Luxe Eendje…de Dyane!

Je hebt van die auto’s die indertijd, toen ze de straten als nieuw bevolkten, nauwelijks enige indruk achterlieten op hen die er niet voor vielen maar die toch onder liefhebbers mateloos populair bleken. Een dergelijke wagen was de Citroen Dyane die op het moment van verschijnen werd gezien als de opvolger voor de befaamde 2CV ‘Lelijke eend’, maar bij deze taak toch niet echt kon overtuigen. De auto werd in 1967 in het Citroen-programma opgenomen en kreeg meteen de 2-cilinder boxermotor voorin uit de Ami. 602cc groot en een vermogen van 31pk. Hoewel er veel overeenkomsten waren met de basis-Eend, was die Dyane toch een heel andere auto.

De carrosserie zat toch wat meer als een ‘echte auto’ in elkaar en had ook een veel hoekiger vormgeving. Mensen die voorheen met een Eend hadden gereden vonden die wat steviger Dyane best wel een ‘upgrade’, je kon er zelfs na een lange aanloop meer dan 100km/u in halen en het gehele comfort lag op een wat hoger niveau. Wat bleef was de goede en comfortabele wegligging, ruimte voor een heel gezin plus bagage en een veercomfort dat geen enkele concurrent in deze klasse kon bieden. De ‘luxe eend’ zoals hij vaak werd aangeduid bleef enorm lang in productie maar kon toch nooit zijn illustere en goedkopere zusje evenaren qua populariteit.

Toch zijn er van de Dyane in de loop van ruim zestien jaar productie iets van 1,5 miljoen van gemaakt die helaas voor een groot deel zijn aangetast door de roestduivel en bij liefhebbers van de oer-2CV niet gezocht zijn en zelfs een beetje met minachting worden behandeld. Dat is jammer, want een Dyane had voor de liefhebber van het concept veel te bieden. Zoals bij Citroen gebruikelijk kwam er ook een bestelwagenversie van uit, de Acadyane, die wel mateloos populair werd, maar dit succes deels dankte aan het feit dat de aloude ‘Besteleend’ niet meer werd aangeboden. In 1984 staakte Citroen de productie van alle Dyanes. Wie er nu eentje zoekt kan meestal voor relatief weinig geld nog wel terecht. Gave (en dus unieke) exemplaren doen iets van vier mille, een mooie besteller is nog eens de helft duurder. Een interessante auto, en duidelijk onderschat!  (Beelden: Internet/archief)

Ouderen rijden meer dan ooit…

Feiten zijn soms buitengewoon interessant als je even de tijd neemt om ze tot je te nemen. Zoals het feit dat wij met zijn allen als particuliere weggebruikers steeds meer rijden op onze vaderlandse wegen. 6% meer zelfs (2015) bij een totale kilometrage van 91 miljard. Dat zijn grote getallen. Zeker als je bedenkt dat de automotive-industrie zich vooral richt op jongere mensen (het meest optimale imago voor een bepaald model is toch het jonge gezin, al dan niet met hond zo lijkt het wel eens…) terwijl juist die groep veel minder is gaan rijden. Met name de verregaande verstedelijking en de hoge kosten van een auto t.o.v. het gezinsbudget zorgen voor veranderde gebruikscijfers. Het blijken vooral de wat ouderen die steeds meer gaan rijden. Op zichzelf logisch, immers een auto is voor die mensen toch het voorbeeld van de ultieme vrijheid en de mogelijkheid nog overal heen te kunnen zonder betutteling. De auto is voor die generatie ook een statussymbool vanuit een tijdperk toen dat ook nog echt zo was.

Ook ik behoor tot de generatie die het brede gebruik van de auto nog heeft zien ontstaan. In de periode daar voor zag je op plaatjes van de oude woonstraten vooral leegten, en wie met het gezin nog ergens naar toe wilde was al een hele pief als hij er een scooter met zijspan of zo op na kon houden. Pas in de jaren zestig werden auto’s gemeengoed en kochten veel jonge gezinnen indertijd een tweede tot vijfdehands brik waarmee ze dan op stap konden gaan. Die mobiliteit was een manier om de vleugels uit te slaan naar oorden (net)buiten de stad zoals bos en strand, waardoor de bleekneusjes die indertijd nog opgroeiden in die weinig gezonde steden, extra frisse lucht binnenkregen. Ook ik stam uit die periode en ben zowat op de achterbank van een auto opgegroeid. Bij ons was er altijd een auto, maar ja, mijn leasepa kwam uit een gezin van automensen dus dat was allemaal niet zo vreemd.

En dat gevoel van ‘moeten kunnen rijden’ als je volwassen (i.e.18 jaar oud) was werd er snel ingestampt. Een rijbewijs op de 18e, een auto zodra het kon. En daarna rijden, rijden, en nog eens rijden. En dat zo lang mogelijk. Hele generaties houden dat principe aan. Vandaar die langzaam aan veranderende cijfers. Vanaf 50 jaar stijgen de cijfers voor wat betreft het zelfstandig rijden. En boven de 75 jaar zelfs met het ongekende percentage van 39 bij een stijgend autobezit in die groep met 36%. We moeten langer doorwerken van onze neo-liberale bestuurders, dan is het niet vreemd dat we ook steeds langer en meer gaan rijden. Overigens is een deel van dat autobezit bij de echt wat ouderen ook wel toe te schrijven aan het gebruik van 45km/u voertuigen die met name in de provincie aardig populair zijn geworden. Kortom, het jonge gezin is niet meer primair de grootste doelgroep, al lijkt dat soms zo. Maar hoe richt je je op de echte autokopers zonder direct imagoschade op te lopen. Het vraagt inventieve campagnes en ook veranderend denken bij die diverse autofabrikanten. Maar die zijn dat wel gewend….

100

altAqk0jUetbhiiLsLyZkF5GGIlNW1VgsGIZ_mgHiKc1a1VIk hoorde zojuist op de radio dat het aantal honderdjarigen in een periode van pakweg tien jaar tijd is verdubbeld. We worden met zijn alleen steeds ouder en blijven daarbij ook nog eens fitter. Als we niet te veel eten, roken, drinken of te hard werken. Want het is wel opvallend dat het vooral vrouwen zijn die deze mooie leeftijd halen en soms ver daarboven. Wij mannen worden weliswaar gemiddeld ook ouder, maar slijten ook wat meer door al dat gestress en gewerk om het gezin te onderhouden, te klussen thuis, vakanties te organiseren, als taxichauffeur te fungeren en zo meer. We zijn het sterke geslacht maar als het er op aankomt komen we niet in de buurt van de vrouwelijke opvolgers van Eva uit het scheppingsverhaal. Die appel kleeft ook aan Adam en de schuldenlast daarvan vertaalt zich kennelijk in een korter leven. Nu doen wij het in ons land dus bepaald niet slecht op dit punt. In sommige gebieden worden mensen echt geen 100. Je mag blij zijn dat je de 65 al haalt laat staan daarna van een pensioen kunt genieten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERACultuur en omgeving waar je woont bepaalt vaak wat er van je overblijft na een hard leven. Je zult maar in een arm of oorlogsgebied zijn opgegroeid. Kan je zelf weinig aan doen, maar het bepaalt wel je toekomst. In die zin is Nederland een prima omgeving en snap ik wel dat er hele volksstammen zijn die van al die weldadige overvloed aan voorzieningen willen meegenieten. Gevraagd of ongevraagd. En daardoor wordt de kans dat we met zijn allen nog ouder worden, flink verkleind. Immers, door overbevolking is de toekomst nog nooit veilig gesteld. Integendeel. Toch voorspellen sommige geleerden al dat baby’s die nu worden geboren, wellicht aan het einde van hun leven al 120 keer Kerstfeest vierden. Een opmerkelijke gedachte. Wij mensen zijn in staat om zowat elke ziekte uit te bannen, we eten steeds gezonder en ontdekken steeds meer zaken die ons leven veraangenamen. We hoeven niet meer onder de meest vreselijke omstandigheden in de kolenmijnen te werken, of in fabrieken met een dodelijk uitstoot van allerlei troep. Robots kunnen dat bijvoorbeeld al veel beter.

Jogging Lady 2En zo worden we wellicht een volk van intellectuelen, die vooral met elkaar praten over, maar weinig doen. In sommige ministeries zie je deze ontwikkelingen al ontstaan. Als je zo leeft zou je zelfs als man kans kunnen maken op een langer leven dat je vrouw. Lijkt mij best een lastige, immers, door al dat gewerk ben ik zelf onderweg vergeten hoe ik moet leren koken, terwijl ik delen van het huishouden het liefst ook overlaat aan vrouwlief. Die dat met liefde doet hoor. En let op, daarmee gaat ze mij vast ver overleven. Ik wellicht 100 jaar oud, zij zeker 110. Vraag is alleen of ze het dan nog leuk vindt. Immers, zonder mij is er vast een stuk minder aan…..