Van paarden en kolenboeren…

Mensen van mijn leeftijdscategorie hebben heel soms de neiging om terug te kijken naar een tijd waarin de wereld nog simpel was en ongecompliceerd. Zo ook ik. Onlangs had ik met iemand een gesprek over paarden. Paarden? Jij? Ja…paarden! Niet omdat ik nu per definitie zo houd van die beesten, maar wel omdat in mijn jeugd paarden nog gewoon dienstdeden als voor karren met lading lopende dieren die daarna in een loods werden opgeborgen die gewoon in onze woonstraat te vinden was. Schillenboeren waren er gek op, net als de lokale voddenman. Vandaar ook dat we in onze straat een echte smid hadden zitten. Waar men nog ouderwets (toen al) hoefijzers op de benen van die hardwerkende dieren aanbracht. Het rook heel specifiek en ik weet nog dat die smid en zijn maatje ook in zijn loods rond lopende ratten op wrede wijze te lijf ging. Hij sloeg ze tot moes met zijn gereedschap. Paarden en ratten, het hoort sindsdien voor mij bij elkaar.

Onze woonstraat was een heel normale straat en dus had je in die jaren op verschillende plekken middenstanders zitten die hun nering nog aardig wisten uit te nutten. Van snoep tot melk, van sigaretten tot serviezen. Alles wat je nodig had als gezin was om je heen gevestigd. Een van die ondernemers zetelde in een kelder onder de woonhuizen en deed in kolen. In wat? (Jonge generatie heeft geen idee meer..). Ja in kolen. Steenkolen. Uit Limburg! En dat spul stookten we vrijwel zonder uitzondering in de huizen en winkels van die periode. Meestal bunkerden we van tevoren een paar mud van dat spul in voorraad. Steevast in een kolenhok dat op de etage waar we leefden naast de ingang naar de kamer was gelegen. En als je echt veel geld en ruimte had, kwam er een hele berg op zolder te liggen. Maar dan moest je wel steeds met je kolenkit naar boven om de voor de warmte van de dag benodigde voorraad te halen.

Die kolen gingen er bij (toen nog vaak voorkomende) strenge winters snel doorheen. En dan moest je soms voorraad bijhalen. En daar was dan die ‘kolenboer’ goed voor. In zijn kelder verkocht die niet alleen jute zakken vol van dat goed brandende spul, maar ook kleinere papieren zakken. Die waren meer voor het kleinverbruik, maar daarom niet minder zwaar. Mijn lease pa tilde drie van die zakken op zijn schouder en liep dan terug naar huis, ik kon er met twee uit de voeten en dat was voor een puberaal jong best trots makend. De kachel moest roken, en dat deed zo’n ding ook. Mits steeds bijgevuld en opgepookt.  Vooral als hij door onoplettendheid was uitgedoofd en je dus uit je altijd koude slaapkamer kwam in een huis waar de ijspegels zowat aan de ramen hingen. Een hele kunst om de boel dan weer brandend te krijgen. Maar eenmaal gewend lukte dat binnen een kwartier. En dan maar even bijkomen voor je naar school ging. De kolenboer hield het nog redelijk lang vol. Tot ook in die oudere woonbuurt olie en gas gingen zorgen voor een heel ander soort verwarming en kolen uit het dagelijks leven verdwenen. Net als al die andere spullen die je toen bij al die winkeliertjes kon kopen. Nu is diezelfde straat gewoon een woonstraat. Met een enkele uitzondering zijn alle bedrijven verdwenen. Net als de paarden. Als er al eens een door die straat rijdt is het er een van de politie. Maar verder?

Kou!

WP_000357De winter is als ik dit opschrijf net op de terugweg en de temperaturen lopen onder invloed van een zuidwestelijke stroming in onze omgeving weer op tot flink hoge waarden.  We hadden een week waarbij de vorst even liet voelen hoe het kan zijn in januari en in sommige streken bleek zelfs schaatsbaar ijs te ontstaan. Aan mij is dat niet besteed overigens, ik ben niet zo van dat gladde gedoe op 1,5 centimeter bevroren water. Het doet me wel terugdenken aan winters die ons mensen overspoelden met de ongemakken die bij dit seizoen behoren. Sneeuw, gladheid, dik ijs. Zoals begin jaren zestig toen we een winter kenden die nu als horror te boek staat. Ongeveer alles wat normaal water was vroor dicht. De Amstel achter ons huis, de Zuiderzee, en de Elfstedentocht bleek een rampenplan. Zo koud, zo heftig. Met huizen die slechts op kolenkachels draaiden v.w.b. de verwarming en een steeds schaarser wordende anthracietvoorraad was het ook spannend hoe de boel een beetje gangbaar bleef.

Leeg terras V en D Hoofddorp...

Was best improviseren voor de meeste Nederlanders. Maar je had wel het idee dat de winter echt iets voorstelde. Sneeuw is ook zoiets. Ik heb in de herinnering dat er winters waren dat dit witte spul zowat tot de dakgoten lag en dat rijden best een hele oefening bleek. 1979 was er zo een. Ik was juist toen werkzaam tijdens de AutoRAI. Een sneeuwstorm legde het land lam. Mensen zaten in hun auto’s opgesloten, konden niet verder en werden dan soms van de weg geduwd door vrachtwagens die wel doordrukten. Hele huizen verdwenen onder een sneeuwlast en vooral het noorden van Nederland had hier zwaar door te lijden. De RAI werd intussen leger en leger, want wie komt er naar een nieuwe auto kijken als je met die oude niet eens in Amsterdam kunt komen. Ook in de jaren tachtig  was het soms heftig. We woonden toen in de polder op 30km afstand van de hoofdstad en op een bepaalde dag was de sneeuwval zodanig dat ik van werk naar huis 2,5 uur bezig was. En daarbij liepen we op 150mtr afstand van datzelfde huis nog vast ook.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik denk dat er 50cm sneeuw lag. Thuis bleek de schuur door sneeuw onbereikbaar en daar stond nu net die zo dringend nodige sneeuwschep. Kom er nu maar eens om. Het lijkt wel of we met verschuivende seizoenen van doen hebben. Het is soms wat kil, zeker, maar echt winters? Nee. Nou ja, de Amerikanen krijgen veel sneeuw, het Midden-Oosten soms, maar bij ons is het echt droef. Aan de andere kant, zit ik er echt op te wachten? Nee! Maar het blijft jammer. Al zijn al die herinneringen wel weer leuk. Met auto’s op het ijs. Toch wel wat anders dan een beetje krakend op je Noren over een weilandje. Vroeger, ja, of toen echt alles beter was? Die kou ben ik niet vergeten hoor…..Net zo min als de andere ongemakken….