God…

God…

In tijden van nood mag en moet men dopen of bidden. De afgelopen maanden van dit bijna voorbije jaar 2020 maakten wel duidelijk dat in sommige stromingen een crisis leidt tot grenzenloze behoeften om in kerk of gebedshuis samen te komen en de persoonlijk vereerde Heer (nooit een dame) te aanbidden en hulp te vragen.

Want daar zijn we als mensen goed in. Als we denken dat we het zelf niet kunnen redden moet die alles ziende en beheersende God (of hoe hij bij al die stromingen heet) oplossingen bieden. God als marionettenspeler voor mensen die menen nog steeds een uitverkoren ras te zijn dat uniek is binnen een schepping die slechts dient ter lering en vermaak van ons mensen. Wetenschappers zijn er aardig in geslaagd te duiden waar al dat godsgeloof vandaan komt.

Het zit in ons aller angst voor de dood. We denken, dus we bestaan, zou dat aardse leven ophouden moet er toch een deel van ons doorgaan op dezelfde basis. De ziel krijgt een eeuwig leven. In alle variaties kom je dit tegen bij de meeste grote geloven. En dat al door de vele eeuwen heen. En er wordt flink gekopieerd door al die geloven. Analiseer ze maar eens en je ziet dat veel is terug te voeren naar oergeloven uit de oudheid en we daar ook de nodige vieringen en vereringen aan danken. Of je dus een boom, rots of de zon aanbidt, het godsbeeld is gelijk. Mensen willen dus kennelijk geloven in iets hogers, verheveners.

Al doet in ons land meer dan de helft van de inwoners helemaal niets met dat geloof. Men ziet het humanisme als leidraad, lost zelf problemen op en gaat uit van het grote zwart na de dood. Gelovigen is dat een gruwel. En die gruwel moet soms met donder en geweld opgelegd aan anderen. Wat ik dan weer niet snap. Want geloof is ook een persoonlijke keuze. Al worden niet voor niets zoveel kinderen op babyleeftijd gedoopt of half gecastreerd om ze zo in te lijven in het gewenste geloof. Godsdienst versus een liefdevolle god. Vroomheid versus zondig gedrag.

De greep op de gelovige mens is groot. Niet voor niets vastgelegd in grote handboeken vol verhalen. De toorn van de Heer is daarin leidraad. Je houdt je aan de regels of…… En daar gaat het dus mis. Kerstening, islamisering, dreiging en geweld. Welke god ook, zo zal het niet bedoeld zijn geweest. Liefde het uitgangspunt. Dat moeten we willen als we dan toch geloven. Dood en verderf zaaien kan niet het basisidee zijn. En zo ja raad ik iedereen aan te stoppen met dat geloof. Want echte bewijzen voor het bestaan van profeten en brandende en pratende braambossen is nooit geleverd.

En om daar nu mensen voor om zeep te helpen….Nee! Die god van al die mensen die daar achter aan sjouwen moet naar mijn idee pure liefde zijn, je moet je er goed bij voelen en vervuld van verlangen om dat gevoel uit te dragen. Zonder zwaard, geweer of bommen. Intussen blijf ik zelf voor dit verhaal en de vergelijking maar liever geloven in zoiets als het naturisme. Ook een prachtig geloof en zeer tastbaar. Maar voor velen ook best een brug te ver. Overigens wie dat gelooft is voor alles vatbaar. Op naar 2021……(Beelden: archief)

Biecht…

Biecht…

Wat is het fijn om katholiek te zijn….. Mooie slogan, zeker in de tijd dat dit geloof nog echt inhoud voor me had. Want je kreeg, in tegenstelling tot veel anderen in de omgeving, nog echte normen en waarden meegeleverd bij dat geloof in een hogere macht die alles zag en daarop boos kon reageren als je niet snel genoeg spijt betoonde en om vergeving vroeg.

Dat kon vrij simpel bij de Roomse kerk, want het instituut biecht bestond daar. Daartoe moest je dan in de grote katholieke kerk om de hoek van onze woonstraat op gezette tijden naar een afgescheiden hoekje van het gebouw waar je dan zgn. biechtstoelen trof waarin een vertegenwoordiger van God en Paus achter een gordijntje wachtte op de bekenning der zonden. Nu was ik niet zo sterk van die zonden, dus die biecht was best een opgave. Hoe beken je iets wat je niet hebt gedaan. Maar het geloof ging niet uit van zondenvrij leven, achteraf snapte ik wel waarom. Wie vrij van zonden is werpe de eerste steen en die gelovigen bleken en blijken op een aantal punten niet geheel vrij van blaam t.a.v. de eigen Tien Geboden.

Voor een jong mens was het dus in dubbel opzicht een martelgang. Maar God zal dat best hebben geweten. Die vergaf me alles. Ook de leugentjes die ik maar ‘bekende’ en de koekjes uit de denkbeeldige trommel thuis die ik me zogenaamd ongevraagd had toegeeigend. Ik deed dat nooit, keek wel uit, banger voor de toorn der ouders dan die liefdevolle maar strenge God, want die had ik nooit gezien of gevoeld, de handen van mijn leasepa wel. Biechten dus. En dan als penitentie een paar oefeningen van berouw bidden. En klaar was de meninggever weer. Met een zucht van verlichting de kerk uit.

Tot de volgende keer. Zolang ik op school zat en onder het strakke regime viel van de kerk hield ik het vol, daarna nooit meer gedaan of geweest. Als God bestaat weet hij wel dat ik me min of meer aan zijn regels heb gehouden en ook dat ik soms rechter in de Leer was dan vele van die vertegenwoordigers die de katjes in het donker knepen. Zeker toen. Gelukkig deden ze ook veel dingen goed. De rest vergeef ik ze. Maar wel even 600 oefeningen van berouw bidden….op de stenen vloer van een koude kerk….(Beeld: Yellowbird beeldarchief)

Banvloek en gekwetsheid..

Wie in vroeger tijden niet deed of uitsprak wat de machthebbers van hen wilde of afdwong, kon rekenen op vervolging en eventuele banvloek. In dat laatste geval was je niet meer welkom in de kerken en wist je zeker dat het Hemelse rijk later niet voor jou beschikbaar was. Een dwangmiddel dat schrik aanjoeg. Wie tegenwoordig andere meningen verkondigt dan een bepaalde elite wil horen, mag rekenen op ongeveer hetzelfde. Maakt niet meer uit wat je verder voor goeds doet of zegt, de politieke en publieke banvloek treft je. Wilders en Baudet sprekende voorbeelden. Opmerkelijk daarbij dat vooral het zichzelf christelijk noemende CDA daarbij een dubieuze rol speelt. Zeker als je bedenkt dat ze als partij niet wil samenwerken met genoemde politici, maar aan de andere kant vrolijk coalities smeedt met het communistische GroenLinks of het anti-democratische D66. De dubbele moraal is stuitend.

Maar ook een persoonlijke banvloek kan een dingetje zijn. Soms kom je dat tegen tussen familieleden. Bert van Leeuwen met zijn geweldige programma (vind ik) ‘Het Familiediner’ moet dan zaken oplossen die soms jaren spelen en waarbij geen van de twee partijen ook maar een kleine stap richting de ander wenst te doen. ‘Mijn deur staat altijd open, maar eerst excuses’ een veel gehoorde kreet. Vaak krijgt de programmamaker het weer voor elkaar om de partijen aan tafel te zetten, maar het gaat ook wel eens mis. De banvloek uitgesproken en geen behoefte meer aan contact. Het blijft schuren. Zeker ook omdat je als mens zou moeten beseffen dat het leven niet oneindig is. Ook al denk je dat wellicht als je 30,40 of 50 bent. Ook opvallend, die conflicten spelen zich juist vaak af in christelijke gezinnen of families waar men toch de normen en waarden van de Heer als uitgangspunt nam of neemt. Vergeving zit kennelijk dan wat minder in de genen. En die genen kom je ook tegen onder vrienden. Soms gaat dat jaren goed, en dan ineens….over en uit. Net als bij partners voor het leven. Gelukkig getrouwd, tot de koek op is en een verliefdheid elders een einde maakt aan de sleurvolle droom die sommige relaties kenmerkt.

Na de scheiding komt de banvloek. Ik maakte dat zelf ooit mee als kind en weet hoe dat is. Gescheiden ouders en een verbittering aan de kant van de ouder die met de kinderen achterbleef. Banvloek het gevolg. Je wordt er niet vrolijker van. Het gesprek aangaan is meestal toch de beste weg. Maar er zijn uitzonderingen. Ik maakte ze vooral werktechnisch mee. Mensen die je zo kwetsen of kapot maken dat je niet anders kan dan de banvloek uitspreken. Nooit meer wil zien, of spreken. Onlangs overkwam me iets wonderlijks. Een van die mensen uit een werkverleden, nog steeds boos makend hoe ik daar werd behandeld, liet ik verder 30 jaar lang compleet met rust. Ik wilde hem/haar nooit meer zien. Te gekwetst, te trots om dat toe te geven, nu voor het eerst. En dan ineens op Linkedin een contactverzoek. Ik kon het eerst niet geloven, maar bleek serieus bedoeld. Nee, ik kan en kon dat niet opbrengen. Dus toedeledokie. Weg ermee. En anderen blijven achter een ban zitten. Geblokkeerd omdat ze beledigende teksten uitten of zo op de persoon speelden dat het niet meer fatsoenlijk was. Of die vriendin die bij haar afscheid zoveel verwijten maakte en zo weinig invoelend bleek dat het bijna verdriet deed. Banvloek. En let op, wie nu verkeerd reageert op mijn verhaal riskeert ook…..Dus doe je best om het leuk te houden. (Beelden: Internet)

Self service…

Tuurlijk, een taboe voor velen, maar als je bekijkt hoe lang we er al mee worstelen of dit acceptabel menselijk gedrag is of niet, wel een onderwerp om eens aandacht voor te hebben; masturbatie onder mannen en vrouwen. Het waarom zit toch vooral in de becijferingen die tijdens het hoogtepunt van de corona-ellende over ons heen kwamen. Al is de vraag in hoeverre mensen eerlijk antwoord geven op relevante vragen rond dit onderwerp. Zeker in deze toch wat vertrutte tijden best een extra groot taboe. Mensen die door virus en overheid opgehokt werden kregen volgens de media ineens ofwel minder zin in seks met de partner, dan wel meer, maar in het algemeen nam de frequentie van het zich zelf plezieren cijfermatig zeker toe. Nu is dat nog niet zo spannend omdat in die cijfers ook mensen zitten die geen partner bezitten en dus wel het risico lopen droog te komen staan in deze zware tijden. Maar ook onder gehuwden stegen de momenten van zelf opgewekt geluk flink. Men nam de tijd voor zichzelf en dat is verder uiteraard prima.

 

Zeker als je ziet dat het juist ook onder vrouwen opgeld doet. En dat is iets waar we toch even bij stil mogen staan als we bedenken dat pakweg een eeuw of anderhalf geleden vrouwen niet werden geacht zich seksueel te vermaken of te ontladen. Dat was voorbehouden aan mannen en de vrouw diende als opvangplek voor al het door hun partner voorgebrachte zaad, wat dan weer moest leiden tot zwangerschap. Dat een vrouw ook behoefte kon hebben aan een verlossend hoogtepunt was iets dat niet werd besproken. En masturbatie voor man en vrouw zat naar de normen van de toen zwaar het maatschappelijke (KERK)normbesef bepalende beleid en gevoel, in de verdomhoek. De geschiedenis van Onan uit de Bijbel vaak aangehaald als zondig en verspilling van zaad dat weer kon leiden tot nieuwe kleine mensjes die je tenminste kon dopen en aan de kerkvolkeren toevoegen. Op enig moment begon in de psychiatrie van toen een fenomeen de kop op te steken dat men omschreef als vrouwelijke hysterie. Vrouwen werden soms letterlijk bijna gek en kwamen dan in aanraking met de professionele hulpverlening van die jaren.

Toen die tot het inzicht kwam dat er iets fysieks ten grondslag lag aan die hysterie bedacht men na enige tijd en veel onderzoek een elektrisch instrument dat je nu mag zien als voorloper van alle hulpmiddelen die je via internet of speciale winkels gewoon kunt kopen voor de moderne naar ontspanning snakkende vrouw. Toen was dat zeer revolutionair, controversieel maar zorgde ook voor dusdanige verlichting van het leed (deels door de Victoriaans/christelijke moraal veroorzaakt) dat vrouwen na enige tijd als genezen de klinieken uitliepen en ineens wisten wat ze zouden willen van hun mannen. Niet dat die nu meteen begripvol reageerden. Indertijd was de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog best wel een dingetje. En in sommige culturen is dat nu nog zo. Een vrouw dient geen plezier te beleven aan de seksactiviteiten, de man dient dat plezier te voelen, de vrouw even niet. Die mag (be)dienen.  Bedenk maar eens dat in sommige culturen de vrouwelijke genitalien worden verminkt om dat plezier voor altijd weg te nemen. Hoe barbaars mag het zijn?

Dan is zelfs het plezier van het eigen lijf je voor altijd ontzegd. Chagrijn en wellicht hysterie het gevolg. Maar laten we het leuk houden. Het fenomeen van het zelf plezier maken zorgt voor veel ontspanning, bestrijdt slaapgebrek, je hoeft er geen ingewikkelde relaties voor op te bouwen en je mag alle tijd nemen van de wereld. En als we iets hadden in die coronatijd, was het dat wel. Overigens ben ik wel benieuwd naar onze wereld over een maand of wat. Want al die seksgedachten zullen toch ook wel weer leiden tot de nodige zwangerschappen. Behalve daar waar men slechts aan het eigen plezier heeft gewerkt natuurlijk….daar niet.  (Beelden: Internet – info uit het plaatje met cijfers dateert van voor de Cofid19-crisis )

Grote Klasse(n)!

Natuurlijk blijf ik wat ambivalent aankijken tegen het strenge katholieke onderwijs van vroeger. Maar een ding is zeker, grote klassen of niet, het onderwijs dat werd gegeven stond als een huis. Niet alleen wisten we hoe de Nederlandse taal in elkaar stak, we leerden goed rekenen, kregen inzicht in de geschiedenis van ons land, leerden cultuur (h)erkennen, er werd gedaan aan gymnastiek en zwemmen en men wist je ook nog bij te brengen dat de tien geboden er niet waren voor de lol van de kerk maar vooral om je als beter medemens de maatschappij ingestuurd te krijgen. En voor de goede orde, de klassen en scholen puilden ook toen uit. Niet in de laatste plaats omdat de geboortegolf van na de oorlog heel wat (katholieke) gezinnen flink wat nageslacht bezorgde. Maar de inzet van al die leerkrachten van toen, veelal van de degelijke soort met harde handen en een gevoel voor discipline dat er niet om loog. Wie niet wilde horen moest maar voelen. Ik heb er na een incident in de eerste klas waarna mijn stevig gebouwde stiefvader even verhaal ging halen toen ik door zo’n katholieke broeder en paar stevige rode wangen was bezorgd nooit meer last van gehad.

Wel een nadeel van dat onderwijs. Maar toch! Ook de inzet op zelfontplooiing die je werd bijgebracht. Wie verder wilde komen moest vooral hard werken (in het aanschijns des…) en flink leren. Ik kon er zelf goed mee omgaan. Nu kijk ik weleens mee naar al die discussies en protesten van de moderne leerkrachten die meer, meer, meer willen voor minder, minder, minder. Tuurlijk, de problemen zijn vast groot. Bureaucratie, regels, maar zeker ook een vrij pluriform aanbod van leerlingen, waarvan een deel de Nederlandse taal niet machtig is. Dus stress. Maar zou die stress vroeger ook niet hebben gegolden? Wij moesten ook op zaterdagochtend nog gewoon naar school. En je moest elke woensdag (en zondag) vroeg naar de kerk. Altijd waren er leerkrachten bij. En die hielden bij of je er was en hoe jij je gedroeg. Kerkbezoek als rapportcijfer. Maar voor die aanbieders toch ook extra werkuren. En ik denk niet dat ze er dik voor betaald werden. Immers, roeping en zo meer.

Navraag bij vrouwlief die hetzelfde meemaakte bij een nonnenschool deed me constateren dat die lui in die jaren toch heel bevlogen moeten zijn geweest. Een paar jaar na mijn stopzetten van de katholieke opleiding was het eigenlijk ook wat afgelopen in onze streken. Het moest anders volgens de Mammoetwet van de scholing en daarmee daalde het kwaliteitsniveau bij het onderwijs om zo de nivellering mogelijk te maken. De sterken moesten minder presteren om zo de zwakkeren mee te kunnen trekken. En tucht of orde ging in de ban. Jan en Piet of Klaartje kwamen voor de klas, U werd vervangen door Jij. Het lijkt ouderwets van me, maar dat is het zeker niet. Eerder realistisch. Onderwijs moet jonge mensen klaar zien te stomen voor een maatschappij die steeds meer van ze vraagt. Weet hoe de taal werkt, dat 1 en 1 gewoon 2 is, en dat Groningen niet naast Maastricht ligt. En dat de Nederlandse geschiedenis niet werd bepaald door slavendrijvers maar door mensen die geloofden in ondernemerschap en ontdekkingsreizen. Handel en wandel en niet zo geindoctrineerd bezig zijn met het milieu. Leer in plaats daarvan nu eens dat wat van een ander is niet mag worden afgenomen als dat jou zo maar bevalt. Opdat we geen stroom links-radicale of allen maar respectvragende rakkers  een plek bezorgen in een proletariaat van de groene gemeente. Pluriforme samenleving? Dan ook een tegengeluid verzorgen. Eenzijdigheid leidt maar tot revolutie. De kerken kunnen je daar alles over vertellen. Maar die hebben de kennis dan ook nog in huis en leerden daarvan. En intussen doen we ons best om het onderwijssysteem anno 2020 overeind te houden in de Corona-ellende. Wat op zich weer bijzondere zaken zal opleveren. Ook betere scholing? Ik betwijfel het! Maar wie het beter denkt te weten mag zich melden.  (Beelden: Yellowbird archief)

Gebedsgenezing, over afkeer en verlangen…plus een taboe!

Binnen de religies en occulte clubs is het genezen van zieken en hulpbehoevenden een bijna dagelijks terugkerend fenomeen. Men gelooft er in of juist niet. Zij die bidden naar Maria bezoeken bij honderdduizenden per jaar de heilige plekken waar deze moeder van Jezus zich aan aardlingen vertoonde. Althans volgens de overlevering. Water uit de buurt van die plekken op zich moet al van zodanig kwaliteit zijn dat mensen die het drinken van ziek naar gezond gaan. Net zoals je vaak zag bij de al dan niet bekende Kuroorden in Midden-Europa. Drink van dat ijzerhoudende en soms naar zwavel stinkende water uit de hete bronnen en hup….. In Hongarije kennen ze zelfs warme zwembaden voor hen die last hebben van de gewrichten. En met resultaat.

Maar terug naar de genezers. Het blijft bijzonder dat er mensen zijn die niet alleen menen dat ze genezen kunnen worden door handoplegging of gebed, het feit dat er lieden zijn die deze vorm van genezing loslaten op de massa is nog aparter. Los van alles wat er aan occulte groepen rondhobbelt in ons land, ook de traditionele kerken zijn er niet geheel vies van. Veel van deze acties maken een normaal mens heilig. De katholieken mengen deze vorm van bijgeloof dwars door het bijbelse heen en roepen de helden van de genezing graag uit tot heilige. Moeder Theresa was er zo een en in de katholieke historie zijn er meer die als zodanig zijn verheven boven de middelmaat.

Het komt vermoedelijk toch voort uit de donkere middeleeuwen toen slechts de katholieke kerk met haar kloosters en monniken/zusterordes een vorm van ziekenhuizen aanbood aan de droeven of behoeftigen. Die normaal terecht kwamen bij kwakzalvers op de markt, maar in zo’n katholiek hospitaal nog wel eens genazen van hun etterende wonden of zo. Natuurgenezers denken dat als ze iets met kruiden of planten mengen en laten nuttigen de patient er vast niet slechter van wordt. En als het helpt, waarom niet. Kennen we Jomanda nog?? Dat dametje wist velen te verrassen door haar handopleggingen met gevolgen.

Beetje doorgestoken kaart natuurlijk, maar toch. Het wordt pas ernstig als mensen de reguliere artsen ontlopen omdat ze geloven in de handkracht van deze lieden. Opvallend is wel dat we ondanks ons cynisme behorend bij de moderne tijd, toch in grote aantallen de kant van die gebedsgenezers op gaan. Er zijn er heel wat die met die flauwekul (in de meeste gevallen) aardig hun centjes verdienen. Het gaat me hierbij niet om homeopaten of dergelijke alternatieve doktoren. Het gaat me puur om mensen die door middel van handoplegging of een dansje rond een vuur gemaakt van paardendrollen een ander wijs maken dat het gaat helpen. Als het gaat helpen is het prima natuurlijk, en als gebed zorgt voor genezing dan doe ik graag mee. Maar ik vrees dat de kerken vol zitten met oprechte gelovigen die zich suf bidden zonder enig resultaat. God heeft het daar vast te druk voor. En omdat dit zo is ontstaan die wonderlijke figuren. Waartegen trouwens de mensen die op D66 stemden over het algemeen het meest kritisch reageren. Kennelijk is men bij de volgers van die stroming, hoe populistisch ook, in staat om een enkele keer vol realisme naar de mensheid te kijken. Dat delen ze dan weer met de knoeperharde afkeer bij de aanhangers van CU en SGP. Die moeten er niks van hebben. En in mijn optiek terecht.

Dreischor – onbekend maar erg leuk…

Ieder jaar bezoeken we tenminste een maal het Zeeuwse land. Al was het maar om de geweldig aardige zomermarkten daar waarvan er een jaarlijks ons specifieke doel is. Om daarna met onze goede en ze gewaardeerde Zuid-Hollandse vriendjes nog even een rondje te maken over de Zeeuwse eilanden en dan plaatsen of plekken aan te doen die je normaal nooit tegen komt. Sterker nog, waar ik als toch best bereisde figuur nog nooit van had gehoord. Zoals we ook deze afgelopen zomer een bezoekje brachten aan Dreischor. Een heel liefelijk stadje op Schouwen-Duiveland, wat uniek oogt omdat het hele stadje als een soort rotonde werd gebouwd om de grote kerk daar. Die kerk is de Adriaanskerk, al stammend uit de 15e eeuw en dus het nodige meegemaakt door de eeuwen heen.

Want ook hier spoelde ooit het water om de drie schorren (droge plekken) die de naam van het plaatsje deed ontstaan. Maar daar is niets van te zien als je hier bent. Het is er rustig, maar er komen wel de nodige fietsende toeristen voorbij. En die vallen dan neer op het piepkleine terrasje van Koffiekaffee De Boekhouder. Als je de moeite neemt om hier letterlijk even rond te lopen zie je dat er allerlei schitterende panden en huisjes staan die met name rond die kerk in een cirkel zijn gebouwd. Eigenlijk is het stadje zelf een aardige rotonde waaraan door de jaren heen steeds meer huizen en straten zijn vastgemaakt.

Kenmerkende straatnamen zijn de Ooststraat, Zuidstraat of de Zuiddijk. Je weet al snel waat je bent als je hier verkeert. In Dreischor is ook een wijnhoeve te vinden waar ze zelf wijn maken van Zeeuwse druiven, en zijn bij Studio Hesseling daar in dat plaatsje Open atelierdagen mee te maken of je kunt er het Streek- en Landbouwmuseum bezoeken. Leuk als je met kinderen op stap bent in de buurt. Kortom, dit kleine Zeeuwse plaatsje heeft meer te bieden dan je vooraf zou verwachten.

Wij vonden het wel een erg aardig bezoek. Vooral ook omdat je vanuit je Groot-steedse denken vaak niet toekomt aan bedenken dat elders in het land ook mensen wonen die het prima naar de zin hebben op hun plekje en waar men nog solidair is met elkaar omdat je nu eenmaal in deze omgeving ook op elkaar bent aangewezen. Mocht je een keer in die buurt komen….ga er eens kijken. Echt verrassend. (Foto’s: Yellowbird archief)

Klein straatje en een klokkenspeler..

Het was in de buurt van mijn jeugd en tijdens de prille pubertijd dat ik ontdekte dat veel straten in mijn woonomgeving waren benoemd naar klassieke schilders. Grofweg tussen de Tolstraat (overblijfsel uit de tijd dat er ook echt een tol werd geheven als je daar de stad in wilde) en de singel die we nu als Ruysdaelkade kennen werden alle straten naar schilders genoemd. Dat was simpel en ook handig. Maar er waren ook uitzonderingen. Niet ver van ons huis en aan de oevers van de Amstel werd in de 19e eeuw de enorme St. Willibrorduskerk buiten de Veste gebouwd, diens geschiedenis belichtte ik al eens enige tijd geleden. Opvallend daarbij was dat de aanpalende straten een afwijkende naam kregen van het patroon met die schilders. De langste straat werd de St. Willibrordusstraat, een dwars daar op gelegen korte verbindingsweg tussen die straat en de Ceintuurbaan werd de Servaes Noutsstraat. Een straat waaraan ook mijn vroegere lagere school gelegen was.

En die historische figuur schilderde in de beste tradities van zijn familie wel eens een portretje maar hij werd veel bekender als klokkenspeler in de 17e eeuw. Dat deed hij zo goed dat hij zelfs indruk maakte op de Russische Tsaar Peter de Grote bij diens bezoek aan de hoofdstad in die periode. Servaes Nouts was een bijzonder heerschap. Hij was creatief, maar geen echte zakenman. Hij trouwde een vrouw die vooral scenes trapte bij hogergeplaatsten in de stad wat nu niet meteen goede reclame voor haar echtgenoot was. Maar de man werd wel stadsklokkenist en mocht ook de klokkenspelen van o.a. de Zuiderkerk en die van het (oude) stadhuis onderhouden. Dat spelen ging hem zo goed af dat veel gegoede burgers graag wilden weten dat ze weer eens een concert van Nouts hadden bijgewoond.

Nouts wilde graag hogerop en veranderde op enig moment zijn naam in Nuyts, waardoor hij meer aanzien kreeg. Maar dat aanzien hielp hem niet aan rijkdom. Hij woonde bepaald niet op stand en moest van een schamel gemeentelijk inkomen zien rond te komen. Zijn tweede huwelijk kon hij pas vieren toen hij door de toenmalige burgemeester een hoger salaris kreeg toegemeten. Zijn tweede huwelijk was met een flink jonger buurmeisje dat hem adoreerde, precies wat Nouts nodig had om gelukkig te worden. Hij overleed op 65-jarige leeftijd in 1693, zijn jonge vrouw volgde hem al na vier maanden in het graf. Een man die uiteindelijk zijn eigen straat kreeg. Een kort straatje weliswaar en in een buurt vol grote en bekende schilders. Die kerk is intussen verdwenen. De plaats waar die stond is nu het Servaes Noutsplantsoen geworden. En zo heeft hij hier bij mij ook weer even aandacht gehad. Zeer gegund. (Beelden: Yellowbird/Makelaar/Inrternet/Wiki)

Kerkelijke minderheid…roept het hardst….

Eind vorig jaar meldde het CBS dat Nederlanders nu in meerderheid niet religieus zijn. Dat is opmerkelijk want je zou toch het idee kunnen krijgen dat het tegenovergestelde het geval is. Van al die godsdienstige uitingen en in het openbare leven respect claimers of homo’s afwijzenden blijft maar weinig over als je de statistieken er op na slaat. Van de minderheid die een of ander geloof aanhangt (49%) is 25% Rooms katholiek. Hervormden en protestanten zitten op een niveau van 13% en de islam is maar door 6% vertegenwoordigd. Opmerkelijk als je bedenkt dat we het idee zouden kunnen krijgen dat die laatste groep 50% van de bevolking uitmaakt. Er is ook nog een kleine minderheid die een andere stroming achterna loopt. Verwaarloosbaar in aantallen. Dat die islam trouwens nauwelijks aanhangers kent in autochtone kring zal niet verbazen. En dat bij de Katholieken en protestanten vooral wat ouderen hun heil in de kerken zoeken ook niet. De actieve kerkgang is daarbij best een dingetje.

Vaak gelooft men wel (sterk) in iets hogers, maar heeft men niks meer met de aardse regelgeving of verplichtingen. Met name de jeugd laat het hier afweten. Men wil andere dingen doen en die kerkelijke verplichtingen houden dat tegen. Bij moslims en protestanten is die kerkgang overigens ook onder jongeren nog best wel op niveau. Sociale druk, vaak vanuit het eigen gezin, zorgen hier veelal voor. Katholieken laten hun kerken meestal links liggen. En dat komt niet in de laatste plaats door alle schandalen die men in die kring toch maar moeizaam heeft willen toegeven of oplossen. Verzwijgen van de zonden der voorgangers onder deze groep is best een lastige als je zelf als gelovige allerlei regels krijgt opgelegd. Toch is ook bij de andere gelovigen een afname te zien van dat kerkbezoek. Een op de zeven gaat echt nog regelmatig en dan zijn dat meestal de wat ouderen die trouw zijn aan hun kerk. Nu is dat niet zo gek, want wellicht komt dan ook de angst voor het hiernamaals om de hoek kijken. Je weet maar nooit. Je leeft naar eigen idee een soort van zondig leven en op het laatst toch maar in berouw de regels volgen in de hoop op??

Ik weet het niet. Wel dat we ons in dit land toch eens moeten realiseren wat de meerderheid van ons volk eigenlijk is. Niet kerkelijk, niet gelovig en niet lid van een of ander genootschap. Waarom dan die angst voor de dominantie van een stroming die hier nog steeds een kleine minderheid uitmaakt? Zou die meerderheid gewoon niet eens moeten gaan eisen dat onkerkelijk de norm moet zijn en dat gelovigen een toontje lager moeten gaan zingen? Al dan niet met kerkmuziek op de achtergrond? Maakt het land vast een stuk leuker en de omgang met anderen plezieriger. Onkerkelijken van Nederland verenigt u! Er is werk te verrichten. Het kan nu nog! Bekeert u tot het niet godsdienstig zijn voor het te laat is!! (Beelden: Yellowbird archief)

Op stap in Keulen…

Zoals elk jaar reisden we ook dit keer weer met onze Soester vrienden richting een van de Duitse steden om daar van de altijd aardige Kerstmarkten te genieten. De aankleding van die steden is ook altijd warmer en leuker dan waar ook in Nederland en de combinatie met de altijd goed gevulde winkels maakt die trips het onthouden waard. Dit jaar viel de keuze op Keulen. Prachtig gelegen aan de Rijn, gezellig, en met diverse kerstmarkten die verspreid over deze stad te vinden zijn. Ons hotel lag wat buiten het centrum aan de andere kant van de Rijn, dus waren we aangewezen op het Openbaar Vervoer. En dat functioneert in Keulen toch wat anders dan in andere steden die we bezochten. Het was vrijwel ondoenlijk om een kaartje voor vier personen uit de automaten te halen die in de voertuigen te vinden zijn.

Het menu bleek onbegrijpelijk. Maar met wat hulp (..) van een controleur van dat OV lukte het ons om een kaartje te kopen. Daarna moesten we dat kaartje op vier plekken afstempelen. Onze oude strippenkaart in het kwadraat. Na zes halten waren we dan in het centrum, stonden op de Neumarkt en waren meteen in het kerstgewoel. Want op de Neumarkt staat een van die genoemde kerstmarkten. En meteen ook een leuke. Het centrum van Keulen bruist er omheen. Alle bekende grote winkels zijn er te vinden, er zijn diverse overdekte promenades, en er is de Dom. Wie in Keulen is moet daar even gaan kijken.

De grootste kerk van Duitsland en eenmaal binnen zie je pas hoe groot dat gebouw is. Alles is daar gratis te bezoeken, maar de bijbehorende schatkamer kost geld. Geen geld kost het om je heen kijken. Devotie komt in alle vormen, kleuren en maten zagen we, zeker in de buurt van het befaamde Maria-altaar, waar een zee van kaarsjes brandt. Wij deelden mee in die lichtopbrengst, want er zijn altijd mensen die het lastig hebben (gehad) en dan mag een extra prevelementje wel even. Naast de Dom ook weer een kerstmarkt. En zo bezochten we er meer. De sfeer is er top, de stalletjes gevuld met allerlei kunstzinnigheden en niet met braderiemeuk zoals we dat hier zo vaak zien. Keulen is een leuke stad. Druk ook. Heel anders dan we wel eens meemaakten in andere steden rond deze tijd. Er hangt een zekere chique zonder de protserigheid die Düsseldorf ons een paar keer bood. Leuke bestemming. Bedenk wel waar je wat wilt eten overigens, want de horeca is er bepaald niet voordelig. Een glas (goede) rode wijn voor bijna 10 euro schenkt men zo maar voor je in als je niet oplet. En dan dat OV….Maar verder?? Aanrader die stad aan de Rijn.