Overcomplete auto’s en egocentrische bestuurders…

Ooit, lang geleden, waren auto’s simpele dingen. Ze hadden (meestal) vier wielen, een motor, een paar stoelen en als je geluk had een dakje. Daarmee bewogen automobilisten zich door het verkeer dat indertijd veelal rustig was en waar je als berijder van zo’n kuchend apparaat al van kilometers ver kon worden gehoord. Dus was het nauwelijks of niet nodig om achteruitkijkspiegels mee te leveren, aan richtingaanwijzers deed men al helemaal niet. Wie zich een beetje netjes gedroeg stak zijn of haar hand uit. Dat werd na de Tweede W.O. anders. Toeters werden gemeengoed op de naoorlogse modellen, maar ook echte richtingaanwijzers (dat waren elektrisch bediende pijlen die uit de carrosserie kwamen zetten als je een schakelaar naar links of rechts draaide). Een spiegel zat vaak op een van de voorschermen. Je zag beperkt wat er achter je gebeurde. Door de decennia heen ontwikkelde de auto zich tot een meer dan volwassen en veilig bedoeld vervoermiddel.

Tegenwoordig is het mogelijk met camera’s een beeld op te roepen van het verkeer om je heen, een beetje auto heeft een automatisch noodstopsysteem aan boord dat vooral in steden handig en veiliger is, maar er zitten ook drie spiegels bij en aan al die wagens en die zijn zodanig in te stellen dat je vele meters breed kunt zien wat er achter je gebeurt. Daarnaast worden auto’s voorzien van een hele reeks richtingaanwijzers. Allemaal het gevolg van de wens van overheden het drukke verkeer steeds veiliger te maken. Helaas is die wens niet die van de in veel die auto’s rondrijdende figuren die in veel gevallen geen van die attributen gebruiken. Men komt bij een baanwissel naar links zonder te kijken, geeft daarbij geen richting aan en snijdt waar men denkt dat het handig is. Afslaan doet men ook vaak zonder acht te slaan op rechtdoor gaande fietsers (die overigens bij het afslaan ook zelden een vinger uitsteken..) en wie zich aan de verkeersregels houdt wordt door deze lieden vaak beticht van tuttig rijden.

Opschieten is de boodschap van de macho-mannen en vrouwen die dit verwijt betreft en wie niet horen wil moet maar voelen. Opzij gedrukt, opgejaagd en zo meer. Het  moderne verkeer is een slangenkuil en veel van die rondkruipende serpenten hebben hun rijbewijs gekregen via een spaaractie van de lokale supermarkt zo lijkt het. Geen idee waarom fabrikanten dus zoveel moeite doen om hun modellen zo compleet uit te rusten. Nergens voor nodig zo lijkt het soms. Maakt het allemaal veel te duur. Let ook maar eens op bij een rotonde. (De ontwerpers en bouwers van die dingen hebben goud verdiend zoveel kom je er tegen..) Op die rotondes MOET je bij het afslaan richting aangeven. Als ik een tientje kreeg voor elke keer dat op een enkele rotonde iemand dat gewoon na laat zou ik rijk worden van het staan kijken. Zit niet in de genen. Of het nu dom of macho-gedrag is. Het zit in het hele verkeer. Is dat verhuftering? Ik denk vooral slordigheid. Net als het nutteloos links rijden op een snelweg, het werken met je smartphone terwijl je rijdt, het maling hebben aan de snelheid in de stad of woonerf. Nee, het is niet best gesteld met onze verkeerskennis of inschatting van ons eigen rijgedrag. Ik ben geen moraalridder hoor, maar weet wel dat we flink kunnen besparen als we auto’s gewoon zouden uitrusten als we dat deden in 1910. En dan maar hopen dat die mannetjes en vrouwtjes die nu maling hebben aan de regels wel hun vingers zouden uitsteken….

De C van collegialiteit

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie wel eens een baan heeft gehad of net als ik een carrierepad bewandelde heeft er vast mee te maken gehad. Collega’s! Sommigen daarvan zeer gewaardeerd maar er zaten er vast ook tussen die je wel door de gehaktmolen had willen halen. Anders dan in een familie- of vriendenrelatie, waarbij affectie en liefde een rol kunnen spelen, is een collega een bij een baan of aanstelling meegeleverd bijverschijnsel waar je soms niet echt op zit te wachten. Ik heb er zelf een ambivalent gevoel bij. Uit eerdere blogs is wellicht wel duidelijk geworden dat ik een vrij recht pad bewandel als het gaat om de door werkgever of ‘klant’ opgedragen taken of doelstellingen en als je daarbij voor de voeten werd (wordt) gelopen door collegae kon ik daar buitengewoon slecht tegen. Velen werden naar hun eigen mening geroepen om net zo slim of qua kennis op gelijk niveau te opereren als ik, weinigen bleken in dat kader uitverkoren. Zal bij velen van jullie ook zo zijn gegaan. De een is de ander niet en veel mensen die ik leerde kennen werkten voor hun inkomen of status en verder niks. Ik werkte ook vooral omdat ik dat leuk vond, uitdagend, spannend soms, en dat geld was maar bijzaak. Heb ik nu nog wel eens last van. Maar die collega’s waren vaak bijzonder of apart. Er bleven er ook een paar hangen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mensen met wie ik een zodanig goede band wist op te bouwen dat ze tot mijn vriendenkring gingen behoren en dat nu nog steeds zijn. Soms al decennia lang. Zegt toch iets. Heeft overigens ook  iets met eerlijkheid van doen. Je moet mekaar ook wel eens echt ‘de waarheid’ vertellen. Juist bij mensen die met je werken kan dat heel verfrissend zijn. Zij die er niet tegen kunnen of konden verdwijnen vaak uit beeld al doen ze je vooraf soms aardig kwaad of pijn. Roddel en achterklap, jaloezie, misgunnen van je positie, het is me allemaal overkomen. Zonder dat ik zelf stenen zal mikken omdat ik vrij van zonden ben hoor. Ook ik was voor sommige mensen vast een ‘bijzondere collega’ en die zullen soms ook net zo hebben moeten slikken. Voor mij waren toch echt de ergste collega’s de lieden die meenden dat ze ‘ergens verstand’ van hadden, maar bewezen dat ze nu net op dat punt bij het uitreiken van inzicht en kennis achteraan hadden gestaan. Maar die wel altijd de solopartijtjes wilden en mochten spelen. Omdat de dirigent van het werkorkest juist hun luidkeelse aanwezigheid eerder opmerkte dan het gezoem van de werkbij.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn god wat heb ik sommige van die lui soms vervloekt. Niks kunners met een standbeeld voor zichzelf in de eigen achtertuin. Gelukkig wonnen de leukerds, de collega’s met wie het goed toeven was, de mooie mensen soms, en zeker de talentvollen. Die blijven me eerder en beter bij en ik denk met veel respect aan hen die net als ik verhuisden naar een volgende uitdaging. Soms hoorde ik nog wel eens van ze. Uit een ver buitenland of een branche waar zelfs ik voordien nog nooit van gehoord had. Maar altijd met gebleken respect. Collegialiteit is ook samen werken opdat het voor iedereen leuk is en vruchtbaar. Kortom, werk is ook vaak net zo leuk als de collega’s waren of zijn. Wellicht kom ik op een aantal nog wel eens terug. Een deel komt al voor in mijn nieuwe boek, dat in de laatste fase van correctie verkeert. Trouwens, hoe ervaren of ervoeren jullie je collega’s op het werk?? Wie mooie verhalen heeft moet ze hier vast even vertellen. Dank bij voorbaat!

Oud en jong welkom in Allard Pierson

wp_20161027_047Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.

wp_20161027_059Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.

wp_20161027_079Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.

Beroepsdeformatie en negeren van klanten…

wp_20151014_006Het is een vorm van beroepsdeformatie. Ik geef dat direct toe. Maar als je je leven lang gewerkt hebt in branches waar de klant centraal stond (staat) en jij als aanbieder van goederen of diensten moe(s)t zorgen dat jij jouw doelstellingen behaalt door vanuit dat klantgerichte denken rendement te verzorgen, valt het op dat nog steeds veel mensen kennelijk voor dat fenomeen zijn geroepen,  maar slechts weinigen echt uitverkoren. Ze werken bij bedrijven die juist vanuit dat denken hun personeel zouden moeten screenen op geschiktheid. Maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Een voorbeeld illustreert wellicht wat ik bedoel. Op de rand van zomer en winter knakte er iets in een van onze raambedekkers. Een mechaniekje, binnen in dat ding,  vertoonde metaalmoeheid, het hele geval kon worden afgeschreven. De totale oude balk was twee meter breed, het betrokken raam qua bedekking asymmetrisch in twee delen opgesplitst. We moesten dus aan de vervanging. Nou, dat viel me niet mee. Niet doordat het spul wellicht niet leverbaar is hoor, nee, het zat hem meer in de wijze waarop je geholpen wordt (of niet) bij de diverse zaken die we bezochten. Bij sommige daarvan wordt je gewoon helemaal niet opgemerkt.wp_20151212_005Lastig als blijkt dat ze jouw raambedekker niet hebben in de gewenste maat of kleur! Nee, men heeft wel iets anders. Maar dat was net niet de bedoeling. Bij goedkopere zaken (je wilt koste wat het kost slagen als je met een dergelijk pechgeval zit) is die servicegevoeligheid nog wat slechter dan bij de iets hoger gepositioneerde, maar de verschillen zijn minimaal. Na nog even nagedacht te hebben over een plan B, je moet kiezen of kabelen als blijkt dat Plan A toch een doodlopende weg is, besluiten we om dan maar twee balken van ieder 1.60mtr te kopen. Dan moest ik wel de hele boel qua ophanging ombouwen, maar dan werkt het tenminste weer. Ook dat viel nog niet zo mee. En ik moet zeggen, het was zeker niet met dank aan de medewerk(st)ers van die keten waar we uiteindelijk slaagden dat we onze keuze daar toch maar lieten vallen. Nee, je moest overal op zoek naar die mensen, ze kwamen soms steunend en klagend van hun werkplek (ze waren meestal ‘iets’ aan het uitpakken of neerzetten) en de kennis van zaken was matig tot slecht. Met dank aan de vestiging in Amstelveen waar we uiteindelijk deels slaagden, kregen we het voor elkaar dat in een Amsterdams filiaal een tweede balk werd gereserveerd.

wp_20160129_009En kon ik aan de slag. Het was net zo lastig als vooraf verwacht, maar daar konden die mensen in de winkels niets aan doen. Ik geef toe, het is klein ongemak in vergelijking met wat er zoal in de wereld speelt, maar toch. Werk je eenmaal in een winkel, doe dan je best om er een feestje van te maken. Dat helpt bij de verkoop, je dag verloopt er sneller door en klanten reageren domweg aardiger. Chagrijn, onwil, gebrek aan kennis, en (ik moet het toch stellen) geen benul van de Nederlandse taal soms, helpt niet bij het bereiken van persoonlijke of zakelijke doelstellingen. Daar mag best wat op getraind worden. Zoals men doet bij ketens als WoonXL. Daar krijg je antwoord, begeleiding en wil een verkoper er alles aan doen om je te helpen aan het gevraagde. Voor de rest zag ik alleen maar dat er nog veel werk is voor motivatietrainers en verkoopcoaches.

Boek

01-Skoda-mont_auto_moto_kolo_v1Laat je in geval van een creatieve opwelling s.v.p. niet verleiden tot de evt. gedachte dat een boek schrijven een kwestie is van ‘even doen’. Zo is het echt niet. Je zult vooraf toch een plan in de bol moeten hebben over wat je precies wilt opschrijven, waarover het gaat, waar het toe leidt en of lezers het zouden willen lezen. Of je moet het voor jezelf doen, als een soort dagboek. Dan ligt het anders. Hooguit dat je later op hoge leeftijd nog eens terug kijkt naar je eigen dwaasheden of dwaalgedachten. Ik heb er wel een paar auteurs leren kennen in de achter ons liggende jaren die juist op basis van deze gedachten een boek wilden opzetten en/of laten uitgeven. En dat nog deden ook. Het ging vooral over hun manier van persoonlijk denken en leven en hoe ‘geweldig’ ze eigenlijk wel niet waren in de ogen van straat- of klasgenoten. Er zijn vast familieleden die het met plezier gelezen hebben, ik had er zelf vaak minder mee. Voor hen die niets hebben met het autovak zal ook mijn nieuwe boek waarmee ik nu in de serieuze afwerkingsfase zit een brug te ver blijken. Het is mijn derde schrijfwerk dat in deze drukvorm moet verschijnen. Alle bladen waaraan ik meeschreef uit het verleden niet meegerekend.

25 jaar Skoda en VW in MBOmdat het iets vertelt over mijn leven, carriere en manier van beslissingen nemen op cruciale momenten. Maar ook over mijn kijk op het automerk dat nog het meest van allemaal kon rekenen op mijn loyaliteit. Door dik en dun, of dat nu soms handig was of niet. Je bent echter een ware gelovige of je bent een heiden. En velen zijn in mijn ogen heidenen gebleken. Ik reken er in de tekst mee af. Soms op hopelijk humorvolle toon, dan weer op een wat kritischer manier. Ik ben heel wat uitvinders van wit garen en buskruit tegen gekomen in mijn werkzame leven. En wie mij kent weet dat dit zelden leidt tot een goed ‘huwelijk’. Nee, dat levert of leverde strijd op. Een strijd die het boek naar mijn idee onder meer prettig leesbaar maakt. Ik heb uiteraard het nodige beschreven over de geschiedenis van het merk met de vliegende pijl in het logo door de jaren heen. Over perioden van grote bloei, over het communisme en de invloed die dat had op ontwikkeling en kwaliteit bij een merk dat al teruggaat qua geschiedenis tot de 19e eeuw.

12-S-120L 90rd48 Duitsland 1078 - EEE48 -Scan10098Ook over hoe een overname door VW in 1991 leidde tot een sterker merk dat op weg is naar een jaarlijkse productie van 1,8 miljoen auto’s en een verkoop in bijna 100 markten over de hele wereld. Dat kwam niet zo maar tot stand, daar moest soms heel hard voor geknokt en gewerkt worden. En dat alles vloeide mij redelijk simpel uit de toetsenborden van de computers waarop ik het verhaal schreef. Met die peilers in gedachten die ik eerder noemde. Plan, doel, lezers! De tekst is klaar, het zoeken is nu naar  correcties, naar taal- en stijlfouten, leesbaarheidsoordelen en later ook naar de goedkeuring door een van de mensen die met mij een deel van die geschiedenis invulden. Afbeeldingen heb ik intussen ook uitgevogeld. In het vroege najaar even praten met een uitgever. En dan zien wat het eindresultaat is. Dat moet dan geintroduceerd, verkocht, uitgelegd wellicht. En daar prepareren we ons dan maar op. Want een boek is niet zo maar even een dagboekje schrijven, het is hard werken. Na vier jaar werken kan ik dat beamen. Wish me luck! En als het er is meld ik dat ook hier zeker even… (Foto’s: Skoda A.S./auteur)

Kwart eeuw gele vogel…

Yellowbird-chainDe naam was het minste probleem weet ik nog goed. Die hing al een jaar of 25 langer aan mij en in mijn liefhebberijen uitte ik die naam in de periode voorafgaande aan 1 april 1991 regelmatig. Maar het idee om voor mijzelf officieel iets op te zetten waarmee op termijn brood met beleg te verdienen viel kwam indertijd op als een plan dat de jaren waarin dat speelde moesten vervullen van hoop. Het was niet de fijnste periode uit mijn werkzame leven. Het bedrijf waar ik dienst deed als manager vervulde haar werknemers met afschuw door binnen 1,5 jaar tijd twee keer te fuseren en van naam te veranderen. Dat vroeg om veel uitleg, veel overredingskracht. Was aan mij wel besteed en de bijkomende communicatie deed ik met verve. Maar het was daar dweilen met de kraan open en dat beviel matig. Dus dan maar zien of je op eigen benen die adviezen op communicatiegebied en/of taaltechnische hoogstandjes, kon uitventen.

Kort. networking employees-togetherIk weet nog dat ik met vrouwlief die inschrijvingen deed. KvK, Belastingdienst, ik ontwierp mijn nieuwe logo, mijn briefpapier, opende een eigen bankrekening. De start van het bedrijfje dat ik toen parttime opereerde ging redelijk van een leien dakje. Een luchtvaartbedrijf, een vriend wiens zelfstandigheid ook vorm kreeg en wiens briefpapier, auto en pand moesten worden voorzien van nieuwe logo’s en opschriften. Het gaf me het idee dat het wel goed zou komen. Teksten werden gemaakt, verhalen bijgedragen aan een paar toenmalige bladen. Een stuk verder in de tijd zou ik juist daarmee mijn geld aardig verdienen. Ook met verhuur aan derden. Mijn kennis en ervaring geexploiteerd in de wereld van de bladen, klantentevredenheid, coachings, training.

Actie B en L zondat 220407 027 (2)Ook veel advieswerk voor mensen die met hun bedrijf een bepaalde richting op wilden. Ik organiseerde met een aardig team mensen en zakenpartners om me heen de nodige braderie/markt/actiematige zaken, gaf speeches weg, en schreef intussen het halve internet vol op websites met een commerciele achtergrond. Een kwart eeuw is zo voorbij als je plezier hebt. En dat leidde ertoe dat ik juist vandaag, op die 1e april 2016, een piepklein feestje vier. Het bedrijfje bestaat nog, maar ik ben duidelijk rustiger geworden. De leeftijd en zo….:) Maar ben toch wel trots op wat ik in al die jaren zoal deed. Wat een afwisseling, wat een klantengroep. Van auto’s tot verzekeraars, van Office Supplies tot uitgeverijen. Allemaal gezien en meegemaakt. Neemt niemand me meer af. Met dank aan dat plan en die toch opvallende naam……..YELLOWBIRD!

Hundie

ALD - Hyujdai Pony GLS RAI - RAI 1981 Scan10257In die jaren waaraan ik nu even refereer verging het ons bedrijf wat minder goed. We waren dealer van het Tsjechische automerk met die lange traditie, maar de pers fakkelde zowat elke dag alles af wat die Tsjechen zoal produceerden. Dat was wellicht voor een deel nog te verklaren, maar ik kwam er later achter dat er achter de schermen ook wat rekeningen werden vereffend met vertegenwoordigers bij de importeur door de mannen die zichzelf zagen als ‘goden’ in dat vakgebied. Als dealer moest je wat dus we zochten naar expansie via andere kanalen. En op dat moment kwamen we in contact met een automerk dat we nu wellicht kennen, ik had er zelf nog nooit van gehoord toen de eerste vertegenwoordigers van wat later de importeur zou worden, voor ons bedrijf stopten. Men vertelde enthousiast over Hyundai. Een nieuw Koreaans merk waar wij zeker dealer van zouden kunnen worden als we de moed hadden te geloven in een toekomst die ons zeker zou voeren naar winst en succes.

ALD22 - Hyundai Pony TLS RAI 0281 - Scan10256We reden even proef in het eerste exemplaar van het technisch kunnen dat de Koreanen in Nederland importeerden, de Pony sedan. Een auto waar de gemiddelde Europese (lees Nederlandse) man maar moeizaam in paste. Maar hij was opgebouwd uit onderdelen van Mitsubishi en Ford en de vormgeving was van Italiaanse snit. Het bordeel paarse interieur nam je dan maar op de koop toe. We zagen er wel iets in en gingen in zee met de nieuwe importeur. Die waren zelf gezeteld in een piepklein kantoor achter een caravanhandel in Leidschendam, maar de sfeer was er goed en de service vriendelijk. Al snel stonden de Koreaantjes in onze showroom en reden we rond in een demonstratiewagen. Wat lastiger was, voor de meeste Nederlanders was die naam onbekend, maar ook onuitsprekelijk.

ALI10 - Hyundai Pony TLS GN83BP Spl 0781 Scan10262Wij zelf maakten er Hie Joen Dai van, maar onze collega-dealer in Amsterdam-Centrum noemde zijn  merk Joen Dai en de Koreanen spraken het uit als Oendee of zo. Gelukkig heette dat eerste model dat ze jaren zouden voeren gewoon Pony en dat was voor veel mensen wel uit te spreken. Tot die ene keer dat er een plat Amsterdams sprekende potentiele koper binnen stapte en mij op luide toon vertelde dat hij wel eens wilde proefrijden in een ‘Hundie Ponnie’. Kijk, toen wisten we dat er nog veel werk te verrichten viel. Het succes en zeker de winst werd ons uiteindelijk niet gegund met en door Hyundai. De match was er niet meer toen het merk naar een nieuwe importeur overging en die daarop zulke eisen stelde dat wij daaraan gewoon niet konden maar vooral ook niet wilden voldoen. Intussen waren we wel veel wijzer geworden. En ik leerde zelf in die jaren dat als je klanten iets wilt verkopen de naam van het merk tenminste herkenbaar en uitspreekbaar moet zijn en de communicatie op dit punt overduidelijk. Maar als pioniers waren we daar toen nog lang niet zo mee bezig.

Langdurige verbintenissen

03_artikelkopfgalerie_876x584-c08bffead6d218f4Eerder dit najaar beschreef ik al mijn eigen ervaring met een langdurig huwelijk. Naar nu uit cijfers van het CBS blijkt ben ik samen met mijn partner-in-wedding bepaald geen uitzondering. Het lang durende huwelijk is iets van vroeger kennelijk, want er komen steeds meer mensen bij die 50,60 of zelfs 70 jaar getrouwd zijn. Een gevolg van de veilige keuzes die veel stellen maakten in de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Wilde je samen zijn en de relatie ‘consumeren’ moest er getrouwd worden en liefst met een vruchtbaar gevolg. Dat was op zich logisch, want wat wist je als jong getrouwde uberhaupt over seks of voortplanting. Nou ja, je had natuurlijk wel door hoe het ongeveer werkte, maar bedacht ook niet meteen dat als je A met B vermengt dit kan leiden tot een resultaat dat het na negen maanden op een schreeuwen zet. Althans, dat is het algemene beeld dat ik verbind aan die toenmalige huwelijken. Ik had het geluk zelf een oudere broer te bezitten die al heel vroeg in zijn leven ‘biologie studeerde’. Maar dan in de praktijk en waar dat toe leidde kon ik dus als jong ventje meemaken.

Family in the U.S.Dan leer je veel. Maar ik wist ook dat het met die ene wel ultiem moest zijn. Dat is tegenwoordig wel anders. De jeugd experimenteert er vrolijk op los en als men na partner nummer vijf en zes meent dat die ene specifieke man of vrouw de beste technieken combineert met een maatjesgevoel dat vertrouwen schenkt komt men nog wel tot samenleven en misschien ook tot een huwelijk. In die zin is de neiging om uit sleur bij elkaar te blijven minder groot. Immers, je weet dan wat elders interessant is of aantrekkelijk, maar dat ‘samen’ ook wel iets te bieden heeft. Onze generatie groeide echter op met dat huisje-boompje-beestje denken. Niks buiten de deur eten! Je mocht best trek krijgen, maar wel graag thuis eten. Vandaar dat die huwelijken het zo lang vol houden. Daar komt nog bij dat veel mensen in leeftijd ouder worden. Ook al een oorzaak voor die langere huwelijken. Mannen worden ook ouder, elke tien jaar gemiddeld wel weer een jaar er bij. Scheelt veel, want de gemiddelde man is binnen een huwelijk ouder dan zijn vrouwelijke partner. Ging hij vroeger al flink wat eerder ‘hemelen’, tegenwoordig blijft hij langer doorgaan met ademen en blijven die huwelijken alleen daardoor al zo trouw in stand.

REC_0003_editedNiks mis mee, en goed nieuws voor mannen. Die vaak niet zelf kunnen koken, en mede daardoor al hun vrouwen op handen dragen. Maar de kentering komt er aan. Na een piek in de komende jaren neemt het aantal echtelieden dat goud, zilver, of zelfs platina gaat bereiken sterk af. Latere generaties, zij die langer doorleven in de onderzoeksfase of studie, trouwden later of helemaal niet. Tja, en dan valt er later weinig te vieren. Maar misschien genieten die dan wel weer van de ervaringen elders. Veel mensen met langdurige verbindingen reizen minder, zoeken minder avontuur, nemen ook geen risico’s, terwijl dat latere generaties bijna op een presenteerblaadje werd aangeboden. Kortom, ook daarin zie je de verschillen in moraal, maar ook de verlegging van interesses. Geniet nu en leef later! Hoe ging het bij de lezers? Lange huwelijken? Of toch maar eerst experimenteren en daarna kiezen voor evt. zekerheid? Ben benieuwd!

Rijvaardigheid

A10trajectcontroleANP-TelgraafZelfs in mijn eigen toch aardig vrouwvriendelijke geest kwam nog wel eens de twijfel voor aan de rij-capaciteiten van sommige vertegenwoordigsters van dat geslacht. Je hoeft maar om je heen te kijken, en snapt waarom. Ik schreef er in ander verband wel eens eerder over. Nu kwam onlangs bij de ANWB, toch een instituut op het gebied van verkeer als het niet gaat over verdedigen van de rechten van autobezitters, een onderzoek uit waarvan de uitslag de haren te bergen doet rijzen. De gemiddelde automobilist heeft niet te veel kaas gegeten van de verkeersregels in dit land. Van de bijna 11.000 deelnemers aan het onderzoek onder Kampioenlezers vielen er 78% door de mand. Driekwart! Dat is best veel. Maar uit het onderzoek bleek ook dat de mannen die regels beter kennen dan vrouwen. Van de vrouwen zou slechts 16% van hen slagen voor het theoretisch examen. Mannen deden het beduidend beter met 28% al is dat cijfer ook niet al te hoopgevend.

foto_nieuweschansWaar men over het algemeen weinig van snapte waren de verkeersregels op rotondes, van het voorrang nemen of geven bij uitritten, het in- en uitvoegen op snelwegen en men bleek ook moeite te hebben met snelheidslimieten. Het woud aan borden en uitzonderingen op bepaalde verbods- of gebodsregels was voor velen een te hoge hindernis. Van al die mensen die men in het onderzoek had kunnen betrekken bleken ouderen het minder goed te doen dan jongeren die hun examen net achter zich hadden gelaten. Veel ouderen hebben moeite met nieuwe verkeersregels en interpreteren die dan maar op eigen wijze. Wie nu tussen de 25 en 34 jaar oud is heeft de meeste kans om een herexamen ook echt te behalen.

Veiligheidsriemen 2Maar dat zegt niets over veroorzaken van schades, want daar scoren ouderen juist weer veel beter dan jongeren. Jeugdige overmoed en een machogevoel spelen daarbij een grote rol. Los van het feit of je nu man of vrouw bent, de slechtste chauffeurs kiezen gek genoeg voor een bepaald merk auto waardoor ze bijna simpel zijn aan te wijzen als notoire verkeersregels aan hun laars lappend. Alfa Romeo, KIA, Mercedes, Daihatsu en Suzukirijders zitten in de gevarenhoek. Niet gek als je ziet dat veel modellen van die merken door vrouwen worden bereden. Mannenmerken als Chevrolet, Volkswagen, Skoda, Audi en Volvo scoren daarentegen juist goed. Hun eigenaren kennen de regels juist bovengemiddeld goed. Binnen de grenzen van die totaaluitslag natuurlijk. Want die is verbijsterend. Zeker voor vrouwen!

Schilders…

WP_20150521_002De laatste keer dat hier het huis werd geschilderd aan de buitenkant was ergens in 2007. En het op het oog professionele bedrijf uit onze woonbuurt dat indertijd de klus mocht doen deed dat achteraf bezien niet met de zorg en aandacht die je er van mocht verwachten. Ik heb in 2007 nog eens een blogverhaal aan de man besteed die het werk voor zijn baas deed. Een van de oudgedienden bij dat bedrijf, maar ook een met een handleiding, en die hadden wij vooraf niet gelezen. Men deed indertijd wat werd gevraagd, maar ook geen streek meer. En dat merkten we in de jaren daarna. Al snel verschenen er wat slechte plekken in het houtwerk, de verf verdween spontaan op andere plaatsen. Maar ja, wat moet je dan. Als houtwerk slecht wordt, moet je dan vervangen, is het te repareren? Ik neem voor die zaken graag de tijd tot ik aanloop tegen een of andere klusjesman die me even kan  adviseren en assisteren. Een ding doe ik in ieder geval niet meer, op de ladder gaan staan en zelf weer aan het schilderen slaan. De wereld is veel te ver weg als je op 4 meter staat en de klap als je naar beneden kiepert in mijn geval vermoedelijk dodelijk. Toeval wilde dat bij een lieve vriendin in de woonplaats waar wij ook nog eens een aantal jaren bivakkeerden onlangs een paar schilders aan de slag waren.

WP_20150523_006Ook die vriendin wil de boel graag bijhouden maar kan dat zelf door allerlei fysieke beperkingen echt niet meer. Al snel was een afspraak met de heren gemaakt. Marokkaanse Nederlanders, maar wel met een eigen klus/schilderbedrijfje. Ze kwamen, keken, offreerden. Goeie prijs en alle slechte plekken hadden ze zelf al heel snel te pakken. ‘Zullen we de schuur meteen meenemen? Die kan ook wel een verfje gebruiken’. Tuurlijk, graag. In de dagen voor het Pinksterweekend kwamen ze. Stipt op tijd. Drie dagen later waren ze klaar. Binnen het schema. Veel werk extra gedaan, maar alles binnen de grenzen van het financiele redelijke. Alles overlegd, elke manier van repareren werd even uitgebreid verteld, ik kreeg zelfs een cursus (..) op het gebied van twee-componenten-vulmiddel en de beste verf die Akzo-Novel leverde. Tijdens de koffiepauzes spraken we over wereldzaken, ik snap nu wat van het verschil tussen een Soenniet een Shiiet, en daarna ruimden we op. Trots met een huis dat er tenminste aan de buitenkant uit ziet alsof het gisteren is opgeleverd.

WP_20150523_003Andere kleur ramen en deuren, veel aandacht voor detail. Zo werden de ramen ook nog eens extra gekit, wat vochtinwerking tegengaat. Kleine details, maar in de praktijk extra degelijk voor het bijhouden van… Ik ben er dik tevreden over. Kijk, dat is nog eens schilderen. Dat je drie dagen lang twee vreemde kerels over de vloer hebt is wel weer een hoop ‘gedoe’. Op Pinksterzondag was het onze eigen taak om alles schoon te maken, want er komt toch stof vrij en spetjes op de ramen krijg je er gratis bijgeleverd. Maar ja, het is het grote resultaat dat telt. En dat is zeer fraai…al zeg ik het zelf. Net alsof ik het zelf heb gedaan….Maar ja, dat laatste gelooft intussen niemand meer….