Leven met de Vliegende Pijl – Hoofdstuk 53 – Pon als verhuurder van boot en vliegtuig..

Pon Holdings kende een stuk of wat heel bijzondere dochters. Soms waren dat bedrijven die een activiteit ontplooiden waarvan je als normale medewerker niet wist dat die bestonden. Zo was er het Pon-schip. Een groot platbodemtype dat in verschillende Nederlandse havens zijn thuisbasis kende en beschikbaar was voor eigenaar Mijndert Pon, maar ook voor het top management van het bedrijf. Nu was het niet zo dat die lieden zoveel tijd over hadden dat ze elke dag met die boot rondjes voeren over het IJsselmeer, integendeel, en dus had men bedacht dat alle andere Pon-bedrijven die boot ‘mochten’ huren. Verplicht overigens, en liefst zelfs twee keer per jaar. Uiteraard tegen betaling vanuit het eigen budget. De bemanning bestond uit een schipper en een steward(ess). Die laatste zorgde er voor dat de inwendige mens van de huurders goed werd voorzien van eten en drinken. Met een vaak schier onuitputtelijk lijkende voorraad lekkers. De eerste hield over het algemeen het roer recht en voer over Friese Meren of als je dat wilde over het IJsselmeer naar plekken als Enkhuizen of Hoorn. Wie daar meer over wil lezen moet mijn samen met Jaap van Rij geschreven boekje over het Ponbedrijf maar eens bestellen….

Ook wij huurden die schuit, met de fraaie naam ’Koopmans Welvaren’ dus voor relationele doeleinden. Soms ging het management-team inclusief dames lekker varen om zo wat beter met elkaar te leren omgaan. In andere gevallen namen we dealers mee (voordeel…ze konden er niet vanaf als we met ze wilden praten over de toekomst of een nieuw te bestellen model…) of mensen van de fabriek. In alle gevallen bleek dat schip prima te werken. Gek genoeg werd hij in de toch wat zuiniger tijden onder Jaap van Rij meer ingezet dan door de meer geld verkwistende Cees Hoekstra. Die had niet zo veel met dat schip denk ik. Als illustratie gebruik ik een beeld van de Engelstalige cover voor het boek zoals door Jaap van Rij en mij in 2013 uitgebracht waarbij we dat Pon-schip op ‘volle zee’ afbeeldden.
Een ander fenomeen was het Pon Vliegtuig. Ik wist tot 1997 niet eens dat er zoiets bestond als een eigen Pon-vliegtuig, maar dat was dus wel het geval. Een professioneel ding ook. Beechcraft Super King Air met alles er op en aan en als het toestel ergens heen ging wat op enige afstand gelegen was, voorzien van twee vliegers. Je kon er met een man of zeven in, een toilet was er niet, maar je hield het meestal wel een uurtje vol. Ook in dat vliegtuig was catering geen enkel probleem en het was allemaal bijzonder comfortabel omdat het toestel vanaf Vliegveld Lelystad opereerde wat heel veel vertragingen voorkwam. Omdat wij zo vaak naar Praag moesten reizen indertijd nam Cees Hoekstra het besluit dat als we met meerdere mensen gingen we dan maar in het schema van dit Pon-vliegtuig moesten reizen. Dat bleek een onverwacht wijs besluit. Het vliegtuig deed er qua vliegtijd een kwartier langer over dan een CSA of KLM-jet, maar je had een veel kortere inchecktijd en werd met een speciaal busje op het vliegveld van Praag vervoerd van of naar het toestel. We maakten er dus regelmatig gebruik van. Ook met journalisten vloog ik nog wel eens op en neer met dat toestel. De PH-VMP (Van Mijndert Pon) was de registratie. Maar ik geloof dat hij na het jaar 2000 is verkocht. Hadden wij er tot dan toch maar mooi gebruik van kunnen maken. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Pon/Internet)

 

Stel dat de aliens echt komen….

WP_000076Op een dag ziet men door de telescopen op de grond en in de ruimte ‘iets’ op ons af komen dat men niet kan verklaren. Het is geen komeet, geen stuk steen, nee het is iets dat lijkt op een ruimteschip. Met alle mogelijke middelen proberen de NASA en ESA samen met de Russen en Chinezen om een communicatie op te zetten met die door de ruimte op ons afkomende wezens, maar tevergeefs. Ruis is ons deel en wat men door de lenzen van alle apparatuur kan zien is niet bepaald geruststellend. Deze lieden komen niet om melk te drinken. Het zijn oorlogsschepen die in staat zijn door de ruimte te reizen. Ze zijn ook ineens verschenen wat inhoudt dat ze over een geweldige kennis en technologie beschikken die de onze ver vooruit is. Als de snel vooruit komende ruimteschepen ons planetenstelsel binnen komen bemerken we dat er radiogolven en radarachtige straling op ons wordt gericht. Men scant de planeten in het stelsel op evt. geschiktheid om er te kunnen landen en leven. Uiteindelijk blijkt de Aarde het meest geschikt en komen de schepen op ons af. In het Pentagon slaat men alarm, net zoals dat in het Kremlin en in Beijing het geval is. Hoe gaan we ons verdedigen tegen dit soort wezens? We hebben nog geen idee hoe ze er uit zien, wat ze willen en wat hun doelstelling is. De uitgezonden berichten van menselijke kant blijven onbeantwoord. Wat blijft is de keuze om hen op een stel met atoomlading uitgeruste raketten te trakteren of we laten hen toe op onze planeet en zien dan wel hoe we de communicatie verwezenlijken. Als de schepen in een baan om onze Aarde vliegen blijkt plotseling dat veel van de nu gebruikte satellieten het niet meer doen. Contact met het ISS ruimtestation gaat verloren, de communicatie op Aarde gaat ineens bijzonder lastig. Radio en TV vallen uit voor zover ze via satellieten hun signalen verzenden.

WP_003364Mobiele telefoons en andere digitale technieken zijn ineens onbruikbaar, het lijkt er op dat de schepen ons elektronisch hebben lam gelegd. Dat is voor de generaals op Aarde aanleiding om de handschoen op te pakken. De meest geavanceerde wapens waarover wij mensen beschikken worden in staat van paraatheid gebracht. De kerken zitten intussen vol, gelovigen bidden tot hun respectivelijke goden om hulp en bijstand in deze donkere dagen. Plotseling daalt een baan van licht af naar de Aarde. Afkomstig uit een van de oorlogsschepen die om de Aarde heen cirkelen. Op de grond verschijnen insectachtige wezens met groene ogen die bij contact met de daar toevallig in de buurt zijnde mensen direct toeslaan. Zij eten de mensen en dieren die ze vinden direct op. De wezens zijn groenachtig van kleur, een beetje metallic-achtig van uiterlijk en bewegen zich op acht korte poten. Of ze iets van uniformen of bescherming dragen is niet te zien, wel dat ze een meter of drie lang zijn en bijna twee meter breed. Ze maken een laag brommend geluid, dat ruiten doet trillen. De mensheid is in paniek als op andere plekken ook lichtbanen verschijnen waaronder ook dit soort wezens verschijnen waartegen weerstand bieden zinloos is. De mens is prooi, de nieuwkomers zijn vleeseters en maken geen onderscheid tussen een koe of een mens. Vlees is vlees zo lijkt het en hun kaken vermalen een mens in iets van 1,5 minuut.

Maan - Mare Tranquillitatis - de landingsplek van Apollo 11Wat te doen als dit scenario echt zou zijn? Geen idee. Maar ik kom er op omdat wij in het verleden al diverse satellieten de ruimte in schoten met allerlei relevante informatie voor buitenaardse beschavingen. Binnenkort gaat er weer een onderweg. Met de stand der techniek zijn die apparaten nog wel even bezig om ergens heen te vliegen waar ze dat contact echt zullen maken. Maar als ze dan ‘iets’ tegenkomen is het wel te hopen dat dit vredelievende en intelligente wezens zijn die niet uit blijken op de dominantie van het heelal. Soms vraag ik me wel eens af of men over de mogelijke consequenties van dit handelen wel eens heeft nagedacht. Zo niet, is wat ik hier beschrijf wellicht het gevolg. Zo ja zou ik graag willen weten hoe men zich een ontmoeting met die ET-achtigen voorstelt. Maar ik denk ook, nee, weet bijna zeker, dat ik het niet meer zal meemaken. De eerste ruimtesonde, Voyager, is nu, na iets van 45  jaar vliegen net uit ons eigen zonnestelsel los gekomen en de grote onbekende ruimte in gegaan. Met de snelheid van een paard en wagen als je het op deze schaal bekijkt. En dat geeft wel iets van rust…

Vlinders

Relatie - 1Ze was het zich echt wel bewust. Het kon gewoon niet. Het mocht niet, ze was immers getrouwd toch? Op haar leeftijd? Nee, die gevoelens hoorden niet. Het was haar altijd ingeprent dat je alleen van je eigen man mocht houden. En dat dan vooral je hele huwelijk lang. Geen zijstapjes en kijken deed je ook niet. Tot ze op een beroerde dag (nou ja..) die grote rijzende man tegen kwam in de supermarkt. Een beer van een vent, slank, goed gekleed en met prachtige ogen. Ze had hem aangekeken en was gesmolten. Het gesprek dat ze aan was gegaan bij de kassa, ze had bewust gezorgd in dezelfde rij te komen staan als hij, leidde tot een opborrelend gevoel in haar onderbuik. Waren dat nu vlinders? Wat een stem, wat een charmante vent. Ze voelde zich hopeloos ‘gewoontjes’ in haar dagelijks kloffie. Maar hij leek daar geen last van te hebben. Al snel hadden ze samen in het winkelcentrum aan de koffie gezeten en had hij haar betoverd met zijn verhalen, zijn prachtige witte tanden, zijn geur (een of ander dure aftershave)  en zijn complimentjes. Ze deed haar best om ook leuk over te komen, vroeg hem naar zijn achtergrond, werk en zo meer. Elk woord wat hij met haar wisselde kwam als een granaat bij haar binnen. Ze hapte soms naar adem. Jemig, wat een man, wat zou ze daarmee graag eens op een mooie reis gaan, naar een verre stad of een eenzaam strand. Gewoon verliefd mogen zijn zoals ze dat al jaren niet meer had meegemaakt thuis. Haar man was meer van de sleur. Alles op zijn tijd en plek, en de passie was lang geleden al uit hun relatie verdwenen. Zij had zich daar verder ook niet zo om bekommerd, dus ze verweet haar man niks in die zin. Ook zij was haar ‘zin’ kwijtgeraakt en vond de opleiding van de kinderen en het zekere inkomen belangrijker dan wat ook. Tot dit moment. Dat ze dit nog in zich had…. Nadat ze afscheid had genomen van deze ‘Frans’ liep ze helemaal opgewarmd naar huis. Ze kreeg het idee dat ze ondanks haar zware tas met boodschappen toch een beetje zweefde. Toen ze de deur open deed en haar tas naar binnen sjouwde hoorde ze dat haar man samen met de jongste zoon in de kamer naar het voetballen keek. Ze zeiden nauwelijks gedag toen ze meldde weer thuis te zijn. ‘Haal je wat frietjes en bier voor me?’ vroeg haar man. Ze knikte. En bedacht zich dat Frans dit nooit zou doen.  Die zou haar verwennen, als een prinses en zij zou in haar mooiste jurk naast hem gaan liggen op de bank…en een romantische film bekijken….’Bier…!!’ hoorde ze uit de kamer. Zuchtend liep ze naar de koelkast en ontdopte een bierflesje. Wat zou het leven mooi kunnen zijn…..Nu even naar de frietzaak….haar man had honger….De vlinders daalden langzaam weer af naar de plek waar ze al die jaren opgesloten hadden gezeten….ergens onder in haar buik…weer gereed voor de winterslaap…..