Leven met de Vliegende Pijl – 43 – Pon – bleken wij toch niet echt….

Op een vrijdagmiddag laat ging de telefoon. Bij toeval was ik nog op de zaak en nam die centrale telefoon aan. Het bleek de secretaresse van de Heer H. R.* te zijn. Nu was dat voor mij iemand op grote afstand, maar hij was indertijd wel de grote baas van het autohuis van Pon waar men VW en Audi verkocht. De dame in kwestie vroeg me of ik verantwoordelijk was voor die Service-Mobielen en het persbericht. ‘Ja’ antwoordde ik oprecht. ‘Wilt u dan als de bliksem zorgen dat er een correctie op het persbericht uitgaat?! En ook dat de logo’s van VW en Audi van die door u geleverde servicewagens worden gehaald!?’. Mijn antwoord was dat ik dit toch wel even eerst met mijn ‘baas’ wilde overleggen. Dat het echter ‘nu vrijdag was en ik de man niet kon bereiken‘. ‘Ik geef u namens de heer R. de waarschuwing en opdracht om dit alsnog NU te doen’…dreigde de dame. Ik nam het verder maar even ter kennisgeving aan. Maandag was vroeg genoeg. Het bleek in dit geval te laat. Hoewel mijn directe chef Jaap van Rij er na horen van dit verhaal niets voor voelde om die logo’s van de auto’s te laten halen en al helemaal niet om het persbericht te herzien had deze affaire voor mij persoonlijk een paar vervelende gevolgen. Dat bleek op enig moment tijdens de Bedrijfsauto-RAI 1996.

Waar Skoda voor het eerst weer eens acte-de-presence gaf en voor een prikkie in een bescheiden stand Felicia PickUp’s en VanPLussen uitstalde. Op enig moment bleek er een rel te zijn uitgebroken waarbij de heren R*. en Van Rij over die Service-Mobiel-affaire kibbelden en R*. mijn ‘hoofd wilde laten rollen’. Ik had immers zijn expliciete via zijn secretaresse gegeven opdracht naast me neergelegd. ‘Ja zeg, het moet niet gekker worden’, was mijn antwoord toen ik hoorde wat ‘die malloot uit Leusden’ over mij afriep. Wilde men echt van mij af omdat ik niet bereid was geweest mijn baan op het spel te zetten door tegen de wil van mijn eigen directeur in te gaan? Hoe moest ik dan functioneren als Verkoopleider? Ik mocht dus kiezen uit twee kwaden? Ontslag of ontslag! Prima, maar dan zou het ook hard tegen hard gaan. Het eerste telefoontje naar mijn toenmalige advocaat bracht uitkomst. Er was geen grond voor ontslag, ik was immers loyaal naar mijn eigen directie en het zou toch te gek zijn als een andere directeur dan de mijne me een dergelijke sanctie zou kunnen opleggen. En ik stond strak en stijf achter ons merkbelang.

Goed voor mijn stemming of gemoedsrust van dat moment was het allemaal niet. Het leek wel een wespennest waarin wij ons bewogen en mijn PON-gevoel, voor zover al aanwezig, was compleet verdwenen. Het liep ogenschijnlijk met een sisser af allemaal, de partijen kwamen tot een compromis. Maar R*. vergat mijn naam nooit meer en toen hij later zelf verder klom in de hiërarchie van Pon nam hij op subtiele wijze wraak. Zijn wil was wet in de bubbel waarin hij toen qua mentaliteit verkeerde. Het gaf eens te meer aan dat wij met Skoda wel erg veel strijd moesten leveren. Zelfs intern bij Pon. En van een familiegevoel was dus weinig te merken. Dat kwam later pas, stukje bij beetje. Overigens scoorden we tijdens de bewuste BedrijfautoRAI nog best goed ook. O.a. het bekende hoofdstedelijke autoverhuurbedrijf Ouke Baas kocht met dank aan mijn persoonlijke relatie met de eigenaar/directeur van dat bedrijf, een aardig aantal Felicia PickUp’s en die werden jarenlang probleemloos door de Gemeente Amsterdam gebruikt. Dat compenseerde het negatieve gevoel dat PON me persoonlijk indertijd bezorgde tenminste nog een beetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon Mobiel – *)naam omwille van privacy weggelaten)

 

58 jaar passies….

Juist in deze periode van het jaar is het weer de ideale tijd om terug te kijken. Op een bewogen jaar vol nieuwigheden, ervaringen, en in mijn geval ook nieuwe aanwinsten voor het hobbymuseum. Wie veel verzamelt komt nog wel eens iets tegen en in dat geval viel het jaar 2018 niet tegen. Maar ooit, heel lang geleden, op de 20e december van een jaar dat ver weg in de geschiedenis ligt opgeborgen, startte ik officieel mijn hobbygedoetje. Als kind, maar wel al met een missie, een visie en de daarbij behorende doelstellingen. Alles wat ik daarna deed stond op een of andere manier in relatie tot mijn hobbybeleving. Vanuit de miniatuurwereld vertaling zoeken naar de echte wereld buiten en omgekeerd. Ik leerde door die hobby’s mensen kennen die nu nog behoren tot mijn oudste en trouwste vriendenkring en dat is best knap als je bedenkt dat er soms wel meer dan een halve eeuw aan jaren zit tussen de eerste kennismaking en het hier en nu.

Natuurlijk zijn de liefhebberijen iets veranderd van opzet en uitvoering. De dingen die ik in het verleden belangrijk vond, zoals het produceren van zoveel mogelijk zelf gebouwde schaalmodellen, zijn sterk op de achtergrond geraakt, terwijl andere zaken daarvoor in de plaats kwamen. Neemt niet weg dat als ik om me heen kijk in mijn creatieve ruimte, ik zie hoe mijn leven toch deels is verlopen. Keuzes die ik ooit maakte vertaalden zich in wat ik nu zie als de invulling van een deel van mijn levensvreugde. Want voor die liefhebberijen reisde ik tot en met dit jaar heel wat af. Ieder land of stad(je) heeft wel weer iets nieuws te bieden en het moet gek zijn wil ik tijdens de strooptochten niet iets tegenkomen dat ik in de eigen omgeving niet kan vinden. Ook bij de beroepskeuze zorgde mijn liefde voor alles wat vliegt en rijdt voor carrièrestappen die een ander niet zo snel zou hebben genomen. Soms was die keuze minder gelukkig dan op andere momenten, maar geleerd heb ik er veel van en dat helpt me tot op de dag van vandaag met zo’n beetje alles wat ik doe, adviseer of uitvoer.

Zelfs de naam van mijn enige tijd geleden gesloten adviesbureau had een verbinding met die liefhebberijen uit vroeger jaren. Als je ergens het fenomeen creativiteit leert kennen dan toch wel in de branches waar ik mijn brood verdien(de). En dat alles omdat ik heel lang geleden, op 20 december van dat bepaalde jaar, koos voor een officiële status bij dat wat ik daarvoor nog als ‘speeltje’ had gezien. In 2010 vierde ik het feit dat ik nu al 50 jaar lang bezig was met mijn luchtvaarthobby. Dit jaar al weer acht jaar verder. De rest is er later allemaal aan toegevoegd. De beschrijving van al dat verzamelde fraais deel ik nu in groepen op Facebook. Gewoon omdat daar nog meer gepassioneerden rondhobbelen. Of er nog meer te vieren valt laat ik even afhangen van het fysiek. Want een ding had ik indertijd niet voorzien, dat juist in het jubileumjaar soms een kinkje in de kabel zou kunnen zorgen voor wat onzekerheden. Daar dacht ik indertijd als jong kind niet over na. Er moest een ‘bedrijf’ worden geleid…….En jullie beste en lieve lezer(s)essen, zelf ook lang geleden een geapssioneerde visie gehad die je nu nog nastreeft en die je wel of niet datgene bracht waar je indertijd voor ging? (Afbeeldingen: Yellowbird collectie)

Even over mijn egowijzigheid…

Noem het een groot ego, een stevig karakter, eigenwijsheid of wat ook, maar feit blijft dat ik in mijn leven zelden afstand deed van de bij mij bekende waarheid. Blauw is blauw, groen groen en rood rood. Ik ben niet zo van de nuances en wie me wel eens tegenkwam in discussies zal dit direct onderkennen. Waar het vandaan komt? Vermoedelijk een genenkwestie, want ook bij de directe familie zat of zit dit in het bloed. Van vaders en moederskant. Stevige meningen, uitspraken en daarbij aardig vast in de schoenen staan. Het bepaalde voor een deel het verloop van de carrière. Voor mij was niveau van denken, kennis, ervaring bijvoorbeeld veel belangrijker dan allerlei theoretische verhalen van mensen die zaken oreerden die mij compleet vreemd waren. Ingewikkelde analyses? Ook niet voor mijn manier van denken voorbestemd.

Geen daden maar woorden?! Kon rekenen op stevige kritiek en vermaningen. In mijn vervolgverhaal over dat (grote) deel van mijn professionele carrière komt dat regelmatig voorbij. Het is wat het is en niets is wat het lijkt. Keep it stupid simple en maak het niet ingewikkelder dan het is. Mijn en dein, je blijft af van mijn verantwoordingsgebied. Werkt voor je zelf prima. Tot je natuurlijk een muur van beton tracht te slechten met je blote handen of niet in de gaten hebt dat meepraters plotseling messen in je rug steken. Symbolisch, maar toch. Het overkwam me allemaal. Zelfs in hoeken waar je het niet verwachtte. Onlangs had ik hierover een gesprek. Met iemand die zelf aangaf ‘het niet zo belangrijk te vinden wat zij zelf of anderen over bepaalde dingen dachten’. Geen zin om discussies te voeren, gewoon meebuigen en toegeven.

Maakte haar heel gelukkig. Onderdanig, niet zo van het egocentrische en ook heel gelukkig in het leven. Dat is naar mijn idee vrij vrouwelijk. Dames doen dat ook om leuk en lief gevonden te worden, een eigenschap die mij aardig vreemd was en is. De hork komt eerst, de leraar daarna en de wat botte manager op de koop toe. Daarbij heb ik de eigenschap snel te leren, te snappen waar zaken over gaan en direct te kunnen reageren. Ik bestudeer slechts belangrijke geachte contracten goed, maar verder zijn daarbij vaak een paar zinnen relevant. Zo lees ik ook boeken uit de opgebouwde bibliotheek en kan ik daardoor meestal snel bepaalde items terugvinden. Zij die mij echt goed kennen (veel mensen menen me te kennen zonder iets over me te weten…zoals ik onlangs op Linkedin en bij dit bloggen weer eens ervoer) weten wel dat veel van wat ik zoal oreer ook is doordrenkt van mijn Amsterdamse ironie, mijn ook ingebakken gevoel voor humor en dat niet alles zo sterk is bedoeld als het eruit komt. Net als de inhoud van dit blogje. Eigenlijk vooral lezen met een glimlach om de mond s.v.p. Gewoon even een Selfieverhaal met een knipoog. Of toch….?! (Beelden: Internet/archief)

Leven met de vliegende pijl – 5 – Dealer!

Op 1 april van het jaar 1977 stapte ik dan uiteindelijk binnen op mijn nieuwe werkplek. De dealer en nieuwe werkgever had in de tussentijd op een open stukje grond naast het uit 1932 stammende hoofdgebouw een soort houten loods met puntdakje gebouwd, die vooral bestond uit een showroomruimte voor twee, met wat passen en meten, drie nieuwe Skoda’s. Er naast lag een soort pijpenlade waar het ‘kantoor’ in was gevestigd. Dat bleek na al die jaren Schipholse luxe, toch wel wat slikken voor me. Maar dat werd nog erger. De man bleek een paar jaar lang parttime een werkstudent in dienst gehad te hebben gehad die de ‘boekhouding’ deed. Dat was de opvolger van een oude en nu gepensioneerde boekhouder die ooit had gewerkt voor de vroegere eigenaar en naamgever van dit autobedrijf. Die oudere heer was dus gepensioneerd en de nieuwe dealer, mijn baas toen, had in de daarop volgende jaren besloten dat boekhouding meer een noodzakelijk kwaad was en dat je met die werkstudent voor weinig geld, ook de boel kon regelen. Dat bleek uiteindelijk niet het geval. Resultaat was dat de administratie een aardige puinhoop bleek. Ik snapte zijn vraag uit het voortraject van mijn aannemen rond ‘heb je ook verstand van administratie?’ veel beter toen hij een grote stalen kast opende en daar stapels aan losse bonnen en boeken liet zien, die naar bleek een maand of acht achterstand vertoonden.

Alles werd er nog handmatig gedaan, kas, bank en giro normaal gesproken netjes bijgewerkt, maar door het gedoe met die werkstudent nu even niet. Ik had er vanaf mijn aantreden een beste klus aan. Temeer omdat ik nu eenmaal niet was binnengelopen om deze troep op te ruimen, maar wel zag dat als we dit niet onder controle zouden brengen, mijn carrière in het autovak van korte duur zou zijn. Ik miste trouwens ook de echte opleiding voor dat werk. Tussen de verkoopbedrijven door, de nieuwe Skoda-reeks trok veel, ook andere en voor het merk nieuwe klanten, werkte ik keihard aan die administratie. Samen met de intussen toch maar terug gehaalde oude boekhouder die tegen een kleine vergoeding bereid was mij ook parttime de fijne kneepjes van het administrartieve vak te leren. Maar me ook uit wist te leggen dat mijn nieuwe ‘baas’ iemand was die het verschil tussen ‘zwart en wit’ wel eens vergat, te druk was met het runnen van zijn bedrijven en persoonlijke inkomen en wat minder met de organisatorische kant van het geheel. Ik merkte dat ook al snel aan de vertegenwoordigers die ons namens de Skoda-importeur bezochten. Ik werd het nieuwe aanspreekpunt voor ze, wellicht ook omdat ik vast hield aan het ‘pak’ als uniform, net als ik dat op Schiphol altijd had gedaan. Al snel kreeg ik mede daardoor van de mensen in de werkplaatsen de titel ‘boekhouder’ toebedeeld, een Geuzentitel die ik altijd bestreed maar die tot vele jaren later aan mijn rol daar bleef plakken. Ik zat immers op kantoor, de rest van die lui werkte zich een slag in de rondte in de twee werkplaatsen die het bedrijf operationeel had.

‘Als het of hij maar een naam had’, was in die eerste periode min of meer de gedachte. Een bijzondere gebeurtenis mag ik de lezer in dit kader niet onthouden. Een van de eerste dagen dat ik daar in dienst was bij die Amsterdamse dealer, werd me gevraagd om samen met wat monteurs een aantal nieuwe auto’s op te halen bij importeur Englebert in Voorschoten. Nieuwe auto’s werden in die tijd nog maar nauwelijks per truck afgeleverd, dealers haalden ze graag zelf op om zo meteen ook te ervaren op de rit naar huis, wat er zoal aan de nieuwe auto zou kunnen mankeren. Met drie monteurs togen we dus naar Voorschoten, voor mij een nieuwe ervaring. Bij importeur Englebert zou de toenmalige verkoopleider op ons wachten en de auto’s afleveren. Aangekomen liep ik het kantoor binnen van de man, wist ik veel, en werd direct als een soort loopjongen door hem terug verwezen naar een staplek ‘achter de balie’. Daar werd ik geacht te wachten tot hij mij te woord zou willen staan. Ik heb het hem daarna eigenlijk nooit echt vergeven. Ook al bleek later dat het in de omgang een erg aardige en keurig nette vent was. Maar die behandeling, laten we wel zijn, ik was tenslotte net van Schiphol gekomen uit mijn managersrol daar.., stuitte me zeer tegen de borst. Hoe dan ook, ik ben meerdere malen in die jaren op en neer gereden naar Voorschoten voor ophalen nieuwe auto’s. Het waren in die beginjaren bij die dealer leuke en soms opzienbarende ritjes….. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief/Skoda – Alle teksten zijn eigendom van de auteur) 

Leven met de vliegende pijl 4 – Baanwissel…

Omdat ons gezin indertijd was uitgebreid met de komst van onze zoon, en ik juist in die jaren druk was op vele fronten, waaronder het afhandelen van chartervliegtuigen op vliegveld Beek bij Maastricht, vond vrouwlief dat het qua werkdruk wel eens een ‘tandje minder’ zou mogen. Gelijktijdig was ik met de nieuwe Amsterdamse Skoda-dealer zo tevreden geraakt, het bleken erg aardige en vakbekwame lieden, dat ik op Schiphol links en rechts reclame voor hen maakte. En al snel leidde dit tot verkopen van Skoda’s en andere auto’s aan concullega’s en zelfs buren. Het aandeel van Skoda in Amsterdam steeg daardoor, en toen we bij het bedrijf waar ik toen op Schiphol werkte de aloude VW Bus lieten opvolgen door een veel grotere Mercedes, ontstond er daarnaast ook behoefte aan een auto die het stadsvervoer zou kunnen regelen. Een tweedehands Ford Transit mocht dat werk gaan doen, mijn dealer mocht hem leveren. De contacten die we daardoor kregen werden hechter. Zodanig dat ik medio 1976 serieuze gesprekken begon te voeren met de eigenaar en zijn werkplaatssecondant over zijn bedrijfsvoering.

Hij moest van de toenmalige importeur Englebert nieuw bouwen, er kwam namelijk volgens de berichten een nieuwe Skoda aan, en zijn huidige pand aan de Amstelveenseweg was ver onder de maat voor de door de toenmalige importeur beschreven toekomst. Toen ik via Tsjechische contacten uit die tijd ook nog eens de eerste ‘geheime’ foto’s kreeg van de nieuwe Skoda die een jaar later zou verschijnen werd mijn interesse gewekt. Zou ik niet een professionele rol kunnen spelen bij de verkoop van die wagens? Desnoods in het dealerbedrijf op het moment dat die een eigen nieuwe showroom zou hebben gebouwd? Die gesprekken werden door de maanden die volgden steeds serieuzer, mijn onzekerheid of ik het wel zou kunnen week voor de liefde die ik had voor het merk en de behoefte daar iets mee te doen. Daarbij, het Schipholse bedrijf waar ik toen zat was nu voor de tweede keer overgenomen door een grotere onderneming, nieuwe mensen afkomstig van die grotere bedrijven kregen sleutelposities en voor mij als hardwerkende operationsmanager had men geen directiepost ingeruimd.

En dat viel bijzonder verkeerd bij iemand die zijn hart en meer vanaf de start aan dat bedrijf had gegeven. Begin 1977, net voor de AutoRAI van dat jaar waar de nieuwe Skoda werd geïntroduceerd, sloten we het akkoord over mijn indienst treding bij de Amsterdamse dealer voor Skoda. ‘Voor de verkoop’ dat sprak voor zichzelf! Tijdens de zeer belangrijke RAI, in februari 1977, kreeg Nederland de nieuwe Skoda te zien. Anders dan door velen gesuggereerd had die nog steeds de motor achterin zitten, ook al was de koets compleet nieuw en oogde als een ruimteschip naast de voorganger modellen. Die door Englebert overigens nog steeds werden verkocht. Men moest tenslotte van de laatste voorraden af van dat spul. Die dagen op de RAI leerden me veel. Praktijklessen op het gebied van verkoop en gedrag van mensen. Was ik op Schiphol toch meer gewend geweest aan business-to-business werken en een redelijk beschermde omgeving, in het autovak ging het heel anders toe. Ik zou er nog heel wat staaltjes van meekrijgen in mijn nieuwe rol. Wordt vervolgd! (Beelden: Skoda/Yellowbird Archief)

Boek of vervolgverhaal….

Al een jaar of anderhalf is mijn boek over het leven dat ik leidde met of voor mijn geliefde Tsjechische merk klaar. Het is een aardig verhaal geworden al zeg (schrijf) ik het zelf met alle aspecten die een boek leesbaar maken voor hen die ook maar iets op hebben met handel en wandel in het autovak of meer. Inclusief erg aardige hoogte- of soms bijna dramatische persoonlijke dieptepunten. Een boek schrijven is een ding (ik maakte er immers al eens twee die ook nog werden uitgegeven en werkte mee aan een derde waarvan de uitgever mij nooit meer een exemplaar deed toekomen omdat hij voordien failliet ging helaas..) maar het uitgegeven krijgen is een tweede. Intussen heb ik drie uitgevers benaderd, en het komt er dan telkens op neer dat ik zelf de opmaak en verkoop moet gaan doen en de exemplaren die ik wil verkopen ook eerst zelf moet inkopen.

Ik ben nu eenmaal geen Saskia Noort en men wil rendement op het kapitaal. Zo’n oefening kost al snel honderden euro’s en net zoveel uren om tot enig resultaat te komen. Het weerhield me tot nu om die stappen te zetten. De wereld is veranderd en ik ben nu wel overtuigd dat er een alternatief is. In leesbare onderdelen publiceren via dit medium dat toch gekoppeld is aan de diverse sociale media waardoor ik een belangrijk deel van de doelgroep ook kan bereiken. Gewoon hoofdstuk voor hoofdstuk met de nodige bijpassende illustraties. Dan kan ik ook daarmee meer doen dan in een boek mogelijk is. Moet kunnen. De keuze is een beetje aan de lezers. Doen of niet?! Boek of vervolgverhaal?? Geef me eens een terugkoppeling als je wilt. Ik beloof dat als het een vervolgverhaal wordt de leesbaarheid zodanig is dat je het met veel plezier en belangstelling zult willen lezen. Omdat het toch teruggaat naar de afgelopen 60 jaar. Waarin de wereld om ons heen sterk veranderde. Maar mijn liefde en passie voor dat merk bleef. Ook al ben ik dan niet meer actief betrokken bij de vermarkting van dat spul. Ben benieuwd naar de adviezen die mijn vaste lezersgroep of daarbuiten me zullen geven. Dank bij voorbaat daarvoor…

De miscommunicatie tussen man en vrouw..

Ik vind het interessant om te zien of te lezen hoeveel mannen en vrouwen om elkaar geven terwijl ze met hetzelfde gemak er alles aan doen om de ander af te stoten. Het zit in de geslachten om nauwelijks tot niets te snappen van het andere, ook al kunnen we daarover nog zo veel lezen. ‘Signalen’ die worden opgevangen lijken niet echt te zijn uitgezonden zoals de ontvanger die heeft begrepen. Een blik van een vrouw richting een man wil niet meteen zeggen dat ze voor dat ene glas wijn het bed met je deelt en de meest charmante mannen willen tot spijt van sommige dames nog weleens de neiging hebben om zich op hetzelfde geslacht te richten. Allemaal verwarring zou je denken. Wordt nog vervelender als een van die twee mensen een dominante positie bekleedt en de ander op welke wijze dan ook afhankelijk is van diens gunsten. Neem een actrice die graag een rol wil bemachtigen waarmee ze op termijn in staat is beroemd te worden en enige welstand of bekendheid op te bouwen.

Die komt dan in contact met lieden die soms helemaal into hun vak zijn en het beste zoeken wat er bestaat, maar er zijn al decennialang ook wat figuren te vinden die denken in termen van ‘tit-for-tat’. ‘Als jij nu even dit doet voor mij, doe ik wellicht dat voor jou’. Onlangs zagen we weer zo’n affaire in de VS waarbij een producer allerlei onbetamelijks deed met dames in zijn omgeving. Maar laten we wel zijn, eerder kende de BBC al een soortgelijke affaire. De betrokken dader was toen net overleden, maar de verhalen waren vreselijk. Dat er dan in ons land ineens ook een response plaatsvindt waarbij soms namen worden genoemd is opmerkelijk. Waarom zou je dit verzwijgen als je zeker weet dat je bent misbruikt? Als je zeker weet dat jou niets te verwijten valt is aangifte doen toch het minste. Waarom wachten tot een balletje begint te rollen? Nu is dat hier veelal niet groter dan een erwt, in de VS neemt het giga-proporties aan.

En we klapperen met de oren alsof we geen idee hadden dat dit ook maar zou kunnen plaatsvinden. Kletskoek. In de jaren 70/80 las ik de boeken van Harold Robbins!  De inhoud van die werken stond bol van de al dan niet gewenste erotiek, en hij beschreef daarbij de merites in de wereld van politiek, banken of Hollywood. Wat we nu in het journaal zien onthulde hij toen al in romanvorm tot in de fijnste (..) details. Mannen en vrouwen speelden een spel van macht en uitbuiting waarbij die van het slachtoffer niet altijd als zielig kon worden omschreven. En zo zal het in het echt ook wel gaan. Niet iedere dame die iets meemaakt is meteen zodanig van de leg dat ze niet meer kan functioneren. Aan de andere kant staat natuurlijk een type man dat kennelijk geen normale relaties kan onderhouden en slechts op deze wijze een vorm van gerief meent te moeten bereiken. Hoe dan ook, het geeft aan dat er tussen mannen en vrouwen nog steeds een vorm van ongelijkheid bestaat en dat we het evenwicht tussen de seksen dienen te herstellen. Voordat we extra gewicht toevoegen aan de kant van mannen die menen dat slechts hun wil wet is. Ik zou het soms best weleens willen maar ben wellicht te keurig opgevoed of opgedroogd. Wie zal het zeggen. Jullie wellicht??

Spijt of niet??

Onlangs in goed gesprek met een andere oudere jongere hadden we het over hoe wij in de jeugd bepaalde zaken hadden aangepakt. Hij zat vooral in zijn maag met wat relationele zaken die hij al dan niet goed had opgelost. Maar er bleven bij hem vooral vragen bestaan over zijn eigen rol. Voor mij zitten die dingen vaak wat meer in het werk wat ik heb gedaan. Daar vind ik zelf best weleens wat steken te hebben laten vallen. Niet op mijn vakgebied van dat moment, dat ging meestal wel volkomen correct en goed. Nee, aan vakkennis ontbrak of ontbreekt het me niet, maar om bepaalde doelen te bereiken wilde ik weleens door ‘roeien en ruiten’ gaan wat dan weer pijnlijk kon zijn voor hen die door mijn pijlen werden getroffen. Nu vond en vind ik dat nog steeds niet erg als het ‘omhooggevallen’ lieden betrof die zich vooral gewichtig gedroegen maar waarbij de vakkennis veelal ver te wensen over liet. Of mensen die altijd maar bezig waren om je onderuit te schoffelen om er zo zelf beter van te worden.

Die lui konden rekenen op een meedogenloze afrekening. Al duurde het jaren. Maar er zaten er ook tussen die mijn toenmalige ik wellicht wat te streng zijn behandeld en dat eigenlijk niet verdienden. Nou, dat blijkt toch ook een kwestie van persoonlijk karakter te zijn of wat je meekreeg in de genen. Vergevingsgezondheid zit bij mij redelijk diep weg gestopt en de andere wang toekeren als ik word geslagen is ook niet echt meegekomen met de katholieke opvoeding van vele jaren her. Dit houdt in dat ik mijn spijtige gevoelens slechts kan richten op hen waarvan ik wel weet dat ik ze niet zo netjes heb behandeld. Omdat het moment van toen er om vroeg. Omdat er een klus klaar moest of een ander oogmerk prevaleerde. Omgekeerd hoor ik regelmatig van mensen dat ze mij juist zagen als zachtaardig en vriendelijk maar wel enorm gedreven.

De waarheid ligt in het midden. Als altijd. Het zal dus een beetje zitten in die herinnering over toen en wat je daarvan zelf hebt waargenomen. Maar hoe zit dat nu met anderen. Mijn gesprekspartner waarmee ik deze vraagstelling startte zag echt dat zijn behandeling van mensen met wie hij op jeugdige leeftijd contact had gehad, niet helemaal juist was geweest en daar had hij nu echt spijt van. Kon dat niet meer overbrengen bij die mensen waarover het ging en dat maakte de spijt nog groter. Zeker als iemand niet meer op deze Aarde rondloopt kan dat best gaan knagen. En dat frustreert soms. Heb ik allemaal geen last van. Jij wel? Ik ben benieuwd wie op dezelfde wijze kijkt naar het verleden en/of nu nadenkt over zijn/haar rol in dat geheel. Doe eens openhartig en vertel……..

Bevalt het?

‘En’ vroeg mijn buurman toen hij mij met mijn voor Schipholse dagen ingerichte bagage richting de Tsjechische lastezel zag lopen, ‘went het al dat pensioen?’. ‘Ja hoor!’ gaf ik eerlijk als ik ben aan. En zo is het ook. Na 1,5 jaar geleden de deur van het ondernemerschap te hebben afgesloten en ik meer dan een halve eeuw had gezorgd voor brood en beleg plus nog wat luxe was het mooi geweest. En duurde het even om aan het ‘nietsdoen’ te wennen. Nu is niets in dat opzicht nog wat relatief. Elke dag schrijf ik mijn verhalen nog op het internet, maakte ik mijn derde boek af en reizen we door Nederland en Duitsland op zoek naar leuke dingen of mooie plekken. Van groeiende geraniums heb ik geen last. Zo lang het nog kan genieten we met volle teugen. Voor mijn buurman is dat besluit en besef pas geleden genomen en gekomen. Ook hij werkte al enige tijd als onafhankelijk adviseur en hij verdiende daar aardig zijn brood mee.

Maar soms zijn er omstandigheden die je niet kunt bevechten en dus staakte ook hij zijn professioneel geraas. Zorg voor vrouw, kinderen en kleinkinderen nam de plaats in van afspraken met relaties of zoeken naar opdrachten. Net zoals het mij verging. Hij gaf eerlijk aan dat hij nog moest wennen aan die situatie. Ik glimlachte hem toe en stelde ‘dat het echt zal komen dat besef’. Waarbij ik uit ervaring weet dat het afbreken van je professionele netwerk doordat je hebt besloten daar niets meer in te doen het meest pijnlijke aanvoelt. Nu was ik in mijn carrière een paar maal eerder van de hak op de tak gesprongen, ambitie vraagt soms om stappen opzij om dan daarna weer omhoog te kunnen. En dan nam ik afscheid van een wereld die ik zelf goed kende en lieden die ook mij om mijn professionalisme waardeerden.

Maar eenmaal weg werd je outcast. Je behoorde er niet meer bij, je had een andere weg gekozen. Vervelend, maar het was en is niet anders. Nieuwe kansen en ook nieuwe mensen kwamen ervoor in de plaats. En ook dat wende snel. Jarenlang heb ik professioneel gediend op Schiphol en Maastricht Airport, nu kijk ik er naar de vliegtuigen en voel niets meer met de plekken waar ik vroeger ‘achter het hek’ actief was. Geldt ook voor de autowereld. Langere carrière gehad, maar ik kijk er nu objectief naar en bij mijn dealer als ‘klant’. Zijn allemaal processen waar je mee te maken krijgt. Ook als gepensioneerde harde werker. En ik tel mijn knopen op dit gebied. Zoveel mensen haalden hun pensioen niet eens, of konden daar veel te kort van genieten. Dat zal nooit wennen. En dat zal mijn buurman ook wel ontdekken. (beeld: Internet)

De C van collegialiteit

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie wel eens een baan heeft gehad of net als ik een carrierepad bewandelde heeft er vast mee te maken gehad. Collega’s! Sommigen daarvan zeer gewaardeerd maar er zaten er vast ook tussen die je wel door de gehaktmolen had willen halen. Anders dan in een familie- of vriendenrelatie, waarbij affectie en liefde een rol kunnen spelen, is een collega een bij een baan of aanstelling meegeleverd bijverschijnsel waar je soms niet echt op zit te wachten. Ik heb er zelf een ambivalent gevoel bij. Uit eerdere blogs is wellicht wel duidelijk geworden dat ik een vrij recht pad bewandel als het gaat om de door werkgever of ‘klant’ opgedragen taken of doelstellingen en als je daarbij voor de voeten werd (wordt) gelopen door collegae kon ik daar buitengewoon slecht tegen. Velen werden naar hun eigen mening geroepen om net zo slim of qua kennis op gelijk niveau te opereren als ik, weinigen bleken in dat kader uitverkoren. Zal bij velen van jullie ook zo zijn gegaan. De een is de ander niet en veel mensen die ik leerde kennen werkten voor hun inkomen of status en verder niks. Ik werkte ook vooral omdat ik dat leuk vond, uitdagend, spannend soms, en dat geld was maar bijzaak. Heb ik nu nog wel eens last van. Maar die collega’s waren vaak bijzonder of apart. Er bleven er ook een paar hangen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mensen met wie ik een zodanig goede band wist op te bouwen dat ze tot mijn vriendenkring gingen behoren en dat nu nog steeds zijn. Soms al decennia lang. Zegt toch iets. Heeft overigens ook  iets met eerlijkheid van doen. Je moet mekaar ook wel eens echt ‘de waarheid’ vertellen. Juist bij mensen die met je werken kan dat heel verfrissend zijn. Zij die er niet tegen kunnen of konden verdwijnen vaak uit beeld al doen ze je vooraf soms aardig kwaad of pijn. Roddel en achterklap, jaloezie, misgunnen van je positie, het is me allemaal overkomen. Zonder dat ik zelf stenen zal mikken omdat ik vrij van zonden ben hoor. Ook ik was voor sommige mensen vast een ‘bijzondere collega’ en die zullen soms ook net zo hebben moeten slikken. Voor mij waren toch echt de ergste collega’s de lieden die meenden dat ze ‘ergens verstand’ van hadden, maar bewezen dat ze nu net op dat punt bij het uitreiken van inzicht en kennis achteraan hadden gestaan. Maar die wel altijd de solopartijtjes wilden en mochten spelen. Omdat de dirigent van het werkorkest juist hun luidkeelse aanwezigheid eerder opmerkte dan het gezoem van de werkbij.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn god wat heb ik sommige van die lui soms vervloekt. Niks kunners met een standbeeld voor zichzelf in de eigen achtertuin. Gelukkig wonnen de leukerds, de collega’s met wie het goed toeven was, de mooie mensen soms, en zeker de talentvollen. Die blijven me eerder en beter bij en ik denk met veel respect aan hen die net als ik verhuisden naar een volgende uitdaging. Soms hoorde ik nog wel eens van ze. Uit een ver buitenland of een branche waar zelfs ik voordien nog nooit van gehoord had. Maar altijd met gebleken respect. Collegialiteit is ook samen werken opdat het voor iedereen leuk is en vruchtbaar. Kortom, werk is ook vaak net zo leuk als de collega’s waren of zijn. Wellicht kom ik op een aantal nog wel eens terug. Een deel komt al voor in mijn nieuwe boek, dat in de laatste fase van correctie verkeert. Trouwens, hoe ervaren of ervoeren jullie je collega’s op het werk?? Wie mooie verhalen heeft moet ze hier vast even vertellen. Dank bij voorbaat!