Afscheid van Fokker

Fokker 70 PH-KVI

Medio oktober dit jaar eindigt een tijdperk in ons land. Het tijdperk-Fokker. Dan namelijk gaan de laatste Fokker 70’s uit dienst bij KLM’s dochter CityHopper. Opgevolgd door Braziliaanse regionale vliegtuigen. Met dank aan een D66-minister (Hans Wyers)die ooit de bekende vliegtuigfabrikant Fokker de nek om draaide en de toekomst van de Nederlandse luchtvaartindustrie gelijk vermoordde. Bij gebrek aan inzicht. Inzicht wat Fokker altijd wel heeft gehad. Precies de juiste vliegtuigen bouwend voor een alsmaar groeiende markt. Dat deed de ondernemer Anthony Fokker al ver voor de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste variant van die wereldbrand koos hij opportunistisch voor de Duitse zijde en zette daar vele honderden van zijn befaamde jachtvliegtuigen af. Toen de oorlog voor de Duitsers verkeerd afliep was hij zo slim om zijn hele productielijn op de trein te zetten en onder te brengen in het neutrale Nederland. Waarmee ook onze luchtmacht ineens beschikte over hypermoderne jachtvliegtuigen en verkenners.

Alsof we ineens zouden kunnen beschikken over de JSF zonder aan de ontwikkeling mee te hoeven betalen. De door Albert Plesman opgezette KLM had snel behoefte aan betrouwbare vliegtuigen. Fokker sprong in dat gat. En KLM kocht ongeveer elk ontwerp van de slimme Fokker. Die overigens nog veel meer successen boekte in de Verenigde Staten. Maar een ding zag hij over het hoofd. De komst van metalen vliegtuigen. Fokker bouwde toen nog met hout, aluminium en linnen. Dus toen KLM alsnog koos voor de ‘blikken Douglas’ DC-2 leek Fokker naast de flinke orders van de nationale carrier te vissen. Maar slim zakenman als Fokker was, hij verkreeg de licentierechten voor zowel de DC-2 als de grotere DC-3 en werd zo opnieuw een grote leverancier van moderne vliegtuigen. Zelf zou hij de groei van zijn bedrijf niet meer meemaken.

Net voor de 2e Wereldoorlog overleed hij. Zijn bedrijf kwam tijdens de oorlog in handen van de Duitsers en bouwde voor de bezetter onder dwang Duitse vliegtuigen. Na de oorlog werd het bedrijf snel opnieuw heringericht en startte men met de bouw van trainers, zoals de fameuze S-11, bouwde men een sportvliegtuig (de Promotor) dat helaas geen echt succes kende maar kwam men ook met de Fokker F-27 Friendship. Een verkeersvliegtuig dat werd opgebouwd met een hoogdekker-constructie, gelijmde metalen delen en twee Britse Rolls-Royce turboprops. Het toestel werd een enorm succes, meer dan 700 verkocht en dat wereldwijd. Een straalopvolger werd de Fokker F-28 Fellowship uit de jaren zestig. Ook dat toestel werd een groot succes. In de jaren tachtig kregen die ontwerpen modernere zusjes in de Fokker 50, 100 en de latere 70.

Maar de wereldmarkt was intussen aardig veranderd. Veel kleinere fabrikanten legden het loodje, verkochten hun toestellen met flinke verliezen of werden opgeslokt door bedrijven als Boeing, Airbus of British Aerospace. Fokker leverde ook weer aan de KLM en uit die periode stammen ook die Fokker 70’s die nu verdwijnen. Vliegtuigen die ideaal bleken voor de regionale lijnvluchten bij KLM en haar dochter CityHopper. Maar in oktober is het voorbij. Geen Fokkers meer en de kans dat er ooit nog nieuwe vliegtuigen met die naam zullen verschijnen is verspeeld. De Nederlandse overheid heeft er geen geld voor over en de maatschappijen van nu kiezen voor vliegtuigen van de plank. Boeings, Airbussen, Embraers of Bombardiers. Fokker wees de weg, maar kon en mocht niet verder. Blijft jammer. Gelukkig staan er heel wat van deze fameuze vliegtuigen in diverse musea. En zo hoort het ook. Want deze naam mogen wij eigenlijk nooit vergeten. Ik doe dat zeker niet. Heb ik heel wat Fokkers mogen meevliegen en dat was een waar genoegen. Maar nu wordt dat pure nostalgie. Vandaar dit blogje…(Beelden: Yellowbird collectie)

Halve eeuw Transavia

Kom er maar eens om in onze zo douglas-dc6-hv-phtrb-spl-0668-scan10595geregelde wereld anno 2016, maar een jaar of 50 geleden ging het qua bijzonder zaken doen toch nog een stukje anders in ons land en zo kon het gebeuren dat er ondernemers opstonden die nog een avontuur aangingen. Terwijl ze in feite de wind tegen hadden maar zich daar niet door lieten leiden. Een van die lui was luchtvaartpionier John Block. Een man die bij Martinair vanaf het begin bij dat bedrijf deel uitmaakte van de directie, maar qua karakter niet zo goed paste bij de degelijke en strenge Martin Schroder. Block was een totaal ander type. En dus zocht hij naar mogelijkheden om een eigen charterbedrijf op te zetten. Vanwege alle tegenwerking vanuit zijn oude werkgever, maar ook de KLM en de regering, besloot hij in eerste instantie om op het Maastrichtse vliegveld Beek zijn vergunning aan te vragen.

15408-boeing-737-2-ph-tvh-hv-landt-eham-sum-82-scan10086Transavia zou de maatschappij gaan heten en voor de (on)duidelijkheid voegde Block daar ‘Limburg’ aan toe. Vliegtuigen waren toen nog genoeg te vinden. DC-3’s, DC-4- en DC- 6 toestellen stonden wereldwijd te kust en te keur te koop. Block financierde zijn onderneming via allerlei wegen, en wist ook langs diezelfde wegen uiteindelijk aan een vloot DC-6 toestellen te komen die al snel werden gespoten in het nieuwe kleurenschema van zijn onderneming. En zoals het hem als proactieve ‘baas’ van het spul betaamde verkocht hij al vluchten voor opdrachtgevers terwijl hij nog niet eens mocht vliegen. Maar op 14 november 1966 kwam die vergunning er dan toch en twee dagen later steeg de eerste DC-6 van Transavia op. Richting Italië met het Nederlands Danstheater gezelschap als passagiers.

34144-boeing-737-3-hv-phtsu-cucumber-c-s-scan10419Sindsdien is er veel gebeurd. Transavia werd een begrip op de chartermarkt, later op de vakantievluchtenmarkt en sinds een aantal jaren als low-budget-airline onder auspiciën van Air France-KLM waar het als een van de weinige divisies winst maakt. Transavia wordt al heel lang niet meer geleid door ondernemers als Block. Die verdween al snel toen Transavia een meer gestructureerde vorm aan nam met nieuwe aandeelhouders. De vloot veranderde. De oude propellervliegtuigen verdwenen en er kwamen Franse Caravelles in dienst. Er zijn vast nog mensen die zich herinneren dat je met de TROS met zo’n toestel naar Groningen kon vliegen om daar een uitzending van die omroep bij te wonen. Het hield de machines ook in de wintermaanden actief. Op enig moment, lang geleden, kocht Transavia splinternieuwe Boeing 737’s.

boeing-737-8-hv-t-oEen toestel dat nu, in zijn nieuwste vorm, nog steeds de ruggengraat vormt van het bedrijf. De kleuren van Transavia veranderden ook, net als haar rol in de luchtvaart. En anders dan je bij Martinair zag dat na vertrek van de oude garde werd ontmanteld door de aangestelde managers zonder visie of kennis van de markt, bleef Transavia succesvol actief. Nu dus al weer ruim 50 jaar. Toch iets om even bij stil te staan. Vandaar dit blogje… Heb je zelf ervaringen met Transavia door de jaren heen? Laat maar lezen hier. Ik vind dat zelf erg aardig. (Foto’s: Yellowbird, LPAC, internet, archief)

Nut en noodzaak van katholiek onderwijs…

3)Leo - 6e klas lagere school Broeder Monaldus Scan10040Toen ik onlangs weer eens met mijn in ‘dienstjaren’ oudste vriend Cees zat te babbelen over vroeger en wat er in de huidige generaties aan scheelt, kwamen we al gauw uit op begrippen als opvoeding en onderwijs. Maar ook op zaken als gebrek aan discipline. Beiden afkomstig uit een katholiek milieu ondergingen we de bijbehorende opleiding uit de jaren dat een corrigerende tik nog best aan kon komen en naast het geloof ook de actuele kennis van geschiedenis, heden en toekomst grote aandacht kreeg. Er was geen aandacht voor het individu, wie niet mee kon bleef zitten, en als je na de lagere school te dom bleek voor de MULO ging je naar de Ambachtsschool. Onze beider carrières werden bepaald door het al vroeg gaan werken. Bij een bankinstelling waar discipline en ontzag min of meer standaard regels waren. Een directeur of procuratiehouder was nog ‘meneer die en die’ en als die lui met hun vingers knipten diende jij als vertegenwoordiger van de jongste bedienden direct te reageren.

Leo op LHR 240272 Scan10017Het maakte dat hiërarchie voor ons geen geheimen kende en Cees een jaar lang mijn mentor was voor het werk wat ik toen moest doen. Hij was even ouder, en al een jaar langer in dienst bij de bank waar je je thuis voelde. Het werk wat we daar leerden bleek een goede ondergrond voor een latere carrière. Wij bleven maar een paar jaar werken bij die bank, door allerlei oorzaken (militaire dienstplicht of de grote liefde) kozen we individueel en los van elkaar voor iets anders. Om na jaren elkaar weer werktechnisch op Schiphol tegen te komen. Cees bij een overheidsdienst en ik in de luchtvrachtlogistiek op kantoor. Het legde voor beiden geen windeieren. Waarom vertel ik dit persoonlijke verhaal?  Omdat al die stukjes en beetjes hielpen om een mens te worden zoals we die nu zijn.

Leo op kantoor Hoogewerff Schiphol medio 1975 Scan10593We kijken op een bepaalde manier naar de wereld, zien al dat gevraag om respect, zelfs bij jongelui die nog niets hebben gepresteerd, het ge-ju en jij, gebrek aan goede manieren. Niet dat we nu van die houdegens zijn die nu op dezelfde wijze elke vorm van initiatief zouden willen onderdrukken hoor, maar het is wel eens stuitend als je ziet hoe weinig basiskennis er bestaat in jeugdige kring. En zij die hun geschiedenis niet kennen hebben weinig te zoeken in de toekomst. Opvallend bericht onlangs bevestigde onze mening. Het katholieke onderwijs is nog steeds het beste van Nederland. Over de hele linie doen scholen met deze achtergrond het beter wat betreft het niveau van hun leerlingen. Geeft dat te denken? Nee. Want wat je van die katholieken ook mag denken en vinden, ze leveren beter op het leven voorbereide mensen af. Kijk maar naar Cees en mij! Toch?