In tijden van nood mag en moet men dopen of bidden. De afgelopen maanden van dit bijna voorbije jaar 2020 maakten wel duidelijk dat in sommige stromingen een crisis leidt tot grenzenloze behoeften om in kerk of gebedshuis samen te komen en de persoonlijk vereerde Heer (nooit een dame) te aanbidden en hulp te vragen.

Want daar zijn we als mensen goed in. Als we denken dat we het zelf niet kunnen redden moet die alles ziende en beheersende God (of hoe hij bij al die stromingen heet) oplossingen bieden. God als marionettenspeler voor mensen die menen nog steeds een uitverkoren ras te zijn dat uniek is binnen een schepping die slechts dient ter lering en vermaak van ons mensen. Wetenschappers zijn er aardig in geslaagd te duiden waar al dat godsgeloof vandaan komt.

Het zit in ons aller angst voor de dood. We denken, dus we bestaan, zou dat aardse leven ophouden moet er toch een deel van ons doorgaan op dezelfde basis. De ziel krijgt een eeuwig leven. In alle variaties kom je dit tegen bij de meeste grote geloven. En dat al door de vele eeuwen heen. En er wordt flink gekopieerd door al die geloven. Analiseer ze maar eens en je ziet dat veel is terug te voeren naar oergeloven uit de oudheid en we daar ook de nodige vieringen en vereringen aan danken. Of je dus een boom, rots of de zon aanbidt, het godsbeeld is gelijk. Mensen willen dus kennelijk geloven in iets hogers, verheveners.

Al doet in ons land meer dan de helft van de inwoners helemaal niets met dat geloof. Men ziet het humanisme als leidraad, lost zelf problemen op en gaat uit van het grote zwart na de dood. Gelovigen is dat een gruwel. En die gruwel moet soms met donder en geweld opgelegd aan anderen. Wat ik dan weer niet snap. Want geloof is ook een persoonlijke keuze. Al worden niet voor niets zoveel kinderen op babyleeftijd gedoopt of half gecastreerd om ze zo in te lijven in het gewenste geloof. Godsdienst versus een liefdevolle god. Vroomheid versus zondig gedrag.

De greep op de gelovige mens is groot. Niet voor niets vastgelegd in grote handboeken vol verhalen. De toorn van de Heer is daarin leidraad. Je houdt je aan de regels of…… En daar gaat het dus mis. Kerstening, islamisering, dreiging en geweld. Welke god ook, zo zal het niet bedoeld zijn geweest. Liefde het uitgangspunt. Dat moeten we willen als we dan toch geloven. Dood en verderf zaaien kan niet het basisidee zijn. En zo ja raad ik iedereen aan te stoppen met dat geloof. Want echte bewijzen voor het bestaan van profeten en brandende en pratende braambossen is nooit geleverd.

En om daar nu mensen voor om zeep te helpen….Nee! Die god van al die mensen die daar achter aan sjouwen moet naar mijn idee pure liefde zijn, je moet je er goed bij voelen en vervuld van verlangen om dat gevoel uit te dragen. Zonder zwaard, geweer of bommen. Intussen blijf ik zelf voor dit verhaal en de vergelijking maar liever geloven in zoiets als het naturisme. Ook een prachtig geloof en zeer tastbaar. Maar voor velen ook best een brug te ver. Overigens wie dat gelooft is voor alles vatbaar. Op naar 2021……(Beelden: archief)


De gemiddelde man of vrouw is niet gemaakt voor lange perioden van eenzaamheid. Denk maar eens aan de vele verhalen die over dit thema verschenen. Onbewoonde eilanden, lijken leuk, in de praktijk kan 99,9% van de mensheid daar niet overleven zonder mentaal ziek te worden. Om het over honger en dorst niet eens te hebben. Een paar maanden niet kunnen winkelen of naar de kroeg in coronatijd maakte duidelijk dat velen al symbolisch tegen de wanden klimmen. Moet je eens indenken dat je dan jaren vast komt te zitten in de oneindige ruimte om ons heen. En oneindig is die ruimte zeker. Zodanig dat we als mensheid vermoedelijk niet veel verder kunnen reizen dan pakweg een deurtje verder in een straat die is gelegen in een stad die weer is gesitueerd in een land zo groot als Rusland en dat dan weer op een wereldbol die eerder zo groot is als Saturnus dan de aarde zoals we die kennen. Lichtjaren weg houdt in dat je met de snelheid van het licht vele jaren zult moeten reizen om ergens te komen. Nou, voorlopig zijn onze raketten voorzien van een technologie die tripjes als die van een slak in een teerton mogelijk maken.
En niet veel meer. Hoe dan ook, we plannen trips naar de Maan (opnieuw nadat we in de jaren 60/70 al eerder die kant op gingen) waarvoor je ongeveer een dikke week moet reizen, maar ook naar Mars. En dat laatste is andere koek., Want een jaar ben je zo onder weg. Enkele reis. Want heen en weer is nog best een oefening. En dus selecteert men mensen die in staat zijn die eenzaamheid in de ruimte te doorstaan, maar ook een verblijf op een zeer mensvijandige planeet vol te houden gedurende een periode van wellicht een normaal mensenleven. Tuurlijk zijn de mannen en vrouwen die dit willen doen van oordeel dat ze dit aan kunnen, maar de vraag is of ze zich wel realiseren wat ze dan bedenken. De trips die astro- en kosmonauten maakten naar en in de ruimte (denk aan het ISS) gaven als resultaat te zien dat een jaar in de ruimte het menselijke fysiek aardig verandert. Ons beenderstelsel geeft het op, de spieren verslappen, hoe zeer we ook trainen, en ook de bloedsomloop is een probleem.
Komen die lui dan weer terug op aarde zijn ze een paar centimeter gekrompen en voelen zich tijdenlang niet lekker. Erger lijkt me de optie dat er bij zowel die lange Marsvluchten of de landing op die planeet misloopt en je roemloos ten onder gaat. Of een noodlanding maakt die grote schade geeft aan jouw vervoermiddel en je dan langzaam aan sterft op die rode planeet. Ik moet er niet aan denken, maar ja, ver weg van de Westertoren begint het al te jeuken. Dus ik ben om diverse redenen niet geschikt. Als je besluit om een kolonie te stichten op Mars, en die plannen zijn er, moet je dus ook mannen en vrouwen sturen om die kolonie duurzaam de toekomst in te leiden. Samen zoveel mogelijk kinderen maken, gezinnen stichten die de missie kunnen voortzetten en de basis daar gevestigd desnoods ontginnen. Met een rood waas voor de ogen en vooral verlangend kijken naar die ene blauwe planeet die heel ver weg in de sterrenhemel te zien is. Het lijkt mij vreselijk. Maar goed, ik hoef ook niet. Nee, met beide benen op de aardse grond. Toch net even plezieriger. Maar wie het aandurft is voor mij wel heen held(in)hoor. Ik wens hen behouden vlucht….(Beelden: Internet)
Toen wij hier, lang geleden alweer, kwamen wonen kregen we als gratis accessoire bij ons huis een boom bij de buren die elk jaar zo’n beetje in de eerste twee weken van april tot volle bloei komt of kwam. Prachtig! En onze oude buurvrouw genoot daar net als wij intens van. Omdat deze boom een ver familielid kent die bij een overbuur ooit is geplant en daar net even later ook in de bloei komt en dan een andere bloesemkleur laat zien, is het voorjaar voor ons daardoor altijd extra zicht- en tastbaar. Overigens relatief kort. Juist in het voorjaar wil het naast aardig weer ook vaak waaien en regenen en dan is diezelfde boom een bron van wat ergernis. Immers de honderdduizenden blaadjes dwarrelen dan neer als sneeuwvlokken en kleuren diverse tuinen eerst aardig roze, daarna bruin tot zwart. Je veegt je een ongeluk, maar ach, dat heb je er voor over uiteraard. Ik maakte de lezer(es) al eerder deelgenoot dat de oude buurvrouw een paar jaar geleden is gaan hemelen.
Wij vreesden al met grote vreze voor wat er na haar dood komen zou, maar dat viel in eerste instantie wel mee. Een van de dochters, mede-erfgename van de woning, bleef meer dan een jaar wonen in het huis van haar moeder. Deed weinig meer aan onderhoud en tuin, maar dat hield wel in dat de boom bleef staan. Een even fraaie aan de voorkant van het huis was nog bij leven van ‘moeder’ net in de bloei bevroren geraakt en afgestorven. Het leven van een boom in ons grillige klimaat niet altijd even makkelijk. Omdat de oude dame redelijk ‘zuinig’ was bleef de dode boom als een soort relikwie staan. Hoe dan ook, eind vorig jaar werd het huis alsnog verkocht. Een jong gezin uit een belendende gemeente kocht het en ging voortvarend aan de gang. Alles wat hen niet beviel werd in huis afgebroken en opnieuw geinstalleerd. Het mocht iets kosten en de aannemer leek wel bij hen te overnachten. Ook qua geluidsproductie. Dat was niet zo natuurlijk. Maar je wilt een huis toch naar je zin maken. Ik snap dat zeer. Maar ergens dit voorjaar, de bewuste boom in de achtertuin had net knoppen, hoorden we het jonge stel tegen elkaar zeggen dat die boom er echt uit moest in verband met de ruimte’.
Het sloeg ons best om het hart. Ook al ben ik zelf erg van een betonnen plaat met planten/bloemenbakken ter versiering, die boom was altijd wel een anker van geur en kleur. Hij is van hen, zij mogen dat beslissen. Maar we gaan die boom wel erg missen. Nu is het wel zo dat we wel zien dat hij kwalitatief minder wordt. Hij slinkt ook, groeit niet meer. Maar hij bloeit nog wel. Gelukkig hebben we de plaatjes nog. Overigens hebben wij zelf ook diverse bomen en struiken uit de tuin gehaald in de loop van de jaren. Ooit geplant door de vorige bewoners van ons huis. Die kennelijk niet door hadden dat sommige bomen erg groot worden en soms zelfs boven de nok van het huis uit groeien. Wij wel. En dus ging de zaag er in. Kaalslag het gevolg, ruimtegewin ook. En dat zal bij de buren ook wel zo zijn. Oud is leuk, hout ook, maar soms wil je gewoon dat de kinderen kunnen spelen. Dat zal het zijn… (Beelden: Yellowbird 1994/2019/20)


Stel je deze situatie eens voor. Uw meninggever, toch een geboren en getogen Amsterdammer besluit om hem moverende redenen naar Rotterdam te verhuizen. Een op zichzelf ondenkbare en wonderlijke gedachte maar voor dit verhaal wellicht aardig illustratief. En als hij dit dan heeft gedaan en een half jaartje aan de Nieuwe Maas zetelt hangt hij de Ajax-vlag buiten en begint af te geven op de Rotterdamse samenleving. Dit deugt volgens hem niet en dat ook niet. Hij wil dat men in supermarkten Amsterdamse uitjes gaat verkopen en ook dat Johnnie Jordaan meer aandacht krijgt bij TV West. Ik denk dat ik dan op zijn minst met afkeer wordt bejegend als het al niet verder gaat in die stad van meer daden dan woorden. Als omgekeerd een Rotterdammer Amsterdam beledigt levert dat uiteraard ook allerlei strijd op. Nederlanders blijken dan best lange tenen te bezitten. Nu neem ik u als ander voorbeeld mee over de grenzen. Ik ga naar Turkije en vestig me daar. (ook ondenkbaar uiteraard…) Wat ik daar van meet af aan wil is dat mijn woonomgeving wordt aangepast opdat ik daar een katholieke kerkdienst kan bijwonen en dat mijn buren mijn taal moeten gaan spreken.
Ik verwacht dan ook nog dat mijn gedrag respect krijgt van de lokale bevolking. Zie je het voor je? Wonderlijk genoeg is dit in ons land wel het geval bij veel nieuwkomers. Zoals ik onlangs weer mocht zien en horen bij de revival van het aardige programma over de Akbarstraat in Amsterdam-West. Waar een ‘deskundige’ uitgebreid de tijd krijgt om uit te leggen dat de voor 85% uit allochtonen bestaande wijk vooral was mislukt omdat de Nederlanders geen moeite deden zich aan te passen. Huh?? Opvallend was ook dat allerlei sociale aspecten werden opgevoerd als oorzaak en reden, maar dat men het dominante islamitische geloof en alle culturele aspecten daarmee verbonden volledig buiten beeld hield. Mensen die daar woonden spraken na soms 40-50 jaar hier wonen de taal nog steeds niet. Je wordt er echt moedeloos van. Wat is Nederlanderschap dan precies? Nou dat wat is opgebouwd in de loop van de geschiedenis, bevochten soms. Een liberale, vrijzinnige maar soms ook wat kleinzielige gemeenschap waarin iedereen samen wel het gevoel heeft Nederlander (of specifieke stedeling) te zijn. Waarin we soms met respect met elkaar omgaan en de kerk 50 jaar geleden als culturele hoofdstroming buiten de deur hebben gemikt.
We zijn blank, zwart, licht getint, geel, rood, Europees, Chinees, Afrikaans of wat ook, maar toch vooral samen Nederlands. Mits je maar integreert. En dat kan alleen als je de taal leert, de geschiedenis respecteert en een bijdrage levert aan de samenleving die jou opnam. Gek genoeg namen we (willekeurige volgorde) Molukkers op, Indische Nederlanders, Spanjaarden, Italianen, Fransen, Russen, Polen, Tsjechen, Hongaren, Iraniërs enz. enz. Vaak volledig opgegaan in die Nederlandse samenleving. Maar juist met bepaalde groepen wil dat maar niet lukken. Het waarom zit hem vast ergens in de wil om er iets van te bakken hier. Die wil is er wel, maar integratie is ook trouwen en kinderen krijgen. Over en weer zonder geloofsgedoe. En daar gaat het fout. Dus kan integratie niet van twee kanten. Of je moet bedoelen dat wij Nederlanders allemaal de islam gaan aanhangen. Kijk, en dat is een stapje te ver. Kortom…Er is veel werk te verrichten nog….En daarbij zijn uitgestoken handen nodig. En verlaging van opgeworpen drempels. Pas dan is sprake van succesvolle integratie….toch?
Moge het voor alle lezers en lezeressen ongeacht hun voorkeuren of gedachten een prachtig en liefdevolle Kerst worden.
Samen met geliefden, familie en/of vrienden. Eet smakelijk en geniet van de eventuele vrije tijd. Op de 27e is dit theater weer geopend. Tot dan!! 
Jaja, uw meninggever is voorzien van een voorvader die echt iets in de melk te brokkelen had. Een man (1816-1900)die notabel was, burgemeester zelfs van twee Nederlandse steden, en zorgde dat zijn nakomelingen door hun uitzwerven in ons land o.a. veroorzaakten dat ik het levenslicht zag. Hoe ik aan deze wijsheid kwam? Nou simpel, door vroegere medeblogster Pia die van genealogie een bijna professionele passie heeft gemaakt. Via Facebook doet zij vaak verslag van de meest ingewikkelde zoektochten naar mensen uit haar eigen familiegeschiedenis en elk lijntje dat zij tegenkomt zoekt zij dan nauwgezet uit. Bij mij is de zoektocht een stuk ingewikkelder. Allereerst omdat ik geen geduld bezit om allerlei archieven uit te pluizen als je nauwelijks weet wat of waar je moet zoeken. Mijn familiegeschiedenis in de generatie boven mij is al verstoord door scheiding en andere perikelen. Ik liep al snel vast toen ik het wel eens probeerde. Kwam voor mijn familienaam in een joodse lijn terecht of een van de Mormonen. Maar dat zijn echt de verkeerde verbindingen. Wist ik zeker.
Ik schatte ook de leeftijd van mijn natuurlijke vader wat verkeerd in. Wist wel ongeveer zijn overlijdensdatum, maar niet die van zijn geboorte. Thuis werd er niet zoveel over de man gepraat en door omstandigheden als….dan…negatief. Kortom een lastige zoektocht. Van mijn moeders kant was de situatie niet zoveel positiever. Ook daar een vervelende scheiding bij de grootouders, ver voor de oorlog. Wel wist ik dat er aan die familiekant lijnen liepen naar Hoofddorp en Scheveningen. Maar verder? Ik legde het onlangs weer eens neer bij Pia. ‘Hoe doe jij dat toch? Ik snap er geen moer van….’. Zij beloofde eens voor mij te zoeken als ik wel wat basisinformatie had. Die kon ik net aan leveren. En dus…..Twee dagen later was ze al zes generaties boven mij uitgekomen. En keek ik naar een overzicht waarbij die burgemeester passeerde maar ook de man die onze familie in Nederland zijn naam gaf, een uit Duitsland afkomstige huursoldaat die zich ooit (1765) in Nijmegen vestigde. En dat uit dat geslacht (met een Duitse H tussen de naamletters) ook een Groningse tak ontstond. Dus verre familie. Ik werd er helemaal blij en opgewonden van. Immers in onze huidige generatie en die voor of na ons, ligt Duitsland (en Tsjechie) na aan het hart. Dat bleek ook te gelden voor mijn vader en grootvader.
We vinden kennelijk het land fijn, het eten, de mensen. Nooit echt geweten waar het vandaan kwam. Nu wel….stukje familieband. En dat stemt toch in zekere mate vrolijk. Pia vertelde me nog waar ik op moest letten, dat bepaalde huizen uit die tijd nog bestaan en te bezoeken, en dat je bij allerlei archieven terecht kunt voor nog meer informatie. Nou, ik heb er weer een hobby bij. En vrouwlief wil uiteraard ook dat ik voor haar ga zoeken. Want opmerkelijk genoeg kent die vanuit een van haar grootouders net als ik een even onbekende maar wel vastgelegde link naar Nijmegen. Straks waren onze voorouders ook al met elkaar verbonden. Verborgen verledens…..Het blijft leuk allemaal! Zelf ook wel eens op zoek geweest? En? Gevonden??? (Beelden: Yellowbird archief/Zelhem/Wiki)
Als je in de oud-Hollandse tradities vandaag pakjesavond viert, al dan niet in aanwezigheid van de goede oude Sint en zijn zwart geschminkte assistent, hoop ik dat je dit vooral doet voor de kinderen of de gezelligheid. En dat je in staat bent om alle frustraties of schuldgevoelens van je af te werpen. Immers, de claims van al die gefrustreerden die menen dat Zwarte Piet een slavenrol vervult t.o.v. een knechten misbruikende schijnheilige heeft van ons feest niets begrepen. En benut dit feestje om eigen claims op schadevergoedingen vanwege een mogelijk slavernijverleden neer te kunnen leggen bij hen die weliswaar het feest vieren, maar in dat verre verleden zelden reden hadden voor feesten. Integendeel. Het merendeel van de geboren en getogen Nederlanders leefde in die jaren in grote armoede. Wie dat niet wil of kan geloven zou verplicht een rondje door de Amsterdamse Jordaan of andere toenmalige achterstandsbuurt in Nederland moeten maken. En zien waar soms enorme gezinnen werden ondergebracht in krotten, waar het water op de vloer en de wanden stond en de ratten af en toe een hapje namen uit de ledematen van de aanwezigen. Armoede troef dus.
En de rijke handelaren die mogelijk betrokken waren bij die slavenhandel hadden maar ook heel weinig op met die arme paupers in hun stad of dorp. Maar dit terzijde. Het fenomeen Zwarte Piet is een wonderlijke samenstelling van een beroet gezicht, en een pakje dat nog het meest doet denken aan wat nobelen aantrokken in de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Zwierig, zelfverzekerd en helemaal niet in dienst van die oude man die zelfs niet in staat was om zijn ‘grote boek’, toch een equivalent van de Bijbel uit vroeger jaren, te dragen. Net zoals misdienaren dat doen tijdens de heilige katholieke missen. En ook die dragen bijzondere pakjes. Aankleding die niet meer van deze tijd is, maar dat geldt ook voor het geloof op zich. Wie dat nu weer wil invoeren overschrijdt grenzen van de persoonlijke vrijheid die ons volk nu eenmaal sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft bevochten. Schijnvertoningen passen bij ons.
Laten we wel zijn, 50 jaar geleden was een kerstboom in bepaalde kringen verboden. Heidens gebruik. Nu overal in zwang. De befaamde pakjesavond werd min of meer vervangen door surprise-party’s onder vrienden of collega’s. En dan elkaar maar gedichten schrijven met de meest vreselijke inhoud. Om daarna een cadeautje te krijgen waar je helemaal niet op zat of zit te wachten. Dat was vroeger wel anders. Wij zaten om de kachel, toen nog op kolen gestookt, zongen ons de blubber aan die oude smartlappen die rond dit feest hangen en kregen dan een hartverzakking als er ineens op de deur werd geramd. In de gang stond dan een wasteil (die van ons zelf..) vol pakjes. Net als we dan op het gemakje aan het uitpakken van deze vele presentjes begonnen, stapte ‘pa’ dan binnen. Die was altijd net even sigaretten wezen halen…jaja. In de door de Sint gebrachte pakjes zelden wat je had gevraagd…wel sokken, ondergoed, een bootje dat niet wilde blijven drijven, een auto van een gulden etc. etc. Veel gedoe voor weinig. Maar je was er apentrots op. Een feestje voor de kinderen. Tegenwoordig gekaapt door een kleine groep volwassenen die nog steeds meent dat alles wat in onze samenleving plaats vindt hen kwetst. Op hun tenen wordt gestaan omdat ze er anders uit zien. Maar vaak komt dat eerder door hun eigen afwijkende gedrag. Als men daar nu eens mee ophoudt wordt het wellicht weer een echt leuke samenleving. Pas je gewoon aan en wacht op dat bonzen op de deur. Wie weet zit er wel een pakje in die teil. Ook voor jou. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Ik wens alle lieve bloglezertjes een fijne Sinterklaasavond toe! (Beelden: Internet)