Leven met de vliegende pijl – 22 – Daihatsu

De relatie met de Skoda-importeur was er intussen een van haat/liefde geworden. Wij waren landelijk gezien het meest succesvolle dealerbedrijf van dat moment als het ging om het aantal verkochte auto’s en dat wilden we weten ook. We zochten naar kansen om meer marge te verkrijgen, wilden de nieuwste modellen of kleuren als eersten in de showroom hebben staan en zo meer. Omdat we aan de andere kant op basis van de winst op die verkopen van de toenmalige Skoda’s nog niet echt in staat waren om onze huisvesting te vernieuwen, bleven de uitstraling van het pand dat al stamde uit 1932 en onze verdere marktaanpak wat beperkt. Dat leidde er toe dat men bij De Binckhorst besloot nieuwe dealers aan te stellen in ‘ons’ rayon om nog meer omzet te genereren. Dat zette veel kwaad bloed aan onze kant en kon op weinig begrip rekenen in onze managementskring. Dat leidde er mede toe dat we ingingen op een advertentie voor een nieuw merk. Of eigenlijk een oude bekende; Dacia! De Roemenen waren in zee gegaan met een Brabantse Alfa-dealer die wel iets zag in het onzekere maar qua presentatie belangrijke nieuwe leven als importeur. Daarbij de kansen voor de nieuwe Roemeense wagens hoger inschattende dan in het verleden wel eens het geval was geweest.

Daarbij kwam dat wij als dealerbedrijf nog wel eens wat auto’s verhuurden voor de periode van een jaar of wat, een situatie die zorgde dat we altijd druk waren in de werkplaats om juist die wagens (vaak Fords of Renaults) mobiel te houden. Skoda’s waren daarbij overigens niet in te zetten, het merk had nog geen zakelijke uitstraling indertijd maar ook geen stationcars, en wellicht dat we wel iets met die nieuwe Dacia’s konden. De Roemeense Renaults hadden in een paar jaar tijd een betere uitmonstering gekregen, wat zwaardere motoren en frisse kleuren. Maar belangrijker, er zat een stationcar in het gamma en een fraaie, praktische maar ook stoere Pick-up. En….volgens nieuwe importeur Primacar uit Prinsenbeek waren die Dacia’s nu ‘kwalitatief heel andere auto’s’ dan de vroeger door Englebert geïmporteerde en door ons toen zo verfoeide exemplaren. Omdat er in ons dealerbedrijf veel tweespalt heerste binnen de leiding over de uitbreiding van het gamma met wederom die Roemeense wagens van twijfelachtig allooi, besloten we om als MT samen een bezoek te brengen aan Prinsenbeek en die import en het nieuwe gamma met eigen ogen te aanschouwen. Dat werd een leuk en overtuigend gesprek. Met twee stemmen voor en een tegen binnen ons MT werd besloten alsnog Dacia te gaan voeren, maar dan ‘low-profile’.

We overlegden e.e.a. vooraf wel met De Binckhorst en dat werd een aardige teleurstelling. ‘Baas Iserief’ zag er niks in, die Dacia’s waren rechtstreekse concurrenten voor de nieuwe Skoda’s. We moesten kiezen of kabelen. We deden geen van tweeën en bestelden voor onze leaseafdeling een paar van die Dacia stationcars. Al snel stonden ze bij ons op het erf en ging er meteen een onder contract rijden bij een aannemingsbedrijf waar voorheen een Renault 18 Combi had gereden. Een tweede Dacia Break leverde ik aan een goede vriend op Schiphol waar de wagen op het platform van de luchthaven dienst zou doen als bedrijfsvervoer voor een Libanese luchtvaartmaatschappij en daarbij een 15 jaar oude Nissan moest opvolgen. Het werden drama’s. Zowel de ene als de andere wagen bleken zo vol te zitten met problemen dat we er mallotig van werden. De garantieafwikkeling van importeur Primacar was overigens keurig, daar niet van, maar veel vertrouwen gaf het niet. Dacia was nog steeds een rampenplan, zo leek het. En dan de druk vanuit Voorschoten om er vooral vanaf te blijven…… We moesten een nieuwe list verzinnen. En die werd ons op enig moment op een presenteerblaadje aangeboden. Nadat we eerste de Subaru-importeur op bezoek hadden gehad die ons een dealerschap voor dat merk aanbod, waar we op zich weinig inzagen kregen we contact met een tweede merk voor dit doel. Het Japanse merk Daihatsu meldde zich. Daar wilde men ook al expanderen, marktaandeel bevechten aan de vooravond van een modellenwisseling die voor het kleine dochtermerk van Toyota enorm belangrijk zou worden. Nieuwe dealers werden gezocht en o.a. ons toch wel succesvolle Skoda-dealerbedrijf gevonden.

Overleg met die lui was indertijd constructief, tijdrovend, maar ook erg professioneel. Anders dan vaak bij De Binckhorst het geval was, bleek men bij de Nederlandse Daihatsu-importeur alles behalve bescheiden in de eisen en verlangens naar dealers toe. En men verdeelde de stad Amsterdam ook meteen nog eens in twee gedeelten (rayons). Noord ging naar ene Jo v.d. Weide, een vroegere Nissan-dealer die van wanten wist en waar we nog heel wat mee te stellen zouden krijgen. Voor Daihatsu zouden we als onderdeel van de plannen ook moeten gaan bouwen. Nieuwbouw op de plek van de oude uit 1977 stammende barakken. Financiering bleek daarbij niet echt een groot probleem, het businessplan werd intensief bestudeerd door adviseurs van binnen en buiten ons bedrijf en bijgesteld waar nodig waarna begin 1985 de eerste spaden de grond in gingen. De Binckhorst ging ook akkoord met ons plan, mits Skoda daar nog steeds een belangrijke rol in zou spelen. Dat beloofden we. Helaas bleek dat de toenmalige aandeelhouders van het dealerbedrijf intussen al heel andere plannen hadden, waarvan ik toen nog niet op de hoogte was. Anders was ik wellicht niet zo enthousiast geweest over het binnenhalen van dat overigens aardige en kwalitatief hoogwaardige Japanse merk. Wordt vervolgd! (Beelden: Daihatsu/Internet)

 

Marktplaats indicatie voor levendige handel in auto’s

Marktplaats geeft eens per zoveel maanden een overzicht van de door haar geregistreerde handel op velerlei gebieden, maar zeker ook daar waar het de autoverkopen betreft. Steeds meer verkopers en kopers weten elkaar te vinden op dit platform om zo de auto van hun dromen te verwerven of om er juist vanaf te komen. Door een toenemende focus op innovatie van het platform in combinatie met een aantrekkende economie heeft Marktplaats Auto’s in 2017 een naar eigen verklaring zeer succesvol jaar gedraaid. Dit blijkt uit cijfers en dataonderzoek van het handelsplatform. Gemiddeld vonden er dagelijks 3,5 miljoen zoekopdrachten rondom auto’s plaats. Er werden in 2017 dagelijks ruim 7.300 occasions geplaatst, waarvan de meerderheid door autobedrijven (85%). Gedurende het afgelopen jaar stegen de verkoopprijzen flink, zo was de vraagprijs van nieuwe modellen in het laatste kwartaal maar liefst 30% hoger ten opzichte van het eerste kwartaal in 2017.

De vraagprijs voor occasions was 10.985 euro in het laatste kwartaal van 2017, dit is een stijging van ruim 8% ten opzichte van het eerste kwartaal. De vraagprijs voor nieuwe auto’s steeg nog harder. In het vierde kwartaal van 2017 is de gemiddelde vraagprijs van 35.450 euro ruim 30% hoger dan het eerste kwartaal van 2017. De duurste auto die dit jaar werd aangeboden op Marktplaats was een Lamborghini Aventador, met een prijskaartje van 737.742 euro.

De top drie van meest populairste automerken bestaat uit Mercedes-Benz, BMW en Volkswagen. Opvallend is dat Mercedes-Benz vanaf januari tot oktober het populairste was, maar in het laatste kwartaal werd ingehaald door Volkswagen.

 

Top 3 meest gezochte automerken op Marktplaats 2017
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Mercedes-Benz Mercedes-Benz Mercedes-Benz Volkswagen
BMW BMW BMW Mercedes-Benz
Volkswagen Volkswagen Volkswagen BMW

Aanbod elektrische auto’s                                

Gedurende 2017 bleek al dat het aanbod elektrische en hybride auto’s op Marktplaats niet zo groot was als een jaar eerder. Ook de totaalcijfers van 2017 tonen dat het aantal advertenties met elektrische of hybride auto’s aanzienlijk lager lag dan in 2016 (daling van 27%). Dit is opvallend, aangezien er vorig jaar juist een sterke toename van 50 procent te zien was. Een mogelijke verklaring hiervoor is de minder aantrekkelijke fiscale regelgeving waardoor er minder auto’s op de markt zijn gekomen. (Beelden: Importeurs)

 

Levert vooral andere merken; Isuzu!

In mijn recente blogs over imago en zo meer heb ik al eens uitgelegd dat grote autoconcerns soms meesters zijn in het delen van hun platforms en/of technieken met andere merken, waardoor de ontwikkelingskosten voor een bepaald model worden uitgesmeerd over een zo breed mogelijke periode of hogere aantallen verkochte auto’s. Dit fenomeen tref je aan bij vrijwel alle grote jongens in automotiveland en levert ze bepaald geen windeieren op. Bij General Motors kent men ook een paar merken die we hier nauwelijks (meer) kennen maar die wel een grote rol spelen bij de productie van modellen die onder de naam van een ander concernmerk worden vermarkt. Denk maar eens aan de Opels die eigenlijk afkomstig zijn uit Korea en gebouwd werden bij Daewoo dat in onze streken op enig moment Chevrolet moest heten.

In Japan heeft GM ook zo’n merk, Isuzu. En ook dat bedrijf vervulde vooral een productierol. Al moet gesteld worden dat Isuzu een van de eerste Japanse automerken was die het ook bij ons probeerden. Met erg aardige personenwagens als de Florian of Bellel en Bellett die in bepaalde vorm zelfs taxichauffeurs overhaalden er een of meer te proberen. Toch trok General Motors de stekker uit dit avontuur en liet Isuzu later vooral bedrijfswagens bouwen die onder de merknaam Opel via de achterdeur ook Nederland bereikten. Denk maar eens aan de stoere Frontera 4×4 die heel wal Opelrijders het gevoel gaven dat ze in een stevige Duitser rondreden terwijl de auto toch echt uit Japan kwam. Het gescharrel met merken door GM had ook een nadelig effect, er werd ook driftig gekopieerd.

En zo kon het voorkomen dat een jaar of wat geleden ineens een kloon van die Isuzu verscheen onder de Chinese merknaam Landwind. Had een uiterlijk dat wel heel goed ‘gejat’ was. De veiligheid was men bij de Chinezen echter vergeten en dat avontuur stopte al snel. Maar Isuzu bouwde intussen vrolijk verder. Maakte o.a. de Gemini. In eerste instantie een op de Opel Kadett C van toen gebaseerde compacte auto die bij Isuzu meteen een stevige 1,8 liter motor geleverd kreeg die 110pk’s beloofde. Wel een heel andere auto dan de wat suffige Opels die we hier kenden. Isuzu paste de motoren in 1977 zodanig aan dat deze voldeden aan de milieunormen van toen. GM liet de Isuzu ook verkopen als Chevrolet Gemini, Buick Opel, Holden Gemini, Opel Gemini en Saehan Gemini. Om maar een idee te geven van dat ‘batch-selling’ idee wat men bij GM hoog in het vaandel heeft zitten. De opvolger van die Kadettkloon was een eigen ontwerp dat over de hele wereld verkocht moest kunnen worden.

En zo werd de Gemini dan ook verkocht als Chevrolet, Pontiac, Holden en kon zo op vrijwel elk continent worden gevonden. Gek genoeg niet in Europa, bij Opel zag men weinig handel in de nieuwe Japanner. Dat maakte ook dat we hem hier nooit zagen rijden, of het was een grijs geïmporteerde versie. Aan het einde van de jaren negentig staakte Isuzu te productie van haar eigen personenwagens nadat het eerder nog een tijdje een Hondamodel had aangeboden als Isuzu. Om het ingewikkeld te maken…. Tegenwoordig dus vooral achter de schermen werkend en het moederconcern bedienend met bedrijfswagens en suv’s. Maar daardoor niet minder belangrijk in autoland. En meteen ook een voorbeeld van hoe het in autoland toe gaat. Kijk maar eens naar je eigen auto en bedenk dat die wel eens heel ergens anders vandaan kan komen dan je zelf dacht. Best confronterend.

Rijvaardigheid

A10trajectcontroleANP-TelgraafZelfs in mijn eigen toch aardig vrouwvriendelijke geest kwam nog wel eens de twijfel voor aan de rij-capaciteiten van sommige vertegenwoordigsters van dat geslacht. Je hoeft maar om je heen te kijken, en snapt waarom. Ik schreef er in ander verband wel eens eerder over. Nu kwam onlangs bij de ANWB, toch een instituut op het gebied van verkeer als het niet gaat over verdedigen van de rechten van autobezitters, een onderzoek uit waarvan de uitslag de haren te bergen doet rijzen. De gemiddelde automobilist heeft niet te veel kaas gegeten van de verkeersregels in dit land. Van de bijna 11.000 deelnemers aan het onderzoek onder Kampioenlezers vielen er 78% door de mand. Driekwart! Dat is best veel. Maar uit het onderzoek bleek ook dat de mannen die regels beter kennen dan vrouwen. Van de vrouwen zou slechts 16% van hen slagen voor het theoretisch examen. Mannen deden het beduidend beter met 28% al is dat cijfer ook niet al te hoopgevend.

foto_nieuweschansWaar men over het algemeen weinig van snapte waren de verkeersregels op rotondes, van het voorrang nemen of geven bij uitritten, het in- en uitvoegen op snelwegen en men bleek ook moeite te hebben met snelheidslimieten. Het woud aan borden en uitzonderingen op bepaalde verbods- of gebodsregels was voor velen een te hoge hindernis. Van al die mensen die men in het onderzoek had kunnen betrekken bleken ouderen het minder goed te doen dan jongeren die hun examen net achter zich hadden gelaten. Veel ouderen hebben moeite met nieuwe verkeersregels en interpreteren die dan maar op eigen wijze. Wie nu tussen de 25 en 34 jaar oud is heeft de meeste kans om een herexamen ook echt te behalen.

Veiligheidsriemen 2Maar dat zegt niets over veroorzaken van schades, want daar scoren ouderen juist weer veel beter dan jongeren. Jeugdige overmoed en een machogevoel spelen daarbij een grote rol. Los van het feit of je nu man of vrouw bent, de slechtste chauffeurs kiezen gek genoeg voor een bepaald merk auto waardoor ze bijna simpel zijn aan te wijzen als notoire verkeersregels aan hun laars lappend. Alfa Romeo, KIA, Mercedes, Daihatsu en Suzukirijders zitten in de gevarenhoek. Niet gek als je ziet dat veel modellen van die merken door vrouwen worden bereden. Mannenmerken als Chevrolet, Volkswagen, Skoda, Audi en Volvo scoren daarentegen juist goed. Hun eigenaren kennen de regels juist bovengemiddeld goed. Binnen de grenzen van die totaaluitslag natuurlijk. Want die is verbijsterend. Zeker voor vrouwen!

Duitse invasie

WP_20141003_013Net als bij onze zijn ook bij de oosterburen bepaalde dagen benoemd tot ‘Nationale feestdagen’ en schijnt de bevolking zich dan acuut te vervelen op een wijze die hen doet vluchten. Zijn wij op bijvoorbeeld de ‘tweede van alle christelijke feestdagen’ onderweg naar meubelboulevard, tuincentrum of autodealer, de Duitser in de grensstreek kiest dan voor een bezoekje aan ons land. Dat op zich is geen straf. Zeker niet voor de ondernemers in de grensstreek die van de omzetten die deze Duitse invasie teweeg brengt aardig kunnen leven. Bij toeval maakten wij een keer aan den lijve mee hoe zo’n invasie in zijn werk gaat. We waren onderweg in het Limburgse en wilden even naar Roermond. Op 3 oktober jl. En dat is in Duitsland de grote feestdag vanwege de samenvoeging van de BRD met de DDR na de Wende in 1989. Symbolisch datum, maar viel dit jaar ook samen met de herfstvakantie en de Oktoberfeesten. Het zorgde voor enorme files en raad eens wie daar midden in stonden? Zeker…wij!

WP_20141003_002Nadat we de auto ergens achteraf hadden mogen parkeren, samen met honderden Duitse automobilisten, liepen we de normaal altijd zo rustieke outletstore-omgeving in die aan de rand van het centrum van een van Limburgs gezelligste steden te vinden is. Ongekend. Men struikelde over elkaar heen en stond ‘richtig Slange’ voor winkels als Ralph Lauren of TAG Heuer. In de rij om naar binnen te mogen bij zo’n relatief dure merkwinkel? Het was voor ons een nieuwe gewaarwording. We wrongen ons door de rijen heen en vluchtten richting centrum van Roermond. Waar men tenminste weer normaal ‘Nederlands’ sprak. Nou ja, het dialect van Midden-Limburg lijkt daar soms op, maar het was tenminste geen Duits. We leken wel te gast in eigen land met deze enorme aantallen mensen. En volgens de verkeersinformatie op de Smart kwamen er nog veel meer aan. Kilometers file, op alle wegen, richting Roermond, Venlo, Arnhem. Mooi weer, vrij bij de buren en winkeliers met open armen.

WP_20141003_004Een geweldige combinatie. Op het gezellige terrasje waar we even aan de koffie zaten bespraken we het met de lopende reclamezuil voor de eigen waren. De uitbater waarschuwde ons dat ‘straks in omgekeerde richting we weer vast zouden komen te zitten als we niet een andere route zouden nemen’. Indachtig dit advies deden we dat. Niet naar de A73, maar richting N273, langs Baarlo en Venlo. Scheelde veel en ik kon zonder al te veel moeite even langs bij de grote collectie vliegtuigen van de bekende autohandelaar in Baarlo. Komt geen Duitser voor, maar ik wel.