Hoewel ik uit een gezin stam waar de auto vrijwel altijd centraal stond, al was het maar omdat mijn leasevader daarin handelde op zijn manier, was het gebruik van tram, trein en pont ons niet onbekend. Met ons bedoel ik dan mijn moeder, broer en ik. Met de ‘Blauwe’ tram naar Zandvoort, of in het ‘Bootje van Bergman’ naar de overkant van het IJ en dan op de NZH-tram naar Volendam Marken en zo meer. In de stad zelf maakten we vaak gebruik van de trams van het GVB. Prima verbindingen, wij hadden twee tramlijnen echt om de hoek van ons woonadres beschikbaar, en betaalbaar. Als puber maakte ik er veel gebruik van. Ik zat in Amsterdam-West op de middelbare school, gevolg van de katholieke opvoeding, en daar kon je het beste maar met de tram naartoe reizen. Wat ik keurig deed. Met de toenmalige lijn 3 naar de Rozengracht, daar over op Lijn 13. Die bracht je dan tot de toenmalige grenzen van de stad. Daar zat mijn school, op een toen nog open liggende zandvlakte.
Later ontdekte ik dat je ook met de tramlijn 4 naar het CS kon reizen en daar over op diezelfde 13. Dan kon je tenminste zitten. Immers, die lijn 13 begon daar. Vooral in de winter van groot belang. Veel van die trams waren nog van het heel ouderwetse type. Twee-assers met een losse aanhanger. Later ook nog wel drieassers met hun gesloten balkons. Ik reed zo vaak in die trams mee dat ik ook precies doorhad hoe je met dat ene gestempelde kaartje de halve stad door kon. Was dat belangrijk? Wel als je ook interesse had in de trams, de types en de nummering van die dingen. Had ik net zoveel interesse in als in de vliegtuigen die mijn latere interessesfeer zouden beheersen en de auto’s die ons leven thuis soms zo interessant maakten. Ik wist op enig moment precies welke trams werden ingezet op lijn 4. En op die ook door mij gefrequenteerde lijn 13 reden soms afwijkende tramtypen.
Omdat je op de Rozengracht heel bijzondere rails had liggen die zorgden dat vooral die oudere trams aardig heen en weer slingerden hadden die de voorkeur boven die logge drieassers uit die periode of de schitterende gelede trams die de GVB vanaf eind jaren vijftig toevoegde aan haar gamma. De tijden van de oude ‘blauwen’ waren geteld. Ik maakte nog net die overgang mee. Voordeel van die blauwe trams was trouwens dat ze open balkons hadden waar je met een sprintje zo op kon springen. Had je dan geluk stond de conducteur net aan de voorkant van die wagens en kon je een paar haltes gratis mee. Hij stempelde je kaartje met een rittijdstip. Hoe verder je kwam, hoe later die tijd en hoe verder je kon rondreizen in Amsterdam. Wat ik soms graag deed. Gewoon overstappen van de ene op de andere lijn en dan zien welke trams men nu weer op lijn 16 of 24 gebruikte. Maar die oude puntige tweeassers bleven mijn favoriete tramwagentype.

En dat zijn ze nu nog. Al weet ik uiteraard dat er weinig van die oorspronkelijk trams bewaard zijn gebleven. Ze hobbelen in de zomermaanden nog op een museumlijntje langs het Amsterdamse Bos. Maar dat is toch iets anders al heb ik uiteraard als oudere jongere nog wel eens in die trammetjes daar gezeten. Voor een vaste prijs! Want van voordeel was en is geen sprake meer. En van voordelig overstappen van de ene op de nadere lijn ook niet. Trams zijn zakelijke en wat onpersooonlijke vervoersdingen geworden. En dat kaartje werd een OV-Chipkaart. Niks aan. Maar wel zo comfortabel. (Foto’s: Yellowbird/internet)

Het is er de dag weer voor. Mijn verjaardag! Altijd op Driekoningen, voor een beetje katholiek toch een dag om over na te denken. Wij vierden indertijd binnen dat geloof dat de drie wijzen uit het oosten naar de kribbe kwamen waar volgens de christelijke leer het kindeke Jezus in lag. Zij namen geschenken mee die indertijd heel belangrijk waren voor de mensen in die omgeving en dat tijdvak. De wijzen of koningen kwamen in mijn jeugd meestal niet uit het oosten, maar gewoon uit Amsterdam. De hele familie van vaders en moeders kant woonde daar en ook de vriendenkring kende geen grote uitstroom richting de rest van de wereld. Wat men in mijn jeugd meenam waren vooral praktische cadeaus, maar ik had meer met dingen die me nu nog interesseren. Dinky Toys of zo. Anders dan nu wel eens het geval is, kreeg je als kind niet het hele jaar door allerlei leuke presentjes uitgereikt, je was blij met die ene keer per jaar.
Al zat en zit mijn verjaardag dan kort na Sinterklaas, dat feest was meer voor de kleine presentjes en snoepgoed, tijdens mijn verjaardag kon er wel eens iets fraais vanaf. En zo sprokkelde ik door de jaren heen toch een aardige collectie bij elkaar die voor een deel nog steeds terug te vinden zijn in mijn huidige museum op schaal. Want je was netjes op je spullen, als je niet met een gouden lepel in de mond bent geboren moet je spaarzaam zijn en goed letten op je spullen. Wat ik door de jaren heen dus ook deed. Grappig is om te zien hoe die verjaardagen veranderden van karakter. Waren het vroeger echt feestjes om naar uit te kijken, al was het maar omdat mijn moeder op die dag dan zelf gesneden frieten bakte en iets lekkers er bij deed voor de sfeer, tegenwoordig is het al leuk als je de naaste familie ziet of wat echte goede vrienden.
De cadeautjes zijn dan van ondergeschikt belang. Wat je wilt hebben koop je gewoon zelf. Ik geef het toe, ik ben ook geen makkelijke klant meer voor hen die een presentje willen meenemen voor iemand die op een wat wijzere leeftijd is aangekomen. Ik heb al zoveel verjaardagen mogen vieren en toch blijft het wel iets bijzonders. Toch een mijlpaal. Mooi bereikt die leeftijd. En nog steeds in een stuk met een verstand dat tot nu toe nog geen mankementen vertoont. Maakt veel uit toch? Ik weet niet hoe het met de lezers gesteld is als die jarig zijn, maar ik voel me nog altijd een beetje bijzonder. Dus mocht ik wat zweverig zijn vandaag, dan weet je hoe dat komt. De eerste die me begroetten vanochtend waren de poezen. Er werden kopjes gegeven, er werd geknord en tevreden toegekeken hoe baasje zich uit zijn bed verhief. En bij dat verschijnsel alleen al ontdek je dan dat je er weer een jaartje bij mocht schrijven. Ik nader de leeftijd der wijzen. En dat is soms best confronterend…….
Juist in deze periode van het jaar is het fenomeen eenzaamheid best een probleem. Veel mensen hebben daar mee te maken, lijden er onder of zijn domweg zo diep weg gezonken dat ze bijna geen uitweg meer zien. Gezelligheid overal, lichtjes, cadeautjes, maar voor sommigen geen automatisme. En dat is triest. Onlangs zag ik een reclamespotje van de Duitse supermarktketen Edeka die daarin wees op de positie van ouderen die het moeten stellen zonder aandacht van hun kinderen en daardoor bijna in afzondering door deze maand vol festiviteiten heen moeten. De betrokken hoofdpersoon bedacht een list. Hij stuurde een overlijdensbericht, waarop zijn kinderen en kleinkinderen ineens wel tijd hadden en allemaal tegelijk op zijn adres aankwamen. In het mooie pak of dito jurk. Tot grote verrassing van de gasten bleek pa springlevend, had de tafel gedekt en lekker eten gekookt. Hij stelde in zijn finale zin, dat hij niet meer wist hoe hij zijn familie bij elkaar moest krijgen. Het geeft te denken. 
Hele tv-programma’s worden er aan besteed, zonderlinge mensen soms, maar in de meeste gevallen heel normale mannen en vrouwen die gillen om een beetje aandacht. Soms komt die eenzaamheid overigens niet door verdriet in een persoonlijk leven. Kan ook zijn dat ze als jonger mens anderen verdriet deden en daardoor door God en iedereen verlaten zijn geraakt. Robert Long zong er ooit eens een liedje over met een doeltreffende tekst. Naar ik meen over Juffrouw van Dam waar nooit eens iemand kwam. Maar die in haar jonge leven een etter van het zuiverste water was geweest. Dat kan ook, maar laat ik hopen dat die dames en heren de echte uitzondering vormen. Naar de rest mag best eens wat meer worden omgekeken. Want eenzaamheid lijkt mij vreselijk!
Het zal aan mij liggen, maar volgens mij is er iets mis met het weer tegenwoordig. We zitten midden in een periode die nog het meeste lijkt op een verlengde nazomer. De afgelopen paar weken maakten we 15-20 graden Celsius mee als overdag-temperatuur en dat is recordhoudend begreep ik. En het is niet de eerste keer dat we deze wonderlijke verschijnselen meemaken. Vrouwlief viert een dezer dagen haar verjaardag. In de tweede helft van de jaren zestig, ik had nog verkering met haar, vierde ze die jaardagen ook. Uiteraard! Grootser dan nu met mensen uit familie- en vriendenkring die indertijd nog een heel andere samenstelling had. Het was koud op die dagen dat die verjaardag gevierd werd. Vaak viel er al sneeuw en rond die datum, liep het verkeer vast door de enorme ijzeloverlast. Ik was op de Puch gekomen, normaal een ritje van een minuut of tien van/naar het eigen huis in mijn vroegere woonstraat. Maar bij sneeuw en ijzel natuurlijk niet. Spiegelglad, dus stapvoets rijdend.
En onderweg af en toe slippend, dat hoorde er bij. Het autoverkeer stond praktisch stil, op trottoirs gleden mensen spontaan uit. Voor de Gemeente-Reiniging voldoende had gestrooid waren we weer een uur verder en ik vast al thuis. Het lukte, maar de omstandigheden waren best heftig. Indertijd werkte ik op het (toen nog) oude Schiphol. Vliegtuigen stoppen zelden met vliegen, de handel moest altijd doorgaan, dus je ging gewoon naar je werk. Ook bij gladheid. Met die brommer was dan best een hele oefening. Er was een alternatief. Met de tram naar het Centraal Station in onze hoofdstad en dan over op bus 9K van Maarse en Kroon die aan de overkant van het plein stond te wachten op zijn passagiers. Als je mazzel had. Zo niet stond je te kou kleumen.

















