
..gaan we morgen de 27e voor dag en dauw weer even de stad in om ons te vermaken met het oranje-gekleurde volk dat zich bezig houdt met vrijmarkten, muziek maken, festiviteiten die je normaal nooit (meer) meemaakt in deze door regels versaaide stad en vooral veel lopen. Koningsdag is een traditie die voor ons, lieden uit de hoofdstad, vergelijkbaar is met carnaval in het zuiden of pakweg klootschieten, Paasvuren of schaatsen in het noorden van ons land. We trekken zelf uiteraard ook iets oranjeachtigs aan (handig voor wie ons zoekt..) en delen de dag op in een paar korte onderdelen. Trekken van het ene stuk van de stad naar het andere, maar houden wel af ten toe thuis pauzes. Om iets te eten of te drinken, de wc te benutten en soms ook om de eerste leuke aankopen te lossen. Daarnaast hebben we een patient te verzorgen..

De traditie stamt overigens al van lang geleden en was voorheen vooral op de 30e april reden om ons in dat feestgedruis te gaan vermaken zoals omschreven. Maar toen Trix haar oudste zoon naar voren schoof als nieuwe monarch was zijn eerste onbegrijpelijke daad die datum verzetten naar de eigen verjaardag. Ach die paar dagen maken normaal gesproken niets uit al hebben we nog wel eens gemopperd als het op de 27e bewolkt en regenachtig was en de 30e uiteindelijk prachtig weer. Nou ja, april en Wim-Alex doen wat zij willen dus we gaan er maar in mee. Duimen dat het morgen ook al vroeg in de ochtend goed te doen valt. We hebben ook wel eens lopen ‘beren’ van de kou en dankten de weergoden dan op de blote (nou ja..) knietjes dat het in de middag wat opwarmde. Hoe dan ook, wie me zoekt moet morgen dus in onze stad uitkijken naar een oudere jongere in oranje gekleed, met een rugzak op de nek die al dan niet goed is gevuld met vondsten die je normaal nooit tegenkomt. Als alles goed gaat ben ik aankomende dinsdag weer terug met een reguliere meningblog… Tot dan….leve de koning! (beelden: Archief)

































Nu geen middel onbeproefd lijkt om ons met zijn allen in eigen land vakantie te laten vieren en we bepaalde buitenlanden niet meer mogen of kunnen bezoeken, lijkt het er op dat veel mensen de tent weer in ere doen herstellen en daarmee op stap gaan. Je kwakt zo’n ding zo achterin je auto of op het dak, dan wel in de overhaast aangeschafte aanhanger, en hup…op weg naar Texel of Vaals. Ter plaatse lekker uitpakken, je tentje opzetten (uuuuuren werk) en dan maar hopen dat het niet gaat regenen of dat je net die ene plek uitzocht waar ook een op grasniveau gebouwde wereldstad te vinden is vol bosmieren of steekmuggen. Dan ga je koken op een gasstelletje, of je neemt je Action-bbq en doet je best om dat aan het branden te krijgen. Elke keer dat je moet toiletteren loop je langs tientallen andere tentbewoners naar het vaak centraal gelegen sanitaire gebouwtje waar het natuurlijk altijd stinkt en plakt. Ook het eventuele douchen mag je daar doen. De uitzonderingen daargelaten is dat het beeld wat ik zelf kreeg van campings of wat daar voor doorgaat.
En ik heb het niet van een vreemde. Ooit, in mijn vroege jeugd, besloten mijn ouders dat een kampeervakantie wellicht een leuk (en betaalbaar) idee was met de kinderen samen. Nou, die kinderen waren klein, maar zagen er weinig in. Toch werd met een geleende tent het plan doorgezet en stonden we na een paar uur (door)rijden in het Limburgse Berg & Terblijt in een boomgaard tussen andere tenten te genieten van de kwetterende vogels en het lekkere weer. Ik ruik nog het spiritusstelletje waarop werd gekookt en de vriendelijke glimlach van mijn moeder die vond dat het eigenlijk wel meeviel met dat gevreesde gebrek aan comfort. We hadden nog niet geslapen natuurlijk. En dat kwam er ook niet van want midden in de nacht brak een onweer los dat het midden hield tussen een wolkbreuk en het einde der tijden. Omdat mijn leasepa ook niet meteen een kampeerder was had hij geen gleuven gegraven rond de tent, dus stond binnen de kortste keren het water op het grondzeil.
Drijfnat werden we. En wij kinderen mopperen. Gelukkig mochten wij in de auto slapen, wat we graag deden. Die was tenminste droog en veilig. Mijn ouders hielden het nog even hozend en gravend vol. Maar ‘gek genoeg’ werd de volgende dag, het was opnieuw prachtig zomerweer geworden en de tent weer snel gedroogd, besloten dat de kampeeroefening voorbij was en checkten we in bij een fraai maar best prijzig hotel in Valkenburg. Nu werd de glimlach van ma toch een stuk groter en mijn leasepa vond alles best als hij maar niet weer in die tent hoefde. Sindsdien was kamperen geen enkele optie meer. Altijd in hotels of logementen waar je comfort kreeg en lekkere ontbijten. Er werd een jaar lang voor gespaard, maar dan had je ook wat. En ik nam die gewoonte over. Meer dan mijn oudere broer die altijd iets is blijven houden met dat avontuurlijke van kamperen. Met de tent of caravan, hij smult er van. Ik niet, voor mij is het een gruwelijk idee als er geen bunkerachtige betonlaag zit tussen mij en de buitenlucht tijdens een verblijf in een ander dan mijn eigen bed. Nu ben ik op dat punt een lastige slaper, maar veel hotels bieden me voldoende comfortabele bedden en rust dat het alsnog na een tijdje lukt. Kortom, zoals ik al aangaf in mijn blogverhaal over tripjes (19-6-20), ik ga voor de steden en de hotels. Kort maar krachtig, en vol comfort. Het mag iets kosten, maar dan denk ik er ook vaak met meer plezier aan terug dan rond dat kamperen. Niks voor mij. Wie er wel van houdt moet het maar zeggen. Ik lees met plezier…of afschuw….Net hoe de pet staat….(Beelden: Internet/Archief)
Wie mij de afgelopen jaren regelmatig heeft gevolgd weet dat ik niet zo van de stranden ben. Hoe fraai het weer is, hoe warm ook, laat mij maar in de schaduw zitten of lopen. Lekker in de relatieve koelte, niks zand en verbrande lijven. Ook al zijn sommige van die lijven het aanzien meer dan waard, daar hoort het mijne niet bij. Ik ben bijna van het Brits-transparante huidtype, dus wit van kleur en kan slecht tegen de invloed van de zon. Die volgens alle milieugekkies en andere onheilsprofeiten toch al een slechte invloed heeft op onze lijven als we er te veel gebruik van maken. Die zon is onze bron van bestaan, maar je hoeft de affectie niet te overdrijven. Toch heb ik in het verleden best vaak stranden bezocht, er zelfs op gelegen. In de tijd dat dit nog een echt uitstapje was. Zandvoort was de standaard badplaats van de gemiddelde Amsterdammer, Bloemendaal voor het iets chiquere deel van de bevolking en veel Noord-Hollandse badstekken voor hen die al dan niet in een vakantiehuisje of caravan van de zomer(vakantie) genoten. Meestal bleef het voor mij persoonlijk bij een haat/liefde-verhouding.
Ook in het buitenland wilde ik wel eens een enkele keer het strand uitkiezen als bestemming. Meer voor de andere leden van ons gezin dan voor mij zelf. Ik was en ben niet zo van het Spaanse of Turkse. Portugal kon me meer bekoren. De Algarve met haar toen nog vaak wat ongerepte witte stranden waar langs rode rotsen en groene bomen of struiken prachtig combineerden met de blauwe zee en dito luchten. Ik kwam er dan nog wel eens chocoladebruin vandaan. All-over, dat spreekt, want bloot was toen nog niet taboe. Heel anders verliep mijn strandervaring op het op zich erg fraaie eiland Grand Canaria. Playa des Ingles als onze verblijfstek (helemaal fout in veel opzichten) en een soort woestijn om de hoek. Ook daar kon je in de blote billen over het enorme strand paraderen, was vrij normaal nog toen, maar de invloed van de zon was zo rond of op de evenaar van een ongekende en andere orde. Blaren op de voeten en een vuurrode huidskleur. Britser kon niet. En daarover gesproken….dat eiland werd overstroomd door Britten die met name ‘s-nachts tot leven kwamen en zich zes slagen in de rondte dronken.
Overdag vielen ze dan massaal op het strand in slaap en waren echt doorgebakken als ze wakker werden. Zoveel ‘gekookte menselijke kreeften’ als toen zag ik nooit eerder. Wat die lui soms bezielde was me een raadsel. Was ik nog een kind bij. Gelukkig maakten we veel gebruik van de regionale bussen, excursies en wandelden ons mal in de zon, maar dan zag je meer dan dat wat Adam en Eva elkaar in het Paradijs toonden. Het bleek leuker te zijn dan gedacht, maar dan moest je wel weg van die stranden. Nog steeds ben ik een beetje ‘anti-strand’ als het er op aankomt. Al is een wandeling in het najaar over een strand dat leeg is en min of meer bevolkt door de bij die omgeving behorende dieren nog wel aantrekkelijk. Met onze lieve hond Purdy wandelden we nog wel eens door duin- en strandgebied bij IJmuiden. Dat was altijd leuk. En je kon dan ergens koffie drinken in een strandtent die ook honden welkom heette. Dat waren nog eens tijden…. Maar voor de rest? Dakje, airco, koelte, boek, ontspanning. Of een stedentrip(je). Meer heb ik niet (meer) nodig. Later vertel ik daar meer over! Dus…braden jullie maar lekker. Ik zal het niet nadoen en ben ook niet jaloers. (Beelden: Yellowbird archief)

Bij de gate aangekomen op het nog stille Schiphol bleek de vlucht eerst flink vertraagd. Vervelend, maar ja, dan maar even een bakkie doen. Daarna verviel hij helemaal. Het was slecht weer in Berlijn en KLM besloot niet te gaan. Ik moest mijn aanwezigheid bij die meeting cancellen. Later bleek dat Berlijn leed onder een sneeuw- en ijsstorm. Had ik wel kunnen vliegen zou ik gegarandeerd vast zijn blijven zitten daar. Kortom, geluk bij een ongeluk. Ook op Geneve Airport heb ik veel met vertragingen te maken gehad. Maakte niet uit of je vloog met KLM, Swissair of EasyJet. Altijd vertragingen op de terugweg. Door laat aankomen van het vliegtuig vanuit Amsterdam. Heel vervelend, want op Geneve draaien ze rond 8 uur de lichten uit en doen de winkels dicht. Zit je dan in een steeds leger wordende vertrekhal achter de douane… Kortom, ik zou de tips serieus nemen van die eerder genoemde organisatie. En mocht je dan alsnog stevig in de vertraging terecht komen of zelfs een annulering meemaken, kan die club je wellicht helpen met een schadeclaim. Wordt het wellicht toch nog een leuke Kerst.