
Samen met onze Soester vriendjes op stap in onze stad is altijd een waar genoegen. Zeker omdat we dan een of andere bestemming zoeken met een zeker vermakelijk of cultureel genoegen als resultaat. Onlangs was dat dus weer zo en togen we vanaf het Centraal Station wandelend naar het fraaie Westerpark en daarin gelegen bijna museale Westergasfabriek-terrein. Hoewel de gebouwen daar (terecht) een historische industriele functie doen vermoeden is het nu vooral een cultureel centrum. En daar binnen werd een prachtige expositie/voorstelling gehouden die eigenlijk niet in woorden (of zelfs enkele beelden) is te beschrijven.

Stel je dan maar even voor dat je in een enorme hal terecht komt waar binnen het bewust donker wordt gehouden en waar overweldigende muziek je oren op voorhand al bezig houdt. Pink Floyd of Gregoriaanse koren… Het behoort toe aan een lichtshow die ik in mijn hele leven nog nooit heb gezien of meegemaakt. En echt, autofabrikanten maakten van dezelfde techniek gebruik op kleinere schaal bij de introductie van nieuwe modellen. Dus dat kende ik wel. Dit is echter in alles de overtreffende trap met een turbo er op. Muren van pakweg 15 meter hoog zijn ineens projectieschermen, zowel voor, achter als naast je.

Alles beweegt, popt op en verdwijnt weer en omdat men beelden benut die te maken hebben met de geniale (maar ook wat gekke) schilder Salvador Dali of de door velen als briljant geziene architect Gaudi is alles kleurrijk en bijna vloeibaar. De muziek versterkt het gevoel. Ga er wel bij zitten, want echt, het overweldigt iedereen en als je niet oplet val je ondersteboven van verbazing of omdat het psychedelische effect van die voorstellingen (opgesplitst in twee delen..) je kan doen wankelen.

De adem stokte soms in mijn keel en ik betrapte me er op dat ik echt intens en vol verbazing aan het genieten was, terwijl ik op andere momenten met name de muziek van Pink Floyd (luidkeels) ook nog mee stond te zingen (mag niet..). Maar dit terzijde. Je bent wel even zoet, want dit is niet een hapsnap-klaar gebeuren. Je wordt in twee onderdelen meegenomen en verdwijnt als toeschouwer in het geheel. En dat samen met soms een paar honderd medegasten die in de enorme ruimte overal staan of zitten en soms gewoon rondlopen. De ruimte is zo groot en de voorstellingen zodanig ingericht dat je nooit iets van het virtuele hoeft te missen. Briljant bedacht, geweldig uitgevoerd. Aan de zijkant van het hoofdgebouw nog een paar ruimtes met sub-exposities.

Waaronder een waar je in ligstoelen kunt ervaren hoe je computer gestuurd op een scherm van 10×4 meter een oud IBM letterbolletje uit een schrijfmachine kunt laten (des)integreren in kleine stukjes metaal en daarna weer kunt laten terugvloeien tot een geheel. Het is echt te gek. Aanrader voor hen die wel eens iets bijzonders willen ervaren. De voorstelling heet ‘Fabrique des Lumieres’ en kost je als volwassen bezoeker 16 euro. Maar dan krijg je ook wat. In de omgeving van het theater is van alles te eten en te drinken, en als je even tot rust wilt komen is er het erg fraaie Westerpark waar men ook nog wat kunst heeft uitgestald. Kortom…leuk bij een bezoekje Amsterdam en iets minder fraai weer wellicht…. (beelden: Prive)






















In die jaren was er nog een fenomeen dat de aandacht vroeg van de werkenden op Schiphol; de eerste klagers en actievoerders afkomstig uit dorpen en steden in de omgeving. Opgejut door mensen die over alles klagen en dan direct deden of elke lichamelijke kwaal werd veroorzaakt door overvliegende vliegtuigen (anno nu is daar weinig in veranderd zo lijkt het) kwamen er steeds meer harde confrontaties met de economische motor waar men vaak zelf gekozen vlakbij was gaan wonen. Daarbij schuwde men geen middel, Liet ballonnen op in aanvliegroutes, stond gillend bij de vertrek/aankomsthallen met borden te zwaaien en zette aan tot nog veel meer geweld om maar van die vliegtuigen af te komen. Bij mij maakte dat ‘moordneigingen’ los, want de meeste argumenten gingen nergens over en ik zag mijn baan al verdwijnen als de overheid had besloten om Schiphol’s groei af te remmen ten gunste van de nachtrust van enkelingen.
Nu schreef ik al in verschillende branche gerelateerde bladen, maar dat was me niet genoeg. Dus zette ik in 1972 een beweging op touw die een aantal jaren strikt verbonden zou blijven aan de doelstellingen om de luchtvaart vanuit een positieve zin te promoten. Niet dat die industrie dat niet zonder onze initiatieven zou kunnen, maar men omarmde deze wel. En dat gaf ons wat geld in de oorlogskas waarmee we o.a. exposities organiseerden die jaarlijks werden gehouden. In eerste instantie ten kantore van de werkgever. Tot twee keer toe stond Baas Breems zeer vrijgevig toe dat we dit deden. En was hij zelf aanwezig omdat hij het wel een aardig initiatief vond en meteen een ideale gelegenheid wat relaties te ontmoeten. De derde maal deden we dit toch maar liever in een flink grotere ruimte onder in het toenmalige Vrachtgebouw waardoor we veel meer uitstallingsmogelijkheden kregen. Luchtvaartmaatschappijen, het Aviodome, maar ook vliegtuigfabrieken deden graag mee.
En we trokken er honderden mensen mee. Ook uit de omgeving. Deze beweging leidde tot een Stichting die middels films, dia’s, modellen en de nodige voorlichting, maar vooral een eigen magazine onze boodschap uitventte. Luchtvaart is niet alleen herrie, het houdt ook een groot deel van de omgeving aan het werk en wie daar niets mee heeft moet maar verhuizen. Een credo dat ik nu, in 2020, nog steeds huldig. Dat magazine was nog wel een dingetje. Want we maakten het in eerste instantie met behulp van een bevriende relatie (een klant van ons bedrijf) met een drukkerij in de bunkers van IJmuiden. Later werd het grootser aangepakt en werd het een tweemaandelijks blad, weer later tien keer per jaar.
Je schreef dan zelf de teksten en schoot foto’s, maakte op, niette het geheel desnoods, deed de wikkels voor de postadressen en nam een stapel onder de arm die je dan zowel op Schiphol en omstreken, en ook bij alle luchtvaartbedrijven in Amsterdam uitdeelde. Adverteerders betaalden een groot deel van de kosten. En elk jaar een tentoonstelling die we in de laatste jaren hielden in het Aviodome op Schiphol en via alle mogelijke media bekend maakten. Het vrat vrije tijd, maar was de moeite waard. De halve vriendenkring nam er aan deel, en op enig moment hadden we zelfs een bestelwagentje met opschriften waardoor we de dozen met bladen nog sneller distribueerden. De Stichting Fidimo en haar magazine Stabilo werden zo bekend dat we het volhielden tot en met 1991. Ik was toen intussen al lang van Schiphol overgestapt naar de autowereld. Maar in 1975, even terug in de tijd regelde ik in dat kader al een Skoda Coupe die uitgestald werd in een grote container van Seaboard World Airlines die naast het Aviodome werd geparkeerd. Resultaat, een van de beheerders van dat museum kocht meteen zo’n Skoda. Zaken gaan soms zoals ze moeten. En mijn werelden liepen vaak wat door elkaar heen. En ik hield er van om vele bordjes omhoog te houden in die jaren. Of het aan ons lag of aan het feit dat de vliegtuigen wat stiller werden, het extremisme verdween wat en wij maakten in de jaren daarna nog wel die magazines, maar deden geen exposities meer. De tijd ontbrak. Eigenlijk best jammer. (Beelden: Yellowbird archief)
In de wereld zijn diverse plekken te vinden die voor de mens eigenlijk niet geschikt zijn om zich te vestigen. Bij of op vulkanen bijvoorbeeld, of in een streek die zo dicht aan zee ligt dat de eerste de beste storm hele dorpen of steden van de kaart kan vegen. In het recente verleden zagen we dat laatste in New Orleans, New York, maar ook in Aziatische streken waar tsunami’s dood en verderf zaaiden. Ook bij uitbarstingen van vulkanen zie je grote consternatie bij de bevolking, er vallen vaak doden en gewonden, maar toch keert men weer terug naar de gronden waar men nu eenmaal was gaan wonen. Veelal met allerlei argumenten. Van vruchtbaarheid van de grond tot het aantrekkelijke economische klimaat. Hetzelfde geldt voor Nederland. Waar met name het westen door haar ligging aan zee en riviermonden vruchtbare bodem biedt voor hen die geld willen verdienen aan handel en andere zaken. En waar men werkt wil men ook wonen. Weinigen nemen de gok door in het oosten van het land te gaan wonen voor de rust en elke dag op en neer te reizen naar die werkplek in het westen. Een werkplek die vooral zijn ont/bestaan dankt aan de omgeving waarin ook Schiphol, onze nationale luchthaven, een magneetfunctie heeft.
In mijn verhaal over mijn eigen carriere beschrijf ik tweewekelijks de ontwikkelingen van dat vliegveld en wat er allemaal omheen hangt. De groei van de luchthaven ging door de jaren heen snel. En dat had weer een enorme invloed op de omgeving. Er vestigden zich allerlei bedrijven en instellingen die juist om dat vliegveld in de buurt wilden zitten. Amsterdam groeide uit haar voegen daardoor, maar dat gold ook voor buurgemeenten als Haarlemmermeer, Aalsmeer, Zaanstad en zelfs Almere. Zonder Schiphol was die groei matig geweest. Internationale handel maakt dit ook mogelijk. Maar er was nog een dingetje dat we nu graag vergeten als we behoren tot de groep van namaakomwonenden en beroepsklagers rond het lawaai van die vliegtuigen. Het Plan Schiphol, waarop het huidige vliegveld in al zijn omvang baseert, stamt al uit 1946. Werd in 1948 met meerderheid van stemmen (ook uit de omringende gemeenten) aangenomen als plan voor de ontwikkeling van het vliegveld in de jaren daarna. In dat plan stonden 6 start- en landingsbanen! Voor de luchtvaart die toen nog wat in de kinderschoenen stond was dat best ambitieus. Maar men keek in dat plan meer dan 25 jaar vooruit. Hadden de provincialen die de omliggende gemeenten bestuurden dat ook gedaan, hadden we nu minder klagers gekend. Want die gemeenten naast Schiphol begonnen driftig te bouwen. Verstening is nu eenmaal macht, het genereert ook belastinggeld en je kunt je breder maken in provinciaal overleg. Maling aan het toch duidelijke plan voor de nationale luchthaven, men bouwde vrolijk in de aan/uitvliegroutes van de vliegtuigen die men intussen wel hoorde, maar waarvan men het idee had dat het vanzelf zou gaan wennen. Nou nee dus. De toenmalige straalvliegtuigen ontwikkelden geluidsniveau’s van 120-130dB. Best veel. Protesten het gevolg.
Men ging er wel wonen, maar lawaai? Nee dat wilde men niet. En dat gaat nu al 40 jaar zo. En de verantwoordelijke gemeenten blijven maar bouwen. Voor mensen die meteen gaan klagen. Want zij willen wel wonen in een grote stad, hebben toch het liefst dorpse geluiden om zich heen. De bestuurders van die uitdijende gemeenten zijn daaraan schuldig want hadden maling aan de plannen. Intussen heeft de Minister van Binnenlandse Zaken besloten dat nieuwbouw in de zones die het meest getroffen worden door geluid van vliegtuigen en overig verkeer dan wel industrie, terughoudend moet worden benaderd. Ach en wee wordt er nu geklaagd door de gemeentelijke bestuurders. Daarmee worden hun plannen net zo doorkruist als het wegennet doet dat mede zorgt voor die meetcijfers die ten grondslag liggen aan de restrictie. Het is op zich een wijs besluit. Op basis van iets dat al 72 jaar bekend moest zijn en waaraan zoveel voorgangers compleet maling hadden gehad. Spreiding van bevolking over het land het meest logisch alternatief. Met name voor die groep beroepsklagers (90% van alle klachten komt van 2-5% van de omwonenden) een prima alternatief. Ga weg uit het westen, verhuis naar het oosten of noorden van het land. Maar let wel op de plannen daar. Soms zijn die ook al heel erg oud. En doe er verder het zwijgen toe. Want zij die niet klagen maar gewoon accepteren dat het westen druk is, worden er erg moe van. (Beelden: Yellowbird archief)
Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.
Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.
Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)
Het lijkt er soms wel eens op dat in onze samenleving steeds meer mensen wonen met te veel vrije tijd en te weinig echte hobbies. Dat moet wel als je alle protesten volgt in de media of de bredere omgeving waarin je verkeert. Men maakte zich in sommige kringen druk om van alles en nog wat en richt zich dan vooral op voor de hand liggende doelen. De regering is er daar een van. Of grote bedrijven. Talloos zijn de berichten over vermeende overlast door luchthavens, wegen, rokers, discriminatie. te hoge belastingen, prijzen, criminaliteit, anders denkenden, slechte adem, intimidatie, vrouwonvriendelijkheid, gebrek aan genderneutraliteit of het vertrappen van bos en hei door hen die af willen van obesitas en daar lopen te trimmen. Elke dag komt er wel weer iemand in beeld die iets te mekkeren heeft. Men heeft het zo goed in ons welvarende landje dat zelfs kleine dingen tot grote problemen worden opgeblazen. Tuurlijk hebben we wellicht last van de buren, of vinden we de media te links, zijn we bang voor extremisten op links of rechts en zal de wereld mogelijk over een miljard jaar in plaats van 1 miljoen jaar later ten onder gaan.
Maar om van elke mier steeds weer een olifant te maken?! En veelal zie je dat al die schreeuwers toch vooral in kleine groepen te vinden zijn die aan de extremistische kant van de samenleving clubje spelen of actie voeren. En gretig beetgepakt door naar (fake)nieuws snakkende media. Daarbij zie je dat men op links beter georganiseerd is dan op rechts. Wellicht komt dit ook omdat men op rechts het geld verdient dat op links wordt uitgegeven? Maar waar komt dat zure vandaan, dat afgunstige, het betweterige en het bewijs?? Men schermt vaak met zelf opgedragen en uitgevoerde onderzoeken. Men spreekt namens zichzelf alsof men goed is voor duizenden stemmen. Maar neem van mij aan dat dit niet het geval is. Men doet aan N=1 onderzoek en ziet zichzelf als het centrum van de Aarde of zelfs het Heelal. Daarbij groeien de tenen vaak meters voor de voeten uit en mag je niet eens in de buurt daarvan komen. Iedere inhoudelijke discussie is dan vaak op voorhand al zinloos.
Ik neem de pet af voor een premier van dit land die telkens met al die malloten door een deur moet zien te komen. Waarbij bepaalde onderwerpen ook nog eens compleet taboe worden verklaard. Om weg te kijken van de gevolgen van de in een van mijn vorige blogverhalen aangehaalde immigratie en integratie praten die protesteerders graag alleen maar over het milieu en verder niks. De socialistische strijd voor een betere wereld lijkt vergeten. Liever groen dan rood, liever de middeleeuwen dan een toekomst waarin iedereen het goed heeft. Kortom, klagen maar. De orthodoxe joden hebben in hun staat Israel een klaagmuur waar ze van alles en nog wat vragen van ‘hem die geen naam mag hebben’. Bij ons is die muur digitaal geworden. Of heet die muur Jinek, Op1 of DWDD. Altijd maar mekkeren en klagen en even zo hard liegen. Als er een ding is wat ik heb geleerd is het toch wel dat die nieuwe generatie klagers zich aardig heeft weten te organiseren. En dat men voor het gemak de Heilige Maagd Maria inruilde voor de Klagende Maagd Gretha. Een fenomeen dat over een paar honderd jaar vast ook weer pelgrims zal trekken. Al klagen die dan waarschijnlijk weer over het koude weer onderweg. Zweden is toch een ander land dan Portugal of Spanje… En nu? Op naar de volgende ronde. In veiligheid en vrede! En stop eindelijk eens met zanikken….over niks!
Het was aan een lieve vriendin te danken dat we met een stukje korting konden gaan dineren bij dit erg aardig gelegen restaurant in het Amsterdamse Centraal Station. Waar vroeger vermoedelijk de eerste klas treinreizigers aan de sherry zaten voor ze vertrokken heeft een exploitant nu een sfeervol en uitgebreide horeca-gelegenheid ingericht, naast het hoofdspoor van Amsterdam naar Utrecht en verder. Omdat we die dag in de stad een belangrijk dokument hadden ondertekend met een feestelijk randje, de aanleiding beschreef ik al eerder, besloten we om dit cadeau gegeven stukje korting om te zetten in eetbare waar. In dat restaurant met die veel zeggende naam 1e Klas. Zoals beschreven is de lokatie de naam meer dan waard.
Al is de akoestiek wel een dingetje. Met veel gasten, en die zaten er op die bewuste dinsdagmiddag in juni jl., was er flink veel geluid te horen en een gesprek op bij de naam van de lokatie behorend niveau nauwelijks mogelijk. Daardoor was het lastig met de man te spreken die ons aan tafel bediende. Een wat oudere heer die ook nog een niet Nederlandse achtergrond had. Soms moesten wel wel even vragen wat hij zei, maar het ging gereserveerd vriendelijk toe in die communicatie. De bestelde huiswijn, Italiaans, smaakte zeer goed. Net als de voorgerechten. Het is niet al te goedkoop allemaal, maar je krijgt er wel een stukje kwaliteit voor terug. Dat gold ook voor het hoofdgerecht. Zalig, warm en niet voorspelbaar met een bak friet als garnering.
Nee, hier kookt men echt op een 1e klasse-niveau. Wel jammer dat salades als toevoeging er toch uitzien alsof ze van heel ver per trein zijn aangevoerd. En met heel weinig fantasie bereid. Dat doen ze bijvoorbeeld in Duitsland in een eerste de beste schnitzeltent nog beter. Maar goed. We aten op ons gemakje tussen alle andere gasten en keken rond naar hoe er werd gewerkt door de staf om het alle gasten naar de zin te maken. Af en toe komen er hele groepen toeristen binnen die vooraf gereserveerd hebben en in hoog tempo worden bediend. Meer dan efficient. Verdient een pluim. Dat verdiende onze tafelheer wat minder.
De wijn en het lekkere eten maakten ons gewillig voor een leuke fooi. Maar een dankjewel kon er niet vanaf. Of wellicht mompelde hij dat in de ruimte en konden we het niet verstaan. Hoe dan ook, een cijfer 9 heeft 1e Klas wel verdiend. En dat komt dan vooral door outillage, geweldig eten, prachtige wijn, de dames en heren die ons de gerechten of drankjes brachten. Niet de vaste tafelober, of die salade. Zou men dat voor elkaar brengen was er een 10 uitgerold. Ondanks het geluidsvolume. Sfeervolle zaak. Aanrader! En met zo’n kortingvoucher nog te betalen ook. (Beelden: Yellowbird)