Hans en de (Romeinse) geschiedenis van Soest..

hans-peters-en-friends-op-de-heiSoest ligt op een wat verhoogd niveau. Dat zie je terug aan de huizen daar. Men kijkt er letterlijk op de omgeving neer, maar dat is verder vooral figuurlijk ook zo bedoeld hoor. Zandgrond en een mooie historie die al terug gaat naar de tijden dat het oerijs hier welig tierde en de latere Romeinen er nog wel eens doorheen trokken hebben het gebied hier net zo gevormd als de latere bewoning van het Koninklijk Paleis in buurtgemeente Soestdijk of de ooit in de buurt gevestigde vliegbasis van Soesterberg. Dat zand in de bodem heeft niet alleen een dempende werking op de omgeving, het is er lekker rustig als je de doorgaande straten vermijdt, maar die bodem verbergt ook het nodige aan interessante zaken. Die graaf je niet zo maar even op, daar moet je eerst met gespecialiseerde apparatuur naar zoeken. En dat is nu precies wat mijn goede vriend Hans met zijn maten daar in de omgeving regelmatig doen. Al dan niet met toestemming van de lokale agrarische bevolking in de regio lopen ze als het weer het toelaat met hun detectie-apparatuur heen en weer te schuifelen over de Soester akkers op zoek naar…..ja naar wat eigenlijk? Als Hans begint te vertellen over zijn bijzondere vondsten raak ik er vaak al snel door verbaasd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Van Romeinse of Middeleeuwse muntjes, speciale potscherven, stukjes oud textiel, maar ook gewoon afval uit meer recente tijden. De hele geschiedenis van het gebied komt voorbij en Hans kan er smakelijk over praten. Thuis heeft hij net als zijn zoekvrienden een mini-vitrine ingericht met de meest bijzondere zaken die uit de grond kwamen, maar omdat ze toch behoren tot de geschiedenis van de stad en de omgeving mogen ze vanaf 14 april a.s. wat vondsten en hun apparatuur uitstallen in het lokaal bekende en qua algemene exposities interessante Museum Soest. Aansluitend op de normale exposities daar staat Hans er met zijn spullen en legt de liefhebbersgroep waartoe hij behoort in woord en geschrift uit wat ze zoal zijn tegen gekomen en hoe ze deze passie beoefenen. Niet alles is zo leuk als het lijkt, niet elke boer een vriend van de onderzoekers en niet elk object meteen waardevol. Dat lijkt soms meer dan het is. Maar de historische waarde is soms van groter belang dan enig geldelijk gewin.

museum-oud-soest-1Vandaar ook deze expositie. Gewoon om kennis te delen en mensen te kunnen uitleggen welke ‘lagen’ de geschiedenis van Soest eigenlijk kent. Hans is daar goed in, dat weet ik, en als gepensioneerd overheidsdienaar maakt hij graag tijd vrij voor hen die met serieuze vragen naar hem toe komen. En mocht je daar behoefte aan voelen speelt hij ook nog even een riedeltje op het in het museum aanwezige kerkorgel…. Ik heb het allemaal van nabij mogen meemaken en dat is alleen al een reden om het iedereen aan te raden dit fraaie museum eens te bezoeken. Want naast deze expositie is er nog veel meer te zien in dit meer dan stijlvolle gebouw aan de Steenhofstraat 46, 3764 BM Soest. Toegangsprijzen bezoek Museum Soest. Bezoekers tot en met 12 jaar € 1,00,  Bezoekers 13 jaar en ouder € 5,– Entree en rondleiding    € 6,00

De schitterende St. Jan in Den Bosch…

WP_20160810_007Ik geef direct toe dat ik ergens nog wel een restantje katholicisme in me heb zitten. Niet zo zeer voor wat betreft de godsdienstinhoud, maar wel met sommige uiterlijkheden van het instituut. Gek op kerken gebleven. Prachtige historische gebouwen vaak. En de beleving van het enige ware geloof (..) is natuurlijk omgeven door veel optische verfraaiing die mij wel bekoort. Als het dan toch moet, dan maar zo. En niet anders! Hoe dan ook, een kerk die al een flinke tijd op het verlanglijstje stond om nog eens vanbinnen te bekijken was de St. Jans-basiliek in Den Bosch. Een van de bezienswaardigheden van die verder ook zo gezellige stad. Maar de keren dat wij er voorheen waren was er telkens een reden om het gebouw niet te bezoeken. Steigers in verband met een verbouwing of restauratie, een toegangsprijs die men vroeg om erin te mogen (doen wij principieel niet aan mee) of lange files voor de ingang. Toen we dan ook onlangs weer eens in Den Bosch verkeerden en we er zo maar zonder enig probleem in mochten, dachten we: ‘Kijk, dit is onze kans’ en we liepen er vol verbazing in rond. Dit is geen kerk, dit is geen kathedraal, dit is een basiliek. Brabantse gotiek, prachtige ornamenten, dito gebrandschilderde ramen. Van oorsprong daterend uit 1366 werd de kerk door de loop van de jaren heen uitgebouwd tot een kathedraal en in 1929 gekroond tot basiliek.

WP_20160810_014Wat je ziet is prachtig. Er zijn overal afbeeldingen te zien die te maken hebben met de katholieke leer door de jaren heen. Het orgel is een prachtig ding dat al stamt uit 1617 maar waaraan een heel verhaal kleeft voor wat betreft de bouw en afstemming van het geluid. Pas in de 18e eeuw kwam het ding echt op toon. Best lang voor een orgel. Maar dan heb je oog wat. De St. Jan is 115mtr lang, 62 meter breed, het koepelgewelf in het midden is 41 meter hoog. De hoogste toren kent een lengte van slechts 73 meter. Dichter bij God kon men indertijd niet komen kennelijk. Maar vanuit diens troon ‘in den hemel’ zal hij dit eerbetoon aan zijn bestaan vast niet kunnen missen. Terwijl de St. Jan best een indrukwekkend complex is, blijkt dat in de omgeving weinig tot niets lijkt op de bouwstijl van deze kerk. Dat zie je op andere plekken weleens anders. Hij lijkt in veel opzichten op andere kerken in het Brabantse, maar heeft weer niets van de majestueuze kerken die door bouwmeester Kuypers zijn neergezet. En ja, ook deze kerk viel ooit in handen van de hervormden. In 1629 werd de eerste dienst van die stroming gehouden in de St. Jan. Pas in 1810 kregen de katholieke gelovigen met dank aan Napoleon hun eigen kerk en bisdom weer terug.

WP_20160810_013 Een paar jaar later vloog de westertoren (nee niet die in de hoofdstad…) in brand. Twaalf jaar later was de schade pas hersteld. Maar toen was er meteen een heel klokkenspel in gehangen, een oude wens van de katholieke gemeenschap. U ziet, ik heb mijn huiswerk gedaan. Tijdens ons bezoek zagen we nog een expositie over de Lijkwade van Turijn. Interessante expositie over een van de meest bediscussieerde zaken uit de katholieke geschiedenis. Maar hoogst interessant ook. Na al die jaren dus toch bezocht. En weer het e.e.a. bijgeleerd. Ook dat is nuttig. Want wie niets meer (bij) leert is klaar om er definitief mee op te houden. En dat was ik niet van plan. Maar dat waren al die ‘belangrijke en rijke lieden’ die in de St. Jan begraven liggen ook niet. Geeft te denken…..

Terug naar de oudheid…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Al eerder, een tijdje terug alweer,  kwam hier een verslagje voorbij rond een bezoek aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een van de museale trekpleisters van deze universiteitsstad waar het verder ook zo lekker toeven is. Zoals wij onlangs weer eens deden met lieve Soester vriendjes van ons. We zouden een Egyptische expositie bezoeken. Na een wat ingewikkelde treinreis (in ons land is reizen per trein soms per definitie ingewikkeld) vonden we elkaar op het CS en togen richting het Leidse Rapenburg waar dit museum is gevestigd. Nadat we door het toegangspoortje heen waren bleek de Egyptische afdeling gesloten. Dat was toch wel even een domper. Men was aan het verbouwen of verhuizen. Bleek lastig te definieren. Nou ja, dan maar de trappen opgesjouwd naar de rest van de toonzalen. En daar verveelt een mens met enige waardering voor de eigen geschiedenis zich echt niet. Vooral de expositie over opgravingen in eigen land is de moeite waard. Romeinen, oertijd, een stukje geloofsinvloed, alles is terug te vinden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een etage lager bleken twee los van elkaar staande exposities onze aandacht waard. Een kleine over Egypte was gelukkig alsnog te bezoeken. Goed zo, gerechtigheid. Heerlijk dolen tussen en langs die fraaie cultuur die duizenden jaren voor Christus’ jaartelling de dienst uitmaakte in het toenmalige midden-oosten. Een andere expositie ging over de geschiedenis van het mes en het zwaard. Ging ook ver terug. Van oeroude bronzen exemplaren tot het erezwaard van Willem de 1e dat door diens achter-achter-achter kleinzoon Willem Alexander nauwelijks te tillen bleek. Ook een drakendoder van een meter of twee lang lag uitgestald. Je weet niet wat je ziet. Aandacht ook voor de kromzwaarden van de roverhoofdmannen die ooit het Heilige Land Palestina bezetten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kromzwaard tegen het bekende kruisvormige exemplaar van de toenmalige voor het christendom reizende en vechtende ridders die dat geboorteland van Christus wilden ontdoen van hun Barbaarse overheersers, nu een jaar of 1000 geleden. Indrukwekkend! Het OHK Museum is altijd een bezoekje waard. Voor kinderen heeft men de nodige activiteiten uitgewerkt, van de hal beneden tot bij elke expositie. Daar kan men een gezin redelijk mee zoet houden. En dit is ook een betaalbaar museum. Met een koffiehoek waar je nog wat kunt eten en drinken, een uitgebreide museale winkel en voldoende beveiliging om je er prettig te voelen. Mocht je eens in Leiden zijn, ga er dan heen. Wellicht is dan ook die befaamde Egyptische collectie weer in vol ornaat te zien. Want dat is toch wel de kers op de pudding, de slagroom op de taart. Die moesten we nu node buiten de deur van het museum zien te vinden. Wat nog gelukt is ook. Het bleef nog lang gezellig langs de Leidse grachten.

Gulzige gidsen…

WP_005605Jaha….ik weet het wel! Het is een uitdrukking die ik nogal eens gebruik als ik weer eens wordt gewezen op het feit dat ik over een bepaald onderwerp de nodige kennis sta door te geven. Ik had onderwijzer moeten worden, wordt me nog wel eens verteld. Ik geeft toe dat ik over bepaalde zaken overenthousiast kan oreren. Zeker als ze me interesseren. Dus als er iemand is die kan beoordelen of iemand (te)veel bijdraagt aan het kennisniveau of de acceptatie bij anderen, ben ik het. Een gids of wat daar voor doorgaat moet veelal goed op de hoogte zijn van de onderwerpen waarover hij/zij praat, maar nooit all te veel uitdragen bij een meer algemeen publiek. Overdaad schaadt en dan gaan de oren dicht, sluiten de luiken en nemen mensen het niet meer op. Onlangs overkwam het ons. De eerder beschreven Museumboerderij kende een paar vrijwilligers die als gids dienst deden. Een daarvan was ‘Henk’. Ik noem hem maar zo, om het geheel een gezicht te geven. Aardige man, die zich voorstelde aan het gezelschap dat de rondgang door de museale boerderij zou gaan maken.

WP_20150715_010Dat lukte allemaal prima, maar wellicht omdat er ook kinderen in het gezelschap zaten, kreeg ik de indruk dat hij tot in het kleinste detail elk werktuig, elke kaars, elke vierkante centimeter van die boerderij wilde verklaren. Soms was dat leuk, maar als je gaat uitleggen wat een kinderwagen was (is) of hoe je bepaalde zaken moet ‘wekken’ in potten, dat wordt het wat te veel van het goede. Hij was dolenthousiast, dat wel hoor, maar hij spuide zoveel informatie dat zelfs ik me afsloot en even buiten ging staan. Daar kwam net een tweede gids aanlopen, en die bleek van een heel andere soort. Vertelde zaken kort en bondig, ter aanvulling op Henk, en bleek een verademing omdat hij ook ruimte gaf aan vragenstellers of opmerkingen van het gezelschap. Niets ten nadele van de man die zo enthousiast was over het leven op de boerderij, maar soms moet je echt de turbo even uitschakelen. Tijdens ons bezoek aan de St. Hubertuskrk in Helmond liepen we ook aan tegen een paar doldrieste gidsen.

WP_20141003_078Binnen de kortste keren kregen we zoveel informatie aangeboden dat we even een andere kant opliepen. Het was een waterval aan feiten en katholieke geloofsmeningen. Met een tandje minder had het nog teveel geweest. Maar goed, je gaat niet ongeinformeerd weg natuurlijk. Ook iets waard. Een dagje later liepen we in het Oorlogs- en verzetmuseum van Overloon. Mijn derde keer in korte tijd. En nu was ik zelf een soort van gids. Betrapte me op een groot enthousiasme, maar zweeg toch toen ik ontdekte dat ik mijn polderzus stond uit te leggen hoe een radiaalmotor in een truck of vliegtuig werkt en wat er gebeurde als je die dingen opstartte. Ik ben net zo, moet dus oppassen met oreren. Nou ja, dat schreef ik al…..Dus mocht u willen dat ik het wat rustiger aan doe, laat maar weten hoor….. Eens in de week is misschien ook een aardig schema en dan kan ik wellicht nog wat meer in details treden….:)

Boerderijmuseum

WP_20150715_016Als uit de grootste stad van ons land afkomstig jong mens was een boerderij iets waar koeien rondliepen of hard werkende lieden met een paar stukken gereedschap ons toekomstige voedsel van de akkers haalden. Daarbij kwamen de verhalen van mijn moeder die in de oorlog nog wel eens moet boerenmensen van doen had gehad tijdens strooptochten die iets te eten moesten opleveren. Het totaalbeeld wat ik van dat boerenleven had was nooit al te positief. Nou ja, op de kinderboerderij wellicht. Als kind kon je daar kennismaken met een stel lieve diertjes die zelfs aaibaar waren. Die de nek omdraaien voor een lap vlees kwam in mijn jeugdige bolletje niet op. Vlees of kip kwamen van slager of poelier. Des te opmerkelijk wellicht dat juist ik me onlangs liet overtuigen om eens een kijkje te nemen in een museumboerderij. Dat complex is te vinden in de Meierij, niet ver van het Brabantse gehucht Heeswijk-Dinther.

WP_20150715_007Dat museum is helemaal opgebouwd op, rond en in een oude boerderij en men heeft voor dat doel de kalender stopgezet in 1900. En dat is voor moderne stadsmensen of voor hen die in ieder geval een zekere ontwikkeling kenden in de afgelopen decennia, een confronterende ervaring. De centrale expositie is opgebouwd in een boerderij die tot de jaren zestig nog in gebruik was. Een gemengde boerderij. Kortweg;  veeteelt en landbouw onder een dak. De boerderij zelf is er een van de oude soort met een woonhuis (waar men vaak met een man of tien samenleefde) een voorstal en een achterstal. Veel van de zaken die je krijgt voorgeschoteld zijn, in de tijd bekeken,  inventief en soms zelfs slim. Zoals het vroegere verwarmingssysteem met een centrale houtkachel/open haard die bij gebruik ook meteen het water in de stal warm maakte, maar ook kon worden gebruikt voor roken van worsten. Niets op deze boerderijen ging verloren, alles was bruikbaar en niets werd zo maar weggemikt. De slaapruimten zijn verhalen op zich waard.

WP_20150715_015Bedstee voor 4 kinderen en als het moest een vijfde er dwars tussen in. Boer en boerin half zitten in hun eigen hokje en de baby (je moest toch wat als je vroeg naar bed ging) op een soort plankier er boven. Het vee stond een ruimte verderop. Van koeien tot kippen, van varkens (vooral voor de slacht) tot wat ook. Als het maar bruikbaar en/of eetbaar was. In de achterste ruimte staan de gereedschappen en de wagens. Want kerkelijk (katholiek)was men in die dagen zeker en de kerk moest  op zondag bezocht. Het waren drukke en zware tijden. Werken, werken, werken en op zondag dat uitje naar de kerk. Interessante locatie dit museum, al werd het boerenleven hier en daar wel wat erg  overdreven positief of juist negatief gepresenteerd. Het complex wordt nu onderhouden voor een stichting door 75 vrijwilligers, deels afkomstig van dit soort boerenbedrijven. Die houden ook de tuinen bij (men eet groenten van eigen grond) en geven workshops voor de lokale jeugd.

WP_20150715_023Een erg aardig uitje dat niet de wereld kost, maar je wel even leert relativeren over wat er allemaal moest gebeuren op zo’n boerderij om het voedsel voor de stadsmensen te produceren. Je vindt het museum aan de Meerstraat 28 in Heeswijk-Dinther en de boel is hier open van april-september op dinsdag/woensdag tussen 10-12u of in de weekenden tussen 13-16.00u. Het spul is niet gratis, kost een paar Euri p.p. aan toegang, en je kunt wat bijdragen leveren aan de kas door een bakkie koffie te nemen met een plakje Brabantse cake. Erg leuk voor kinderen, laat ze wel even googlen wat bepaalde zaken kunnen betekenen. Want gerst, vlas, tarwe en zo meer zijn geen alledaagse termen voor kinderen. Zeker niet uit de stad. En die termen worden hier regelmatig gebruikt.