Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.

Die nieuwkomers kwamen meestal uit de wat aardiger buurten in Amsterdam-Zuid hier wonen omdat wij nog een huis met tuin te bieden hebben ipv de bekende etage-woning. Ze ergerde zich aan de gemeente die allerlei lasten oplegde waar zij na de scheiding toch best financiele problemen door kreeg. Maar het meest ergerde ze zich aan de Haagse regering. Het maakte niet uit welke, het was allemaal niks. Asociaal, niet bezig met de burgers maar met zichzelf. Gesprekken over mierenoverlast in de tuin konden zomaar uitlopen op een inhoudelijk politiek gesprek van drie kwartier. Toen ze alleen woonde werd ze ook nog wel eens geplaagd door jochies van een jaar of 12-14 die belletje trokken of in haar voortuin klooiden. Omdat zij altijd woest reageerde hadden die bengels daar de meeste lol om. Tot ik als buurman ingreep. Het gaf enige beroering, daarna was dat gepest over. Als het sneeuwde maakte ik meestal ook even haar straatje schoon, ze liet nooit na me daarvoor te bedanken. Kleine moeite. ‘En jij bent ook al zo lief voor je auto, nog liever dan voor je vrouw..’ was een van haar gevleugelde uitspraken als ik mijn Tsjechische vierwieler weer eens poedelde. Vorig jaar ging het ineens mis met haar gezondheid. Ze werd broos, kwetsbaar, kwam vrijwel niet meer buiten. Moest worden behandeld door dokters, specialisten en zo meer. Het hielp niet veel. Haar kinderen kwamen haar verzorgen. Elke dag, trouw! Petje diep af voor de jongelui! Maar afgelopen zondag was het over. In haar eigen bed ingeslapen om niet meer wakker te worden. Het was ‘op’. Rond dit weekend wordt ze begraven. Een van die eerste bewoners van dit hofje, met wie het goed toeven was. Karakteristiek. Met niveau! Haar parkeerplek voor de deur zal door anderen worden ingenomen. En niemand die er meer iets van zal zeggen. Zelfs de politie op Cuba niet. Zij ruste in vrede. Het is haar meer dan gegund!

Onlangs maakte ik weer een verhuisproces mee bij een naaste en diens lief. Ondanks alles wat vooraf gepland werd bleek toch hoe stressvol zo’n verhuizing eigenlijk is. Dingen gaan altijd net even anders, je bent een tijdlang je spullen maar vooral je ritme kwijt en ook huisdieren raken er aardig door van de leg. Mijn eigen eerste verhuizing was indertijd nogal simpel. Ik kon zaken per brommer vervoeren naar het huis van mijn aanstaande. Mijn broer haalde verder de zaken op die er toe deden en we vervoerden dat met een bakfiets. Binnen deze stad een nu nog veel gebruikt vervoermiddel al wordt de term dan tegenwoordig vaak toegeschreven aan van die children-movers op twee wielen. Omdat ik indertijd naar het hartje van het centrum verhuisde kwamen we onderweg nogal wat bruggen over grachten tegen en dat was best een uitdaging. Maar het lukte. De volgende verhuizing was van ons eerste eigen woonadres naar een nieuwe flat in de toen net gebouwde wijk de Bijlmermeer. Met wat geleende voertuigen van onze werkgevers kwam dat allemaal in relatief korte tijd voor elkaar.

Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!
Het beperkte zich toch wat tot praktische zaken met Sinterklaas en iets bijzonders tijdens mijn verjaardag. Veel van mijn eerste Dinky Toys stammen uit die periode. Eens per jaar mocht het iets kosten en ik kan me die blijdschap nog goed herinneren als er weer een doosje gevuld met zo’n Brits model door mijn ouders voor me werd neergezet. De meeste er van bezit ik nog. Maar ook boeken over mijn luchtvaartpassie of een schaalmodel dat je zelf moest bouwen wilde in de loop van de jaren nog wel eens voorbij komen. De rest van het jaar was het vaak niet zo vrolijk allemaal, je koesterde wat je kreeg en poetste soms de lak zowat van de modellen of las de boeken letterlijk stuk. Wat is dat toch veranderd. De verjaardag is nu meer een statistisch gegeven. Weer een jaar ouder, de geest blijft qua leeftijd een heel stuk achter bij het gegroefde spiegelbeeld.
Soms schrik ik van dat laatste, vindt mensen met wie ik qua generatie opgroeide en nog mee maak of weer eens ontmoet, ‘ouder geworden’ en blijf dat beeld voor mijzelf aardig confronterend vinden. Daarbij komt die leeftijd soms met gebreken. Schrikbarende zaken soms. Dingen die angstig kunnen maken ook al vallen ze dan uiteindelijk weer mee als je er de huisarts mee lastig hebt gevallen. Maar toch…. De tijd van de glanzende huid, de onuitputtelijkheid, de eindeloze weg naar de toekomst, het valt allemaal wat weg en je koestert nu maar dat je er nog mag zijn en zo kunt genieten van zaken als geluk, gezondheid en liefde.
Wat ik me uiteraard wel afvraag is of de kinderen van nu nog steeds zo zouden genieten van hun presentjes als ik dat indertijd deed. Als ik zie wat er aan cadeau’s wordt gegeven tijdens de officiele feestdagen en dan optel wat verjaardagen brengen, maar ook hoe kinderen soms worden verwend door het jaar heen, vraag ik me echt af wat die generatie van nu echt zal bewaren voor de toekomst. Wie weet is dat ook wel goed want dan mis je ook het nostalgische van die verjaardagen die je naast een hoop plezier ook terug doen kijken naar een periode die toch niet altijd even leuk was. Ook al willen we dat ‘vroeger’ nog wel eens overdreven oppoetsen. Net als die modellen die ik in die periode kreeg. Of die boeken. Die mij ook vormden tot de persoon die ik nu ben. Nog steeds. Van harte proficiat spiegelbeeld, ben jij echt net zo oud als ik???





Aan de zuidkant van de grote stad waar ik woon, werk en leef, bevindt zich een paar enorm uitgebreide groene zones die bij mensen van buiten onze stad nauwelijks bekend zijn. Zoals het Amsterdamse Bos dat in basis werd opgezet om niet alleen bleekneusjes uit de grote stad van de jaren twintig/dertig in de vorige eeuw van wat frisse lucht te voorzien, maar ook om de massale werkloosheid die toen heerste te helpen onderdrukken. Ergens in 1932 werd het project in fase 1 afgerond, daarna kwamen er nog wat stukken bij en zelfs na de oorlog legde men een nieuw deel aan ten zuidwesten van de toenmalige verbindingsweg tussen Amstelveen en Schiphol. Het Amsterdamse Bos is intussen verworden tot een flink groot woud vol spontane of aangestuurde natuur. Er zijn vennen en grote waterplassen te vinden, strandjes, wandelpaden en fietswegen, je kunt er via de zgn. Bosbaanweg met de auto in en wij zijn er dan ook al vele jaren lang regelmatig te vinden. Heerlijk wandelen bij het geluid van de vogels, het ritselen van de bladeren en het geblaf van de altijd in dubbele zin van het begrip uitgelaten honden.
En wie houdt van dynamiek, kom dan bij stevige westenwind eens langs, dan landen de vliegtuigen op de zgn. Buitenveldertbaan en dan lijkt het wel of ze midden in het bos de landing willen inzetten. Ik kijk er als liefhebber altijd met veel plezier naar. Stukje verderop, aan de rand van de chique wijk Buitenveldert en begrenst door de Amstel ligt nog een prachtig gebied. Ik beschreef het al eens eerder. Het Amstelpark. Ooit onderdeel van de opzet voor de begin jaren zeventig gehouden Floriade-expositie. Die tentoonstelling verdween, het park bleef. Prachtig, rustig en interessant. Voor hen die er oog voor hebben. Beide groengebieden zijn voor ons simpel te bereiken. Met de auto, fiets of als het moet lopend. Je kunt er heerlijk vertoeven en waant je zeker niet in de grote stad. En wellicht maakt dat Amsterdam wel extra zo’n aantrekkelijke stad om in te wonen. Of voor toeristen om te bezoeken. Niet allemaal komen ze voor de Wallen, musea of Coffeeshops. Als ik de talen hoor die hier in die bos- en parkgebieden worden gesproken heeft het nieuws over al dat groen ook mensen van elders bereikt. En dat is goed. In de winter is het allemaal weer voor de Amsterdammers. En voor hen is het natuurlijk ooit bedoeld geweest. Als Oase in de drukke omgeving van een enorme stad. De hoofdstad!
Haar leven lang verlangde ze al. Naar uit de ban los kunnen komen. Naar wilde avonturen, verre plekken, mooie mensen, liefde op het eerste of tweede gezicht. Ze droomde er van om met haar rugzak op de schouders gewoon in een vliegtuig te kunnen stappen en dan ergens heen te reizen waar het avontuur lonkte. Of de wandeltocht naar Rome te volbrengen, desnoods naar een onbewoond eiland om daar dan met een in haar droombeeld zelf geboetseerde minnaar een maandje de beest uit te kunnen hangen. Die dromen achtervolgden haar al sinds haar jeugd. En natuurlijk had ze wel eens geprobeerd om uit de sleur van het ouderlijk huis weg te komen. Dat was maar ten dele gelukt. Jong verloofd met Michel, die jongen die bij de melkboer bijverdiende en volgens haar ouders niet wilde deugen. Maar in feite was hij bijzonder lief voor haar geweest. Maar dat lieve beviel niet, ze wilde avonturen beleven en Michel vond zelfs Duitsland al ver. Daarna zocht ze haar heil in de studie. Haar ouders hadden haar dat dringend opgelegd. Want wie leert heeft een goede toekomst. Met vlag en wimpel was ze geslaagd, maar daarna was haar leven nog steeds niet die richting opgegaan die ze had gewild. Er was wel liefde komen. Van Frank. Een grote vent met krullend haar. Samen hadden ze de stap gewaagd en ze moest toegeven, hij wist hoe hij een vrouw moest geven wat ze zocht. Jaren lang was ze samen met hem door het leven getrokken. Ze kwam in andere landen, maar eenmaal moeder van drie kinderen werd het ook wat beperkt allemaal. En de caravan achter de door hen samen gekochte Opel was ook niet alles. Al snel vervielen ze in sleur en was van de oorspronkelijke passie tussen hen beiden weinig meer over.





