Gekoesterde trips….

Persoonlijk heb ik niks met bepaalde ver weg gelegen continenten, landen, steden of wat ook. Maar ik ben wel van de trips. Heb er in het leven heel wat gemaakt en hoop dat ook in het nieuwe normaal sommigen op het lijstje van wensbestemmingen nog invulling gaan genieten. Al ben ik niet meer van al dat gevlieg, je kunt ook met de auto een eind op streek komen. En het voelt als ‘afkicken’ als het om een of andere reden niet kan zoals nu in deze lastige periode waarin mondjesmaat vrijheid wordt gegeven van reizen die met plezier van doen hebben. Ik maakte uiteraard ooit ook vakantietrips. Toch wat meer in tijden van jeugdig kroost en dan naar plekken waar het warm was en het water van de zee al zo plezierig van temperatuur dat je toen al aan verandering van het klimaat had moeten denken. (Not!) De warmste plek ooit was Gran Canaria waar we als gezin in de tweede helft van de jaren tachtig precies in het hoogseizoen naartoe vlogen en een bungalow huurden met zwembad op een soort resort waar je zelf moest zorgen voor je eigen potje. Het was er druk, bloedheet, en de kakkerlakken van ongekende omvang.

Maar ook wel leuk met al die echt blote mensen op het strand die bil aan bil lagen te zwemmen in het eigen zweet vermengd met zonnebrandolie. Na een paar dagen waren mijn voeten ernstig verbrand om het over de rest van het naakte lijf maar niet te hebben. We vonden uit dat in bepaalde winkelcentra in dat gebied Nederlands of Duits standaard voertalen waren en je het kroost kon voeden met Nederlandse kroketten en friet. Ik zou er nadien nooit meer heen reizen. 45 graden in een brandende zon die recht boven je kop staat is geen genoegen voor een blondharig type met blauwe ogen en lichte huid. Ik was zelf meer van de trips naar Engeland en Schotland. Heerlijke sfeer en dat hele land prachtig. Tuurlijk zoek je dan niet de achterbuurten op, die zijn daar ook, maar wat we zagen was indrukwekkend. Omdat je ook de nodige cultuur vindt en er altijd ergens een heftig stuk geschiedenis wordt gepresenteerd.

De Schotten ontzettend aardig en de steden gevuld met alles wat ik met mijn liefhebberijen ook zoek en kon vinden. Voor het weer was het soms even wennen. Dichte mist in juni gedurende daaaaaagen. Waardoor je bij 13 graden je ding moest doen. Of gietregens bij Bath in het zuiden en Stonehenge. Het Verenigd Koninkrijk moet je in je hart sluiten en niet nadenken over het weer. Vaak geweest en altijd leuk. Voor mij geldt dat ook voor de oosterburen. Vanaf 1965 regelmatig te gast en vaak erg leuk. Van Oost tot west, of van Noord tot zuid. Grote steden als Berlijn en Munchen fantastisch, maar de kleine plaatsjes langs de oostgrens regelmatig bezocht en zeer gewaardeerd. Los van het eten. Want dat is bij de Duitsers top verzorgd. Jammer dat we nu alweer enige tijd vast zijn gezet anders had ik de bezoekstatistieken van dat land flink verhoogd in de achter ons liggende maanden.

Met de Belgen heb ik iets dubbels. Ik vind het er meestal wel leuk, maar het is er vaak ook chaotisch. En die tweetaligheid vind ik maar niks. Leuke bezoeken herinner ik me overigens wel aan Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Mechelen, Luik maar ook aan een relatief kleine plaats als Turnhout. In die laatste stad een paar jaar terug nog eens rondgelopen bij 40 graden. Ik puf er nu nog van. Met de Fransen heb ik minder. Parijs vaak bezocht, al was het maar ten tijde van de altijd interessante luchtvaartshows daar, maar ik vond die Parijzenaars maar niks. En ik ben ook niet van die taal, dus dan zoek je het ook niet op. De Tsjechen draag ik hoog, wellicht het meest bezochte land uit mijn historie na de Duitse trips. Prachtig van landschap, triest soms qua historie, maar wat een gastvrijheid. Zelfs in lastige tijden… Polen vond ik niks, gold ook wat voor Hongarije. De berglanden vond ik altijd indrukwekkend en mooi. De Scandinavische toch wat killig maar kan ook komen omdat ik daar steevast was in het najaar en dan is de sauna je lekkerste plek om op te warmen. Kortom in Europa is het veelal goed toeven. Ik ben er zeker nog een aantal vergeten. Portugal, Ierland en zo meer. Maar dat wilt u me als lezer(es) vast wel vergeven. Ben wel benieuwd naar jullie favoriete vakantieland uiteraard….(Beelden; Yellowbird archief)

Roddelcultuur…

Het zal velen van de lezers of lezeressen bekend in de oren klinken dan wel als herkenbaar lezen, mensen die achter de rug van iemand anders om roddels verspreiden. Soms is het wat onschuldig, staat de spreker/spreekster in de belangstelling, maar als het intensiever wordt en schade aanricht valt het onder pure laster soms. Roddels zijn verhalen over anderen die soms waarheid bevatten, vaak niets meer dan oppervlakkige observaties gekoppeld aan vooroordeel. En echt waar, iedereen maakt zich er schuldig aan. Want we staan graag in de belangstelling, willen aandacht, even de nieuwsbode van dienst zijn. Sommigen beter in dit vakgebied dan anderen. Met name de oppervlakkige roddel, iets onschuldigs over de haarkleur van een buurvrouw of hoe vervelend een kind is van die of die, het is niet zo erg. Maar dat ondergravende soort verhalen waarbij mensen echt worden pijn gedaan dan wel in hun leven of carrière beschadigd raken zijn natuurlijk abject. En omdat ik niet vrij van zonden ben werp ik zeker niet de eerste steen. Voor mij zijn sommige verhalen natuurlijk net zo sappig als voor anderen.

Relaties van zgn. BN’ers en zo, het blijft leuk. Maar ook volkomen foute uitspraken van politici, die veel te dure auto van een straatbewoner, die dame die ineens verschijnt voor het raam van die man waarvan je weet dat hij getrouwd is, het zijn allemaal aardige story’s om tot je te nemen en af en toe verder te geven. Niets menselijks is de meninggever vreemd. Jou wel?? Nooit een verhaal of zgn. geheim doorgepraat? Dan weet ik zeker dat je later als het erop aankomt in de hemel komt. Roddelen of kwaadspreken is eigenlijk een zonde. Binnen bepaalde geloven althans. Maar je krijgt toch de indruk dat maar weinig mensen zich daar iets van aantrekken. Gewoon doorkwekken. Opdat het verhaal kan worden aangedikt. En zo werkt dat ook, want veel verhalen gaan van mens naar mens, maar worden altijd onderweg veranderd of aangedikt. Net hoe de doorspreker dat invult.

En zo kan het zijn dat de man die een onschuldig kusje uitwisselt met een nicht die hij tien jaar lang niet had gezien, aan het einde van zo’n roddel volgens de betweters volop bezig is met een buiten-relationele situatie waarbij de vrouw al zwanger is van zijn derde kind. Roddels zijn voor veel mensen een onderdeel van hun bestaan. Denk maar eens aan de roddeljournalisten die hun bladen en TV-rubrieken vullen. Die geen enkele grens kennen waar het gaat om de zgn. ‘waarheid’. Denk maar eens aan die mensen in het Britse Koningshuis die tot op de WC achterna worden gezeten. Paparazzi worden ze genoemd die vaak schofterig brutale lieden die alles doen voor dat ene plaatje of verhaal. Maling aan normen en waarden. De beuk er in…Ook dat is onderdeel van de roddelcultuur. Ben benieuwd wie daar oprecht van kan zeggen er niets mee van doen te willen hebben. Want onder die steen wil ik dan ook schuilen…(Beelden: Internet)

Bijna aan het einde van 2019…

Alweer is een jaar bijna ten einde. Nog maar een beperkt aantal uren en we verwelkomen 2020 en nemen afscheid van 2019. Een jaar waarin weer van alles plaatsvond wat ook al in eerdere jaren een belangrijke rol speelde. De mensheid groeide gewoon door, wat weer effecten had op de vele volksverhuizingen. Ook naar ons land. We zagen haat en nijd, we constateerden de loopgraven waarin extreem links en rechts zich steeds dieper verscholen. We zagen de relatief machteloze politiek, we zagen opstanden in diverse landen, sommigen doofden weer uit, anderen wijzigden de politieke verhoudingen in zo’n land. We maakten een periode mee van recordhitte in ons landje aan de Noordzee, maar merkten ook dat de herfst typische Nederlands kil en nat kon zijn.

We namen afscheid van heel wat al dan niet geliefde mensen en verwelkomden aan de andere kant nieuwe wereldburgers. We namen afscheid van het verschil in sekse tussen man en vrouw, we zagen vele tenen weer langer en langer groeien, extremen floreren en terreur niet afnemen. We maakten weer reizen en leuke trips, genoten van het leven als het kon en zolang het mocht. In het persoonlijke leven verwelkomden we twee poezenhelden die vanaf begin januari het verdriet dat meekwam uit 2018 en ik onlangs nog beschreef, iets wisten te verzachten. We gingen door een lange en intensieve besluitvorming rond verhuizen of verbouwen. We ontdekten waar we in het eerste geval wel of niet zouden willen of kunnen wonen. En het werd alsnog verbouwen. Fase 1 in oktober jl. afgesloten.

We kregen hier ook nieuwe buren die voortvarend aan het slopen en verbouwen sloegen. We koesterden vriendschappen en sloten oudere soms al dan niet ongewild definitief af. We waren opnieuw actief met de sociale media, bleven bloggen, schrijven, zoeken naar leuke onderwerpen of beelden, maar gingen ondanks hitte of kou gewoon door. We maakten ons zorgen om hen die dat verdienen en negeerden de aanstellers of overdrijvers. We aten heerlijk op plekken die we kenden of net ontdekten. We vervingen wat nodig was en hielden aan wat nog werkte. We mopperden en ergerden ons gek aan eenzijdigheid.

Maar dat is van alle jaren. We volgden de culturele paden. Bekeken exposities en musea. We reden weer meer dan gepland, maar dat zorgde ook voor veel van de eerder genoemde zaken. Bestemmingen wisselden. 2019 was kortom een interessant jaar. Het nieuwe komt er aan. Ik wens u straks natuurlijk het allerbeste voor u zelf en iedereen die daarbij behoren.

Maar voorspel ook direct dat het komende jaar vermoedelijk op dezelfde wijze zal verlopen. Illusies om te denken dat het ineens anders zal gaan. Want o ja, dat vermageren…..lijnen, sporten, liefdevoller zijn, aandachtiger naar anderen toe, consuminderen, enz enz. Hoe staat het daar mee? Die goede voornemens van dit jaar en zo? Kwam niks van terecht he?! Nou, laat het dan dit keer maar weg. Het komt zoals het komt en gaat zoals het moet…. Was een mooi jaar dat 2019. Hoe verging het jou beste of lieve lezer(es)?! Ben benieuwd…..Op naar de Oudejaarsavond….knallend het nieuwe jaar in. Dat het maar een prachtige maar ook veilige jaarwisseling moge worden voor ons allen…Ik wens het u toe…! (Beelden: Yellowbird)

Leven met de Vliegende Pijl – 45 – (Ver)Huizen

Even een uitstapje in het verhaal over de Vliegende Pijl en mijn leven dat daar zo nauw mee verbonden was. En dan gaat het daarbij over de invloed die werken voor….heeft gehad op mijn prive-situatie. En wat het deed met het gezin of waar we woonden. Laten we wel zijn, er moest heel hard gewerkt worden. Als dealer-vertegenwoordiger maakte ik lange werkweken mee. Een deel van de opvoeding van ons nageslacht moest ik daardoor overlaten aan vrouwlief. Was niet altijd leuk, maar doel en middelen…. Later, bij importeur Pon, werd dat niet veel beter. Integendeel. Was ik regelmatig lang onderweg in ons eigen land, dan zat ik daarnaast wel ergens in Europa voor een lastige onderhandeling of meeting. Maar een al eens eerder aangetipt gevolg van dat werken voor Pon was ook dat ik in 1992 vooraf contractueel overeen moest komen dat ik zou gaan verhuizen naar een plek dichter bij het toen voor Skoda ingerichte hoofdkwartier in het Zuid-Hollandse Voorschoten. Ik wilde die baan als potentieel verkoopleider Nederland zo graag binnenhalen dat ik tekende. Hupsakee. Over een jaar zouden we wel weer zien. Maar zo mocht het niet zijn. Jaap van Rij, de in alles noeste directeur van toen, was recht door zee maar ook duidelijk.

Afspraak was afspraak! Dus moest er na een jaar werken voor het bedrijf echt verhuisd worden. Het gaf ons de kriebels. We zaten net een jaar of twaalf in Almere waar we in 1982 een splinternieuw en tamelijk groot huis met garage hadden betrokken. Nu werd dat dus opgeven geblazen…. Skoda vroeg er om! Het viel ons zwaar. Zeker als je bedenkt dat toch werd verwacht dat we flink dichterbij ‘kantoor’ zouden gaan wonen. Het heen en weer rijden (75km enkele reis..elke dag) met een auto van de zaak, werd te stressvol en duur. We moesten dus serieus werk maken van dat verhuizen en dat viel niet zo mee. Nog even los van alle sociale aspecten die een rol speelden, vrienden en familie in Almere intussen om ons heen, was er het verhuisaspect in technische zin. Met een paar hobbies, inwonende kinderen en huisdieren zagen we daar best tegen op. En dan was er ook toen al het punt…waar naartoe?! Toen ‘baas Jaap’ op de proppen kwam met de mededeling dat er in Hazerswoude-Rijndijk een aardig huis te koop stond voor ons, werd het ons echt te heet  onder de voeten. ‘Dat nooit’, dan kwamen we pas echt in een ”gat’ terecht….

Gelukkig hielp onze vriendin ‘B’ ons uit de brand. Na een heerlijke vakantie in het Schotse land deelde ze ons na terugkomst mee dat er een huis te koop stond van een collega van haar werk. Die man moest voor zijn bedrijf toevallig ook verhuizen. En wel snel, en zijn huis op het oude land op pakweg 6 kilometer van de Westertoren kwam beschikbaar. ‘Meteen op af gaan’ was haar advies. Deden we! Met Baas Jaap op een zaterdag nog overlegd. Als we nu 35 km dichterbij de zaak kwamen wonen…was dat dan acceptabel? Ja! Gelukkig!! Een maand of drie later verhuisden we. Naar het huis waar we nu nog wonen. Kleiner dan het vorige, geen garage meer, maar wel in een prima buurt en loopafstand van centrum hoofdstad. Het scheelde elke dag dat ik op en neer moest drie kwartier tot een uur rijtijd. Iedereen gelukkig. Nou ja….Het was best wennen. Opmerkelijk wel dat toen de situatie in Voorschoten wijzigde, in komende hoofdstukken kom ik daar nog uitgebreid op terug, het importbedrijf verhuisde van Voorschoten naar Leusden. En ik opnieuw in de file zat, en wellicht vanuit Almere een stuk dichterbij was geweest. Maar goed, dat is allemaal achteraf bekeken. Het had overigens veel impact op onze prive-situatie. Op sommige gebieden gingen de ontwikkelingen met een turbosnelheid. Andere bleven gelukkig gewoon gelijk. Het samen delen, en werken was ook thuis het devies. En dat hielp. Maar ik had het ooit toen ik voor dit merk viel. nooit kunnen denken dat er zoveel wijzigingen zouden zitten in je priveleven door het werk wat je doet. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief)

Leven met de vliegende pijl – 2 – Skodarijder…

Mijn eigen carrière had in eerste instantie niets van doen met het autovak. Ik koos na een paar jaar werken bij en op kantoor van een toen al grote bank voor de luchtvaart, een andere passie die me ook nu nog regelmatig bezighoudt. Dus kwam ik uiteindelijk op Schiphol terecht op kantoor bij een logistiek bedrijf dat zich als ware pionier had gestort op het vervoeren van vracht per vliegtuig van en naar Nederland. Het was letterlijk nog echt pionieren bij dat bedrijf, en daartoe behoorde ook dat ik als jong bureauventje diende te leren rijden. Toeval wilde dat je indertijd op de luchthaven nog zonder geldig rijbewijs in de rondte mocht karren, en mijn toenmalige chef was niet te beroerd om me als eerste achter het stuur te zetten van zijn persoonlijke bedrijfsvervoermiddel, een Ford Taunus 12M Combi, maar meteen ook te verlangen dat ik bij een Amsterdamse collega die hiermee iets bijverdiende, rijlessen zou nemen. Die combinatie zorgde er voor dat ik na precies negen rijlessen het benodigde roze papiertje kon ophalen bij de CBR. Van puur plezier mocht ik van Pa nog even rijden in een Skoda uit diens bedrijfsvoorraad, maar dat was niet zo’n succes. Die Octavia schakelde precies andersom t.o.v. de Ford Taunus en dat was net even teveel gevraagd voor iemand die ook nog in een Kever had leren rijden en het al zo lastig had met die stuurversnelling van de Ford. Het rijbewijs bleek overigens zoals verwacht een handige toevoeging aan mijn rol bij dat Schipholse kantoor waar iedereen datgene deed wat nodig was om de klanten tevreden te krijgen.

Ook ophalen of afleveren van luchtvrachtstukgoed behoorde daar soms toe. Mijn hard werkende chef deed dat zelf ook, ik volgde in zijn spoor. Al snel reden we ieder dik 40.000km per jaar, maar kwam ik nog steeds per brommer of Maarse & Kroonbus naar Schiphol om al dat werk te doen. Dit veranderde iets in mijn persoonlijke voordeel toen het bedrijf in 1967 een nieuwe VW Bus van het toen nieuwe T2 type aanschafte voor al dat vervoer en ik dat ding als ‘verst wonende’ mocht meenemen naar huis. Met de expliciete toevoeging dat ik in noodgevallen ook in de avonduren naar Schiphol moest om lading op het vliegtuig te zetten als dat door klanten werd verlangd. Dat busje was best groot voor een jong ventje als ik, maar je leerde er wel mee sturen. Al was het maar omdat die VW’s zeldzaam zijwindgevoelig waren. Het bedrijf expandeerde intussen als een gek, er kwamen steeds meer mensen in dienst, daaronder ook een echte beroepschauffeur die voortaan de afleveringen deed met de VW. De Taunus Combi maakte plaats voor een keurig nette 15M RS die in principe niet meer voor vervoer van pakjes mocht worden gebruikt. Voor mij bleef het vervoeren van en naar huis van diverse Amsterdamse collega’s en die spoedklussen in de avonduren. Carrière maak je niet zo maar natuurlijk. Toch was het wel heel lastig dat met die VW Bus geen meter privé mocht worden gereden en zo kwam het voor dat ik bij wijlen mijn schoonvader, bij wie ik indertijd met vrouwlief inwoonde, af en toe een auto uit het gamma van diens werkgever mocht meenemen. En zo kreeg ik ook de nodige rijervaring in een 2CV Bestel, een R4L Fourgonette en als het zo uitkwam een Renault Estafette, Franse tegenhanger van de normaal voor de deur staande VW Bus.

Toen we een paar jaar later als getrouwd koppel verhuisden naar de nieuwe Amsterdamse woonwijk Bijlmermeer mochten we de VW Bus niet meer gebruiken. Een van de beroepslui binnen het bedrijf nam het ding van me over. Ik koos er toen maar voor mijn eigen vervoer zelf te gaan regelen, we hadden er met al dat harde werken al het nodige voor gespaard. Met wat hulp van familie kregen we een bedrag bij elkaar dat zicht bood op een nieuwe auto. Een paar merken kwamen daarbij in aanmerking; Trabant waar je dan voor het gespaarde bedrag zelfs een ‘Luxe’ versie zou kunnen kopen, Vauxhall, waar men een Viva bood als tegenhanger van de hier veel populairder Opel Kadett, een Fiat 600 of 850, een vergelijkbare Russische Yalta of een Skoda S100. Die laatste werd medio 1970 bij de fabrikant de opvolger voor de 1000MB en baseerde zich qua techniek grotendeels op zijn voorganger, kreeg echter vlottere ronde lijnen en een verbeterd interieur. Een rijtest in het blad ‘De Lach’ uit die dagen was bijna doorslaggevend. Dat blad testte de auto en gaf hem een positief verslag mee, vooral de mogelijkheden om de banken door te klappen en daar dan een bed van te maken spraken aan. Maar ook de simpele bediening en de betrouwbare motor gaven de doorslag. En…ik kon het ding betalen. Cash, zonder afbetaling.

Met Pa nog even vooraf overlegd. Die vond van al die merken en modellen de Skoda (uiteraard)de beste keuze. Gaf me het advies de auto met respect te behandelen, ‘omdat het nu eenmaal een Skoda was’, en hij introduceerde me bij de toenmalige dealer in Amsterdam-Zuid, waar hij voorheen ook altijd zijn zaken mee had gedaan. Brouwer heette dat bedrijf en de eigenaar was een noeste wat bokkige man, die ik zelden heb zien lachen. Toch kocht ik er mijn eerste nieuwe Skoda. Rood van kleur, beige skai bekleding in het interieur en een 1000cc motor achterin die er na een lange aanloop iets van 45 pk uitperste. Het was een ruime wagen, vier portieren standaard, net als gescheiden remsysteem, twee snelheden op de ruitenwissers, een kachel die geschikt leek voor Siberië en een aantrekkelijk uiterlijk voor die dagen. Maar helaas mankeerden er technisch/kwalitatief gezien ook wel wat zaken aan. Al na een paar dagen gaf de startmotor het op, de spoorstangen waren ook al heel snel versleten, de Barum-banden waren weliswaar van het radiale type, maar echt sterk bleken ze niet. Toch was het een trouwe rakker, en we reden er in korte tijd waanzinnig veel kilometers mee. Zoveel zelfs dat we twee en een half jaar later al weer toe waren aan een nieuwe auto als opvolger. 75.000km in die periode gereden was voor een prive-rijder best veel.

Maar er bleek een klein probleem te zijn ontstaan. Dealer Brouwer, waar ik toch zo regelmatig voor onderhoud te gast was geweest met mijn eerste auto, bleek te hebben gekozen voor het nieuwe merk Toyota en stopte met Skoda. Hij kon of wilde me dus geen nieuwe auto meer leveren en dat maakte het noodzakelijk zelf weer op zoek te gaan naar een alternatief adres waar men wel een nieuwe Skoda kon of wilde leveren. Ik had me nooit zo bezig gehouden met andere dealers, nu was dat ineens noodzaak. Iets verderop in de Amsterdamse Pijp zat ook een Skoda-dealer zo bleek uit een dealerlijst en dat adres bezochten we op een donderdagavond in de zomer van 1973. Het bedrijf bleek gesloten. Maar wat we door de vet geslagen ramen binnen zagen deed besluiten dit dealerbedrijf maar over te slaan. Het was een grote puinhoop en ook de showroom was weinig overtuigend. Het volgende adres bleek te zitten aan de Amstelveenseweg in de chique wijk Buitenveldert. Daar aangekomen bleek dat men een soort werkplaats runde waar weliswaar ook in de avonduren keihard werd gewerkt, maar een showroom, een echte, was er ook niet. Toch was de ontvangst heel vriendelijk, zij het dat ik de (naar later bleek) eigenaar wel een heel aparte man vond. Hij kwaakte aan een stuk door, nam ons in de maling, maar gaf uiteindelijk een aardig bedrag terug voor de rode Skoda als wij een nieuwe bij hem zouden bestellen. Dat deden we pas nadat ik mijn Pa had gevraagd eens een gesprek met die mallotige eigenaar te voeren. Dat gesprek kwam er. Toen de mannen een paar uur met elkaar hadden zitten praten over van alles en nog wat en ik er voor spek en bonen bijstond, kon de koop worden gesloten. Het bleek een cruciale beslissing. Mijn leven zou door die bewuste aankoopbeslissing een niet meer te corrigeren wending nemen. Wordt vervolgd…. (Beelden: Yellowbird archief/Skoda – Alle teksten zijn eigendom van de auteur!) 

 

Ondanks de goede wensen….

Ondanks alle goede wensen, onze dromen, verlangens en zo meer, werd 2017 toch weer een jaar zoals alle voorgaande. Met narigheid en ellende aan de ene kant en plezier en ontspanning aan de andere. Wereldwijd zagen we de impact van een nieuwe president in de VS wiens diplomatieke gaven net zo groot zijn als die van de veelal geloofsgekke terroristen die ons bestaan elke dag bedreigen. We zagen de groei van het wereldwijde wapenarsenaal niet afnemen. Integendeel. Net zomin als we zagen dat er een verbeterd inzicht is gekomen t.a.v. het milieu, integratie, criminaliteit en zo meer. Nog steeds wordt Europa overspoeld door economische immigranten die menen dat het geld hier voor ze aan de bomen groeit. Een onhoudbare situatie die ook in 2018 niet zal verbeteren. Als je dus wereldwijd kijkt is er weinig reden tot vrolijkheid of optimisme. Dat geldt ook als we kijken naar wat ons land nu weer als regering heeft gekregen. De combinatie die nu met elkaar het nieuwe kabinet-Rutte heeft opgezet zal naar mijn mening zeker zorgen voor nog meer verdeling in de samenleving.

Omdat men overeind wil houden wat men denkt dat goed is voor ons land, daarbij hele groepen verontruste burgers negerend die via hun stem een totaal andere mening zijn toegedaan. We gaan eens zien wat het allemaal brengt maar optimistisch wordt je er niet van. Net of men weg wil kijken van een samenleving waarin cultuur, taal en traditionele godsdiensten moeten worden ingeruild voor iets nieuws. Zoals een door Brussel gedicteerde politiek van pappen en nathouden. Die niet zal leiden tot verbetering van de situatie, maar juist verslechtering. Nee, ook op dat punt viel 2017 niet mee. Privé mag ik trouwens niet klagen. Ach er gingen als altijd dingen mis, andere waren juist weer hoopvol. Er was verdriet en we hadden soms enorme lol. Het derde boek van mijn handen en toetsenbord zit vast op technische invulling rond de uitgave maar dat zou in 2018 moeten kunnen komen tot concretisering. Ik zie daar zeer naar uit. Tenslotte is het best een heel verhaal wat ik daarin te vertellen heb.

Nieuw was ook dat mijn persoonlijke aanwezigheid op de sociale media nu ook via Instagram verloopt. Leuke aanvulling op de rest. Het bloggen leed wel een vervelend verlies toen afgelopen maanden bleek dat de aanbieder van o.a. mijn autoblog op een of andere manier in de problemen raakte en meende dat schrijvers dan niet meer betaald hoefden te worden. Dat leidde van mijn kant tot stille vingers op het toetsenbord. Op dat punt heb ik in het verleden al te veel negatieve ervaringen opgelopen. Jammer, maar helaas, dan moet het maar op andere manier. Schrijven gaat gewoon door. Toch een soort passie. Net als al die andere liefhebberijen die mijn leven deels inkleuren. En wat dat kleuren betreft, wat te denken van onze nieuwe aanwinst; Prins Percy!

Een schat van een dier dat zo mooi zijn eigen plekje in huis innam. Wat een geluk dat je dat plezier kunt gebruiken om het grote verlies (voor ons) van zijn huisgenootje Punkie op te vangen. Die moesten we na net twee jaar leven maar toch ook flink sukkelen met de gezondheid alweer definitief uitzwaaien. Doet nog steeds pijn. En verder genoten we van leuke tripjes, familie, vrienden, mooie steden, fijne terrasjes, lekkere hapjes en zo meer. Net zoals we dat in 2018 weer hopen te doen. En omdat wij menen dat delen ook iets in zich heeft wens ik u dit namens ons ook toe. Moge 2018 u brengen wat u ervan verwacht. Moge gezondheid en plezier, maar zeker ook liefde uw deel zijn of blijven. Tot in het nieuwe jaar!

1987

Moet je ook eens doen. Terugkijken in je eigen leven en dat dan doen met wat mijlpalen uit je persoonlijke geschiedenis. Tien, twintig, dertig of meer jaren terug. En dan kijken hoe je leven er toen uitzag en in die periode er na veranderde (of juist niet). Maar ook hoe de wereld om ons heen anders werd. Ik neem vandaag als uitgangspunt en slechts ten voorbeeld, het jaar 1987. Dertig jaar is veel op een mensenleven en zeker ook als je naar de toestand in de wereld kijkt. In dat jaar bestond de Berlijnse Muur nog en waren Oost en West nog volkomen van elkaar vervreemd. Kernwapens op elkaar gericht en de mensen in Midden- en Oost-Europa opgesloten achter een IJzeren Gordijn. Gorbatschjow de grote man van de Sovjet-Unie, Reagan in het Witte Huis. Vonden we toen een vreemde snuiter. Een acteur tenslotte die democratisch president was geworden. Nederland ontworstelde zich in dat jaar net aan de economische malaise van het tijdperk. Het internet bestond slechts op een of andere universiteit. We belden nog met telefoons aan een draad, hadden maar net aan de faxmachine uitgevonden en de Televisie kende nog geen commerciele partijen.

Mijn persoonlijke leven speelde zich in dat jaar af in het toen nog relatief kleine Almere waar we indertijd net vijf jaar woonden. Groot huis met veel ruimte voor de hobby’s en daarnaast voldoende vierkante meters over voor de rest van het gezin… De buurt was gezellig, we kwamen er tenslotte aan het begin van dat decennium allemaal vanuit Amsterdam wonen en de onderlinge verhoudingen waren en bleven in ons buurtje bijzonder plezierig. Ik publiceerde in 1987 met een aantal vrienden al een aantal jaren een luchtvaartblad en daardoor werd er ook regelmatig gevlogen. Testvluchtjes, eerste keren met een bepaald type, maar daarnaast ook leuke tripjes met het gezin naar Londen of die eerste maal naar de VS, waar we in Florida met de mond open van wat we zoal observeerden, rondkeken en reden.

Mijn werk werd toen al een jaar of tien bepaald door het autovak waar ik als dealer-vertegenwoordiger een paar merken bediende, waaronder het Tsjechische Skoda dat zo trots was op haar nieuwste model, de Favorit, dat men ons dealers in november 1987 al naar Praag transporteerde in een Belgisch chartervliegtuig om die nieuwe auto te komen aanschouwen. Die vlucht zal ik niet snel vergeten. Want veel vertraging op de heenweg, een verkort programma in Praag, en dan weer terug. Om te ontdekken dat de Belgische vlieger niet op Schiphol wilde landen vanwege de dichte mist. We vlogen door naar Brussel. Om vandaar weer in een bus naar Schiphol te reizen en dan weer met de auto naar de resp. thuisadressen.

Het werd daardoor dik nachtwerk. Grappig is dat die nieuwe Skoda pas in 1989 op de RAI zijn officiele debuut zou maken en ons bedrijf zou storten in een soort van interne crisis omdat er keuzes tussen de gevoerde merken moesten worden gemaakt. Maar het resultaat daarvan lag nog drie jaar voor me in 1987. Ik weet nog wel dat ik ook toen al elke dag in ‘pak’ naar het werk ging en dat we als bedrijf de grootste dealer van Nederland werden met het Tsjechische en bijna de grootse met ons tweede merk, Daihatsu. Die strijd was indertijd buitengewoon belangrijk voor me. Ambities konden me toen bepaald niet worden ontzegd. En in 1987 ontmoette ik ook een nieuwe collega die later zou worden tot een van onze beste vriendinnen. Maar ook dat wisten we toen nog niet. Veel te druk. En dat ging nog wel even door….. Hoe zijn jouw herinneringen aan 1987? Of is dat intussen in de vergetelheid geraakt?! Ben benieuwd….(Fotos: Yellowbird/Cedok)

Die eerste 50 jaar….

Morgen vieren vrouwlief en ik dat we samen officieel 50 jaar een stel vormen. Als we daar de jaren bij op tellen dat we mekaar kennen is die periode in ons leven nog langer. Ongekend bijna in de moderne tijd waarin mensen vaak pas later een echte band smeden die via gemeentehuis, ringen en feest wordt bevestigd. Tegenwoordig nemen jonge mensen vaak veel langer de tijd om elkaar te doorgronden dan wij deden. Daarbij oefenen ze meestal vooraf met wat verschillende dates om zo te zien wat ze van hun gedroomde partner al dan niet mogen verwachten. Wij moesten dat allemaal in de praktijk van alle dag ervaren. Maar als ik terugkijk denk ik dat wij op dat punt voor onze jeugdige leeftijd bijna ‘ouwelijk’ waren in ons denken en doen. Verantwoordelijk ook. We moesten alles zelf uitvogelen. De tijd dat je een heel pakket goede adviezen mee kreeg voor een huwelijk was nog niet aangebroken, maar gelukkig hadden we zelf al het nodige aan beginnerservaring opgedaan. Het eerste huis was in feite niet veel groter dan een van onze huidige slaapkamers. Maar wat waren we trots! Een eigen onafhankelijk leven! Samen werken en bouwen aan wat voor ons lag. Diverse hobbels moesten we nemen. Niet alles is nu eenmaal altijd rozengeur en maneschijn.

Zoals dat binnen huwelijken nu eenmaal gaat. Wie meent dat altijd alles over die bekende rozen moet hobbelen snapt het niet helemaal. Elastiek rekt vaak aardig mee, soms knapt het. Dat van ons hield het zelfs onder spanning aardig vol. Kameraadschap en liefde hield ons samen. Dat tweede gevoel zit meestal diep. Zorgt ook voor respect. Kameraadschap is dat je dingen ‘samen’ doet, ook al zijn ze dan verschillend van karakter of inrichting. Wat wij samen vooral altijd goed hebben gekund is praten. Over van alles en niks. Kwekkerdekwek. Dat zat voor dat het officiële karakter van onze band werd gesmeed al goed. Hele wandelingen maakten we als jeugdige a.s. partners en praatten of filosofeerden dan flink wat af.

Er was in die periode ook al veel te bepraten. De jeugdjaren waren niet bepaald rimpelloos in beider levens en dat gaf veel stof tot…. Vandaar ook het besluit om vroeg te kiezen voor die onafhankelijkheid. Wat indertijd weer leidde tot extra complicaties. Families die uit elkaar zijn gerukt door vroegere breuken maakten toestemming vragen voor dat huwelijk (zo ging dat indertijd) ingewikkeld en dat leidde dan weer tot nieuwe verwikkelingen. Vandaar dat ik zo blij was dat onze trouwdag achter de rug was en we het toegangsluik van ons huisje met de partijspoorten op de vierde etage van een oud herenhuis aan de Amsterdamse Amstel met een klap dicht gooiden. Afgesloten dat oude leven, op naar het nieuwe. Vijftig jaar volgehouden! Knap toch? We vieren het in bescheidenheid. Passend bij onze manier van leven. Maar het gaat niet zomaar voorbij uiteraard. Vandaar ook dit blogje. Om duidelijk te maken dat we bezig zijn er nog eens 50 jaar achteraan te gooien. U wish! Maar mocht u me missen op die 4e, want dat is de officiële trouwdatum, dan weet u waarom! En intussen feliciteer ik vrouwlief uiteraard met de bijzondere trouwdag en die partner die haar leven zo gelukkig maakte…….

 

F van Feestelijk…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Feest, een feestje, festiviteiten, ben ik er wel echt van? Als ik in mijn hart laat kijken, eigenlijk niet. Nou ja, een beetje verwennen met de verjaardag, een ander de eer doen toekomen die hen bevalt door aanwezig te zijn bij een georganiseerd feest(je), ik doe het, maar echt van harte gaat het vaak niet. Zal ook komen omdat ik niet zo van ‘hoeperdepoep’ ben, maar meer van het goede gesprek. Een op een en zo. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer zo intens als het vroeger wel werd gedaan. Ik spreid de gasten wat, opdat ze allemaal dezelfde aandacht krijgen en je aan het einde van de avond (of dag) het gevoel hebt echt te hebben genoten van de aanwezigheid. Nu stel ik het wellicht wat zwart/wit hoor, maar echt in de genen zit het niet. Hoewel mijn ouders er vroeger enorm van hielden om elke gelegenheid aan te grijpen ergens een feestje van te maken. Maar dat waren ook andere tijden. Hoogtepunten in een bestaan dat vooral bestond uit veel en lang werken, en dan was een verjaardag al genoeg reden om de hele familie bijeen te halen en aan te vullen met de omvangrijke vriendenschaar die ze indertijd bezaten.

kort-three-musicians-1930Het mocht wat kosten en de lekkerste hapjes en drankjes stonden op tafels, alle stoelen er omheen en ook de nodige rookwaar. Want dat had je toen, men rookte als een ketter en je was een slecht gastheer/vrouw als je die zaken niet verzorgde. Oma kreeg een advocaatje met slagroom en  de grammofoon zorgde voor de nodige muziekjes om de sfeer er in te houden. In het begin van mijn eigen onafhankelijkheid deed ik dit in de ware spirit van de afkomst ook nog even zo, maar daar was ik toch al snel klaar mee. Die mensen die je een of twee keer per jaar zag omdat het zo hoorde, maar verder niets van zich lieten horen, waren niet mijn meest ideale gasten. Nee, stoppen maar met die flauwekul. En dat beviel heel lang goed. Langzaam aan werden we ouder en kwamen de grote data. De verjaardagen zagen kroonjaren passeren, een daarvan werd met een surprise-party een paar jaar terug nog enorm verrassend en leuk. Alle vrienden en wat familie bijeen om te vieren dat ik zover was gekomen. Nog steeds in dank herinnerd. Men kwam van heinde en verre!

wp_20161130_004Overigens geldt mijn hier wat aangedikte afkeer van die feestjes niet zozeer de zakelijke festiviteiten hoor., Open huizen, openingen, introducties, shows etc. Dat diende een doel! Onze trouwdagen, en ook die lopen qua jaartallen aardig op nu, vieren we meestal in eigen kring. Gewoon met zijn tweetjes. Je doet het immers allemaal samen. Maar we gaan dit jaar weer voor een kroonjaar en dat vraagt overwegingen over hoe we wat en waar vieren. Klein, of net iets meer dan dat. Groots wordt het zeker niet. Past niet bij ons, de bescheidenheid zelve. Maar wat we doen zullen we vast, ook hier, delen. De eerste gedachten delen we nu al. Feestelijk….. Met een hoedje en een toeter en een vrolijk snoetje….

Bellen..

WP_000784‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.

WP_002554Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.

WP_003036De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??