1948..

In de wereld zijn diverse plekken te vinden die voor de mens eigenlijk niet geschikt zijn om zich te vestigen. Bij of op vulkanen bijvoorbeeld, of in een streek die zo dicht aan zee ligt dat de eerste de beste storm hele dorpen of steden van de kaart kan vegen. In het recente verleden zagen we dat laatste in New Orleans, New York, maar ook in Aziatische streken waar tsunami’s dood en verderf zaaiden. Ook bij uitbarstingen van vulkanen zie je grote consternatie bij de bevolking, er vallen vaak doden en gewonden, maar toch keert men weer terug naar de gronden waar men nu eenmaal was gaan wonen. Veelal met allerlei argumenten. Van vruchtbaarheid van de grond tot het aantrekkelijke economische klimaat. Hetzelfde geldt voor Nederland. Waar met name het westen door haar ligging aan zee en riviermonden vruchtbare bodem biedt voor hen die geld willen verdienen aan handel en andere zaken. En waar men werkt wil men ook wonen. Weinigen nemen de gok door in het oosten van het land te gaan wonen voor de rust en elke dag op en neer te reizen naar die werkplek in het westen. Een werkplek die vooral zijn ont/bestaan dankt aan de omgeving waarin ook Schiphol, onze nationale luchthaven, een magneetfunctie heeft.

In mijn verhaal over mijn eigen carriere beschrijf ik tweewekelijks de ontwikkelingen van dat vliegveld en wat er allemaal omheen hangt. De groei van de luchthaven ging door de jaren heen snel. En dat had weer een enorme invloed op de omgeving. Er vestigden zich allerlei bedrijven en instellingen die juist om dat vliegveld in de buurt wilden zitten. Amsterdam groeide uit haar voegen daardoor, maar dat gold ook voor buurgemeenten als Haarlemmermeer, Aalsmeer, Zaanstad en zelfs Almere. Zonder Schiphol was die groei matig geweest. Internationale handel maakt dit ook mogelijk. Maar er was nog een dingetje dat we nu graag vergeten als we behoren tot de groep van namaakomwonenden en beroepsklagers rond het lawaai van die vliegtuigen. Het Plan Schiphol, waarop het huidige vliegveld in al zijn omvang baseert, stamt al uit 1946. Werd in 1948 met meerderheid van stemmen (ook uit de omringende gemeenten) aangenomen als plan voor de ontwikkeling van het vliegveld in de jaren daarna. In dat plan stonden 6 start- en landingsbanen! Voor de luchtvaart die toen nog wat in de kinderschoenen stond was dat best ambitieus. Maar men keek in dat plan meer dan 25 jaar vooruit. Hadden de provincialen die de omliggende gemeenten bestuurden dat ook gedaan, hadden we nu minder klagers gekend. Want die gemeenten naast Schiphol  begonnen driftig te bouwen. Verstening is nu eenmaal macht, het genereert ook belastinggeld en je kunt je breder maken in provinciaal overleg. Maling aan het toch duidelijke plan voor de nationale luchthaven, men bouwde vrolijk in de aan/uitvliegroutes van de vliegtuigen die men intussen wel hoorde, maar waarvan men het idee had dat het vanzelf zou gaan wennen. Nou nee dus. De toenmalige straalvliegtuigen ontwikkelden geluidsniveau’s van 120-130dB. Best veel. Protesten het gevolg.

Men ging er wel wonen, maar lawaai? Nee dat wilde men niet. En dat gaat nu al 40 jaar zo. En de verantwoordelijke gemeenten blijven maar bouwen. Voor mensen die meteen gaan klagen. Want zij willen wel wonen in een grote stad, hebben toch het liefst dorpse geluiden om zich heen. De bestuurders van die uitdijende gemeenten zijn daaraan schuldig want hadden maling aan de plannen. Intussen heeft de Minister van Binnenlandse Zaken besloten dat nieuwbouw in de zones die het meest getroffen worden door geluid van vliegtuigen en overig verkeer dan wel industrie, terughoudend moet worden benaderd. Ach en wee wordt er nu geklaagd door de gemeentelijke bestuurders. Daarmee worden hun plannen net zo doorkruist als het wegennet doet dat mede zorgt voor die meetcijfers die ten grondslag liggen aan de restrictie. Het is op zich een wijs besluit. Op basis van iets dat al 72 jaar bekend moest zijn en waaraan zoveel voorgangers compleet maling hadden gehad. Spreiding van bevolking over het land het meest logisch alternatief. Met name voor die groep beroepsklagers (90% van alle klachten komt van 2-5% van de omwonenden) een prima alternatief. Ga weg uit het westen, verhuis naar het oosten of noorden van het land. Maar let wel op de plannen daar. Soms zijn die ook al heel erg oud. En doe er verder het zwijgen toe. Want zij die niet klagen maar gewoon accepteren dat het westen druk is, worden er erg moe van. (Beelden: Yellowbird archief)

Leven met de vliegende pijl – deel 12 – 3-stappen-plan en APK!

In eerste instantie ging de nieuwe Skoda-importeur aan de slag om de oude organisatie weer te activeren. Het hoofdkantoor in Voorschoten ging op de schop, het bedrijf kreeg een moderne eigen showroom, de werkplaatsen werden veranderd, het magazijn geïntegreerd, panden aan de overkant van de Dobbeweg waaraan men voorheen zetelde afgestoten. Een nieuwe directeur, Ab Iserief, kwam in dienst. En noeste vent met grote dynamiek, afkomstig uit de wereld van de vrachtwagens. Hij had een stevig voorkomen, een stem die daar bij paste en een goed verhaal. Een deel van de mensen van Englebert bleef echter wel in dienst van de nieuwe importeur, dat voelde voor de oude dealerorganisatie vertrouwd aan. De import van nieuwe auto’s ging weer van start en daarbij was een nieuwe toevoeging aan het gamma meteen ook leverbaar. De S-120GLS die o.a. een le t t e r l I j k messcherpe chromen grille op de neus had, en wat grotere achterlichtunits. De bekleding was erg fraai, maar technisch bood de auto niet zoveel meer dan wat we al van de LS kenden. Tegelijk met het aantreden van importeur Iserief, moesten oudere auto’s in ons land verplicht gekeurd worden.

De zgn. APK-keuring deed zijn intrede en dat had verstrekkende gevolgen voor het rijdend wagenpark in ons land. Heel wat kneusjes werden afgekeurd en moesten versneld vervangen worden. Het bleek voor de branche in het algemeen en voor Skoda in het bijzonder een vruchtbare onderneming. Vooral mensen in oudere en sterk verroeste Franse, Britse en Italiaanse auto’s moesten snel hun vervoermiddel kwijt en ruilden massaal in op een nieuwe Skoda (of Lada). Dat zorgde voor heel wat geforceerde verkopen, en dat werd nog veel beter toen Iserief met het unieke en briljante idee kwam om die nieuwe Skoda’s in een financieringsregeling te vervatten, waarbij je de eerste betaling deed bij inruil van de oude auto, de tweede na zes maanden, cash aan de financieringsmaatschappij en de derde na 12 maanden. Het systeem heette het Drie-stappen-plan en bleef een tijdlang onderdeel van ons marketing-concept bij Skoda.

Het sloeg bij het toen al spaarzame Skoda-koperspubliek zeer aan. Geen rente, toch een nieuwe auto rijden en het oude barrel onderdeel van de eerste betaling. Binnen de kortste keren schoten de verkopen door het dak en was het Tsjechische merk weer terug waar het hoorde. In de top 20 van best verkopende automerken in ons land. Het moest overigens daarbij telkens Lada voor zich dulden, maar dat Russische merk had dan ook een grote order van de toen zeer zuinige vaderlandse overheid gekregen om heel wat ambtenaren van nieuw bedrijfsvervoer te voorzien. Daarbij was het gamma van Lada breder in die jaren, en had men o.a. zeer begeerde stationcars in de aanbieding. Medio 1982 bracht Skoda ook de S-120G (Garde) uit, een sportieve opvolger voor de aloude S-110R. En die Skoda Coupe had nu ineens een tandheugel-stuurhuis en een totaal nieuwe achteras. Die leek wat op die van een toenmalige BMW. Onder belasting gingen de wielen naar buiten staan, waar de goedkopere Skoda’s nog ouderwetse pendelassen hadden voor die zelfde achterkant. En die veerden juist naar binnen onder belasting. Die Coupe (in ons land als Rapid verkocht) bleef een liefhebbersauto, maar ik heb er zelf ook een tijd lang in gereden en het was een heerlijke wagen. Met een 58pk blok achterin, heel ander en vele aardiger uitgemonsterd dashboard, in hoogte verstelbare en goed zittende stoelen plus een aansprekend uiterlijk. Het hielp mee om Skoda als merk nog meer acceptabel te maken, en als mensen daarvoor nog steeds hun neus wat optrokken hielp de prijs of het driestappenplan om de boel aardig te smeren. En de kwaliteit? Die ging met sprongen omhoog. Skoda was op de goede weg! Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief – Alle teksten zijn eigendom van de auteur!) 

Als een echte leeuw…

Maar liefst dertien pausen droegen ook mijn naam en dus zal er wel een link te vinden zijn naar de katholieke kerk bij het verkrijgen van die naam na mijn geboorte. Best logisch als ik naar mijn achtergrond kijk, al zie ik ook wel dat ik deze naam vooral toch te danken heb aan vernoeming naar mijn biologische vader die hem ook al droeg. Zo ging dat indertijd, vernoeming was een soort eer voor degene wiens naam werd gebruikt voor de nakomeling. En dus bepaalt die naam ook vaak de periode waarin je bent geboren. Ik denk dat mijn naam maar weinig meer voor komt in de moderne lijst van namen voor jongens anno 2017. Nee, ik ben echt een kind van mijn tijd. Maakt me niet minder trots hoor. Die naam heeft een uitleg die er zijn mag. ‘Leeuw’ de meer normale vertaling, maar er is ook een verwijzing naar ‘sterk door genade’. Of dat laatste nu echt een karaktereigenschap is die ik bezit is zeer de vraag.

Maar ik laat het me uiteraard graag aanleunen. De wijsheid die ik hiervoor oreerde komt uit een boek over voornamen dat ik onlangs in nieuwstaat vond bij een kringloopwinkel voor een prikkie. Redelijk recent uitgegeven, en met uitleg over ongeveer elke voornaam die je maar denken kunt. Mooie inspiratiebron voor hen die geen benul hebben hoe ze hun kind over een paar maanden gaan (be)noemen en er ook nog iets origineels aan toe willen voegen. Dat was in mijn tijd wel anders. Nog los van al die Latijnse namen die je eigen roepnaam iets chiques moesten geven, maar die vooral door het aangehangen geloof van de ouders werden ingegeven. En voor elke gelegenheid kwam er wel iets bij. Een katholieke vormnaam of zoiets. Door de jaren heen zijn we op het gebied van namen vrijer geworden. En zoeken het in de bijzondere thema’s. Jan, Piet, Klaas, Henk, Joop, het is allemaal voor het verleden gereserveerd. Modern en aansprekend moet het zijn en dat houdt in dat je over een jaar of veertig wellicht een naam draagt waarvan niemand snapt waarom je die ooit kreeg.

De vernoeming naar voetbal- of andere sterren is er zo een. Los van Johan Cruyff zijn er maar weinig sporters die na een halve eeuw nog door het leven gaan als halve afgoden. In mijn specifieke situatie zie je ook dat de godsdienst geen echte invloed meer heeft en dus dat die typische naam geverij die daarbij hoorde niet meer wordt toegepast. Dat doet men dan in andere stromingen toch wat anders. Bedenk maar eens dat er heel wat Mohammeds worden geboren, als verwijzing naar de profeet van dat relatief nieuwe geloof. In de Christelijke kerken is men gek op de naam Jezus maar is vernoeming toch een beetje heiligschennis. Nee, dan is Johannes (naar De Doper) beter. Maar dat leidt dan weer in de praktijk tot Jan of Joop en omdat die namen zo ouderwets aan doen zoeken we het meer in moderner equivalenten. Of je daar dan net zo trots op zult zijn als ik ben op mijn naam is de vraag. Een echte Leeuw kan dat, ook al ben je dan qua sterrenbeeld gewoon een Steenbok….

Plicht…

gouden-loeki-awardLeg mij iets op en ik kan je verzekeren dat er er weinig tot niets van terecht komt. Resultaat van een recalcitrant soort karakter dat zich slechts door overtuiging, kennis of ervaring laat bewegen iets te doen dat mij normaal gesproken weinig zinvol lijkt. Gewoon moeten doen wat moet of gezegd wordt heeft voor mij heel wat keertjes geleid tot narigheid. Ik neem een ander mens of diens mening pas serieus als ik zelf kan geloven dat diens kennis of overtuiging de mijne overstijgt. In alle eerlijkheid, zelden overkomen. Zo gaat het ook met taken die moeten worden uitgevoerd. Thuis of voor het bedrijfje dat ik nog steeds bestier. Krijg ik naar mijn eigen mening het idee dat er een keuze is tussen iets saais dat (ook) moet gebeuren en iets creatiefs, is mijn keuze over het algemeen om dat laatste eerst te doen. Het zoet voor het zout. Elke bedrijfskundige of psycholoog zal direct zeggen dat het andersom moet. Doe nu eerst dat lastige klusje en ga dan pas aan de gang met dat leuke creatieve. Maar ja, creativiteit laat zich niet afdwingen. Als ik een idee, plan of tekst in de bol heb zitten kan ik dat niet even wegbergen tot volgende week om het daarna uit een laatje in die bol te halen en net zo op te schrijven als ik het vandaag bedacht. Met het betere debet/creditwerk gaat dat toch eenvoudiger.

altAulRwngaWnRcoO66kd_b0w1ZDjqJ63t5TQU88SBgYM0kVandaar dat ik dat steeds voor me uit schuif. Net als klussen in huis. Wat niet direct hoeft doe ik later wel weer eens, als het echt moet, nou dan doe ik het, puffend en mopperend zoals dat bij me past. Alles wat verplicht wordt staat me dus tegen en ik zal niet aflaten dat te laten weten als ik het alsnog hier en nu moet doen. Er is nog zoveel leuks te doen in de wereld waarin we leven. Daarbij is me jarenlang verweten (..) dat ik niet genoot van het leven en me veel te lang druk maakte over die klanten en de omzet. Nu geniet ik eindelijk (kostte me minstens vijf jaar om zover te komen) wil ik niet alsnog terug zakken in de negativiteit van al die klussen en boodschappen die me niets interesseren. Is het een handige eigenschap? Vast niet, maar dat is omgekeerd ook niet zo bij hen die heel goed zijn in het uitvoeren van zaken die nuttig zijn maar niet leuk. Komen nooit terecht in een creatieve flow.

WP_000961En die flow heb ik nodig om te functioneren. Hou me tegen en ik wordt een chagrijnig type…. Zoals zoveel lieden met deze inslag. Ik kwam ze zo af en toe tegen bij de betere reclamebureaus. Voeten op een bureau, pijltjes smijtend naar een dartbord. Geen inspiratie. Tot die ene klus op hun pad kwam. Niet storen, tot middernacht bezig met de uitwerking en dan de volgende dag het leiding van het bureau en/of de klant overtuigen. Opruimen van een kantoorkamer of bureau hoorde er niet bij. Kwam ik bij zo’n bureau waar alles op orde leek, juist bij de creatieve kant van zo’n studio, wist ik genoeg. Geen goede partner. Zo is het bij mij dus ook. Dus laat me lekker met rust. Ik doe heus datgene wat ik moet doen nog wel, maar wil nu even schrijven. Er moet nog een boek af, hoewel moeten, van wie? De administratie moet klaar, o ja, dat moet echt, dus mocht ik even chagrijnig doen,  weet je waar het door komt….trek het je niet aan. Gaat vanzelf over….

Sponsoradviezen

Sonax 3Onlangs zag ik een nieuwsbericht voorbij komen waarin de BOVAG zich solidair verklaarde met haar leden. Niet dat men dit als belangenorganisatie al niet veel langer deed, nee het ging om iets waarover ik in mijn trainings- en coaching jaren altijd een uitgesproken mening verkondigde; sponsoring! Veel ondernemers in de mobiele sector denken dat zij er goed aan doen om de lokale sportvereniging te helpen met een geldbedrag. Dat is in feite ook zo hoor, niks mis mee, maar wat krijg je er dan voor terug? Wie alleen maar geld stort in de kas van een club of zo, moet dat zien als een schenking. Met sponsoring heeft het niks van doen. Een bord langs het veld is leuk voor de betrokken club, net als een outfit voor bepaalde elftallen of pakweg de jeugd van een wielerploeg. Maar wat verwacht je er van? Ik legde meestal uit, en doe dat hier graag nog eens, dat je voor elke sponsor-Euro er minstens drie moet zien terug te halen. Een sportclub moet meer doen dan alleen maar een beetje profiteren van jouw ondernemende  vrijgevigheid. Men dient in jouw merk te rijden, moet de leden stimuleren om langs te gaan bij de sponsor die de club overeind helpt te houden, en jij moet als ondernemer meer doen dan alleen dat geld overboeken.

01-SKODA-Superb-juryHet was voor veel ondernemers waarmee ik te maken had vaak een brug te ver. Men maakte geen plannen, men dacht er niet over na, volgde zelfs de resultaten niet van de sportclub, maar bleef wel altijd volhouden dat dit echte sponsoring betrof. Ik had (en heb) het in die situaties altijd over weggegooid geld. Schenk het dan aan een kringloopwinkel of voedselbank, maar geef het niet weg aan een sportclub. Voor sponsoring moet iets worden ingevuld, gedaan, uitgewerkt. En dat hoeft echt niet al te ingewikkeld te zijn. Zeker niet als je een beetje creatief bent op het gebied van publiciteit vergaren of reclame maken. Of het geld moet je als ondernemer op de rug groeien, dan wel aan de bomen rond het bedrijf als vruchten geplukt kunnen worden. Maar die hoop is vergeefs. Kortom, ik ben blij dat de BOVAG nu ook inziet dat men leden moet helpen om met die sponsoring een beetje professioneler om te gaan dan voorheen. Dat zal voor veel sportclubs wennen worden.

Hans Bovee LEX coachingOok al lopen daar de inkomsten ook niet echt op in deze lastige tijden. Samenwerken met een sponsor is soms heel plezierig en het leidt in goed overleg tot een hoop response voor de contractpartijen. Ja, ik noem specifiek het woord contract, want zonder dat is er geen sprake van goede afspraken. Kortom, een goed plan van aanpak, sponsorcontract, en dan aan de slag. Pas daarna het geld overboeken. Laat ik aannemen dat ook de BOVAG deze adviezen zal afgeven. Pas dan is sprake van een belangenorganisatie die het echt begrijpt!

Al weer 54 jaar verzamelgek…

TU-104 CCCP42461 at EHAM in the 70'sHoewel ik sinds een jaar of vijf een apart blog onderhoud dat specifiek is gewijd aan mijn verzamelpassie, neem ik toch de vrijheid om ook hier nog eens terug te gaan naar het begin van die hobby. Intussen precies 54 jaar geleden. Op 20 december 1960 schreef ik als jong ventje een plan waarmee ik mijn toenmalige verzameling (buitengewoon bescheiden) een naam gaf en van daaruit samen met een stel jeugdvrienden een club oprichtte die zou leiden tot alles wat ik nu verzamel. Van die club van toen zijn als verzamelaar nog slechts twee leden over. De rest verdween in feite in vergetelheid. Je zou ook kunnen stellen dat ze andere behoeften kregen, hun hart volgden of de maatschappelijke carriere voor lieten gaan. Bij mij was de combi der dingen altijd van groot belang. Ik kon het ook vaak goed combineren en die beslissing uit 1960 om op bepaalde wijze om te gaan met…heeft me zelfs geholpen aan de loopbaan  zoals ik die heb doorlopen tot nu toe. Omdat wij op schaal indertijd al ‘ondernemertje’ speelden en Zaken als creativiteit, marketing, PR en verkoop op becheiden schaal beheersten.
Leo in gele Citigo 1460120_658370900849958_1230431956_nMet de beperkingen die je indertijd had deed je toch wat je kon om alles wat in het echte leven een grote rol speelde te kopieren. Het waren mooie jaren en ze legden een stevig fundament voor het latere leven. Dat je ook met tegenwind van doen krijgt werd er vanaf die datum in 1960 echt wel ingebracht. Niet alles ging van het bekende leien dakje en dat bleek een prima bijscholing. Toch zijn er ook veranderingen gekomen in de beleving. Was ik in eerste instantie nog slechts ‘luchtvaartgek’, de afgelopen decennia is dat toch iets genuanceerd geraakt en zijn de automobiele geneugten van het leven ook van enig belang (..) geworden. Werken in die branche droeg daar niet in de laatste plaats aan bij. Mijn jeugdige interesse voor Oost-Europa, opgewekt door een vriend uit het toenmalige clubje die ‘iets had’ met de Sovjet-Unie en haar luchtvaartmaatschappij Aeroflot, bracht me op enig moment aan boord van een enorme Tupolev 104.

HPIM7861_editedEn die Russische mensen daar aan boord waren zo aardig en gastvrij voor ons kittens, dat ik dat nooit ben vergeten. Toen ‘Pa’ dan ook nog eens Skoda’s ging verhandelen en we op enig moment zo’n auto als ‘bedrijfsvoertuig’ gingen benutten, was de link geboren. Het zou me altijd bij blijven en mijn keuzes voor een belangrijk deel bepalen. En dat alles doordat ik met Oost-Europese vliegtuigen en auto’s altijd iets meer heb gehad dan met bijvoorbeeld een standaard westers type. Het mysterieuze bleef me trekken en dat zorgde ook voor dat deel van mijn kennis wat me nu niet meer kan worden afgenomen. Niet iedereen gaat vanuit zijn hobby richting professionaliteit op de wijze waarop ik dat heb kunnen en mogen doen. 54 jaar geleden allemaal begonnen met een velletje papier, waarmee de verzameling een naam kreeg en mijn mini-museum werd gestart. Soms verzucht vrouwlief wel eens hoe het toch moet als ik er niet meer ben…..tja, geen idee. Misschien dat ik voor die tijd een deel afstoot zoals ik al eens eerder deed met de enorme stapels bladen  op luchtvaartgebied. Je weet maar nooit. Voorlopig neem ik nu een glaasje op mijn professionele hobbyisme, gestart door een ventje waarin ik met enige moeite nog wel mijzelf ontdek. En da tis vaak de kern voor een jeugdige geest toch??