14

14

Onlangs hoorde ik op de radio iemand geinterviewd worden die daarbij om een advies werd gevraagd.

‘Wat zou je nu zeggen tegen jou zelf op 14-jarige leeftijd?’. De man antwoordde dat hij zichzelf zou adviseren niet constant achter anderen aan te sjouwen en te doen wat de meute van je vraagt. Ik moest daar even over nadenken. Deed ik dat indertijd?? Dacht het niet eigenlijk. Mijn wereld werd zo bepaald door wat ik later wilde gaan doen, dat werk en studie me meer stuurden dan wat straatvrienden allemaal uitspookten. Ook al wilde ik dan ook een brommer bezitten op mijn 16e of achter de meiden aanzitten als het zo uit kwam. Maar dat waren meer de hormonen dan die vrienden. Verder ging ik aardig mijn eigen gang. En ook dat was niet zo handig soms. Je bent toch al snel een beetje een buitenbeentje. Alhoewel, in de toenmalige kring van omringende lieden wilde ik wel graag merken dat ze mij een beetje zouden volgen.

Richting Schiphol of in de hobby die toen nog vooral speelde rond de vliegende vrienden daar. Verder was ik me niet zo bewust van druk die van elders werd uitgeoefend. Het vrij strenge katholieke regime waartoe ik indertijd behoorde zorgde ook dat de 10 geboden er zo in geramd zaten dat je echte ondeugden wel zoveel mogelijk buiten je leven hield. Galg en rad waren niet de waarden die de opvoeding en het opgroeien bepaalden. Eerder een verlangen om in een andere omgeving dan die uit de jeugd de toekomst te zoeken en zelfstandigheid te bereiken. Werken vanaf mijn 14e deed ik, daarnaast drie avonden naar het avondonderwijs, ook nog verkering dus druk zat. Stappen in dat leven waren het behalen van een rijbewijs, gaan werken op Schiphol (na een aantal jaren kantoorwerk op een bank), verloven, trouwen en dan onafhankelijk van het ouderlijk juk kunnen gaan leven. Nul geloof, geen gedoe meer en ook weg uit de oude woonbuurt. Het verlangen daarnaar terug is mij ook compleet vreemd.

Altijd vooruit gekeken en zelden terug, ook al koester ik dan uit dat latere leven vele momenten als zinnig, leerzaam of een toevoeging aan mijn leven of kennis. Groepsdruk was of is me dus veelal vreemd. Niet gek dan ook dat je dan af en toe de bol enorm stoot, want wie meebuigt komt vaak verder dan hij of zij die rechtop in de wind blijft staan en de eigen mening ziet als onderbouwd en dus meer relevant. Zij die indertijd of nu met me omgaan zullen het beamen. Ga nou niet met allerlei onzin trachten om me mee te trekken naar een bepaalde kant, het gaat niet lukken. Met feiten overtuigen is een stuk simpeler. Maar hoe is dat met mijn lezers? Zijn die wel ooit meegenomen in een groep en lieten zich overtuigen van het plezier dat daaruit voort zou komen. Feesten, partijen, deelgenomen aan een orgie of massa-demonstratie zonder dat je wist waar het echt over ging? Vertellen hoor, want dat maakt het juist leuk. Want we zijn niet allemaal gelijk, juist niet. En de leer van Confusius is hier in Nederland een stuk minder ingewassen in de cultuur dan het individualisme. Dank bij voorbaat voor het meenemen in jouw lezersjeugd en wat daar allemaal een rol speelde. (beelden: Persoonlijk archief)

Dagboekanier…

Dagboekanier…

Als je wilt weten wat er zoal wanneer speelde op het gebied van je omgeving, of bijvoorbeeld het weer, dan wel de politiek, moet je eens terugkijken in oude agenda’s of dagboeken. Mits je die dagelijks bijhoudt natuurlijk.

Ik zelf ben een dagboekanier en schrijf elke dag op wat er zoal voorbij is gekomen. Vaak beknopt, altijd leuk om later terug te lezen. Zie je ook wat je op enig moment bezig hield, boos of verdrietig maakte of waaraan je nu goede herinneringen hebt. Toen ik onlangs weer eens wat oude archieven doorspitte vond ik ook weer een stapel zakagenda’s terug. En bedacht me dat voor dit blog werk het wel eens leuk kon zijn te zien wat ik indertijd allemaal beleefde. Spannend of saai? Geen idee. Dus nam ik als concept even deze publicatiedatum en keek met jullie terug.

Bijvoorbeeld naar 23 februari 2004. Ik was toen nog flink actief met mijn advies- en trainingswerk en had overleg met een potentiële klant die een of ander concept wilde uitventen. Daarna had ik een begrafenis van een oude dame die wij al jaren hadden gekend en haalden na afloop maar even een lekker hapje met wat thee bij de bekende bakker Kwekkeboom in Amsterdam-Zuid. Zo verwerkten we verdriet…Maar…daarna werkte ik gewoon verder op mijn thuiskantoor. Zie vorig blogje…

Een jaar later (2005) was ik voor een uitgeverij druk met maken van bladen voor MKB Nederland en kregen we een nieuwe titel aangeboden daar die ik ook onder mijn hoede mocht nemen. In de middag was er een presentatie in de RAI voor een netwerkgroep waar ik indertijd lid van was. Lekker breed dagje. Een jaar later, in 2006, was ik weer actief met die bladen van MKB Nederland. Overleg met en bij de opmakers daarvan was in die periode een aantal malen per week van toepassing. Wat we wel zagen was dat de opbrengsten van de advertentieverkopen aardig tegen vielen.

MKB Nederland bleek geen echt fijne partner op dat punt. Zou nog een cruciale rol spelen in de maanden die volgden. In 2008 was er het nodige te doen voor de door mij indertijd met marketingplannen en adviezen bediende Winkeliersvereniging Bos en Lommer maar wilde een auto relatie ook een plan van aanpak voor zijn dealerbedrijf. Een nieuw communicatienetwerk was in de maak en dat vroeg om een meeting. Andere tijden.. deed je toen nog… In 2009 was de situatie totaal anders. Uitgeverij over de kop, ik bleef zitten met een stapel oninbare vorderingen en daardoor even het spoor bijster over wat  nu te doen. Een jaar later was ik weer volop actief en deed aan promotie van mijn kennis en kunde onderweg. Helaas ging het met onze hond Purdy minder goed. Die liep toch wat op haar laatste pootjes.

Ennuh..Sven Kramer miste een buitenbaan en verloor zo goud op de Olympische Winterspelen. Vergeten we als volkje niet snel. In 2011 was ik weer druk met redactioneel werk voor een nieuwe MKB-krant in Haarlem. Was leuk werk. Ook diverse advertenties gemaakt voor auto klanten. Was toch lekker druk op de 23e februari van dat jaar. In 2012 was het allemaal weer anders. De crisis had toegeslagen en het aantal opdrachten matig. Maar ik bleef zoeken. 23-2-13 was op een zaterdag. En dan deed ik niet zo veel meer dan het koude weertype van dat jaar op die datum ondergaan. Was gewoon echt koud. Ik schreef intussen ook weer de nodige verhalen voor Auto-blog.nl waar ik al een aantal jaren voor actief was. Vooruit schrijven gaf altijd rust voor de publicatiedagen.

Op zondag de 23e februari 2014 waren we in Amstelveen om daar de smartphone van vrouwlief te laten upgraden. Zondagopeningen hebben zo hun voordeel. Op de terugweg naar huis kwamen we midden in de drukte terecht die werd veroorzaakt door een of andere voetbalwedstrijd van Ajax. Geen lusten maar lasten….. En zo heb ik een aantal jaren achter elkaar gezet waarbij de datum centraal stond. Grote verschillen onderling. Veel zal bekend zijn, soms nieuw. Ik blogde er soms ook wel eens over op dit platform of elders. Zelf zal jij als medeblogger of social-media-gebruiker ook wel van dit soort overzichten kunnen maken denk ik. Want in ieders leven zit afwisseling of ontwikkeling. Valt veel van te leren, zeker achteraf. (Beelden: Archief)      

Humor!

Humor!

Nou beste mensen, deze oudere jongere kan nog steeds keihard lachen om humor die hem raakt.

Opgevoed met films van Laurel & Hardy (toen al klassiekers) ontdekte ik al snel dat subtiel en over-the-top me veelal over de drempel van de gulle lach heen trekken. Gekkigheid in woord en beeld. Sommigen hebben dit aan de kont hangen. Nu is niet alle Britse humor is per definitie leuk. Juist waar de teksten scherp zijn en de mimiek van topniveau komt het beter over dan als men leuk doet om de lach. De Schutters een voorbeeld, ik lachte me daar gek om, vooral omdat Britten soms zichzelf compleet bespottelijk kunnen maken met behoud van hun traditionele gevoel de wereld te beheersen. Fawly Towers, de eerste reeksen Are You Being Served, Tommy Cooper. Maar die reeks van ‘On the buses’ al snel vervelend, net als Benny Hill.

Het pakte me dan niet. In Nederland zie ik Andre van Duyn als een echte komiek, zoals dat ook gold voor Johnny Kraaikamp Sr. Cabaretiers alleen als ze ook echt leuk zijn en niet als ze anderen fel bespottelijk maken. Ik ben dus niet zo van Youp van ’t Hek, meer van Hans Teeuwen of Guido Wyers. Omdat ik geen onderscheid wil zien in het bashen van sommige lieden. Polcor-humor is geen humor. En wij Nederlanders zijn slecht in het spiegelen van wat fout zit bij ons zelf. Wie dat wel doet kan rekenen op groot publiek.

Maar wie doet dat nog?? Bang voor van alles en nog wat en vooral van kritiek uit (on)verwachte hoek. Humor is soms tijdloos, maar er waren ook vroeger al humoristen die ik niet kon waarderen. Chaplin was er zo een. Ik zag er niks in. Veel te serieus en te overtuigd van zijn eigen leukigheid. Dat was nu net de kracht van Laurel & Hardy. Altijd zelf uiteindelijk het slachtoffer. Sloebers soms en niet bang voor een emmer water of een zaag op de bol. Ook geweldig vond ik ‘Keeping up Appearances’ met die geweldige actrice die Mrs.Bucket speelde (Mrs Bouquet….in haar jargon) waar de stijl van de middenklasse t.o.v. de onderklasse zo goed werd weergegeven.

Humor is dus ook persoonlijk, laat ik daar duidelijk over zijn. Wat ik leuk vind zal voor een ander niets betekenen. Mensen kopen massaal kaartjes voor Freek de Jonge of Claudia de Breij of soortgelijke lieden. Moet toch wel iets zeggen. Wellicht over mij?? Kan zo maar. Want ik kan mijzelf nog in de spiegel aankijken en om dat koppie lachen dan. Wie kan dit ook. Schroom niet hoor…..ik lach je niet uit… (Beelden: Internet/archief)

Uniform…

Een van de zaken die ik vanuit de geschiedschrijving zoals ik die hier elke zondag voor u neerleg toch weer terug kreeg in de herinnering was de toenmalige voorliefde voor ‘uniformen’. En dan bedoel ik niet die officiele en voor de politie of pakweg douane of KLM-vliegerkorps verplichte kleding, maar meer die zoals hoorde bij uitstraling en positie in de branche waar je werkzaam was of bent. Dat uniform van toen was het kostuum. Inclusief stropdas. En liefst elke dag iets anders. Toen ik onlangs voor een gelegenheid weer eens een stropdas tevoorschijn moest toveren schoot me te binnen dat ik tegenwoordig nog hooguit drie of vier keer per jaar een dergelijk kledingstuk om de iets uitgedijde nek strop. Een kostuum draag ik ook zelden meer en ik voel me daardoor toch een soort van bevrijd. In die vorige werkkringen was het kostuum verplichte kost. Zeker als je omging met relaties in het buitenland liep je er bij om door een Hollands ringetje te halen. Altijd schone overhemden mee, bijpassende sokken en gepoetste schoenen. Dat deed men daar ook, dus het was raar om er als een vent in zijn vrije tijd rond te hobbelen. Zou niet op prijs zijn gesteld.

Pas de laatste jaren zien we de trend van losse boorden, jeans, skinny jasjes en niet al te glimmende schoenen bij mannen. Ook als ze zaken doen. Kennelijk vinden we dat heel normaal en ik geef toe, zelf doe ik niet anders. Toen ik van de autobranche wisselde naar de wereld van de communicatie werd het colbertje op de jeans bij een wat sportiever overhemd norm. Een das was niet nodig, zelfs raar en daar paste ik mijn kleding op aan. Nu alweer bijna 20 jaar hetzelfde. Netjes maar niet overdreven. En nooit uniform. Dat gold indertijd overigens ook voor de stropdassen. Ik had ze in alle soorten en maten. Met opdrukjes, aangepast voor de gelegenheid droeg ik ze met vliegtuigen als onderwerp, of auto’s en uiteraard ook die dassen die waren uitgerust met een logo van het gevoerde of verkochte merk. Als steun en toeverlaat diende dasspelden. Ook al in verschillende soorten en maten. Soms met Laurel en Hardy als afbeelding, als ik iets vrolijks wilde uitstralen, een andere keer strak en zakelijk met het logo van mijn geliefde merk.

In de afgelopen jaren draag ik veelal een speld met een subtiel aangebrachte vulpen als toevoeging. Je bent breedschrijver of niet natuurlijk. Al die zaken mengen zich tussen verleden en heden. Veel van mijn toenmalige ‘uniformen’ gingen later richting kringloopwinkel of anderszins. Niet meer in gebruik en met een of twee kostuums in de kast kom je al een heel eind. Ik ontdekte toen ook dat ik wel erg veel keuze in de kast had hangen. Donker was overigens wel de norm. In de zomer net even vrolijker kleuren. Ook een soort VVD-look, double-breasted blauw jasje en grijze broek. Het kon en moest. Wat beb ik blij dat dit alles niet meer hoeft. En dat je tegenwoordig toch wat eenvoudiger gekleed door het leven kunt. Zal de huidige generatie zakelijke lieden deugd doen. Wat ik nu weer zie is dat veel van die lui als ze al een pak dragen van die wonderlijke overhemdboorden met teruglopende punten dragen. Waardoor de stropdas niet alleen de knoop laat zien maar ook een deel van dat wat om de nek geknoopt zit. Terug naar heel oude tijden. Die van de bovenklasse die dit droeg in combinatie met een hoge hoed. Dat onderscheidde van de werkende klasse die altijd petten droeg. Blijk ik toch een beetje een tussengeval, want ik draag tegenwoordig eigenlijk altijd een sportief petje. Mijn eigen uniform. Mijn eigen smaak. Vast niet goed, maar tenminste niet uniform…naar de verklaring van het woord dan. (Beelden: Yellowbird archief/persoonlijk)

Leven met de vliegende pijl – 19 – Nieuwe neuzen!

Ergens in de jaren tachtig werd duidelijk dat de tot dan geleverde Skoda-modellen met worm en rol stuurinstallaties en de nog uit de jaren van de 1000MB stammende bumpers toe waren aan een facelift. Een stevige meteen die ergens in 1984 werd ingezet. De toenmalige Skoda’s kregen een totaal nieuwe neus, kunststoffen bumpers, andere binnenbekleding, en een veel beter aanvoelende tandheugelinstallatie voor de bestuurde wielen van de luxere modellen. Doordat die wielen ook wat verder uit elkaar werden gezet, verbeterde de wegligging opmerkelijk, al werden die wagens in die jaren nooit echte liefhebbersauto’s. Maar voor de gemiddelde Skodakoper, vaak afkomstig uit andere wat goedkopere merken, was dit een enorme stap vooruit. Daarbij kwam nog eens dat naast de serie 105/120 nu ook een 130 werd geleverd, die o.a. positief opviel door een zelfde achterasconstructie als de aloude Rapid Coupe.

En om het nog mooier te maken kwam er ook een S130G Coupe, die ook weer als Rapid in de prijslijst verscheen en geweldig reed. Door de 1300cc motor was het ook bepaald een vlotte wagen die flink wat nieuwe klanten wist te trekken voor het merk. De kritieken vanuit de autojournalistiek werden er, als verwacht, niet meteen veel beter door, maar men werd wel iets milder in het oordeel. De Skoda’s stuurden veel fijner, het geluidsniveau in het interieur was, mede door een voor sommige modellen beschikbare vijf-versnellingsbak, verlaagd, en die nieuwe neuzen zorgden voor een sterk gemoderniseerde blik. De verkopen bleven op niveau, ook bij ons in het dealerbedrijf, al zochten we wel als managementteam van het dealerbedrijf naar verbreding van het totale gamma. Juist voor klanten die ‘iets anders wilden dan een Skoda’. En dat waren er best veel…. Maar voorlopig had Skoda weer een paar jaar haar zaakjes voor elkaar en het moet gesteld, de kwaliteit was nu op behoorlijk peil voor een fabriek uit die streken. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief)

Afstandelijke reclame.nl

Het was zo maar een dag in augustus! Ik had de radio aan staan. De hele dag. Thuis of in de auto. Eigenlijk altijd, als een soort behang. Normaal luister ik dan op enige afstand naar de voorbij komende reclameblokken. Selectieve doofheid…. Maar die dag viel me ineens op dat al die reclame-boodschappen een ding gemeen hadden….zij verwezen naar een website-adres. Dat gaat dan ongeveer zo. ‘Wil je naast je werk nog even genieten van extra spanning? Kom langs bij spreekafmetjebuurvrouw.nl’. ‘Een nieuwe serre in de tuin? Wij bij Koopnueenserrevoorweinig.nl maken graag een offerte voor u. Vanaf 500 Euro al een serre…vraag offerte bij……..’. ‘Vliegeensvlug.nl biedt je last-minute-reizen naar zonbestemmingen. Wil je drie weken naar Spanje voor slechts 299,00 per persoon? Kom langs op Vliegeensvlug.nl’. En ga zo maar door! Het lijkt wel of we niet meer te maken hebben met echte bedrijven, waar mensen werken met wie je op normaal menselijke wijze kunt communiceren.

Nee, we zijn www-adressen geworden. Met als achterliggende gedachte kennelijk dat je dan niet hoeft te praten met je (potentiele) klanten, maar gewoon alles digitaal kunt afwikkelen. Op zich niet ongewoon, maar als iedereen het doet praten straks alleen onze smartphones en laptops met elkaar. Aardig is ook dat er aanbieders zijn van al die achterliggende technologie die het nog bonter maken. Zoals ze je bij een storing van/in het internet-verbinden niet een telefoonnummer aanbieden voor je klachten, maar een http://www.adres. Dan ben je pas echt van de trap gevallen! Immers…hoe moet je in vredesnaam het internet benutten als dit niet werkt?? Nou?? Elke vezel in mijn lijf die ooit werd getraind of opgeleid met de gedachte dat klantvriendelijkheid toch wel eerste vereiste is om upberhaupt iets te verkopen of klanten vast te houden, wordt getriggered door dat afstandelijke gedrag. En echt, het is overal waarneembaar. Geen bedrijf meldt zich meer met een telefoonnummer. Alles moet digitaal.

Kennelijk ook omdat je dan niet door hebt hoe groot zo’n onderneming eigenlijk is. Bij Bol.com of Vodafone schat je dat nog wel op redelijke basis in, bij worldfashionandtrading.com kon het wel eens gaan om een enkele huisvrouw die er een handeltje bij doet in haar uitgebouwde schuur. Het zijn van die zaken die mij bezig kunnen houden. Even maar hoor, want daarna krijgen we het nieuws of de muziek. En ben ik weer even verdoofd. Tot de volgende STER-Reclame. Waarin overigens die spreekafmetjebuurvrouw.nl wel erg vaak voorbij kwam. Kennnelijk gokten ze daar op oververhitte klanten tijdens die warme periode die we meemaakten in de zomerse maanden. En wie dat wil nakijken kan terecht bij watwashetookalweervoorweerindezomervan2018.nl…. Veel succes! (En nee, ik doelde niet op Hunkemoller! Daar doen ze het nu net wel goed…)

Leven met de vliegende pijl 4 – Baanwissel…

Omdat ons gezin indertijd was uitgebreid met de komst van onze zoon, en ik juist in die jaren druk was op vele fronten, waaronder het afhandelen van chartervliegtuigen op vliegveld Beek bij Maastricht, vond vrouwlief dat het qua werkdruk wel eens een ‘tandje minder’ zou mogen. Gelijktijdig was ik met de nieuwe Amsterdamse Skoda-dealer zo tevreden geraakt, het bleken erg aardige en vakbekwame lieden, dat ik op Schiphol links en rechts reclame voor hen maakte. En al snel leidde dit tot verkopen van Skoda’s en andere auto’s aan concullega’s en zelfs buren. Het aandeel van Skoda in Amsterdam steeg daardoor, en toen we bij het bedrijf waar ik toen op Schiphol werkte de aloude VW Bus lieten opvolgen door een veel grotere Mercedes, ontstond er daarnaast ook behoefte aan een auto die het stadsvervoer zou kunnen regelen. Een tweedehands Ford Transit mocht dat werk gaan doen, mijn dealer mocht hem leveren. De contacten die we daardoor kregen werden hechter. Zodanig dat ik medio 1976 serieuze gesprekken begon te voeren met de eigenaar en zijn werkplaatssecondant over zijn bedrijfsvoering.

Hij moest van de toenmalige importeur Englebert nieuw bouwen, er kwam namelijk volgens de berichten een nieuwe Skoda aan, en zijn huidige pand aan de Amstelveenseweg was ver onder de maat voor de door de toenmalige importeur beschreven toekomst. Toen ik via Tsjechische contacten uit die tijd ook nog eens de eerste ‘geheime’ foto’s kreeg van de nieuwe Skoda die een jaar later zou verschijnen werd mijn interesse gewekt. Zou ik niet een professionele rol kunnen spelen bij de verkoop van die wagens? Desnoods in het dealerbedrijf op het moment dat die een eigen nieuwe showroom zou hebben gebouwd? Die gesprekken werden door de maanden die volgden steeds serieuzer, mijn onzekerheid of ik het wel zou kunnen week voor de liefde die ik had voor het merk en de behoefte daar iets mee te doen. Daarbij, het Schipholse bedrijf waar ik toen zat was nu voor de tweede keer overgenomen door een grotere onderneming, nieuwe mensen afkomstig van die grotere bedrijven kregen sleutelposities en voor mij als hardwerkende operationsmanager had men geen directiepost ingeruimd.

En dat viel bijzonder verkeerd bij iemand die zijn hart en meer vanaf de start aan dat bedrijf had gegeven. Begin 1977, net voor de AutoRAI van dat jaar waar de nieuwe Skoda werd geïntroduceerd, sloten we het akkoord over mijn indienst treding bij de Amsterdamse dealer voor Skoda. ‘Voor de verkoop’ dat sprak voor zichzelf! Tijdens de zeer belangrijke RAI, in februari 1977, kreeg Nederland de nieuwe Skoda te zien. Anders dan door velen gesuggereerd had die nog steeds de motor achterin zitten, ook al was de koets compleet nieuw en oogde als een ruimteschip naast de voorganger modellen. Die door Englebert overigens nog steeds werden verkocht. Men moest tenslotte van de laatste voorraden af van dat spul. Die dagen op de RAI leerden me veel. Praktijklessen op het gebied van verkoop en gedrag van mensen. Was ik op Schiphol toch meer gewend geweest aan business-to-business werken en een redelijk beschermde omgeving, in het autovak ging het heel anders toe. Ik zou er nog heel wat staaltjes van meekrijgen in mijn nieuwe rol. Wordt vervolgd! (Beelden: Skoda/Yellowbird Archief)

1987

Moet je ook eens doen. Terugkijken in je eigen leven en dat dan doen met wat mijlpalen uit je persoonlijke geschiedenis. Tien, twintig, dertig of meer jaren terug. En dan kijken hoe je leven er toen uitzag en in die periode er na veranderde (of juist niet). Maar ook hoe de wereld om ons heen anders werd. Ik neem vandaag als uitgangspunt en slechts ten voorbeeld, het jaar 1987. Dertig jaar is veel op een mensenleven en zeker ook als je naar de toestand in de wereld kijkt. In dat jaar bestond de Berlijnse Muur nog en waren Oost en West nog volkomen van elkaar vervreemd. Kernwapens op elkaar gericht en de mensen in Midden- en Oost-Europa opgesloten achter een IJzeren Gordijn. Gorbatschjow de grote man van de Sovjet-Unie, Reagan in het Witte Huis. Vonden we toen een vreemde snuiter. Een acteur tenslotte die democratisch president was geworden. Nederland ontworstelde zich in dat jaar net aan de economische malaise van het tijdperk. Het internet bestond slechts op een of andere universiteit. We belden nog met telefoons aan een draad, hadden maar net aan de faxmachine uitgevonden en de Televisie kende nog geen commerciele partijen.

Mijn persoonlijke leven speelde zich in dat jaar af in het toen nog relatief kleine Almere waar we indertijd net vijf jaar woonden. Groot huis met veel ruimte voor de hobby’s en daarnaast voldoende vierkante meters over voor de rest van het gezin… De buurt was gezellig, we kwamen er tenslotte aan het begin van dat decennium allemaal vanuit Amsterdam wonen en de onderlinge verhoudingen waren en bleven in ons buurtje bijzonder plezierig. Ik publiceerde in 1987 met een aantal vrienden al een aantal jaren een luchtvaartblad en daardoor werd er ook regelmatig gevlogen. Testvluchtjes, eerste keren met een bepaald type, maar daarnaast ook leuke tripjes met het gezin naar Londen of die eerste maal naar de VS, waar we in Florida met de mond open van wat we zoal observeerden, rondkeken en reden.

Mijn werk werd toen al een jaar of tien bepaald door het autovak waar ik als dealer-vertegenwoordiger een paar merken bediende, waaronder het Tsjechische Skoda dat zo trots was op haar nieuwste model, de Favorit, dat men ons dealers in november 1987 al naar Praag transporteerde in een Belgisch chartervliegtuig om die nieuwe auto te komen aanschouwen. Die vlucht zal ik niet snel vergeten. Want veel vertraging op de heenweg, een verkort programma in Praag, en dan weer terug. Om te ontdekken dat de Belgische vlieger niet op Schiphol wilde landen vanwege de dichte mist. We vlogen door naar Brussel. Om vandaar weer in een bus naar Schiphol te reizen en dan weer met de auto naar de resp. thuisadressen.

Het werd daardoor dik nachtwerk. Grappig is dat die nieuwe Skoda pas in 1989 op de RAI zijn officiele debuut zou maken en ons bedrijf zou storten in een soort van interne crisis omdat er keuzes tussen de gevoerde merken moesten worden gemaakt. Maar het resultaat daarvan lag nog drie jaar voor me in 1987. Ik weet nog wel dat ik ook toen al elke dag in ‘pak’ naar het werk ging en dat we als bedrijf de grootste dealer van Nederland werden met het Tsjechische en bijna de grootse met ons tweede merk, Daihatsu. Die strijd was indertijd buitengewoon belangrijk voor me. Ambities konden me toen bepaald niet worden ontzegd. En in 1987 ontmoette ik ook een nieuwe collega die later zou worden tot een van onze beste vriendinnen. Maar ook dat wisten we toen nog niet. Veel te druk. En dat ging nog wel even door….. Hoe zijn jouw herinneringen aan 1987? Of is dat intussen in de vergetelheid geraakt?! Ben benieuwd….(Fotos: Yellowbird/Cedok)

Tuinen van Appeltern

Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….

Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.

Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.

Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.

Boekdromen…

Ik merk dat ik bij het schrijven van het (derde)boek te maken krijg met herinneringen die kennelijk toch soms een randje van mijn gevoelens beroeren en me dan daarna in de slaap overvallen. Emoties die ik had weggestopt komen terug, gevoelens van boosheid, frustratie vertroebelen dan de rechte lijnen die mij overdag zo bevallen. De slaap als smaakmaker voor het leven, de droom als uiting van fantasie, gekoppeld aan werkelijkheid. Het is en blijft een vreemde verschijning. En dat verschijnen doet zich soms bijna letterlijk voor. Als mensen een rol spelen waarvan ik weet dat ze al een tijdje hemelen. Kortom een mix die kan zorgen voor hijgerig wakker worden. Niet omdat het allemaal zo ‘spannend’ is,  maar wel inspannend. Soms ben ik de dromen zo vergeten, op andere momenten blijven ze een paar uur na wakker worden in de bol zitten en zoek ik de diepere betekenis van wat ik al rennend en vliegend meemaakte.

Nu ben ik altijd wel letterlijk een aardig verhalende dromer geweest, maar dan wist ik wel waardoor e.e.a. werd opgewerkt. Algemeenheden, angsten, zaken die me raakten in de huidige of zeer recente geschiedenis. Vertaald naar een verhaal waar ik zelf een rol in speelde. Maar als die dromen de echte geschiedenis gaan vertellen, waarbij mijn carrièremoves een rol spelen, wordt het toch wel vervelend. Ik sloot sommige van die tijdperken af door iets compleet anders te gaan doen en de vorige fase te vergeten of mee te nemen als aardige leerschool. Wat ze meestal ook waren. Ook als ik zelf een paar negatieve beslissingen nam in zo’n tijdperk, dan nog leer je er als mens van. Als het goed is en je in staat bent over je eigen feilen heen te kijken. Dat laatste is niet iedereen gegund heb ik wel ontdekt en juist die mensen kom ik dan altijd weer tegen als ik met die dromen bezig ben. Malloten, nikskunners, allesweters, jaloerse lieden, misgunners, wraakzuchtigen, roddelaars, kortom het bekende rijtje types die je in het echte leven zo dwars kunnen zitten als jouw weg van zwart naar wit loopt of van helder naar eerlijk.

Ze maakten kennelijk veel indruk. Althans voldoende om me dwars te zitten in de slaap. Terwijl de mensen waar je echt iets aan had, waar je veel van leerde, die aardig liefdevol en vriendelijk waren en soms zelfs dat niet eens, geen hoofdrol krijgen aangeboden in dat snurkende verhaal dat alleen in de eigen geest wordt verfilmd. Nee, dat boek maakte meer los dan me soms lief is. Als dat nu net zo gaat met de inhoud is het goed. En voor wie daar interesse in heeft, ja, de laatste ronde correcties nadert zijn einde. Het moet dit jaar gaan lukken om het in druk richting lezers te krijgen. Wellicht dat die dan met mij mee kunnen dromen over een wereld die bijna niet meer bestaat maar zoveel invloed had op mijn persoonlijke ontwikkeling. Toch iets waard….al is het maar een reeks bijzondere dromen.  En jullie beste lezers? Hoe zit het met jullie dromen???