Waterige weetjes..

Terwijl de zomer langzaam aan op gang komt of nog zal komen, laten we vorig jaar niet vergeten toen we in een hittegolf terechtkwamen na een aanvankelijk schoorvoetend op gang komend seizoen, is het wellicht goed om eens over het voor ons als mensen noodzakelijk goedje te hebben waaruit wij zelf ook voor een deel bestaan…water! In ons land is water geen onderwerp om echt heel erg over na te hoeven denken. Ons land drijft op water, het leunt tegen water en het vangt veel water op. Als alles goed gaat en we een normaal Nederlandse zeeklimaat-seizoen meemaken. Maar er zijn landen genoeg waar dit zelfde water min of meer goud waard is. Bij gebrek aan voldoende aanvoer of voorraad. Nu is het natuurlijk wel zo dat onze planeet barst van het water, maar dat is in overgrote mate zout of zilt. En daar houden wij zoogdieren en mensen niet zo van. Wij hebben zoet water nodig. En laten we wel zijn, slechts 2,5% van alle water is van die kwaliteit.

Reden te meer om er redelijk zorgvuldig mee om te springen. Doen we dat? Nee! We (mis)gebruiken water nog te vaak om er allerlei troep in te dumpen. Omdat we menen dat er genoeg van beschikbaar is. Maar juist die zomer van 2018 leerde ons dat een paar weken droogte en hoge temperaturen al snel leiden tot verdroging van de bodem. Het grondwaterpeil zakt en daardoor hebben planten en dieren het lastig. Wij halen drinkwater uit de rivieren of meren om ons heen. Maar ook die zijn vaak afhankelijk van nieuwe aanvoer door regen of sneeuw of ijs dat smelt. Valt er minder neerslag komt er minder op ons af qua nieuwe aanvoer en dat leidt dan vroeg of laat altijd tot rantsoenering. Komt er teveel naar beneden kunnen we weliswaar een beetje opvangen voor ‘later’, maar bij een beetje warmte verdampt dat spul ook weer snel.

Kortom, doe voorzichtig met water als het weer eens zomers wordt of is. Want die volle zee die tegen onze kusten klotst is zo zout als wat en om dat vies smakende spul om te vormen tot bruikbaar drinkwater hebben we miljarden nodig. Nog los van het feit of dat een verstandig besluit zou zijn. Mensen zijn niet zo van het spaarzame als overdaad lonkt. We spoelen zoet water door ons toilet, douchen of ons leven er vanaf hangt, we spuiten de tuin en de planten met passie en maken ons dan hooguit achteraf druk over de ‘hoge’ prijs van dat tuingenot via de rekening van het waterbedrijf. Een waterbedrijf dat in staat is om van heel vuil en troebel water weer drinkwater te maken.

Waardoor het lijkt of de bronnen onuitputtelijk zijn. Wat ze niet zijn. Anders dan bij ons in dit lage landje aan de zee hebben andere landen het veel lastiger met levering van goed water aan bevolking of bezoekers. Denk maar eens aan Spanje. Daar vangt men normaal het hemelwater op in enorme spaarbekkens en levert dat spul in de zomermaanden wanneer het heet is, uit via de kraan. Soms helder, maar veelal en eerder met een of ander bruin kleurtje. Valt er in de wintermaanden minder regen, zijn de bekkens minder gevuld en ontstaat schaarste. Toch een probleem. Maar men vervuilt daar het water op een wijze die ongekend is. Open riolen zo de zee in zijn meer gewoon dan uitzondering. Hoe dan ook, water is ons net zo dierbaar als zuurstof. Verkwisting is zonde en doet ons mensen meer kwaad dan goed. Zo….nu heb ik ook eens een echt milieubewust verhaal gedicht. Volgend verhaal gaat weer over meer normale dingen….(Beelden: Yellowbird archief)

Plein 10

plein-10-nieuw-lekkerland-ammWe vonden de jonge mensen die ons bedienden in eerste instantie nu niet bepaald efficiënt of snel toen we neerstreken op het enige terras dat het centrumpje van Nieuw-Lekkerland rijk is. Op onze tocht langs de Lek en door de Alblasserwaard hier toch maar even een tussenstop gepland bij mooi weer. Moest kunnen en onder een parasol op een rustig pleintje leek het goed toeven. Toch bleef die bediening  wat traag. Soms stonden er twee meiden naast ons. Een van de twee had de bestelling opgenomen, maar was kennelijk een deel vergeten. Dat werd uiteindelijk prima door de tweede opgelost. De reden kwam al snel naar voren toen we op een stuk papier aan de wand lazen dat deze Lunchroom werd gerund door Dagbesteding Alblasserwaard, een jonge organisatie die zich inzet om mensen met een verstandelijke beperking zinvol en leuk werk te bieden. Volgens de organisatie was dat tot nu toe goed gelukt. Ik moet zeggen dat wat we besteld hadden erg lekker was. En de meiden wel bijster vriendelijk. Een van de (jonge) dames die toezicht hielden op de te helpen jonge meiden kwam later naar buiten en vroeg of alles naar wens was en schrok toen een van de bestellingen kennelijk niet was wat we hadden opgegeven. Maar dat was onze eigen schuld. Moet je maar keuzes maken! Plein10 was de naam van het Eetcafé en ik moet zeggen er was maar weinig mis mee. Toiletten keurig verzorgd, de geboden hapjes en drankje voor de bakker, net als de prijs. Kunnen veel tentjes met ‘normaal’ personeel een voorbeeld aan nemen. Rapportcijfer: 8,5!

Amstelpark

WP_20151102_007Ooit, naar ik meen in 1973 of zo, werd hier de eerste Floriade gehouden in de hoofdstedelijke regio. Het terrein dat er indertijd voor beschikbaar werd gesteld was gesitueerd tussen de oude Ringspoordijk bij de oude Zuidelijke Wandelweg en de molen die het einde van de toen nog  nieuwe wijk Buitenveldert aanduidde. Amsterdam nam het park na het stoppen van de land/tuinbouwshow indertijd over en ontwikkelde er een erg aantrekkelijk park dat voor inwoners van het stadsdeel maar ook van daar buiten het nodige te bieden heeft. Gek genoeg lieten wij het jaren lang links liggen. We bezochten het ooit een keer met onze Purdy, maar toen die op zijn nog jonge leeftijd achter de los lopende kippen aan joeg en met een bek vol veren terugkwam lieten we het park voor wat het was. Ten onrechte. Zo ontdekten we recentelijk weer eens toen we er een wandeling maakten.

WP_20151102_040Prachtige natuur, deelparken (Japanse tuin of thematuinen met bepaalde soort bloemen of planten), kunst, vijvers, bijzondere dieren. Een speeltuin voor de kleintjes is hier ook gesitueerd en een kunstgalerie en een restaurant maken het beeld compleet. Het zgn. Amstelpark ligt ook tegen de Amstel aan de ene kant en het drukke verkeer van de A10 en die eerder genoemde woonwijk aan. Rust in een best hectische omgeving. Voor velen een toevluchtsoord, het park wordt behoorlijk bezocht, met name Japanse inwoners van het vlakbij gelegen Amstelveen kom je hier regelmatig tegen. Ongekend voor Amsterdam is het feit dat je op bepaalde plekken kunt parkeren met de blauwe schijf. Je mag dan twee uur blijven staan. Voor een eerste verkenning genoeg.

WP_20151102_019Wil je alle bloemen, dieren en kunstobjecten die hier te zien en te beleven zijn echt bestuderen zou ik die gok niet nemen. Parkeren is in Amsterdam een romige bron van inkomsten voor de stad en de controles op ‘fout staan’ zijn stevig. Neemt niet weg dat dit park een aanrader is voor iedereen die in de buurt is. Groot voordeel ten opzichte van bijvoorbeeld het veel bekendere Vondelpark is dat je hier niet wordt plat gereden door fietsende of zelfs brommende medemensen en dat joggers hier nog niet echt te vinden zijn. Geeft een groot stuk rust. Net of je in de natuur bent ergens. En zo was het al die jaren geleden al bedoeld toen men hier die tentoonstelling hield.

Vroegste woonbuurt…

AEMW - Amsteldijk hk Kuiperstraat tram (1971)Niet dat ik nu meteen veel behoefte had om mijn jeugd terug te halen voor dit blogverhaaltje. Het ging me meer om de straat waar ik mijn prilste jeugd doorbracht. Tegenwoordig behorende tot het deelgebied de Pijp, een langzaam aan trendy geworden woonwijk aan de zuidkant van het Amsterdamse centrum. Die straat lag na de oorlog in de zgn. Schilders buurt van Oud-Zuid, die zich uitstrekte van grofweg de Stadhouderskade tot de Tolstraat. Alles wat daarna werd gebouwd viel onder de Diamantbuurt of plan Nieuw-Zuid, waar Berlage en collegae nog een rol speelden bij ontwerp en inrichting. De kant van de straat waar wij opgroeiden week in bouw flink af van de rest van de straat. De verdeling tussen die straatdelen werd gevormd door de Van Woustraat, wat indertijd de verbindingsweg was tussen het centrum en de (huidige) A2, van Amsterdam naar Utrecht. Wat er aan onderscheid in de bebouwing bestond in die woonstraat uit mijn jeugd, leek vooral voort te komen uit het feit dat die straatjes ooit aan de uiterste rand van de stad hadden gelegen en als buitengrens leunden tegen de Gemeente Nieuwer Amstel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe gekanaliseerde en brede Amstel was aan de zuidoostelijke zijde een natuurlijk barrière. In onze straat kwam je bijna per blok een andere bouwstijl tegen. Ons huis week in veel onderdelen af van de huizen aan de overkant, maar ook tien nummers verderop bouwde men ooit een totaal ander soort huizen. Hoog en laag, luxe en meer gericht op arbeiders, het stond dwars door elkaar. Waar de grote garage van autoverhuurder en toen nog transporteur Ouke Baas was gevestigd keek je aan tegen 20e eeuwse nieuwbouw, van de soort die je nu nog overal in Amsterdam terug ziet. Tegenwooordig weer opnieuws gewaardeerd, toen best modern afwijkend. Op de hoeken van onze straat, waar deze grensde aan de Van Woustraat, zaten grote winkels. Maar ook om ons heen vond je behoorlijk wat middenstanders hoor. Van een tv-winkel tot een melkboer, van een bakker tot een kruidenier en natuurlijk een kolenhandel. Opvallend waren de kleine huisjes een stukje verder in onze straat en de wonderlijk knik in de straat die voor ons bij het brommer rijden zo geweldig was om hard overheen te rijden. Je moet je echt voorstellen dat je dus een deel ‘beneden en boven’ die knik had, in een straat die op zichzelf niet eens zo heel lang was.

Willebrorduskerk Amsterdam 455Waar die bult in de straat vandaan kwam weet ik echt niet, wel dat op het ‘verloop’ in de trottoirs veel door ons kinderen werd gespeeld. Men had daar keurige trappetjes gemaakt, beetje Parijs in Amsterdam. Ook de straten naast ons, als ze maar tegen de Amstel aan leunden, kenden die dorpse huisjes. Zag je verder nergens, want in de 19e eeuw waren de meeste straten in dit gebied vol gegooid met strakke arbeiders-woonkazernes. Het is dus vermoedelijk zo dat we in een gebied leefden dat ooit aan de buurgemeente had toebehoord, langzaam aan door de gemeente Amsterdam werd verworven op Nieuwe Amstel en dat al die huisjes werden geïntegreerd in het grotere stratenplan van de vroegere buurt Zuid. Om het geheel nog af te ronden bouwde Kuypers hier zijn enorme kathedraal, de St. Willebrordus buiten-de-Veste. Was al die jaren een hoeksteen in de veelal katholieke samenleving. Verdween intussen al vele jaren geleden, net als de bevolking van die straten uit de jaren van weleer. Als ik er nu wel eens langs loop kijk ik niet met veel nostalgie, wel met belangstelling. Vooral naar de schoonheid van sommige panden, waar ik vroeger geen oog voor had. Maar het is wel aardig dat ik eigenlijk nu weer op het grensgebied leef van die vroegere buurgemeenten. Zo is de cirkel toch weer gesloten.