Donker…

Altijd was zij angstig in het donker geweest. Al was het maar omdat haar ouders en grootouders haar zo vaak met een glimlach om de mond waarschuwden voor al die in het zwart geklede lieden die om het huis zwierven om haar eer te bezoedelen. Wat ze daarmee bedoelden was haar onduidelijk maar het had haar als kind en puber weinig geholpen. Zeker als het in de nacht bliksemde en donderde was ze zo bang geweest dat ze soms in de grote kledingkast op haar kamer was gekropen en een enkele keer zelfs onder haar bed haar heil had gezocht. Later, ze was allang volwassen, was die angst ergens ver weg opgeborgen geraakt. Maar helemaal weg was hij nooit. Zeker niet bij onweer of stormachtig weer. Intussen was ze gelukkig in de liefde, had ze ontdekt dat die liefde ook genoegens mee kon brengen die haar extra gelukkig konden maken. Maar ze had altijd een voorkeur gehad voor liefde met het licht uit. Dan droomde ze soms in het geniep van die donkere man die haar eer te na kwam en haar daarna zoveel genoegen verschafte terwijl ze eigenlijk was overgeleverd aan zijn dierlijke lusten. God vergaf haar wel, ze bad er vaak overdag even voor, want ook al beschermde haar Heer tegen al te veel duivels ongeluk, ze schaamde zich ook wel een beetje voor dat genot dat zij soms putte uit haar door angst geboren gevoelens. Als haar vriend op reis was, hij had een drukke baan bij een internationaal bedrijf, lag ze alleen in bed en werkte zichzelf met een boek of fantasie in slaap. Alleen zijn ging haar trouwens nog steeds niet goed af. Ondanks haar fantasie… Tot die nacht dat het weer eens zo was en ze in haar shortama onder de lakens lag en een felle onweersbui op afstand de hemel verlichtte en de donder deed schallen als een doffe trommel. Ze huiverde, ondanks het feit dat het best warm was in de slaapkamer. Ze keek of ergens ruimte was om zich in geval van nood te verschuilen. Keek op haar smartphone om te zien of haar vriend al sliep in dat verre land waar hij weer heen was gereisd. Maar intussen had ze niet in de gaten dat om haar huis heen een donkere gestalte sloop met een hoody over zijn hoofd en bijna oplichtende ogen in het donker. Hij keek naar binnen onder de gordijnen van haar slaapkamer, zag haar schim, haar woelen, en glimlachte. Brede tanden met scherpe hoeken flonkerden in het licht van de bliksem…. Met zijn lange vingers en nagels peuterde hij aan de hoeken van het raam dat op een kiertje stond….Een felle lichtflits en directe donderslag illustreerde zijn soepele beweging door het raam naar binnen. Bij de volgende donderslag klonk ook haar gil, gesmoord in de hand van die zwarte gestalte…..

Oude woonbuurt…

Oude woonbuurt…

Mijn geheugen blijkt zeer selectief te werken heb ik intussen wel door. Ik weet uit mijn vroege jeugd nog precies welke auto’s waar stonden in de straat, welke winkels daar om ons heen te vinden waren, hoor bijna de vliegtuiggeluiden uit die periode. Maar namen van jongelui waarmee ik omging zijn voor 80% uit mijn herinnering verdwenen. Geldt ook voor veel onderwijzers of volwassenen die toen nog een rol van enige betekenis vervulden. Wat is dat toch? Geen idee. Ik was en ben meer van de observaties rond dingen uit de geschiedenis, het heden of de toekomst, herinner me veel muziek, kan me de plekken nog goed voostellen waar ik was toen ik een bepaald nummer hoorde of zo. Maar wie speelde dat ook al weer?

Het is soms best frustrerend. Intussen ben ik op Facebook lid geworden van een groep (die groepen zijn echt een aanwinst vind ik) die mensen bij elkaar brengt uit die vroegere woonbuurt. Niet dat ik nu meteen alleen maar positieve herinneringen had of heb aan die vroegere omgeving, maar nostalgie is zelfs mij niet vreemd. En dan komen er gebeurtenissen, namen en mensen voorbij die me ineens iets zeggen. ‘O ja, dat bakkertje, en die verre straatbewoners op nummer…..’. Het helpt mee om dat geheugen weer een beetje te resetten. Is het iets van het ouder worden bij mij? Nee! Zeker niet. Ik heb het altijd gehad. Selectief opslaan.

Relevante mensen en feiten in de ijzeren pot, anderen in de prullenbak. Scheelt veel onthouden. Zal ook komen doordat ik met name mensen altijd heb verdeeld in ‘vrienden voor het leven’ of vage kennissen die als schepen in de nacht passeren. En bij sommigen was dat ook echt zo. Die verdwenen toen ik verhuisde of van baan veranderde. Je verbaast je er soms over hoe snel dat gaat en hoe relatief die toen zo gekoesterde ‘vriendschappen’ waren of zijn. De echten blijven over en terecht. In dit blog heb ik over de bedrijven uit mijn verleden nog wel eens georeerd. Over sommige opvallende mensen ook. Die zitten dan toch op de harde hersenschijf en anderen daarvan verdwenen. Hoe dat werkt? Geen idee. Maar dat het me veel onthouden scheelt is zeker. En intussen geniet ik er van als ik weer een ‘weetje’ uit vroeger jaren zo uit de bol kan neerpennen of digitaal neerzetten. Zoals het een schrijver van lichtvoetige verhalen betaamt. Wie de spreekwoordelijke ijzeren pot bezit waarin iedereen uit zijn/haar verleden bij naam en toenaam blijft opgeslagen mag zich bij deze melden. Ik ben benieuwd wie van jullie lezers net zo selectief in elkaar zit als ik….. (Beelden: archief)

Autojeugd…

Autojeugd…

Een paar van mijn trouwe lezers/essen reageert nog wel eens op mijn autoverhalen met een opmerking dat zij er weinig mee hebben en dat ik beter ander dingen kan beschrijven wat hun betreft.

Nou als je me al wat langer volgt weet je dat ik in de afwisseling van onderwerpen de aantrekkelijkheid van het schrijven zoek. Maar zoals al uit mijn opgeknipte verhalen over jeugd, werk en carriere schreef, auto’s en vliegtuigen zaten diep in de jeugd al verankerd in mijn observaties en zeker ook genen. Met name dat laatste speelt een belangrijke rol heb ik wel door. Immers afkomstig uit een gebroken gezin, waarvan de natuurlijke vader ‘in de auto’s’ zat, diens opvolger in ons gezin steevast aangeduid als Leasepa omdat ik een hekel heb aan de term ‘stief’, deed in hetzelfde vakgebied zijn eigen specifieke dingen. Dan ben je als piepklein jochie al snel gewend aan de achterbank van het toenmalige vervoer.

Daarbij woonden we (zie inleiding Leven met de Vliegende Pijl 240618 en 010718) in een straat waarin auto’s een belangrijke rol speelden. Garagebedrijven, verhuisbedrijf, middenstanders met eigen vervoer, en om de hoek van onze straat een grote doorlopende laan vol verkeer. Al snel onderscheidde ik het ene merk van het andere, kon auto’s (net als vliegtuigen) herkennen aan hun specifieke geluid en had ik als vriend van een van de zonen van de eigenaar van dat grote garage/verhuur/transportbedrijf tegenover ons huis, toegang tot alles wat daar jaarlijks werd aangeschaft of vervangen.

Tel daarbij op de ook al eens beschreven Ome Leo met zijn Amerikanen, Ome Karel en zijn Scania Vabis truck of Citroen Avant en je snapt dat gemotoriseerd vervoer mij veelal aardig intrigeerde. En dat ik dit als kind dus veel kopieerde. Dinky Toys waren duur maar hielpen wel om als jong ventje de grote wereld samen met de toenmalige vrienden te imiteren. Daar bovenop kwamen dan die vliegtuigen die over ons heen trokken, de trams die in die grote lanen en straten om me heen voorbij reden en de nieuwsgierigheid om van alles wat ik op dat terrein zag hobbymatig te leren, of later om te zetten in de praktijk door te gaan werken in die branches en nog dichter bij die onderwerpen te zijn of blijven.

Daar komt het dus allemaal vandaan en ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid was om zoveel tot me te nemen dat ik als een vat vol verhalen kan berichten over auto’s van vroeger en nu. Het is om die reden dat ik er over schrijf. In de breedte, de diepte past meer bij gespecialiseerde websites of hobbyclubs. Voor dat ‘ene’ merk maak ik een uitzondering natuurlijk. Maar dat heeft u als lezer intussen wel meegekregen….En zo niet komen daar nog wel eens wat sappige verhalen over voorbij….. Het water loopt nu eenmaal naar het diepste punt. Of moet ik zeggen, de benzine of dieselolie?? (Beelden: Archief)

Symphatieke gast; Idris Elba!

Wie? Zal de gemiddelde lezer wellicht stellen. Maar voor hen die houden van actiefilms en series is dit een grote naam geworden. Een dusdanig goede acteur dat hij ook is gevraagd voor de rol van James Bond in de toekomst. Of hij dat ook gaat doen is twijfelachtig. Overigens zit hij niet meteen zonder werk, want naast acteur is Elba ook schrijver, producer, rapper, zanger, tekstchrijver voor liedjes en DJ. Kijk dan heb je nog eens een CV. Zij die hem kennen weten dat hij glanst in de serie Luther van de BBC. Als je dan wilt weten hoe natuurlijk acteren er uit ziet, moet je die reeks eens bekijken. Los van de soms gruwelijke verhalen, is juist de manier waarop Elba zijn karakter invult reden om met een glimlach uit te kijken naar de ontknoping. Een antiheld die zo slim is dat hij overal mee wegkomt. Een charmant type ook. Idris (Idrissa Akuna) Elba werd geboren op 6 september 1972 en werd dus twee dagen her precies 48 jaar oud. Hij werd geboren in Londen uit een echtpaar waarvan de vader uit Sierra Leone afkomstig was en zijn moeder uit Ghana. Idris werd dus opgevoed in Londen en is in die zin een echt Brits onderdaan met fraaie wortels in Afrika. De kansen die hem werden geboden pakte hij met beide handen aan. En hoe. Talloos zijn de rollen die hij kreeg. In films, series, op toneel en zo meer.

Elk genre is hem goed, en hij pakt die rollen ook op de hem vertrouwde wijze in en aan. Hij speelde in Britse producties maar ook in Amerikaanse. Opvallend was zijn verschijning in de hilarische serie Absolutely Fabulous. Maar ook het serieuze werk ontgaat hem niet. Zo speelde hij een rol in de dramatische film Sometimes in April die gaat over de genocide in Ruwanda van een aantal jaren geleden.  Maar voor mij is hij toch vooral Luther. Die chef-inspecteur van de Londense politie die soms drie zaken tegelijk moet oplossen en daarbij de regels iets minder nauw neemt dan zijn wat bureaucratischer collega’s. Maar hij kreeg met de rol van Nelson Mandela in de film ‘Long Walk to Freedom’ een kans om ook een andere kant van zijn talenten te laten zien. Voor die rol liet hij zich opsluiten op Robbeneiland in de zelfde cel waar Mandela ook zo lang zat. Die rol leverde hem de nominatie op voor de Golden Globe als beste acteur. Door zijn afkomst is Elba ook zeer betrokken bij zaken die met name in Afrika zorgen voor een hoop ellende. Denk aan Ebola-uitbraken, Aids of zoals nu Corona. Maar ook zijn zorgen over een gebrek aan verbreding van karakters in films en series spreekt hem aan. Hij pleit voor meer diversiteit, een actueel thema.

Alleen doet hij dat op niveau. op inhoud en houdt zich verre van de valse sentimenten die in ons land zo vaak de boventoon voeren bij dat soort discussies. In zijn persoonlijke leven houdt Elba wel van wat afwisseling. Hij trouwde in 1999 met Hanne Norgaard, maar nam vier jaar later alweer afscheid van haar. In 2006 was hij precies vier maanden getrouwd met Sonya Hamlin. Kennelijk was de koek in dat huwelijk wel erg snel op. Hij heeft een kind met zijn eerste vrouw, een andere met een ex-vriendin van voor zijn huwelijk. Uiteindelijk viel hij voor de charmes van de Somalisch/Canadese Sabrina Dhowre en trouwde met haar in Marokko in 2019. Elba is gek op voetbal en ondersteunt zijn cluppie Arsenal met hart en ziel. En recentelijk was Elba in het nieuws toen hij als een der eerste bekende Britten besmet bleek met Corona.

Overigens net als zijn echtgenote. Daarbij bleek dat hij zijn leven lang leed aan astma waardoor de ziekte hem extra hard trof. Intussen is hij daarvan aardig genezen. Elba is een goed acteur, een aimabel mens, ondeugend, maar ook rechtschapen. En zijn rollen vrijwel altijd goed om aan te zien. Zowel Netflix als HBO (of BBC First) helpen een handje…(Beelden: Internet/Wiki)

Kamperen…

Nu geen middel onbeproefd lijkt om ons met zijn allen in eigen land vakantie te laten vieren en we bepaalde buitenlanden niet meer mogen of kunnen bezoeken, lijkt het er op dat veel mensen de tent weer in ere doen herstellen en daarmee op stap gaan. Je kwakt zo’n ding zo achterin je auto of op het dak, dan wel in de overhaast aangeschafte aanhanger, en hup…op weg naar Texel of Vaals. Ter plaatse lekker uitpakken, je tentje opzetten (uuuuuren werk) en dan maar hopen dat het niet gaat regenen of dat je net die ene plek uitzocht waar ook een op grasniveau gebouwde wereldstad te vinden is vol bosmieren of steekmuggen. Dan ga je koken op een gasstelletje, of je neemt je Action-bbq en doet je best om dat aan het branden te krijgen. Elke keer dat je moet toiletteren loop je langs tientallen andere tentbewoners naar het vaak centraal gelegen sanitaire gebouwtje waar het natuurlijk altijd stinkt en plakt. Ook het eventuele douchen mag je daar doen. De uitzonderingen daargelaten is dat het beeld wat ik zelf kreeg van campings of wat daar voor doorgaat.

En ik heb het niet van een vreemde. Ooit, in mijn vroege jeugd, besloten mijn ouders dat een kampeervakantie wellicht een leuk (en betaalbaar) idee was met de kinderen samen. Nou, die kinderen waren klein, maar zagen er weinig in. Toch werd met een geleende tent het plan doorgezet en stonden we na een paar uur (door)rijden in het Limburgse Berg & Terblijt in een boomgaard tussen andere tenten te genieten van de kwetterende vogels en het lekkere weer. Ik ruik nog het spiritusstelletje waarop werd gekookt en de vriendelijke glimlach van mijn moeder die vond dat het eigenlijk wel meeviel met dat gevreesde gebrek aan comfort. We hadden nog niet geslapen natuurlijk. En dat kwam er ook niet van want midden in de nacht brak een onweer los dat het midden hield tussen een wolkbreuk en het einde der tijden. Omdat mijn leasepa ook niet meteen een kampeerder was had hij geen gleuven gegraven rond de tent, dus stond binnen de kortste keren het water op het grondzeil.

Drijfnat werden we. En wij kinderen mopperen. Gelukkig mochten wij in de auto slapen, wat we graag deden. Die was tenminste droog en veilig. Mijn ouders hielden het nog even hozend en gravend vol. Maar ‘gek genoeg’ werd de volgende dag, het was opnieuw prachtig zomerweer geworden en de tent weer snel gedroogd, besloten dat de kampeeroefening voorbij was en checkten we in bij een fraai maar best prijzig hotel in Valkenburg. Nu werd de glimlach van ma toch een stuk groter en mijn leasepa vond alles best als hij maar niet weer in die tent hoefde. Sindsdien was kamperen geen enkele optie meer. Altijd in hotels of logementen waar je comfort kreeg en lekkere ontbijten. Er werd een jaar lang voor gespaard, maar dan had je ook wat. En ik nam die gewoonte over. Meer dan mijn oudere broer die altijd iets is blijven houden met dat avontuurlijke van kamperen. Met de tent of caravan, hij smult er van. Ik niet, voor mij is het een gruwelijk idee als er geen bunkerachtige betonlaag zit tussen mij en de buitenlucht tijdens een verblijf in een ander dan mijn eigen bed. Nu ben ik op dat punt een lastige slaper, maar veel hotels bieden me voldoende comfortabele bedden en rust dat het alsnog na een tijdje lukt. Kortom, zoals ik al aangaf in mijn blogverhaal over tripjes (19-6-20), ik ga voor de steden en de hotels. Kort maar krachtig, en vol comfort. Het mag iets kosten, maar dan denk ik er ook vaak met meer plezier aan terug dan rond dat kamperen. Niks voor mij. Wie er wel van houdt moet het maar zeggen. Ik lees met plezier…of afschuw….Net hoe de pet staat….(Beelden: Internet/Archief)

Huisarts vooral doorverwijzer….

Als ik iets van mijn moeder heb overgenomen, dan toch vooral een zekere reservering ten aanzien van de medische zorg. Witjassen zijn vaak mensen van het slechte nieuws, de pijn, de vervelende behandelingen. In die corona-ellende neem ik overigens diep de pet af voor deze beroepsgroep hoor, maar wel genuanceerd. Laten we wel zijn, ze doen hun werk, daarvoor hebben ze gestudeerd en wij zijn geen patienten maar klanten. Zoals ik mijn leven lang klanten ook heb verwend en verzorgd. Maar mijn verhaal gaat dit keer over een andere soort witjassen. De huisartsen onder hen. Toch normaal gesproken de eerste lijn-verzorgers van ons aller fysieke welzijn. Vroeger waren dat mensen die omdat ze gestudeerd hadden en niet meer behoorden tot de kappers/chirurgijnen waartoe ze ooit werden gerekend, status hadden opgebouwd. Als wij vroeger al naar de huisarts moesten, kinderen hadden nog allerlei kwalen die je kon toeschrijven aan de jeugd of contact met straatvuil, want wij speelden daar nog, dan toch wel naar die ‘ene’ waar mijn moeder veel vertrouwen in had. Die zetelde in het chique Amsterdam-Zuid, waar hij in een duur pand de beneden-etage huurde en had omgebouwd tot praktijkruimte annex wachtkamer.

Hij had een Indisch verleden zo ging het verhaal  en was naar mijn idee al een oudere heer toen ik heb wel eens bezocht. Dat was niet te frequent want deze arts deed de meeste kleine ingrepen zelf. Hij knipte zweren open en zo meer, of stak steenpuisten door, kwalen die je toen veel meer zag dan nu. Mijn moeder ging naar hem wel toe als ze iets mankeerde, doorverwijzen had geen enkele zin, daar deed ze toch niet aan mee. Als de huisarts het niet wist dan was het klaar. In geval van grote nood, kwam deze man ook naar ons adres en behandelde of bekeek ons ter plekke. Dat gold ook voor de (voor mij nieuwe)huisarts die ik leerde kennen na mijn trouwen. Die was al in de familie van vrouwlief en zetelde in een nog wat chiquer deel van Amsterdam-Zuid. Werkte op dezelfde wijze. Je kon met alles bij hem terecht, zelfs injecties tegen de meest gruwelijke tropische ziekten als je op reis ging. En als het er op aan kwam bezocht hij ons in zijn statige Volvo.

We hielden hem aan tot het niet meer ging en hij omwille van de leeftijd zijn praktijk opdoekte. Daarna, we waren intussen verhuisd naar het Nieuwe Land, kregen we wisselende huisartsen in een ‘Gezondheidscentrum’ dicht bij onze nieuwbouwwijk. Een goede band opbouwen was er niet bij. Men keek, vroeg vooral aan jou als patient wat jij dacht dat je mankeerde, en stuurde door. Naar specialisten in het lokale ziekenhuis of soms in Amsterdam. De nieuwe zorg, het nieuwe denken. Maar echt leuk was dat niet. Toch waren we tot dat centrum veroordeeld. Nadat we de polder verlieten en terugkeerden naar het 020-gebied kregen we na wat zoeken een nieuwe (vrouwelijke) huisarts. Van de ouderwetse soort. Praktijk aan huis, aardig, Tsjechisch van geboorte, luisterend oor, maar ook wel met een doorverwijzingsdrang. Later ging haar praktijk samen met die van een aantal andere huisartsen, een tandarts en nog wat therapeuten en vormde zich een nieuw medisch centrum. Handig wellicht, maar voor mij geen verbetering. Tuurlijk wordt je geholpen, maar men heeft de arm al bijna standaard richting ziekenhuizen wijzend  in de omgeving. Helpt niet meer dan nodig is en neemt tien minuten voor een gesprek of onderzoekje. Blijft lastig. En geeft meteen een drempel om met bepaalde klachten ter plaatse te gaan. Nog even los van de huidige ellende dat je pas na lang aandringen over een paar dagen terecht kunt. Nee, die oude huisartsen waren zo gek nog niet. Vertrouwenspersonen en in staat om ook op huisbezoek te gaan. Kom daar nu nog maar eens om. Ik chargeer het wat natuurlijk. Past bij de tijd. Maar wie van jullie heeft nog een goede band (voor zover nodig..) met de huisarts van dienst? En altijd dezelfde?? En ook tevreden over advies en communicatie??? Ik ben benieuwd….

Kom maar uit de kast als je durft…

Uit eerdere blogverhalen maken jullie vast op dat het mij persoonlijk worst zal zijn wie iemand is, waar hij voor staat of waar hij/zij in gelooft. Je moet het allemaal zelf weten als je mij er maar niet op vervelende wijze mee lastig valt. Nu heb ik het eenvoudig natuurlijk, want heteroman met blanke huid en blauwe ogen. Nooit uit de kast hoeven komen bijvoorbeeld. En uit vroeger tijden weinig meegekregen over variaties op het standaard-thema. In mijn jeugdjaren was een homoseksueel vanuit de godsdienstige opvoeding een weinig acceptabele variant van de mensheid. Immers, het startte met Adam en Eva in die jaren. En toch kwam ik die varianten op het leven wel tegen. Zo had mijn moeder naar haar zeggen op haar werk een collega die ‘het had uitgevonden’ en volgens haar was die jongen een echte ‘valse nicht’. Die verbinding was voor mij dus snel gelegd. Spannender waren vrouwen die op elkaar vielen. Daar kon ik meer mee. Maar dat zal de ondeugende en al vroeg ontluikende fantasie zijn geweest.

Hoe dan ook, in de afgelopen decennia kwam een nieuw fenomeen omhoog dat ergens tussen wal en schip in viel qua acceptatie. Mannen die eigenlijk vrouw willen zijn of omgekeerd. Vechtend voor hun recht om aan die gevoelens uiting te geven en ook acceptatie te verdienen. Soms best lastig. Want je kiest niet voor je eigen lijf, ook niet voor het volume daarvan. En zo zie je soms heel stevige mannen die verder als vrouw willen leven en vrouwen die later als relatief frêle mannen door het leven gaan. Hoe ze dan verder hun liefdesleven indelen is me niet zo duidelijk. Onlangs zagen we een sprekend voorbeeld in de media voorbijkomen. Nickie Tutorial, een vlogster die met make-up adviezen haar brood verdient en miljoenen volgers laat zien hoe de kunst van het goede opmaken moet worden uitgevoerd. Ik ben niet per definitie haar grootste fan, want niet de primaire doelgroep, vond wel altijd dat ze relatief stevig van bouw was (1.89m lang) en werkelijk onberispelijk Engels sprak. Dat op zich is al een compliment waardig.

Recent bleek dat zij via haar eigen vlog uiting gaf aan haar ‘uit de kast’ komen omdat ze eigenlijk transseksueel was en ooit man. Voor mij was het prima, haar make-up en uitspraak werden er niet minder om. Maar voor hele volksstammen werd het een statement van de hoogste orde. Zij verwoordde waar anderen naar verlangen. En al snel kwamen overal mensen naar voren die in hetzelfde proces staken of hadden gezeten. Prachtig natuurlijk. Nu maar weer even verder. Want nogmaals, het zal me worst zijn. Helemaal prima, blijf datgene doen waar je goed in bent, geniet van het leven en zorg dat je het respect krijgt waar je naar zoekt. Mocht je besluiten in welke vorm ook een ‘valse nicht’ te zijn…dan val je vanzelf van het voetstuk. En verder mag eenieder dus doen waar hij/zij zin in heeft. Van dat oude geloof heb ik geen last meer. Maar mijn mening over bepaalde zaken raak ik niet snel kwijt. Zo ook in deze gevallen. Ieder voor zich en God voor ons allen toch?? (Beelden: internet)

Lijken op je ouders….

Een tamelijk indringend gesprek met een goede en gewaardeerde vriendin die ons een tijd geleden bezocht voor een lekker drankje in ruil voor haar vriendschap en gezelligheid, zorgde voor wat denkwerk. Denkwerk waarbij het onderwerp best diepgravend is. In hoeverre lijken wij op onze voorouders, nemen wij bepaalde fysieke, maar vooral karakteristieke elementen over van hen die ons door hun samensmelten creëerden. En dit al speciaal bij hen die door welke omstandigheden ook niet door een of beide natuurlijke ouders zijn opgevoed. Wat ligt vast in de genen, wat wordt toegevoegd aan de mens die je bent door tussentijdse scholing en opvoeding? Het was een zeer interessante discussie, filosofisch ook. Als ik het even naar N=1 mag terugbrengen, mijn karakter toont heel wat trekjes die ik bij zoonlief ook zie, maar gelijktijdig ook dingen die ik ken van de verhalen over mijn pa en zelf soms verafschuwde als kind bij mijn moeder. En ik kan u verzekeren zodanig vroeg uit huis getrokken te zijn dat de meeste aangeleerde vaardigheden van buiten kwamen en mijn reizen door de wereld om ons heen. Ook werk en scholing maakten dat ik van de ouders afwijkend gedrag ging vertonen.

En toch is niets zeker, ook al weet je dat bepaalde zaken in de genen zijn of worden doorgegeven. Denk maar aan erfelijkheid bij ziekte of andere ellende en in sommige gevallen talenten of juist gebrek daar aan. Maar de filosofie van de vriendin, kan ik goed volgen. Zij is afkomstig uit een gezin waarin een van de ouders geen enkele rol speelde bij haar opvoeding. Zij herkent dus (naar eigen zeggen) niets van het karakter van die bewuste ouder in zichzelf. Wel van anderen die haar van kind af aan hebben opgevoed. En toch waren wij er van overtuigd dat ergens iets van die genen in je lijf en karakter zijn opgesloten en dat je daar mee te maken krijgt op enig moment. Nu zijn wij niet Meneer en Mevrouw Freud dus wat is zeker, maar net als je de blauwe ogen van je vader en de flaporen van je moeder zou kunnen overnemen, geldt dit vermoedelijk ook voor karaktertrekken. De fles wijn die we nuttigden tijdens de argumentatie over en weer maakte samen met de discussie over het onderwerp dat de wangen gloeiden en de vragen bleven. Maar gelukkig kon ik me het intrigerende onderwerp de volgende ochtend nog voldoende goed herinneren om er een blogje aan te besteden. Want ik ben erg benieuwd of jullie als lezers over dit onderwerp een mening hebben.

In hoeverre lijken jullie op je ouders, ook al speelden een of twee van hen niet een directe rol in je leven? Wellicht helpt het ons om het raadsel van het leven op te lossen. Waar komt toch dat driftige vandaan? Van wie heb ik het gevoel voor humor. Ik zelf heb uit mijn verleden zeer opvallende voorbeelden van zaken die direct te linken zijn aan mijn voorouders, die ik van mijn kant niet of nauwelijks heb gekend. Mijn leven ging via een totaal ander spoor en toch………..herkenning! Hebben jullie dat ook? Laat me eens weten dan……..(Het oorspronkelijke verhaal schreef ik in 2009 ook al eens…maar is er veel veranderd??)

F van Feestelijk…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Feest, een feestje, festiviteiten, ben ik er wel echt van? Als ik in mijn hart laat kijken, eigenlijk niet. Nou ja, een beetje verwennen met de verjaardag, een ander de eer doen toekomen die hen bevalt door aanwezig te zijn bij een georganiseerd feest(je), ik doe het, maar echt van harte gaat het vaak niet. Zal ook komen omdat ik niet zo van ‘hoeperdepoep’ ben, maar meer van het goede gesprek. Een op een en zo. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer zo intens als het vroeger wel werd gedaan. Ik spreid de gasten wat, opdat ze allemaal dezelfde aandacht krijgen en je aan het einde van de avond (of dag) het gevoel hebt echt te hebben genoten van de aanwezigheid. Nu stel ik het wellicht wat zwart/wit hoor, maar echt in de genen zit het niet. Hoewel mijn ouders er vroeger enorm van hielden om elke gelegenheid aan te grijpen ergens een feestje van te maken. Maar dat waren ook andere tijden. Hoogtepunten in een bestaan dat vooral bestond uit veel en lang werken, en dan was een verjaardag al genoeg reden om de hele familie bijeen te halen en aan te vullen met de omvangrijke vriendenschaar die ze indertijd bezaten.

kort-three-musicians-1930Het mocht wat kosten en de lekkerste hapjes en drankjes stonden op tafels, alle stoelen er omheen en ook de nodige rookwaar. Want dat had je toen, men rookte als een ketter en je was een slecht gastheer/vrouw als je die zaken niet verzorgde. Oma kreeg een advocaatje met slagroom en  de grammofoon zorgde voor de nodige muziekjes om de sfeer er in te houden. In het begin van mijn eigen onafhankelijkheid deed ik dit in de ware spirit van de afkomst ook nog even zo, maar daar was ik toch al snel klaar mee. Die mensen die je een of twee keer per jaar zag omdat het zo hoorde, maar verder niets van zich lieten horen, waren niet mijn meest ideale gasten. Nee, stoppen maar met die flauwekul. En dat beviel heel lang goed. Langzaam aan werden we ouder en kwamen de grote data. De verjaardagen zagen kroonjaren passeren, een daarvan werd met een surprise-party een paar jaar terug nog enorm verrassend en leuk. Alle vrienden en wat familie bijeen om te vieren dat ik zover was gekomen. Nog steeds in dank herinnerd. Men kwam van heinde en verre!

wp_20161130_004Overigens geldt mijn hier wat aangedikte afkeer van die feestjes niet zozeer de zakelijke festiviteiten hoor., Open huizen, openingen, introducties, shows etc. Dat diende een doel! Onze trouwdagen, en ook die lopen qua jaartallen aardig op nu, vieren we meestal in eigen kring. Gewoon met zijn tweetjes. Je doet het immers allemaal samen. Maar we gaan dit jaar weer voor een kroonjaar en dat vraagt overwegingen over hoe we wat en waar vieren. Klein, of net iets meer dan dat. Groots wordt het zeker niet. Past niet bij ons, de bescheidenheid zelve. Maar wat we doen zullen we vast, ook hier, delen. De eerste gedachten delen we nu al. Feestelijk….. Met een hoedje en een toeter en een vrolijk snoetje….

Opvoeding……

kidsbannerNa deze kop voor dit verhaal weet ik al dat een deel van de lezers zal afhaken. Al was het maar omdat iedereen zo zijn of haar eigen waarden hanteert op dit gebied. En ik zie door de generaties heen ook grote verschillen onder ouders bestaan. Maakt niet uit van welke volksstam je afkomstig bent, welk geloof je aanhangt of dat je afkomstig bent uit een rijk of arm milieu. Ettertjes kom je overal tegen en heel wat kinderen groeien op in de gedachte dat het leven slechts bestaat uit de drie m2 die zij zelf in dat eigen wereldje uitmaken. Het valt niet te verklaren dat kinderen ‘alles mogen’ en vrijwel niets meer ‘hoeven’. Hoe anders was dat in onze jeugdige tijden. Opvoeding was gemiddeld genomen streng. Ouders en opvoeders schroomden niet om met harde hand discipline te brengen bij hun nageslacht. Geen geduvel, geen kwajongensstreken, je kon een pak slaag verwachten.. Op school niet anders. De katholieke broeders waar ik indertijd mijn scholing genoot hielden de knoet er goed onder.
altAmLfjFZfjUVng0SNOGXeeJPTsdRaICt1__IcT_qz778OElke afwijking van regels of gedrag werden streng en soms stevig fysiek bestraft. Maakte niemand zich druk over. Kinderen moesten gehoorzamen en werden nog lang niet gezien als prinsen of prinsesjes zoals je dat nu zo veel ziet. Het ego-gedrag dat sommige moderne kinderen laten zien was ons vreemd. Je wilde overigens ook graag leren ‘voor later’. Je wist dat je gedoemd (..) was te gaan werken en als je dit dan deed was een goede opleiding nodig. Ouders namen zichzelf vaak als voorbeeld. De geslaagden of de minder bedeelden. ‘Zie hoe het mij verging, als jij nu gewoon lekker doorleert kom je een stuk verder (of tenminste net zo ver als ik)’. Huiswerk diende gedisciplineerd gemaakt te worden, en wie met een slecht rapport thuiskwam hoefde niet te rekenen op veel begrip. Je kreeg dan gewoon ‘op je lazer’. En dan trof ik het thuis nog niet eens zo slecht. Slaan was meer mijn moeder dan mijn ‘leenvader’ voorbehouden. Mijn moeder kon niet goed tegen dwars liggen en haar karakter was er een met een kort lontje. Deed je wat ze wilde was alles tof, maar o wee als je eens dwars lag. Nu haalden we dat niet eens zo vaak in ons hoofd hoor. Maar aan tafel kon het wel eens leiden tot stevige discussies als we iets moesten eten wat wij echt niet lustten en Ma er toch op bleef aandringen dat we het spul naar binnen zouden werken.

NWP_140806_0001Qua kookkunst en smaak hield ze meer rekening met de smaak van haar partner dan met die van ons. Ik heb wat de meest vreselijke groenten naar binnen gewerkt met behulp van appelmoes of glazen water. De oorlogstrauma’s speelden daarbij en rol. Maar toen ik eenmaal de deur uit was gegaan, werden door mij heel wat van die groenten in de ‘ban’ gedaan en nooit meer gegeten. Maar aan de andere kant, ik was en ben best blij met wat me toen is bijgebracht. Sociaal denken is een voordeel, kritisch kijken naar wat je wordt voorgeschoteld ook. Een zekere creativiteit ook en natuurlijk de wens en het verlangen om er in het leven iets van te bakken. Verwend werd ik nooit. Dat paste ook niet bij die tijd en al helemaal niet bij ons gezin. Intussen kijk ik naar een groepje jonge puberjochies die met steentjes staan te gooien naar een vuilcontainer in de straat, daarbij natuurlijk ook geparkeerde auto’s rakend. Hun ouders letten niet op, of kijken naar een andere kant weg. Want stel je voor dat je ze moet aanspreken op dit gedrag…….Nee, dat past niet in de huidige tijd. Prinsjes zijn het. En die moeten bij voorbaat al bejubeld worden. Ook als het gewoon ettertjes zijn……