
Tussen hoop en vrees, de periode na de eerste bloedcontrole en de eerder gemelde oproep om me in het ziekenhuis te melden voor noodopname leidde ik mijzelf af door dingen te doen of op te zoeken die de eventuele negatieve gedachten weg konden duwen. Een daarvan was een bezoek aan het museumpark Aviodrome op Lelystad Airport. Daar was ik een paar jaar terug voor het laatst en ook toen werd het bezoek overschaduwd door het a.s. verscheiden van mijn oude vriend Cees. Ik moest toen mijn bezoek aan de locatie vrij plotseling afbreken om afscheid van Cees te kunnen nemen. Kortom, redenen genoeg om dat fraaie museumterrein op het binnenkort commercieel operationeel te maken vliegveld weer eens aan te doen.

In wezen is er niet zo veel veranderd, al zette men wat ‘exponaten’ handiger bij elkaar, voegde wat audio-visuele aspecten toe aan wat al was, maakte voor kinderen een bezoek aan dit museum net even aantrekkelijker door wat spelletjes en puzzels toe te voegen die men al wandelend kan invullen. Als luchtvaartgek deed het me wel zeer om te moeten constateren dat twee van de drie hier aanwezige Dakota’s momenteel in een soort sloopconditie verkeren omdat men vleugels uit wil wisselen en het onderstel of zo. Daartoe behoort ook de ooit zo trotse en vliegwaardige PH-PBA van de voormalige Dutch Dakota Association die ontdaan van vleugels en meer in de technische hangaar van het museum op zijn buik te bekijken is.

Het project Noorduyn Norseman schiet maar heel langzaam op en de DC-2 (uniek toestel dat ook ooit vliegend binnenkwam hier) staat te glimmen alsof hij nieuw uit de fabriekshal kwam, maar enige progressie richting de wolken zit er niet in. De indertijd ook bekeken (en toen nieuwe) expositie rond de ontwikkeling van het straalvliegtuig nu nog eens bezocht. En hoewel echt interessant duren de diverse hoofdstukken wel wat lang. In deze tiktok tijden zal het voor met name jongeren te veel van het goede zijn. Die willen net als ik sneller door de automatische deurbediening heen breken. Even voor de goede orde; als je hier nog nooit bent geweest is het een aanrader om dit museum met haar speelpark er omheen te bezoeken.

Het barst van de informatie en ook de uitgestalde vliegtuigen zijn net als wat klassieke auto’s binnen meer dan de moeite waard. Helaas is men buiten nog niet toe gekomen aan het eens wat oppoetsen van sommige ex-KLM vliegtuigen. Wellicht mankeren de vrijwilligers hiervoor? Dus positief oordeel over het algeheel. Maar er zijn ook minpunten. De manier waarop je een bakkie koffie met iets lekkers kunt bestellen is veel te ingewikkeld. Daarbij ook prijzig. En dat geldt ook voor het parkeren. Amsterdam zou zich niet schamen voor dit tarief. Je betaalt altijd een dagkaart van E.7.50, ook al blijf je maar een uurtje. Dat prijzige geldt ook voor de Museumshop waar de prijzen aan de bovenkant van de normale markt zitten. Zaken waarop men echt moet letten. Want met een entreeprijs van dik twee tientjes pp is dit niet een gratis attractie. Integendeel. En toch…blijft het bezoeken waard…. (Beelden: Yellowbird)

































Voor veel mensen een naam, niet meer. Soms zoekt men het in een vertaling van het woord ‘eten’ op zijn Duits. Maar voor mij was het heel lang toch meer een bestemming. Essen in het Ruhrgebied waar ik heel lang geleden voor het eerst te gast was. Nog in een tijd dat dit zelfde Ruhrgebied bezig was zich los te worstelen van een beladen verleden. Deze stad werd tijdens de Tweede W.O. heftig gebombardeerd door de Britten en Amerikanen en dat liet haar sporen na. Sporen die je indertijd nog goed kon zien aan of in de toenmalige bebouwing. Wij logeerden voor die trips in eerste instantie bij (schoon)familie in Bottrop, later reden we gewoon op een dag even heen en weer. Essen was toen al een minder provinciale plaats dan onze logeerplek, maar dat werd door de jaren heen flink anders. Men knapte de gebouwen op, bouwde nieuw, breidde uit en moderniseerde het wegennet en OV.
Heel handig was wel dat je tot diep in het centrum kon doorrijden, daar je auto parkeren en dan binnen 3 minuten de winkelstraten in kon lopen. Die straten kennen een heuvelachtig karakter, net zoals de hele omgeving een glooiend karakter heeft. Machtig mooi winkelaanbod ook, zeker voor mij. Talloos waren de modellen die ik er vond bij specialistische winkels, maar ook de boekhandels waren een puur genoegen om rond te struinen. Baedekker was er zo een. Altijd wel iets te vinden van de gading. Duitsers zijn lezers naar traditie, en dat merk je. Maar ook de nodige warenhuizen toen. Karstadt, Kaufhoff, Woolworth. Het moest wel gek gaan wilden we niet met tassen leuke zaken vol terugrijden naar huis. Maar dat even op, en neer rijden werd wel steeds meer een dingetje.
Ik ben er vele tientallen keren heen gewest, vaak met auto’s van de zaak die ik dan meteen op de wat langere afstanden kon testen op gebied van comfort of prestaties. En dan ook kijken hoe snel we op neer konden komen. Toch werd juist dat steeds lastiger. De drukte in Nederland nam enorm toe, maar ook in Duitsland en met name rond dat Ruhrgebied liepen de snelwegen flink vol. Het op een dag op en neer rijden werd zo steeds meer een wat vermoeiende opgave. We haalden het niet meer of moesten dan zo snel rondlopen in die stad dat het de moeite niet meer loonde.
