Verliefd…

Hij wist het zeker….Zij was de enige waarop hij verliefd was, al kon hij dat gevoel niet zo goed benoemen. Dat paste niet bij hem. Hij hield ook van zijn moeder, van zijn pa wat minder, maar wel weer van de frisdranken die zijn pa verhandelde. Hij hield ook van lekker eten, vakanties, voetbal en ook een beetje van die hond van de overburen die altijd zo lief met hem wilde spelen als hij hem mocht uitlaten. Ja, zijn leven was echt op orde. Maar die ene, die mooie en vooral lieve jongedame. Met haar blonde haren, blauwe ogen, die leuke stem, die graag spelletjes met hem speelde. Die hem liet winnen als het moest, graag stoeide als het mocht. Hij had haar in de kerk ontmoet. En wist na een blik genoeg. Zij was de vrouw voor hem. Daarmee wilde hij zijn leven delen. Haar aanstekelijke lach maakte hem warm en vrolijk tegelijk, al kon hij die gevoelens dan nog geen plekje geven. Hij wist intussen wie haar familie was, ze kwam uit een wat duurdere wijk van het kleine stadje waar ze woonden en haar vader was bij de politie. Dus hield hij zich in als hij met haar buiten liep. Want je wist immers maar nooit….voor je het door had kreeg je een slechte naam en werd je nagewezen in de straten en mocht hij haar niet meer ontmoeten. Het leven is best ingewikkeld als je twaalf bent en jouw toekomstige vrouw intussen 14 geworden……

Verlangen…

Vanaf het prilste begin van zijn actieve herinneringen geloofde hij in zijn eigen succes later. Hij zou rijk worden, een prachtige vrouw vinden en trouwen, briljante kinderen voortbrengen, een bedrijf opbouwen waarmee die kinderen later weer een goed bestaan was gegarandeerd en zo meer. Maar ja, hij woonde in dat dorp, ver van de grote stad. Zijn kansen beperkt, ouders niet rijk of zelfs bemiddeld, al vroeg moeten werken. Het meisje waarmee hij voor het eerst verkering had raakte na die eerste keer in het schuurtje van buurman Bart meteen zwanger en er moest dus getrouwd worden en hij daardoor gedwongen heel hard te werken om zijn kleine gezinnetje aan het eten te houden. Zijn vrouw na de bevalling van hun dochter meteen uitgeteld en jarenlang niet geschikt om te werken. De liefde verdween door de schoorsteen. Een collega op het werk nam voor haar de honneurs waar. Hij genoot kortstondig, tot ook die zwanger raakte en hij best in de problemen kwam. Scheiding, verhuizen, twee kinderen, hard werken, geen kansen op een goede opleiding meer. Vanaf zijn jeugd werd alles voorbestemd door omstandigheden waaraan hij zelf had bijgedragen natuurlijk. Gelukkiger werd hij er niet van, meer berustend. Zijn collega werd wel een goede moeder, lieve echtgenote, werkte ook hard mee en hielp zo om enige welstand te bereiken. Maar hij bleef toch over het algemeen ‘gewoon tevreden’. Van zijn dromen kwam niets uit, hij berustte er maar in. Thuis werd hij vertroeteld, de kinderen (hij kreeg er nog drie met zijn tweede vrouw) waren lief en zaten niet in de weg. Hij kon naar de kroeg, het voetballen, ze bezochten met Kerstmis de kerk, de familie keek tevreden toe. Ergens rond zijn 50e kwam het besef dat het wellicht te laat was om nog van het leven te genieten. Hij kocht zich een motor en ging toeren. Zijn vrouw bleef thuis. Zag niks in dat stomme ding. Maar vond het leuk voor hem. In die bocht van de weg langs het water ging het mis. Hij reed rechtdoor. Bewust of per ongeluk? Hoe dan ook, hij verdween. Met motor en al. Een olievlek was alles wat over bleef van de man en zijn dromen. Zijn weduwe rouwde even, zijn kinderen vertelden nog verhalen over hem. Maar na 1 jaar hertrouwde zijn weduwe met de lokale dominee. Hij was vergeten. Net als al zijn dromen….

Klooster..

Klooster..

Toen ik opgroeide tot puber was het intreden in kloosterorden nog een fenomeen dat in katholieke kring als redelijk normaal werd gezien.

Velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. Jonge mannen en vrouwen die bewust kozen voor een leven met God. De ene orde nog strenger in de leer dan de andere. Maar veelal Urbi et Orbi als uitgangspunt en dus vaak centra van nijverheid voor de omgeving. Immers, ook nonnen en priesters of monniken bleven gewoon mensen en aten of dronken dat wat de normale mensen ook deden, mits ze dat al niet zelf hadden gebakken of gebrouwen. Sommige van deze orden waren echter zodanig streng van opzet dat men geen contact zocht met de meer normale wereld buiten. Alles speelde zich af binnen de muren van deze vaak erg massale instituten.

Toen de burgers buiten zich soms wel eens afvroegen wat er zoal binnen die ommuurde vestingen van het geloof afspeelde kwamen ook de meest fantastische verhalen naar buiten. Drankgelagen, orgieen, duivelsaanbiddingen. Men maakte er soms wat van en heel wat verhalen, boeken of films over het onderwerp namen met die waarheid wel een erg vrije loop. Men projecteerde de wens op de fantasie, en liet de fantasie zo werkelijkheid worden. Al was het maar omdat men het idee had dat mensen die bewust kozen voor het celibaat nooit zo konden leven omdat het fysiek dat niet zou toestaan. Seksloos door het leven, het was een gruwel voor hen die door de pastoors, kapelaans of andere geestelijken zelf werden opgeroepen om de ‘daad’ toch vooral veel te beoefenen opdat er nieuwe kinderen, derhalve aanwas voor de heilige kerk van Rome van zou komen. Nonnen waren veelal te vinden in het onderwijs, de zorgsector, kraamhulpen en zo meer. En ze deden dat met verve. Zeker toen de katholieke kerk in de jaren zestig onder druk van de sociaal/culturele revolutie moest inbinden, bleven veel kloosterlingen nog steeds actief in die sectoren. En men deed dat prima. Maar dat celibaat…. Het bleek pas achteraf dat met name mannelijke kloosterlingen of afgeleiden die zich bezighielden met verspreiding van de Leer zich schuldig maakten aan het misbruiken van jongens en meisjes die aan hun geestelijke zorg werden toevertrouwd. Alsof je Dracula een kudde maagden aanleverde en aan hem vroeg daar geen bloed te zuigen.

De drang te groot om de consequenties te overzien. Dat kwam later. Bleek overigens geen katholiek privilege, in vrijwel elke geloofsstroming of sekte is het juist d a t wat als groot nadeel naar voren kwam. Hoe de nonnen dat deden laat zich raden. Zal vast ook wel eens tot uitspattingen zijn gekomen. Of is dat nu die fantasie van de gemiddelde man en burger?? Hoe dan ook, kloosters komen maar moeilijk aan nieuwe aanwas. Men wil wel in de Heer geloven, maar een leven zonder heer of dame lijkt voor veel jonge mensen van nu toch een brug te ver. De heer in zich voelen ervaart men liever anders. En zo komen de nodige kloosters leeg te staan. Worden omgebouwd tot van alles en nog wat. De tuinen verkocht, oude ambachten die normaal daar werden beoefend verdwijnen. Blijft natuurlijk jammer. De nieuwe gelovigen vooral bezig met internetdiensten of thuissessies om zo het contact met de Heer overeind te houden. Niks mis mee. En ook geen verkwisting van menselijk vernuft of dna. Want het blijft zonde als jonge mensen kiezen voor zo’n celibatair leven. Hoewel ik best voorbeelden zie van lieden die daar best eens een jaartje of tien gedwongen tot rust zouden mogen komen. Maar dat is een andere discussie. Zelf ook wel eens gedacht aan hoe het moet zijn om te leven in zo’n gelovige gemeenschap? Hoe Bid en Werk voor jou zou uitpakken?? Zou je het aankunnen?? Ik zeker niet. Maar ja, hetero en zelf een mannetje….. (Beelden: Internet/archief)

Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Ridder Brandewijn – 5 – Intussen thuis..

Ridder Brandewijn – 5 – Intussen thuis..

Terwijl onze ridder orde op zaken stelde in de bossen en op het laagland rondom het latere Arnhem, was zijn droomvrouw in zijn kasteel langzaam bij aan het komen van de avonturen die zij had meegemaakt in diezelfde bossen toen zij met haar vader naast zich onderweg was naar een nieuw bestaan elders.

Haar vader had bedacht dat zij naar een nonnenklooster in de buurt van Munster zouden kunnen reizen en daar dan met pelgrims richting het Heilige Land vertrekken. Hij om zijn zonden weg te laten wassen via doping in de Heilige rivier Jordaan, voor haar zou het een goede bescherming zijn tegen de gevaren van de moderne tijd. Want zijn schone dochter was nog maagd en zou wellicht een vermogende edelman goed kunnen dienen als echtgenote, maar dan wel een die ook in het geloof zijn heil zocht en de familie van zijn toekomstige gemalin kon onderhouden. Helaas had de overval door de bende van Boverie roet in het eten gegooid. Vader was flink in elkaar gemept en zijn dochter aan de haren meegesleurd naar een plek net buiten zijn zicht. En daar onderging ze heel wat vernederingen die zo ernstig waren dat ze er zelfs nu nog niet over durfde te praten. Men had haar onder haar kleed betast en bevoelt en nog steeds voelde ze die handen overal op haar lijf. Het had haar ‘vies’ gemaakt, en nog steeds was ze in onevenwicht en bad ze tot God en diens moeder Maria om haar te beschermen voor wat mogelijk te gevolgen waren van al die onreine handelingen.

Dat ze door Ridder Brandewijn en zijn dienstmaagden was opgevangen en schoongespoeld maakte nog niet dat ze zich beter voelde. Integendeel. Ze voelde nog steeds die angst voor wat die mannen bij en met haar deden maar ook de spanning die dat bij haar had opgewekt. En tegelijk ook dat overweldigende gevoel van de aanblik die Ridder Brandewijn haar had gegund toen hij haar niet alleen had opgevangen maar ook meteen in zijn glimmende harnas te paard achter haar belagers aan was gegaan. Zij wist niet wat verliefdheid was, maar dit gevoel wat haar warm maakte en overspoelde moest daar wel dicht in de buurt komen. Intussen werd ze maar verwend door de vrouwen die in het kasteel van de Heer Brandewijn voor haar zorgden. Ze kreeg heerlijke spijzen te eten, dronk een glas wijn bij het eten, mocht aanzitten bij de familie van de ridder die haar in haar geleende jurk zoveel warmte boden dat ze zich vrijwel meteen thuis voelde. Hier was ze beschermd, ook tegen haar vrome vader die haar maar bij die nonnen wilde onderbrengen en ook nog eens naar dat verre land van Christus wilde sturen. Alsof dat haar geloof extra zou versterken… nee, ze zag er meer in om bij deze familie te blijven, de ridder te dienen, en haar geloof uit te dragen op de wijze die zij zelf als meest voor de hand liggend deed ervaren. En ‘s-nachts in haar bescheiden kamer boven in het kasteel droomde ze van de ridder die haar zou schaken, kussen en beschermen tegen al die enge mannen buiten. En glimlachend werd ze dan wakker. Wachtend op de ridder die haar eer zou verdedigen en de wrede daden van die enge mannen zou wreken. (Dit is een verhaal…..geen verwijzing naar iemand of een gebeurtenis uit het verleden die ooit werd opgetekend in de vaderlandse geschiedenis…)

Ridder Brandewijn droomt en treedt op…

Ridder Brandewijn droomt en treedt op…

Nadat de dame zich had gelaafd aan de spijzen en het bier en Ridder Rogier zich afvroeg wanneer hij haar zou kunnen veroveren, hij vond zelf dat elke vrouw hem toebehoorde zodra ze de kasteelbrug over waren gestoken, hield hij zich toch ook in en bood aan om haar zich te laten opfrissen en wellicht van kleding te wisselen. Haar oude plunje kon dan worden verbrand.

De aantrekkelijke vrouw ging graag op zijn aanbod in. Een van de dienstmaagden nam haar mee naar de ‘badkamer’ voor de vrouwen die in een van de gewelven was ondergebracht en waarbij men via een inventief stelsel van buizen die langs de open haarden werden geleid warm water kon verzorgen voor in de tobbes. Hij verlangde dat zijn personeel zich net zo goed verzorgde als hij zelf deed. Toen de vrouw was verdwenen ging Ridder Rogier kijken bij haar vader. De geneesheer had hem verzorgd en meldde dat de man best wel veel kwetsuren had over gehouden aan de ontmoeting met de struikrovers in het bos. Hij stelde wat vragen en wist al snel dat dit tweetal was overvallen door de bende van Bart Boverie, een beruchte schurk uit de omgeving die nog nooit had gewerkt, maar wel altijd geld nodig had voor hem en zijn troep. Als ridder en man van adel kon Rogier er niet omheen dat hij weer eens moest optreden. Nu was die vrouw die hij nu gastvrij ontving er nog goed vanaf gekomen, maar eerdere gevallen van ontering waren hem al vaker ten ore gekomen. Tijd om die Boverie eens een lesje te leren. Hij verzamelde dus een groep van zijn mannen, veelal gehard in de vele conflicten die hij had uitgevochten, maar ook die soms met hem naar het Heilige land waren getrokken om daar de christelijke waarden te verdedigen tegen islamitische indringers. Hij had er zin in, het bloed stroomde weer door zijn lijf. Een gevecht aangaan met rovers als deze bende van Boverie gaf hem een extra stimulans. Hij voelde zich weer jong. Dus trok de geharde ridder zijn gevechtstenue aan, deed daarover heen zijn metalen harnas, pakte zijn altijd scherp geslepen zwaard en zocht zijn paard op. Uit de verhalen van de gasten wist hij wel waar hij die boeven zou moeten vinden. Maar voor hij vertrok keek hij nog een keer om en zag tot zijn verbazing de vrouw die hij had opgevangen in een prachtige jurk achter een van de ramen naar hem kijken. Ze bleek goudblond haar te hebben, een schitterend figuur en een mooie glimlach. Nu wist hij waarvoor hij het deed. Deze vrouw moest van hem worden. En daartoe zou hij desnoods doden. Even later gaf hij zijn paard de sporen. Zijn mannen volgden hem..op weg naar de bossen van Rosendael waar die smerige Boverie zich vast zou hebben verstopt. De vrouw keek hem inderdaad na en voelde haar lijf gloeien toen ze zijn brede figuur in wapenuitrusting de poort uit zag rijden. Hoog op zijn paard, zijn mannen om zich heen. Zou ze dan wellicht niet het klooster in hoeven, zoals haar vader had besloten?? (Verhaal uit de fantasie ontsproten…dus geen geschiedkundige onderbouwing)

Tweeling…

En daar zat ik dan, op een bankje voor een winkelcentrum waar tevens een soort MBO gevestigd is waar jongelui o.a. leren om in de toekomst een winkel of iets soortgelijks op te zetten of te leiden. Ik ken de omgeving en weet dat op deze scholen (er is om de hoek ook een voor de horeca gevestigd, waar je heel lekker kunt eten..) leerlingen van diverse pluimage en afkomst hun opleiding volgen. En in vrije uurtjes zwermen ze uit over het winkelcentrum of hangen op de bankjes voor de deur. Ik kijk er met plezier naar omdat je hier de vermenging ziet die door voorstanders van een ruimhartig immigratiebeleid wordt voorgestaan. Veel verschillende culturen dus, en vaak plezier met elkaar makend. Op dat moment dat ik hier op dat bankje zat omdat vrouwlief een van de winkels in het centrum frequenteerde zag ik op enig moment een fraaie jongedame naar buiten komen.

Ze was een jaar of 16 oud denk ik, en had de glans van de jeugd over haar hele slanke lijf vastgeplakt zitten. Een fraai gezichtje, mooi lijf. Ze gaf een bijna twee meter lange gast van dezelfde leeftijd en afkomst (ik vermoed Braziliaans of zo iets) keurig een hand. In deze coronatijd toch bijzonder. Al snel hielden ze een geanimeerd gesprek samen. Wel op 1,5 meter afstand. Ik lachte als observator in mijn vuistje. Zij lachte veel, een wit-ivoren gebit voegde veel van haar schoonheid toe aan de uitstraling die ook de in het rood geklede jongeling bekoorde. Even later voegde zich een derde persoon bij het gezelschap. In het zwart gekleed, een kloon van de andere jongeling. Toen ik goed keek, geen kloon maar gewoon diens broer. De jongedame liet zich gewillig omhelzen en zoenen. Vol op de fraaie mond. De in het zwart geklede jongen gaf de andere een ellebooggroet.

En hield zich daarna met de dame bezig. Die was duidelijk in de wolken dat ze haar vriendje bij zich had. Het gesprek werd steeds vrolijker en ongedwongen. De ‘vriend’ steeds bezitteriger want bleef maar aan haar frunniken en trachtte ook constant om haar te kussen. De broer stond er bij en keek er naar. Maar niet zo maar een beetje. Ik zag dat hij de dame wel wilde opvreten. Niet uit boosheid, maar…hij was gewoon verliefd. Ik zag het aan alles wat ik aan signalen kon oppikken. Hij had een hand gehad, gunde zijn broer alle geluk, maar deze dame niet. Die wilde hij voor zichzelf. Het klassieke Kain en Abelverhaal. Op enig moment vertrokken ze. De jongen zonder vriendin liep in slentergang terug de school in. De dame sprong achterop bij zijn broer en reed weg. Ze keek niet meer om. Hij wel….. En ik had met hem te doen….zoveel verlangen… (Beelden: Internet)

Isolatie in de ruimte…

De gemiddelde man of vrouw is niet gemaakt voor lange perioden van eenzaamheid. Denk maar eens aan de vele verhalen die over dit thema verschenen. Onbewoonde eilanden, lijken leuk, in de praktijk kan 99,9% van de mensheid daar niet overleven zonder mentaal ziek te worden. Om het over honger en dorst niet eens te hebben. Een paar maanden niet kunnen winkelen of naar de kroeg in coronatijd maakte duidelijk dat velen al symbolisch tegen de wanden klimmen. Moet je eens indenken dat je dan jaren vast komt te zitten in de oneindige ruimte om ons heen. En oneindig is die ruimte zeker. Zodanig dat we als mensheid vermoedelijk niet veel verder kunnen reizen dan pakweg een deurtje verder in een straat die is gelegen in een stad die weer is gesitueerd in een land zo groot als Rusland en dat dan weer op een wereldbol die eerder zo groot is als Saturnus dan de aarde zoals we die kennen. Lichtjaren weg houdt in dat je met de snelheid van het licht vele jaren zult moeten reizen om ergens te komen. Nou, voorlopig zijn onze raketten voorzien van een technologie die tripjes als die van een slak in een teerton mogelijk maken.

En niet veel meer. Hoe dan ook, we plannen trips naar de Maan (opnieuw nadat we in de jaren 60/70 al eerder die kant op gingen) waarvoor je ongeveer een dikke week moet reizen, maar ook naar Mars. En dat laatste is andere koek., Want een jaar ben je zo onder weg. Enkele reis. Want heen en weer is nog best een oefening. En dus selecteert men mensen die in staat zijn die eenzaamheid in de ruimte te doorstaan, maar ook een verblijf op een zeer mensvijandige planeet vol te houden gedurende een periode van wellicht een normaal mensenleven. Tuurlijk zijn de mannen en vrouwen die dit willen doen van oordeel dat ze dit aan kunnen, maar de vraag is of ze zich wel realiseren wat ze dan bedenken. De trips die astro- en kosmonauten maakten naar en in de ruimte (denk aan het ISS) gaven als resultaat te zien dat een jaar in de ruimte het menselijke fysiek aardig verandert. Ons beenderstelsel geeft het op, de spieren verslappen, hoe zeer we ook trainen, en ook de bloedsomloop is een probleem.

Komen die lui dan weer terug op aarde zijn ze een paar centimeter gekrompen en voelen zich tijdenlang niet lekker. Erger lijkt me de optie dat er bij zowel die lange Marsvluchten of de landing op die planeet misloopt en je roemloos ten onder gaat. Of een noodlanding maakt die grote schade geeft aan jouw vervoermiddel en je dan langzaam aan sterft op die rode planeet. Ik moet er niet aan denken, maar ja, ver weg van de Westertoren begint het al te jeuken. Dus ik ben om diverse redenen niet geschikt. Als je besluit om een kolonie te stichten op Mars, en die plannen zijn er, moet je dus ook mannen en vrouwen sturen om die kolonie duurzaam de toekomst in te leiden. Samen zoveel mogelijk kinderen maken, gezinnen stichten die de missie kunnen voortzetten en de basis daar gevestigd desnoods ontginnen. Met een rood waas voor de ogen en vooral verlangend kijken naar die ene blauwe planeet die heel ver weg in de sterrenhemel te zien is. Het lijkt mij vreselijk. Maar goed, ik hoef ook niet. Nee, met beide benen op de aardse grond. Toch net even plezieriger. Maar wie het aandurft is voor mij wel heen held(in)hoor. Ik wens hen behouden vlucht….(Beelden: Internet)

Geen zin…

‘He toe nou…’ zeurde ze naar hem. Hij negeerde haar…. O zeker, ze was mooi, lief, kon goed koken en was aardig met de kinderen. Maar ze kon ook zo zeuren….. ‘Toe nou, je zou mij echt helpen om ook eens een soort plezier te beleven…ik wil zo graag ook even genieten…’. Ze keek hem bijna smekend aan, hij zag haar prettige ogen, bekeek haar uitdagende bloes, die strakke rok, haar mooie benen en fraai geknipte haar. Ze was de zonde zeker waard. Maar ja, sinds hun huwelijk moest hij soms wel 12 uur per dag werken, kwam hij doodmoe thuis en wilde dan gewoon weinig meer dan even lekker eten, de kinderen een aai geven of naar bed brengen, en daarna nog even aandacht voor haar opbrengen of van haar kant ontvangen. Het was best zwaar allemaal en zo had hij het voor dat huwelijk nooit bedacht. Toen droomden zij beiden nog van wereldreizen en daarna een boerderij ergens op het verre platteland van Drenthe of Overijssel, met dieren en moestuinen. Maar in de praktijk van alle dag hadden ze met veel moeite een kleine middenwoning kunnen kopen en woekerden ze niet alleen met het woonoppervlak, ook met hun financiele ruimte. Zij leek zich eerder te schikken in dat lot dan hij. Hij droomde nog steeds van dat leven elders. Maar ja….dromen zijn bedrog. En nu leefde hij dus met zijn vrouw die constant zeurde dat hij ‘dit’ of ‘dat’ wel wat meer aandacht kon of moest geven. Hij werd er zo moe van. Wilde gewoon rust. Ook al was hij niet zo oud om daar al van te kunnen genieten….. Ze wilde dat hij promotie maakte, meer ging verdienen, aandacht had voor de kinderen, maar ook specifiek voor haar. En zeker, hij hield zielsveel van haar, maar was er wel achter dat dit zeurkant voor het huwelijk nooit naar voren was gekomen. Hoe dan ook, hij keek naar buiten, hoorde haar eigenlijk niet tegen hem praten. Overwoog, bedacht, wist dat als hij haar toegaf ze wellicht vanavond weer wat liever voor hem zou zijn. Dus nam hij een besluit…..’OK….ik haal de auto even. Kunnen we naar de IKEA en heb jij je zin’….. Voor hij stampend van opwinding naar de gang liep om zijn jack aan te trekken hing zij om zijn nek en kuste hem. Ze was oprecht blij. Haar opwinding moest ze maar zien vast te houden dacht hij….en stapte de deur uit….

Lawaaiige buur…

Allemaal lijden we aan een of andere vorm van vooroordelen t.a.v. anderen. Zelfs in gelovige kring, waarover ik het later nog eens zal hebben, kijkt men op een bepaalde manier naar anders denkenden of zoals we recent zagen, homoseksualiteit. Zo kan het zijn dat wij een luidruchtige buurman door diens gedrag best wel wat asociaal vinden. En we hem daardoor al snel zullen betichten van zaken die niets met zijn gedrag van doen hebben. Hij is immers luidruchtig. En lawaai is iets waaraan een deel van de moderne mensen een hekel heeft. Anders dan vroeger. Een uitlaat op de brommers van toen sloegen we inwendig als puberend volk graag door, zodat het tweewielertje niet alleen sneller werd maar ook luidruchtiger. Een beetje derdehands auto in handen van jonge lui kreeg (krijgt) een speciale uitlaat waardoor je met veel meer decibels dan wat de fabrikant ooit voor ogen had, door het verkeer kunt jakkeren. En veel mensen vonden of vinden dat prachtig. Anderen zijn er niet gelukkig mee, want hun rust wordt verstoord. Ook al wonen ze aan een snelweg, en kozen ze voor het uitzicht bewust voor die plek. De behoefte aan rust bepaalt ons denken op dat punt vaak.

En die reflexen zie je ook bij hen die rond Schiphol, Rotterdam, Eindhoven of zelfs Lelystad Airport zijn gaan wonen. Leuk zo’n vliegveld, je krijgt er een goede economie door, veel werk, huizenbouw en een behoorlijke infrastructuur, maar het moet geen lawaai maken natuurlijk. Lawaaiige buren niet gewenst! En vanuit die reflex zie je dan groepen lieden op staan die met allerlei kul-argumenten wijzen op een kans om die vliegvelden te verplaatsen naar zee. Zo, opgeruimd staat netjes! Voor even. Want ho even, wat was er eerder. De woonwijken waar al die klagers zijn gaan wonen, of Schiphol dat vorig jaar een eeuw bestond?! Wie moet je nu aanspreken op economische groei…onze (lokale/regionale)overheid of Schiphol dat profiteert van een goede ligging en een nationale carrier huisvest die maar liefst ruim 80 bestemmingen bedient. Daarbij is die buurman door de jaren heen minder hard gaan schreeuwen. Was vroeger 125 dB de norm voor een startend of landend verkeersvliegtuig, nu moet je moeite doen om de 100dB te halen. En de uitstoot van die machines is verwaarloosbaar i.v.m. voorheen. Maar…toegegeven het zijn geen zweefvliegtuigen.

Net zo min als we op straat met paard en wagen richting onze bestemmingen rijden. De moderne tijd vraagt om efficiency en daarin passen die ouderwetse vormen van vervoer niet meer. Kortom, wensdromen genoeg, maar honderden miljarden aan investeringen weg doen omdat er een paar lieden menen dat we groen, duurzaam of stil moeten gaan samenleven is echt een mallotig plan. Ik pleit voor verhuizing. Van hen die niet willen wonen naast een lawaai makende buurman. Of in de buurt van een volgens hen stinkende fabriek, een drukke snelweg of spoorbaan. In de Noordoostpolder en Oost-Groningen zijn heel wat plekken te vinden waar het absoluut stil en ook schoner is. Maar verwacht dan niets van de daar bestaande lokale economie of infrastructuur. Zelfs een supermarkt is lastig vinden. Maar dat zal voor die actieklagers wel geen bezwaar zijn toch? Ik blijf wel wonen naast die buurman waaraan ik intussen mijn leven lang gewend ben geraakt. En ik zal nooit wennen aan die beroepsklagers en betweters! Ik heb mij zelf aangemeld bij een steeds groeiende groep mensen die belang hebben bij een mooi en goed functionerend vliegveld als Schiphol. Als omwonende mag dat best. Er wordt al genoeg zogenaamd namens mij gekakeld, zonder ooit met me het gesprek te zijn aangegaan. Die belangengroepen zijn vaak enkele tientallen fanatici groot. De groep pro-Schiphol is de 10.000 leden al gepasseerd. Wellicht dat die ook eens mogen meepraten in al die mallotige milieugesprekken met een negatieve insteek? (Beelden: Yellowbird collectie)