Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?

Ik denk dat er weinig mensen zijn die de gruwelijke nieuwsfeiten die op vrijdag de 13e j.l. tot ons kwamen, gemist hebben. Wat we nu weten is dat terroristen met een islamitische achtergrond een aanval deden op onze westerse maatschappij. Het zorgde voor totale ontwrichting en een score van 130 doden en vele, vele gewonden. Men maaide met Kalaznikov’s op diverse plekken tientallen mensen van de straat of in een theater van de zit- en staanplaatsen. Om het ‘feest’ compleet te maken blies een deel van de absoluut krankzinnige daders zich op. Politie en ingehuurde militairen liepen achter de feiten aan. Men kon hooguit de overlevenden beschermen, maar er was niets te doen tegen deze aanvallers die bewust het altijd drukke uitgaansleven in de Franse hoofdstad kozen om hun krankzinnige plannen uit te voeren. En nu, een paar dagen later zijn ‘we’ in oorlog met IS. Wat dit moet inhouden weet ik niet, maar het is wel duidelijk dat die politieke statements zelden bijdroegen tot een oplossing van het probleem.
Ik ben wellicht een cynicus als ik stel dat de open democratische landen die wij in het beschaafde westen nu eenmaal zijn, niet zijn opgewassen tegen deze vorm van terreur. Zelfs het toch aardig strenge en georganiseerde en weinig democratische Rusland of Turkije leden en lijden onder dergelijke terreurdaden. Omdat je naar Noord-Koreaanse situaties zou moeten om de boel veiliger te maken. Grenzen dicht? Prima plan, maar die grenzen waren indertijd toen we nog douane en grenspolitie kende ook niet echt dicht. Smokkelaars wisten hun waren ook over die gesloten grenzen te krijgen, en in geval van nood werd er door die dienaren van de wet best wel eens geschoten. Ik heb Oost-Europa als in ‘Oostblok’ nog meegemaakt. Ook de grensovergangen. Die waren echt dicht! Alleen al om al dan niet met je gewone gezinsauto zonder foute bedoelingen zo’n land in en uit te komen kostte uuuuren. Voor de eigen inwoners van zo’n land een crime, voor ons vooral vervelend.
Willen we dat echt weer terug? Is het dan niet handiger dat we binnen Europa nu echte eens zorgen dat we de in de afgelopen jaren gesloten akkoorden naleven en lieden die hierheen komen echt bij binnenkomst registreren? Dan kost dat maar wat, je krijg een stukje veiligheid terug. Het alternatief is echt dat we prikkeldraad-versperringen aanleggen, mijnenvelden, wachttorens en dat we de lieden die daar boven op staan een bepaalde opdracht meegeven. Laten we nu eens en vooral zorgen dat we de instroom van die niet gewilde lieden hier beperken door te ontmoedigen. Het is toch van den gekke dat Eritreers schreeuwen om ‘geld’, een huis en een keukenvoorziening waar ze hun eigen eten kunnen maken omdat ze dan Nederlandse voedsel maar niets vinden en ons gierig met uitdelen van geld. Je vraagt je echt af waarom die lui uberhaupt deze kant op kwamen. Niet voor de veiligheid, niet voor een leukere toekomst, het lijkt op een economisch verhaal en dat vertel ik hier ook al zo lang ik een blog heb. Met alle reactionele gevolgen van dien vaak. Maar wie had er gelijk? Die lui in Parijs zeker niet. Daar geldt een straf voor en die past niet bij normaal strafrecht. Want ook IS neemt geen krijgsgevangenen. Lijkt mij goed om te weten als we weer roepen dat we in oorlog zijn met terroristen als deze. (foto’s AP/Internet)























