
Wie vooruit wil moet af en toe ook een terug durven kijken en met die kennis van toen zijn/haar kijk op het leven en wat ons bezighoudt eventueel bijstellen. Dus pakte ik even de historische cijfers van 60 jaar terug, 6 mei 1962, er eens bij om wat zaken te duiden. Zo was onze totale bevolking toen nog geen 12 miljoen mensen groot. Min of meer gelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen. Over onzijdigen werd toen nog niet gerept. De totale immigratie van die periode bedroeg 66.000 mensen, de meesten daarvan afkomstig uit Europa en hier slechts naartoe gekomen om te werken.

We trouwden met zijn allen doorgaans relatief laat, mannen waren gemiddeld 27, hun bruiden 24. Qua levensverwachting hadden die dan beiden een jaar 50 te gaan tot ze het aardse voor het hemelse paradijs zouden verruilen. Mannen heetten Johannes, Jan, Cornelis, Petrus, Hendrik, Peter, Ronald, Willem, Robert of Franciscus. Dat zegt al veel over hoe men qua geloof in het leven stond. Bij vrouwen waren Maria, Johanna, Anna, Elisabeth, Cornelia, Wilhelmina, Catharina, Yvonne, Petronella, Adriana het meest populair. Je ziet bijna welke oer-Nederlandse keuzes toen nog werden gemaakt. Het was op die dag dat de gemiddelde temperatuur 13,1 graden celsius was en er gemiddeld 2,9mm regen viel bij een stevig windje.

Ik kan me dat niet precies herinneren trouwens, want was toen nog schoolgaand en dan richtte je je toch het meest op wat er zoal in de klas gebeurde. Qua prijzen was het ook wel een interessante tijd. Voor een kilo aardappelen betaalde je (omgerekend naar nu) 0,15 cent per kilo, 1 liter bier kostte je 0,47, een brood ging mee naar huis voor 0,21 en een kilo kaas was voor 1,53 in de boodschappentas te stoppen. Eieren kostten nog maar 0,07 per stuk en een pak koffie was 1,33. Moest je thuis dan wel zelf even malen. Een liter echte melk kostte maar 0,19 en dat spul zat dan nog in glazen flessen met een aluminium dop. Wie echt geld verdiende kocht zich een pakje roomboter voor 0,45, margarine kostte 13 cent per pakje minder. Het zijn best confronterende cijfers.

Er is veel veranderd in al die jaren. Niet allemaal ten goede om het netjes te zeggen. Maar ja, indertijd waren de verdiensten ook mager. Toen ik ging werken in die periode (en ja, in de avonduren stevig studeren ‘om verder te komen’) was mijn eerste maandsalaris 40 Euri (ook even omgerekend). Best weinig voor in eerste instantie nog 5,5 dagen werken. Doordat die zaterdagochtend op enig moment verdween als verplichting kon ik er een jaar later bij een ons bekende relatie in de tweewielerbranche nog wat bijverdienen. Tientje voor een dagje poetsen en rangeren. Was je de koning te rijk mee…. Maar ja, we waren toen met weinig tevreden natuurlijk. Want laten we wel zijn, pas toen werden er douches gebouwd in de huizen waar onze ouders zo lang hadden geleefd zonder. Op aardgasverwarming moesten we nog dik 5 jaar wachten, kolen was toen het verhaal en de winters waren nog heel erg koud. Afzien dus. Zelf nog herinneringen aan die tijd?? Laat maar weten. Nostalgie mag zelfs in dit jaargetijde best even hoor…..(beelden: Internet)
























Vanaf het moment dat zij zichzelf had herkend in de spiegel van het vroegere ouderlijk huis was ze ervan overtuigd geraakt dat alles wat zij meemaakte of vond dat het aandacht vroeg, gedeeld moest worden met anderen. Dat deed ze eerst met gewone foto’s. Die maakte ze dan net als iedere Japanse toerist op vakantie bij belangrijke gebouwen, of zo maar met vriendinnen. En zette die dan op het forum waar ze in eerste instantie actief raakte op jonge leeftijd. Later, de moderne sociale media werden haar ding, deed ze dit elke dag een paar maal. Eerst met foto’s, later filmpjes. En die werden steeds professioneler, want je kunt jezelf natuurlijk maar op het allerbest laten zien uiteraard.

Zij geloofde daar ook zelf in. En daarom had ze niet door dat er meer knappe meiden (en jongens) waren die snel opstoomden naar die toppositie waar zij zelf zo geloofde die te bezitten. Toen het succes uit begon te blijven en ze minder relevant werd, zocht ze een leuke man, meldde dat nog even en genoot van alle lieve berichtjes van haar fans. Ze werd serieus, ging nu praten over eten en drinken en toen haar eerste kind geboren was, over hoe dat voelde en welke nachten ze al dan niet geslapen had. Ze zag er moe uit, geen make-up kon dat meer verbergen. En toen ze op een dag de wallen onder haar ogen zag en bijna huilde van vermoeidheid, stopte ze met haar vlog….en werd weer gewoon mens. Er was meer dan haar eigen spiegelbeeld. Haar genen verpakt in dat kleine mormeltje in haar wiegje. En ze voelde zich na een tijdje weer helemaal senang. Maar dat deelde ze nu niet meer…(Beelden: Archief en internet)
Veel van wat we zoal ‘lekker’ vinden baseert zich op ervaringen uit de jeugd. Werd je opgevoed met stamppot of rauwe groenten zal je dat vast op een bepaalde manier als lekker omschrijven. Wellicht ook omdat de kookkunsten van je moeder (of vader naar gelang de huishoudelijke indeling) goed of minder werden beoordeeld. Ik heb mijn voor/afkeuren daaromtrent al eens gegeven hier en kan je verzekeren dat ik veel van ‘toen’ nu als niet lekker omschrijf. Nog steeds. Wel lekker vond ik patat friet, toen een noviteit, of Chinese nassi. Mijn moeder was goed in de kippensoep, dus die vind ik nog steeds het lekkerst als ik een soepsoort mag kiezen. Ik was niet zo van de snoep, wel van de chocolade. En dan van de pure soort. Nog steeds een passie. Maar ik weet dat anderen een totaal andere smaak volgen. Zo ken ik mensen die op een boterham pindakaas smeren (brrr) en daar hagelslag overheen mikken. Of kaas met frietsaus. Mijn leasevader had ook zo zijn eigenaardigheden. Zo smeerde hij zijn brood soms met boter, strooide daar hagelslag overheen en dan weer een lading boter.
Het was een soort gebakje. Ik heb het lang op dezelfde manier nagedaan. Heerlijk. Maar natuurlijk ook dik makend. Dat gold ook voor zijn ontbijt. Hij nam dan de keukenmixer, gooide daar twee stuk geslagen eieren in, suiker en wat melk (en in zijn geval een cognacje) en zette die mixer aan. Dronk dan in een keer al die zaken op en kon er tegen voor de ochtend. Zwaar werk, dus altijd behoefte aan wat versterkends….Of zoiets. Zonder die cognac vond ik dat ook een lekkere start van de dag. Maar na de jeugd nooit meer gedaan. Lekker vind ik nu de na mijn huwelijk leren eten zaken als wat vrouwlief kookt, ingegeven door ervaringen bij haar thuis. Uit een familie afkomstig waar vrouwen gewoon goed kookten en smakelijk. Groenten waar ik voorheen omheen liep, of met grote afschuw naar binnen harkte, eet ik nu met smaak op. Wat bleef op ‘lekker’ gebied is mijn voorliefde voor friet. Ik zie dat nog steeds als een traktatie. Of dat geweldige broodje kroket van Kwekkeboom in Amsterdam.
Aangevuld door vele zaken die ik door de jaren heen leerde eten. Maar o wee als ik ergens anders te gast ben en hoor wat men daar lekker vindt. Veelal weinig vrolijkmakend voor iemand met een eigen interpretatie van ‘lekker’. Iedereen kookt weer anders, en soms bevalt de smaak me beter dan anders. Ik prijs mij (om diverse redenen) gelukkig met mijn schoondochter die ongeveer elk kookboek uit de hele wereld bezit en telkens weer in staat is om me te verrassen met iets bijzonders. Soms moet ik even ‘blussen’, maar veelal kom ik toch aardig voldaan van tafel na een opnieuw geslaagd maal met voor/nagerecht. Ik bezit (nou ja…) wat vriend(en)innen die ook geweldig kunnen koken, en ook daar is het dan een feestje om uitgenodigd te worden voor een maaltje. Lekker komt in vele vormen en smaken. Ben benieuwd wat jullie als mijn lezer(essen)s hierbij naar boven weten te toveren…Zoveel mensen, zoveel smaken en meningen uiteraard. (Beelden: Yellowbird archief)
Persoonlijk heb ik niks met bepaalde ver weg gelegen continenten, landen, steden of wat ook. Maar ik ben wel van de trips. Heb er in het leven heel wat gemaakt en hoop dat ook in het nieuwe normaal sommigen op het lijstje van wensbestemmingen nog invulling gaan genieten. Al ben ik niet meer van al dat gevlieg, je kunt ook met de auto een eind op streek komen. En het voelt als ‘afkicken’ als het om een of andere reden niet kan zoals nu in deze lastige periode waarin mondjesmaat vrijheid wordt gegeven van reizen die met plezier van doen hebben. Ik maakte uiteraard ooit ook vakantietrips. Toch wat meer in tijden van jeugdig kroost en dan naar plekken waar het warm was en het water van de zee al zo plezierig van temperatuur dat je toen al aan verandering van het klimaat had moeten denken. (Not!) De warmste plek ooit was Gran Canaria waar we als gezin in de tweede helft van de jaren tachtig precies in het hoogseizoen naartoe vlogen en een bungalow huurden met zwembad op een soort resort waar je zelf moest zorgen voor je eigen potje. Het was er druk, bloedheet, en de kakkerlakken van ongekende omvang.
Maar ook wel leuk met al die echt blote mensen op het strand die bil aan bil lagen te zwemmen in het eigen zweet vermengd met zonnebrandolie. Na een paar dagen waren mijn voeten ernstig verbrand om het over de rest van het naakte lijf maar niet te hebben. We vonden uit dat in bepaalde winkelcentra in dat gebied Nederlands of Duits standaard voertalen waren en je het kroost kon voeden met Nederlandse kroketten en friet. Ik zou er nadien nooit meer heen reizen. 45 graden in een brandende zon die recht boven je kop staat is geen genoegen voor een blondharig type met blauwe ogen en lichte huid. Ik was zelf meer van de trips naar Engeland en Schotland. Heerlijke sfeer en dat hele land prachtig. Tuurlijk zoek je dan niet de achterbuurten op, die zijn daar ook, maar wat we zagen was indrukwekkend. Omdat je ook de nodige cultuur vindt en er altijd ergens een heftig stuk geschiedenis wordt gepresenteerd.



