Cuba!

Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.

Die nieuwkomers kwamen meestal uit de wat aardiger buurten in Amsterdam-Zuid hier wonen omdat wij nog een huis met tuin te bieden hebben ipv de bekende etage-woning. Ze ergerde zich aan de gemeente die allerlei lasten oplegde waar zij na de scheiding toch best financiele problemen door kreeg. Maar het meest ergerde ze zich aan de Haagse regering. Het maakte niet uit welke, het was allemaal niks. Asociaal, niet bezig met de burgers maar met zichzelf. Gesprekken over mierenoverlast in de tuin konden zomaar uitlopen op een inhoudelijk politiek gesprek van drie kwartier. Toen ze alleen woonde werd ze ook nog wel eens geplaagd door jochies van een jaar of 12-14 die belletje trokken of in haar voortuin klooiden. Omdat zij altijd woest reageerde hadden die bengels daar de meeste lol om. Tot ik als buurman ingreep. Het gaf enige beroering, daarna was dat gepest over. Als het sneeuwde maakte ik meestal ook even haar straatje schoon, ze liet nooit na me daarvoor te bedanken. Kleine moeite. ‘En jij bent ook al zo lief voor je auto, nog liever dan voor je vrouw..’ was een van haar gevleugelde uitspraken als ik mijn Tsjechische vierwieler weer eens poedelde. Vorig jaar ging het ineens mis met haar gezondheid. Ze werd broos, kwetsbaar, kwam vrijwel niet meer buiten. Moest worden behandeld door dokters, specialisten en zo meer. Het hielp niet veel. Haar kinderen kwamen haar verzorgen. Elke dag, trouw! Petje diep af voor de jongelui! Maar afgelopen zondag was het over. In haar eigen bed ingeslapen om niet meer wakker te worden. Het was ‘op’. Rond dit weekend wordt ze begraven. Een van die eerste bewoners van dit hofje, met wie het goed toeven was. Karakteristiek. Met niveau! Haar parkeerplek voor de deur zal door anderen worden ingenomen. En niemand die er meer iets van zal zeggen. Zelfs de politie op Cuba niet. Zij ruste in vrede. Het is haar meer dan gegund!

Luidkeels omageluk…

Als ik haar tijdens een party, receptie of in een kroeg zou zijn tegengekomen, had ik haar door haar goed verzorgde uiterlijk en redelijk strakke kleding vermoedelijk zelfs als leuk en vrouwelijk omschreven, maar dat beeld werd nu direct geweld aan gedaan door haar gedrag. Locatie; een restaurant waar we ergens theedronken en een broodje aten. De vrouw zat schuin naast me, aan een belendende tafel en koesterde met alles wat ze in zich had aan liefde een klein kleutermeisje. Al snel wist ik dat het kind 2,5 jaar oud was. Erg bewegelijk en luidruchtig. Van wie ze dat had bleek al snel. Van haar oma volgens mijn inschatting. Want die vertelde alles net even te luid voor alle andere mensen in dit restaurant. Sprak met een jonge vrouw aan weer een andere tafel met een soortgelijk kind, maar vooral toch tegen zichzelf. Op een toon die je ook wel eens hoort bij mensen die menen dat alleen hun hond een vorm van intelligentie heeft die zelfs Midas Dekkers nog zou verwonderen. Hele gesprekken met het kleine meisje, maar weinig correctie. Al snel wist het restaurant dat oma zo trots was op haar kleine ‘baby’ en ook zo blij dat ze een paar dagen per week op die kleine mocht passen.

Het gaf haar telkens weer een goed gevoel. Omdat die kleine zo slim was en zo lief. Slim was de kleine zeker, want ze wond oma zo om haar vingertje. Lief was een tweede. Maar ja, leeftijd en zo meer. Oma bleef maar oreren. Haar hele dagelijkse leven kwam voorbij. Toen ze in dat restaurant ook nog eens iemand ontdekte die ze van het werk kende was het hek helemaal van de dam.  Hele verhalen en intussen de kleine meid behandelend als een volwassene. Ik dacht er het mijne van. Net zoals ik dat doe bij mensen die zoals ik al beschreef in gezelschap constant met hun hond aan het kakelen zijn. Dat ze zoiets thuis doen, het zal me roesten. Moet je zelf weten en ook ik wil wel eens praten met de poezen hier, maar dan vooral om complimenten uit te delen voor hun grote mensenliefde en bereidheid ons gezelschap te dulden. Als personeel ken ik mijn plek. Maar in het openbaar? Never-nooit. Ook nooit gedaan.

Daarbij, pochen is me vreemd. Dus dat deed ik in het verleden ook niet. Ons kind was weliswaar het mooiste, slimste, snelste, liefste en intelligentste, maar dat ging ik echt niet luidkeels in de Hema of Bijenkorf staan of zitten verkondigen. Nee hoor, niks voor mij. Maar deze dame die ik moest dulden aan een belendende tafel had geen enkele schaamte op dit punt. Haar kleinkind was het centrale draaipunt in haar wereld. Om dat kleine meisje ging het, de rest telde niet. Nou ja, wel om oma zelf die graag de aandacht op zich vestigde. Gelukkig ging ze halverwege het door mij te consumeren broodje weer op stap. Vertelde precies en tot in detail dat ze nu haar jas aan deed en die van de kleine. Dat ze nu het wagentje pakte en de kleine spontaan geacht werd daarin te stappen. Wat de kleine nog deed ook. Slimme meid! Toen ze wegliep keek ze nog eens om zich heen. Oma dan. Of iedereen wel zag dat zij het wel erg getroffen had met haar kleinkind. Van dat beeld wat ik in eerste instantie van haar had gekregen bleef maar weinig over. Deed de bruine glimmende en strak zittende (semi)leren broek niets aan af. Gewoon een selfietut. Op leeftijd! En thuis weinig tot geen aandacht vermoed ik…

Kattenverhoudingen….

Laat ik vooropstellen, en dat doe ik met klem, onze zwarte kater Pixel, nu net 4 jaar oud, is een ongekende schat van een kat. Hij is dol op kroelen en wil het liefst tussen ons in zitten of liggen. Waarbij hij het bijster plezierig vindt als we hem aaien, strelen of onder de kin kriebelen. Kreunend geknor is dan ons deel en het geeft aan dat dit een ware mensenkat is. Het was dan ook met stomme verbazing dat we keken naar hoe hij de kleinere uitgave van zichzelf Punkie, toen die nog leefde (werd maar net twee jaar oud) soms door het hele huis heen joeg. Hij had dan grote zwarte ogen, wilde niet luisteren naar onze waarschuwingen en knokte als een wilde kat. De kleine gilde het dan vaak uit. We snapten het niet, want soms lagen ze echt ineengestrengeld op bank of het eigen bedje. Maar even vaak liep het gierend uit de klauw. Die kleinere versie was op zichzelf ook een enorme lieverd, daar niet van, maar dat hij achterna gezeten werd had een reden. Alleen kregen wij daar niet meteen inzicht in. Wellicht was hij toch zwakker dan zelfs wij konden inschatten. Sinds afgelopen zomer kwam ter completering van het stel, nummer drie hierbinnen.

Het Prinsje Percy, ik beschreef hem al eens uitgebreid. Breed van haar, stevig van postuur, en anders dan zijn ras eigenschappen doen vermoeden, een vechtersbaas. Hij werd niet meteen met gejuich ontvangen hier, de beide zwarte huisgenoten waren het over een ding snel eens, die nieuwe kleine kater was eng en hoorde hier niet. Dat onthield de koninklijke kat. Toen wij nummer 2 dus na een lijdensweg van dagen helaas moesten laten inslapen en hij niet meer mee terug kwam van de dierenarts werd door de beide overblijvers nog wel soms gekeken waar hij kon zitten of liggen. Men zocht maar kon niet meer vinden. Dat oogde nog wel lief. Maar ook vreemd. Daarna nam het gewone ritme zijn plek weer in.

En zagen we ineens dat de grote lieve kater veel last kreeg van de kleine vechtersbaas. Die kreeg weliswaar op zijn beurt best klop, maar deed geen stapje terug. Viel gewoon aan en op enig moment verjoeg hij die zwarte huisgenoot van ongeveer elke zit- of lig plek. De grote kater weet niet precies hoe om te gaan met dat langharige tuig, moppert wel, maar wordt niet boos. Gaat ‘af via de zijdeur’ als het nodig blijkt en hij het geknok zat is. De hiërarchie duidelijk gewijzigd. En we zoeken naar dat boze karaktertrekje wat hij nog wel had toen nummer 2 onder ons was. Ging dat dan toch een uiting van het feit dat die kat chronisch ziek was door zijn slechte start als kitten?! Het moest wel. We grijpen overigens niet in bij de verdeling van de macht hoor. Nog steeds kunnen ze mekaar hebben, maar de door zijn afkomst als meegaand bekendstaande jonge prinselijke kater is geen exemplaar om zonder handschoenen aan te pakken. Zoveel is ons wel duidelijk. Wonderlijk genoeg zijn ze midden in de nacht net zulke goede vriendjes als nummer 1 en 2 dat waren als de lichten werden gedoofd. Soms snap je die wereld van katten echt niet. Maar dat maakt ze ook zo boeiend. En vandaar dat ik er iets over schreef….

Klein leed; veel te vroeg afscheid van onze Punkie…

Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht.  Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.

Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden.  Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.

Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.

Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.

De C van collegialiteit

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie wel eens een baan heeft gehad of net als ik een carrierepad bewandelde heeft er vast mee te maken gehad. Collega’s! Sommigen daarvan zeer gewaardeerd maar er zaten er vast ook tussen die je wel door de gehaktmolen had willen halen. Anders dan in een familie- of vriendenrelatie, waarbij affectie en liefde een rol kunnen spelen, is een collega een bij een baan of aanstelling meegeleverd bijverschijnsel waar je soms niet echt op zit te wachten. Ik heb er zelf een ambivalent gevoel bij. Uit eerdere blogs is wellicht wel duidelijk geworden dat ik een vrij recht pad bewandel als het gaat om de door werkgever of ‘klant’ opgedragen taken of doelstellingen en als je daarbij voor de voeten werd (wordt) gelopen door collegae kon ik daar buitengewoon slecht tegen. Velen werden naar hun eigen mening geroepen om net zo slim of qua kennis op gelijk niveau te opereren als ik, weinigen bleken in dat kader uitverkoren. Zal bij velen van jullie ook zo zijn gegaan. De een is de ander niet en veel mensen die ik leerde kennen werkten voor hun inkomen of status en verder niks. Ik werkte ook vooral omdat ik dat leuk vond, uitdagend, spannend soms, en dat geld was maar bijzaak. Heb ik nu nog wel eens last van. Maar die collega’s waren vaak bijzonder of apart. Er bleven er ook een paar hangen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mensen met wie ik een zodanig goede band wist op te bouwen dat ze tot mijn vriendenkring gingen behoren en dat nu nog steeds zijn. Soms al decennia lang. Zegt toch iets. Heeft overigens ook  iets met eerlijkheid van doen. Je moet mekaar ook wel eens echt ‘de waarheid’ vertellen. Juist bij mensen die met je werken kan dat heel verfrissend zijn. Zij die er niet tegen kunnen of konden verdwijnen vaak uit beeld al doen ze je vooraf soms aardig kwaad of pijn. Roddel en achterklap, jaloezie, misgunnen van je positie, het is me allemaal overkomen. Zonder dat ik zelf stenen zal mikken omdat ik vrij van zonden ben hoor. Ook ik was voor sommige mensen vast een ‘bijzondere collega’ en die zullen soms ook net zo hebben moeten slikken. Voor mij waren toch echt de ergste collega’s de lieden die meenden dat ze ‘ergens verstand’ van hadden, maar bewezen dat ze nu net op dat punt bij het uitreiken van inzicht en kennis achteraan hadden gestaan. Maar die wel altijd de solopartijtjes wilden en mochten spelen. Omdat de dirigent van het werkorkest juist hun luidkeelse aanwezigheid eerder opmerkte dan het gezoem van de werkbij.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn god wat heb ik sommige van die lui soms vervloekt. Niks kunners met een standbeeld voor zichzelf in de eigen achtertuin. Gelukkig wonnen de leukerds, de collega’s met wie het goed toeven was, de mooie mensen soms, en zeker de talentvollen. Die blijven me eerder en beter bij en ik denk met veel respect aan hen die net als ik verhuisden naar een volgende uitdaging. Soms hoorde ik nog wel eens van ze. Uit een ver buitenland of een branche waar zelfs ik voordien nog nooit van gehoord had. Maar altijd met gebleken respect. Collegialiteit is ook samen werken opdat het voor iedereen leuk is en vruchtbaar. Kortom, werk is ook vaak net zo leuk als de collega’s waren of zijn. Wellicht kom ik op een aantal nog wel eens terug. Een deel komt al voor in mijn nieuwe boek, dat in de laatste fase van correctie verkeert. Trouwens, hoe ervaren of ervoeren jullie je collega’s op het werk?? Wie mooie verhalen heeft moet ze hier vast even vertellen. Dank bij voorbaat!

Vooroordeel…

Engel des wrakesHeb ik last van vooroordelen? Ja! Zeker. Ik ben van de observaties en neem als een spons in me op wat de media me melden of juist wat ze menen schoon te moeten poetsen. Dus ik ben vrij zeker van mening dat onder de nieuwe Europeanen een deel niet wil deugen. En dat ik dat deel liever niet zal opzoeken als het even kan. Een all-in-vakantie naar Molenbeek in België lijkt me geen waar genoegen. Net zomin als een verrassingstocht door nachtelijk Slotermeer. Ik heb in wijken gewoond en gewerkt waar je al snel de ervaringen van anderen kon verzamelen als ijkpunt en daardoor gewaarschuwd werd op dusdanige wijze dat je het avontuur niet zelf moet opzoeken. Als je daar niet van houdt uiteraard. Ik ben dus voorzichtig. En als ik denk dat iemand met een buitenlands of apart uiterlijk wellicht iets in de zin heeft dat nadelig voor mij of mijn gezin kan uitpakken bewapen ik me ertegen of loop er omheen.  Buiten de problemen blijven is dan de theorie. Bij de al eerder gemelde treinreis kwamen vooroordeel en die voorzichtigheid goed samen. Kennelijk is het op die treinen goede gewoonte om na het controleren van de (digitale) kaartjes reizigers te trakteren op een of andere versnapering. Tegen betaling, maar toch.

WP_20160531_025Vaak wordt dit uitventen gedaan door jonge mensen. De een kondigt zijn/haar komst aan via de omroepinstallatie waarbij je dan een opsomming krijgt van de te verkopen eet/drinkwaar. Niet in dit geval. Plotseling ging de deur van onze sectie in de wagon open en stapte een moslima binnen. Stevig van postuur, qua hoofddoek en verder uitgedost zoals je dat van deze dames verwacht, maar ook met een rugzak op de schouder en iets aan de zijkant van haar broek waar draden aan vast zaten. Mijn hart stond toch even stil. Elke vezel in mijn lijf was gespannen., Maar toen ik haar stem hoorde wist ik dat de seinen in het lijf weer op groen konden. Vlekkeloos Nederlands, respect- en humorvol verkocht ze haar koffie/thee/limonades en gevulde koeken. En ze deed dat efficiënt. Werkte de hele treinwagon in een flits af. Daarna verdween ze naar de volgende sectie. Later, op station Eindhoven zag ik haar buiten rondlopen. Ze dolde met het NS-personeel en keek op haar zakcomputer naar welke trein ze nu weer moest bedienen. En ik kreeg ineens veel sympathie voor haar en haar job en schaamde mij voor mijzelf. Een momentje slechts. Want ik blijf dat vooroordeel natuurlijk toch koesteren. Al was het maar omdat ik anders een deel van mijn meninggeverij zou verliezen….

Met blijdschap…..

WP_20150912_020We wisten al vrij snel na het overlijden van ons nog gemiste oude viervoetige dametje Poes Poes dat we voor de nog zo jonge Pixel een maatje moesten gaan verzorgen. Hij heeft een karakter dat aandacht behoeft en vooral ook gezelschap. Niet dat de oude dame nu zo gezellig was geweest voor die kleine zwarte kitten die begin vorig jaar ons huis betrad. Integendeel. Ze duldde hem, maar als het moest deelde ze best uit. Dat werd met het verstrijken van de tijd anders. Poes Poes begon te sukkelen, ik beschreef het proces al eerder, en Pixel groeide uit tot een stevige en brutale poezensnuiter die het liefst vanaf een tafel of bank snoekduiken nam om de oude dames schrik op het lijf te jagen. Toen ze er niet meer was liep hij te zoeken. Miste haar kennelijk toch. En toen gingen wij onlangs ook nog een nachtje weg. Dat was niet gepland, maar kwam zo uit. Als altijd was hij door ons verwend en verzorgd, maar toch…. Nachtje helemaal alleen thuis. Het beviel hem niet. We kregen een meer dan warm welkom bij thuiskomst.

WP_20150912_034Een maatje moest er dus komen en dat vonden we. Onlangs, na even snuffelen op het internet, kwamen we uit bij dierenpension en asiel Amstelveen. Waar een flink aantal kittens in de aanbieding maar zeker ook belangstelling stonden. Het was er druk. Opvallend was dat veel mensen met twee kittens tegelijk naar huis gingen. Bleken broertjes of broer/zus-beestjes te zijn die men niet uit elkaar wilde halen. De poesjes die wij op het oog hadden waren zeer onderscheidend van karakter. Wij wilden er slechts een, twee was echt te veel. De ene poes een Cyperse was angstig, schuw, wilde niet aangehaald worden. De andere was een pittige met een hard werkende motor. Dat zou haar worden. Zwart met grote witte vlakken en een rode neus. Hoe leuk wil je ze krijgen? Bij de receptie van het Amstelveens asiel bleek dat het diertje een heel verhaal achter zich had.

WP_20150912_013Te vondeling gelegd en gelukkig met haar twee familieleden tijdig gevonden. Opgevangen, gevoederd, medisch geholpen en al een hele poes al was ze dan niet veel groter dan 25-30cm. We smolten gelijk. Extra stimulans. Ze ging mee. Zat binnen de kortste keren gewoon op de autostoel en lag daar te knorren. Vond niks eng, had vertrouwen in haar toekomst. Dat was dus extra leuk. Thuis was ze direct aan het dartelen en wilde spelen met haar beoogde kameraadje. Dat viel tegen. Pixel moest niet veel van die op batterijen lopende muis hebben. Ze kreeg een paar fikse tikken en we hoorden hem grommen en blazen. Maar niet uit het veld te slaan bleef ze gewoon op hem af lopen en proberen te spelen. Twee dagen later ging dat al veel beter. Ze klimt de trappen op en af, paradeert rond als een kleine koningin en heeft ons allang betoverd.

WP_20150913_011En Pixel? Die ligt al weer ouderwets te rollen en laat zijn buik strelen. Want je moet toch wat met zo’n blaag in de omgeving die iedereen om de vinger windt. Overigens werden haar broertjes gelijktijdig meegenomen door een ander echtpaar, die ook geen drie katten tegelijk wilden verzorgen. We waren net op tijd dus. En oh ja, ze heeft ook een naam; we noemden haar Pebbels! Met blijdschap gaven wij kennis……

Porselein en kleine poezen…

altAnjHvCVHUvlydJVCwVU6lVXQCHjqsP1CAtKMuAUcgT8yDe kleine poes wil, zo lijkt het, niet echt groeien. Hij blijft fysiek klein van stuk en gedraagt zich soms nog steeds als een kitten. Momenten van innige liefdesuitingen wisselen zich af met enorme nieuwsgierigheid en eigenwijze ongehoorzaamheid. Precies zoals je van een jong dier als dit mag verwachten en dat leidt soms tot hilariteit, tot het gevoel dat je hem zou willen ‘opvreten’ maar soms ook tot wanhoop. Zo is een van zijn geliefde bezigheden om zich bij mij in mijn werk/museumkamer te storten op het daar aanwezige wasbakje. Liefst met de kraan er boven wijd open. Alsof douchen en drinken samen moeten gaan. Drijfnat over mijn bureau heen lopen is dan fase twee, (een laptop ziet hij aan voor een rode loper) en daarna ergens tussen de vitrine en uitstalkasten te verdwijnen. Geschuifgeluiden van tussen alle collecties geeft al snel aan dat meneer zich ineens anders vermaakt dan door mij gewenst. En dat geschuif leidt ook steevast tot beschadigingsellende.

WP_20140911_003Plastic constructies die soms dertig jaar geleden zijn gebouwd blijken zeer kwetsbaar voor een er lomp boven op staande poes. Onlangs veroorzaakte hij een wat grotere schade. De omvang daarvan ontdekten we pas twee maanden later, maar toen was het ook meteen goed raak. Op een goede dag in november vorig jaar vonden we ons toilet beneden ‘open’. In de toiletpot lag een stenen bakje en heel veel geurbloemen. Meneer had even een sprong gemaakt naar de plank waar dat spul op staat en dat was mis gegaan. Na opruimen van de rommel bekeken we de toiletpot. Niks te zien, pffff….gelukkig! Maar twee maanden later, een haarscheur. En niet een kleintje. Het porselein bleek gebarsten en dat leidt op termijn  tot ellende. Dat wordt dus een nieuwe pot. Op zich niet zo spannend, de loodgieter verkeert een paar straten verderop en is altijd snel ter plekke als we hem nodig hebben. Maar…..de pot die wij nu hebben staan is van de luxe soort, met een fraai porseleinen reservoir. En laten die nu niet meer geleverd worden!?

WP_20150108_026Dat moet allemaal uitgewisseld worden. Krijgen we meteen een pot die 5cm hoger is. Want ook dat is tegenwoordig mode. Kortom, we komen op een soort troon te zitten. Met dank aan de kleine poes, die het allemaal minzaam bekeek. Want een vreemd iemand die in ‘zijn toiletruimte’ aan het meten was…..het moet niet erger worden. Op 5 februari a.s. gaan we de kleine verbouwing meemaken. Rekening baasjes…. En de poes? Die vindt dat we wel wat mogen opschieten met zijn brokjes…..En of de douche op lauw kan….

Patser – al weer een jaar in de poezenhemel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat de tijd vliegt is wel duidelijk. Dat ontdekte ik toen ik in mijn agenda terugkeek naar vorig jaar en zag dat we juist vandaag alweer een jaar geleden onder vervelende omstandigheden afscheid namen van onze stoere rode kater Patser. Een naam die paste bij een dier dat vooral voor zijn eigen zus een stevig imago kon opzetten, de vroegere huishond met simpele gebaren (een opgeheven poot was voldoende..) uit diens mand kon verjagen om daar dan zelf in te gaan liggen, maar voor ons ‘baasjes’ een schat was. Hij was ondanks zijn naam een watje, een kater ook met een hoop problemen die hem vanaf zijn jeugd achtervolgden. Zijn laatste momenten waren buitengewoon akelig en dat staat me nog bij als de dag van gisteren. Een spoedkliniek is geen plek om in alle rust afscheid te nemen van een dier dat je zo koestert en waarvan je het idee hebt dat hij altijd bij je zal blijven.

Patser 011006-PA010007 (2) Maar zo zit het leven niet in elkaar. Dat leven is soms wreed. Kent geen genade en dat laatste moet je dan zelf waar nodig  zoeken bij de medische wetenschap. Een jaar alweer, jemig, ik zucht als ik er over schrijf en er aan terug denk. Na lang aarzelen zichten we naar een opvolger, zonder poezen of katten is voor ons geen optie. En bedachten dat onze nieuwe Pixel met zijn karakter en zwarte huid prachtig had gecombineerd met Patser. Samen hadden ze hier de boel wel kunnen controleren dunkt mij. Jammer dat het anders is gelopen. Intussen hebben we de as verstrooid. Op een plekje dat paste bij zijn voorkeuren…in de tuin waar hij zo graag luid miauwend rond liep. We missen hem nog steeds. Zo gaat dat bij een indrukwekkende verschijning. Maar wat hadden we hem graag een langer leven gegund in een goede gezondheid. Jammer dat het maar zo kort duurde (in onze beleving) dat we hem bij ons hadden….