
Wie mij echt volgt en hier de verhalen leest zal zeker niet zijn ontgaan dat de meninggever zelf wel erg graag gedrukte media tot zich neemt. En dus niet digitaal maar boeken, bladen, teksten die ergens over gaan etc. Soms drie boeken tegelijk, bladen tussendoor. Van de wollige of inhoudsloze romans moet ik overigens maar weinig hebben. Het moet ergens over gaan. Historie, politiek, techniek, de liefhebberijen vragen zeker hun aandacht en ik wil ook nog eens ‘bij blijven’ al is dat vrijwel onmogelijk. Dus vulde ik de huisbieb onlangs weer aan met de nodige boekwerken. Over automerken als Melkus of Horch (uit de DDR) of Ford, over het eeuwfeest van Lufthansa, over de luchtoorlog van Mei 1940 boven ons land (later meer..), vliegende legendes etcetc.

In mijn boekenverzameling dus weinig luchtig geschreven romans al pak ik die tussendoor wel eens als ik om de inhoud moet lachen. Humor ligt me ook wel. Groot nadeel is de ruimte die het allemaal vraagt. Ik denk dat een beetje Openbare Bibliotheek zich niet zou schamen met het door de jaren heen verzamelde drukwerk dat ik hier in bijpassende kasten heb staan. En hoewel een deel van die boeken na lezen zelden zijn gepakt voor naslag of zoiets, er zitten er ook tussen die ik veelvuldig raadpleeg om op een ander punt weer verder te kunnen met een of ander project of om iets zeker te kunnen oreren. Alleen al over mijn stad Amsterdam heb ik inmiddels een kast vol proza staan en veel daarvan helpt om o.a. een door mij aangestuurde Facebookgroep over de stad te vullen met relevante informatie of weetjes.

Dan zijn er nog de trams en hun geschiedenis, ook al zo’n ‘bijwagen’ in de interessensfeer. En nooit vervelend of overbodig. Tuurlijk weet ik dat ik ooit zal moeten ‘lossen’. Het zal…maar voorlopig geniet ik nog te veel van wat dit leeswerk me brengt en kan ik met plezier aan een volgende titel beginnen. Kennis is macht en heeft me door de jaren heen veel gebracht. Zeker in een tijdperk waarin blijkt dat jongere generaties vrijwel niet meer lezen zoek ik de overdaad op dat gebied. Ik zou denken dat als jongelui nou eens zouden beginnen met goede stripboeken…dan leren ze ook wat. En wellicht komt de taal dan ook weer eens op hun pad, want als ik sommigen hoor praten hebben ze op school of thuis niet echt opgelet. En die strips vind ik zelf dan ook weer leuk. Misschien ben ik wel een jong ventje in oudere verpakking….Wie weet…Toch eens opzoeken….. Maar waar staan die boeken over psychologie nou ook al weer…. (Beelden: Prive)















Mocht je denken dat ik merkgevoelig ben…..mis! Ik vind sommige zaken die te koop worden aangeboden best interessant hoor, ik voel wel wat voor een behoorlijke kwaliteit, maar snap niet helemaal dat je honderden euri moet betalen voor een spijkerbroek omdat er een bepaald merklabel aan vast zit, of voor een boxershort die door een oud-tennisser op de markt wordt gemikt. Het moet doelen dienen die ik er aan stel. Schoenen bijvoorbeeld. Tuurlijk zullen er mensen zweren bij Nike of dat soort merken, maar ik zal er niet op lopen. Ik zweer bij het Duitse merk Rieker. Elk paar schoenen van dat merk die ik mij in de afgelopen 10-14 jaar veroorloofde te kopen zit meteen goed en loopt al snel na ingebruikname als de spreekwoordelijke pantoffels. Het is dus met die instelling dat ik trips maak naar zgn. discountstores of Outlet-centra.
Die in Roermond ken ik na diverse bezoeken vrij goed en weet dat je daar voor bepaalde merken aardig kunt slagen. Al zie ik het voordeel nog niet zo als men bijvoorbeeld shirts van een bepaald merk aanbiedt voor 99 Euro waar ze normaal 149 Euro zijn. Best prijzig nog. En ja dan zal er een logo op staan, so what? Maar verzorgd is het wel en ook altijd goed bezocht. Aan de andere kant van het land vindt je Batavia-Stad. Ligt tussen Lelystad en de dijk naar Enkhuizen daar en grenst aan de gelijknamige scheepswerf. Hier moet je wel zijn voor de koopjes. Men biedt echt korting, en dat trekt zo zag ik bij een recent bezoekje, een wat ander publiek dan die winkelverzameling in het zuiden. Vrouwlief zocht een bepaald merk schoenen, en bij die winkel was het echt druk. Maar de verkopers goed voorbereid, attent, ingesteld op hun klantjes en vandaar succesvol. Kijk, dat schoot lekker op en omdat we ook polderzus in het verre Zuid-Holland moesten bedienen liepen we al snel weg met vier paar schoenen onder de armen.
Naast de al geboden kassa-korting kwam er ook nog kwantumkorting overheen. En dat voor schoenen die kennelijk heerlijk zitten. Bij een kookwinkel slaagden we ook nog voor een zeer betaalbare bakpan van een goed merk voor op de net geplaatste inductie-kookplaat thuis. Vrouwlief verzekerde me van het feit dat deze prijs echt bijzonder was. En twee jaar garantie. Kijk, daar doe je het voor. De merken die men in Lelystad biedt zijn wat anders dan die in Roermond. Veel Nederlandse merken ook en dat schept een band met bepaalde klanten. De entourage is keurig netjes, het (betaalde)parkeerterrein ligt echt naar Amerikaans model tegen de winkels aan. Er zijn diverse restaurants en koffiehoekjes waar je iets kunt eten en drinken en een openbaar toilet (keurig verzorgd) is er ook.
Wie nog wat cultuur wil opdoen kan altijd doorlopen naar de aanpalende Bataviawerf waar het gelijknamige restauratieobject in het water dringend toe is aan opknappen. Schijnt een aardig prijskaartje aan te hangen. IK zou denken de ene hand wast de andere, sponsoring vanuit die outlet en je hebt weer extra publiciteit. Maar dat zal wel te simpel zijn. Hoe dan ook, als je anders dan ik, wel merkgevoelig bent, ga eens langs in Lelystad. Je slaagt er gegarandeerd en men werkt met echte kortingen. Kan nog net voor de herfst en de winter….(Beelden: Yellowbird)
De relatie met de Skoda-importeur was er intussen een van haat/liefde geworden. Wij waren landelijk gezien het meest succesvolle dealerbedrijf van dat moment als het ging om het aantal verkochte auto’s en dat wilden we weten ook. We zochten naar kansen om meer marge te verkrijgen, wilden de nieuwste modellen of kleuren als eersten in de showroom hebben staan en zo meer. Omdat we aan de andere kant op basis van de winst op die verkopen van de toenmalige Skoda’s nog niet echt in staat waren om onze huisvesting te vernieuwen, bleven de uitstraling van het pand dat al stamde uit 1932 en onze verdere marktaanpak wat beperkt. Dat leidde er toe dat men bij De Binckhorst besloot nieuwe dealers aan te stellen in ‘ons’ rayon om nog meer omzet te genereren. Dat zette veel kwaad bloed aan onze kant en kon op weinig begrip rekenen in onze managementskring. Dat leidde er mede toe dat we ingingen op een advertentie voor een nieuw merk. Of eigenlijk een oude bekende; Dacia! De Roemenen waren in zee gegaan met een Brabantse Alfa-dealer die wel iets zag in het onzekere maar qua presentatie belangrijke nieuwe leven als importeur. Daarbij de kansen voor de nieuwe Roemeense wagens hoger inschattende dan in het verleden wel eens het geval was geweest.
Daarbij kwam dat wij als dealerbedrijf nog wel eens wat auto’s verhuurden voor de periode van een jaar of wat, een situatie die zorgde dat we altijd druk waren in de werkplaats om juist die wagens (vaak Fords of Renaults) mobiel te houden. Skoda’s waren daarbij overigens niet in te zetten, het merk had nog geen zakelijke uitstraling indertijd maar ook geen stationcars, en wellicht dat we wel iets met die nieuwe Dacia’s konden. De Roemeense Renaults hadden in een paar jaar tijd een betere uitmonstering gekregen, wat zwaardere motoren en frisse kleuren. Maar belangrijker, er zat een stationcar in het gamma en een fraaie, praktische maar ook stoere Pick-up. En….volgens nieuwe importeur Primacar uit Prinsenbeek waren die Dacia’s nu ‘kwalitatief heel andere auto’s’ dan de vroeger door Englebert geïmporteerde en door ons toen zo verfoeide exemplaren. Omdat er in ons dealerbedrijf veel tweespalt heerste binnen de leiding over de uitbreiding van het gamma met wederom die Roemeense wagens van twijfelachtig allooi, besloten we om als MT samen een bezoek te brengen aan Prinsenbeek en die import en het nieuwe gamma met eigen ogen te aanschouwen. Dat werd een leuk en overtuigend gesprek. Met twee stemmen voor en een tegen binnen ons MT werd besloten alsnog Dacia te gaan voeren, maar dan ‘low-profile’.
We overlegden e.e.a. vooraf wel met De Binckhorst en dat werd een aardige teleurstelling. ‘Baas Iserief’ zag er niks in, die Dacia’s waren rechtstreekse concurrenten voor de nieuwe Skoda’s. We moesten kiezen of kabelen. We deden geen van tweeën en bestelden voor onze leaseafdeling een paar van die Dacia stationcars. Al snel stonden ze bij ons op het erf en ging er meteen een onder contract rijden bij een aannemingsbedrijf waar voorheen een Renault 18 Combi had gereden. Een tweede Dacia Break leverde ik aan een goede vriend op Schiphol waar de wagen op het platform van de luchthaven dienst zou doen als bedrijfsvervoer voor een Libanese luchtvaartmaatschappij en daarbij een 15 jaar oude Nissan moest opvolgen. Het werden drama’s. Zowel de ene als de andere wagen bleken zo vol te zitten met problemen dat we er mallotig van werden. De garantieafwikkeling van importeur Primacar was overigens keurig, daar niet van, maar veel vertrouwen gaf het niet. Dacia was nog steeds een rampenplan, zo leek het. En dan de druk vanuit Voorschoten om er vooral vanaf te blijven…… We moesten een nieuwe list verzinnen. En die werd ons op enig moment op een presenteerblaadje aangeboden. Nadat we eerste de Subaru-importeur op bezoek hadden gehad die ons een dealerschap voor dat merk aanbod, waar we op zich weinig inzagen kregen we contact met een tweede merk voor dit doel. Het Japanse merk Daihatsu meldde zich. Daar wilde men ook al expanderen, marktaandeel bevechten aan de vooravond van een modellenwisseling die voor het kleine dochtermerk van Toyota enorm belangrijk zou worden. Nieuwe dealers werden gezocht en o.a. ons toch wel succesvolle Skoda-dealerbedrijf gevonden.
Overleg met die lui was indertijd constructief, tijdrovend, maar ook erg professioneel. Anders dan vaak bij De Binckhorst het geval was, bleek men bij de Nederlandse Daihatsu-importeur alles behalve bescheiden in de eisen en verlangens naar dealers toe. En men verdeelde de stad Amsterdam ook meteen nog eens in twee gedeelten (rayons). Noord ging naar ene Jo v.d. Weide, een vroegere Nissan-dealer die van wanten wist en waar we nog heel wat mee te stellen zouden krijgen. Voor Daihatsu zouden we als onderdeel van de plannen ook moeten gaan bouwen. Nieuwbouw op de plek van de oude uit 1977 stammende barakken. Financiering bleek daarbij niet echt een groot probleem, het businessplan werd intensief bestudeerd door adviseurs van binnen en buiten ons bedrijf en bijgesteld waar nodig waarna begin 1985 de eerste spaden de grond in gingen. De Binckhorst ging ook akkoord met ons plan, mits Skoda daar nog steeds een belangrijke rol in zou spelen. Dat beloofden we. Helaas bleek dat de toenmalige aandeelhouders van het dealerbedrijf intussen al heel andere plannen hadden, waarvan ik toen nog niet op de hoogte was. Anders was ik wellicht niet zo enthousiast geweest over het binnenhalen van dat overigens aardige en kwalitatief hoogwaardige Japanse merk. Wordt vervolgd! (Beelden: Daihatsu/Internet)
Marktplaats geeft eens per zoveel maanden een overzicht van de door haar geregistreerde handel op velerlei gebieden, maar zeker ook daar waar het de autoverkopen betreft. Steeds meer verkopers en kopers weten elkaar te vinden op dit platform om zo de auto van hun dromen te verwerven of om er juist vanaf te komen. Door een toenemende focus op innovatie van het platform in combinatie met een aantrekkende economie heeft Marktplaats Auto’s in 2017 een naar eigen verklaring zeer succesvol jaar gedraaid. Dit blijkt uit cijfers en dataonderzoek van het handelsplatform. Gemiddeld vonden er dagelijks 3,5 miljoen zoekopdrachten rondom auto’s plaats. Er werden in 2017 dagelijks ruim 7.300 occasions geplaatst, waarvan de meerderheid door autobedrijven (85%). Gedurende het afgelopen jaar stegen de verkoopprijzen flink, zo was de vraagprijs van nieuwe modellen in het laatste kwartaal maar liefst 30% hoger ten opzichte van het eerste kwartaal in 2017.
De top drie van meest populairste automerken bestaat uit Mercedes-Benz, BMW en Volkswagen. Opvallend is dat Mercedes-Benz vanaf januari tot oktober het populairste was, maar in het laatste kwartaal werd ingehaald door Volkswagen.
Aanbod elektrische auto’s
In mijn recente blogs over imago en zo meer heb ik al eens uitgelegd dat grote autoconcerns soms meesters zijn in het delen van hun platforms en/of technieken met andere merken, waardoor de ontwikkelingskosten voor een bepaald model worden uitgesmeerd over een zo breed mogelijke periode of hogere aantallen verkochte auto’s. Dit fenomeen tref je aan bij vrijwel alle grote jongens in automotiveland en levert ze bepaald geen windeieren op. Bij General Motors kent men ook een paar merken die we hier nauwelijks (meer) kennen maar die wel een grote rol spelen bij de productie van modellen die onder de naam van een ander concernmerk worden vermarkt. Denk maar eens aan de Opels die eigenlijk afkomstig zijn uit Korea en gebouwd werden bij Daewoo dat in onze streken op enig moment Chevrolet moest heten.
In Japan heeft GM ook zo’n merk, Isuzu. En ook dat bedrijf vervulde vooral een productierol. Al moet gesteld worden dat Isuzu een van de eerste Japanse automerken was die het ook bij ons probeerden. Met erg aardige personenwagens als de Florian of Bellel en Bellett die in bepaalde vorm zelfs taxichauffeurs overhaalden er een of meer te proberen. Toch trok General Motors de stekker uit dit avontuur en liet Isuzu later vooral bedrijfswagens bouwen die onder de merknaam Opel via de achterdeur ook Nederland bereikten. Denk maar eens aan de stoere Frontera 4×4 die heel wal Opelrijders het gevoel gaven dat ze in een stevige Duitser rondreden terwijl de auto toch echt uit Japan kwam. Het gescharrel met merken door GM had ook een nadelig effect, er werd ook driftig gekopieerd.
En zo kon het voorkomen dat een jaar of wat geleden ineens een kloon van die Isuzu verscheen onder de Chinese merknaam Landwind. Had een uiterlijk dat wel heel goed ‘gejat’ was. De veiligheid was men bij de Chinezen echter vergeten en dat avontuur stopte al snel. Maar Isuzu bouwde intussen vrolijk verder. Maakte o.a. de Gemini. In eerste instantie een op de Opel Kadett C van toen gebaseerde compacte auto die bij Isuzu meteen een stevige 1,8 liter motor geleverd kreeg die 110pk’s beloofde. Wel een heel andere auto dan de wat suffige Opels die we hier kenden. Isuzu paste de motoren in 1977 zodanig aan dat deze voldeden aan de milieunormen van toen. GM liet de Isuzu ook verkopen als Chevrolet Gemini, Buick Opel, Holden Gemini, Opel Gemini en Saehan Gemini. Om maar een idee te geven van dat ‘batch-selling’ idee wat men bij GM hoog in het vaandel heeft zitten. De opvolger van die Kadettkloon was een eigen ontwerp dat over de hele wereld verkocht moest kunnen worden.
En zo werd de Gemini dan ook verkocht als Chevrolet, Pontiac, Holden en kon zo op vrijwel elk continent worden gevonden. Gek genoeg niet in Europa, bij Opel zag men weinig handel in de nieuwe Japanner. Dat maakte ook dat we hem hier nooit zagen rijden, of het was een grijs geïmporteerde versie. Aan het einde van de jaren negentig staakte Isuzu te productie van haar eigen personenwagens nadat het eerder nog een tijdje een Hondamodel had aangeboden als Isuzu. Om het ingewikkeld te maken…. Tegenwoordig dus vooral achter de schermen werkend en het moederconcern bedienend met bedrijfswagens en suv’s. Maar daardoor niet minder belangrijk in autoland. En meteen ook een voorbeeld van hoe het in autoland toe gaat. Kijk maar eens naar je eigen auto en bedenk dat die wel eens heel ergens anders vandaan kan komen dan je zelf dacht. Best confronterend.




