Klein straatje en een klokkenspeler..

Het was in de buurt van mijn jeugd en tijdens de prille pubertijd dat ik ontdekte dat veel straten in mijn woonomgeving waren benoemd naar klassieke schilders. Grofweg tussen de Tolstraat (overblijfsel uit de tijd dat er ook echt een tol werd geheven als je daar de stad in wilde) en de singel die we nu als Ruysdaelkade kennen werden alle straten naar schilders genoemd. Dat was simpel en ook handig. Maar er waren ook uitzonderingen. Niet ver van ons huis en aan de oevers van de Amstel werd in de 19e eeuw de enorme St. Willibrorduskerk buiten de Veste gebouwd, diens geschiedenis belichtte ik al eens enige tijd geleden. Opvallend daarbij was dat de aanpalende straten een afwijkende naam kregen van het patroon met die schilders. De langste straat werd de St. Willibrordusstraat, een dwars daar op gelegen korte verbindingsweg tussen die straat en de Ceintuurbaan werd de Servaes Noutsstraat. Een straat waaraan ook mijn vroegere lagere school gelegen was.

En die historische figuur schilderde in de beste tradities van zijn familie wel eens een portretje maar hij werd veel bekender als klokkenspeler in de 17e eeuw. Dat deed hij zo goed dat hij zelfs indruk maakte op de Russische Tsaar Peter de Grote bij diens bezoek aan de hoofdstad in die periode. Servaes Nouts was een bijzonder heerschap. Hij was creatief, maar geen echte zakenman. Hij trouwde een vrouw die vooral scenes trapte bij hogergeplaatsten in de stad wat nu niet meteen goede reclame voor haar echtgenoot was. Maar de man werd wel stadsklokkenist en mocht ook de klokkenspelen van o.a. de Zuiderkerk en die van het (oude) stadhuis onderhouden. Dat spelen ging hem zo goed af dat veel gegoede burgers graag wilden weten dat ze weer eens een concert van Nouts hadden bijgewoond.

Nouts wilde graag hogerop en veranderde op enig moment zijn naam in Nuyts, waardoor hij meer aanzien kreeg. Maar dat aanzien hielp hem niet aan rijkdom. Hij woonde bepaald niet op stand en moest van een schamel gemeentelijk inkomen zien rond te komen. Zijn tweede huwelijk kon hij pas vieren toen hij door de toenmalige burgemeester een hoger salaris kreeg toegemeten. Zijn tweede huwelijk was met een flink jonger buurmeisje dat hem adoreerde, precies wat Nouts nodig had om gelukkig te worden. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in 1693, zijn jonge vrouw volgde hem al na vier maanden in het graf. Een man die uiteindelijk zijn eigen straat kreeg. Een kort straatje weliswaar en in een buurt vol grote en bekende schilders. Die kerk is intussen verdwenen. De plaats waar die stond is nu het Servaes Noutsplantsoen geworden. En zo heeft hij hier bij mij ook weer even aandacht gehad. Zeer gegund. (Beelden: Yellowbird/Makelaar/Inrternet/Wiki)

Kerkelijke minderheid…roept het hardst….

Eind vorig jaar meldde het CBS dat Nederlanders nu in meerderheid niet religieus zijn. Dat is opmerkelijk want je zou toch het idee kunnen krijgen dat het tegenovergestelde het geval is. Van al die godsdienstige uitingen en in het openbare leven respect claimers of homo’s afwijzenden blijft maar weinig over als je de statistieken er op na slaat. Van de minderheid die een of ander geloof aanhangt (49%) is 25% Rooms katholiek. Hervormden en protestanten zitten op een niveau van 13% en de islam is maar door 6% vertegenwoordigd. Opmerkelijk als je bedenkt dat we het idee zouden kunnen krijgen dat die laatste groep 50% van de bevolking uitmaakt. Er is ook nog een kleine minderheid die een andere stroming achterna loopt. Verwaarloosbaar in aantallen. Dat die islam trouwens nauwelijks aanhangers kent in autochtone kring zal niet verbazen. En dat bij de Katholieken en protestanten vooral wat ouderen hun heil in de kerken zoeken ook niet. De actieve kerkgang is daarbij best een dingetje.

Vaak gelooft men wel (sterk) in iets hogers, maar heeft men niks meer met de aardse regelgeving of verplichtingen. Met name de jeugd laat het hier afweten. Men wil andere dingen doen en die kerkelijke verplichtingen houden dat tegen. Bij moslims en protestanten is die kerkgang overigens ook onder jongeren nog best wel op niveau. Sociale druk, vaak vanuit het eigen gezin, zorgen hier veelal voor. Katholieken laten hun kerken meestal links liggen. En dat komt niet in de laatste plaats door alle schandalen die men in die kring toch maar moeizaam heeft willen toegeven of oplossen. Verzwijgen van de zonden der voorgangers onder deze groep is best een lastige als je zelf als gelovige allerlei regels krijgt opgelegd. Toch is ook bij de andere gelovigen een afname te zien van dat kerkbezoek. Een op de zeven gaat echt nog regelmatig en dan zijn dat meestal de wat ouderen die trouw zijn aan hun kerk. Nu is dat niet zo gek, want wellicht komt dan ook de angst voor het hiernamaals om de hoek kijken. Je weet maar nooit. Je leeft naar eigen idee een soort van zondig leven en op het laatst toch maar in berouw de regels volgen in de hoop op??

Ik weet het niet. Wel dat we ons in dit land toch eens moeten realiseren wat de meerderheid van ons volk eigenlijk is. Niet kerkelijk, niet gelovig en niet lid van een of ander genootschap. Waarom dan die angst voor de dominantie van een stroming die hier nog steeds een kleine minderheid uitmaakt? Zou die meerderheid gewoon niet eens moeten gaan eisen dat onkerkelijk de norm moet zijn en dat gelovigen een toontje lager moeten gaan zingen? Al dan niet met kerkmuziek op de achtergrond? Maakt het land vast een stuk leuker en de omgang met anderen plezieriger. Onkerkelijken van Nederland verenigt u! Er is werk te verrichten. Het kan nu nog! Bekeert u tot het niet godsdienstig zijn voor het te laat is!! (Beelden: Yellowbird archief)

Op stap in Keulen…

Zoals elk jaar reisden we ook dit keer weer met onze Soester vrienden richting een van de Duitse steden om daar van de altijd aardige Kerstmarkten te genieten. De aankleding van die steden is ook altijd warmer en leuker dan waar ook in Nederland en de combinatie met de altijd goed gevulde winkels maakt die trips het onthouden waard. Dit jaar viel de keuze op Keulen. Prachtig gelegen aan de Rijn, gezellig, en met diverse kerstmarkten die verspreid over deze stad te vinden zijn. Ons hotel lag wat buiten het centrum aan de andere kant van de Rijn, dus waren we aangewezen op het Openbaar Vervoer. En dat functioneert in Keulen toch wat anders dan in andere steden die we bezochten. Het was vrijwel ondoenlijk om een kaartje voor vier personen uit de automaten te halen die in de voertuigen te vinden zijn.

Het menu bleek onbegrijpelijk. Maar met wat hulp (..) van een controleur van dat OV lukte het ons om een kaartje te kopen. Daarna moesten we dat kaartje op vier plekken afstempelen. Onze oude strippenkaart in het kwadraat. Na zes halten waren we dan in het centrum, stonden op de Neumarkt en waren meteen in het kerstgewoel. Want op de Neumarkt staat een van die genoemde kerstmarkten. En meteen ook een leuke. Het centrum van Keulen bruist er omheen. Alle bekende grote winkels zijn er te vinden, er zijn diverse overdekte promenades, en er is de Dom. Wie in Keulen is moet daar even gaan kijken.

De grootste kerk van Duitsland en eenmaal binnen zie je pas hoe groot dat gebouw is. Alles is daar gratis te bezoeken, maar de bijbehorende schatkamer kost geld. Geen geld kost het om je heen kijken. Devotie komt in alle vormen, kleuren en maten zagen we, zeker in de buurt van het befaamde Maria-altaar, waar een zee van kaarsjes brandt. Wij deelden mee in die lichtopbrengst, want er zijn altijd mensen die het lastig hebben (gehad) en dan mag een extra prevelementje wel even. Naast de Dom ook weer een kerstmarkt. En zo bezochten we er meer. De sfeer is er top, de stalletjes gevuld met allerlei kunstzinnigheden en niet met braderiemeuk zoals we dat hier zo vaak zien. Keulen is een leuke stad. Druk ook. Heel anders dan we wel eens meemaakten in andere steden rond deze tijd. Er hangt een zekere chique zonder de protserigheid die Düsseldorf ons een paar keer bood. Leuke bestemming. Bedenk wel waar je wat wilt eten overigens, want de horeca is er bepaald niet voordelig. Een glas (goede) rode wijn voor bijna 10 euro schenkt men zo maar voor je in als je niet oplet. En dan dat OV….Maar verder?? Aanrader die stad aan de Rijn.

Onbekend katholiek juweel om de hoek…

Open Monumenten Dagen gaan vaak aan mij voorbij. We zien normaal al zo regelmatig bijzondere gebouwen en objecten door een jaar heen dat we nooit zo direct de behoefte voelden om ook dat speciale weekend daartoe te benutten. Maar dit jaar was dat anders. We togen alsnog naar het fraai aan de Amstel gelegen Ouderkerk waar men diverse objecten ter bezichtiging had open gesteld. Waaronder de als een pareltje te beschouwen Sint-Urbanuskerk. Een kerk die werd gebouwd in de 19e eeuw door Pierre Cuypers, de bekende katholieke bouwmeester en architect. Het gebouw staat in het oudste deel van het dorp aan de naamgevende rivier, niet ver van de plek waar ooit de oudste kerk van dit gebied heeft gestaan, aangeduid als de Amstel Kerk. Want hoe vreemd dit ook moge klinken, Ouderkerk bestaan al flink langer dan Amsterdam zelf en het bisdom van lang geleden gaf Ouderkerk voorrang bij de bouw van een stevige kerk voor de vissers en boeren van toen die van heinde en verre kwamen om hun katholieke geloof in die kerk te belijden.

Voor Amsterdam werd later een subkerk gebouwd in het hart van het toenmalige centrum van de stad en die grote kerk heet nog steeds de Oude Kerk (eerder over geschreven) en kent in zijn geschiedenis een directe band met dat gebouw in het 8km verderop gelegen dorp. Hoe dan ook, de reformatie en wat branden maakten dat voor de katholieken geen plek meer was in het intussen door protestanten overgenomen Amstellands gebied. Dat kwam pas een beetje terug in de 19e eeuw en toen pakten die katholieken dan ook meteen stevig uit. St. Hubertus werd de naamgever. Een Paus uit de oude tijden waaraan de gelovigen in dit gebied meer belang hechtten dan aan de vooral op macht uit zijnde Bisschop van Utrecht die in Amstelland naar verluid niet zo lekker lag.

Cuypers pakte bij ontwerp en bouw echt uit. Niet alleen maakte hij een zgn. Kruiskerk, met een stevige toren, maar ook een prachtige pastorie en hij ontwierp zelfs het fraaie orgel. Bij recente renovatie van het gebouw haalde men achter witgekalkte panelen schitterende afbeeldingen tevoorschijn die in het oorspronkelijke ontwerp de parochianen al zullen hebben geïmponeerd. Ook de prachtige tegeltableaus waarop de laatste gang van Christus richting de kruisiging, zijn een culturele lust voor het oog. Men heeft de Urbanuskerk aangepast aan de moderne tijd. Het altaar is gedraaid, de biechtstoelen deels opgedoekt en er is geen verhoogd spreekgestoelte meer voor de pastor die hier zijn werk doet.

Maar verder ademt deze kerk echt de sfeer van het rijke Roomse leven. Overigens kent deze omgeving maar liefst vier Sint-Urbanuskerken. Een in Duivendrecht, een in Bovenkerk, onlangs nog zo jammerlijk door een grote brand deels verwoest en een ook erg fraaie en opvallende in Nes aan de Amstel. Dat je die naam Urbanus elders niet tegen zult komen geeft wel goed aan dat men hier in deze polderachtige veenomgeving niet hield van machtsbeluste bestuurders in het verleden. En dat doet men nu nog niet. De kerken met die naam maken duidelijk waarom niet. Fraai, sfeervol en met gedreven mensen achter de schermen. (Beelden: Yellowbird photo)

St.Pieterskerk Turnhout

Wie mij kent weet dat ik nog altijd iets heb met kerken. Soort culturele musea die voor velen een directe lijn met de hoger geplaatste in de hemel voorstellen of een bron van rust. Voor mij toch vooral plekken om me te verwonderen over de mate van aanbidding die hele volksstammen schonken aan die God-in-den-Hoge. Bij de oer-gelovigen, zij die Rome aanhingen als enig ware stroming, was soberheid vaak niet de meest voorkomende eigenschap. Het moest allemaal opgesmukt en aangekleed en op goud noch zilver werd er gespaard. Men brandschilderde de ramen, maakte spreek/biechtstoelen die de gelovigen duidelijk in een vooropgesteld nadelige positie brachten en zette bankjes neer die zo oncomfortabel waren dat je god letterlijk dankte als je gewoon op mocht staan en naar huis kon. Al die dingen komen samen in de kerkgebouwen die nu nog overeind staan.

In katholiek gebied zijn dat er heel wat meer dan in het toch wat ontkerkelijke noorden van de oude Nederlanden. Laten we wel zijn, dat Belgie was ooit niet meer dan een onderdeel van het door de Oranjes geleide Nederland. Maar geloof en afkeer van de ketters uit het noorden zorgden voor scheuring. De Belgen zijn dus overwegend katholiek gebleven en dat is hen te prijzen. Hun kerken laten ook zien dat men extra aankleding niet schuwde en zelfs kitsch durfde toe te voegen aan dat wat bij de Roomsen al vaak overdadig werkte. De St.Pieterskerk in Turnhout (Antwerpen) staat op het grote plein in het centrum waar ook de meeste horeca van de stad te vinden is.

Het is een fraaie kerk, aangekleed zoals ik beschreef en in de diverse zijbeuken kom je al dan niet open gestelde altaren tegen die voor een deel god de vader, zijn zoon of de heilige moeder Maria vereren. Het spreekgestoelte van de priesters die hier de heilige katholieke mis leiden en daar prediken, is echt een wangedrocht. Het ding is een 19e eeuwse kopie van een soortgelijk object in een van de Antwerpse kerken, maar dat maakt het nog niet mooi. Leuningen als takken van een eik, in chocoladebruin uitgevoerd. Het is mij te erg. Neemt niet weg dat ik de strekking wel snapte. Ook de biechtstoelen zijn zo! Wat was dat toch een mooi fenomeen bij de katholieken, dat biechten.

Gewoon even de zonden laten wegwissen door de priesters die afgezonderd tegenover je zaten en ‘hup’ met wat berouw en gebeden kon je weer verder, die biechtstoelen  zijn hier dus ook pompeus van vorm en doen bijna een glimlach op de lippen verschijnen. Maar alles bij elkaar is dit een fraaie kerk, gemaakt en gebruikt in de beste Roomse tradities. En gratis toegankelijk. Een fenomeen dat we bij de grotere kerken bij ons in Nederland nog wel eens zien verdwijnen. Verdienmodellen en zo meer… Mocht je in de buurt zijn, Turnhout ligt een kilometer of 45 van Eindhoven en is goed bereikbaar. Ga er eens heen en dan ook deze kerk binnen. En verbaas je. Net als ik deed. (Beelden: Yellowbird Photo)

Jeugdvermaak….

Het is weer zomers qua zon en temperaturen buiten en dan komen traditiegetrouw de onderzoekingen voorbij door afgestudeerde mensen die van alles en nog wat uitzoeken waarvan het nut soms wel maar ook vaak niet te bewijzen valt. Komkommertijd of zo. Onlangs was er weer zo’n onderzoek. De ‘jeugd’ zat te veel achter de computer en kwam te weinig buiten. En dat ‘was slecht voor de ontwikkeling van fysiek en herseninhoud’. Nu twijfel ik vaak aan dat laatste omdat pubers sowieso vaak gedrag vertonen dat leeghoofdigheid doet vermoeden. Maar dit terzijde. Wat zijn trouwens de uitkomsten van die onderzoeken na een x-aantal jaren? Er wordt zoveel in beweerd wat lastig te controleren valt. Immers, een aantal jaren geleden wees men weer naar andere oorzaken van verkeerde tijdsbesteding. Altijd was er wel een of andere reden te twijfelen aan goed opgroeien van die jeugd als men dit of dat zou blijven doen.

En is dat ook zo? In mijn jeugd waren de kerken sterk van organisatie en maakten zij de normen en waarden die ons allemaal in het gareel moesten houden. Handen boven de lakens, zowel jongens als meisjes moesten dat ondergaan, maar het waarom werd er niet bijverteld. Want zondig gedrag en o wee wat er dan met je kon gebeuren. Hersenverweking of een zwakke ruggengraat. Ik denk dat echt niemand later last had van zijn eigen experimenten. Integendeel. Zo ging dat ook met ons straatgedrag. Binnen zitten was er niet bij, buiten was het leven te vinden wat je moest leiden. Samen met je vrienden. Klooien, knokken, achter de meiden aan, op de brommer zinloos rondracen, roeien op groot water zonder dat je de zwemkunst beheerste en zo meer.

Wat waren we nog onder de indruk van zo’n uniform….andere tijden…!!

Toen we later groter werden kwam het werk, de studie, het meisje, de verkering, verloving en trouwen. Een carriere volgde vanzelf en alles wat daarmee van doen had. Wat tegenwoordig internet is was vroeger voor ons de jeugdfilm. In de bioscoop. Vecht- en oorlogsfilms! De pastoor had er van gerild. Maar wij deden wel inspiratie op. Later naar films voor 18 jaar en ouder. Avontuurlijk als je er in kon met je 16e. Gewoon goed aankleden en stoer kijken. Lukte vaak. En dan zag je dingen die volwassenen als bijzonder of spannend omschreven. Ongecontroleerd, en weinig nadenken over je latere opgroeiperiode. In de tussenliggende generaties was er wel weer iets anders wat ‘ons’ als jeugdigen zou kunnen beinvloeden. Maar het kwam altijd goed. Nu waren wij nog wel opgevoed met ontzag voor ouders, politie, leraren, kerkdienaren en zo meer. We spraken nog beleefd tegen ouderen, en liepen er zelfs door de week bij alsof we elk moment naar de kerk moesten. Normen en waarden waren er aardig ingeprent.

Dat is tegenwoordig wel anders, maar of dat nu ligt aan gebruik van smartphones of het spelen van games waag ik te betwijfelen. Er zijn kennelijk wel generaties opgegroeid zonder enige opvoeding die ook maar in de verste verte leek op wat wij  nog hadden meegemaakt. Men heeft maling aan gezag, de politie (maar ook abulancemedewerkers en brandweer) mogen worden aangevallen, ouders zijn geldkoeien, de echte kerken tellen niet meer mee en de selfiecultuur is ingeburgerd geraakt. Aan dat laatste zal ik nooit wennen. Van de 6.500 foto’s die ik alleen al met mijn iPhone heb gemaakt in een jaar tijd zijn er twee van mij zelf. Althans met mij als zelf verkozen onderwerp er op. Dat is omgekeerd evenredig aan wat de meeste jeugdigen tegenwoordig doen. Je zelf centraal stellen is nieuwe norm geworden en daaruit komt ook het verlangen naar respect krijgen. Terecht of niet. Maar dat is een ander onderwerp en wellicht opnieuw een onderzoek waardig. Ik ben wel benieuwd hoe mijn lezers hier en op de sociale media aankijken tegen het geschetste beeld. En houdt je niet in hoor…..

Over een historische plek…

Onlangs vernam ik via de hoofdstedelijke media dat het zgn. Stadsdeel Zuid van zins is om op een mij uit de jeugd zeer bekende plek een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Dit tot groot (en zeer te begrijpen) ongenoegen bij een deel van de omwonenden. Zoals ik wel vaker heb gesteld, de Amsterdamse stadsdelen worden meestal beheerst door wat linksig ingestelde types die het liefst zouden zien dat hun omgeving terugglijdt naar de oude tijden van voor de massa-industrialisering of de dagen van paard en wagen. Zou men in dit geval teruggaan naar die oude tijden (wat men niet doet hoor, want een parkeergarage levert ook heel veel geld op) kwamen we uit bij een periode in de geschiedenis waarin het rijke Roomse leven nog dominant was in die buurt. Want ik maakte die periode en specifiek daar in die omgeving zeer bewust mee. Op de plek waar men wil gaan bouwen stond ooit de grootste kerk van Amsterdam, de Sint-Willibrordus buiten-de-veste. Een echt enorm gebouw dat haar eenzame centrale toren tot ver buiten de stad liet zien. En dat hadden er meer kunnen zijn ware het niet dat het geld in de 19e eeuw al snel op was tijdens de bouw en men het oorspronkelijke ontwerp vann architect Kuypers los moest laten. Maar dit neemt niet weg dat dit de grootste neogotische kerk was die ooit in ons land is neergezet. Hij was 100 meter lang, 46,5 meter breed en ook nog eens 60 meter hoog.

De omvang van die kerk weerspiegelde meteen veel rond de samenstelling van de bevolking toen. Die was in die jaren overwegend katholiek, een kleiner deel zoals dat toen heette ‘protestant’ en er waren ook nog wat mensen die ‘niets’ waren. De buurt Oud-Zuid waartoe deze omgeving behoorde lag opgesloten tussen de Stadhouderskade aan de ene kant en de Jozef Israelskade aan de andere. De Amstel was weliswaar een aardige barrière, de vele bruggen over die rivier maakten dat ook katholieken uit het oostelijk deel van de stad naar deze grote kerk konden komen in geval van verplicht gebed. Die kerk had een nevengebouw, de lagere (Sint Martinus)school, die uiteraard ook zwaar katholiek onderwijs verzorgde en in een belendend pand gaf men dan ook nog sport/gymnastiekles. Ergens aan het einde van de jaren zestig ging het echter in dubbel opzicht mis. Het katholicisme leed sterk onder de ontkerkelijking, het aantal gelovigen liep sterk terug. De door Kuypers gebouwde kerk begon het wellicht daardoor letterlijk en figuurlijk te begeven. Het geld voor restauratie intussen op.

De parochie verhuisde naar een foeilelijk laag maar nieuw gebouw, midden tussen de huizen van de eerder genoemde buurt. De oude kerk werd in 1970 afgebroken. Al snel verrees er op het open terrein een bejaardencentrum, de oude lagere school werd daarop gekraakt. Later, eind jaren zeventig, is die school alsnog afgebroken en werd het bejaardenhuis nog wat verder uitgebreid. Maar de tijden zijn veranderd. Bejaarden moeten kennelijk thuis in de tuin van hun kinderen worden opgevangen, liefst in de schuur of zo, dat bejaardencentrum is over de houdbaarheidsdatum heen. De buurt door de decennia heen bevolkt door yuppen, nieuwkomers, jongeren. Dus moet er zo nodig een parkeergarage komen. Voor al dat ‘vreselijk blik’ dat dan uit de straten kan worden gehaald om het dorpse gevoel voor de bestuurders van het stadsdeel terug te brengen in de grootste stad van Nederland.  Een schande is het in mijn ogen. Maar ja, de moderne tijd en zo meer. We moeten er maar aan wennen dat niets blijft zoals we het graag zouden willen. Nou ja, als je een normale burger bent en niet behoort tot de minderheden. In dat laatste geval kan dan wel alles. Wellicht moet ik toch maar weer beleidend katholiek worden. Dan behoor ik in deze omgeving weer tot een minderheid die op veel begrip kan rekenen. Wie weet wat ik dan nog kan bereiken…

Edam….

WP_20160813_018De eerder verhaalde opvolging van Tommie door een nieuwe navigator voor in de auto maakte dat we op de dag van aanschaf van die nieuwe wegwijzer in zakformaat onderweg waren van Hoorn naar onze eigen hoofdstedelijk omgeving, maar dan wel via de IJsselmeerdijk en de weggetjes die daarlangs leiden. Een aan te raden route voor als je wilt onthaasten of houdt van schapen tellen. Af en toe even stoppen en op de dijk naar het water en de boten kijken. Vanuit Warder, een van de gehuchtjes daar, kan je bij goed zicht Amsterdam zien liggen. Een tussenstop voor een broodje en wat thee maakten we in Edam. Nu ligt dat b.w.v.s.. op fietsafstand van Amsterdam, ik ben er in mijn bewuste leven nooit echt geweest. Wel in de buurgemeenten Monnickendam of Volendam. Maar Edam kende ik alleen van de kaas die men daar maakt met een wereldwijd bekende klank.

WP_20160813_024Dat Edam is best een aardig plaatsje. Onderdeel van de Gemeente Edam-Volendam kent het in totaal 28.500 inwoners. De naam van het stadje is afgeleid van het feit dat men indertijd gelegen was aan de rivier de IJe of E. En dat leidde dan weer tot Edam. Dat riviertje mondde ooit uit in de Zuiderzee, maar werd later omwille van de veiligheid (bij slecht weer en hoogwater wilde de boel nog weleens blank komen te staan) afgesloten. De haven van de stad was daarmee een zinloze onderneming geworden, men richtte zich dus uit nood op andere vormen van nering bedrijven. Kaashandel was daarvan een heel belangrijke en dat deed men met verve toen de (zee)havens dicht moesten.

WP_20160813_028Toch is goed te zien als je in het buitengewoon fraaie historische hart van de stad loopt dat men hier goed geld verdiende in de jaren van die handel. De huizen zijn buitengewoon rijk, de trapgevels doen denken aan Amsterdam en ook de grachtjes helpen bij dat beeld. Er staat een heel fraaie kerk, de St.Niklaas, die een toren heeft die je elders in het land niet ze snel zult aantreffen. Die toren noemt men een speeltoren en stamt uit de 15e eeuw. Voor wie zoekt naar vermaak, dat is er genoeg. Een museum, de nodige horeca, rondvaarten, markten, en voor wie een leuke foto wil maken in de vorm van een selfie op locatie moet daarvoor echt even op de brug bij de Dam gaan kijken vlak bij het stadhuis. Wonderlijke stenen constructie, maar bij glad wegdek niet aan te raden met glad schoeisel. Edam was een prima tussenstop. Wij genoten er even van de gastvrijheid en de omgeving. Net als een bundeltje toeristen die er vermoedelijk per fiets verdwaald waren geraakt maar er nu blij verrast rondliepen. Met iets lekkers in de hand vaak. Helaas geen brokken kaas. Die nam men vermoedelijk mee naar huis.

Naaktheid…

Vrouwenrug met tattoo'sWat is dat toch met de mens dat hij na alle eeuwen van geestelijke en lichamelijke ontwikkeling nog steeds het idee heeft dat het eigen lijf niet bloot gezien mag worden. Met een enkele uitzondering daar gelaten natuurlijk. Laten we wel zijn, naturisten of nudisten zien het als groep niet als een probleem om in hun nakende niksie over het strand, door het bos of eigen tuin te lopen. Het liefst zouden ze dat overal doen maar stuiten dan op het onbegrip van hen die van huis of godsdienst uit hebben moeten leren dat we ons vooral moeten schamen voor het mens zijn en onze daar aan verbonden eigen naaktheid. Voor veel nieuwe Nederlanders is bloot samen douchen na het sporten al een ramp, dat doen ze daarom echt niet. Vanuit hun geloof of cultuur wellicht nog wel te begrijpen, maar wij maakten in de afgelopen 50 jaar binnen onze cultuur toch een vorm van revolutie mee op dit gebied zou ik denken. Niets lijkt minder waar. We schamen ons weer massaal voor ons lichaam en dat heeft geleid tot een zekere vertrutting. Merkbaar op de stranden. Topless is alleen daar nog in waar geen toeschouwers te vinden zijn.

Sportive peopleDe mobiele telefoons zijn daarbij mede een soort van culturele ramp gebleken. Voor je het weet staat je hele blote hebben en houden op het internet. Geen reclame zo mooi voor een pestcampagne of chantage als dat. Ouderen schamen zich op hun beurt weer voor wat er zoal hangt of de omvang van hun buiken of borsten. We kunnen onze status kennelijk alleen ontlenen aan de wijze van kleden. Terwijl we allemaal naakt worden geboren. Of er moeten boerkabevallingen bestaan…wat ik niet geloof. Vroeger werden in dat kader overigens ook bij de christelijke stromingen bevallingen gedaan verstopt onder lakens. En doktoren dienden toch vooral snel te vergeten hoe het naakte onderlichaam van de bevallende moeder er uit zag. Vreemde moraal toch. Als je terugkijkt in de geschiedenis zie je dat we niet altijd zo preuts zijn geweest. Naaktheid kwam vroeger zelfs in sommige culturen met een strenge geloofsgrondslag voor.

Female - 1 2317622041_81cfabb122Beeltenissen van bijbelse verhalen lieten ook vaak een (half)naakte Christus zien en engelen die met hun blote reinheid en zonder behaarde bedekking in het rond fladderden. Tot we ineens vanuit kleinburgerlijkheid beseften dat alles wat bloot was kon leiden tot seksuele handelingen. Ontucht, erotiek, overspel, onanie, masturbatie, bedenk een zonde en die stond wel in het Handboek van de bijbelse of burgerlijke erotische Soldaat. Weg ermee! Alles onder lagen kleding en liefst de lakens met de handen er bovenop. Zelfs in mijn jeugd hielden pastoor en kapelaans de wind er op dit punt aardig onder. Anders dan je wel eens hoort over die Roomsen was tucht en orde op dit punt wel aan de rechtschapen geestelijken over te laten. Misbruik kwam er in mijn geval niet voor en naaktheid werd er zeker niet op prijs gesteld. Vreemd dat je dat toch wat met je mee draagt. Bij de refo’s en huidige moslims zie je hetzelfde. Spastische reacties. Bedekken in plaats van onthullen en wijzen naar hen die er maling aan hebben als zijnde zondig of hoerig. In die zin is er weinig verbeterd in die afgelopen tien jaren. Terug naar de 19e eeuw. Een naakte enkel was toen al heel wat.
1912 - hele-ivor-henry-thomas-1912-19-nude-with-bangle-1622620De boezem bleef bedekt, het mannelijk geslacht zeker niet getoond. Alles onder de lakens en hele lagen kleding. Met alle gevolgen van dien. De frustraties en seksuele afwijkingen stammen vaak dan ook uit die tijd. De katjes knijpen in het donker eveneens. Wie elke dag toegang heeft tot alles wat bloot is zal minder in de verleiding komen dat hij/zij waar alles wordt afgedekt en onbesproken blijft. Kortom, ik pleit voor het afwerpen van het dagelijks kleed. Te beginnen bij de dames uiteraard. Als die nu voor gaan in de strijd, zullen wij mannen vast snel volgen. Al vrees ik dan wel voor de kleding-industrie….Die heeft het al zo lastig. Zou het wellicht daardoor komen? De tabakslobby blijkt ook lastig te verslaan. Zal bij de kledinglobby wel niet anders gaan. Jammer, maar helaas……

Langdurige verbintenissen

03_artikelkopfgalerie_876x584-c08bffead6d218f4Eerder dit najaar beschreef ik al mijn eigen ervaring met een langdurig huwelijk. Naar nu uit cijfers van het CBS blijkt ben ik samen met mijn partner-in-wedding bepaald geen uitzondering. Het lang durende huwelijk is iets van vroeger kennelijk, want er komen steeds meer mensen bij die 50,60 of zelfs 70 jaar getrouwd zijn. Een gevolg van de veilige keuzes die veel stellen maakten in de jaren veertig, vijftig en zestig van de vorige eeuw. Wilde je samen zijn en de relatie ‘consumeren’ moest er getrouwd worden en liefst met een vruchtbaar gevolg. Dat was op zich logisch, want wat wist je als jong getrouwde uberhaupt over seks of voortplanting. Nou ja, je had natuurlijk wel door hoe het ongeveer werkte, maar bedacht ook niet meteen dat als je A met B vermengt dit kan leiden tot een resultaat dat het na negen maanden op een schreeuwen zet. Althans, dat is het algemene beeld dat ik verbind aan die toenmalige huwelijken. Ik had het geluk zelf een oudere broer te bezitten die al heel vroeg in zijn leven ‘biologie studeerde’. Maar dan in de praktijk en waar dat toe leidde kon ik dus als jong ventje meemaken.

Family in the U.S.Dan leer je veel. Maar ik wist ook dat het met die ene wel ultiem moest zijn. Dat is tegenwoordig wel anders. De jeugd experimenteert er vrolijk op los en als men na partner nummer vijf en zes meent dat die ene specifieke man of vrouw de beste technieken combineert met een maatjesgevoel dat vertrouwen schenkt komt men nog wel tot samenleven en misschien ook tot een huwelijk. In die zin is de neiging om uit sleur bij elkaar te blijven minder groot. Immers, je weet dan wat elders interessant is of aantrekkelijk, maar dat ‘samen’ ook wel iets te bieden heeft. Onze generatie groeide echter op met dat huisje-boompje-beestje denken. Niks buiten de deur eten! Je mocht best trek krijgen, maar wel graag thuis eten. Vandaar dat die huwelijken het zo lang vol houden. Daar komt nog bij dat veel mensen in leeftijd ouder worden. Ook al een oorzaak voor die langere huwelijken. Mannen worden ook ouder, elke tien jaar gemiddeld wel weer een jaar er bij. Scheelt veel, want de gemiddelde man is binnen een huwelijk ouder dan zijn vrouwelijke partner. Ging hij vroeger al flink wat eerder ‘hemelen’, tegenwoordig blijft hij langer doorgaan met ademen en blijven die huwelijken alleen daardoor al zo trouw in stand.

REC_0003_editedNiks mis mee, en goed nieuws voor mannen. Die vaak niet zelf kunnen koken, en mede daardoor al hun vrouwen op handen dragen. Maar de kentering komt er aan. Na een piek in de komende jaren neemt het aantal echtelieden dat goud, zilver, of zelfs platina gaat bereiken sterk af. Latere generaties, zij die langer doorleven in de onderzoeksfase of studie, trouwden later of helemaal niet. Tja, en dan valt er later weinig te vieren. Maar misschien genieten die dan wel weer van de ervaringen elders. Veel mensen met langdurige verbindingen reizen minder, zoeken minder avontuur, nemen ook geen risico’s, terwijl dat latere generaties bijna op een presenteerblaadje werd aangeboden. Kortom, ook daarin zie je de verschillen in moraal, maar ook de verlegging van interesses. Geniet nu en leef later! Hoe ging het bij de lezers? Lange huwelijken? Of toch maar eerst experimenteren en daarna kiezen voor evt. zekerheid? Ben benieuwd!