Stockholm….

Stockholm….

Nee, dit verhaal gaat niet over de Zweedse hoofdstad waar ik ooit eenmaal in mijn leven drie dagen zakelijk verkeerde maar om het aan die naam van de stad gekoppelde syndroom.

Een syndroom dat bekend werd na een gijzeling van een bank in die stad die een paar dagen duurde en zorgde dat de gegijzelden het uiteindelijk voor de gijzelnemers opnamen, zelfs voor de rechters die de daders moesten veroordelen. Daarna zijn er heel wat psychologen afgestudeerd op het verschijnsel. En daarbij zagen ze steeds weer dezelfde reflexen. Door mensen te onderdrukken en te indoctrineren met angst en eventueel geweld, buigen mensen vaak mee, overleving is belangrijker dan trots, en kopieren daardoor vaak als slachtoffers het gedrag van de gijzelnemers.

Elke doctrine baseert op vrijwel dezelfde gedachte. Het eerste wat een totalitair regime (of geloof) doet is elke afwijkende gedachte de kop indrukken en soms een heel volk gijzelen opdat men vanzelf van de leiders gaat houden. Zie de beelden van Iran, Noord-Korea, Rusland en Turkije. Om er maar een paar te noemen. En het werkt. Pedofielen die kinderen ontvoeren en in hun macht nemen of houden, vaak voor langere tijd maken het op enig moment heel normaal dat ze kinderen misbruiken of zelfs mishandelen. De kinderen van Ruinerwold (kijk de indrukwekkende documentaire daarover nog maar eens na) ondergingen zo’n behandeling, vluchtten uiteindelijk voor een deel weg, maar behielden wonderlijk genoeg respect voor de dader, hun compleet gestoorde en wrede vader.

Ook in andere gevallen is dat geestelijk ontwrichte zelfbeeld van toepassing. Indoctrinatie met geweld, met constante leugens, verdraaide cijfers, angstscenario en het aanwijzen van ‘anderen’ als de schuldigen. Elke historie over sektegedrag vertelt je hetzelfde verhaal. En zij die zich alsnog weten te ontworstelen aan de geestelijke dwang of druk, moeten vaak jarenlang in therapie om hun eigenwaarde terug te vinden. Of de echte waarheid te kunnen zien. Onderdrukkers en indoctrinerende types zijn daders, en de slachtoffers niet meer of minder dan juist dat. Het blijft opmerkelijk dat sommige mensen bevattelijker zijn voor dit syndroom dan anderen. Je ziet dat vaak in het stemgedrag bij verkiezingen.

Men stemt op politici die duidelijk maken dat ze eenmaal aan de macht, alles zullen doen om het leven van de kiezers (ook de eigen)ten nadele te veranderen. De rekening voor zgn. progressief beleid neer te leggen bij hen die part noch deel hebben aan de oorzaak van dat waarvoor dat beleid zogenaamd nodig is. Juist die stromingen vertellen bijvoorbeeld angstverhalen over het klimaat en wat de gewone man allemaal moet doen of vooral laten om de aarde te redden. Of dat immigratie niet juist dat is maar de ‘opvang van arme vluchtelingen’, en daarnaast natuurlijk gewoon een economische industrie waaraan met name die progressieven veel geld verdienen. En al snel blijkt dat in ons land 20% van de bevolking leidt aan dat genoemde syndroom. Is dat iets voor links alleen? Nee hoor, want ook de geschiedenis van de afgelopen 80 jaar maakt duidelijk dat ook op rechts soortgelijk gedrag mogelijk was of nog is. Of in orthodox-gelovige kring. Maling aan de Nederlandse wetten, God heeft altijd gelijk, hekel aan joodse medeburgers, de oorlog vergeten of nooit in de opvoeding meegenomen. En dan als kakelende kippen de meest abjecte meningen mee lopen verkondigen. ‘Moet kunnen’. Het arme Oostenrijkse meisje Natascha Kampusch werd door haar ontvoerder van haar 10e tot haar 18e opgesloten, misbruikt, en na afloop van deze ellende zelf gaf ze aan dat de seks met haar ontvoerder ‘vrijwillig’ was. Tuurlijk was het dat niet. Maar zij was in al die vreselijke jaren van opsluiting gehersenspoeld. Gelukkig kwam het uiteindelijk na haar bevrijding goed met haar. Je zou hopen dat al die extremisten die soms delen van de bevolking gijzelen met hun akelige doctrines, dezelfde behandeling zouden moeten ondergaan. Want ik zie veel mensen die vanuit dat syndroom nu meekakelen met hun eigen ontvoerders. Sterke geesten bieden weerstand. Uw meninggever is er daar een van…..Nog wel! (Beelden: Internet)

Thuiswerken…

Thuiswerken…

Andere tijden vragen om verschillende oplossingen.

Onze wereld is anno 2020 totaal op de kop gezet door een virus dat qua impact zijn weerga niet kende. Om verspreiding tegen te gaan (nauwelijks gelukt) gingen we massaal thuis werken. De Lease-Tesla’s en BMW’s van de zaak bleven voor de deur staan en we deden onze meetings niet meer in person maar gewoon online. Het bleek prima te werken ook al was het voor veel werknemers of managers wel even wennen. Thuis bleek weliswaar veiliger tegen de verspreiding van dat virus, maar ook niet meteen handiger. De meeste huizen bleken geen ruimte te hebben voor een thuiskantoor, sommigen werkten vanaf de keukentafel, anderen zaten in de schuur en de meeste lieden op zolder.

Is dat leuk? Kennelijk niet. Want er werd veel over geklaagd. Men miste de luxe van de kantoren waar men normaal bivakkeert, de smaak van de koffie-automaat, de warmte van collega’s. Maar vooral natuurlijk de sleur van alle dag. Want we zijn kuddedieren en hebben het gewoon in ons systeem zitten om samen met anderen de hele dag door te brengen in een goed geoutilleerd kantoorgebouw. Zelf ben ik ergens in 2000 overgeschakeld naar dat thuis werken. Toen ik de laatste managementfunctie buiten de deur opgaf en overstapte in de wereld van het fulltime ondernemerschap richtte ik een kamer van ons huis in als kantoor.

De kleinste slaapkamer, ingericht met een bureau, computer, ISDN-verbinding (had je toen nog) een ladenkast en een vitrine met wat zaken die ik er toe vond doen, Om me heen ruimte aan de muren om ontwerpen en plannen op te hangen en hup ik kon aan de slag. Het werd mijn thuisbasis. Want was toch veel onderweg. De opdrachten noopten daartoe. Trainingen of goede professionele adviezen geven deed je op locatie. Maar de volgende dag had ik wel mijn eigen ruimte om bij te komen van een late thuiskomst. Ook toen ik later als ingehuurd hoofdredacteur b-to-b-bladen mocht maken en ik daartoe een dag of drie per week ter plekke bij de uitgeverij aan de slag was, bleef mijn thuiskantoor de basis. En neem van mij aan dat ik de kantooruren (..) echt vol maakte. Ik zat er al vroeg achter mijn bureau, en stopte pas als het buiten donker werd. Want als zelfstandig ondernemer moet je ook nog een boekhouding bijhouden en zo meer.

Uiteraard liep ik tussendoor dan wel buiten, het lijf moest onderhouden, maar toch. Een grotere slaapkamer gaf me in huis later de ruimte om zelfs relaties te ontvangen. Weer wat later lieten we de zolder zodanig verbouwen dat daar een professionele werkplek ontstond die ik combineerde met mijn museumpje… Het werden steeds prettiger werkomstandigheden. Wellicht doordat we in ons huis de ruimte hadden of hebben om dit allemaal te doen. Ik had het wellicht als nog actief zijnde adviseur nu prima voor mekaar gehad. Ik had zeker bepaalde collega’s erg gemist, maar anderen zeker ook niet. Ook een voordeel van dat thuiswerken. En….doordat je veel minder hoeft te rijden als je thuis werkt heb je ook een veel minder grote auto nodig. Scheelt veel geld. Maar dat effect komt nog. De grachtengordelteslarijdervandebaas is gewaarschuwd…. (Beelden: archief)

Werken op Schiphol 11 – Mistige rit naar Antwerpen…

Bij het bedrijf waar ik toen werkte lette men soms enorm op de kleintjes. Personeelskosten waren daarvan toch wel een postje om rekening mee te houden. Kwam bij dat de mensen die we in de loods of de bestelauto’s hadden zitten volgens de Haven-CAO werden betaald en dat had soms bijzonder consequenties. Onze chauffeur Jaap was iemand die precies wist hoe dat werkte. Kwam hij na 5 uur in de middag terug van een of ander adres met lading voor mijn exportafdeling, dan moest je hem een blok van vier uur overwerk betalen. Stuurde je hem na vijf uur op pad voor een ritje kwam daar nog eens 50% opslag op het basistarief overheen. Een Schiphol-CAO voor dit personeel bestond nog niet, dus dat was altijd passen en meten. Zo ook op een dag dat we een afsluiter voor olie- en chemieconcern Bayer in Antwerpen Haven binnenkregen die omwille van de urgentie diezelfde avond nog moest worden afgeleverd. Hadden we dit op de normale wijze gedaan kostte dat zoveel aan salariskosten dat we er verlies op zouden lijden. ‘Dus weet je wat’, Ruud Breems zou het ritje zelf wel even maken in zijn Ford Taunus 15M RS. Ik sprak af mee te gaan, leek me wel een aardig avontuur. En vrouwlief die van het plan hoorde haakte aan. En zo werden we thuis opgepikt door baas Ruud, die het loodzware ding (woog iets van dik 80kg) in de kofferbak van zijn persoonlijke vervoer had laten plaatsen. We reden naar het zuiden. Met de koplampen van de zwaar beladen Taunus aardig richting hemel gericht.

Anders dan we tegenwoordig zouden doen hadden we daarbij ook wat minder gelet op de nevel die al rond Amsterdam en Utrecht redelijk zicht belemmerend was. Bij Gorinchem was het zicht teruggelopen naar niet meer dan 30 meter en je werkte indertijd met een wegenkaart een een beurtvaartadres (afleverbewijs) met daarop het juiste adres van de ontvanger en volgde de borden langs de weg. Stapvoets ging het dus van Gorinchem naar Breda en daar via een provinciale weg naar Wernhout/Wuustwezel. Gek genoeg was daar in die pre-EU-jaren een echte grenspost te vinden  inclusief douane waar we het bijbehorende document voor de lading moesten laten afstempelen bij een Belgische beambte. Maar ja, er stonden ook de nodige trucks voor de grensovergang en ook die wilden dat verrekte stempeltje. Baas Ruud kende zijn pappenheimers en stopte bij het douanedocument een briefje van 25 gulden. De Belgische beambte zag dat, werkte het weg en gaf een stempel zodat we door konden. Gelukkig was het in Belgie wat minder mistig zodat we relatief snel ons afleveradres vonden.

Dat werd afgeschermd door een beveiligingsbedrijf waarvan de vertegenwoordiger zich wel even over de afsluiter wilde ontfermen, mits wij die ‘even op zijn bureel zouden plaatsen’. Ik heb indertijd nog veel werk gemaakt van het feit dat deze afsluiter wellicht dwars door zijn bureau zou zakken. De man keek me daarbij glazig aan. Tot ik begreep dat zijn ‘bureel’ het kantoor betrof en niet zijn schrijfbureau. Tja. Leeg reden we met gezwinde spoed weer terug richting Nederlandse hoofdstad. Maar dat was buiten de waard gerekend. In Brabant was de mist intussen zo heftig dat ik zonder overdrijving durf te stellen dat we reden met 5-10 meter zicht. Op de tast ook. Ik heb soms onderweg voor de auto gestaan om te zien waar we waren. Een rit die uren duurde zo. Afwisselend sturend, Baas Ruud was af en toe even aan een momentje rust toe, waren we rond drie uur in de nacht weer in Amsterdam. Wat een verhaal, welk een rit. Maar goed om het te hebben meegemaakt. Om 9 uur de volgende ochtend waren we weer (nou ja) fris en fruitig op kantoor. Typerend voor deze branche. Maar we hadden wel veel geld uitgespaard….En ik zal die rit nooit vergeten…(Beelden: Internet/Wiki)

De nieuwe wereldorde….

Hoewel er qua voorkeuren in de politieke arena weinig van te merken valt, opgeteld zijn de partijen aan de linker kant van het spectrum bij de laatste peilingen net goed voor een zetel of 35-40 van de 150 die de Tweede Kamer ons biedt, toch lijkt het wel of we naar een meerderheid moeten luisteren als het gaat om zaken als het milieu, klimaat of wat ook. Discussies over Zwarte Piet zijn aangeroerd door pakweg 200 mensen die zich in ons van tradities wemelende land gekwetst voelen. Protesten tegen Schiphol worden op touw gezet door 50-100 (semi)omwonenenden die constant schreeuwen en bleren. Doordat zij de media mee hebben komt het allemaal groot in het nieuws. Een discussie over stikstof in ons land wordt geinitieerd door een enkele actievoerder uit Nijmegen waar veel van deze patat..uh…protestgeneratie vandaan lijkt te komen.

Links en groen is dus zeer actief om ons allen te wijzen op wat WIJ vooral fout deden of doen. En wie het er niet mee eens is krijgt een bombardement over zich heen van wonderlijke lieden die je voor van alles en nog wat uitmaken. De nieuwste term luidt ‘Alt -rechts’, wat zoiets betekent als ‘nazi’. De sociale media loopgraven zijn bemand/vrouwd door hen die over rechts of links de discussies voeren. Het midden houdt vaak de mond en doet een beetje mee met de trend om afval te scheiden of de auto een keer te laten staan. Neemt geen standpunt in en is nog steeds de belangrijkste stem in dit land, al zwijgt die dan meestal. Ergerlijk is natuurlijk dat je ook moet oppassen met wat je doet of zegt tegenwoordig. Als je als galante vent met een beetje opvoeding een vrouw de deur openhoudt en laat voorgaan ben je tegenwoordig ouderwets, doe je aan achterstelling van de vrouw en bent bijna een dader met een ‘MeToo’ profiel.

Kijk je naar spelende kinderen omdat je dat als opa of oma vertedert ‘zal je wel pedofiele gedachten’ hebben en stap je drie keer per jaar in het vliegtuig voor een korte vakantie ben je een ‘milieuvervuiler van de ergste soort’. Zwarte mensen claimen gelijkheid, lichtgetinten willen respect en graag dat je hun geloof omarmt, Friezen willen onafhankelijkheid, Vlamingen niet bij Nederland horen en Duitsers graag alle kuilen in de stranden voorzien van hun eigen landsvlag. Het is een mijnenveld van gevoeligheden. En dat is best vermoeiend. Net zoals wat ik onlangs weer moest vernemen.

Meisjes en jongens mogen niet meer seksespecifiek worden opgevoed. Speelgoed moet genderneutraal worden en de termen ‘hij’ en ‘zij’ moeten volgens sommigen verdwijnen. Mensen worden ‘het’ omdat anders de LHGTBXYZ-ers wellicht op de tenen wordt gestaan. Het gaat mij qua begrip grotendeels voorbij. Ik doe er niet aan mee. Wie respect wil moet het maar verdienen. Wie aandacht wil moet er om vragen en nee ik ben niet van de koppeling van Zwarte Piet met een oud slavernijverleden. Ik gebruik de auto zoals het mij goed dunkt en ik fiets op korte afstanden als het mooi weer is. Zou ik willen vliegen…ik zal het niet laten. En ik eet vlees als ik er trek in heb. Laat het niet staan…al helemaal niet voor mensen die zelf vaak tankwagens vol boter op het hoofd hebben. En ik ben zeer kritisch op elk milieurapport uitgebracht door actiegroepen die bestaan uit twee man en een paardenkop. O sorry….hoofd uiteraard. Ik wilde geen enkel edel dier beledigen…..Uh..dier….o jee, schepsel….uh ook niet?! Nou…bekijk het maar..

Geweldig eten; 1e Klas CS Amsterdam!

Het was aan een lieve vriendin te danken dat we met een stukje korting konden gaan dineren bij dit erg aardig gelegen restaurant in het Amsterdamse Centraal Station. Waar vroeger vermoedelijk de eerste klas treinreizigers aan de sherry zaten voor ze vertrokken heeft een exploitant nu een sfeervol en uitgebreide horeca-gelegenheid ingericht, naast het hoofdspoor van Amsterdam naar Utrecht en verder. Omdat we die dag in de stad een belangrijk dokument hadden ondertekend met een feestelijk randje, de aanleiding beschreef ik al eerder, besloten we om dit cadeau gegeven stukje korting om te zetten in eetbare waar. In dat restaurant met die veel zeggende naam 1e Klas. Zoals beschreven is de lokatie de naam meer dan waard.

Al is de akoestiek wel een dingetje. Met veel gasten, en die zaten er op die bewuste dinsdagmiddag in juni jl., was er flink veel geluid te horen en een gesprek op bij de naam van de lokatie behorend niveau nauwelijks mogelijk. Daardoor was het lastig met de man te spreken die ons aan tafel bediende. Een wat oudere heer die ook nog een niet Nederlandse achtergrond had. Soms moesten wel wel even vragen wat hij zei, maar het ging gereserveerd vriendelijk toe in die communicatie. De bestelde huiswijn, Italiaans, smaakte zeer goed. Net als de voorgerechten. Het is niet al te goedkoop allemaal, maar je krijgt er wel een stukje kwaliteit voor terug. Dat gold ook voor het hoofdgerecht. Zalig, warm en niet voorspelbaar met een bak friet als garnering.

Nee, hier kookt men echt op een 1e klasse-niveau. Wel jammer dat salades als toevoeging er toch uitzien alsof ze van heel ver per trein zijn aangevoerd. En met heel weinig fantasie bereid. Dat doen ze bijvoorbeeld in Duitsland in een eerste de beste schnitzeltent nog beter. Maar goed. We aten op ons gemakje tussen alle andere gasten en keken rond naar hoe er werd gewerkt door de staf om het alle gasten naar de zin te maken. Af en toe komen er hele groepen toeristen binnen die vooraf gereserveerd hebben en in hoog tempo worden bediend. Meer dan efficient. Verdient een pluim. Dat verdiende onze tafelheer wat minder.

De wijn en het lekkere eten maakten ons gewillig voor een leuke fooi. Maar een dankjewel kon er niet vanaf. Of wellicht mompelde hij dat in de ruimte en konden we het niet verstaan. Hoe dan ook, een cijfer 9 heeft 1e Klas wel verdiend. En dat komt dan vooral door outillage, geweldig eten, prachtige wijn, de dames en heren die ons de gerechten of drankjes brachten. Niet de vaste tafelober, of die salade. Zou men dat voor elkaar brengen was er een 10 uitgerold. Ondanks het geluidsvolume. Sfeervolle zaak. Aanrader! En met zo’n kortingvoucher nog te betalen ook. (Beelden: Yellowbird)

Kinderen en huisdieren…

Laten we de gemiddelde mens, man of vrouw, eens bij de kop nemen en uitgaan van de gedachte dat deze zich verhoudt tot de standaard gebruikelijke gedachten, wensen of verlangens. Dan komen toch al snel twee zaken boven water die voor ons allen herkenbaar zijn. De wens ‘kinderen te krijgen’ en/of het hebben/houden van huisdieren omdat die zoveel gezelligheid en afleiding bieden. Om met dat laatste te beginnen, ik ben er zo een en kan me niet heugen dat ik in een situatie verkeerde waarin huisdieren geen rol van betekenis speelden. Van huis uit meegekregen. Hond, kat, aqariumvissen, het is er allemaal geweest of maakt nog steeds deel uit van ons gezin. En gekoesterd zijn de leden van dat huisgezin die intussen zijn gaan hemelen maar zoveel liefde of vreugde brachten. Bijkomend nadeel? Kostenfactoren. Want niets is gratis in het leven. Een beetje huisdier kost geld bij aanschaf, moet eten en drinken, verzorgd worden, er komt een dierenarts aan te pas, tegenwoordig moet er gechipped worden, je hebt tuigjes nodig, riemen, aangepaste kleding (hond) en wat dies meer zij.

Nee, gratis is het niet. Maar dan krijg je wel weer veel terug. Met kinderen is dat nog een factor tien erger. En wie er een paar heeft weet dat het familiebudget van de gemiddelde Nederlander aardig onder druk staat. Als je per kind maar eens rekent dat er 30 euro per maand nodig is voor een beetje kleding, dat er zakgeld moet komen, ze op sportclubs willen, tientallen pogingen doen om een of ander instrument onder de knie te krijgen en later willen studeren, snapt dat je per kind duizenden euro’s per jaar aan extra kosten mag opvoeren als boventallige uitgaven op de familiepot. Hoe mensen met een krappe beurs dat doen is mij een raadsel. Soms zie ik op tv wel eens gevallen voorbij komen van vrouwen die een of meerdere kinderen alleen opvoeden. En dan leven in een bijna armoedige situatie. Kinderopvang niet beschikbaar, terugvallen op familie voor zover aanwezig. Het kan verkeren. Dan heb je het met veel kinderen een stukje eenvoudiger.

Klinkt vreemd, maar toch is het zo. Grote gezinnen krijgen als voordeel dat kleding kan worden doorgegeven. Er komt meer ‘Kinderbijslag binnen’, kortom het budget verruimt. Daarbij zijn die grote gezinnen veelal wat gezelliger, leren kinderen dat ze moeten delen en niet voorbestemd zijn als Koning of Koningin Selfie door het leven te gaan en dat de Aarde om de zon draait en de zon niet alleen voor hen individueel schijnt. Is ook wat waard. In arme landen zijn die kinderen een soort verzorgingsgarantie voor later. De opvoeding die ze krijgen is er op gericht om de oude dag van de ouders plezieriger te laten verlopen. De jongere generatie zoekt dan naar middelen om het beter te krijgen en de familie te onderhouden. De migratiestromen laten veel van die bewegingen zien. Geld dat de jongelui verdienen gaat veelal richting thuisland en familie. Dat ligt bij ons toch anders. Ouderen zijn vaak last, worden zelden overeind gehouden door de kinderen maar meer door het sociale systeem. Of je er nu veel hebt of niet. En dat maakt dan weer dat die oudere generaties gezien worden als kostenpost. Het kan verkeren. Maar intussen moet je toch best nadenken over al die aspecten voor je er aan begint. Want gratis is het allemaal niet. En ik kan het weten. Heb zowel het een als het ander toegevoegd aan ons gezin….. En toch…bezint eer gij begint…Het maken is leuk, het krijgen iets minder, het onderhouden een hele klus…(Beelden: Internet/archief)

‘Groen; niet altijd goed of efficient…

Mij werd onlangs gevraagd om toch eens iets te schrijven over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van automotive, opdat we wellicht met zijn allen kunnen besluiten over te stappen op alternatieve vervoersmogelijkheden dan wel aandrijflijnen voor ons vervoer. Ik schreef daar tien laar lang over op het internet, maar dat was aan de betreffende waarnemer vast voorbijgegaan. Welllicht omdat ik niet meteen stond of sta te springen van enthousiasme bij de toekomst met elektrische of zelfs zelfrijdende auto’s. Het antwoord zit besloten in de techniek. Stel je eens voor dat de huidige vloot van 9,5 miljoen Nederlandse voertuigen ineens elektrisch zouden moeten gaan rijden. Weet je wat er dan met ons elektriciteitsnet moet gebeuren? Dat moet dan verdrievoudigd worden qua capaciteit. De huidige centrales kunnen deze vraag niet aan. Windmolens al helemaal niet en je auto volplakken met zonnecellen is ook geen optie. Nee, dan gaan we richting kernenergie of moeten we elektriciteit gaan kopen bij de buurlanden.

Waar zich een soortgelijk probleem voor doet. En over die buurlanden gesproken, ons land staat na Portugal en Denemarken op de derde plek van schoonste landen als het gaat om de uitstoot van CO2. En dan alleen gemeten langs de meetlat van het personenwagenpark. Wij kopen en rijden schone auto’s. Heel iets anders dan bij de omringende landen. Waar naast de laag geplaatste Baltische staten, Engeland en Duitsland tot de meest vervuilende naties behoren. En die vervuiling blijft niet in eigen land hangen. Die waait met heersende winden ook bij ons binnen. Hoezo zuivere metingen? De gemiddelde Nederlander rijdt 13.000 km per jaar. Haal je daar de leaserijders uit, zal dit getal nog wat omlaaggaan. Maar in die kilometrage zit dan wel weer de jaarlijkse vakantietrip die Nederlanders graag in Frankrijk of Italië beleven, met een caravan achter hun familievervoer. En daar zit meteen een extra probleem voor die elektrische wagens.

Je kunt er niet echt mee over de grens vanwege de extreem korte actieradius en trekken van een caravan of klapwagen helpt daar bepaald niet bij. Kortom er is veel af te dingen op die toekomstige auto’s, zeker in het licht van de historie. Want ruim een eeuw geleden reden er ook al elektrische auto’s en die deden het qua prestaties nauwelijks slechter dan hun huidige soortgenoten. Maar die conclusie zal wel weer als zuur en conservatief worden ervaren. Voor dat doel heb ik even een praktijktest uit oktober jl. voor de dag gehaald. Door het Duitse autoblad Autobild uitgevoerd. Met vergelijkbare auto’s die draaiden op Diesel, benzine, waterstof, aardgas, een hybride en een puur elektrisch rijdende Tesla. Over een afstand van 2000km, op een dag rijdend van Hamburg naar München. Net of je voor een afspraak die kant op moet, zoals veel Duitse zakenlieden doen. Welke brandstof of aandrijving is daarbij het efficiëntst. Waarmee verlies je de minste tijd onderweg? Wel, de resultaten spraken boekdelen. De Diesel was veruit de meest efficiënte brandstof en de auto die er op reed ook het snelst van de testvloot. Hij verbruikte over deze lange rit, met wat tussenstops voor eten en drinken, slechts 60 liter brandstof.

Na ruim 6 uur was hij in reeds in München. En de gebruikte auto zelf voldeed aan de laatste nieuwe Euro6d normen qua uitstoot. Schoon dus! 17 minuten later is de tweede auto in München. De benzineauto, die duidelijk meer brandstof verbruikte maar ook aardig snel zijn doel bereikte. Als derde de auto die op aardgas reed. Deed er door het zoeken naar tankstations toch 45 minuten langer over. Hij versloeg daarbij wel de Waterstof-auto die er nog eens twintig minuten langer over deed. Ook al door de zoektocht naar schaarse distributiestations voor dat spul. Best een dingetje. Maar is daarmee toch sneller dan de Toyota-hybride die er nog eens 50 minuten langer over deed. Als absolute hekkensluiter komt de Tesla binnen. Vier uur (!!) later dan de dieselauto. Door het onderweg telkens moeten bijladen. Noem dat maar toekomstgericht dan. Tot we nieuwe accu’s krijgen en een veel grotere betaalbaarheid voor die wagens zie ik nog weinig toekomst voor de elektrische auto. Of het moet in of rond de stad zijn. Want dan komt deze techniek echt nog wel tot zijn recht. Voor de rest een aardige gimmick waarvoor met name de ‘progressieven’ uit de grachtengordel dik gesubsideerd wel willen gaan. Ik blijf voorlopig dan maar conservatief. Want ik rijd zelf meer dan het landelijk gemiddelde en daarbij ook heel wat keertjes op en neer naar Duitsland. En om dan constant aan de laadpaal te verkeren? Mijn ongeduldige karakter kan dat niet opbrengen. (Foto’s: Yellowbird archief)

Tuinen van Appeltern

Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….

Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.

Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.

Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.

Beroepsdeformatie en negeren van klanten…

wp_20151014_006Het is een vorm van beroepsdeformatie. Ik geef dat direct toe. Maar als je je leven lang gewerkt hebt in branches waar de klant centraal stond (staat) en jij als aanbieder van goederen of diensten moe(s)t zorgen dat jij jouw doelstellingen behaalt door vanuit dat klantgerichte denken rendement te verzorgen, valt het op dat nog steeds veel mensen kennelijk voor dat fenomeen zijn geroepen,  maar slechts weinigen echt uitverkoren. Ze werken bij bedrijven die juist vanuit dat denken hun personeel zouden moeten screenen op geschiktheid. Maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Een voorbeeld illustreert wellicht wat ik bedoel. Op de rand van zomer en winter knakte er iets in een van onze raambedekkers. Een mechaniekje, binnen in dat ding,  vertoonde metaalmoeheid, het hele geval kon worden afgeschreven. De totale oude balk was twee meter breed, het betrokken raam qua bedekking asymmetrisch in twee delen opgesplitst. We moesten dus aan de vervanging. Nou, dat viel me niet mee. Niet doordat het spul wellicht niet leverbaar is hoor, nee, het zat hem meer in de wijze waarop je geholpen wordt (of niet) bij de diverse zaken die we bezochten. Bij sommige daarvan wordt je gewoon helemaal niet opgemerkt.wp_20151212_005Lastig als blijkt dat ze jouw raambedekker niet hebben in de gewenste maat of kleur! Nee, men heeft wel iets anders. Maar dat was net niet de bedoeling. Bij goedkopere zaken (je wilt koste wat het kost slagen als je met een dergelijk pechgeval zit) is die servicegevoeligheid nog wat slechter dan bij de iets hoger gepositioneerde, maar de verschillen zijn minimaal. Na nog even nagedacht te hebben over een plan B, je moet kiezen of kabelen als blijkt dat Plan A toch een doodlopende weg is, besluiten we om dan maar twee balken van ieder 1.60mtr te kopen. Dan moest ik wel de hele boel qua ophanging ombouwen, maar dan werkt het tenminste weer. Ook dat viel nog niet zo mee. En ik moet zeggen, het was zeker niet met dank aan de medewerk(st)ers van die keten waar we uiteindelijk slaagden dat we onze keuze daar toch maar lieten vallen. Nee, je moest overal op zoek naar die mensen, ze kwamen soms steunend en klagend van hun werkplek (ze waren meestal ‘iets’ aan het uitpakken of neerzetten) en de kennis van zaken was matig tot slecht. Met dank aan de vestiging in Amstelveen waar we uiteindelijk deels slaagden, kregen we het voor elkaar dat in een Amsterdams filiaal een tweede balk werd gereserveerd.

wp_20160129_009En kon ik aan de slag. Het was net zo lastig als vooraf verwacht, maar daar konden die mensen in de winkels niets aan doen. Ik geef toe, het is klein ongemak in vergelijking met wat er zoal in de wereld speelt, maar toch. Werk je eenmaal in een winkel, doe dan je best om er een feestje van te maken. Dat helpt bij de verkoop, je dag verloopt er sneller door en klanten reageren domweg aardiger. Chagrijn, onwil, gebrek aan kennis, en (ik moet het toch stellen) geen benul van de Nederlandse taal soms, helpt niet bij het bereiken van persoonlijke of zakelijke doelstellingen. Daar mag best wat op getraind worden. Zoals men doet bij ketens als WoonXL. Daar krijg je antwoord, begeleiding en wil een verkoper er alles aan doen om je te helpen aan het gevraagde. Voor de rest zag ik alleen maar dat er nog veel werk is voor motivatietrainers en verkoopcoaches.

Tommie krak….

Tom Tom Start START_UI_LargeHet moderne wegverkeer kan niet meer zonder even moderne navigatie en meer. Zo lijkt het althans. De tijd van Shell-boeken en soortgelijke kaarten is wel wat voorbij. Een beetje auto heeft dat spul allemaal standaard ingebouwd aan boord of het is via de optielijst eenvoudig bij te bestellen. Voor de rest is er de losse navigatieapparatuur van bijvoorbeeld Tom Tom. Handig, en als je even de weg kwijt bent in het woud van files en omleidingen helpt deze apparatuur je snel weer op de juiste route. Mijn eerste navigatie/apparaat was van de simpele soort. Zoonlief kocht hem voor me en dat leerde me dat je zonder die dingen maar wat zit te klooien al ben ik dan zelf nog wel in staat om ook zonder dat een geografisch redelijk juiste koers in te leggen om bij bepaalde plekken te komen. De Mio kende maar een groot probleem, zonder verbinding met de accu in de auto deed hij weinig meer en updates kon je er niet voor kopen. Dus kocht ik mij twee auto’s geleden alweer een TomTom. Aardig ding, sneller dan de Mio en in handzaam formaat. Keurig in een hoesje zodat hij niet kon beschadigen. Hij bracht me tijdens onze Nederlandse of Europese trips overal en nergens. Kostte niet zo veel, maar bood opnieuw geen updates. Althans na het eerste gebruiksjaar niet meer.

garmin_010_01532_06_drive_50_lmt_navigation_1216069Als ik hem alsnog wel wilde updaten moest ik meneer TomTom elke keer 40 Euri betalen. Best veel geld bij een apparaat dat nieuw indertijd net aan 100 euro kostte. ‘Toch eens kijken naar een andere’ was nog weleens de opmerking die ik maakte tegen vrouwlief als we weer op een weg reden die de TomTom niet herkende. Maar het kwam er nooit echt van. Tot de Tom door ongelukkig toeval onlangs zijn einde vond. Wij waren onderweg in het zuiden. En af en toe ook met twee mensen extra aan boord van de Blue Angel. Daarvoor verschoven we de voorste stoelen even wat naar voren. Op de laatste dag, op weg naar huis, nog even hier en daar gekeken. Tommie ging tussen de voorste stoelen waar hij niet werd gebruikt. Maar omdat we weer met zijn tweetjes verder zouden rijden schoof ik de stoel van vrouwlief naar achteren. O jee, de Tommie zat samen met een Cd van een van onze favoriete Amsterdamse zangers (..) knel. Snel weer naar voren die stoel. Maar het was al te laat. Tommie had een paar kerven in zijn tot dan gladde vingertiphuidje. Niet dat dit optisch erg was, maar de werking werd ineens heel anders.

garmin-drive-50-lmt-eu_360x360Hij deed eigenlijk plotseling gewoon waar hij zin in had. Bestemmingen opzoeken was er daar niet een van. Einde oefening! We kochten onlangs zijn opvolger. Een ander merk, met levenslange updates op de kaarten voor heel Europa. Met een brok informatie die ik nog niet kende. Zelfs de straatnamen worden uitgesproken, ik word gewezen op tankstations en evt. parkeerplekken. Onderliggend zit een menu met ongekend veel aanvullende informatie. En het scherm is twee keer zo breed als bij Tommie. Die gaat in een elektronisch graf. Garmin is mijn nieuwe merk. En de gegeven informatie door de vriendelijke verkoper bij Media Markt in Hoorn deed de rest. Wat een aardige lui daar. Nu eens zien of ik al jullie adressen er weer in kan krijgen. Wel zo handig.