Leven met de Vliegende Pijl – 46 – Octavia komt – gevolgen!

De door de Belgische designer Dirk van Braeckel ontworpen Octavia was een auto die ons als Skoda-adepten indertijd deed stil vallen van verbazing. Daar stond anno 1996 bij het ontwikkelingscentrum van ons merk een fraai gestileerde wagen met een Passat-achtig formaat en zeer kordate grille, roofkatachtige flanken en een meer dan enorme kofferbak. Dit was een auto met een potentie die ongekend was, maar direct ook de nodige uitdagingen met zich mee zou brengen. Als wij er in ons land al een succes van wilden maken moest er meer gebeuren dan alleen maar een leuke reclame-campagne opzetten of zo. De hele organisatie zou, het bleef vrijwel constant een terugkerend thema, op de schop moeten en dat gold echt niet alleen voor de Nederlandse. Maar wij waren nu eenmaal verantwoordelijk voor Nederland en ontdekten al snel dat we op alle fronten zouden moeten investeren op een tot dan ongekende schaal. Niet alleen werden we geacht de dealerorganisatie nu echt eens op te schonen, de marketingaanpak moest ook op andere leest, onze eigen organisatie kon ook wel weer een forse injectie aan goede man/vrouwkracht gebruiken en onze computersystemen moesten opnieuw worden aangepast voor de nieuwe auto en de steeds weer opgewaardeerde logistiek van de al Duitser wordende fabrikant.

Het was voor ‘Baas Jaap’ teveel van het goede, hij vond zichzelf niet meer de juiste man op die plek voor deze zware job en ergens aan het einde van 1996 gaf hij tot mijn grote verrassing, de pijp aan Maarten en ging in de toen nog binnen Pon bestaande ruimhartige Vut-regeling. Vooraf moest er nog wel ‘even’ een opvolger gevonden worden en dat bleek nog niet zo mee te vallen. Velen werden door Pon-Holdings geroepen, weinigen uitverkoren. En omdat binnen Pon die naam Skoda bepaald nog niet hetzelfde bleek te zijn als die van VW of Audi, bleek die rij kandidaten veelal niet geschikt voor de gestelde doelen. Intussen hadden wij de dealerorganisatie uitvoerig gescreend en vastgesteld dat je met een heel beperkt deel daarvan door zou kunnen in de door Skoda bepaalde toekomst. Dat werden in onze (en fabrieks)ogen Regiodealers. Dan had je een soort middengroep die het wellicht zouden kunnen redden als ze een paar stapjes extra zouden zetten en er was een redelijk grote groep dealers waar we in die nieuwe toekomst niks meer mee zouden kunnen. De basisindeling die wij als MT na lang overleg hadden gemaakt werd op enig moment door Jaap van Rij in het najaar van 1996 voorgedragen bij de toen bestaande bestuursleden van de Dealer Vereniging.

Die lui waren echt perplex. ‘Eindelijk kwam er een Skoda aan die zichzelf zou verkopen en dan moesten er zoveel collega’s weg’. Precies dit antwoord was waar we zo bang voor waren geweest. We moesten dus bijna met de botte bijl aan de slag om de boel te renoveren en dan ging die dealervereniging dwars liggen. Aan de andere kant stond de fabrikant te wapperen met een nieuw contract. Investeerden we niet voldoende in ongeveer alles wat ik eerder beschreef dan stopte de samenwerking. Ook geen optie voor een bedrijf dat tot de Pon-familie behoorde. Dat was ons vanuit Nijkerk wel te verstaan gegeven. En zo investeerden we alsnog in veel onderzoek naar wie, wat, waar zou kunnen blijven doen, welke doelgroepen we nodig hadden om te overtuigen van de kwaliteit van het nieuwe product en tevens in een nieuw stuk software voor ons eigen importbedrijf. Dat was nodig om ook nog wat intensiever te kunnen e-mailen en internetten, indertijd een vrij nieuwe ontwikkeling, maar ook om de fabrikant op relrief simpele wijze inzicht te kunnen geven in wat we hier aan omzetten en marktaandelen draaiden. Door ook nog wat personele wijzigingen door te voeren kregen we intern steeds meer vat op de situatie die op ons af kwam. De organisatie kwam op orde. Met een niet te versmaden uitzondering, de toenmalige dealers! De weerstand tegen de ‘eenzijdige besluitvorming’ bij de importeur werd een opstand, de situatie zelfs grimmig toen sommige dealers zich wendden tot de BOVAG om hun gelijk te halen. Jaap van Rij was echter op zijn eigen specifieke wijze onvermurwbaar, met sommigen rekende hij echt eens en voor altijd af. Gebrek aan solidariteit in het verleden kreeg nu een antwoord. Einde contract! Het jaar 1996 eindigde zo in een slagveld. Ongeveer alles wat we hadden opgebouwd leek in elkaar te storten en die Octavia kwam…en overwon gelukkig uiteindelijk! Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)

Leven met de Vliegende Pijl – 38 – Voorbereiding omslag….nieuwe modellen…

Wat met de Favorit tot dan in ons land niet voldoende lukte moest diens opvolger wel kunnen. Grotere omzetten maken. Meer integratie van VW-technieken en ook door vormgeving en kwaliteit een afstand creëren tot de vroegere communistische jaren. Bij Skoda heette dat ineens en met een mooie uitdrukking; de ‘Grosse Produkt Aufwertung’ (Afgekort GPA), wat zoveel inhield als een soort super-facelift voor de Favorits. De auto die men in die jaren aan ons liet zien bij het Tsjechische ontwikkelingscentrum was wel meer dan dat. De GPA-1 prototypen hadden een compleet andere lijnvoering dan de toen nog volop gebouwde Favorit. Alles wat aan die toenmalige Tsjechische auto’s hoekig was werd bij diens opvolger rond en door toepassing van een ander soort vooras en subframe kreeg Skoda de kans om ook VW-motoren in te bouwen. Waaronder uit de Golf afkomstige diesels. Daarbij was die GPA ook een auto die bij botsproeven enorm goed scoorde. Naar zeggen van de Tsjechische ontwikkelaars beter zelfs dan de toenmalige Golf. Dat feit werd door de VW-directie niet meteen geapprecieerd, er moest dus worden afgespekt, waarbij ook het prijsniveau van de nieuwe auto een rol zou spelen. Voor de GPA gold dat hij net als de Favorit zou worden geleverd met een tweetal eigen motoren van Skoda, maar dat die verder waren verfijnd en voorzien van MPI(Multi Point Injectie)-systemen. Al snel werd bij de fabriek de naam Felicia geïntroduceerd. Voor Skoda-liefhebbers, en ik ben er zelf een van, niet echt een naam om vrolijk van te worden. Immers, die Felicia was voorheen een mooi ontworpen cabriolet geweest en niet de minste van alle historische Skoda’s.

En met alle respect voor de nieuweling uit Mlada Boleslav, dit was gewoon een keurig nette hatchback. Hoe dan ook, de nieuwe Felicia kwam er aan en wij moesten vooruitlopend op dat gegeven in ons land volop aan de slag. De druk van de Duitse en Tsjechische managers bij de fabriek werd groter om het Nederlandse volume nu eens echt op orde te brengen. Immers, als er VW-technieken bij kwamen wilde men niet meer verkopen vanuit de nog steeds gebruikte ‘verbouwde varkens- of kippenschuren‘. Ik herinner me in dat kader een rel bij de introductie van de bij de nieuwe auto behorende huisstijl en kwaliteitsprogramma’s. Een van de Duitse MT-leden die deze intro deed werd onderbroken door de Ierse importeurscollega. Die gaf aan dat in zijn land eigenlijk geen enkele dealer een fatsoenlijke Skoda-showroom te bieden had en hoe dit dan op korte termijn verder moest. De Duitser die ons allen de maat nam maakte nog even kort en bondig zichtbaar wat zijn herkomst was. Hij viel publiekelijk en op tamelijk botte wijze uit naar de Ier en maakte duidelijk dat als deze niet binnen een jaar orde op zaken had gesteld er geen verlenging van het importeurscontract meer zou plaatsvinden.

De zaal vol onthutste importeurs deed er verder het zwijgen maar toe. Maar ook wij wisten wel dat we geen gemakkelijke boodschap zouden moeten brengen. Want ook in Nederland was anno 1994 nog steeds veel werk te verrichten. Hoe dan ook, de Felicia kwam er aan en we moesten heel hard werken om van de introductie een feest en een succes te maken. Je kunt een première maar een keer goed doen. Intussen waren we er wel in geslaagd om op basis van de voorinformatie die rond de Felicia werd gegenereerd, nieuwe dealers te interesseren voor het agentschap. Vooral op lege plekken, waar al jaren geen dealer meer te vinden was geweest, zoals in Nijmegen, vonden we ondernemers die er wel iets in zagen en de stap durfden nemen. Immers, wij verkondigden een evangelie van hoop en geloof in een betere toekomst. Dat deden andere en met name Aziatische merken intussen ook, maar Skoda had gelukkig in dealerland nog steeds een goede naam. De gouden tijden waren nog maar een jaar of tien daarvoor actueel geweest, ‘met VW op de achtergrond moest het in de komende jaren beter gaan’. En zo zaten we ergens in dat jaar 1994 samen met de hele organisatie op een raderboot in de Waal bij Nijmegen waar we een geweldige introductie hielden van een paar uur lang. Hoogtepunt was het voor veel aanwezigen toen de eerste Felicia onder applaus en met echt vuurwerk uit de ‘vloer’ omhoog werd gehaald en aan alle dealers getoond. Door goed te kijken wie er wel en wie niet positief reageerden wisten we meteen met wie we al dan niet door zouden gaan. De cynici moesten nu echt plaats maken voor hen die de toekomst met Skoda zonnig in zouden zien. De Felicia moest en zou het keerpunt worden. Voor die introductie moesten we trouwens via onze Praagse relaties wel een truc uithalen. Met 15 aan ons land  toegewezen auto’s deed je niet veel, dus wisten we een 100-tal Duitse Felicia’s naar ons land door te sluizen. Anders waren veel dealers zonder demowagen aan de Felicia begonnen. Dat we die 100 Felicia’s weer aan de Duitsers moesten teruggeven via de later door ons bestelde exemplaren spreekt voor zich. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird/Skoda)

 

Leven met de Vliegende Pijl – 33 – Dealers!

Die eerste periode bij Pon Mobiel besteedde ik veel van mijn tijd aan het domweg wennen in de nieuwe rol die ik moest gaan spelen. Ik had daarbij een groot en goed geolied importbedrijf verwacht, met een stel enthousiaste medewerkers en dito dealers. Had me er als dealerdirecteur in de jaren voor mijn aantreden bij de importeur nooit zo echt mee bezig gehouden. Kende collega’s slechts van de diverse reizen die in die dealerjaren werden gemaakt en nam hun verhalen als uitgangspunt voor het idee dat ze veel kennis en ervaring koppelden aan een even groot enthousiasme. Dat bleek in de praktijk vaak bepaald minder het geval. In de periode dat ik nog niet bij Pon in dienst was had Jaap van Rij me al eens ingezet als mystery-shopper en had ik een paar van die dealers incognito bezocht. De verslagen die ik daar indertijd voor maakte spraken boekdelen. Vriendelijke mensen, maar weinig kennis van zaken, niet proactief, en soms in wel erg rommelige winkels gevestigd. Een proefrit maken was er vaak niet bij. Dat zorgde mede voor een moeizame verkoop. Toen ik dus in 1992 als verkoopleider aan de slag ging en het land nu intensief rond reed bleek het probleem pas echt heel groot te zijn. Veel van die lui hadden net aan een soort van showroom met een enkele auto er in, hun werkplaats was vaak een rommeltje en ze deelden vrijwel allemaal frustraties over ‘de wijze waarop de importeur met ze om was gegaan’. Dat zat hem vooral in een deal uit 1991 toen Jaap van Rij clusters van auto’s aan die dealers had geleverd, bijvoorbeeld drie Favorit Combi’s en een zwarte bijzonder fraaie hatchback die speciaal voor Nederland was gemaakt.

Die zwarte wagens waren ze meestal zo kwijt, die combi’s niet. En Pon nam ze ook niet terug zoals vele dealers graag hadden gezien. Die verkochten het liefst wat de klanten vroegen. En als dat een niet in het gamma voorkomende zilvergrijs metallic versie was met paarse stoelen en gele wielen moest de importeur daar dan maar voor zorgen! Het waren soms onmogelijke situaties. Toen wij in Mlada Boleslav en Praag dan ook nog eens de nieuwste modellen zagen die Skoda op het punt stond uit te brengen wisten we dat we daadkrachtig moesten handelen. De voorraden oude modellen, vrijwel allemaal afkomstig uit 1991, waren om en nabij zo groot als de totale verkoop van alle toenmalige dealers in een jaar tijd. Dat zorgde voor flinke stagnaties. En net als dealers bij Pon hun oudere modellen niet konden retourneren, lukte dat Pon niet bij de fabriek. En reken maar dat we dat laatste geprobeerd hebben! Er moest dus een list verzonnen worden. En die kwam al snel in beeld. Toen Jaap van Rij een korte citytrip maakte naar New York en terugkwam met vele verhalen, schoot me ineens te binnen dat we actiemodellen zouden moeten maken met bekende namen van New Yorkse wijken. In concept bedachten we toen in een ochtend tijd de Combi’s ‘Brooklyn’ en de ‘Manhattan’. Daartoe dienden we die voorraadwagens compleet binnenstebuiten te keren en zelfs de bekleding te vervangen door nieuwe.

Bij die Manhattan was dat zelfs echt leder. Deze operatie leidde er toe dat we ook veel positieve publiciteit kregen. De vakbladen schreven dat het toch niet gekker moest worden, ‘Skoda’s met lederen bekleding….’ De prijs was goed, de actiemodellen aantrekkelijk, de klanten ‘in’ voor iets anders, maar de dealers helaas niet. Die hadden zoveel ‘kennis’ van alle detailverschillen dat ze klanten daar zelfs op wezen. Vaak waren ze meer hobbyisten dan professionals zo leek het. En dus gingen de iets jongere Brooklyns, baserend op de goedkopere Forman L, sneller weg dan de duurdere en wat oudere Manhattans. Het verschil zat hem daarbij vooral in een hendeltje voor de opening van de achterklep die de goedkope versies wel hadden en de duurdere niet. Dealers zaten echt ingegraven indertijd en wilden slechts het laatste nieuwe verkopen. Vaak waren ze daarover geïnformeerd door Tsjechische handelaren die in die jaren alle oude en ingeruilde Skoda-modellen opkochten waarbij de motoren nog achterin zaten, en die terughaalden naar het thuisland. Wat dealers daarmee bereikten was dat hun terreinen leeg raakten, hun cashflow even verbeterde, maar dat ze op termijn geen onderhoud meer hadden in hun werkplaatsen. Waarmee, ook al door de uitblijvende verkopen, het einde voor veel van hen snel in zicht kwam. De nieuwe rayonmanagers van toen, jonge mensen met een vaak grotere verkoopervaring dan de dealers die ze bezochten, moesten soms meehelpen om bepaalde voorraadauto’s voor dealers op te ruimen. Die ondernemers waren vooral aan het sleutelen, maar mopperen ging ze ook buitengewoon goed af. TE goed!
(Beelden: Yellowbird archief/Skoda/internet)

De Z van Zorg

Zorg regelen lijkt zo simpel. Mensen die het nodig hebben krijgen het en de mensen die ervoor door hebben geleerd en ook nog eens betaald krijgen voor dat werk, verstrekken het. Maar niet in ons land. Van een welvaartsstaat dreigen wij af te glijden naar een plek onder aan de ranglijst van landen die al dan niet goed omgaan met mensen die zorg behoeven. En voor de goede orde, dat zijn lang niet altijd ouderen. Je zult gehandicapt zijn, een soort kwaal hebben die door niemand wordt gezien, maar door jou zelf wel gevoeld of dingen van dien aard. Was voorheen allemaal eenvoudig in vakjes te duwen en op te lossen. Maar dat is wel voorbij. Participeren moet we en dat houdt in dat we allemaal de ouders in de tuin moeten opvangen waar we onze schuren ombouwen tot luxe lofts waar die mensen dan nog een tijdje onder onze hoede blijven. Afvoeren naar een bejaardentehuis is er niet meer bij. Die worden of werden gesloopt en wat overbleef viel ineens onder de veranderdwang van managers met het gevoel dat ze een hotel moesten runnen voor rijkere mensen zonder mening of stem.

De ziekenzorg kent ook zo haar wonderlijke kanten. Zo maakte ik in de woonomgeving van mijn nog altijd best kwieke en zelfstandig levende schoonmama mee dat in de buurt het bejaardencentrum werd gesloten. Gesloopt, omwille van de moderne tijd. Maar dat centrum gaf de toenmalige huisartsenpost een aardige klantenkring. En die zat een flatgebouw verderop bij mijn schoonmama vandaan. Handig en altijd bereid tot een goed gesprek als dat even nodig bleek. Na de sloop van het bejaardencentrum sloot ook de HAP zijn deuren. Kwam nu te zitten in een nieuwbouwwijk op een kwartiertje lopen van de oude. Maar dan wel een kwartiertje voor mensen met een kwieke tred. Zoals ik die heb. Voor een oudere dame met een rollator als ondersteuning best een heel stuk lopen.

Komt ze daar dan aan is er geen lift. Niet erg als je bij de apotheek moet zijn die ook in dat nieuwe gebouw is opgenomen. Wel als je naar de huisarts moet. Die zit op de eerste etage. Geen lift, wel een steile trap. En een soort traplift die even steil omhoog of omlaag beweegt als je op de juiste knoppen drukt. Levensgevaarlijk ding. Eng ook. Maar niet over nagedacht. Nog veel erger is het feit dat de assistentes volgens protocol werken. Dus niet in staat of van plan zijn om je bij een eerste bezoek te helpen met de uitslag zodat je meteen door kunt naar de dokter. No Way! Dan moet je terugkomen. In de middag. Twee keer op en neer voor dat ene gesprek. En men wijkt er niet van af. Een ander voorbeeld. Vrouwlief moet bloed laten prikken in een ziekenhuis. Daar moet ze heen vanwege een specialist die elke keer dat ze daar heen gaat behoefte heeft aan haar bloedwaarden of zo. Zonder afspraak naar binnen. Niet druk, sterker nog, op een Japanse klant met zijn vrouw na zit er niemand in de wachtkamer. Maar om een of andere reden zijn de witjassen druk met van alles, echter niet met het afwerken van hun echte klus. Bloed aftappen en in een buisje stoppen met een labeltje waarop relevante informatie. Ik keek ernaar en kreeg direct kromme tenen. Had ik tijd genoeg voor want we zaten er al snel 20/25 minuten te wachten op niets…

Geen wonder dat die zorg peperduur is en matig wordt ingevuld. Vergeet maar snel dat je cliënt bent. Je bent patiënt. Betaalt elk jaar meer voor die zorg maar krijgt relatief gezien steeds minder service. Vreemd dat dit bij veel dierenartsen nog beter is geregeld. En ik spreek hen er niet op aan die uiteraard de patiënt(en)centraal stellen en bijna onderbetaald hun werk moeten doen. Tuurlijk zie ik de nuance, maar de voorbeelden zijn net even te wrang om niet te vermelden. Participeren is leuk. Maar niet altijd. Wel eens voor iemand mantelzorg gedaan? Bedacht hoeveel tijd en inspanning dat vraagt?! Ach, het zijn maar kleine voorbeeldjes. Nu maar hopen dat dit kabinet daar oog voor heeft of krijgt. Maar ik ben bang dat dit niet meer goed komt. Ik laat alvast maar een schuurtje ombouwen in de achtertuin. Wie weet wie ik er nog een plezier mee doe…wellicht me zelf??

Tand plakken….

img_0632Mijn oude tandarts is er mee gestopt. Ik heb haar tot voor kort, 24 jaar lang laten frunniken aan mijn op zich sterke gebit. Meestal zonder al te veel gedoe, soms was het een vrij pijnlijke oefening. Maar ergens in 2015 ging er iets mis in haar persoonlijke leven. Ze werd ziek, en niet een beetje ook. Dat kwam uiteindelijk wel weer goed hoor. In 2016 was ze er weer en hielp me nog even van een pijnlijke plek in een boventand af door middel van wat geboor en gewroet, gevolgd door een verdovende vulling. Altijd naar de zin, vriendelijk, service with a smile. Maar in november vorig jaar ineens een brief. ‘Ik stop er mee!’. En de verwijzing dat je als ‘client’ naar een drietal collega’s van haar toe kon voor verdere behandeling. Ik heb haar uiteraard een bedankbriefje geschreven en de hoop uitgesproken dat het haar verder goed zou blijven gaan. Mijn leeftijd, stoppen doet dan feitelijk pijn, maar als er verder niks loos is valt er een nog goed leven op te bouwen in relatieve stilte.

img_0634De nieuwe tandarts die ik koos zetelt in hetzelfde gebouw als waar de huisarts en de eerder genoemde familie van Dracula zetelen. Gemakkelijk, want vlak bij mijn woonadres, en bij aanmelden een professionele organisatie waar je in de computer wordt opgenomen en de oude tandartsdossier worden gedigitaliseerd. ‘In Mei krijgt u een mail voor een afspraak’ was de toezegging. En zo kwam er weer rust in de tent. Want laten we wel zijn, de tandarts is leuk voor het onderhoud van je gebit en de evt. oplossingen van pijnlijke problemen, maar een echte innige relatie bouw je er zelden mee op. Ik ben er overigens niet bang voor, gek genoeg, maar zoek het ook niet onnodig op. Tot…begin januari. We aten een beetje soep met een crackertje, en verdraaid, juist dat laatste ding zorgde voor een afgebroken hoektand.

img_0633Knak, krak, halve tand in de hand. Nu was die bewuste tand al lang geleden voorzien van een nieuw kunstmatig gevormd stuk, gevolg van een vervelend ongelukje in 2000 toen ik een metalen balk met Luxaflex op mijn gezicht kreeg. Precies toen ik net begonnen was met mijn bedrijfskantoor in eigen huis. De oude tandarts repareerde mijn zichtbare boventanden die allemaal waren afgebroken. Kennelijk is er nu een zwakke plek ontstaan. En moest ik bellen voor een afspraak. Na twee dagen kon ik terecht. “Het was te druk’. Oei, dat werd afzien. En niet te veel (glim)lachen. Rot gezicht. Als u dit leest is de boel weer professioneel gerepareerd en weet ik zeker dat ook met de nieuwe tandarts een goede relatie zal ontstaan. Aardige dames, professionele aanpak, goed werk. Maar wat een ellendige behandelstoel zeg…ik lag zowat op mijn kop. Maar goed, alles moet wennen….

Organiseren; het is en blijft een kunst!

Korterink - veel publiek bij Auris-intro HPIM1161 (2)Kijk, als je iets als een evenement of opening organiseert moet je altijd in de gaten houden dat je dit doet om bepaalde doelen te bereiken, om mensen te vermaken of zelfs om iets te verkopen. Nodig je dan ook nog jou onbekende gasten uit mag je die niet zo maar aan hun lot overlaten of het gevoel geven dat je dit doet. Nu is het organiseren van dit soort zaken niet iedereen gegeven. Ik maakte dat zelf vele malen mee. Goed bedoeld, maar weinig effectief. Bij zo’n gelegenheid is het handig iemand aan te wijzen die met een checklist in de hand andere mensen op taken zet die ze geacht worden uit te voeren en niet het eigen initiatief los te laten op wat men zelf wel zou willen doen. Als de gasten dan arriveren zorg dan voor aanwijzingen richting evt. parkeerplekken, ontvang zelf die bezoekers als gastheer of vrouw, en laat niets aan het toeval over. Wijs mensen de weg naar de garderobe of desnoods de toiletten, maar laat ze niet zelf op zoektocht moeten gaan. Zorg voor een hapje en drankje om de tijd te doden, stop ze een programma in de handen en maak dat men zich ergens een plekje kan vinden om even rustig rond te neuzen dan wel andere (bekenden) te leren kennen of ontmoeten.

15g3srcBedenk dat mensen die jouw locatie of bedrijf niet kennen, soms even wat informatie willen ontvangen, laat ze dan niet met vraagtekens rond hobbelen. Maak het programma voor je evenement of opening ook van dusdanig niveau dat je mensen er mee boeit. Matige muziek, te luid of te zacht, dito artiesten of sprekers zonder boodschap zijn uit den boze. Mensen willen vermaakt worden, ze komen vaak van heinde en verre om aan jouw uitnodiging gehoor te geven. Erken dat door ze te verwennen. Een positieve indruk zorgt voor een lage drempel ten aanzien van de acceptatie voor hetgeen je wilt overbrengen of verkopen. Waartoe dienen al deze adviezen zal de lezer van dit meningblogje denken? Nou, wij maakten onlangs mee dat een organisatie die ons uitnodigde voor de opening van een op zich aardige expositie al deze dingen fout deed.

Actie B en L zondat 220407 007 (2)En het aantal gasten was te groot om te denken dat men geen behoefte had aan dit bezoek. Maar het was echt droevig. Zeker wanneer je als professional rond loopt en kijkt wat er zoal beter had gekund. Ik weet wel, geld, vrijwilligers, oudgedienden, het zal allemaal wel. Maar dit was best een aanfluiting. En dat kan echt veel beter. In mijn auto-relatiesfeer zitten heel wat ondernemers die dit vanuit hun genen goed doen. Vaak meegemaakt. Huur desnoods iemand in die KAN organiseren. Maar laat niets aan het toeval over. Wellicht dat ook ik dan volgende keer op de uitnodiging in zal gaan. Dat doe ik nu voorlopig niet meer. En dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest….toch?!

 

TOOS

writers_blockWie mij kent en al regelmatig volgt hier op mijn mening blogs weet dat ik iets heb met startups. Met name omdat we in de moderne tijden al zo vaak horen of lezen over faillissementen van voorheen toch bekende bedrijven. Jonge mensen die dan de uitdaging aangaan om een eigen onderneming opzetten en hun ziel en zaligheid er in leggen kunnen rekenen op mijn steun in zekere zin. Een van die mensen is Tamara Mol. Ik heb haar ooit in een werkzaam verleden leren kennen als een steun en toeverlaat bij een reclamebureau dat zich bezighield met allerlei vormen van promotie maken. Tamara was daar accountmanager, maar ze blonk uit door haar inzicht, rust en talent om lastige situaties goed op te lossen. Een talent op zichzelf dus, met de nodige managementkwaliteiten. Ze leerde zich de rug krom om haar kennis en basis nog wat te vergroten. Sportte, maar hield ook van feesten. En wie organiseerde dan daarna de betaalbare taxi’s? Juist!

Tamara in haar rol als TOOSErgens in 2006 scheidden onze wegen. Zij trok verder, werkte voor een paar bureaus waar ze nog meer dan voorheen organiseerde en groeide uit tot een onderneemster. Vorig jaar zette ze de stap. Op het juiste moment in haar leven. Ze richtte TOOS op, een naam die gewoon aanhoort maar staat voor Tamara’s Office Ondersteuning & Secretariaten. Ze biedt haar diensten aan bij branche- en ondernemingsverenigingen of projecten voor bedrijven en overheidsinstellingen op gebied van marketing en reclame. Als ze haar secretariaatswerk aanbiedt doet ze dat voor o.a. het behandelen van mail, post, telefoon, website, social media-accounts, maakt ze nieuwsbrieven (en verstuurt ze uiteraard) organiseert bijeenkomsten en zorgt dat ze de spin is in het web van bedrijven en ondernemingen die juist om zo’n duizendpoot verlegen zitten.

Tamara MolIn tijden van kostenbesparing op FTE’s een geweldig alternatief. Tamara gelooft er heilig in dat dit een succes wordt, en guess what? Ik ook! Want zo’n TOOS wil je in huis hebben hoor. Het ontlast ondernemers of besturen van die ondernemingsverenigingen die hun werk er vaak bij doen. TOOS komt alles oplossen en naar ik begreep tegen zeer acceptabele tarieven. Haal je geen fulltimer voor in huis. Wel een buitengewoon gedreven onderneemster die werkt voor drie en ook nog eens een fraai plaatje biedt. Uiteraard bied ik haar een paar platforms. Dat verdient ze, al was het maar om wat ze voor mij en mijn werk in het verleden heeft betekend. Voor elke bolleboos een eigen TOOS zou ik denken! Wie meer wil weten moet maar even kijken op haar leuke website: www.toos-officeondersteuning.nl – een aanrader!

Terugkijken….

IMG_0128Oud blogster Thamara was onlangs actief met het terughalen van haar oude blogverhalen. Er bestaat een site die dat mogelijk maakt en daaruit bleek ook meteen dat alles wat je ooit schreef en op internet plaatste terug te halen valt. Ook al staat het allang niet meer online. Dat blijft toch opzienbarend. Immers, als je vroeger iets in de prullenbak mikte, door de shredder haalde of verbrandde was het weg, over, uit, afgelopen, maar digitaal ligt dat een stuk lastiger. Aardig was ook dat zij voor mij, ik kijk zelden terug naar die begintijd van het bloggen, ook de nodige dingen terug wist te halen. Bijvoorbeeld de linklijst van een jaar of tien geleden. Stonden namen op van mensen die ik ergens onderweg al dan niet bewust ben kwijt geraakt en/of nu allang niet meer actief bloggen. Dat bloggen was toch een beetje de voorloper van de moderne sociale media en iedereen die ook maar iets wilde vertellen over zichzelf of de wereld waarin men leefde, kon ineens hele verhalen kwijt. Voor mij was het een logische doortrekking van wat ik daarvoor ook altijd deed. Schrijven!

wm S'dam 31 juli 2010 007Aardig bij die bloggers was dat er vrijwel geen een was die met een eigen naam die dingen deed die hen tot bloggers maakten. Ze hadden de meest wonderlijke schuilnamen en soms moest je diep gaan om er achter te komen dat iemand Jan of Kees heette. Er waren mensen bij die heel intieme zaken deelden. Over ziekte, liefde, seks, sport, en uiteraard de bekende huis-tuin-en keukenonderwerpen. Een hechte club ook, zeker in het begin. Ik weet nog dat we de eerste blogmeetings meemaakten. Zag je ineens wie achter een bepaald blog stak. De een viel mee, de ander toch wat tegen. Omgekeerd vast ook. En zo spoelden sommigen weg en bleven anderen plakken. Mensen staakten die schrijverij, gingen vaak iets anders doen.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Atelier Blogger Kees 2009

Er waren er die de liefde van hun leven vonden, anderen weer juist vriendschappen voor dat zelfde leven. Toen Facebook en Twitter aan het firmament verschenen stapten er heel wat over. En die komen elkaar nu in die wereld regelmatig tegen. Er is weer sprake van een reünie, van oud-bloggers, maar ook van Facebookers die al een jaar of wat met elkaar lief en leed delen. Of het er van komt? Geen idee. Maar onze Thamara speelt een centrale rol. Heeft zelfs een boek besteld waarin haar oude blogverhalen zijn gebundeld. Voor bij de eigen open haard. En als ze er ooit mee klaar is, wellicht voor er in. Toch wel leuk om nog even terug te kijken. Ook al denk ik wel vaak aan de debacles met aanbieders die niet wilden deugen, die de zaken niet voor elkaar hadden en die echte bloggers lieten barsten. Die frustratie zit me nog steeds hoog. Gelukkig dat er sinds een paar jaar weer gewoon kan worden gewerkt zonder al dat gedoe. Al kost het me nu meer aan licenties dan voorheen. De lezer kan zelf beoordelen of het de moeite waard is. Zo niet? Dan zien we wel weer…….:)

Chique kunst

WP_20150618_012Eens in de paar jaar wordt het chique Amsterdam-Zuid omgetoverd tot een soort open kunstcentrum. Bepaalde straten en lanen worden dan voorzien van vaak enorme kunstwerken die door diverse creatieve lieden zijn gemaakt en door een commissie van wijze mannen en vrouwen uitgezocht om te mogen worden getoond tijdens een paar zomerse maanden. Het idee kwam een paar jaar geleden ineens omhoog toen omwonenden van de mooie boulevards en aangelegen woonstraten meenden dat het allemaal wel wat leuker of spannender zou kunnen. En men na lang studeren en vergaderen in staat bleek de eerste editie van ‘Art Zuid’ op poten te krijgen. Daarna volgden er meer. En hoe succesvol wil je het hebben. Van Amsterdammer tot toerist, van mensen uit de provincie tot wie ook, eenmaal hier langs gelopen ben je verslaafd. Mits je iets hebt met kunst natuurlijk. Wat het plezier groot maakt is dat de soms enorme grote kunstwerken staan in een erg rustige ambiance, waardoor hun evt. grandeur nog beter uitkomt.

WP_20150618_028Ook dit jaar is er weer een editie van Art Zuid en wij bezochten deze een week geleden samen met aangenomen blogzuster Thamara. Die ook vorige edities met ons bezocht en intussen ook kenner is geworden van het genre. Dit jaar misten we de vaak wat humoristische kunstwerken. Het is wat strakker en zakelijker allemaal, geen bewegende beelden ook, maar statische. Wel veel glitter en zwart. Enorme Micky Mouse achtige beelden, soms met een ondeugende twist, maar ook op afstand zichtbaar. We liepen er langs, fotografeerden de boel en genoten van wat Art Zuid in wezen is. Een enorm leuke gratis expositie in een van de mooiste buurten van onze hoofdstad. Aardig is dat je aan het einde van de route relatief simpel af kunt buigen en via het oudere deel van Zuid richting Amsterdam-Centrum kunt lopen.

WP_20150618_016Je kunt dan richting de bekende musea, de Albert Cuypmarkt als je dat leuk vindt, of op de tram stappen die je daar brengt waar je heen wilt. Art Zuid is verslavend en ik vind het persoonlijk een van de beste initiatieven die in deze stad ooit zijn genomen op kunstgebied. Laten we wel zijn, laagdrempelig kunst bekijken, aanraken, inschatten ‘wat het is’ als de kunstenaar zelf ‘geen titel’ vermeldt op het bijbehorende bordje, dan snap je als organisatie hoe je met kunst moet omgaan. Los van wat kleine vernielingen (barbaren zijn overal) heeft Art Zuid weinig te lijden van lieden die er niks van snappen. Dat geeft hoop. Want een volk dat geen echte kunst meer waardeert is in feite verloren. Zolang Art Zuid blijft bestaan heb ik het idee dat we in dit land soms nog op enig niveau functioneren. Aanrader van jewelste. Je kunt de kunstroute ook met de Metro of trein benaderen. Via Station Zuid. En dan loop je richting Hilton Hotel aan de Apollolaan. Kom je het vanzelf allemaal tegen.

Action, zegen of virus?

Lidl winkels kom je door heel Europe tegenZoals er pakweg tien jaar geleden nog mensen waren die stellig waren in hun afwijzing van de Lidl of Aldi, velen doen van alles om hun zelf bedachte imago hoog te houden, zo zijn er ook mensen die niet bij de Actionketen willen kopen. Nu moet iedereen dat zelf weten hoor, niemand is iets verplicht in dit land. Voor wie het niet weet, Action is een supermarktketen die van alles en nog wat verkoopt waar je vaak helemaal niet op zit te wachten, maar wat wel heel nuttig is als je het eenmaal hebt en waarvan de prijzen ongeveer 30-50% lager zijn dan bij de concurrentie. Niet voor niets heeft de keten intussen 1000 filialen of zo en zitten ze nu ook al in de landen om ons heen. Het is een bedrijf met een grote expansiedrift en een magneetwerking op koopjesjagers of mensen die slimmer zijn dan hun buren, vrienden of familieleden. Niet alleen is de prijs laag, veel van wat men biedt kan de toets der kritiek goed doorstaan. Kijk maar eens naar het aanbod aan verf, de auto-accessoires en onderhoudsartikelen of zoiets simpels als knoflookbrood voor bij de soep. Dat laatst spul kost je per zak E. 0,89. Bij de Sligro, toch een groothandel voor de horeca, kost een zak E. 1,00, maar dan wel exclusief BTW.

Action ZuidKortom, Action gaat voor de prijs en dan moet je bepaalde aspecten op de koop toe nemen. Is het een foute keten? Wat mij betreft zeker niet. Ik beleef er vaak erg aardige momenten, zoals onlangs toen ze een serie Russische automodellen verkochten van het bekende uitgeversmerk d’Agostini. Voor nog geen Euro per stuk, waar die modellen ooit 15 euro kostten in combinatie met een of ander magazine. Het zal duidelijk zijn dat de verzamelaars zich verenigden en de boel leeg kochten. Voor sommigen was dat de eerste keer dat ze er kwamen, maar zeker niet de laatste. Maar die Action kent ook wel wat nadelen. Zoals ik onlangs las in een artikel van een econoom die ons Nederlanders waarschuwde voor de verloedering die op de loer ligt als wij maar door blijven gaan met onze budgetaankopen. (Hij noemde in dit verband ook Primark). Want veel van dat verkochte spul komt uit China en trekt alleen daardoor al werkgelegenheid weg uit Europa en ons land. Daarnaast zorgen dit soort ketens er volgens de auteur voor dat andere winkeliers er onder door gaan en moeten stoppen met ondernemen.

Action AlmereZe kunnen domweg niet tegen de prijzen op die door ketens als de Action worden geboden. Het ultieme gevolg, onze samenleving valt uit elkaar omdat we niet meer op kwaliteit maar vooral op bezit zouden winkelen. Ik heb er over nagedacht en kan me er wel iets bij voorstellen. Maar ja, dat geldt dan ook voor aankopen bij andere goedkope ketens en moeten we die vanuit die economische theorie ook maar gaan mijden dan? Net zoals goedkopere kleine auto’s, zelftankstations en telefoonaanbieders met abonnementen van een tientje per maand of zo? Ik denk dat het wel meevalt. Zoals het ook deed in de jaren zestig van de vorige eeuw toen we massaal overstapten op aankopen bij De Gruyter, Simon de Wit en Albert Heyn. En de aloude ambachtelijke kruideniers en melkhandelaren lieten zitten met hun waren. Ben benieuwd hoe jullie hier tegen aan kijken en wie er principieel niet naar een keten als de Action gaat voor wat aankopen. Is dat dan omdat je geen filiaal in de buurt kent, teveel geld bezit of omdat je je schaamt slim te zijn en niet te veel geld uit te willen geven? Ben benieuwd! (Action foto’s komen van het www.)