
Precies een eeuw geleden overleed op 31 – jarige leeftijd Rudolph Valentino. Een filmheld die zijn weerga niet kende en door veel vrouwen als sekssymbool werd gezien zonder dat ze ‘s-mans stem ooit maar hadden gehoord. Zijn bijnaam was ‘De grote minnaar’, maar in andere kringen werd hij verguisd omdat hij als man in zijn vele filmrollen veel te ‘vrouwelijk’ zou overkomen. Valentino stamde uit Italie waar hij in 1895 werd geboren. Zijn moeder was Frans, zijn vader Italiaans. Een jonge leerling die weinig belangstelling had voor de leerstof maar veeleer uitblonk in fantasie en een grote interesse in mooie boekverhalen. Voor de dienstplicht werd hij geweigerd omdat hij fysiek niet voldeed aan de eisen die men stelde t.a.v. recruten. Hij ging dus maar studeren en deed dat in Genua waar hij agrarische wetenschappen tot zich nam.

Later leerde hij dansen en pakte net voor WO1 uitbrak het stoomschip richting de VS. Hij hield zich in leven door het aannemen van allerlei flutbanen als bordenwasser of tuinman. Later kreeg hij als dansinstructeur werk en kwam kortstondig in dienst bij een operettegezelschap. Na een verhuizing richting San Francisco ontmoette hij iemand die hem aanraadde rollen te zoeken in (stomme) films. Dat lukte. Hij kreeg bijrolletjes als gangster (hij was tenslotte Italiaan..) en trouwde met een vrouw die Cherokee-bloed in de aderen had stromen. Dat bloed bleek vooral lesbisch en zij vond zijn mannelijke verlangens maar niks. Tijdens de huwelijksnacht stond hij al snel op de gang van het hotel waar ze verbleven. Het huwelijk duurde dus maar kort.

Een tweede huwelijk was met een kostuumontwerpster die weer de geliefde was van een toenmalige actrice, Alla Nazimova. Uiteindelijk kwam Valentino via via binnen de aandachtkring van scenarioschrijfster June Mathis en regisseur Rex Ingram. En rolde hij in de later zo bekende hoofdrollen. Hij speelde een versierder van de zuiverste soort en toen men zijn populariteit wilde vergroten maakte hij toernees naar o.a. Europa waar hij als held werd ontvangen. Intussen was zijn tweede huwelijk ook weer op de klippen gelopen en kreeg hij een relatie met de toen ook al zo bekende actrice Pola Negri. Valentino bleef een bijzondere acteur. De tijd van de sprekende film ging aan hem voorbij. In 1926 werd hij opgenomen in een New Yorks ziekenhuis waar hij werd geopereerd aan een maagzweer. Dat leidde echter weer tot buikvliesontsteking waaraan hij uiteindelijk acht dagen later overleed. En beetje mysterieuze man die zowel op het witte doek als in zijn priveleven genoot van vrouwelijke aandacht. Maar die dat zeker op dat zwart/witte doek zwijgend deed. En wellicht dat hij daardoor wel zo’n fenomeen werd en bleef… (Beelden: Internet)

































Als je een deel van je werkend leven besteedde aan het versterken van een imago voor de automerken waarmee jij te maken had, wordt je toch wel iets jaloers bij dat wat kleeft aan het Italiaanse merk Ferrari. Bijna sekte-achtig is het gevolg van merkgekken in hun gedrag als het om Ferrari gaat. Ik mocht dat zelf een aantal jaren geleden ervaren bij een bezoek aan Maranello, een van de merkstekken. Ongekend om daar mensen te zien die elke auto welke de fabriekspoort verlaat om te worden getest op de foto zetten. Ik zag in dat Italiaanse stadje shops, een fraai museum, en waar je koffie dronk was ook alles ingesteld op het merk met het steigerende paard. Nu is Ferrari natuurlijk niet zo maar een merk en het verkocht nooit saaie auto’s. Niks voor het gezin, niet voor de gemiddelde leaserijder. Ferrari’s zijn peperdure raspaardjes. Het merk dankt haar naam aan de nu nog steeds als ‘heilig’ gevierde Enzo Ferrari die zijn fabriek in de jaren veertig van de vorige eeuw op de benen zette.
Hij maakte auto’s voor de rijken en sportieven van de wereld en bouwde al snel een geweldige naam en faam in dat segment. Met schitterende wagens, uitgerust met een V12 motor van soms maar net 2 liter inhoud. Snelheden van 200km/u toen al haalbaar. Toch waren de productie-aantallen veel kleiner dan we nu wel eens vermoeden. Maakt de nog rijdende en overgebleven exemplaren tot waanzinnig dure verzamelaarsstukken. Een deel van die wagens nu gekoesterd in musea over de hele wereld. Opmerkelijk dat Ferrari ook zo’n geweldige klank heeft in die wereld. Prestaties op het circuit hielpen daarbij. Zeker in de Formule 1 was Ferrari een niet weg te denken deelnemer, tot op de dag van vandaag. Maar ook op de circuits van Le Mans waren Ferrari’s heel lang dominant en bouwde men voor homologatie soms racewagens terug naar straatversies (Stradale).

Met een vijf liter grote V12 achterin, een sterk wigvormige carrosserie opklapdeuren en een geluid dat alleen in superlatieven uit te drukken viel. De auto werd 7 jaar lang gebouwd en er kwamen er dik 7000 van de band. Zelfs een enkele ondernemer nam er een in de lease. Maar dat duurde vaak niet zo lang. Want wie met een Ferrari bij klanten komt voorrijden heeft toch iets niet goed begrepen. Of te veel zwart geld. In 1988 bestond Ferrari 40 jaar en bracht men een supercar uit in de vorm van de F40. 478pk in een meer dan opvallende carrosserie, een top van 325km/uuur en een inrichting die meer bij een circuitracer dan bij een wegauto paste. Meer dan indrukwekkend en goed verkocht, want er gingen er dik 1300 van weg. Wie er nu een zoekt moet in tonnen denken….best veel geld. Ferrari, tegenwoordig bouwt men aan de lopende band, alles met computergestuurde robots in elkaar gestoken. Fiat is haar moeder geworden, V8-motoren met de modernste milieuvriendelijk technieken beschikbaar en zelfs hybrides of vol-elektrische motoren in het vooruitzicht. Dominant tijdens de Formule 1, met een stel topcoureurs om de naam van het merk hoog te houden. En dan nog steeds die schare volgers. Een supermerk met prachtige wagens. Ferrari…..alleen die naam al…..(Beelden: Archief Yellowbird)
Als het gaat om de smaak van automobilisten in ons land, laten we wel zijn, die wordt maar voor een deel bepaald door de particulier, zeker ook door leaserijders, blijkt dat men gek is op Made in Germany. Niet onterecht natuurlijk. Want de meeste merken die daaronder vallen zitten op veel terreinen op de eerste rij qua kwaliteit, comfort, luxe en veiligheid. We zijn er gek op, en dit al jaren. Van alle verkochte nieuwe auto’s in ons land was vorig jaar 37% Duits. Mercedes, Audi, BMW, Volkswagen, Opel, we zijn er gek op. En dat was eigenlijk al vrij snel na de oorlog zo. Want die Duitsers snappen veel van wat de gemiddelde automobilist zoal zoekt in zijn vervoermiddel. Maar vooral de betrouwbaarheid die spreekwoordelijk is voor een Duitse auto, sprak aan. Plus de relatief hoge inruilprijzen nog steeds.

Op plek drie, Japan. Vrijwel constant rond de 15% marktaandeel voor alle merken. En die merken hebben tegenwoordig veelal een wat grillige modelpolitiek en een breed gamma. Japanse auto’s zijn ook niet meer per definitie goedkoop. Je valt nu voor uiterlijk, uitrusting, techniek of baseert je keuze op ervaringen in de praktijk.
Een soortgelijke situatie zien we bij de Koreanen. In principe kent men uit die hoek twee grote merken, Hyundai en haar dochter KIA, een enkeling zal ook Ssangyong nog kunnen noemen. Koreaanse merken doen na wat de Japanners 50 jaar eerder deden. Op prijs en uitrusting trachten te scoren, maar sinds de invoering van EuroNCAP-botsproeven en de wens om op fatsoenlijke stoelen te kunnen zitten in zulke auto’s, zijn de prijzen bepaald niet meer laag te noemen. Fatsoenlijke auto’s zijn het veelal wel en de kwaliteit begint aardig op te lopen. Maar veel merkgevoel stralen die merken nog steeds niet uit. Je koopt er vaak een die je leuk vindt of aantrekkelijk lijkt qua uitrusting, dan wel om de nieuwe milieuvriendelijke aandrijftechniek. Enorm gegroeid is het aandeel Amerikanen in ons land. Vorig jaar steeg dat van 2,2% naar 7,2. En waar kwam dat door? Tesla! Fiscale voordelen op hun Model 3 zorgen voor flinke aantallen registraties. Of dat zo blijft? Ik betwijfel het.
Waaronder dan ook nog Alfa-Romeo moet worden geteld. Niks meer van over. De ware liefhebber zal er voor blijven gaan en al het andere maar saai noemen, maar het zegt toch wel iets over de veranderend markt. Lancia totaal verdwenen, Ferrari alleen voor de echt rijken, net als Lamborghini of Maserati. Liefhebbersauto’s. En dat is best kniezen. Zeker als je ziet dat een vroeger submerk van Fiat, SEAT nu in haar eentje bij ons twee keer zoveel auto’s verkoopt als het vroegere moederbedrijf. Het kan dus verkeren. Zeker in de marges….(Beelden: Yellowbird archief)