Frustro..

In zijn kindertijd was hij zelden opgevallen. Het gezin waarin hij opgroeide kende 3 zussen en 2 broers. Hij hing er altijd wat tussen in. Waar zijn zussen samen de wereld aan konden en elkaar altijd verdedigden was er tussen zijn broers en hij geen enkele band van belang te vinden. Op school had hij weinig vrienden. Men zag hem niet staan, hij werd niet echt gepest maar stond ook niet hoog op het keuzelijstje van de meer populaire jongens in de klas die hun eigen voetbal- of gymnastiekteam mochten samenstellen. Hij hobbelde door zijn schooltijd heen met net gemiddelde cijfers. Kreeg dus ook geen complimenten thuis, zocht werk en eindigde in de melkwinkel van zijn oom die wel een hardwerkend hulpje kon gebruiken. En werken deed hij. Zonder op te vallen, gewoon, hij werkte voor zijn geld. Echte hobbies had hij ook niet, hield niet van uitgaan, las liever zijn stripboeken. Een meisje was voor hem niet echt weggelegd. De meeste meiden vonden hem saai en onopvallend. Pas toen hij ouder werd en via studeren op voor volwassenen ingerichte scholen een betere kantoorbaan had bemachtigd, kreeg zijn leven enige diepgang. Met de donkere Dina kreeg hij verkering, raakte verloofd en getrouwd. Ze kregen kinderen, er kwam een gemiddeld huisje op een etage in de voorstad van die grote die er naast lag. Het leven ging zijn gangetje. Tot hij het internet ontdekte. En zich wat verdiepte in de wereld om hem heen. Hij zag sterren die zich profileerden, wentelden in de roem, hij zag politici met allerlei uitspraken die hem soms iets deden maar vaak ook boos maakten. Via de sociale kanalen reageerde hij dan. Steeds heftiger. Als Dina niet thuis was, want die hield er niet van. Toen die ene presentatrice op tv haar boezem naar zijn idee wel erg graag showde in te strakke bloesjes begon hij haar te volgen en opmerkingen te plaatsen die haar toch moesten bereiken. Steeds heftiger werden zijn uitingen. Tot op die dag dat hij neerschreef dat hij haar wilde verkrachten en daarna de keel afsnijden. Moest kunnen, ze vroeg er zelf om. Toch? Het was dan ook een grote verrassing toen hij de volgende dag twee rechercheurs voor de deur van zijn huis trof die hem meenamen naar het politiebureau en hem daar wegens bedreiging van een bekende persoonlijkheid uren lang ondervroegen. Ondanks dat hij verbaasd was en daarna bijna boos over deze behandeling had hij ook gevoel gezien te worden. Hij deed er ineens toe. En dat maakte hem best trots. Eindelijk was ook hij ‘iets’. Ook al kostte hem dat dan een fikse boete en strafblad. Hij was nog niet uitgespeeld…Eindelijk erkenning…

Op stap..

Maanden van te voren maakten ze al alles in orde. Lijstjes van wat ze nodig hadden voor onderweg, regelden de campingplekken voor de tussenstops, reserveerden weer die heerlijke plek aan het water in hun geliefde Frankrijk. De auto kreeg een servicebeurt, de caravan werd ook helemaal nagelopen en van onder tot boven schoongemaakt. De banden goed gecontroleerd, wat hadden ze nodig voor die vier weken in den vreemde aan eten en drinken? Het werd allemaal geregeld en voorbereid. Heerlijk, met de kinderen aan het water, lekkere broodjes kopen in het dorp, de brocante marktjes, het strand waar je streeploos bruin kon worden. Zalig…. De werkdagen kropen voorbij voorafgaand aan de vakantie en toen het eenmaal zo ver was kwamen ze al vroeg uit bed en begonnen met inpakken van de auto en caravan. De dissel op de weegschaal, alles volgens de regels. Wat de kinderen allemaal mee wilden nemen werd voor een deel gehalveerd, het mocht niet te veel wegen. Dixy, de hond, kwispelde en werd door een van de kinderen nog even uitgelaten, die kon er dan wel tegen tot in Belgie. En om 7 uur in de ochtend reden ze weg. Zwaaiden nog naar die ene buurman die buiten stond om op weg te gaan naar zijn werk. Al snel reden ze zingend richting het zuiden. Voorbij Gent zouden ze stoppen. Kon Dixy nog even naar buiten en dan door tot voorbij Parijs…. Op de parkeerplek pakte zij de koffiefles en kleine pakjes fris voor de kinderen. Besmeerde broodjes kwamen te voorschijn. Nu alleen Dixy nog even aan de lijn nemen……..Dixy….Dixy…waar is Dixy? Ze keken elkaar aan. Zochten in de caravan…maar niks. Waar was die hond. Tot een van de kinderen vertelde dat zij Dixy thuis even in de schuur had gezet zodat hij niet kon weglopen….En niemand had gedacht om dat dier mee te nemen….. De stemming was ineens anders….vader ontplofte….Vorig jaar de paspoorten, nu dit weer…… Hij maakte de caravan los van de auto, laadde wat spullen over en reed weg….Het was een rit van dik 4 uur op en neer……lekker begin van de vakantie….

Karakter en genen…

Karakter en genen…

Als ik naar sommige mensen en hun gedrag kijk ben ik altijd benieuwd waar hun manier van leven of doen en laten vandaan komen. Immers, we zijn op onze eigen wijze uniek natuurlijk, maar bezitten ook de nodige genen in ons gestel die we overnamen van (voor)ouders. Daarbij is het gedrag van die generaties boven de onze vaak bepalend voor onze eigen manier van levensinvulling. Eerder al beschreef ik de ‘logische keuze’ van kinderen om in de voetsporen van hun ouders te treden waar het gaat om beroepskeuzen, vakantiebestemmingen of invulling van het eigen gezinsleven. Het kan ook leiden tot een totaal andere keuze om vooral niet op die ouders te hoeven lijken.

Omdat je bepaalde eigenschappen van die ouwelui niet ziet zitten, of omdat ergens in jouw geest een afkeer van gewoonten zorgt voor een standvastig plan zelf niet hetzelfde gedrag te vertonen. Ik heb dat met roken gehad. Afkomstig uit een echt rokersgezin (na WO2 was dat voor veel mensen normaal geaccepteerd gedrag..) waar ook de alcohol nog wel eens rijkelijk vloeide (succes moest gevierd..) had ik zelf nul behoefte aan beide verdovende middelen. Maar kreeg ik wel weer met de paplepel de liefde voor alles wat reed en vloog mee en werd me ook uitgelegd dat je nooit voldoende cultuur en geschiedenis tot je kon nemen. Waren zowel mijn pa als stiefpa beide echte automensen, ik koos toch in eerste instantie voor de luchtvaart, om er daarna via een vrij logische nieuwe keuze alsnog in terecht te komen.

Daarnaast hadden zowel mijn broer als ik een relatief grote verhaalkundigheid en zakelijk inzicht wat weer leidde tot dat wat wij beiden deden of nog doen. Bij anderen zie ik dat de creativiteit van moeder zich vertaalt in dochters, dat het sociale wat in sommige families diep in de genen lijkt te zitten, ook in de kinderen en zelfs kleinkinderen is terug te vinden. Of als de ouders van de tattoo’s zijn, de kinderen dat ook overnemen, dan wel precies andersom kiezen om dat nu net niet te doen. Net als geloof, doorgegeven via de generaties of de nodige scholing. Van sommige mensen snap ik niet hoe ze zijn geworden zoals ze blijken of bleken te zijn. Heb heel wat ellendelingen meegemaakt. Wat moeten dat voor ouders zijn geweest vraag je je dan af. Want als je zelf vals bent of overdreven jaloers, wat ging er dan mis in je genen?

Of als er erger stoornissen optreden die je dagelijkse handelen beinvloeden? Denk aan mensen die het verkeerde pad op gaan. Pedofielen, verkrachters, overvallers, plunderaars of linkse revolutionairen. In dat laatste geval is het vaak toch een kwestie van opvoeding in een kneiterlinks milieu. Met waanvoorstellingen over de ‘ideale wereld’ of zoiets. Dan wel zoals je ziet in door totalitaire of godsdienstgekke regimes bestuurde landen waar kinderen al vanaf de prille jeugd krijgen ingeprent wat de ‘enige juiste weg is’. Wat daar van komt merken we dagelijks. En met een uitgeklede zorgsector valt op spoedig herstel niet te rekenen. Leren leven met de waanzin…..Geen fijn idee. Maar ach, in ons aller genen zit ook een oerdemocratisch genenstekje dat iedereen de kans geeft om zich te ontwikkelen. Dat onderscheidt ons ook van die dictaturen. Gelukkig maar…. (beelden: eigen archief)

Prins…

Daar lag ze dan…in haar korte zijden nachtjapon, in haar als altijd fraai opgemaakte bed. Haar verder naakte lijf huiverde. Ze vermoedde wel dat er iemand anders in haar buurt was maar ze hield de ogen gesloten. Immers, ze had geen idee wie dat was. Wilde het eigenlijk ook niet weten. Plots hoorde ze een stem, zacht, mooi, die haar vroeg hoe ze had geslapen en of ze wellicht in bad wilde. Tuurlijk wilde ze dat. Lekker wegzakken in warm water. Ze stapte uit haar bed in klaargezette muiltjes, liep rozig achter die man aan die tegen haar had gesproken. Breed van schouders, een lendendoek van een of ander duur materiaal. In de badkamer was het bad voor haar al gevuld. Het schuim lag er dik op en ze rook de heerlijke geur van een of ander opwekkend soort schuim. De jonge man, wat een knappe vent zeg, pakte haar nachthemd aan en keek naar haar lijf. ‘Mooi’ stemde hij in met het beeld dat ze zelf ook in de spiegel aan de overkant van het bad zag. Ze was strak van vel, had rechtopstaande borsten, een schoot die nog ongerept was en verlangde naar zijn aandacht. Langzaam liet ze zich in het water zakken. Achter haar knielde die atletische jonge man neer en begin haar schouders en nek te kneden. Het voelde heerlijk aan, ze ontspande helemaal, zalig… En het voelde dan ook als heel normaal toen hij met zijn handen lager en lager kwam en haar het gevoel gaf dat wat er ook moest komen het allemaal fantastisch zou zijn en op haar gericht. Toen hij langzaam aan naast haar zat om zijn handen nog wat beter hun werk te kunnen laten doen keek ze hem aan en nodigde hem uit bij haar in bad te komen zitten. Langzaam maakte hij zijn vernuftig vastgemaakte lendendoek los. Wat ze zag deed haar huiveren…zo mannelijk, zo groot…als dat maar…. Net toen ze huiverde van genoegens en genot hoorde ze in haar oren een geluid dat haar geluk verstoorde….dat geluid werd steeds luider en het deed haar ontwaken….Naast haar stonden twee van haar vier kinderen. Die wilden dat ze uit bed kwam….ze moesten naar school, en wilden eten. Schaamte maakte dat ze haar opgetrokken katoenen nachthemd snel om zich heen trok, en meteen uit bed stapte. In haar goedkope sloffen….Haar man was al onderweg naar zijn werk, in de spiegel zag ze haar wat pafferige gezicht, de dikke buik, haar al wat hangende borsten…. Jeminee, het leven was haar niet goed gezind geweest. Gelukkig waren er die dromen. Elke paar dagen per week kwamen die terug en voelde ze zich weer even een jonge meid. Die wel werd gewaardeerd en begrepen, en die vol passie was…net zoals vroeger….

Kroegvrienden…

‘Iedereen’ mocht hem. Althans dat gevoel had hij zelf altijd gehad. Henk, lekker populair in zijn jeugd. Veel vrienden, met wie hij uitging en op de meiden kon jagen. Zijn vader had een eigen bedrijf en hem was zelden iets te kort gedaan. Financieel zeker niet. Hij liep er echter wel de kantjes van af. Het bedrijfsleven was eigenlijk niks voor hem, maar toch had zijn vader hem opgenomen in de onderneming. Ook omdat ‘die ouwe’ dan een oogje in het zeil kon houden. Henk was een vrouwenjager, en daarbij hield hij wel van een glaasje bier. Hij was nergens goed in waar het nuttige zaken betrof, maar kon wel goed biljarten, voetballen, en onderhield zijn sociale contacten. Maar het leukst vond hij toch wel de kroeg. Ook toen hij in dienst zat was hij toch vooral een ‘drukker’ om daarna in de vrije ruimte vooral lol te trappen met zijn maten. Die hadden Henk altijd hoog zitten. Sloegen hem op de schouder en wilden nog wel eens een stapje extra voor hem lopen. Logisch want de meeste rondjes in de kantine betaalde hij. Net als bij het voetballen. Altijd was Henk de gevierde jongen. Toen zijn vader overleed en hij de onderneming erfde moest hij even wennen aan het nieuwe leventje. Hij werd wat serieuzer, maar onderhield wel goede contacten met sportverenigingen en zo meer. Zijn sponsorschap daarvan maakte dat hij vaak werd uitgenodigd voor een hapje en drankje en daar genoot hij met volle teugen van. Het werken ging hem redelijk af. Hij gaf leiding aan dat bedrijf, maar had ook prima mensen om zich heen verzameld op wie hij kon bouwen en die hij graag wilde vertrouwen. In het weekend was er dan het gezin, ja hij was ook nog getrouwd met ongeveer de vijfde vrouw met wie hij een soort van liefdesrelatie had opgebouwd en met wie hij twee zonen kreeg. Op zondag zat hij bij de clubs. En genoot, deelde rondjes uit en werd op het schild getild. Nu hij wat ouder werd, de kinderen in de zaak en hij met een soort pre-pensioen, genoot hij nog het meest van zijn dagen en avonden in de kroeg. Hij genoot van de verhalen, van de sfeer, van de drank. Tot hij ontdekte dat al die drank ook betaald moest worden. Het inzicht dat hij wellicht vriendschap (…) kocht was confronterend. En dus deed hij een stapje terug. Het bleek heel vervelend te werken. Niet alleen werd het ineens een stuk ongezelliger, maar al die ‘vriendschappen’ stelden uiteindelijk niks voor. Als hij geen rondjes gaf, kreeg hij er maar heel weinig van anderen. Zag men hem als een gierige kapitalist. Het werkte ontnuchterend. Hij stopte er mee. Wel jammer dat intussen zijn vrouw was vertrokken en zijn zoons hem niet meer op de zaak wilden zien. Henk, eenzaam mens, door niemand meer gezien. Hij pakte er nog maar een pilsje bij en voelde de tranen in zijn ogen opwellen…. Zoveel jaren voorbij…. en weer alleen!

Huizen…

Huizen…

Terwijl het elastiek me zoals eerder al eens beschreven aardig weet te binden aan wat ik belangrijk vind in mijn leven, is er toch nieuwsgierigheid.

De moderne tijd maakt dat we soms verder kijken dan de eigen veste om onze woonomgeving van een mogelijk alternatief voor wat nu ons thuis is te voorzien. Dat thuisgevoel gaf me ook inspiratie voor een verhaal. Voor velen van ons was het huis uit de jeugd ons echte thuis. Ik bekijk dat toch anders. Zeker toen broerlief onlangs overleed kreeg ik veel oude herinneringen gratis in de nachten die rond die gebeurtenis werden opgebroken. En bedacht ik me dat die eerste periode van het leven niet meteen rozengeur en maneschijn meebrachten.

Het huis waar ik in de vroege jeugd woonde was een voor die tijd overigens nog redelijk ruim huis, etagewoning, straat in het Amsterdamse Zuid, relatief lage huur. Er waren mensen die met minder toe moesten dan met vier (bescheiden)kamers en een keuken, plus een later voor de hobby’s benutte zolderkamer. Maar luxe was het bepaald niet. Pas in mijn pubertijd verscheen er zo een douche in die keukenhoek, de huisbaas pakte uit. Later, ik trouwde en trok in bij de schoonouders, woonden we in een historisch pand aan de Amstel in hartje stad. Een piepkleine etage ons eigen domein, een luik dekte onze leefomgeving af van de rest van het huis. Zo verging het veel mensen in die tijd.

Woningen voor starters waren er ook toen al niet. En wat men bouwde was onbetaalbaar. Ook toen al een probleem dus. Toch maakten wij die stap. In 1970, de nieuwe woonwijk Bijlmermeer bood ons een geweldig luxe driekamerflat in een voor het gevoel gigantisch flatgebouw van toen en tien etages hoog. Een paar jaar later verhuisden we in datzelfde gebouw weer door naar een vijfkamerflat met extra bergkamers binnen en buiten de flat. Het waren bijna koninklijke tijden. Al werd de woonomgeving er na 1975 bepaald niet vrolijker op. Ik heb de oorzaken daarvan al eens beschreven. De Bijlmermeer van droom tot nachtmerrie. Afvalputje voor de Amsterdamse samenleving. Begin jaren tachtig was het genoeg. Terug naar de stad kon niet, de regelgeving van de centrale stad maakte dat onmogelijk. Dus na lang rondkijken een eengezinshuis met garage in het toen splinternieuw gebouwde Almere-Stad. Grote woning, zes kamers, zolder, schuur met twee verdiepingen en die eigen garage. En veilig qua woonomgeving. Huis werd thuis opnieuw. Twaalf jaar later waren de omstandigheden zodanig veranderd qua werk en prive-situatie dat de files die van/naar Almere voerden een grote handicap bleken en de stress dagelijks te veel verhoogde. We verhuisden alsnog terug naar het oude land. Amsterdam weer in beeld. Nu kon het wel. Mits we kochten. Wat we deden. En dit huis werd ons zoveelste thuis. Voelde vanaf moment een goed. En nog. Van een etagewoning via flats naar eengezinshuizen. Volgende stap….appartement?? Wie weet. We kijken nog eens goed rond. En misschien besluiten we wel dat we dat thuisgevoel niet kwijt willen raken. Who knows…. Hoe zit het met jullie medebloggers en lezers? Zelfde soort ontwikkeling meegemaakt?? Een thuisgevoel van vroeger en nu herkenbaar?? Ben benieuwd naar jullie reacties….. (Beelden: archief)

Zestig jaar

Zestig jaar

Stel u voor…een kleine menneke leeft in een wijk vol mobiele impulsen. In een gezin waarin dat mobiele ook een grote rol speelt.

Trucks, bussen, trams, auto’s, motoren, brommers, het kwam allemaal voorbij en voegde heel wat observaties toe aan het jonge leven van de hoofdpersoon. Daarbij telden we dan op dat veel vliegtuigen die van/naar Schiphol opereerden dwars over de stad heen vlogen omdat het banenstelsel van die luchthaven zo was dat aan/uitvliegroutes de bebouwing van de stad wel moesten ‘raken’.

Nu waren indertijd toestellen met zuigermotoren en propellers normaler dan de latere jets en wilde er nog wel eens een van die aandrijfbronnen ‘afpikken’. Kwam er een Super Constellation of DC-7C op drie ipv vier motoren voorbij. Het waren voor mij, hoofdpersoon in dit verhaal, jubeltijden. Ik kende al snel alle autotypen en bouwjaren uit mijn hoofd, wist welk type vliegtuig wanneer waar heen vloog en wilde dat in miniatuur kunnen nabootsen.

Op 20 december 1960 startte ik dat wat nu nog mijn collectie kan worden genoemd. Op schaal, kinderlijk, maar wel met een eigen naam en een soort businessmodel. Nadoen wat ik zag. Imiteren en ook innoveren. Het werd een jaar of twee later een hobby die een hele groep mede-gekken deed meedoen en zo ontwikkelde zich een gevoel voor zakendoen en indeling van bedrijven. Over en weer. En door het werk van toen, opgeteld met de studies uit die tijd, tot een soort professie verheven. Tuurlijk veranderde die liefhebberij.

Werd breder, omvatte documentatie, fotografie, later ook auto’s en natuurlijk mijn liefde voor dat ene merk met die vliegende pijl. Veel van wat ik als jong mens had bedacht en voortgebracht nam ik mee als bagage en dat werkte goed. Zelfs in het echte leven. Acties en reclame, ach, ik maakte al advertenties op mijn jeugdige leeftijd, is het dan gek dat je dit later nog goed kunt? Of dat jouw eigen reclamebureautje wordt genoemd naar dat ‘bedrijfje’ uit je jeugd? Nee toch zeker!

Trouw aan de uitgangspunten. En dit jaar dus het zestigjarig bestaan. Al is veel veranderd en soms verwaterd. De wereld om ons heen, de kijk op economie en luchtvaart of mobiliteit. Niet dat ik dat persoonlijk nu anders zie, maar de wereld verlinkst en noemt dat vergroening. Lawaai was vaak muziek voor mij, is nu een gruwel voor nieuwere generaties. Niet opgegroeid met het idee dat je voor elke euro (toen gulden) die je verdiende keihard moe(s)t werken. Men houdt liever de hand op of vraagt de baas om een Tesla. Ik vier in stilte dus en koester. Noem me maar een nostalgisch type, ik kan er mee leven, al dik zestig jaar vandaag. (beelden: Yellowbird)

Vakantie vieren…

Het is er intussen de tijd van het jaar voor. Hele volksstammen vertrekken in de komende weken weer naar allerlei leuke vakantiebestemmingen. De een zoekt het dichter bij huis dan de ander, als we niet in Verweggistan zijn geweest is het kennelijk niet goed voor ons eigen ego of de bijbehorende geneugten. We vliegen, sporen, bussen en rijden er wat aan af. Was vroeger wel anders. Een weekje Zandvoort was al een heel ding, veel gezinnen hadden er het geld gewooon niet voor. Bij ons was dit anders. Mijn toch eerzuchtige moeder wilde elk jaar wel weg. Ze vond dat ze er recht op had na een jaar hard werken. En omdat haar interesse uitging naar Limburg en dan met name de heuvels in die hoek van het land, wisten wij als kinderen al dat we ieder jaar die kant op zouden gaan. Wel altijd met verschillende auto’s, want leasepa ‘deed in die dingen’ en pakte er gewoon een uit de voorraad.

Werden soms avonturentochten. Gelukkig had hij gouden handen, en kon alles onderweg repareren als het mis ging. Nog groter genoegen voor ma, klandistien de grens over naar Belgie. Wat soms niet zo handig was, want er was ook nog controle tussen de diverse landen en zonder papieren aan de grens tegengehouden worden was goed voor veel onrustige spanning. Gek genoeg vonden de ouders dit leuk. Nu moeten we als gemiddelde Nederlander kennelijk vooral ver weg. Met het hele gezin. Inclusief baby en soms huisdier. Of je die er nu zo’n plezier mee doet? Ik herinner mij dat we ooit naar Griekenland vlogen met onze toen nog peuterzoon. Die vond het daar prachtig. Want je kon op het strand scheppen en met je voeten in de zee. En hij werd er bruin van huidskleur.

Een jaar later aan de Nederlandse kust, mijn broer en schoonzus waren indertijd uitbaters van een strandtent en wij waren in de buurt, zag ik precies hetzelfde beeld. Scheppen en voetjes in de zee. Om daar nu dat hele eind voor te vliegen…. Toch heb ik wel mooie herinneringen aan gemaakte reizen hoor! Zoals een rondreis door West-Turkije om maar iets te noemen. Prachtig! Een trip door Florida! Geweldig! Onze reizen naar en door Schotland, de al eens eerder genoemde trip over Gran Canaria per bus om zo aan de bakover in het zuiden te ontsnappen. Geweldig was ook de trip naar Barcelona, paar jaar terug. Heerlijke stad. En natuurlijk de vele, vele, vele keren dat ik in Praag te vinden was. Met de auto of per vliegtuig.

We zagen veel, we aten vaak heerlijk en dronken over het algemeen in goede sfeer een lekker drankje. Snoven vaak de cultuur van zo’n land of stad! Maar dat gevlieg, beter, het gereis in het algemeen staat me nu steeds meer tegen. Rijden is ook zoiets. Ik vind het nu nog wel mooi om een uur of vier achter mekaar door te moeten rijden. Maar langer niet. Toch reden we vroeger in een klap naar Parijs, Praag, Frankfurt. Deden daar ons ding en reden weer terug. Moet er nu niet aan denken. Plezier heb ik aan korte stedentrips. Met onze lieve vriendjes links en rechts. Kerstmarkten in diverse steden, gewoon toeristische tripjes in NL en B. Je ziet of beleeft soms zaken die je nooit eerder had bedacht.

En regelmatig even naar het Duitse land voor onze invulling van lijstjes met zaken die we naar onze mening of voorkeur niet kunnen missen. En dan een schnitzeltje aan de Rijn eten met een goed glas. Altijd fijn, smakelijk, sfeervol en zeer bevredigend. Dat ik dan al weer snel thuis bij de poezen kan zitten is voor mij wel voorwaarde. Ik geniet toch het meest thuis ontdekte ik een paar jaar geleden. En denk maar niet dat dit saai is. Wel veel rustiger. De oude heer Meninggever heeft al zoveel gezien. Honderden uren gevlogen, tienduizenden gereden, en dan dat is best een mooie balans. Huis is thuis, ver is leuk, maar ik laat het graag over aan anderen. Dus reist vrouwlief af en toe gezellig af naar die plekken die zij graag wil bezoeken. En geniet ik op mijn beurt van de vrijheid niets te hoeven. Je moest eens weten hoe leuk dat is….En jij beste lezer, vakantieganger. Campingliefhebber? Gek op de Fransen of de Italianen?? Ik ben echt benieuwd. Ook naar je eventuele wensenlijstje. Waar wil je nog eens heen??  (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Luxe Eendje…de Dyane!

Je hebt van die auto’s die indertijd, toen ze de straten als nieuw bevolkten, nauwelijks enige indruk achterlieten op hen die er niet voor vielen maar die toch onder liefhebbers mateloos populair bleken. Een dergelijke wagen was de Citroen Dyane die op het moment van verschijnen werd gezien als de opvolger voor de befaamde 2CV ‘Lelijke eend’, maar bij deze taak toch niet echt kon overtuigen. De auto werd in 1967 in het Citroen-programma opgenomen en kreeg meteen de 2-cilinder boxermotor voorin uit de Ami. 602cc groot en een vermogen van 31pk. Hoewel er veel overeenkomsten waren met de basis-Eend, was die Dyane toch een heel andere auto.

De carrosserie zat toch wat meer als een ‘echte auto’ in elkaar en had ook een veel hoekiger vormgeving. Mensen die voorheen met een Eend hadden gereden vonden die wat steviger Dyane best wel een ‘upgrade’, je kon er zelfs na een lange aanloop meer dan 100km/u in halen en het gehele comfort lag op een wat hoger niveau. Wat bleef was de goede en comfortabele wegligging, ruimte voor een heel gezin plus bagage en een veercomfort dat geen enkele concurrent in deze klasse kon bieden. De ‘luxe eend’ zoals hij vaak werd aangeduid bleef enorm lang in productie maar kon toch nooit zijn illustere en goedkopere zusje evenaren qua populariteit.

Toch zijn er van de Dyane in de loop van ruim zestien jaar productie iets van 1,5 miljoen van gemaakt die helaas voor een groot deel zijn aangetast door de roestduivel en bij liefhebbers van de oer-2CV niet gezocht zijn en zelfs een beetje met minachting worden behandeld. Dat is jammer, want een Dyane had voor de liefhebber van het concept veel te bieden. Zoals bij Citroen gebruikelijk kwam er ook een bestelwagenversie van uit, de Acadyane, die wel mateloos populair werd, maar dit succes deels dankte aan het feit dat de aloude ‘Besteleend’ niet meer werd aangeboden. In 1984 staakte Citroen de productie van alle Dyanes. Wie er nu eentje zoekt kan meestal voor relatief weinig geld nog wel terecht. Gave (en dus unieke) exemplaren doen iets van vier mille, een mooie besteller is nog eens de helft duurder. Een interessante auto, en duidelijk onderschat!  (Beelden: Internet/archief)

Ouderen rijden meer dan ooit…

Feiten zijn soms buitengewoon interessant als je even de tijd neemt om ze tot je te nemen. Zoals het feit dat wij met zijn allen als particuliere weggebruikers steeds meer rijden op onze vaderlandse wegen. 6% meer zelfs (2015) bij een totale kilometrage van 91 miljard. Dat zijn grote getallen. Zeker als je bedenkt dat de automotive-industrie zich vooral richt op jongere mensen (het meest optimale imago voor een bepaald model is toch het jonge gezin, al dan niet met hond zo lijkt het wel eens…) terwijl juist die groep veel minder is gaan rijden. Met name de verregaande verstedelijking en de hoge kosten van een auto t.o.v. het gezinsbudget zorgen voor veranderde gebruikscijfers. Het blijken vooral de wat ouderen die steeds meer gaan rijden. Op zichzelf logisch, immers een auto is voor die mensen toch het voorbeeld van de ultieme vrijheid en de mogelijkheid nog overal heen te kunnen zonder betutteling. De auto is voor die generatie ook een statussymbool vanuit een tijdperk toen dat ook nog echt zo was.

Ook ik behoor tot de generatie die het brede gebruik van de auto nog heeft zien ontstaan. In de periode daar voor zag je op plaatjes van de oude woonstraten vooral leegten, en wie met het gezin nog ergens naar toe wilde was al een hele pief als hij er een scooter met zijspan of zo op na kon houden. Pas in de jaren zestig werden auto’s gemeengoed en kochten veel jonge gezinnen indertijd een tweede tot vijfdehands brik waarmee ze dan op stap konden gaan. Die mobiliteit was een manier om de vleugels uit te slaan naar oorden (net)buiten de stad zoals bos en strand, waardoor de bleekneusjes die indertijd nog opgroeiden in die weinig gezonde steden, extra frisse lucht binnenkregen. Ook ik stam uit die periode en ben zowat op de achterbank van een auto opgegroeid. Bij ons was er altijd een auto, maar ja, mijn leasepa kwam uit een gezin van automensen dus dat was allemaal niet zo vreemd.

En dat gevoel van ‘moeten kunnen rijden’ als je volwassen (i.e.18 jaar oud) was werd er snel ingestampt. Een rijbewijs op de 18e, een auto zodra het kon. En daarna rijden, rijden, en nog eens rijden. En dat zo lang mogelijk. Hele generaties houden dat principe aan. Vandaar die langzaam aan veranderende cijfers. Vanaf 50 jaar stijgen de cijfers voor wat betreft het zelfstandig rijden. En boven de 75 jaar zelfs met het ongekende percentage van 39 bij een stijgend autobezit in die groep met 36%. We moeten langer doorwerken van onze neo-liberale bestuurders, dan is het niet vreemd dat we ook steeds langer en meer gaan rijden. Overigens is een deel van dat autobezit bij de echt wat ouderen ook wel toe te schrijven aan het gebruik van 45km/u voertuigen die met name in de provincie aardig populair zijn geworden. Kortom, het jonge gezin is niet meer primair de grootste doelgroep, al lijkt dat soms zo. Maar hoe richt je je op de echte autokopers zonder direct imagoschade op te lopen. Het vraagt inventieve campagnes en ook veranderend denken bij die diverse autofabrikanten. Maar die zijn dat wel gewend….