Rijden…

Uit een gezin afkomstg waar rijden op twee- of in vierwielers met de paplepel werd ingegeven was het niet zo gek dat ik zelf al vroeg aan de slag ging om me de schone kunst van het fietsen, brommeren en autorijden snel en goed eigen te maken. Het bracht me een jeugd zonder reisbeperkingen. Want ook op een fiets of brommer kon je best ver komen. Nunspeet, Scheveningen, Driebergen. Het was allemaal redelijk te doen vanuit de hoofdstad. Met mijn  laatste brommer, een geweldig mooie witte Puch die ik na lang sparen nieuw kon kopen, deden we zelfs een tripje Texel. Maar het werd pas echt iets toen ik mijn rijbewijs had gehaald. Na precies 9 lessen, de praktijkervaring deed ik daarvoor al op bij de werkgever op Schiphol. Rijlessen in een VW Kevertje tegen een uurtarief dat omgerekend iets van 4 euro was indertijd. Toen ik dat rijbewijs had behaald ging het hek van de dam. De chef van toen zag wel iets in dat jong dat ambitieus genoeg was om lange ritten te maken in de bedrijfsvoertuigen die beschikbaar stonden. En als het moest kroop ik ook achter het stuur van wagens waartoe dat rijbewijs helemaal niet was afgegeven. Als de plicht riep en de baas het me dringend vroeg stapte ik van achter mijn bureau over naar het stuur van een 4,5 tons truck en reed ermee naar onze grootste klant in Den Bosch die echt aandrong op levering van het via ons bedrijf ingevlogen spul.

Die rijervaring was fijn toen ik uiteindelijk in staat werd gesteld mijn eigen eerste vervoermiddel te kopen. De Puch werd verkocht, het bedrijfsvervoer, een VW Busje, vervangen en dus moest ik voor mij zelf gaan zorgen. Na wat overleg en vergelijken van de voor mijn spaarbudget geeigende auto’s anno 1970, koos ik voor een Skoda. Een schitterende rode die was uitgerust met vier deuren, een cognackleurig interieur en radiaalbanden. Ik kon hem begin januari 1971 ophalen en was buitengewoon trots op het ding. Reed ook fijn. We deden er ritjes mee naar en door Duitsland, Belgie, maar ik reed er ook zakelijk mee voor de werkgever van toen. Na ruim twee jaar was hij al toe aan vervanging. Ik haalde met gemak de 40.000km per jaar en dan ging het snel. Een nieuwe gele auto van hetzelfde merk volgde de rode op en zo ging dat nog een tijdje door. Rijden bleef altijd een belangrijke rol spelen in mijn leven. Het gaf en geeft me nog me ook het gevoel van grote vrijheid, ook al werden de files langer en langer. Mooie ritten waren die naar Tsjecho-Slowakije in 1978, naar Parijs op diverse momenten in de tijd, en ook met verschillende automerken en types.

Een keer een collega oppikken die met een Saab strandde in Normandie en wiens tas enpassant ook was gestolen. Die haalde ik in een lange rit heen en weer op. Legendarisch was ook de rit voor het Schipholse bedrijf naar Antwerpen om een loodzware afsluiter te brengen naar BASF daar. Het zicht was onderweg door hevige mist echt nul. De chef en ik hadden op enig moment geen benul waar we reden en de koplampen van de Taunus schenen door het gewicht achterin steeds te ver omhoog. Maar vergeten doe je dat nooit. Ook leuk, de drie Oldsmobiles die ik reed toen ik werkte voor een autodealer in Amsterdam. Vergeet je niet zo makkelijk. Net zo min als ik mijn tripje naar Praag zal vergeten voor een cursus daar toen ik net een week bij Pon in dienst was. In een Favorit Forman op gas. Met een door een ‘uitvinderscollega’ gemonteerde set elektrische ruiten aan boord. Die veelal wel naar beneden, maar niet meer omhoog wilden. Ik heb de man er onderweg om vervloekt. Of die rit naar Mainz in een Audi S8. Loeisnel (250km/u+) met een van plezier jubelende collega Wim aan het stuur. Het zijn en blijven iconen uit mijn persoonlijke geschiedenis. En dat alles omdat mijn jeugd zo was verbonden met dat autoverkeer. Toch een tik. Zoals ik er als bekend wel een paar bezit. Relativering ten top dus…

Lesjes in diervervoer…

aerospatiale-caravelle-vin-i-daxi-sam-rome-0573-k25-scan10202Het was mijn passie voor vliegtuigen die mij als jong mens deed besluiten een ‘carrière’ bij een grote bankinstelling op te geven en te gaan voor een baan bij een luchtvrachtkantoor op Schiphol. Het werk daar was wel iets heel anders dan wat ik gewend was geweest op dat grote bankkantoor in hartje centrum Amsterdam. Omdat we maar met twee mensen ons bedrijf (met hoofdkantoor in Rotterdam en een groot kantoor met loodsen in Amsterdam) in de luchtvaart vertegenwoordigden moest je ook echt alles zelf doen. Dus na een dagje vrachtbrieven maken en manifesten plus de benodigde paperassen voor de douane hier of elders, moest je dan de dozen of kisten die mee moesten met de bestemde vluchten zelf voorzien van de benodigde stickers en dat spul dan uitklaren en aanbieden bij ofwel het afhandelkantoor van KLM of Aero Ground Services. Je liep of reed daarbij over het platform van Schiphol en dat was in de zomer leuk, in de winter wat minder. Mijn toenmalige chef deed overigens precies het omgekeerde.

oud-schiphol-in-tje-60-s-211520Hij was altijd meer een importman geweest en deed nu het werk van een declarant. Maar dat kantoor werd door onze inspanningen uit de klei getrokken en al snel groter en groter. Binnen de kortste keren werd er voor dat importgedeelte een man aangetrokken die de declaraties zou doen, en voor het loodswerk kregen we een ‘vrijmaker’ in dienst. Iemand die goed kon omgaan met de douane en de afhandelaars. Voor de export was er intern niet zoveel belangstelling. Niet dat het niet liep hoor. Het was ook op dat deel van het bedrijf gewoon druk. Dat kwam nu volledig op mijn nek terecht. En dat was soms best zweten. Nu hadden we door actief verkopen al snel een breed klantenbestand. Waaronder een bedrijf in Nijverdal dat dieren verhandelde. Van kanaries tot bruine beren. En die eigenaar daar had weinig op met kantooruren. Als hij bedacht dat er iets vandaag naar een klant moest dan meldde hij dat meestal pas tegen de avond. Dáág thuisdiner. Vanuit Nijverdal kwamen de kisten of dozen met dieren dan (hopelijk op tijd) per Spoorexpresse (jaja toen nam de NS nog vracht mee in haar treinen) aan op het Amsterdamse CS, waar ik het spul dan als export-verantwoordelijke op haalde, voorzag van de voor luchtvracht benodigde labels, en transporteerde naar Schiphol, waar het uitklaringsproces kon plaatsvinden en de tijdige aanlevering bij de KLM. Vaak bestemd voor de Swissairvlucht die heel laat in de avond naar Bazel vertrok. Een andere keer moest het mee met de Japan Air Linesmachine naar Tokio.

scan10592Nu had ik wel rijervaring met de bedrijfsauto (een Ford Taunus) maar nog geen rijbewijs. Dus dat vervoer van huis naar CS en tussen CS en Schiphol moest ik dan maar op eigen gelegenheid regelen. In de praktijk hield dat in; op de brommer! Mijn toenmalige chef keek niet zo nauw. Vooral in de winter geen pretje. En hoe ik die diertjes in hun smalle behuizing door de ook toen vaak schrale wind mee wist te nemen is achteraf gezien een veiligheidswonder. Was de missie dan gelukt reed ik op dat zelfde brommertje in de donkerte en koude weer terug naar huis en stapte volkomen verkleumd in bed bij mijn toen nog piepjonge echtgenote die me gelukkig vaak weer wist op te warmen tot meer normaal menselijk niveau. Mijn geklaag over deze wel erg geimproviseerde situatie deed chef Ruud besluiten om niet alleen mijn rijbewijs te laten verzorgen (in 9 lessen behaald via een collega die er als instructeur bij beunde) maar ook een nieuwe VW Bus aan te schaffen die ik daarna mee naar huis kreeg als er weer een dierenzending aan kwam. Het scheelde veel. Al bleef ik er wel op mopperen. Maar ik leerde er echt veel van. Problemen oplossen, hoe groot de uitdaging ook was. Lukte altijd. Nog profijt van. Alleen ga ik daarna niet meer met de Puch naar Schiphol. Toen dat VW Busje mijn vaste vervoer werd, ging die de deur uit. Daar heb ik lang spijt van gehad. Maar ach, je kunt niet alles bewaren. Ben al blij met de herinneringen…

Vroegah…

5716Het zal aan mij liggen, maar volgens mij is er iets mis met het weer tegenwoordig. We zitten midden in een periode die nog het meeste lijkt op een verlengde nazomer. De afgelopen paar weken maakten we 15-20 graden Celsius mee als overdag-temperatuur en dat is recordhoudend begreep ik. En het is niet de eerste keer dat we deze wonderlijke verschijnselen meemaken. Vrouwlief viert een dezer dagen haar verjaardag. In de tweede helft van de jaren zestig, ik had nog verkering met haar, vierde ze die jaardagen ook. Uiteraard! Grootser dan nu met mensen uit familie- en vriendenkring die indertijd nog een heel andere samenstelling had. Het was koud op die dagen dat die verjaardag gevierd werd. Vaak viel er al sneeuw en rond die datum,  liep het verkeer vast door de enorme ijzeloverlast. Ik was op de Puch gekomen, normaal een ritje van een minuut of tien van/naar het eigen huis in mijn vroegere woonstraat. Maar bij sneeuw en ijzel natuurlijk niet. Spiegelglad, dus stapvoets rijdend.

Auto-s in de sneeuw...En onderweg af en toe slippend, dat hoorde er bij. Het autoverkeer stond praktisch stil, op trottoirs gleden mensen spontaan uit. Voor de Gemeente-Reiniging voldoende had gestrooid waren we weer een uur verder en ik vast al thuis. Het lukte, maar de omstandigheden waren best heftig. Indertijd werkte ik op het (toen nog) oude Schiphol. Vliegtuigen stoppen zelden met vliegen, de handel moest altijd doorgaan, dus je ging gewoon naar je werk. Ook bij gladheid. Met die brommer was dan best een hele oefening. Er was een alternatief. Met de tram naar het Centraal Station in onze hoofdstad en dan over op bus 9K van Maarse en Kroon die aan de overkant van het plein stond te wachten op zijn passagiers. Als je mazzel had. Zo niet stond je te kou kleumen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Je moest dan wel vroeg van huis, want het O.V. was normaal al niet zo snel, bij gladheid en sneeuw reed men net zo voorzichtig als de gemiddelde automobilist. En dat hield in dat je over de korte rit naar Schiphol soms meer dan een uur deed. De werkgever was begripvol, maar wilde dan wel graag dat je die verloren tijd aan het einde van de middag nog even inhaalde. ‘Zo deden we dat vroeger in de haven ook altijd’ was dan het argument. Kortom, vroeger was het weer anders, de omstandigheden meer primitief. Maar wat was het gezellig bij de brandende haard. Vooral als je wist dat je niet op je brommertje naar huis moest en schoonpa het best vond dat ik daar bleef slapen. Blijven mooie herinneringen…..Vroegah!

Brommeren

8)Leo voor SPL - Loco 1 1965 Scan10011Zoals iedere jonge gast in die dagen was het bezit van een ‘brommer’ wel een ultiem verlangen naar zelfstandig vervoer. Op twee wielen, dat wel, maar tot de 16e verjaardag was tweewielig trapwerk voor dit ventje normaal. In de koude januarimaand van het jaar dat ik de wettelijke leeftijd bereikte voor het besturen van een tweewieler met hulpmotor werd door leenpa een tweedehandsje opgepoetst voor de deur geparkeerd. Mijn eerste brommer was een feit. Het apparaat droeg een indertijd bijzondere merknaam. HMW. Dat merk stond voor de Halleiner Motorrad Werke en vond haar oorsprong in het Oostenrijkse plaatsje Hallein. De naam van dat spul was goed, men bouwde al sinds 1955 goede bromfietsen, maar het exemplaar dat mijn deel was, bleek toch wel een heel lange en vermoeiende levensloop te bezitten. Goed, ik leerde er mee rijden, maar ook heel wat kilometertjes lopen……Tijdens langere ritten knalde meerdere malen het luchtfilter uit elkaar en ook de ontsteking liet het onderweg vaak afweten.

HPIM7870_editedStilstand was dan het gevolg. Op de dag dat ik het ding inruilde voor mijn volgende vervoermiddel vloog de oude HMW vrolijk in de brand. Gelukkig was het vlammende euvel snel blusbaar en de schade leek beperkt. De tweede brommer droeg de fraaie naam Locomotief en had een Sachs tweetaktmotortje. Geel/groen gespoten en voorzien van een (wat wankelende) buddyseat. Ik vervoerde er heel wat jonge deernes mee, inclusief mijn latere verloofde. Het was een veel trouwere metgezel dan de HMW. Maar toen er bij een met de familie verbonden brommerwinkelier een zwaarder en soort van gestroomlijnd exemplaar stond van hetzelfde merk, maar dan met een drie-versnellingsblok van het betrouwbare Duitse motormerk Sachs, was de ‘deal’ snel gesloten. De oranje buikschuiver werd mijn derde brommer en ik was daar zeer ‘fier’ mee. Het ding liep als de brandweer, maar had ook wel zijn eigen specifieke kuren. Zo wilde het tandwiel van de derde versnelling nog wel eens loslaten en dan hield je maar twee versnellingen over. Maar je kon dan wel blijven rijden. Maar tweedehands bleef tweedehands en intussen waren de tijden veranderd. Puchs en Kreidlers bepaalden het straatbeeld en zo’n Puch was mijn ultieme droom.

9)Leo op Puch 1967 10014En zo werd er na heel stevig sparen mijnerzijds en daartoe op zaterdag bijwerken, een witte Puch besteld, splinternieuw. Met hoog stuur, uitlaatpotje en veel chroom. Ik heb er al eens eerder een logje aan besteed. Die Puch had weer twee versnellingen, maar wel heel erg lange. Met wat slimmigheden kon de Oostenrijkse schone worden opgevoerd tot een top van 65km/uur en dat was best snel in die dagen. Ik heb er wat kilometertjes mee afgelegd. Alleen of met zijn tweetjes. Van Amsterdam naar Texel, of naar de Hoge Veluwe. Geen probleem voor deze snelle rakker. En toch duurde ook dat tijdperk maar relatief kort, want de Puch moest al snel plaats maken voor de door de ‘baas’ verstrekte Volkswagenbus, die mijn deel werd na het behalen van het autorijbewijs. De Puch werd alleen nog maar in het weekend gepakt en later zelfs toen niet meer. Uiteindelijk verkocht, voor de helft van de nieuwprijs. Is nu een klassieker, net als die Locomotieven. Hoe zou dat zijn voor die allereerste HMW? Is dat nu ook een gezochte bromfiets? Ik heb eigenlijk geen idee…….! Overigens heb ik het zelden zo koud gehad als tijdens mijn ritjes op de diverse brommers naar Schiphol in de winter…….Daar was geen drielaagskleding tegen opgewassen. Maar dit terzijde.

De Fabfour in Holland

WP_20141010_056Nee, echt een fan was ik niet. Ik had meer op met de wat ruigere Stones, de Who of zelfs Elvis. The Beatles was meer iets voor de meiden vond ik indertijd. En dus neuriede ik (buiten gehoor van anderen) de wijsjes van de FabFour zachtjes mee als ik weer eens aan het werk was om mijn spaartegoed voor een nieuwe brommer te spekken, en deze jongelui op Radio Veronica grijs werden gedraaid. Later kwamen de wat betere Lp’s van hen op de markt. Met indrukwekkende nummers, Sergeant Pepper en zo meer. Daarmee was goed te leven. Als je nu het totale oeuvre ziet weet je pas hoe belangrijk die lui indertijd waren. En snap ik de hysterie die rond hen bestond goed. Ze kwamen ooit naar Nederland en dat was een enorm spektakel. Jongelui sprongen in het Amsterdamse grachtenwater en zwommen naar de boot met de vier helden (waarvan er een slechts surrogaat was voor vast, maar toen ziek, bandlid Ringo Star). WP_20141010_054

Tijdens een optreden in Blokker, ruim vijftig jaar geleden al weer, liep de boel zelfs uit de hand. Als je nu ziet wat voor blagen er in de zaal zaten, de jongens keurig netjes met een pak aan en een stropdas om, de meiden met jurkjes met pettycoats, snap je wel dat die wat langer haar bezittende musici uit Liverpool de boel hier op stelten konden zetten. Wij leefden nog met The Blue Diamonds, Selvera´s en Fourio´s. Peter Koelewijn was in onze Nederlandse ogen al een echte rocker. Ik kom op dit onderwerp omdat ook weer in dat Hoorns museum over de Twintigste eeuw een kleine expositie loopt over dat bezoek van The Beatles aan ons land. Was best een mijlpaal. En zette hen in ons land neer als muzikale helden.

WP_20141010_058Vergelijk het maar met One Direction nu. Al schat ik de culturele waarde van The Beatles flink wat hoger in dan die jongensband die vooral hun looks delen met de jonge meiden die er nu voor vallen. Iedereen zijn helden. Zo ook wij, vroeger. Ik betrap me er op dat ik zowat elk nummer van die vier broeders nu zonder meer kan meezingen….opmerkelijk. Komt wijsheid dan toch met de jaren?…..