Dochter…

‘Weet je’ zei de goed uitziende en dito opgemaakte vrouw van een jaar of 50 tegen haar reisgenote die duidelijk meer van lekker eten en drinken hield dan zij, ‘mijn dochter is echt een doordouwer. Dat heeft ze van mij. Mijn man had dat niet in zich. Die was altijd de rust zelve maar ik zei dan vaak tegen hem, man verzet je eens tegen die chef van je en stap desnoods op, maar ja dat durfde die niet. IK wel. Altijd gehad. Nou onze Janine heeft dat dus ook. Wist je al dat die een nieuwe job heeft aangenomen?’ ‘Uh nee..?’ zei de reisgenote aarzelend…. ‘Nou ja dus, ze zag die baan in een of ander vakblad staan en stapte er meteen op af. Net zoals ik altijd deed. Als het om mijn positie ging of om salaris had ik mijn mondje wel klaar en desnoods trok ik dan een truitje aan met wat lage hals….kreeg het altijd voor mekaar. Nou onze Janine is net zo. Doordouwer, heb ik haar wel bijgebracht. Ze kon ook al zo goed studeren, slimme meid en waar ik kon hielp ik haar met haar huiswerk of tentamens. En meteen aan de baan die meid. Tuurlijk, lukte meteen, met zo’n goede opleiding en altijd prima cijfers…kom je verder mee’. ‘Wat een mooi weer trouwens he? Leuk dat we samen op stap zijn, ik had er echt zin in. Zei al tegen Cees, mijn man, ik wil weer eens met mijn lieve vriendin Jorien op stap. Vond hij best, hij vindt alles best, kan hij rustig thuis werken. Niet dat hij nog veel doet hoor, maar een beetje administratie en muziek luisteren. Best een saaie man. Ik hou van avontuur. Ga ook graag uit, lekker de beest uithangen’. Terwijl ze dat zei streek ze even subtiel langs haar pluspunten en heupen…. ‘Ik mag er nog best zijn en dat vinden de mannen ook. Dus die wind ik zo om mijn vinger…..Net als onze Janine, die heeft hetzelfde. Ik weet nu al niet meer hoeveel vriendjes die al heeft gehad. Maar allemaal leuke lui hoor, en zo goed opgeleid vaak, net als zij. Had ik dat al gezegd..? Dat ze een nieuwe baan heeft aangenomen…..Ja dat heeft ze….’ ‘We moeten er hier uit’ zei de reisgenote die we intussen als Jorien leerden kennen…..Die stond op, pakte haar jas en stond al bij de uitgang van de trein toen de ander nog zocht naar haar mobiele telefoon en haar jas….Het zou een gezellig dagje worden…..dat zag er zo uit,.,…

En toen werd het koud….

Van de ene op de andere dag sloeg het weer om. En toch moesten zij er uit. Afgesproken. Samen kleedden ze zich er feestelijk voor aan, het zou een mooi diner met vrienden worden. Ze waren gevaccineerd, hadden modieuze mondkapjes bij zich voor het geval ‘dat’ en sloten het huis zorgvuldig achter zich. Toen ze in hun grote Volvo stapten begon het te sneeuwen. Ach…het zou wel meevallen toch. Zij huiverde, ondanks die dikke winterjas die ze droeg over die blote jurk en stay-up kousen die ze eigenlijk nooit had aangehad. Tja en een vest er onder dragen was natuurlijk geen optie. Haar in de juiste coupe, makeup verzorgd en een lekkere parfum op de thuis nog warme plekken…. Ze zette haar zijde van het verwarmingssysteem in de stoere Zweed op 23 graden. Hij in zijn smoking, wat stond hem dat prachtig, vond 19 graden best goed voor een ontspannen rit. Terwijl ze de snelweg bereikten en die opreden werd de sneeuwval echt heftig en het meeste van dat spul bleef nog liggen ook. Na 20 km onderweg waren er nog sporen van andere auto’s te zien, de rest wit geworden en bevroor op de onbehandelde ondergrond. Langzamer en langzamer werd het reistempo. Hij nam geen risico. Zij dommelde. Dacht aan die collega waar ze zo mee had gekibbeld. Die haar op kantoor altijd kleineerde. Haar man vond dat ze zich druk maakte om niks. Maar ze kon er domweg niet tegen. Die collega was er zo een van drie kinderen, een drukke baan, stoffige kleding en altijd negatief. Ze kon er kennelijk niet tegen dat zij aandacht kreeg van dergelijke mannelijke collega’s ondanks dat ze (ze keek vaak in de spiegel om alles te bekijken) strak in haar vel zat, mooie borsten en billen bezat en zich altijd goed verzorgde en aantrekkelijk kleedde. Toen de Volvo ineens een zwieper maakte schrok ze op uit haar overpeinzingen…Ze keek naar haar man. Die was nu constant aan het vechten met het stuurwiel. De grote auto maakte slingerende bewegingen, de gladheid had hen nu ook in de greep. Haar hartslag ging omhoog, jeminee, waren ze maar thuis gebleven. Was veel gezelliger met zijn tweetjes en zonder risico’s. Uiteindelijk raakten ze vast in een stilstaande file achter een paar trucks die niet meer voor- of achteruit konden komen. Hij zette de verwarming maar wat hoger. De buitentemperatuur liep volgens hun Zweedse kameraad op naar -10 graden en de sneeuwval werd zodanig dik dat al snel de ruiten dicht zaten. Het werd koud…zelfs met die verwarming aan. Het zou een bijzondere kerstavond worden, dat voelde ze wel aan…. Ze trok haar schoenen uit en nestelde zich op haar stoel…..Waarom niet even slapen nu het nog kon….? Het zou een bijzondere Kerst worden….dat voelde ze nu al….

Liefdestonen…

‘Maar’ riep de man tegen de slanke maar knappe vrouw naast hem ‘ik houd toch enorm van jou? Ik wil jou voor de rest van mijn leven, ik zou mijn lijf en leven daarvoor geven. Hoor me aan, ik bedoel dat echt, waarom bedrieg je me met een ander, dat is toch onaardig en ook slecht’. De vrouw keek hem aan en antwoordde met luide stem ‘Man, ik hou van jou maar ook van hem, ook al roep je nog zo hard in mijn oor, zonder hem ga ik er echt vandoor’. De man bleef maar roepen en hield haar tegen. ‘Ik houd zo enorm van jou, ik kan je niet missen, blijf toch hier, ik ben toch geen sukkel die je wegstuurt als een slaaf, ook al werkte die zo braaf…’. De vrouw, nu duidelijk getergd nam afstand van de man, deed aanstalten van hem weg te lopen, pakte haar valies, schudde haar prachtige blonde haren, legde haar handen op haar pronte boezem en riep opnieuw ‘Ik hou van jou maar ook van hem, aan dat gevoel geef ik met heel mijn hart een luide stem, geloof me nu ik wil niet weg als jij ook hem accepteert…..en ik wil ook niet dat jij daardoor onder mijn ogen crepeert’. De man liep haar achterna en pakte haar valies vast als wilde hij haar tegenhouden….’Als je gaat beneem ik me het leven, een leven in een verhouding met een ander kan ik je niet geven, blijf toch hier en ontvang mijn tekenen van liefde, kus me voor je besluit, anders is het voor mij echt over en uit….’. De vrouw keek hem aan met warmte en een gevoel van berouw, maar haar besluit stond vast, zij ging. Daarna huilde de man over haar vertrek, pakte een mes en stak dat tot het heft in zijn nek. Hij viel neer en bleef nog even liggen voor hij in een laatste ademteug nog een keer riep dat hij zoveel van haar hield en haar nooit zou vergeten.

Daarna sloot het doek en stond het publiek massaal op om de hoofdrolspelers een groots applaus te geven en te roepen om ‘bis bis bis’. De man en de vrouw bogen diep en namen het eerbetoon met plezier en dankbaarheid in ontvangst. Toen het doek na een kwartier echt werd gesloten liepen ze hand in hand naar de kleedkamers en keken elkaar diep in de ogen. De liefde tussen hen was oprecht. Hoefden ze niet uit te schreeuwen of te zingen. Dat was voor iedereen duidelijk. Want elke dag samen in de bus naar allerlei voorstellingen en soms overnachten in lokale hotels…het had zo zijn gevolgen….En ook deze keer lonkte die hotelkamer. Ze konden bijna niet wachten om zich af te schminken dan wel uit te kleden….

Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Verlangen…

Vanaf het prilste begin van zijn actieve herinneringen geloofde hij in zijn eigen succes later. Hij zou rijk worden, een prachtige vrouw vinden en trouwen, briljante kinderen voortbrengen, een bedrijf opbouwen waarmee die kinderen later weer een goed bestaan was gegarandeerd en zo meer. Maar ja, hij woonde in dat dorp, ver van de grote stad. Zijn kansen beperkt, ouders niet rijk of zelfs bemiddeld, al vroeg moeten werken. Het meisje waarmee hij voor het eerst verkering had raakte na die eerste keer in het schuurtje van buurman Bart meteen zwanger en er moest dus getrouwd worden en hij daardoor gedwongen heel hard te werken om zijn kleine gezinnetje aan het eten te houden. Zijn vrouw na de bevalling van hun dochter meteen uitgeteld en jarenlang niet geschikt om te werken. De liefde verdween door de schoorsteen. Een collega op het werk nam voor haar de honneurs waar. Hij genoot kortstondig, tot ook die zwanger raakte en hij best in de problemen kwam. Scheiding, verhuizen, twee kinderen, hard werken, geen kansen op een goede opleiding meer. Vanaf zijn jeugd werd alles voorbestemd door omstandigheden waaraan hij zelf had bijgedragen natuurlijk. Gelukkiger werd hij er niet van, meer berustend. Zijn collega werd wel een goede moeder, lieve echtgenote, werkte ook hard mee en hielp zo om enige welstand te bereiken. Maar hij bleef toch over het algemeen ‘gewoon tevreden’. Van zijn dromen kwam niets uit, hij berustte er maar in. Thuis werd hij vertroeteld, de kinderen (hij kreeg er nog drie met zijn tweede vrouw) waren lief en zaten niet in de weg. Hij kon naar de kroeg, het voetballen, ze bezochten met Kerstmis de kerk, de familie keek tevreden toe. Ergens rond zijn 50e kwam het besef dat het wellicht te laat was om nog van het leven te genieten. Hij kocht zich een motor en ging toeren. Zijn vrouw bleef thuis. Zag niks in dat stomme ding. Maar vond het leuk voor hem. In die bocht van de weg langs het water ging het mis. Hij reed rechtdoor. Bewust of per ongeluk? Hoe dan ook, hij verdween. Met motor en al. Een olievlek was alles wat over bleef van de man en zijn dromen. Zijn weduwe rouwde even, zijn kinderen vertelden nog verhalen over hem. Maar na 1 jaar hertrouwde zijn weduwe met de lokale dominee. Hij was vergeten. Net als al zijn dromen….

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Ridder Brandewijn en het eindspel..

Stil was het in het bos. De maan was op zijn volste kracht en verlichtte het woud om de hut heen waarin Ridder Rogier verdoofd lag bij te komen van zijn verwondingen. Plotseling klonk een schelle kreet door de stilte. Het resultaat was een kakafonie van geluiden doordat alle wezens in het bos reageerden op die kreet. Rond de hut was het ook onrustig. De mannen van Ridder Rogier Brandewijn schudden met hun hoofd om de verdoving kwijt te raken die de bosfeeks over hen heen had gebracht. Maar dat lukte niet echt. In feite waren ze weerloos tegen de dreiging die op hen af kwam. Een dreiging die bestond uit een duister figuur die het meeste leek op een mens van vrouwelijke gestalte maar met de haren van een wolf en vurige ogen. Half gebogen liep zij naar de hut waar de ridder nog steeds naakt en afgedekt met wat geneeskrachtige planten en takken half buiten westen lag te luisteren naar al die vreemde geluiden. Hij wilde wel alert zijn, maar was elke kracht in zijn lijf kwijt. Wat gebeurde er allemaal met hem? En waarom lag hij hier, het hield hem al dagen bezig. Maar als die lieve verzorgster dan kwam en hem voedde en zijn wonden schoonmaakte en opnieuw afdekte, sliep hij vaak snel weer in. Vergat alles en had vrede met zijn situatie.

De gestalte buiten liep langs de mannen buiten recht op de ingang van het hutje af, stapte naar binnen en boog zich over de naakte ridder heen. Een grijns kwam op haar (want het was echt een vrouw..) gezicht. Zij ontdeed zich van haar grof geweven mantel, lachte nu met een adembenemende grijns waarbij haar lange hoektanden zichtbaar weren en keek met bloeddoorlopen ogen naar die stevige gestalte onder haar. Langzaam liet ze zich zakken en drukte haar onderlijf op de lendenen van de weerloze ridder. Die reageerde ondanks zijn halve bewusteloosheid primitief en fysiek en voelde de warmte van dat wezen bovenop hem. De vereniging van hun lijven voelde aan als een offerande aan de lust en de mystiek. Zij molk hem uit en toen beiden voelden dat er geen houden meer was aan hun passie beet zij hem in zijn nek. Hij kreunde van pijn en genot, beide emoties vielen samen maar tegelijk voelde hij dat elk leven uit hem werd gezogen via zijn nek maar dat hij via zijn onderlijf een nieuw leven naar binnen voelde vloeien. Toen hij weer bijkwam was het wezen weg, voelde hij zich verkwikt en ontdekte dat zijn wonden waren genezen. Hij had wat meer beharing op zijn lijf dan voorheen het geval was, maar bedekte zich met de kleding die hij kennelijk had gedragen voor hij hier terecht kwam. Buiten maakte hij zijn mannen wakker. Die keken hem met verbazing aan. De Ridder was veranderd. Hij had een baard, maar vooral heel andere ogen. Bloed doorlopen, en veranderd van kleur. Zijn paard vond hij een stukje verderop in het bos. En terwijl hij dat paard besteeg kijk hij nog eens om naar dat hutje en glimlachte. Een beetje enge glimlach….Waarbij zijn wat langere hoektanden zichtbaar werden. Zijn mannen huiverden. Onheil hing boven hun hoofd. Maar welk? Langs de aangevreten lijken van hun voormalige gevangenen rukten zij samen met de ridder op richting hun thuisbasis. De ridder sprak niet veel meer. Hij dacht aan thuis. Daar was iets meer te halen dan dit krachtige lichaam waarin hij verkeerde…. En de rest van het verhaal verdween in de krochten van de geschiedenis. (Het verhaal heeft geen verbinding met andere historische en heroieke sages en legendes die in de buurt van Arnhem worden verteld…)

Ridder Brandewijn rukt op…

Ridder Brandewijn rukt op…

Toen ze de donkere nacht op die heuvel hadden doorgebracht zonder echte incidenten, maakte Ridder Rogier zich op voor een volgend gevecht met de bende van Bart Boverie.

Zijn verkenners, mensen die hij had aangewezen (..) om te zien waar de bende zich in het bos ophield, meldden hem dat Boverie zijn mannen had gegroepeerd en naar het oosten was weggetrokken. Ridder Rogier wilde nu eens en voor altijd een einde maken aan de overvallen en bedreigingen door die bende en met name de aanrandingen van al dan niet edele dames in de door hem bestuurde bossen. Dus gaf hij zijn mannen opdracht om weer in gevechtsformatie voorwaarts te gaan. Heuvels af, dwars door het woud van Rozendael en Kleef richting Cranenburgh waar hij de bende vermoedde. Na een dagmars kwamen ze aan bij de open vlakten voor de grote rivier daar en zochten ze aan de rand van het woud de horizon af of ze mogelijk de mannen van Boverie konden zien bewegen. En dat was zo. Niet ver van de oevers van de rivier zagen ze kleine gestalten die bezig waren met een vlot om zo het water over te steken richting vermeende veiligheid. Ridder Rogier gaf zijn mannen opdracht om zo snel als mogelijk was ook die kant op te rukken en de wapens gereed te houden. Maar Boverie had hen in de gaten en legde een verdedigingslinie aan bij de oever van de rivier. Zijn mannen verschansten zich in het struikgewas en wachtten het kleine leger van Ridder Rogier daar op. Maar die kreeg nu met zijn ervaring in dit soort gevechten toch al snel een tactisch overwicht. Zijn in de breedte opererende mannen kwamen nu op Boverie en zijn troep af en beletten diens eventuele aftocht over land. Alleen de rivier was nu de vluchtoptie voor de schavuiten van deze bendeleider, en die rivier stroomde zo snel dat zwemmen geen optie was. Van links en rechts sloten de mannen van Rogier Brandewijn de verdedigingslinie van Boverie in en Ridder Rogier ging in het midden recht op zijn doel af. Ondanks zijn eerder opgelopen verwondingen was hij vastbesloten, er kwam hier en nu een einde aan de terreur van deze bandieten. Maar de in-slechte Boverie gaf zich niet zo maar over. Een regen van pijlen daalde op de troepen van Ridder Rogier neer, en de eerste mannen van zijn groep vielen. Daarna deed Boverie een uitval om zo een uitweg te forceren. Maar dat was geen optie voor onze ridder, hij en zijn mannen maaiden met hun zwaarden en speren en doodden of verwonden de meeste schavuiten van de slechtste soort zodat alleen Boverie en een paar getrouwen over bleven. Ridder Rogier stapte van zijn paard, nam zijn zwaard stevig ter hand en ging de confrontatie aan. Een intens en bloedig gevecht ontstond. Boverie was een taaie tegenstander en was in staat om onze ridder flink wat sneden en blauwe plekken toe te brengen, maar verloor zelf op enig moment zijn hand en een oor. Toch vocht hij met de moed der wanhoop door. Tot hij met een gerichte steek in het hart werd overwonnen. Daarna gaven de paar boeven uit zijn troep het op en werden gevangen genomen. Omdat ze van de slechtste soort waren geweest maakte Ridder Rogier korte metten met ze. Zijn mannen hingen de meesten op aan de paar bomen die het landschap aan de rivier bood en ze in het zicht brachten van de dorpelingen aan de overkant van de rivier. Cranenburgh zou nooit meer toevluchtsoord zijn voor mensen als Boverie en zijn mannen. Toen ze terugreisden naar het eigen kasteel hoorden ze de weduwen en kinderen van de bandieten wenen. Maar dat deerde Ridder Rogier niet. Die dacht aan wat hem thuis wachtte…… De de paar kerels die hij als gevangenen mee zou nemen waren bedoeld als een soort wraakoefening voor thuis zodat de dame in kwestie kon zien hoeveel hij voor haar over had gehad.

Ridder Brandewijn in gevecht…

Ridder Brandewijn in gevecht…

Na een dagmars van twee etmalen bereikte het gezelschap mannen rond Ridder Brandewijn de streken waar ze de schurken verwachtten te vinden die het reizigers vaak zo lastig maakten.

Het bos bij Rosendael was in nevelen gehuld, de zon liet zich niet zien. Ridder Rogier zette een gevechtsformatie uit waarbij zijn mannen in een soort ruit verdeeld het bos in trokken waarbij hij in het centrum te paard de lakens uit kon delen. Met deze manier van opereren was hij in het Heilig Land vertrouwd geraakt en het bleek effectief om de daar optredende Mohammedanen aan te pakken. Zijn opdracht was ook nu om stil te zijn voor zover dat kon om de vijand niet te alarmeren. Toen ze via de glooiende hellingen steeds hoger het terrein inkwamen waar ze de dievenbende van de roverhoofdman vermoedden was het enige wat ze daar tegenkwamen een enkele ree of everzwijn. Normaal zouden ze daar jacht op maken, maar gezien de omstandigheden was dat minder handig. Op de terugweg konden ze alsnog wel zorgen voor verse buit. Terwijl hij nog even ging verzitten hoorde hij dat de linkerflank van zijn groep met geraas in de val was gelopen bij de beruchte bende. Een gevecht brak uit.

Maar Ridder Brandewijn wijzigde zijn strategie niet. Hij hield de formatie in stand, beducht als hij was dat meer van die boeven ineens vanuit hun schuilplek de aanval zouden kunnen openen. En dat klopte. Met een hoop gebrul stortte een man of tien zich op zijn voorste linie en op hem zelf. Ze waren aan het oog onttrokken geweest door het lage struikgewas en waren daarmee dus in het voordeel. Hij trok zijn zwaard en ging met zijn paard in galop op de eerste vechtersbazen af. Zijn eigen mannen waren al in een dodelijk gevecht gewikkeld met de lieden die hen hadden aangevallen, Ridder Rogier sloeg met zijn zwaard in het rond en merkte meteen dat hij effect bereikte. Hier sneuvelde een arm, daar een hoofd, het zwaard dat het heilig land had helpen bevrijden deed hier ook waarvoor het was gemaakt en hij kon er goed mee overweg. Het leek op enig moment of hij snel orde op zaken kon stellen, het gekerm van gewonden en het vele bloed deed hem dat ook geloven.

Maar toen werd ook hij getroffen door een pijl die hem weliswaar niet ernstig verwondde, wel van zijn paard smeet. Op de grond liggend was het voor de ridder in zijn zware uitrusting lastig om overeind te komen en de eerste hem vijandige mannen kwamen al op de liggende ridder af om hem de doodsteek te geven. Steunend op zijn zwaard lukte het hem overeind te komen en die aanvallers van zich af te slaan. Dood en verderf zaaide hij, al prikte het bloed hem in de ogen van diverse wonden die ook hij opliep door het gevecht. Toch bleek na wat uren leken te zijn, dat zijn mannen orde op zaken hadden gesteld en dat ze ook gevangenen hadden kunnen nemen. Maar tevreden was hij niet. Want de aanvoerder van de troep was er niet bij. En dat was slecht nieuws. Van zijn mannen waren er drie gedood, diverse gewond geraakt en ook hij zelf had last van zijn kwetsuren. Gelukkig bleek zijn paard niet gewond en in de buurt. Toen de laatste aanvallers waren gevlucht besloot Ridder Brandewijn om het hoogste punt in het woud op te zoeken en daar kamp te maken. De gevangenen werden aan zijn paard gebonden en moesten meelopen in zijn tempo. Als ze daarbij vielen sloegen zijn mannen er op los en stonden die lui wel weer op. De avond viel, het woud begon vreemde geluiden te maken. Tijd voor een kampvuur en verzorging van de wonden. De strijd was nog niet gestreden…. De gedachte aan de blonde deerne in zijn kasteel hield hem op de been….morgen weer een dag….

Fantasie

Terwijl hij uit het raam van zijn kamer keek bedacht hij zich al mijmerend dat hij die blonde vrouw die af en toe bij hem langs kwam, graag eens een lesje zou leren. Ze deed altijd zo badinerend tegen hem. Praatte met hem alsof hij dement was of zo. Hij had wel een plannetje om haar een keer aan zich te binden. Hij zou haar beetpakken, de armen omdraaien, zou haar de kleren van het lijf scheuren en haar daarna aan zich onderwerpen. Geen genade, geen gevoel voor haar ach en wee geklaag. Dan zou ze weten wie hij was. Nooit meer belerend toegesproken. Maar gewoon overgave aan lust en plezier. En hij zou dat een dik uur volhouden. Dan was ze daarna zeker verliefd op hem en kon hij met haar aan tafel om zich vol te vreten met halve kippen met friet, waarbij het vet van zijn kin op haar blote borsten zou druipen en ze hem alleen maar liefdevol zou aankijken. Natuurlijk kocht hij haar dan de nodige mooie zaken waar ze vast voor zou vallen. Gouden kettingen, diamanten, de mooiste kleding en een sportwagen. Die mocht ze dan samen met hem benutten. Kap open, hun haren wapperend in de wind. En ze zouden samen op vakantie gaan naar Nice of Zuid-Italiaanse badplaatsen waar ze zich in het mondaine leven zouden storten. Zo maar, zonder zorgen. Hij voelde de opwinding door zijn lijf stromen, hij voelde zich heerlijk en zag het allemaal voor zich. Intussen begon het buiten te regenen. De herfst…..het zat normaal al in zijn botten, nu even niet. Achter hem ging de deur open en kwam een blonde verzorgster zijn kamer in. ‘Zo meneer de Klugt, zal ik u even lekker naar de douche brengen, want u zit daar nu al veel te lang in de pyjama he?’ En ze pakte de handvaten van zijn rolstoel, draaide die stoel om en reed naar de ruime doucheruimte waar hij om haar hals hangend op de toiletpot werd gezet. Een blik in haar ruim vallende blouse kon hij niet stoppen, het ging vanzelf……En hij zuchtte diep. Het leven was mooi geweest…ooit!

Het ligt aan mij…

Als regelmatige kijker naar films of series (maar ook als boekenlezer) kan ik mij soms verwonderen (ik vermijd nu de termen ergeren of storen..) aan het gebrek aan realisme in veel van die zelfde verhalen. Laten we wel zijn, de Nederlandse school op het gebied van films(series)maken was heel lang dat je dat realisme wel liet of laat zien. Maar daarmee was Nederland een eiland in de wereld. Want overal elders maken ze verhalen waarbij bepaalde normaal menselijke zaken buiten beeld worden gehouden. Zo zie ik heel vaak dat mensen die ‘s-morgens wakker worden omdat ze worden gebeld door iemand anders die een belangrijke bijdrage aan het bekeken verhaal levert, uit bed springen, in de kleren schieten, een boterham of koffie naar binnen gooien en meteen in actie komen.

Ik weet niet hoe dat jullie vergaat, maar ik moet altijd tenminste even plassen, vind een wasbeurt ook wel even lekker, poets de tanden, trek schone kleding aan, scheer me even en ga dan pas naar buiten. Kan snel, maar zeker niet zoals het in die films vaak toe gaat. Omgekeerd vind ik het knap dat met name dames vol in de make-up op bed gaan liggen en niets afgeven op hun kussensloop. Zelfs lipstick en plakwimpers blijven op de bestemde plekken aanwezig. Ondenkbaar. Nadat men een ongekende vrijbeurt heeft meegemaakt (veelal knap dat men daarbij het ondergoedje aan weet te houden..) houdt men bij nagesprek de lakens om de weke delen heen vast alsof de ander niet mag zien waar hij/zij net zijn/haar zinnen zette. En blijkt dat veel (Amerikaanse) vrouwen tijdens de slaap een beha onder hun (nacht)hemdjes dragen.

Ik geef toe, details, maar voor mij verstorend. Als er al kinderen meedoen in verhalen zijn ze ofwel godsgruwelijk ‘wijs’ dan wel maken ze er een zodanig chaotische rommel van dat je zou denken dat een beetje tucht en orde op zijn plek zouden zijn. Ook aardig is, overigens iets heel anders, dat hoofdpersonen die iets doen bij de politie, altijd een lastig gebied of zelfs gevaarlijke omgeving in hun eentje bezoeken. Komt in het eggie niet voor, altijd met tenminste twee personen. En als het goed gaat slaan ze dan ook nog twee slagen in een klap. Knap hoor, maar toch. Ik weet wel dat vertrutting op de loer ligt natuurlijk en dat in de VS bloot zo goed als taboe is. Maar dat geldt kennelijk ook voor Engeland waar men ook erg bang is voor het naakte menselijk lichaam. En dan heb ik het nog niet over verkeerde auto’s, muziek of kleding voor een bepaalde periode.

Foute vliegtuigen of helikopters in oorlogsverhalen. Allemaal simpele dingen als je iets van vooronderzoek doet. Ik moet altijd wat lachen als ik in Amerikaanse series zie hoe sommige mensen het door de Duitsers bezette Europa tijdens WO2 in en uit reizen alsof ze via een reisbureau een georganiseerde trip boekten. Kon niet, kan niet en oogt meteen lachwekkend. En dan zijn er de blunders. Verhalen die zich afspelen in de Middeleeuwen of soortgelijk, waarin plotsklaps het horloge van een van de hoofdrolspelers zichtbaar wordt…Of stukjes film die niet goed zijn gemonteerd waardoor een bepaald karakter dat eerder al werd gedood ineens weer rondloopt. Ik geef toe, het ligt aan mij….ik kijk te kritisch. Al die jaren al. Soms wordt ik verrast. Klopt er veel, zo niet alles. En dan ben ik meteen positiever over zo’n verhaal of reeks. Maar dat van die mensen die zo maar uit bed stappen en hup aan de slag zijn…dat blijft een dingetje. Of verwijt ik mijzelf nu dat ik dat niet kan noch kon??? Wellicht ben ik menselijker dan menig hoofdpersoon dan. En doe ik daarom al die bij een kwetsbaar mens passende handelingen.. (beelden: Yellowbird archief)