Stil concert…

Stil concert…

Stel je eens voor; het Concertgebouworkest geeft een voorstelling met volle zalen. De dirigent slaat af en…..stilte…. Men beweegt de armen en hoofden, het lijkt er op dat men vol vuur speelt, maar je hoort niks. Buiten zie je de tram voorbij rijden….compleet stil. Wat mis je dan? Simpel…emotie! Wij mensen hebben oren die communiceren met onze ogen en samen onze herseninhoud waardoor we weten dat bij de optiek het geluid deel uitmaakt van het genoegen.

Kijk, en dan komen we ergens. Zelfs in de fraaiste landschappen horen we de natuur, de dieren, het geklater van water of wat ook. Voor natuurfreaks de ultieme wereld. Maar ze zijn daar ook naartoe gereisd. Als ze lopen dreunen hun stappen onder de grond door naar de schuilplekken van diverse diersoorten die dat dan weer als bedreigend ervaren. Voor echte stadsmensen van geboorte hoort geluid bij de observaties van toen en nu. Muziek in de oren.

Heerlijk om een echte sportwagen te horen brullen, de trams knarsend en piepend voorbij te horen komen en mensen onderweg met elkaar te horen kakelen. Het stadsrumoer is onderdeel van de charme van het geheel. Een stille stad was even tijdens COVID-lockdowns te beleven, inwoners vonden het een paar dagen leuk, maar daarna werden ze vaak toch onrustig van die stilte. Als je naar een of andere sportwedstrijd gaat is het zelden stil. Publiek, spelers onderling (teamsport). Slechts bij schaken, dammen of biljarten is men stil vanwege de concentratie. Maar verder? Joelen geblazen. Hoort er bij. De lol van concerten buiten of evenementen als de Zwarte Cross of Lowlands baseren op de optelsom der dingen.

Elk zintuig geprikkeld. En doodmoe thuis komen. Hoort er allemaal bij. Zelf wil ik nog wel eens een half uurtje kijken naar YouTube-filmpjes van recente rallies of een mooie propellerkist die zijn motoren start en daarna grommend het luchtruim kiest. Het geluid is dan bepalend. Zet dat af en de lol van het kijken is voor mij als liefhebber meteen 50% minder groot. Nee, ik ben niet van de zwijgzaamheid. Geluid is voor mij ook muziek, geen overlast. Ik snap best dat er mensen zijn die dat anders zien. Waar elke decibel geluid wel wordt ervaren als overlast. Zit vaak ook in de genen. Je opvoeding en de omgevingsfactoren. Ik ben niet onpartijdig op dat punt. Maar blijf hier maar even genieten van al die auditieve genoegens. Wat ben jij voor een type? Meer van de stilte of neem je de omgeving voor wat hij waard is? De lezerskring een beetje inschattend liggen de meningen vast sterk uit elkaar. Ben benieuwd wie zwijgzaam door het leven gaat en nul decibels geluid projecteert. Dat zijn toch de bijzondere uitzonderingen…..Hoe geacht ook…..Maar ga dan ook morgen niet naar buiten. Het wordt vast druk overal… (Beelden: archief)

Posbank…

Posbank…

Wie meent dan Nederland alleen maar vlak land kent, weidegrond of stedelijke bouw met alles wat daarbij hoort, raad ik aan om eens 100km oostelijker van Amsterdam op zoek te gaan naar de Posbank. Te bereiken via Rozendaal (nee, niet dat Roosendaal in West-Brabant maar het tamelijk welvarende plaatsje naast Arnhem..) of Rheden. Een werkelijk prachtig gebied waar je heerlijk kunt fietsen en wandelen. De haarspeldbochten bergop of af zijn soms adembenemend, maar eenmaal op de top krijg je een vergezicht te zien dat je de adem doet benemen. Zeer fraai. Met name zo aan het einde van augustus met de heide in bloei (dit jaar echt op zijn fraaist met dank aan een wat koele zomer..) is het er een eldorado.

Een omgeving die mij overigens aardig bekend is uit de jeugd. Want wij kwamen hier toen regelmatig met dank aan de vrienden van onze ouders, Ome Karel en Tante Cor. De eerste met een grote behoefte aan de Veluwe op zijn vrije zondag ritjes, en Tante Cor omdat ze uit haar eerste huwelijk een dochter had overgehouden die nog in Arnhem woonde. Ons gezin reed dan mee die kant op. Vaak in een van de toenmalige ‘handelauto’s’ van mijn leasepa, die het soms best lastig hadden met al die hellingen daar. Gold ook voor de Traction Avant van Ome Karel. Met volle last was het best een ritje om boven te komen. Voor moderne auto’s is het allemaal een fluitje van een cent. Zie ik ook bij de fietsers die zich naar boven spoeden met hun e-bikes. De oudere generatie waant zich Joop Zoetemelk met al die ondersteuning… Hoe dan ook, genieten daar op die Posbank.

Er zijn fraaie campings te vinden, uitspanningen (wel even de verhalen/opmerkingen van gebruikers lezen..), bospercelen vol echt wild (van herten tot wilde zwijnen)… Die laatsten moet je niet tegenkomen op je wandelingen natuurlijk, maar in de praktijk lopen ze ook liever voor jou om dan omgekeerd. Wat ik vooral fraai vind en vond daar, die enorme uitzichten over de omgeving. Met mooi weer zoals wij dat afgelopen maand augustus meemaakten tijdens ons meest recente bezoek aan die Posbank, is de Rijn op afstand te zien, is de heide roze van kleur oneindig groot en zorgen de bossen voor een mooie groene afwisseling. Schapen op de hellingen zijn witte bewegende puntjes op afstand, en zonder al die dagjesmensen zou het er uiterst stil zijn. Dat is het overigens wel in de bossen van de Posbank, daar hoor je zowat elke tak kraken, en is het stedelijk gebied ook figuurlijk ver weg.

Ik zou bezoekers overigens afraden hier in het duister of bij ook maar een beetje slechter weer de barre tochten op en neer te gaan doen. Daarvoor mankeert de verlichting, is de wegmarkering toch te matig tot slecht, de bochten te scherp of onoverzichtelijk en staan de bomen soms wel erg dicht bij de rijwegen. Daarbij blijken de (goede) fietspaden voor een beetje wielrenner geen uitdaging, maar die wegen voor de auto’s en motoren wel en rijdt men daarop vaak onverlicht rond. Maar ja, elk voordeel heb ze nadeel zoals een Amsterdamse wijsgeer ooit oreerde…. In alle andere omstandigheden is die Posbank eigenlijk een totaal pakket van genoegens voor wie van natuur en stilte houdt. Wij zijn blij dat we er weer eens waren. Ome Karel en Tante Cor zijn vanaf ‘boven’ vast trots op me….(Beelden: eigen gemaakt)

Stilte…

Geboren en in de grote stad Amsterdam maakt dat ik het begrip stilte niet met de paplepel kreeg ingegeven. In de wijk waar ik woonde in die jeugdjaren was het een en al economische bedrijvigheid. Er zaten winkeliers die werden bevoorraad, maar ook zelf leveringen uitvoerden met hun toenmalige vervoermiddelen. Er zat een groot garagebedrijf in die straat met transportdivisie er achter en die lui verhuurden ook nog auto’s. Een stuk verderop zat een verhuisbedrijf met grote trucks. Daarbij was een doorlopende straat die verbonden was met de snelweg A2 (toen net nieuw) de hoofdader van de wijk, en reden daar ook nog eens een paar tramlijnen doorheen. Over ons hoofd kwamen de vliegtuigen die van/naar het toenmalige Schiphol vlogen en je snapt dat stilte iets was wat we slechts ontdekten tijdens tripjes naar de Veluwe of zo.

In de grote basiliek die centraal in onze wijk gelegen was kon je tijdens het gebed nog wel eens genieten van de cocon waarin een gelovig mens zich daar bevond. Het geluid van buiten drong niet door tot binnen de gewelven van deze mastodont. Alleen daardoor al geloofde je als kind dan in de bescherming God’s. Hoe dan ook, zoals ik al beschreef in de diverse verhalen over mijn werkende leven, drukte was normaal, stilte schaars. Ik heb er nooit last van gehad. Integendeel, ik kan nog steeds niet echt goed tegen stilte. Isolement is niks voor mij. Alleen daarom al niet geschikt voor een kloosterbestaan, laat ik de liefde voor het vrouwelijk schoon maar even daar waar het hoort…. Trouwens, stille vrouwen ben ik zelden tegengekomen. Maar dat is vast een persoonlijke observatie. Nederland is een klein land en stilte een groot goed.

Zijn er gebieden waar je die stilte kunt vinden. Zeker en vast. Op sommige eilanden van Zuid-Holland tot Zeeland, in de Betuwe of de hoogveengebieden van Drenthe of Groningen. Zo stil dat je er echt tegen kunt leunen. Waar een slaande kerkklok op 35km afstand te horen valt. Waar de rollende container van de buren op 200 meter afstand klinkt als een harmonieorkest. Maar dan zonder ritme of dirigent. Overal waar mensen wonen is lawaai te bespeuren. Toch zijn ook in mijn grote stad, Amsterdam, hele wijken waar je gewoon in stilte kunt leven. Die zijn er echt.

Maar wij zijn een lawaaiige soort met zijn allen en of je nu van kerncentrales of windmolens houdt, lawaai maken we allemaal. Wel eens naast of onder zo’n wanstaltig windmolengedrocht van de moderne energieopwekking gestaan? Het is een ellende. Maar ja, ook selectief natuurlijk. Mijn geluidsbelasting uit de jeugd maakte ook dat ik er goed tegen kan en niet meteen in de shock schiet als er een vliegtuig voorbij komt of een auto met een race-uitlaat.

Ik kan je dan wellicht zonder op of om te kijken nog vertellen wat er vliegt of rijdt ook. Stilte is een groot goed voor de een, een frustratie voor de ander. De enige echte plek waar ik stilte zocht of zoek is mijn bed. Daar wil ik geen overlast van anderen horen. Zeker niet van buren die menen dat half 1 in de nacht een aardige tijd is om de schuur op te gaan ruimen of om 11 uur ‘s-avonds nog even een gat gaan boren om een schroef in te draaien die moet dienen om de kettingen mee vast te zetten voor het liefdesspel (ik overdrijf..). Ik maakte dat in onze vorige woning nog wel eens mee. Lawaaiige buren! Dat vond ik persoonlijk erger dan het geluid van verkeer of vliegtuigen. Selectief natuurlijk. Net zo selectief als sommigen geluid benaderen dat zij niet willen maar domweg behoort tot een ‘fact-of-life’. Lawaai is een kwestie van perspectief. Kom je uit een stil dorp hier wonen is deze omgeving lawaaiig. Omgekeerd is het voor anderen weer oorverdovend stil in zo’n dorp. Bij elkaar komen zal zelden lukken. En dus doen we soms het zwijgen er maar weer toe….. (Beelden: Internet/Yellowbird archief)

Kamperen…

Nu geen middel onbeproefd lijkt om ons met zijn allen in eigen land vakantie te laten vieren en we bepaalde buitenlanden niet meer mogen of kunnen bezoeken, lijkt het er op dat veel mensen de tent weer in ere doen herstellen en daarmee op stap gaan. Je kwakt zo’n ding zo achterin je auto of op het dak, dan wel in de overhaast aangeschafte aanhanger, en hup…op weg naar Texel of Vaals. Ter plaatse lekker uitpakken, je tentje opzetten (uuuuuren werk) en dan maar hopen dat het niet gaat regenen of dat je net die ene plek uitzocht waar ook een op grasniveau gebouwde wereldstad te vinden is vol bosmieren of steekmuggen. Dan ga je koken op een gasstelletje, of je neemt je Action-bbq en doet je best om dat aan het branden te krijgen. Elke keer dat je moet toiletteren loop je langs tientallen andere tentbewoners naar het vaak centraal gelegen sanitaire gebouwtje waar het natuurlijk altijd stinkt en plakt. Ook het eventuele douchen mag je daar doen. De uitzonderingen daargelaten is dat het beeld wat ik zelf kreeg van campings of wat daar voor doorgaat.

En ik heb het niet van een vreemde. Ooit, in mijn vroege jeugd, besloten mijn ouders dat een kampeervakantie wellicht een leuk (en betaalbaar) idee was met de kinderen samen. Nou, die kinderen waren klein, maar zagen er weinig in. Toch werd met een geleende tent het plan doorgezet en stonden we na een paar uur (door)rijden in het Limburgse Berg & Terblijt in een boomgaard tussen andere tenten te genieten van de kwetterende vogels en het lekkere weer. Ik ruik nog het spiritusstelletje waarop werd gekookt en de vriendelijke glimlach van mijn moeder die vond dat het eigenlijk wel meeviel met dat gevreesde gebrek aan comfort. We hadden nog niet geslapen natuurlijk. En dat kwam er ook niet van want midden in de nacht brak een onweer los dat het midden hield tussen een wolkbreuk en het einde der tijden. Omdat mijn leasepa ook niet meteen een kampeerder was had hij geen gleuven gegraven rond de tent, dus stond binnen de kortste keren het water op het grondzeil.

Drijfnat werden we. En wij kinderen mopperen. Gelukkig mochten wij in de auto slapen, wat we graag deden. Die was tenminste droog en veilig. Mijn ouders hielden het nog even hozend en gravend vol. Maar ‘gek genoeg’ werd de volgende dag, het was opnieuw prachtig zomerweer geworden en de tent weer snel gedroogd, besloten dat de kampeeroefening voorbij was en checkten we in bij een fraai maar best prijzig hotel in Valkenburg. Nu werd de glimlach van ma toch een stuk groter en mijn leasepa vond alles best als hij maar niet weer in die tent hoefde. Sindsdien was kamperen geen enkele optie meer. Altijd in hotels of logementen waar je comfort kreeg en lekkere ontbijten. Er werd een jaar lang voor gespaard, maar dan had je ook wat. En ik nam die gewoonte over. Meer dan mijn oudere broer die altijd iets is blijven houden met dat avontuurlijke van kamperen. Met de tent of caravan, hij smult er van. Ik niet, voor mij is het een gruwelijk idee als er geen bunkerachtige betonlaag zit tussen mij en de buitenlucht tijdens een verblijf in een ander dan mijn eigen bed. Nu ben ik op dat punt een lastige slaper, maar veel hotels bieden me voldoende comfortabele bedden en rust dat het alsnog na een tijdje lukt. Kortom, zoals ik al aangaf in mijn blogverhaal over tripjes (19-6-20), ik ga voor de steden en de hotels. Kort maar krachtig, en vol comfort. Het mag iets kosten, maar dan denk ik er ook vaak met meer plezier aan terug dan rond dat kamperen. Niks voor mij. Wie er wel van houdt moet het maar zeggen. Ik lees met plezier…of afschuw….Net hoe de pet staat….(Beelden: Internet/Archief)

Eenzaam

1912 - jurkenOmdat ik een type mens ben dat al snel wat kakelt voel ik me zelden eenzaam. Maar komt ook omdat ik al vele jaren iemand aan de zijde heb met wie het praten tot Eredivisie-niveau is verheven. Zou ik dat niet hebben getroffen, was het leven wellicht anders verlopen. Ik kan me niet vinden in zwijgzaamheid, snap ook nooit dat je zo door het leven kunt gaan, maar goed, we zijn niet allemaal hetzelfde natuurlijk. Nu is eenzaamheid niet alleen voorbehouden aan het hebben van een al dan niet spreekzame of luistergrage partner. Kan ook zitten in jezelf. Ondanks een drukke omgeving en mensen die je wel zien zitten, toch een gevoel van eenzaamheid bezitten. Zo is het leven na de dood van een geliefde wellicht niet meteen eenzaam omdat je kinderen of vrienden hebt die er alles aan doen om je niet te laten vereenzamen, eenmaal thuis in bed is er niemand die tegen je aankruipt. Eenzaamheid is vaak ook een kwestie van gezien worden, van erkend zijn, van geliefd blijven. Wat je vaak ziet is dat mensen die een heftig verlies moeten verwerken in het begin nog wel de nodige aandacht krijgen, maar dat dit verlies of verdriet niet te lang moet duren.

12Terwijl de verwerking van verlies bij de een veel langer duurt dan bij de ander en je iemand die lang aan je zijde verkeerde niet in een paar maanden bent vergeten. Integendeel zou ik denken. Bij verjaardagen van iemand die er niet meer is, blijft de herinnering, de lege stoel, de gemiste verhalen, de liefde wellicht. Lastig voor de achterblijvers. Als die er nog zijn. Naarmate je ouder wordt streep je steeds vaker namen door op de verjaardagkalender. Mensen vallen weg. Grootouders, ouders, broers, zussen, als je echt pech hebt kinderen. Dan moet je maar zien dat je doorgaat. Tot je in je uppie overblijft en in een of ander verzorgingshuis je laatste dagen slijt.In de hoop dat de asociale bestuurders van dit land jouw laatste woon- en leefplek niet wegbezuinigen. Want eenmaal oud en zorg behoeftig ben je min of meer een kostenpost geworden.

Voor sommige oudere werklozen rest nog slechts een plekje op straat...Zonder naasten of goede vrienden overgeleverd aan de haaien die rondzwemmen in de neoliberale of aprincipiele verzorgingsvijver van dit ooit zo sociale land. En dat maakt pas echt eenzaam. Zullen we in het kader van de participatiemaatschappij afspreken nu eens werk te maken van alle plannen om het de eenzamen onder ons eens wat leuker te maken? Hen op te zoeken die daaraan grote behoefte hebben. Of open te staan voor de behoeften van diegenen die we weliswaar goed menen te kennen, maar door onze eigen drukte of behoefte aan aandacht soms een beetje verwaarlozen? Namens hen allemaal hartelijk dank…..

Over leugens en verkeerde conclusies…

EHAM in de sneeuw. foto van dia CJvR Scan10765Overdrijven is een vakgebied apart en als je aandacht wilt voor jouw ‘zaak’ of passie moet je vooral de meest wonderlijke of uit het verband gerukte conclusies voortkomend uit een ‘onderzoek’ in de media brengen. Onlangs wond ik me weer eens op over zo’n conclusie. Breed gebracht in de vaak erg weinig kritische media en als waarheid opgevoerd. Die conclusie luidde dat als de wind uit het zuidwesten waait (hoe kom je er op) de fijnstofbelasting in Amsterdam groeit door de invloed van de startende en landende vliegtuigen op Schiphol. Milieu Defensie had deze conclusies gehaald uit een of ander TNO-onderzoek, maar het was allemaal weinig gefundeerd. Natuurlijk stortte ik me er op, omdat het allemaal uiteraard de grootst mogelijke kolder is. Het waarom kom ik zo op. Maar de reactie die ik kreeg vanuit de kring van de milieugroepen was dat men al jaren bezwaar had tegen de vliegerij als zodanig en dat we allemaal in de trein dienen te stappen op de korte tot middellange afstanden. En dan voer je een onderzoek op waarin jouw gelijk naar jouw mening wordt bewezen.

KLM aircraft at EHAMKijk, koren op mijn molen! Want dan verdraai je dus conclusies om zo tot je gelijk te komen? Weten we meteen hoe die lui werken bij die actiegroepen. De luchtvaart is relatief gezien een van de kleinste milieuvervuilers op de planeet. Ook al zullen die vliegtuigen veel mensen irriteren door hun lawaai of de ingenomen openbare ruimte voor hun vliegvelden, dan nog is het bepaald niet de grote vervuiler die MD ons wil doen geloven. Dat zijn wij zelf, als mensen en consumenten, dat zijn koeien, industriële complexen, noem maar op, maar niet de luchtvaart. Daarbij komt dat wij maar niet willen leren dat als je stil en schoon wilt wonen, je niet met al je nieuwbouwplannen steeds dichter bij zo’n luchthaven moet gaan zitten. Dat nu deden de meeste steden nu juist wel. Net zoals ze gaan bouwen langs een snelweg om daarna te mekkeren over lawaai en uitstoot.

SPL Airport somewhere in the 70's...Wie rust wil moet gewoon in de Noordoostpolder of Oost-Groningen gaan wonen, daar is alles pais en vree al is er verder  behalve een aardbevinkje af en toe, helemaal niets te beleven. Vliegtuigen zijn in de afgelopen pakweg 30 jaar tientallen procenten schoner, zuiniger en stiller geworden. De industrie past zich steeds meer aan, maar verzorgt ook tienduizenden banen, vervoert miljoenen passagiers en maakt dat voor clubs als MD subsidies te halen zijn waarmee ze hun rapporten kunnen schrijven en uitdelen die werken als een rode lap op een stier. Een hond die in de hand van de baas bijt is vermoedelijk vals. Net zo vals als de uitkomsten van dit soort rapporten. En dus moeten we in deze tijd maar doen wat het meest handig is met deze rapportages en conclusies. In de open haard er mee en ons dan maar schamen over de uitstoot die dan weer onze schoorstenen verlaten zal.

Overloon

WP_20141003_016Het was al weer vele jaren geleden dat wij hier een bezoek brachten en sinds het geheel kort geleden is heringericht en opnieuw geopend stond het op mijn verlanglijstje van dingen die ik nog wilde zien. Het Oorlogs- en verzet museum in Overloon. Gelegen in de bossen rond dit plaatsje dat tijdens de slag om de Peel in 1944 zo enorm heeft geleden. Geen steen stond meer op de andere toen geallieerden en Duitsers elkaar hier troffen. En in die atmosfeer is ooit het vroegere Oorlogsmuseum opgezet. Vergeet elke vergelijking daarmee direct als je naar het nieuwe museum afreist. Dit is heel iets anders. Zeer professioneel opgezet en van onschatbare waarde voor hen die op school nauwelijks meekrijgen hoe die Tweede Wereldoorlog begon, welke effecten het had op de bevolking van ons land en hoe er is geleden. In feite bestaat het museum uit twee gedeelten. Een meer dan indrukwekkend documentatiecentrum met prachtige foto’s, films, posters en inrichtingen van huizen uit die tijd. Men kent een werkelijk ontroerend fraai aangelegde herdenkingsruimte. Moet je even gaan zitten.

WP_20141003_051De sfeer van de omgeving daalt direct op je neer. Als je daarna de andere hallen in gaat benemen deze je direct de adem. Een collectie die zijn weerga niet kent. Diorama’s, tanks, kanonnen, trucks, vliegtuigen, bedenk het en men heeft het hier staan en vaak in tip-top-staat. Overal zijn geluiden te horen, de sfeer van oorlog komt over je heen, maar dat past bij de omgeving. Rij na rij zie je hier van alles en nog wat staan, en men beperkte zich niet tot de tijden van de Tweede W.O. Ook latere perioden zijn qua voertuigen hier neergezet. Ik was zeer verrast en besloot dat ik hier nog eens naar terug moet om het allemaal nog eens goed in me op te nemen. De tijd ontbrak ons gewoon omdat we toch iets anders hadden verwacht. Het museum zelf is veel te bescheiden. Haar folder vermeldt niet eens een adres, men vertrouwt er op dat als je eenmaal in Overloon bent aangekomen, de bordjes ‘Liberty Park’ genoeg zeggen.

WP_20141003_078Nou ja, als je het weet is dat zo. Maar TomTom vond het best lastig. In de nabije omgeving van de ingang van het museum vindt je nog wat leuke model- en souvenirshops, terwijl er ook wat horecazaken zijn gevestigd zodat je nog even kunt uitblazen of je eigen souvenir met dat bijzondere gevoel aan wat je zag in het museum, mee naar huis kunt nemen. Ook het museum zelf heeft een shopje, maar daar vindt je vooral boeken, dvd’s en CD’s over de diverse onderwerpen die men laat zien. Hoe dan ook, een aanrader van jewelste en zeker voor kinderen een must!