Thijssepark..

Thijssepark..

Natuur is voor mij als stadsbewoner van oorsprong een omgeving waarin je even wat meer groen dan steen ziet, vogels hoort die je in de bebouwde omgeving nooit meer hoort of ziet, en waar geuren heersen die je wellicht nog ergens in een parfumflesje kunt kopen, maar verder alleen daar…in het groen.

In onze leefomgeving zijn we gelukkig voorzien van de luxe dat het groen op wandelafstand ligt en het bijkomende geluk dat men in het (soms verre) verleden het inzicht had dat de gemiddeld stadsbewoner wel zou varen bij een al dan niet aangelegde natuur om de hoek. In buurgemeente Amstelveen is dat besef wel heel groot. Deze veelal luxe ingerichte gemeente is groen, plantsoen en bloemperk meer normaal dan uitzondering. Maar men kent ook een stel zgn. Heemparken, waarvan het Dr.Jac.P.Thijssepark er een is. Wandelparken pur sang, mooi ingericht, niet voor het wat plattere vermaak met kind en hond zoals het Amsterdamse Bos.

Wie verstand heeft van bloem en plant, van speciale vogels of vissen, hier kom je dat allemaal tegen. En wie je minder tegenkomt zijn hordes mensen. Wij kenden het park uit het verleden, komen er eigenlijk (te) zelden. Maar om een lekker wandelingetje te maken met onze Soester vrienden kozen we dit park onlangs weer eens uit als doel. En dat beviel het gezelschap goed. Het was niet te warm op die donderdag dat we er waren en we genoten van alles wat hier te vinden is. Overigens is vinden iets overdreven, want de bewegwijzering is top. De paadjes en paden zijn smal maar zeer goed onderhouden. Je bent al snel een uur aan het wandelen hier. En ziet van alles. Op momenten van stilte is er ook het nodige te horen. Mooi gebied. En onderdeel van een groter groen gebied, pal tussen de (luxe) woningen van Amstelveen er omheen. Want Amstelveen heeft drie Heemparken die min of meer met elkaar zijn verbonden.

De andere twee parken heten De Braak en het Dr. Koos Landwehrpark. Die bezochten we die keer nog niet maar komen vast nog een keertje aan de beurt voor een bezoekje. Aan de andere kant van een stevige vaart vol water ligt het Amstelveense deel van het Amsterdamse Bos. Groen is dus heel dominant in deze hoek van de buurstad. Ook dat bezochten we en dwaalden daar over de paden in het westelijk deel van dat gebied. Anders van opzet, heel andere vogels, en drukker. Al was het maar door de hondenliefhebbers die daar veel rondlopen. Maar ook een bewijs dat je met enig inzicht toch een fraaie groene omgeving kunt inrichten in stedelijke omgeving. Wat zou het toch mooi zijn als we dat inzicht niet verder zouden verkwanselen in onze kennelijke drang om alles wat groen is te voorzien van stenen om zo de vraag naar woningen steeds meer voorrang te geven op dat wat de natuur zo mooi of interessant maakt. Hoe dan ook, wie er van wil genieten, het Dr.Jac. P.Thijssepark is te vinden aan de Amsterdamseweg/Prins Bernhardlaan. Parkeren is er nog vrij en dat alleen al maakt dit een leuke bestemming. Aanrader!! (Beelden: eigen archief)

Elastiek…

Elastiek…

En ja, ik ben op veel plekken geweest. Voor werk en plezier, heb de nodige oorden in binnen- of buitenland bekeken en ben van sommigen daarvan gaan houden. Maar die ene plek waar mijn wiegie stond blijft me als een magneet vasthouden op de plaats waar ik nu vertoef. Amsterdam! Bijna 800 jaar oud, een relatief klein deel daarvan maakte ik deel uit van haar burgerij. Maar wat is het een heerlijke stad vaak. De historie druipt er vanaf en de elk decennium doorgevoerde vernieuwingen houden de stad levendig. Ik romantiseer de boel niet hoor, want er is ook veel af te dingen op wat er de afgelopen 50 jaar zoal veranderde. De bevolking sterk veranderd, de oorspronkelijke Mokummers vaak verhuisd naar omliggende steden of dorpen. Al was het maar omdat de stad niet in staat bleek soelaas te bieden op woninggebied.

Sommige Amsterdammers gemangeld tussen oud en nieuw, tussen arm en rijk, en geen enkele kans om te kunnen of mogen wonen waar men graag zou willen. Wachtlijsten voor een huis nog steeds ellenlang, de invloed van migratie steeds vaker voelbaar als het ging om kansen op een betaalbaar huis. Werk genoeg al verplaatste zich dat steeds meer naar de periferie. De Amsterdammers verlangen naar hun stad. Naar de sfeer, de muziek die zo eigen is, en soms zelfs de buren uit de vroegere woonstraten. Ik zelf heb minder met die oude woonomgeving van toen. Overigens voor een belangrijk deel afgebroken en vernieuwd dus geen wortels meer. Mijn tweede woonhuis midden in het centrum intussen omgetoverd tot een appartementenhotel, dus ook dat is alleen nog maar in herinneringen en foto’s terug te halen.

Het derde huis, de Bijlmermeer toen nieuw en comfortabel, ook niet meer in de vroegere vorm terug te halen. De afstand tot het centrum letterlijk en figuurlijk al erg groot toen. De Metro maakte veel goed. Toch, na 1975, op zoek naar de volgende stap. Weer verder van huis. Almere. Waar veel Amsterdammers hun wortels in de grond stopten en een soort voorstad van Mokum vormden. Maar zonder de bijbehorende sfeer. Maar daar hoorde je meer ‘accent’ uit de stad dan in Amsterdam zelf waar Arabisch en Turks naast Surinaams en nog 32 andere talen langzaam aan dominant werden en intussen zijn.

De echte Amsterdammer vol heimwee zijn tuintje wiedend in de polder. Genietend van rust en ruimte, maar o wee, wat trok dat elastiek. Bij mij hard genoeg om me terug te halen naar de periferie. Centrum weer om de hoek en als ik de klanken van de Wester wil horen is dat een kwestie van wat OV en wandelen. En dan geniet ik weer. Kijk dwars door de veranderingen heen en geniet. Want dat elastiek blijkt best stevig. Wellicht is de Amsterdammer uit Mokum weg te halen door verhuizingen of wat ook, Mokum gaat nooit uit de echte Amsterdammer! En dat onderscheidt ons dan toch van al die dorpelingen die hier zijn komen wonen en weinig snappen van de grootscheepse cultuur en die knoeperharde humor of tot het botte rechtlijnigheid. Kom nooit aan de stad…..Wie dat wel doet krijgt met ons, echte Amsterdammers, te maken…..:) (Beelden: Archief)

Naamgevende rivier…

Voor Amsterdam is de Amstel niet zomaar een watertje dat ergens in het zuidoosten de stad binnenkomt, nee het is de naamgevende rivier van de stad. Immers het was de Amstel die in zijn oervorm de omgeving vormde tot wat het nu is maar ook verbindingen mogelijk maakte met het achterland van de stad. De Amstel die bovenstrooms aansloot op de (Oude)Rijn, en uitmondde in het IJgebied en de Zuiderzee. De veengebieden rond de stad werden deels afgegraven en voorzien van dwarsvaarten en boerensloten, het poldergebied naast de rivier met molens droog gemaakt. In de oertijd was dat gebied rond Amsterdam vooral nat. Erg nat. Je had er grote meren, stromen, sloten en zo meer.

Bij slecht weer overstroomde het spaarzame land ook nog eens. Inpolderen de boodschap. Het gebied rond de Amstel werd ook naar de rivier genoemd. Ouder-Amstel was er daar een van, een gemeente die ouder is dan Amsterdam zelf. Vooral bewoond door boeren en vissers. Volgens de overlevering gingen heel wat vroegere vissers via het water van de Amstel stroomafwaarts om dan in het Amsterdamse gebied te blijven hangen en daar de nederzetting te stichten die als Amstel’radam furore zou maken. Nieuwer-Amstel was het tweede gebied, aan de andere kant van het stromende water gelegen dat uiteindelijk zou gaan zorgen voor expansie van het Amsterdamse grondgebied. De Amstel werd uiteindelijk ingedamd, beheerst, gekanaliseerd, in haar meest zuidelijke stroomgebied ‘Amstel-Drecht-kanaal’ genoemd en aan de stedelijk kant gedempt om via de grachten van de stad alsnog uit te monden in IJ.

De Amstel werd een recreatieve stroom. Vol pleziervaart en roeiboten. In de jaren achter ons nog wel bevaren door veel beroepsvaart, die met name de industrie van Uithoorn moest bevoorraden. Je had daar een asfaltfabriek maar ook de chemische industrie Cindu. Doordat veel van die industrie er niet meer is, verdween ook het grootste deel van de beroepsvaart al komt er af en toe echt nog wel een diep beladen schip de Amstel door. De rivier is ten zuiden van Amsterdam en tot pak weg Uithoorn op haar mooist. Slingerend, soms breed, prachtige huizen er langs.

De Waver een zijrivier en die weer verbonden met de Vecht. In de stad zelf via de Weespertrekvaart vertbonden met het Amsterdam-Rijnkanaal. Via de grote vaarten in Amsterdam Zuid en West ook weer verbonden met de Nieuwe Meer en de Ringvaart rond Schiphol of het Spaarne. Water als verbindingsweg maar zeker ook als aanjager van prachtige natuur. Gelukkig is er nog steeds een afspraak tussen Amsterdam en omringende gemeenten om bepaalde gebieden groen te houden.

Al zie je wel steeds meer dure huizen verschijnen tegen de Amsteldijken aan, the rich and famous willen er graag wonen. Zeker aan Amstelveense kant kom je nog wel wat opstallen tegen van BN-ers. De Amstel, ik ben er mee opgegroeid. Nooit heel ver van die rivier weg gewoond. Herinneringen vermengd met de moderne tijd. Van vroegere bootverbindingen tussen Amsterdam en Ouderkerk of zelfs Uithoorn, tot een dicht gevroren rivier begin jaren zestig. Van kolenboten aan de kade in Amsterdam Zuid tot de vele roeiverenigingen die door de jaren heen hun domicilie aan en op de Amstel vonden. Amsterdam zonder Amstel is ondenkbaar. Net als Rotterdam zonder Rotte of Maastricht zonder Maas. En wie er van wil genieten moet er eens langs gaan lopen. Zo prachtig, dat je als je enig talent bezit al snel staat te schilderen of fotograferen op zeer fraaie plekken. Ik doe dat regelmatig…. Aan te bevelen….(Beelden: Eigen archief)

Rokende voeten….

Toen de auto dus bij de dealer stond voor die onlangs beschreven schade door derden en de bijbehorende expertise van de verzekeraar, maakten wij van de gelegenheid gebruik om vanaf de garage (Amstelveen-Centrum) naar Amsterdam te wandelen. Het paste in ons loopritme en de wens om weer wat meer te bewegen en wandelen daarbij een zeer goede manier van doen is. Dus daar gingen we. De aanloop in Amstelveen langs fraaie vaarten en schitterende huizen. Het is en blijft een rijke buurgemeente van de hoofdstad. Dan bij de overgang naar Amsterdam (Kalfjeslaan) langs de bebouwing daar die nog stamt uit de 19e/begin 20e eeuw en het drukke Buitenveldert. Ongekend wat een mensen daar in die wijk tegenwoordig werken.

Het forensenverkeer is daardoor zeer druk, allerlei stromen komen hier bij elkaar. Teslarijders en OV-gebruikers om het zo maar eens aan te duiden. Het giga-complex van het AMC/VU tegenover waar ooit de dealergarage stond waar ik zelf jaren professioneel mocht werken en waarover ik in mijn eerdere vervolgverhaal berichtte. Op die plek figureren nu allerlei kantoorgebouwen. Vanaf die plek loop je langzaam aan de relatieve rust in van Amsterdam-Zuid. Langs het Stadionplein dat tegenwoordig gewoon bebouwd is geraakt, het voormalige Citroen gebouw dat deels van vroegere werkgever Pon is tegenwoordig en waar ook andere kantoren in zetelen. Totaal nieuwe woonwijken naast het Stadion en dan hup, de oude Amstelveenseweg op. Daar vernieuwbouwt men, renoveert er ook de straatweg en dan via het fraaie en grote Vondelpark afbuigen naar het echte centrum.

Dat Vondelpark is zo rond 9 uur in de ochtend een doorgangsroute voor fietsers op weg naar school en kantoor, maar er lopen ook heel wat mensen hun rondjes in al dan niet (te)strakke trimpakjes. Bij de Stadhouderskade het park weer uit, doorsteken via het Max Euweplein, Leidsestraat, Heiligeweg naar La Place in de Kalverstraat. Daar hadden we er intussen 8,5 km opzitten. Even thee. Door de matige service, lauwe thee en koffie i.c.m. wel een hoge rekening verder maar gelaten voor wat het is en door naar de Bijenkorf en Primark (Plaspauze), waarop we besloten naar de Jordaan door te steken voor de maandagmarkten daar.

Die liepen we helemaal af. Dan weer terug, dwars door de Jordaan naar de Rozengracht, en weer afbuigen naar de Nieuwendijk voor een kleine versnapering bij de Hema. Altijd lekker de Surinaamse kipbroodjes daar. En dan weer verder met lopen. Via de Kalverstraat, Heiligeweg, terug naar het zuidwesten. De garage had intussen gebeld. Expert geweest. Dus ook weer richting Amstelveen. Via het chique Amsterdam-Zuid, langs de Zuidas en WTC dwars door Buitenveldert en dan weer Amstelveen. Uiteindelijk hadden we er 21 km opzitten en 30.000 stappen. Paar spieren deden zeer, maar het was wel een leuke oefening geweest. Moeten we meer doen. Maar wel even op adem komen. Dat wel…(Beelden: Yellowbird)

Leven met de vliegende pijl – 25 – Filialen

Om aan de vraag, of beter gesteld, de dwingende eis van Daihatsu te voldoen werd door ons alsnog actief gezocht naar expansiemogelijkheden elders in de stad. Op onze zoektocht keken we zelfs naar het aloude pand van J.Leonard Lang in buurgemeente Duivendrecht. Dat was de vroegere Fiat-importeur, die door de Italiaanse fabrikant aan de kant was gezet en nu zat opgescheept met een enorm complex aan gebouwen, waar zelfs spoorbanen naartoe liepen en men indertijd jaarlijks gewend was om na haar importeursrol als dealer een zeshonderd tot meer dan duizend nieuwe wagens te verkopen. Het was als filiaal een schaal of wat te groot voor ons bedrijf, maar we hielden aan dat bezoek wel een container vol dynamo’s en startmotoren en wat oude kantoormeubelen over. De dealerdirecteur was en bleef nu eenmaal ook een handelaar.. Uiteindelijk vonden we na wat speurwerk in het Autogebied van Amsterdam Z.O. toch een pand dat geschikt leek voor het gestelde doel. Een oude Peugeotdealer was daar door de Franse fabrikant in dat Zuidoost opgezegd en moest het pand met zijn merk verlaten. Maar hij bleef wel eigenaar van het toen leegstaande gebouw. Het was een keurig, ooit als nieuwbouw, neergezet pandje met een styling die leek op ons nieuwe pand elders in de stad. Waar je met enige moeite een mooie showroom kon verwezenlijken, wat kantoorruimte en een redelijk beperkte werkplaats. Het bleek te huur met optie op eerste kooprecht en dat leek ons als MT wel iets. In overleg met Daihatsu werd het pand uiteindelijk verkozen tot tweede vestiging van ons dealerschap. Waarmee wij de altijd gretige concullega v.d.Weide uit onze buurt konden houden. De toenmalige werkplaatschef van ons dealerbedrijf, tevens ‘bedrijfsleider techniek‘, en naaste vertrouweling van de directeur/aandeelhouder, werd de nieuwe man in het te huren nieuwe pand. Dat paste ook meer bij hem, hij was altijd al tegen Skoda als merk geweest, vond Daihatsu meer passen bij zijn persoonlijke imago, zeker toen hij daarbij ook nog eens in een ‘dikke’ Daihatsu Rocky-demo mocht gaan rijden. Met Skoda konden we overigens toch niks in dat nieuwe pand, 50 meter verderop in die straat zat daar de concullegadealer die zich er als een van de eerste autobedrijven ooit in het toen nog lege gebied had gevestigd. Hij was ooit, lang geleden, een pionier in de omgeving geweest toen niemand er nog wilde zitten.

Maar zijn aandeel in de Skoda-verkopen was op dat moment ook nog zodanig dat De Binckhorst ons niet zag als vervanger. Een totaal andere doelgroep dan onze eigen Skoda-klantenkring voelde zich er senang. De structuur van onze zaak werd nu zo dat het ‘oude’ filiaal aan de doorgaande weg in Zuid mijn volle verantwoordelijkheid zou worden qua activiteiten, en dat de zoon van de baas dus aan mij zou moeten rapporteren. Maar die constructie werkte op papier prima, in de praktijk vrijwel niet. De jonge telg was namelijk ook erfgenaam en toekomstig aandeelhouder van het bedrijf, zag mij als sta-in-de-weg en had net als zijn nu verhuisde collega in Zuid-Oost weinig meer op met Skoda als merk. Dat hield in dat ik zowat elke maandag na een weekenddienst van hem ontdekte dat de showroom vol stond met Japans spul en de Tsjechen ergens bij of in de werkplaats waren uitgestald. En dan ruimde ik het spul weer om door de week. Je moest de importeurs allebei te vriend houden. Viel niet mee in zo’n bijna onwerkbare situatie. En het was op den duur wel erg vermoeiend allemaal.

Met twee panden die volop draaiden qua nieuwverkopen kwamen we er wel achter dat het tweedehands spul bleef ‘hangen’. We hadden er domweg de tijd niet voor om er veel werk aan te doen. Dus stond binnen de kortste keren een rij van 25 occasions om elk van de panden heen in allerlei staten van dienst. Daar moesten we ook iets aan zien te gaan doen. En dus werd ook daarvoor een oplossing gezocht en na ruim een jaar zoeken ook gevonden. In Amstelveen kwam een pandje leeg met een redelijk ruime parkeerplaats waar ooit een vrij bijzondere en tamelijk onbetrouwbare autohandelaar had gezeten. Met de eigenaar van het pand, een in deze omgeving bekende en financieel gevulde banketbakker die er lokaal flink wat onroerend goed op na hield, kwamen we al snel overeen dat we het toch leegstaande spulletje zouden huren. We zetten er een man in uit onze organisatie die met tweedehands prima uit de voeten kon, en zo was een nieuwe, vierde, poot aan het bedrijf toegevoegd. We waren gegroeid naar een bedrijf met drie vestigingen en ook nog een als een speer apart van de dealerbedrijven draaiende gespecialiseerde elektrische afdeling. Al snel werden de ingeruilde auto’s van de twee dealerbedrijven naar Amstelveen gebracht voor evt. opknap en verkoop, maar een echt groot succes werd dat toch niet. Vooral niet omdat er tussen de verschillende vertegenwoordigers in de eigen vestigingen weinig overleg bleek te bestaan rond de inruil van aangeboden wagens. Expertise op dat punt was ook niet zo heel groot en zo kon het dus voorkomen dat de dealerbedrijven winst maakten op de Verkoop nieuw, maar het occasionbedrijf zwaar in de rode cijfers terecht kwam door de veel te hoge intern doorberekende prijzen. Een verkeerde structuur die in mijn dagen daar, ook door de steeds gebrekkiger wordende samenwerking binnen het managementteam, niet op te lossen was. Het zou ons nog opbreken. – Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird Photo archief)

Nauw verbonden met de hoofdstad…maar niet altijd liefdevol..

Een van de grootste buurgemeenten van Amsterdam is Nieuwer-Amstel. Nu nog vooral bekend door de grote kern Amstelveen die het centrale bestuur van die gemeente vertegenwoordigt, maar vroeger toch vooral door het enorme uitgestrekte gebied waarin water en agrarische vormen van bestaan het meest belangrijk waren. Het gebied bestond vooral uit de stroom van de Amstel, aftakkingen, veenpolders en plassen en er woonden dan ook relatief weinig mensen. Maar de gemeenschap op zich was na het nog wat langer bestaande Ouder-Amstel, flink ouder dan die in Amsterdam. Anders dan in het drukke Amsterdam ging het leven nog vrij lang zijn gang op een bijna Middeleeuwse manier. Als je ziet hoe uitgestrekt dat gebied indertijd was en hoeveel inspanningen men deed om dat gebied min of meer droog te malen en ook bewoonbaar gte maken en te houden, overvalt je toch een gevoel van bewondering. Nieuwer en Ouder-Amstel zijn overigens nog steeds onderdeel van het grotere gebied Amstelland, maar daartoe behoort Amsterdam uiteindelijk ook.

De vele polders van Nieuwe-Amstel reikten tot ver in de omtrek. Bedenk maar dat Amsterdam in feite werd omsloten door haar grotere buurman in oppervlakte. En dat gaf voor de stedelijke bestuurders van de steeds groter worden buurstad gretige blikken op dat omliggende gebied toen Amsterdam steeds meer behoefte kreeg aan uitbreiding van haar woonwijken. Opvallend is dat langs de boorden van de Amstel door Nieuwe-Amstel werd gebouwd op plekken die we nu als Amsterdam beschouwen. Maar na een stevig staaltje landjepik door Amsterdam buiten haar eigen ‘Veste’ kwamen bijna 12.000 inwoners van de buurgemeente ineens in Amsterdam terecht, maar ook het werkelijk schitterende raadhuis van de gemeente dat Nieuwer-Amstel speciaal had laten neerzetten langs de Amstel om nog even aan te tonen van wie dit gedeelte van de Amstellandse polder eigenlijk was. Amsterdam bouwde de straten van haar nieuwbouwwijk Zuid overigens precies langs het patroon van de oude poldervaarten en als je daar nu rondloopt zie je ook dat die straten soms kilometers lang en kaarsrecht verlopen, of ergens halverwege een nauwelijks te verklaren verhoging van het straatniveau kennen. Alles van doen met die oude poldersituatie waar ook dijken moesten worden overwonnen.

Overigens kreeg Nieuwe-Amstel wel wat compensatie voor dat inpikken van polders en land. Later werd dat nog eens gedaan toen Amsterdam de Buitenveldertse polder benutte voor de bouw van flats en dure koopwoningen voor mensen die in de jaren 50/60 wat meer luxe wilden. Eerder al was een deel van de aan het Nieuwe Meer grenzende polderland omgevormd tot het Amsterdamse Bos. Ook de Bijlmermeer kwam op deze manier in handen van de hoofdstad. In latere jaren kreeg Nieuwer-Amstel zelf meer aanzien. Amstelveen werd uitgebouwd met dank aan de groei van Schiphol en de behoefte van met name welvarende joodse inwoners om in het groene land een woning te verwerven.

Afspraken met KLM en Fokker maakten dat Amstelveen intussen ook een stevige gemeente is geworden. Bovenkerk en Nes aan de Amstel behoren bij het huidige bestuursgebied van de gemeente. Van het polderland is nog maar weinig over al is het ten zuiden van Amstelveen tot aan Uithoorn nog steeds relatief open gebied. Intussen breidt Amsterdam toch weer uit richting de buurgemeenten. Men bouwt het groene landschap langs de Amstel (Amstelscheg)wat tot haar grondgebied behoort gewoon dicht. Over een jaar of 15 is dat een aaneengesloten bebouwd gebied. Jammer, maar helaas.

En de buurgemeenten profiteren mee van die bouwzucht. Voor hen die nog even naar de geschiedenis van die 19e eeuw willen kijken, langs de Amsteldijk op de hoek van de Tolstraat staat nog steeds dat fraaie oude stadhuis van die buurgemeente. Ingeklemd in de Amsterdamse bebouwing. Nu een hotel, voorheen het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam. Hoe wrang kan het gaan. Ook op bestuurlijk niveau. En voor stadsgrenzen moet je ook goed uit je doppen kijken, want op veel punten zijn de twee buren fysiek echt met elkaar verbonden..(Beelden: Yellowbird fotoarchief)

Museale tram en bestuurlijke bedreiging..

Los van mijn meer bekende interessen op het gebied van luchtvaart en auto’s heb ik er nog een. Trams! Met name de soort die in onze hoofdstad rondreed en nog rijdt. Trams maakten zo lang ik al leef al deel uit van mijn observatorische gestel en ik heb er heel wat ritjes in doorgebracht. Van de oude blauwe trams met hun open balcons tot de moderne Combino’s. Een prima vervoermiddel dat je met een redelijke snelheid dwars door onze mooie stad heen brengt naar plekken waar je eventueel iets wilt bezoeken. Anders dan je zo vaak ziet in ons land waar het industrieel erfgoed betreft hebben we met die trams kennelijk nog wel iets, want elke grote stad met een tramwegennet heeft ook wel een of andere vorm van museale tramverzameling. En zeer terecht. Vrijwilligers werken zich vaak in het zweet om die uitgerangeerde wagens weer helemaal in nieuwstaat te brengen en oudgedienden brengen die fraaie ontwerpen dan weer op de rails. Een enkele keer op het stedelijke net, maar in Amsterdam ook op een eigen trace dat is aangelegd op het oude stoomtramspoor tussen Amsterdam Haarlemmermeerstation en Bovenkerk, net ten zuiden van de stad.

Duizenden mensen per jaar jaar vervoert men met die oude trams en dat is voor iedereen een plezierige beleving. Maar zoals zo vaak zijn bestuurlijke wegen soms ondoorgrondelijk. Het intussen tot een museaal spoorbedrijf omgevormde tramvereniging heeft een stel oude loodsen beschikbaar waar men al pakweg 40 jaar lang onder relatief primitieve omstandheden de oude trams onderhoudt. Daardoor raken die kwetsbare trams niet verloederd wat in open opslag direct op de loer ligt. Maar het terrein achter het ook al zo kenmerkende en museale station van de club is voor projectontwikkelaars goud waard en ook groenlinkse bestuurders zijn niet vies van een beetje geld verdienen. Men wil de grond gewoon verkopen en daar dan woningen neerzetten die in de huidge tijd goud opleveren. Maar ja, die trams en hun vrijwilligers dan??

Nou die moeten volgens die progressieve politici gewoon weg. Dus neem je ze eerst een stukje gemeentelijke subsidie af. We zullen ze leren! En daarna ga je vertellen dat de huur op hun onderkomen wordt opgezegd. Ze moeten opkrassen. Heen en weer rijden mag, maar opslaan niet. Deze kortzichtigheid van de stedelijke bestuurders in het Kremlin aan de Amstel zorgt toch voor enige paniek onder de mensen die genieten van die oude trams. Al eens eerder werd een oude remise van een andere club op dezelfde wijze ontmanteld en de collectie raakte daardoor heel snel in verval. Maling aan het verleden, lang leven de groenlinkse toekomst. Maar hoort een elektrische tram daar nu net niet bij dan?! De tramliefhebbers hebben intussen steun gekregen vanuit Amstelveen. Daar ziet B & W maar ook de Gemeenteraad wel het nut of de noodzaak van die museumtrams. Nu nog eens zien dat men wellicht daar een loods kan bieden om die unieke trams onder te brengen. Lukt dat niet wordt het wel erg lastig allemaal. En verdwijnt wederom een stukje van onze geschiedenis door kortzichtigheid van de politiek! Wil men dat stigma? Ik mag hopen van niet…… (Beelden: Yellowbird archief/internet)

In memoriam; Wim van Kleef Sr.

Ooit, een jaar of twintig geleden, maakte ik hem hoogstpersoonlijk Skoda-dealer voor de regio Amstelveen; Wim van Kleef Senior. Automan in hart en nieren, met een klantgevoel dat zijn weerga niet kende. Altijd bezig geweest met de goede merken, Volkswagen/Audi, Mazda en later dus Skoda. Keihard gewerkt, mooi zaakje opgebouwd en bekende naam onder zijn dorpsgenoten. Want ja, Amstelveen is toch eerder een dorp dan een stad. Ik kende hem al veel langer dan die twintig jaar doen vermoeden. Al tussen 1977 en 1990 toen ik in zijn omgeving zelf in een dealerbedrijf actief was bleek het een goede gast. Plezierig om zaken mee te doen, aardig in de omgang, en altijd bereid tot een goed gesprek en gulle lach. Toen ik voor de importeur van het mooiste merk van de wereld dus een dealer zocht vooor Amstelveen e.o. was de keuze snel gemaakt. Maar overtuigen was nog iets anders. Wim van Kleef was druk bezig met Mazda, bouwde nieuw, raakte verwikkeld in allerlei gedoe met de importeur van dat merk, en zocht naar een basis voor zijn bedrijf in het oudere deel van Amstelveen. Wilde ook zijn werkplaats vullen voor service en onderhoud. Na wat gesprekken ging hij overstag. De Volkswagen-connectie, toch een merk waar hij echt met hart en ziel aan verpacht was, deden de balans doorslaan naar de goede kant. En hij deed zijn werk met verve. Hij deed vooral de verkoop van het merk, onderhoud werd gedaan in een separate werkplaats. Na 2003 raakte ik het zicht op hem wat kwijt. Uit ervaring en principe koos ik wel voor zijn werkplaats om mijn Skoda’s te onderhouden. Af en toe ging ik nog even buurten bij hem. Altijd druk in de weer. Maar de afgelopen jaren ging het mis. Zijn gezondheid werd broos, zijn leeftijd was er de oorzaak van. Zijn zoon Wim Junior nam de zaak met verve over. Pakte dit overnemen voortvarend en pragmatisch aan. Senior moest daarna de tijd nemen voor zichzelf. Helaas leidde dit niet tot verbetering van de situatie. Jammer genoeg is hij onlangs overleden. In stijl herdacht. Als de automan die hij was. Maar ook als familievader en grootvader. Heel plezierig mens ging van ons heen. Amstelveen huilt toch een beetje waar het eens heeft gelachen…

Spoorlijnen in de Haarlemmermeer en verder…

Wie met de auto rondrijdt in het gebied ten zuiden van Amsterdam moet de ogen wel dicht houden wil men niet zien dat in het landschap bijzondere gebouwen te vinden zijn die wel erg lijken op compacte spoorstations. En ook de contouren van oude spoorbanen zijn voor wie goed op let nog wel te vinden. Soms zelfs omgevormd tot vrije busbaan. De moderne tijd en zo. Maar die gebouwen en banen liggen of staan er niet voor niets. Ruim een eeuw geleden werd het regionale verkeer rond de hoofdstad verzorgd door heel wat kleine spoorweg- of trambedrijven die een prima aanvulling vormden op de hoofdlijnen van wat later de Nederlandse Spoorwegen zou gaan heten. Vanuit Amsterdam kon je via Amstelveen naar Aalsmeer, Haarlem, Hoofddorp, Leimuiden, Leiden, Uithoorn, Bovenkerk, Alphen aan de Rijn en Nieuwveen of Ter Aar. Die lijnen werden gereden met kleine treintjes die we nu als trams zouden omschrijven, getrokken door trouwe stoomlokjes. Ondanks dat de exploitant in dit specifieke gebied het plan had om al die lijnen elektrisch te maken, het zat ook in de naam van de firma (Hollandsche Elektrische Spoorweg Maatschappij), kwam dit er nooit van. De eerste lijnen werden trouwens een halve eeuw later dan gepland geopend in het jaar 1912.

In eerste instantie nog met een beperkt lijnennet, maar na een paar jaar werd het hele routenet gereden en men deed dit met zowel passagierstreinen als met goederenwagons. Toch duuurde dit avontuur niet zo lang. Door de economische crisis in de wereld was het rond 1930 voor een groot deel al weer voorbij. Wat bleef was de verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen-Uithoorn  en verder door naar Nieuwersluis aan de Vecht. In 1950 was het ook hier over en uit en werden de lijnen ontmanteld. In 1972 brak men de boel definitief af, maar met dien verstande dat korte stukjes open bleven voor goederenvervoer, al dan niet ten bate van bouwprojecten elders. Het eerste stuk vanuit Amsterdam, werd omgebouwd en elektrisch gemaakt ten behoeve van de Stichting Museum Tramlijnen die er o.a. met normaal GVB-materieel op en neer rijdt naar station Bovenkerk in Amstelveen. Wat overbleef waren die bijzondere stationsgebouwen waarvan de bestemming door de loop van de jaren werd gewijzigd.

Het ene gebouw wordt nu bewoond, het station van Uithoorn is een restaurant geworden en het station van Aalsmeer Oosteinde een fietsenhandel. Het hoofdstation van Aalsmeer kreeg een makelaarskantoor onder dak en men zette er een oude diesellok voor de sfeer bij neer, maar die deden indertijd uiteraard geen dienst op deze lijn. Ook bij het oude station in Uithoorn zien we zo’n oud lokje staan. In datzelfde Uithoorn is de oude spoorbrug inmiddels omgebouwd voor de vrije buslijnen die het dorp verbinden op soortgelijke wijze als dat railvervoer uit die vorige eeuw. Het lijnennet van deze regiovervoerder was best fijnmazig en werd door de passagiers in die jaren zeer gewaardeerd. Later kwamen op al die trajecten bussen rijden. Efficient, warm en zo meer. Maar met veel minder sfeer. Al was het maar door die toch unieke stations die deze tramlijnen zo bepalend maakten in het veenlandschap aan de zuidkant van Amsterdam. En wie in Amsterdam zelf op zoek wil naar sporen uit het verleden. Bezoek dan eens het Haarlemmermeerstation. Begin- en eindpount voor deze tramlijnen in de hoofdstad en nu de thuisbasis voor die museumtrams.  (Wikipedia/Yellowbird)

1 jaar blauw metallic

WP_20160723_002Precies een jaar geleden reden we met onze nieuwe aanwinst vanuit het Overijsselse Rouveen in de richting van Almere om onze nieuwste rijdende aanwinst in fonkelnagelnieuwe conditie even te laten zien aan onze lieve vriendin daar. Na 2,5 jaar met een zilvergrijze driedeurs was het tijd voor een nieuwe vijfdeurs. Uitvoering qua deuren en kleur met dank aan vrouwlief die bij de vorige nog wat had gezwegen. Die vijfdeurs uitvoering bleek in de praktijk een stuk handiger dan de vorige driedeurs. Ook al deden we daar ook dingen mee die de ontwerpers vast niet voor mogelijk hadden gehouden. Intussen is de kilometrage aardig opgelopen en heeft ook de blauwe er heel wat ritjes opzitten naar verre Duitse of Nederlandse dreven. Tegen een gemiddeld brandstofverbruik van 1:19, wat voor een benzineauto in mijn rijstijl best een groot compliment is. Dat de auto cruise-control heeft blijkt in de praktijk zeer handig. De airco zorgt voor plezierige omstandigheden en het veercomfort is wat beter dan bij de vorige versie die 1,5cm lager op zijn wielen stond.

WP_20160229_001Dat hield in dat je dan als een slak over verkeersdrempels heen moest, dat is bij de blauwe beter verzorgd. De radio kent ook twee boxen meer dan bij de vorige auto van hetzelfde merk en ook dat werd in dank aanvaard. Jammer is wel dat het merk en haar moederconcern niet in staat is om zelf stootstrips of spatlappen te leveren. Die laatste dingen lijken ouderwets, maar wie weet hoe snel de achterkant van het vlotte karretje aanslaat weet dat je dit met een paar van die rubber beschermplaatjes zonder problemen kunt oplossen. Maar ja, wat niet is kan nog komen. Het onderhoud deden we bij de garage die het dichtste bij onze woonstek is gelegen. Een technische instelling met grote mate aan servicegevoel. Naast het reguliere onderhoud moesten ze me een keer helpen. Omdat ik een voorband lek had. Lek door een schroef die diep in het rubber geboord bleek. Dat moest even opgelost. Intussen is de reparatie daarvan alweer 5000 km geleden.

WP_000445Het gaat hard, ook met de blauwe, ook al gaat het minder snel qua kilometers dan bij de zilveren voorganger die ook nog deels zakelijk werd benut. Dat scheelde toch flink wat kilometertjes per jaar. Voorlopig kan het nog even, de garantie duurt nog drie jaar (..) en het ding doet al rijdend geen slag verkeerd. Het lijstje bestemmingen waar hij al geweest is groeit. Ik ben zelf altijd verbaasd wat we met die compacte blauwe allemaal hebben bekeken. De zilveren reikte al verder, maar ja, baas boven baas. Ik wilde het maar even memoreren. De jarige kreeg een wasbeurt voor de velgen. Dat moet het maar zijn voorlopig. Zoals mijn jeugdvriend Fons ooit uitlegde bij het wassen van de door zijn vader geexploiteerde huurvloot auto’s die ik mocht helpen (..) schoonmaken, velgen, banden en ramen schoon = auto schoon! En daar houd ik me dan maar aan. En ga verder op de ingeslagen weg….