig bezig weten te houden. Ik wijs niet met een vinger hoor. Of claim het ethisch gelijk. Ik pleit alleen voor het nemen van verantwoording op dit punt. Als je weet dat……weeg dan goed af wat de kwaliteit van leven is voor dat wurm dat je op de wereld zet. Zonder aanmatigend over te willen komen. Het geluk van die kleintjes voor ogen houdend. Want dat is primair toch het doel van ons mens zijn. Gelukkig worden. Vooral ook op Aarde, veel alternatieven zijn er niet.

 

De watersnood van een 15-jarige

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.

Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.

Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.

Werk en vriendschap

Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.

De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.

Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….

De J van Jeugd

Weet je wat zo mooi is als je jong bent? Dat je nog glanst van schoonheid, dat je geest nog niet zo vervuild is met ervaringen die niet meteen behoren tot de meest positieve en dat je nog gelooft in een betere wereld dan de leefomgeving waar je zelf nu in verkeert. Altijd als ik met jongere mensen omga zie ik datzelfde. Je ziet dan ook het verlangen, de passie, de leergierigheid. Ook het eigenwijze wat kenmerkend is voor jeugdigen, naast hun gevoel voor alles onkwetsbaar te zijn. Op de leeftijd der wijzen aangekomen weet je dat veel relatief is, dat lief en leed leuk is in theorie, vaak wat minder in de praktijk, dat de glans vanzelf verdwijnt en de zwaartekracht op enige leeftijd zijn tol eist. Hoe fijn als je dan kunt omkijken naar een leven waarin vooral geluk jouw deel was en je genoot van dat wat de jeugd ons allen per definitie biedt. Of je daar dan gebruik van hebt gemaakt is meer je eigen ding of verantwoordelijkheid dan dat van anderen.

Het hangt wat af van het nest (..) waar je uit gekomen bent natuurlijk. De ene mens krijgt veel meer kansen dan de andere. Kwartjes zijn en blijven is eenvoudiger dan van een dubbeltje de waarde 2,5 keer laten stijgen. Wie in een bepaalde kring rond hobbelt komt al snel een menstype tegen dat ongeveer gelijkwaardig is. Daarmee valt vaak een goed partnerschap rond te maken. De glans en de passie worden gedeeld, ook al moet je dan als paar hard werken voor de luxe die hoort bij het geluk. Pas als je een dubbeltje blijft en veel windvanen op jouw pad helaas jouw richting op wijzen wordt het ingewikkeld.

Dan ontwikkel je een volwassen leven dat tegenvallers kent, lichamelijke ongemakken, een partner met een zelfde lastige achtergrond waardoor je al snel blijft steken in het moeras van drank, ongezondheid of armoede. Stigmatiserend voor jezelf of je nakomelingen. Je gunt het niemand, maar er zijn er best wel te vinden die van hun jeugd weinig tot niets weten te bakken. Mensen die niet uit hun pubertijd ontwaken, die denken dat het geluk vooral moet worden langs gebracht en niet hoeft te worden opgezocht of bevochten. Die denken dat liefde iets is dat bij de Action in het goedkope vak ligt naast de tandpasta. Nee, helaas, dat is niet zo. Die jeugdige glans moet je zelf oppoetsen, bewerken, onderhouden, en uitbouwen. Voor je het weet is die glans er af en moet je constateren dat je die ene kans op dat jolige jong zijn hebt verprutst. Een tegenslag ligt zo op je pad en de gevolgen voor je latere leeftijd merkbaar aanwezig.

Als ik dus rond kijk naar al die jongelui hoop ik dat het hen allen goed zal gaan. Dat ze later ook mooi oud en wijs worden, en hun weg in geluk en liefde zullen vinden. Geen idee hoe de kansen daarop liggen in de huidige tijd. Je hebt een voordeel, het aantal mensen dat echt als dubbeltje geboren wordt daalt, de kwartjes zijn in de meerderheid, waardoor je straks anders dan wat wij vaak meemaakten in onze generaties, geen excuus meer hebt dat relateert aan opvoeding of zoiets, behorende bij je afkomst. Kijk in de spiegel, poets op wat extra moet glanzen en geniet. Ieder mens is mooi, jonge mensen nog eens extra! Fletsheid hoort  bij ouderen met een frustratie. Zorg tenminste dat je niet zo wordt….Het leven is veel te leuk! Maar kijk wel om je heen en niet alleen naar jezelf. Hoe glanzend dat zelfbeeld ook is.  (Beelden: Internet)

Popi cijfers…

populair-1Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.

populair-2De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt.   Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.

loser-at-13Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.

63-jaar-oude-dame-die-er-nog-goed-uit-zietHet heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)

Ouderen milieubewuster dan jongeren?!

iprobo-koalaHet onderwerp milieu vind ik wel voldoende reden om er nog eens wat over neer te pennen. Omdat bijvoorbeeld een politieke stroming als GroenLinks vaak dat onderwerp naar zich toetrekt. Vanuit het idee dat met name de wat jongere generaties zich geroepen voelen tot het credo van mensen als Klavertje met hun namaak-Obama-retoriek. GroenLinks wil nog wel eens stellen dat juist ouderen zich minder van het milieu zouden aantrekken en daardoor alleen al de wereld vervuild achterlaten voor hun nageslacht. Wat op zich al een krankzinnige gedachte is want veel oudere mensen koesteren dat kroost nu net omdat ze zelf vaak een wat karige jeugd hadden en het beste met hun (klein)kinderen voor hebben. Kortom, kletskoek van de eerste orde, iets waarop veel van die stromingen op de linkerflank van het politieke spectrum een aardige claim hebben zitten. Het milieu gaat ons daarbij allen aan.

grilled-meatToch valt op dat uit onderzoek in het verleden bleek dat juist ouderen veel meer bezig zijn met scheiden van afval, met het inleveren van batterijen, met recycling en vooral ook het zo lang mogelijk gebruiken van wat zij ooit aanschaften. Hun milieubelasting is dus veel lager dan je bij de jongere generaties kunt zien. Even de echte veganisten in de linkerflank van GL  of PvdD daar gelaten. Ouderen eten ook anders. Weinig mensen van boven de 60 kiezen voor MacDonalds of Kentucky Fried Chicken om aan hun trek in iets lekkers te voldoen. Het idee dat zij stellen dat de eigen tijd er bijna op zit en dat na hen de zondvloed wel mag plaatsvinden is een te vaak gebruikte maar onware misvatting. Juist bij jongere generaties zit het gedrag van vervanging van spullen in de genen. Ingegeven door discounters of budgetwinkels waar je vandaag alles in het rood, morgen in het blauw en overmorgen weer roze moet hebben staan of hangen. Daaraan doen ouderen meestal niet meer mee.

ouder-echtpaar-aem-310807Ook bij allochtonen zie je weinig milieubewustzijn. Vanuit hun herkomst en achtergrond wellicht nog wel te begrijpen, maar ze worden er zeker niet zo op aangesproken als de GroenLinkse predikers zo graag doen bij de oudere generaties. Overigens bleken uit onderzoek de groot-stedelingen nipt milieubewuster dan plattelanders en zijn gereformeerden en katholieken de mensen met het grootste milieubesef. Kortom, vanaf de kansel al meegekregen juist om te gaan met de schepping van de Heer. Daarmee steken deze groepen ook flink uit boven alle andere religies of atheisten. GroenLinks heeft dus heel wat uit te leggen als ze weer eens kwaken als een eend zonder kop op dit gebied. Feiten zijn belangrijker dan aannames of vooroordelen. En die feiten gaf ik de lezer even. Nu nog even vertalen in daden. Zoals juist stemmen en niet kiezen voor de bekende weg….