
In de loop van die jaren die ik onafhankelijk en als klein ondernemer door maakte zaten heel wat leuke dingen maar ook best wel wat confronterende. Je leert van zowel het een als het ander, daar niet van, maar die minder leuke, vooral als ze me geld kostten, herinner ik eigenlijk liever niet. Zo was er die ontmoeting met een redelijke bekende autojournalist die me benaderde met een geniaal (..) idee van een online platform voor mensen die geinteresseerd waren in automotive, klikjes kostten volgens de door hem bedachte formule geld en sponsoren rondden het inkomensplaatje aardig af. dat alles in theorie. Dat webplatform stond redelijk rap overeind. Nieuws, dealer-reviews, autotests, bedenk het en het stond er op.

Ik zorgde voor de publiciteit en deed dat met verve en inzet van eigen middelen. Op enig moment stokte de groei. Kwam doordat de betreffende man er vanuit ging dat ik toch vooral de verkoop zou doen en hij de redactie. En dat was een misvatting. Tenslotte was en ben ik zeker ook een schrijver en had geen zin het hele land door te rijden of af te bellen met smeekbedes en verkooppraatjes. Het leidde tot een vroegtijdig einde van de samenwerking en ik schreef weer het nodige af op de balans aan ongebruikt promotiemateriaal. Hij zelf ging trouwens nog even verder met zijn plannen maar liet die bij gebrek aan binnenkomend kapitaal na enige tijd zelf ook maar los. Intussen was ik in de samenwerking met de uitgever van de genoemde bladen ook terecht gekomen in hun promotie/reclamebureau-afdeling. En daar trokken ze nog iemand aan die in Amsterdam de nodige ondernemersverenigingen kende. Zo moest nieuwe handel worden gegenereerd.

Een daarvan was een grote en bekende Amsterdamse markt waar kooplieden en winkeliers hun nering extra onder de aandacht wilden brengen omdat ze al jaren enorm veel schade leden door de aanleg van de Noord-Zuid-Metrolijn. Zo gezegd zo gedaan en al snel werden we in staat gesteld om o.a. een echte Sinterklaasintocht te organiseren met muziek en originele Zwarte Pieten, dat kon toen nog. Wij, ingehuurd of in dienstverband, van de reclame liepen zelf mee als begeleidende bemanning, een Surinaamse band speelde Sinterklaasliedjes en een Tuk Tuk diende als vervoer voor de Sint. Het werd een groot succes. Later deden we dit nog eens, maar toen was het budget al zodanig dat van de eerder gemaakte zaken weinig overbleef. Ik moest toen zelfs als ingehuurde kracht nog speechen op die markt om mensen naar de Sint te trekken die in een soort kerstslede werd voortgetrokken door zijn donker gekleurde zwarte pieten. Een paar beveiligers uit de buurt hielden al te agressieve mensen uit de buurt van de Sint. Ook toen al was voor sommige nieuwe Amsterdammers de hele vertoning te veel van het politiek incorrecte en het werd dus voor die Sint zijn Waterloo. Toch was dit erg aardig om te doen. Jammer was dat het reclamebureau waar ik toen in opdracht voor werkte later zou zorgen voor nog veel meer ellende. Maar had ook van doen met het fiasco van die bladenhandel waarover ik al eerder schreef. De kas bleek leeg, vergoedingen voor mij werden gewoon niet uitgekeerd en dus ontstond er wrevel….(Beelden: Yellowbird archief)




































Het was echt liefde op het eerste gezicht toen we daar ergens aan het begin van de jaren negentig voor het eerst een bezoek brachten; Edinburgh. Schotse hoofdstad, prachtige geschiedenis, dito gebouwen en wat een aardige mensen die Schotten. Wij kenden het Verenigd Koninkrijk van onze bezoeken van een jaar of twintig regelmatige bezoeken en diverse plekken aardig, maar dit was toch de overtreffende trap. Vanaf het vliegveld met een rechtstreekse buslijn aan komen rijden en dan rechts van je dat echt ontroerend mooie kasteel op een hoge heuvel zien. Princess Street, met dat wonderlijke beeld van aan de ene kant pand na pand winkels met hotels en aan de andere kant diepe dalen waar parken te vinden zijn maar ook het befaamde Waverley Station.



Voor veel mensen een naam, niet meer. Soms zoekt men het in een vertaling van het woord ‘eten’ op zijn Duits. Maar voor mij was het heel lang toch meer een bestemming. Essen in het Ruhrgebied waar ik heel lang geleden voor het eerst te gast was. Nog in een tijd dat dit zelfde Ruhrgebied bezig was zich los te worstelen van een beladen verleden. Deze stad werd tijdens de Tweede W.O. heftig gebombardeerd door de Britten en Amerikanen en dat liet haar sporen na. Sporen die je indertijd nog goed kon zien aan of in de toenmalige bebouwing. Wij logeerden voor die trips in eerste instantie bij (schoon)familie in Bottrop, later reden we gewoon op een dag even heen en weer. Essen was toen al een minder provinciale plaats dan onze logeerplek, maar dat werd door de jaren heen flink anders. Men knapte de gebouwen op, bouwde nieuw, breidde uit en moderniseerde het wegennet en OV.
Heel handig was wel dat je tot diep in het centrum kon doorrijden, daar je auto parkeren en dan binnen 3 minuten de winkelstraten in kon lopen. Die straten kennen een heuvelachtig karakter, net zoals de hele omgeving een glooiend karakter heeft. Machtig mooi winkelaanbod ook, zeker voor mij. Talloos waren de modellen die ik er vond bij specialistische winkels, maar ook de boekhandels waren een puur genoegen om rond te struinen. Baedekker was er zo een. Altijd wel iets te vinden van de gading. Duitsers zijn lezers naar traditie, en dat merk je. Maar ook de nodige warenhuizen toen. Karstadt, Kaufhoff, Woolworth. Het moest wel gek gaan wilden we niet met tassen leuke zaken vol terugrijden naar huis. Maar dat even op, en neer rijden werd wel steeds meer een dingetje.
Ik ben er vele tientallen keren heen gewest, vaak met auto’s van de zaak die ik dan meteen op de wat langere afstanden kon testen op gebied van comfort of prestaties. En dan ook kijken hoe snel we op neer konden komen. Toch werd juist dat steeds lastiger. De drukte in Nederland nam enorm toe, maar ook in Duitsland en met name rond dat Ruhrgebied liepen de snelwegen flink vol. Het op een dag op en neer rijden werd zo steeds meer een wat vermoeiende opgave. We haalden het niet meer of moesten dan zo snel rondlopen in die stad dat het de moeite niet meer loonde.
