
Ik werkte indertijd op kantoor bij een steeds maar groeiend logistiek bedrijf dat was gevestigd in het toen hypermoderne ‘Vrachtgebouw 1′ naast de enorme KLM-Vrachtloods op Schiphol. Met een paar toenmalige collega’s had ik een prima contact, al was er uiteraard ook wel onderlinge competitie. Zo was de na mij toen langst zittende collega (een declarant van importgoederen) er van overtuigd dat hij een superieure rijstijl had t.o.v. de rest, wat vaak kwaad bloed zette bij die zelfde collega’s. Waar ik mijn toenmalige splinternieuwe Skoda showde had hij net een NSU 1000 naangeschaft en vond hij die ook meerderwaardig aan mijn trotse Tsjech. Hoe dan ook, het was allemaal niet zo kwaad bedoeld en hij was verder in de omgang een prettige vogel. Tot hij verkering kreeg met een typisch Amsterdams wicht dat zelf afkomstig uit een arbeidersmilieu meende dat zij via deze gouden vangst (mijn collega kwam uit het chique Zuid) wel een lelijk gevormd neusje omhoog kon steken.

Zij kwam ook nog eens bij ons werken als typiste van douanedocumenten en nota’s. Niks mis mee, maar nou ook niet meteen iets om over op te scheppen. Ik had ook zo’n meisje (uit Zuid..)naast me zitten, en dat was echt een schat al ging ze toen nog om met een misdadiger in spe. Maar dat is nu verder niet relevant. Mijn collega (ik noem hem even Bart) ruilde de NSU al snel in voor een toen mateloos populaire Simca 1100. Hij kon me uitgebreid vertellen hoeveel beter die Simca reed dan die NSU maar zeker ook mijn Skoda. Nou dat wilde ik wel eens meemaken dan. We deden dat op een gewone dinsdagmiddag. Samen met zijn meisje reden we naar Schiphol-Oost waar een geweldige patattent te vinden was die zelf gemaakte mayonaise verbond met die knapperig gebakken aardappelstaafjes.

Ik zat in mijn nette pak (uniform was een kostuum in dat vak) en daarover heen een net nieuw aangeschafte bruinbeige jas. Bart stelde voor om de patatjes (in puntzakken) even te verorberen langs het oude platform van Schiphol-Oost waar je dan gelijktijdig kon kijken naar wat chartervluchten en privejets. Prima plan. Hij gaf de Simca de sporen, sloeg linksaf naar dat platform maar vergat daarbij dat rechts voorrang had (en nog heeft). Iemand die met vlotte vaart van rechts kwam in een stevige Ford zette door en ramde de vrijwel nieuwe Simca. Ik zat rechts achterin en zag mijn zak patat met mayonaise dwars door de auto vliegen maar ook deels landen op mijn nieuwe jas en pak. Gelukkig ving het rechterachterwiel van de Fransoos de grootste klap op en vielen er geen gewonden. Wel was het ego van mijn collega Bart bedorven. Toch niet goed opgelet. En ik was er bevlekt vanaf gekomen. Zijn latere vrouw hield haar mond. Wees naar de bestuurder van de Ford omdat die te hard had gereden. Was zeker ook zo. Het werd nog een heel gedoe achteraf met de verzekering. Gelukkig kon mijn kostuum gestoomd worden, maar de jas was verloren. Gelukkig wel vergoed gekregen. Simca’s liet ik voortaan aan me voorbij gaan. Ik bleef maar bij Skoda. Net even degelijker in elkaar gestoken….Maar dat wilde Bart zelfs daarna nog niet geloven…(Beelden: Archief)







































In de verhalen over mijn werkkringen in luchtvaart en auto’s komen nog wel eens verwijzingen voorbij naar trips die ik al dan niet mocht maken (of moest). Een daarvan was een door de toenmalige Skoda-importeur Englebert georganiseerde dealertrip naar Praag. Najaar 1978! Met de eigen auto. Een Skoda. Tuurlijk. Voor het eerst naar dat mysterieuze land dat me zo na aan het hart ging, zeker na de gebeurtenissen van 1968 toen de ‘Praagse Lente’ wreed werd veranderd in een nieuwe Russische winter. Opgevoed met het merk Skoda, op Schiphol veel zaken gedaan met CSA, de KLM van Tsjecho-Slowakije, zelf rijdend in het merk vanaf 1971, ik had en heb iets met dat land en die stad. Dus toen ik er in 1978 voor het eerst was vond ik alles bijzonder interessant.
Maar was ook verbaasd over de vele historische wijken en gebouwen die weliswaar door de communistische leiders niet meteen elke dag werden onderhouden, maar nog wel de nodige grandeur uitstraalden. Grandeur die Praag nog steeds deelt met zustersteden als Wenen. Want ook deze stad was ooit onderdeel van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Een niet te onderschatten periode in de geschiedenis van het land en de stad. De Moldau stroomt gestaag door de stad, al is die naam dan de Duitse variant en noemen de Tsjechen zelf deze stroom Vltva. Praag kent een oeroud centrum, straatjes waar ooit alchemisten werkten aan het maken van goud, samen met schrijvers die in alle armoede wel fraaie werken afleverden.
Je hebt er de Karelsbrug in het centrum, waarvan de geschiedenis werd aangepast om het mooier te maken, en wiens fundamenten leunen op eierschalen. Een brug waar je indertijd nog gewoon met de auto overheen kon rijden, tegenwoordig is het een flaneerbrug geworden, met schitterende ornamenten en veel (namaak)kunstenaars. Praag is ook de stad van Jan Pallach, een student die zich uit protest tegen de Sovjet-invasie en nieuwe bezetting na 1968, zelf in brand stak. Hij deed dat op het Wenceslasplein, wat eigenlijk een boulevard is, waar ook in 1989 de omwenteling plaats vond waarbij de communisten alsnog het landsbestuur moesten afgeven.
In de keren (36 in totaal) dat ik er nadien te gast was bezochten we allerlei zaken die van interesse waren. Zoals de fraaie Burcht, waar de regering zetelt, boven de stad uit stekend naast de St.Vituskathedraal waarover men bij de bouw honderden jaren deed. Maar wat een pracht en als je even de tijd neemt, welk een uitzicht over de stad en de Moldau. Nog fraaier als je dat doet vanaf een stukje stroomafwaarts en de heuvel beklimt bij het oude kerkhof Vizegrad van de stad waar veel bekende Tsjechen begraven liggen. De nabij gelegen heuvel geeft je een uitzicht dat adembenemend is. Tien bruggen in beeld, die Burght en St.Vitus op afstand, echt schitterend. Praag kent een puik metronetwerk, maar er rijden ook voldoende trams. Wandelen is er een genoegen, al was het er dan vaak flink druk. Winkelen kan er ook naar hartelust. Er zijn grote en kleine winkels, marktjes en ook de nodige straathandel en artiesten. Hotels in overvloed, van keurig netjes tot super-luxe. Met de bijbehorende prijzen. Met de auto zelf door het centrum rijden is avontuurlijk. De straten zijn soms onoverzichtelijk in het centrum, parkeren een crime, dus ik raad dat zelf af. Maar wat een stad mensen. Zeer aan te bevelen.
Net als het eigen Tsjechische bier en de andere drankjes van eigen bodem die men je graag schenkt en verkoopt. Zoals Bergerovka dat zorgt dat je na een paar glaasjes (ijskoud)een zeer rooskleurige kijk op de wereld ontwikkelt. Of het nog heftiger Slivovitsj dat menig reisgenoot indertijd aardig de das om deed na consumptie. Goed voor plaatselijke verdoving van mond, keel en maag…dat wel. Praag, heerlijke stad in het centrum van Europa. Mooie mensen, lastige taal, maar door de ontwikkeling van de bevolking kom je met Duits en Engels ook ver. Aanrader van jewelste. (beelden: Yellowbird archief)